Etaamb.openjustice.be
Decreet van 22 november 2007
gepubliceerd op 20 december 2007

Decreet tot wijziging van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid en van andere decreten met een gelijksoortig doel

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2007203579
pub.
20/12/2007
prom.
22/11/2007
ELI
eli/decreet/2007/11/22/2007203579/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
Document Qrcode

22 NOVEMBER 2007. - Decreet tot wijziging van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid en van andere decreten met een gelijksoortig doel (1)


Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Artikel 1 van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2002, 13 maart 2003, 18 december 2003, 11 maart 2004 en 25 maart 2004, wordt vervangen als volgt : "

Art. 1.De door de Regering aangewezen beëdigde personeelsleden van niveau 1 van de Afdeling Tewerkstelling en Beroepsopleiding van het Directoraat-generaal Economie en Tewerkstelling van het Ministerie van het Waalse Gewest worden belast met het toezicht op alsook de opsporing en de vaststelling van overtredingen van de wet- en regelgevingen betreffende het tewerkstellingsbeleid waarin bepaald wordt dat toezicht en controle overeenkomstig de bepalingen van dit decreet uitgeoefend worden."

Art. 2.In artikel 2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1. punt 1° wordt vervangen als volgt : "1° "sociale inspecteurs" : de personeelsleden bedoeld in artikel 1;"; 2. hetzelfde artikel wordt aangevuld als volgt : "9° "informatiedragers" : alle informatiedragers, ongeacht de vorm ervan, zoals boeken, registers, documenten, numerieke of digitale dragers, diskettes, banden, ook die welke toegankelijk zijn via een informaticasysteem of elke andere elektronische apparatuur."

Art. 3.In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1. punt 1° wordt vervangen als volgt : "1° dag en nacht ieder ogenblik zonder verwittiging alle werkplaatsen en andere plaatsen betreden wanneer ze redelijkerwijs vermoeden dat daar personen werken die onderworpen zijn aan de bepalingen van de wetgeving op de naleving waarvan ze toezicht en controle uitoefenen; bewoonde lokalen mogen ze evenwel alleen met de vorafgaande machtiging van de rechter van de politierechtbank betreden;"; 2. in 2°, a., worden de woorden "van de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen" vervangen door de woorden "van de comités voor preventie en arbeidsbescherming"; 3. 2°, c, wordt vervangen als volgt : "c.op de werkplaatsen en andere plaatsen die aan hun controle onderworpen zijn, alle informatiedragers opsporen en onderzoeken die sociale gegevens bedoeld in artikel 2, 5°, bevatten of om het even welke andere gegevens waarvan de vastlegging, de bijwerking of de bewaring bij de wet voorgeschreven zijn, ook als de sociale inspecteurs niet belast zijn met het toezicht op de naleving van die wetgeving;"; 4. punt 2°, d, wordt vervangen als volgt : "d.zich ter plaatse alle informatiedragers die om het even welke andere gegevens bevatten laten overleggen om er inzage van te nemen, als ze dat nodig achten voor de vervulling van hun opdracht, en er onderzoek naar doen;"; 5. hetzelfde artikel wordt aangevuld met de volgende leden : "Als de werkgever, zijn aangestelden of gemachtigden niet aanwezig zijn bij de controle, nemen de sociale inspecteurs de nodige maatregelen om contact met hen op te nemen. Als de werkgever, zijn aangestelden of gemachtigden niet bereikbaar zijn, kunnen de sociale inspecteurs overgaan tot de opsporing en het onderzoek bedoeld in het eerste lid, 2°, c.

Als de werkgever, zijn aangestelden of gemachtigden zich verzetten tegen de opsporing of het onderzoek bedoeld in het eerste lid, 2°, c., wordt proces-verbaal opgemaakt wegens verhindering van het toezicht.

Voor de uitvoering van de opsporing of het onderzoek bedoeld in het eerste lid, 2°, c., kunnen de sociale inspecteurs ook de informatiedragers opsporen en onderzoeken die vanaf de werkplaatsen toegankelijk zijn via een informaticasysteem of elke andere elektronische apparatuur."

Art. 4.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 3bis, luidend als volgt : "

Art. 3bis.De sociale inspecteurs kunnen in welke vorm ook afschriften nemen van de informatiedragers bedoeld in artikel 3, eerste lid, 2°, c. en d., of van de informatie die ze bevatten, of ze zich kosteloos laten bezorgen door de werkgever, zijn aangestelden of gemachtigden.

Als het gaat om informatiedragers bedoeld in artikel 3, eerste lid, 2°, c., die via een informaticasysteem toegankelijk zijn, kunnen de sociale inspecteurs in de vorm die ze wensen afschriften maken van het geheel of van een deel van voornoemde gegevens via een informaticasysteem of elke andere elektronische apparatuur en met behulp van hetzij de werkgever, zijn aangestelden of gemachtigden, hetzij om het even welke andere gekwalificeerde persoon die beschikt over de nodige of nuttige kennis m.b.t. de werking van het informaticasysteem."

Art. 5.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 3ter, luidend als volgt : "

Art. 3ter.De informatiedragers bedoeld in artikel 3, eerste lid, 2°, c., kunnen door de sociale inspecteurs in beslag genomen of verzegeld worden, ongeacht of ze al dan niet eigendom zijn van de werkgever, zijn aangestelden of gemachtigden.

De sociale inspecteurs beschikken over die bevoegdheden indien nodig voor de opsporing, het onderzoek of de vaststelling van het bewijs van overtredingen of als het gevaar bestaat dat de overtredingen aanhouden of dat nieuwe overtredingen worden begaan.

Als de inbeslagneming materieel onuitvoerbaar is, worden deze gegevens, alsook de gegevens die nodig zijn om ze te kunnen begrijpen, gekopieerd op dragers die de overheid toebehoren. In dringende gevallen of om technische redenen kan gebruik gemaakt worden van de dragers die ter beschikking staan van de personen die machtiging hebben om het informaticasysteem te gebruiken."

Art. 6.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 3quater, luidend als volgt : "

Art. 3quater.Bij toepassing van artikel 3, derde en vierde lid, geven de sociale inspecteurs de werkgever schriftelijk kennis van het bestaan van de opsporing en van het onderzoek, alsook van de gekopieerde informatiedragers. Dat schrijven bevat de gegevens bedoeld in artikel 3quinquies, tweede lid."

Art. 7.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 3quinquies, luidend als volgt : "

Art. 3quinquies.De inbeslagnemingen uitgevoerd overeenkomstig artikel 3ter zijn het voorwerp van een schriftelijk verslag dat tegen ontvangbewijs wordt overhandigd.

Dat schrijven bevat op zijn minst : 1° de datum en het uur waarop de maatregelen genomen worden;2° de identiteit van de sociale inspecteurs, de hoedanigheid waarin ze optreden en de administratie waaronder ze ressorteren;3° de genomen maatregelen;4° de weergave van de tekst van artikel 14;5° de rechtsmiddelen tegen de maatregelen en het bevoegde gerechtelijk arrondissement; 6° de overheid die gedaagd moet worden in geval van beroep."

Art. 8.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 3sexies, luidend als volgt : "

Art. 3sexies.Elke persoon die zijn rechten geschaad acht door de inbeslagnemingen verricht ter uitvoering van artikel 3ter of door de maatregelen genomen ter uitvoering van artikel 3, derde en vierde lid, kan een beroep instellen bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank.

Het beroep wordt ingesteld en behandeld naar de vormen van het kort geding."

Art. 9.In artikel 4 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen als volgt : "De sociale inspecteurs kunnen de gegevens die ze tijdens hun onderzoeken inzamelen aan andere ambtenaren of diensten meedelen die deze gegevens nuttig achten voor de uitoefening van de opdrachten die hen toegewezen worden."

Art. 10.Artikel 5 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : "

Art. 5.Alle Rijksdiensten, met inbegrip van de parketten en griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, en diensten van de Gemeenschappen, Gewesten, provincies, gemeenten, verenigingen waarvan ze deel uitmaken, openbare instellingen die ervan afhangen, alsook van alle openbare instellingen en medewerkende instellingen voor sociale zekerheid, moeten de sociale inspecteurs op hun verzoek alle gegevens verstrekken die ze nuttig achten voor de controle op de naleving van de wetgevingen waarmee ze belast worden, alsook hen alle informatiedragers ter inzage overleggen en afschriften daarvan bezorgen.

Alle voornoemde diensten moeten deze gegevens en afschriften gratis verstrekken.

De akten, stukken, registers, documenten of gegevens ingezameld bij de uitvoering van plichten opgelegd door de gerechtelijke overheid mogen evenwel alleen met haar toestemming overgemaakt worden."

Art. 11.In artikel 7 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1. in het vierde lid worden de woorden "nationale grondgebied" vervangen door de woorden "grondgebied van het Franse taalgebied";2. hetzelfde artikel wordt aangevuld met de volgende leden : "Ter uitvoering van een overeenkomst bedoeld in het vijfde lid kan de administratie waaronder de sociale inspecteurs ressorteren gebruik maken van andere vormen van wederzijdse bijstand en samenwerking. De bepalingen van de leden 1 tot 6 zijn ook toepasselijk op de overeenkomsten inzake informatieuitwisseling gesloten tussen de bevoegde Belgische overheden en de bevoegde overheden van Staten die geen ondertekenaar zijn van het Internationaal Verdrag nr. 81 betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel, aangenomen te Genève op 11 juli 1947 door de internationale arbeidsorganisatie tijdens haar dertigste zitting en goedgekeurd bij de wet van 29 maart 1957."

Art. 12.In artikel 8 van hetzelfde decreet wordt het vierde lid vervangen als volgt : "Voor de toepassing van de termijn bedoeld in het derde lid wordt de aan de overtreder gerichte aanmaning of de vastlegging van een termijn om orde op zaken te stellen niet gelijkgesteld met de vaststelling van de overtreding."

Art. 13.In artikel 9 van hetzelfde decreet worden de woorden "de gemeentepolitie en de rijkswacht" vervangen door de woorden "de lokale of federale politie".

Art. 14.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 13bis, luidend als volgt : "

Art. 13bis.§ 1. De door de Regering aangewezen ambtenaar kan een administratieve boete opleggen : 1° aan elke persoon die het krachtens dit decreet georganiseerde toezicht belet;2° aan elke werkgever, aan diens aangestelden of gemachtigden die niet binnen de door de sociale inspecteurs bepaalde termijnen voldoen aan het door hen gegeven bevel tot aanplakking van de documenten bedoeld in artikel 3, 3°. De overtredingen worden opgenomen in een onderzoeksrapport dat door de sociale inspecteurs overgemaakt wordt aan de door de Regering aangewezen ambtenaar en aan de openbare aanklager. § 2. De administratieve boete bedraagt 250 tot 2.000 euro per overtreding. § 3. De personen die overeenkomstig dit artikel strafbaar zijn met administratieve boetes worden aangewezen met de woorden "de overtreder".

Zelfs als de overtreding door een aangestelde of een gemachtigde werd begaan, is de administratieve boete alleen op de overtreder toepasselijk, behalve als hij kan bewijzen dat hij geen fout heeft begaan omdat hij alle toegestane maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat het materiële element van de overtreding bewaarheid zou worden. § 4. De overtredingen bedoeld in paragraaf 1 zijn het voorwerp van hetzij strafrechtelijke vervolgingen, hetzij een administratieve boete.

De vastgestelde overtredingen van de bepalingen bedoeld in paragraaf 1 worden vervolgd d.m.v. een administratieve boete, tenzij de openbare aanklager, rekening houdend met de ernst van de overtreding, oordeelt dat er reden is tot strafrechtelijke vervolgingen. De strafrechtelijke vervolgingen sluiten de toepassing van een administratieve boete uit, zelfs als ze door een vrijspraak worden afgesloten.

De openbare aanklager beschikt over een termijn van twee maanden, die ingaat op de datum van ontvangst van het onderzoeksrapport bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, om de door de Regering aangewezen ambtenaar kennis te geven van zijn beslissing met betrekking tot het al dan niet instellen van strafrechtelijke vervolgingen. § 5. Als de openbare aanklager afziet van vervolgingen of nalaat zijn beslissing binnen de voorgeschreven termijn te betekenen, beslist de door de Regering aangewezen ambtenaar, nadat hij de overtreder de mogelijkheid heeft gegeven zijn verweermiddelen te laten gelden, of vanwege de overtreding een admistratieve boete opgelegd moet worden.

De beslissing van de ambtenaar bepaalt het bedrag van de administratieve boete. Deze beslissing wordt bij ter post aangetekend schrijven naar de overtreder gestuurd, samen met een verzoek tot betaling van de boete binnen de termijn voorgeschreven door de Regering.

De administratieve beslissing waarbij de administratieve sanctie wordt opgelegd, mag niet meer worden genomen vijf jaar na het feit dat aanleiding heeft gegeven tot de in dit artikel bedoelde overtreding.

Het in het eerste lid bedoelde verzoek waarbij de overtreder verzocht wordt zijn verweermiddelen te laten gelden onderbreekt de verjaringstermijn.

De kennisgeving van de beslissing tot vastlegging van het bedrag van de administratieve boete doet de strafvordering vervallen.

De betaling van de boete doet de vordering van de administratie vervallen. § 6. De overtreder die de beslissing van de door de Regering aangewezen ambtenaar betwist dient d.m.v. een verzoekschrift een beroep bij de Arbeidsrechtbank in binnen een termijn van twee maanden, te rekenen van de datum van de kennisgeving van de beslissing, op straffe van verval. Dat beroep schort de uitvoering van de beslissing op.

De bepaling van het eerste lid wordt vermeld in de beslissing waarbij de administratieve boete wordt opgelegd. § 7. Als de overtreder verzuimt de boete te betalen, wordt de beslissing van de door de Regering aangewezen ambtenaar of de beslissing van de Arbeidsrechtbank die in kracht van gewijsde is gegaan meegedeeld aan de Afdeling Thesaurie van het Ministerie van het Waalse Gewest met het oog op de invordering van het bedrag van de administratieve boete. § 8. Als binnen twee jaar, te rekenen van de datum van het onderzoeksrapport bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, een nieuwe overtreding wordt vastgesteld, wordt het bedrag bedoeld in paragraaf 2 van dit artikel verdubbeld. § 9. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de inning van de boete."

Art. 15.In artikel 14 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1. in het eerste lid worden de woorden "van 26 tot 500 frank" vervangen door de woorden "van 1 tot 12 euro" en worden de woorden "artikel 4, 3°" vervangen door de woorden "artikel 3, 3°";2. in het tweede lid worden de woorden "van 1 000 tot 5 000 frank" vervangen door de woorden "van 25 tot 124 euro"; 3. hetzelfde artikel wordt aangevuld met het volgende lid : "De straffen bedoeld in het tweede lid zijn niet van toepassing op overtredingen van artikel 3, eerste lid, 2°, d."

Art. 16.Artikel 34 van het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de nietcommerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector wordt vervangen als volgt : "

Art. 34.Het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid."

Art. 17.Artikel 13 van het decreet van 18 juli 1997 houdende creatie van een doorstromingsprogramma wordt vervangen als volgt : "

Art. 13.De Regering wijst de diensten aan die de aanvragen zullen behandelen.

Het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid. »

Art. 18.Artikel 13 van het decreet van 18 december 2003 betreffende de voorwaarden waaronder de invoegbedrijven erkend en gesubsidieerd worden wordt vervangen als volgt : "

Art. 13.Het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid."

Art. 19.Artikel 10 van het decreet van 25 maart 2004 betreffende de erkenning van en de toekenning van subsidies aan de plaatselijke ontwikkelingsagentschappen wordt vervangen als volgt : "

Art. 10.Het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid."

Art. 20.In de artikelen 10 en 11 van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke opdrachten worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1. artikel 10 wordt vervangen als volgt : "Art.10. De naleving van dit decreet en van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten wordt beoordeeld door de diensten die de Regering aanwijst.

De Regering bepaalt de modaliteiten van de beoordeling. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met, o.a., : 1° de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen die in het jaarlijkse actieplan vastliggen; 2° de factoren i.v.m. de socio-economische omgeving en de processen uitgewerkt om daarop in te spelen; 3° de tekens van voldoening van betrokken begunstigden en werkgevers."; 2. artikel 11 wordt vervangen als volgt : "Art.11. Het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid."

Art. 21.Artikel 31 van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de adviesverlenende agentschappen inzake sociale economie wordt vervangen als volgt : "

Art. 31.Het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid."

Art. 22.Artikel 13 van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de gelijke behandeling inzake tewerkstelling en beroepsopleiding wordt vervangen als volgt : "

Art. 13.Het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid."

Art. 23.Artikel 18, eerste lid, van het decreet van 14 december 2006 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de "Initiatives de développement de l'emploi dans le secteur des services de proximité à finalité sociale" (Initiatieven tot ontwikkeling van de werkgelegenheid in de sector van de buurtdiensten met een maatschappelijk doel), afgekort "I.D.E.S.S.", wordt vervangen als volgt : Het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten worden uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid.".

Art. 24.Artikel 23 treedt in werking op dezelfde datum als het decreet van 14 december 2006 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de "Initiatives de développement de l'emploi dans le secteur des services de proximité à finalité sociale", afgekort "I.D.E.S.S.".

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 22 november 2007.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE De Minister van Begroting, Financiën en Uitrusting, M. DAERDEN De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD De Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium, J.-C. MARCOURT De Minister van Onderzoek, Nieuwe Technologieën en Internationale Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Minister van Vorming, M. TARABELLA De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, P. MAGNETTE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN _______ Nota (1) Zitting 2007-2008. Stukken van het Waals Parlement, 658 (2007-2008). Nrs 1 tot 3.

Volledig verslag, openbare vergadering van 21 november 2007.

Bespreking - Stemmingen.

^