Etaamb.openjustice.be
Decreet van 15 juli 2008
gepubliceerd op 23 juli 2008

Decreet tot wijziging van Boek III, Titel III, Hoofdstuk II van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie van 22 april 2004 tot vaststelling van de regels voor de algemene financiering van de Waalse gemeenten

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2008202625
pub.
23/07/2008
prom.
15/07/2008
ELI
eli/decreet/2008/07/15/2008202625/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

15 JULI 2008. - Decreet tot wijziging van Boek III, Titel III, Hoofdstuk II van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie van 22 april 2004 tot vaststelling van de regels voor de algemene financiering van de Waalse gemeenten (1)


Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.De artikelen L1332-27 tot en met L1332-31 van Hoofdstuk II, Titel III, Boek III, van het eerste deel van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, worden opgeheven.

De artikelen L1332-1 tot en met L1332-26 van Hoofdstuk II, Titel III, Boek III, van het eerste deel van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, worden vervangen door volgende bepalingen : « Art. L1332-1. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op alle gemeenten van het Gewest, behalve de gemeenten van het Duitse taalgebied. § 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de statistieken verstaan met uitsluiting van de gegevens betreffende de gemeenten gelegen op het grondgebied van het Duitse taalgebied. § 3. In de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : - het Gewest : het Gewest, behalve de gemeenten van het Duitse taalgebied; - het verdelingsjaar : het begrotingsjaar; - de GHVG-rekening : de gewestelijke rekening voor de sanering van de gemeenten en de provincies, geopend bij de overeenkomstsluitende financiële instelling, opgericht bij het decreet van 23 maart 1995 houdende oprichting van een "Centre régional d'aide aux communes" dat moet zorgen voor de opvolging van en de controle op de beheersplannen van de gemeenten en provincies en dat het financiële evenwicht van de gemeenten en provincies van het Waalse Gewest moet helpen handhaven, en de latere wijzigingen ervan; - de openbare of gesubsidieerde woningen : * de transit- of inschakelingswoningen die als dusdanig opgetrokken en bewoond worden; * de woningen beheerd of verhuurd door de openbare huisvestingsmaatschappij(en) gelegen op het gemeentelijk grondgebied; * de sociale of middelgrote woningen die door de openbare huisvestingsmaatschappij of een lokale overheid werden verkocht sinds tien jaar (1998); * de verhuurde woningen die eigendom zijn van de gemeente, het O.C.M.W. of het autonome bedrijf; * de woningen waarvan het beheer in handen is van een agentschap voor sociale huisvesting, een vereniging ter bevordering van de huisvesting, een openbare huisvestingsmaatschappij of een VZW; * de woningen opgericht door het "Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" (Woningfonds van de Kroostrijke Gezinnen van Wallonië, FLW); * de woningen beheerd door de Centrale Dienst voor sociale en culturele actie ten behoeve van de leden van de militaire gemeenschap; behalve de kamers van de rust- en verzorgingstehuizen; - het actieprogramma : het tweejaarlijks actieprogramma voor huisvesting dat iedere gemeente moet opstellen krachtens artikel 188 van de Waalse Huisvestingscode, goedgekeurd door de Regering overeenkomstig artikel 189 van de Code; - de in aanmerking komende woningen : de gezamenlijke woningen waarvan sprake in het actieprogramma; - het woningcijfer : de in percenten uitgedrukte verhouding tussen openbare of gesubsidieerde woningen en het totale aantal gezinnen. § 4. In dit hoofdstuk wordt de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar in het evolutiepercentage inbegrepen.

In afwachting van de definitieve vaststelling van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar worden de bedragen aangepast aan de geraamde procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar, zoals bepaald bij de economische begroting waarvan sprake in artikel 108, g, van de wet van 21 december 1994.

Art. L1332-2 Ten laste van de begroting van ontvangsten en uitgaven van het Gewest worden ingesteld : - een jaarlijkse algemene dotatie, "Fonds spécial de l'Aide sociale" (Bijzonder Fonds voor Sociale Hulp, FSAS) genoemd, om de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van het Gewest te financieren; - een algemene dotatie, "Allocation CRAC" genoemd, om de rekening van het Hulpcentrum te financieren; - een jaarlijkse algemene dotatie, "Fonds des communes" (Gemeentefonds) genoemd, om de gemeenten van het Gewest te financieren, overeenkomstig de criteria bepaald in dit hoofdstuk.

Art. L1332-3. Het "Fonds spécial de l'Aide sociale" wordt jaarlijks vastgesteld op een bedrag dat minstens gelijk is aan het bedrag van het voorgaande jaar, aangepast aan het evolutiepercentage dat verhoogd wordt met één percent vanaf 2010. Het bedraagt 47.030.800 euro voor het verdelingsjaar 2008.

Art. L1332-4. Er wordt jaarlijks een bedrag toegewezen aan de "Allocation CRAC". Het bedraagt 30.616.000 euro, waaronder 10.616.000 euro vanaf het verdelingsjaar 2009 aangepast worden aan het evolutiepercentage, dat verhoogd wordt met één percent vanaf 2010.

Art. L1332-5. Het "Fonds des communes" wordt jaarlijks vastgesteld op een bedrag dat minstens gelijk is aan het bedrag van het voorgaande jaar, aangepast aan het evolutiepercentage dat verhoogd wordt met één percent vanaf 2010. Het bedraagt 928.370.000 euro voor het verdelingsjaar 2008.

Art. L1332-6. Het "Fonds des communes" is een dotatie zonder bijzondere toewijzing. Het karakter ervan wordt geenszins gewijzigd indien criteria in verband met sommige activiteiten van gemeenten gehanteerd worden.

Art. L1332-7. Het "Fonds des communes" wordt verdeeld volgens de regels en de volgorde bepaald in volgende artikelen.

Art. L1332-8. § 1. Er wordt aan elke gemeente een minimumdotatie toegekend ter hoogte van een bedrag waarvan sprake in bijlage 2 bij dit Wetboek. § 2. Voor het verdelingsjaar 2008 is de minimumdotatie gelijk aan het bedrag waarvan sprake in bijlage 2 bij dit Wetboek. De minimumdotatie wordt vervolgens jaarlijks met één twintigste van het initiële bedrag waarvan sprake in bijlage 2 verlaagd.

Art. L1332-9. Na aftrek van de minimumdotatie waarvan sprake in artikel L1332-8 wordt het saldo van het "Fonds des communes" in vijf dotaties verdeeld die beantwoorden aan volgende begrotingskredieten : 1) 30 percent toegewezen aan de dotatie fiscale perequatie;2) 53 percent toegewezen aan de dotatie externaliteiten;3) 7 percent toegewezen aan de dotatie openbare of gesubsidieerde woningen;4) 5,5 percent toegewezen aan de dotatie bevolkingsdichtheid;5) 4,5 percent toegewezen aan de dotatie arrondissements- of provinciehoofdplaats. Art. L1332-10. De dotatie fiscale perequatie bestaat uit twee schijven : 1) de schijf perequatie van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting, gelijk aan 22 percent van het saldo van het "Fonds des communes";2) de schijf perequatie van de aanvullende gemeentebelasting op de onroerende voorheffing, gelijk aan 8 percent van het saldo van het "Fonds des communes". Art. L1332-11. § 1. De schijf perequatie van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting wordt verdeeld tussen de gemeenten waarvan het belastingpotentieel lager is dan het belastingpotentieel van het Gewest voor een bepaald aanslagjaar.

Het belastingpotentieel van de gemeente is de waarde, per inwoner, van één percent van de globale opbrengst van de personenbelasting, behalve de opbrengst van de aanvullende gemeentebelasting, ingekohierd tijdens een aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente.

Het belastingpotentieel van het Gewest is de waarde, per inwoner, van één percent van de globale opbrengst van de personenbelasting, behalve de opbrengst van de aanvullende gemeentebelastingen, ingekohierd tijdens een aanslagjaar op het grondgebied van het Gewest. § 2. Het gewicht van elke gemeente in de schijf wordt vastgesteld volgens de formule : PB = (Potentieel PB Gewest - Potentieel PB gemeente) * Aanslagvoet gemeente * Bevolking waarbij - Potentieel PB Gewest gelijk is aan het belastingpotentieel van het Gewest; - Potentieel PB gemeente gelijk is aan het belastingpotentieel van de gemeente; - Aanslagvoet gemeente gelijk is aan de gemeentelijke aanslagvoet van de aanvullende belasting op de personenbelasting; - Bevolking gelijk is aan het aantal inwoners van de gemeente. § 3. Het begrotingskrediet dat aan die schijf wordt toegekend, wordt op grond van het gewicht van elke gemeente verhoudingsgewijs verdeeld tussen de gemeenten, overeenkomstig § 2. § 4. De statistieken die gebruikt worden voor de verdeling van de schijf perequatie van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting zijn de volgende : 1) de opbrengst van de personenbelasting van het voorlaatste aanslagjaar dat voorafgaat aan het verdelingsjaar;2) het aantal inwoners op 1 januari van het voorlaatste aanslagjaar dat voorafgaat aan het verdelingsjaar;3) de aanslagvoet van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting met betrekking tot het voorlaatste aanslagjaar dat voorafgaat aan het verdelingsjaar. Art. L1332-12. § 1er. De schijf perequatie van de aanvullende gemeentebelasting op de onroerende voorheffing wordt verdeeld tussen de gemeenten waarvan het belastingpotentieel lager is dan het belastingpotentieel van het Gewest voor een bepaald aanslagjaar.

Het belastingpotentieel van de gemeente is de waarde, per inwoner, van honderd opcentiemen van het totaal belastbaar kadastraal inkomen van de bebouwde of onbebouwde gewone goederen gelegen op het gemeentelijk grondgebied.

Het belastingpotentieel van het Gewest is de waarde, per inwoner, van honderd opcentiemen van het totaal belastbaar kadastraal inkomen van de bebouwde of onbebouwde gewone goederen gelegen op het gemeentelijk grondgebied. § 2. Het gewicht van elke gemeente in de schijf wordt vastgesteld volgens de formule : OV = (Potentieel OV Gewest - Potentieel OV gemeente) * (Aanslagvoet gemeente/100) * Bevolking waarbij - Potentieel OV Gewest gelijk is aan het belastingpotentieel van het Gewest; - Potentieel OV gemeente gelijk is aan het belastingpotentieel van de gemeente; - Aanslagvoet gemeente gelijk is aan de gemeentelijke aanslagvoet van de aanvullende belasting op de onroerende voorheffing; - Bevolking gelijk is aan het aantal inwoners van de gemeente. § 3. Het begrotingskrediet dat aan die schijf wordt toegekend wordt op grond van het gewicht van elke gemeente verhoudingsgewijs verdeeld tussen de gemeenten, overeenkomstig § 2. § 4. De statistieken die gebruikt worden voor de verdeling van de schijf perequatie van de aanvullende gemeentebelasting op de onroerende voorheffing zijn de volgende : 1) het totaalbedrag van het belastbaar kadastraal inkomen van de bebouwde en onbebouwde gewone goederen op 1 januari van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het verdelingsjaar;2) het aantal inwoners op 1 januari van het voorlaatste aanslagjaar dat voorafgaat aan het verdelingsjaar;3) de aanslagvoet van de aanvullende gemeentebelasting op de onroerende voorheffing met betrekking tot het voorlaatste aanslagjaar dat voorafgaat aan het verdelingsjaar. Art. L1332-13. § 1. De dotatie externaliteiten wordt tussen de gemeenten verdeeld vanaf het genormeerde uitgavenniveau.

Het niveau van de genormeerde uitgaven van een gemeente wordt bepaald op grond van haar bevolking, gewogen door de verhouding tussen de aanslagvoeten van de aanvullende belastingen op de personenbelasting en de onroerende voorheffing van de betrokken gemeente en de gemiddelde aanslagvoeten van het Gewest. § 2. Voor elke gemeente worden de genormeerde uitgaven berekend volgens de formule : Genormeerde Uitgaven = [A + (B * bevolking) + (C * bevolking * bevolking)] * (aanslagvoet PB gemeente/ gemiddelde aanslagvoet PB) * (aanslagvoet OV gemeente/gemiddelde aanslagvoet OV) waarbij - A gelijk is aan - 243.985,9; - B gelijk is aan - 794,5123; - C gelijk is aan - 0,005604; - bevolking gelijk is aan het aantal inwoners van de gemeente; - aanslagvoet PB gemeente gelijk is aan de aanslagvoet van de aanvullende gemeentelijke belasting op de personenbelasting; - gemiddelde aanslagvoet PB gelijk is aan het gewestelijke gemiddelde van de aanslagvoeten van de aanvullende gemeentelijke belasting op de personenbelasting; - aanslagvoet OV gemeente gelijk is aan de aanslagvoet van de aanvullende gemeentelijke belasting op de onroerende voorheffing; - gemiddelde aanslagvoet OV gelijk is aan het gewestelijk gemiddelde van de aanslagvoeten van de aanvullende gemeentelijke belasting op de onroerende voorheffing. § 3. Het begrotingskrediet dat aan die dotatie wordt toegekend, wordt op grond van het gewicht van elke gemeente verhoudingsgewijs verdeeld tussen de gemeenten, overeenkomstig § 2. § 4. De statistieken die gebruikt worden voor de verdeling van de dotatie externaliteiten zijn de volgende : 1) het aantal inwoners op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het verdelingsjaar;2) de aanslagvoet van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting met betrekking tot het aanslagjaar dat voorafgaat aan het verdelingsjaar.3) de aanslagvoet van de aanvullende gemeentebelasting op de onroerende voorheffing met betrekking tot het voorlaatste aanslagjaar dat voorafgaat aan het verdelingsjaar. Art. L1332-14. De dotatie openbare of gesubsidieerde woningen bestaat uit twee schijven : de schijf Stock en de schijf Bonus, waarvan de saldopercentages in het "Fonds des communes" als volgt evolueren : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. L1332-15. § 1. De schijf Stock levert voordeel op voor de gemeenten waarvan het woningcijfer hoger is dan of gelijk is aan tien percent. § 2. Het gewicht van elke gemeente in de schijf wordt vastgesteld volgens de formule : Stock = gewogen OW gemeente/Som gewogen OW gemeenten waarbij gewogen OW gemeente = OW gemeente * ((Basishuur - Huur onbewoonde w)/Geïnde huur) waarbij - OW gemeente het aantal openbare of gesubsidieerde woningen van de gemeente is; dat aantal wordt beperkt tot het aantal gelijk aan twintig percent van het aantal gezinnen; - Basishuur het totaal van de basishuurgelden is van alle sociale woningen gevestigd op het grondgebied van de gemeente; - Huur onbewoonde w het totaal is van de huurgelden van de onbewoonde sociale woningen; - Geïnde huur het totaal is van de werkelijke geïnde huurgelden van de sociale woningen; - Som gewogen OW gemeenten de som is van de gewogen OW van de gemeenten die in aanmerking komen voor de schijf. § 3. Het begrotingskrediet dat aan die schijf wordt toegekend, wordt op grond van het gewicht van elke gemeente verhoudingsgewijs verdeeld tussen elke gemeente, overeenkomstig § 2. § 4. De statistieken die gebruikt worden voor de verdeling van de schijf Stock zijn de volgende : 1) het in het laatste actieprogramma opgenomen aantal openbare of gesubsidieerde woningen die op het grondgebied van de gemeente bestaan op 1 januari van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van dat laatste actieprogramma;2) het in het laatste actieprogramma opgenomen aantal gezinnen van de gemeente op 1 januari van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van dat laatste actieprogramma;3) de huurgelden waarvan sprake in § 2, lid 2, hebben betrekking op 1 januari van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van dat laatste actieprogramma. Art. L1332-16. § 1. De schijf Bonus levert voordeel op voor de gemeenten waarvan het woningcijfer hoger is dan tien percent : 1) voor de gemeenten waarvan het woningcijfer gelijk is aan of hoger is dan vijf percent dient het actieprogramma de oprichting van minstens één in aanmerking komende woning in te houden;2) voor de gemeenten waarvan het woningcijfer lager is dan vijf percent dient het actieprogramma de oprichting van in aanmerking komende woningen in te houden van minstens vijf percent van het aantal openbare of gesubsidieerde woningen die opgetrokken moeten worden om het woningcijfer van tien percent te bereiken. § 2. Het gewicht van elke gemeente in de schijf wordt vastgesteld volgens de formule : Bonus = gewogen GW gemeente/Som gewogen MW gemeenten waarbij gewogen GW gemeente = GW gemeente * (In aanmerking komende gemeenten/0,1 * Doelstelling) waarbij - GW gemeente het aantal gezinnen in de gemeente is; - Doelstelling overeenstemt met het aantal woningen dat de gemeente moet optrekken om een woningcijfer van tien percent te halen. De verhouding tussen het aantal in aanmerking komende woningen en 10 % van de Doelstelling wordt beperkt tot 1; - Som gewogen GW gemeenten is de som van de gewogen GW van de gemeenten die in aanmerking komen voor de schijf. § 3. Het begrotingskrediet dat aan die schijf wordt toegekend, wordt op grond van het gewicht van elke gemeente verhoudingsgewijs verdeeld tussen elke gemeente, overeenkomstig § 2. § 4. De statistieken die gebruikt worden voor de verdeling van de schijf Bonus zijn de volgende : 1) het in het laatste actieprogramma opgenomen aantal openbare of gesubsidieerde woningen die op het grondgebied van de gemeente bestaan op 1 januari van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van dat laatste actieprogramma;2) het in het laatste actieprogramma opgenomen aantal gezinnen van de gemeente op 1 januari van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van dat laatste actieprogramma;3) het aantal openbare of gesubsidieerde, in het laatste actieprogramma in aanmerking komende gezinnen;4) de lijst van de gemeenten met een actieprogramma. Art. L1332-17. § 1. De dotatie Bevolkingsdichtheid wordt verdeeld tussen de gemeenten waarvan de bevolkingsdichtheid lager is dan de bevolkingsdichtheid van het Gewest.

De bevolkingsdichtheid van de gemeente is het aantal inwoners van de gemeente per vierkante kilometer.

De bevolkingsdichtheid van het Gewest is het aantal inwoners van het Gewest per vierkante kilometer. § 2. Het gewicht van elke gemeente in de dotatie wordt vastgesteld volgens de formule : Dichtheid = ((Dichtheid Gewest - Dichtheid gemeente)/Som verschillen) waarbij - Dichtheid gemeente de bevolkingsdichtheid in de gemeente is; - Dichtheid Gewest de bevolkingsdichtheid in het Gewest is; - Som verschillen de som is van de verschillen tussen de bevolkingsdichtheid van de gemeenten die de dotatie krijgen en de bevolkingsdichtheid van het Gewest. § 3. Het begrotingskrediet dat aan die dotatie wordt toegekend, wordt op grond van het gewicht van elke gemeente verhoudingsgewijs verdeeld tussen de gemeenten, overeenkomstig § 2. § 4. De statistieken die gebruikt worden voor de verdeling van de dotatie zijn de volgende : 1) het aantal inwoners op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het verdelingsjaar;2) de oppervlakte in hectare (ha) op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan de verdeling. Art. L1332-18. § 1. De dotatie arrondissements- of provinciehoofdplaats wordt verdeeld tussen de gemeenten die hoofdplaats zijn van een arrondissement of van een provincie. § 2. Het gewicht van elke gemeente in de dotatie wordt vastgesteld volgens de formule : Hoofdplaats = (Bevolking van het arrondissement + Bevolking van de provincie)/(Bevolking van het Gewest x 2) Beide functies kunnen gecumuleerd worden. § 3. Het begrotingskrediet dat aan die dotatie wordt toegekend, wordt op grond van het gewicht van elke gemeente verhoudingsgewijs verdeeld tussen de gemeenten, overeenkomstig § 2. § 4. De statistiek die gebruikt wordt voor de verdeling van de dotatie Arrondissements- of provinciehoofdplaats is het aantal inwoners op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar van de verdeling.

Art. L1332-19. Het definitieve aandeel van elke gemeente in het "Fonds des communes" is de som van de minimumdotatie waarvan sprake in artikel L1332-8 en van de dotaties waarvan sprake in artikel L1332-9.

Art. L1332-20. Er worden drie kwartaalvoorschotten gestort aan de gemeenten uit hun definitieve aandeel in het "Fonds des communes".

De voorschotten worden uiterlijk de laatste werkdag van de tweede maand van elk kwartaal gestort en zijn gelijk aan dertig percent van het aandeel dat toegewezen werd in het jaar dat voorafging aan het verdelingsjaar voor de eerste twee kwartalen en aan vijfentwintig percent voor het derde kwartaal.

Het saldo van het definitieve aandeel wordt uiterlijk vereffend tegen 1 december van het verdelingsjaar.

Art. L 1332-21. Als het globale bedrag van de voorschotten die aan een gemeente gestort worden, hoger is dan het definitieve aandeel dat haar toekomt, wordt het verschil volgens de door de Regering bepaalde beginselen verrekend.

Art. L1332-22. De gemeenten komen in aanmerking voor nalatigheidsinteresten, ten laste van de ontvangsten- en uitgavenbegroting van het Gewest, op de voorschotten en het saldo van het definitieve aandeel die niet zouden uitbetaald zijn overeenkomstig L1332-20.

Die intresten worden op een dagelijkse basis berekend tegen de EURIBOR 1-rente tot aan de volledige betaling.

Art. L1332-23. Elke twee jaar wordt er ten behoeve van de Waalse Regering een gezamenlijk verslag opgesteld door de diensten van het Gewest die het toezicht op en de opvolging van de plaatselijke overheden en de begroting als opdracht hebben. Dat verslag omvat onder meer : - een beoordeling van de verwezenlijking van de doelstellingen die bereikt zijn door de verdeelwijze van het "Fonds des communes"; - de impact van de kostprijs van de herfinanciering van de gemeenten op de gewestelijke financiën; - de evolutie van de financiële toestand van de gemeenten.

De Waalse Regering is ermee belast, het verslag aan het Waalse Parlement over te maken.

Art. L1332-24. § 1. Er wordt de gemeenten, behalve de steden Charleroi en Luik, een bijkomende dotatie toebedeeld als hun zoals in artikel L1332-19 omschreven aandeel in het "Fonds des communes" lager is dan hun aandeel van het verdelingsjaar 2008. § 2. Die bijkomende dotatie is gelijk aan het verschil tussen het aandeel van het verdelingsjaar en het aandeel van het verdelingsjaar 2008. § 3. Om in aanmerking te komen voor die bijkomende dotatie : - moeten de gemeenten aanspraak kunnen maken op een dotatie Openbare en gesubsidieerde woningen zoals bedoeld in artikel L1332-14; - mogen de aanslagvoeten van de aanvullende belastingen op de personenbelasting en de onroerende voorheffing van het verdelingsjaar niet lager zijn dan de aanslagvoeten van het jaar 2008. § 4. Die bijkomende dotatie is ten laste van de begroting van ontvangsten en uitgaven van het Gewest.

Art. L1332-25. § 1. Er wordt een bijkomende dotatie toegekend aan de stad Charleroi als het netto-aandeel van de stad Charleroi in het "Fonds des communes" lager is dan 134,59 miljoen euro, geïndexeerd vanaf het verdelingsjaar 2009 op basis van het evolutiepercentage. § 2. Het netto-aandeel van de stad in het "Fonds des communes" houdt het aandeel in dat toekomt aan de stad zoals omschreven in artikel L1332-19, verhoogd met de bijkomende middelen die in 2008 aan de stad zijn toegekend in het kader van de buitengewone hulplening op lange termijn met het oog op het dragen van haar pensioenslasten en jaarlijks vastgelegd op 12,4 miljoen euro, waaronder de bijdrage van de stad in de lasten van die lening, ter hoogte van twintig percent, afgetrokken moeten worden. § 3. Die bijkomende dotatie is ten laste van de begroting van ontvangsten en uitgaven van het Gewest van het volgende verdelingsjaar. § 4. De Regering beoordeelt de toepassing van dit artikel in 2018.

Art. L1332-26. § 1er. Er wordt een bijkomende dotatie toegekend aan de stad Luik als het netto-aandeel van de stad Luik in het "Fonds des communes" lager is dan 110,87 miljoen euro, geïndexeerd vanaf het verdelingsjaar 2009 op basis van het evolutiepercentage. § 2. Het netto-aandeel van de stad in het "Fonds des communes" houdt het aandeel in dat toekomt aan de stad zoals omschreven in artikel L1332-19, waaronder de bijdrage van de stad in de lasten van die in 2008 aan de stad met het oog op het dragen van de overblijvende pensioenslast toegekende buitengewone hulplening op lange termijn, ter hoogte van twintig percent, afgetrokken moet worden. § 3. Die bijkomende dotatie is ten laste van de begroting van ontvangsten en uitgaven van het Gewest van het volgende verdelingsjaar. § 4. De Regering beoordeelt de toepassing van dit artikel in 2018. »

Art. 2.In afwijking van artikel L1332-20 worden er voor het verdelingsjaar 2008 drie kwartaalvoorschotten gestort aan de gemeenten uit hun definitieve aandeel in het "Fonds des communes".

Die voorschotten worden uiterlijk gestort de laatste werkdag van de tweede maand van elk kwartaal en zijn gelijk aan vijfentwintig percent van hun aandeel in de hoofddotatie van het verdelingsjaar 2007.

Het saldo van het definitieve aandeel wordt uiterlijk vereffend tegen 1 december van het verdelingsjaar 2008.

Art. 3.Als bijlage 2 bij het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie wordt volgende tabel ingevoegd :

Bijlage 2 : Minimumdotatie (artikel L1332-8) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 4.Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 15 juli 2008.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE De Minister van Begroting, Financiën en Uitrusting, M. DAERDEN De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD De Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium, J.-C. MARCOURT De Minister van Onderzoek, Nieuwe Technologieën en Buitenlandse Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Minister van Vorming, M. TARABELLA De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, D. DONFUT De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN _______ Nota (1) Zitting 2007-2008. Stukken van het Waalse Parlement, 810 (2006-2007), nrs. 1 tot 10.

Volledig verslag, openbare vergadering 9 juli 2008.

Bespreking.

Volledig verslag, openbare vergadering 15 juli 2008.

Stemmingen.

^