Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 28 februari 2013
gepubliceerd op 26 maart 2013

Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afval

bron
waalse overheidsdienst
numac
2013201743
pub.
26/03/2013
prom.
28/02/2013
ELI
eli/besluit/2013/02/28/2013201743/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

28 FEBRUARI 2013. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afval


De Waalse Regering, Gelet op verordening (EG) Nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen, bijlage I;

Gelet op Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, verwerken en afzetten en de wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001, artikel 16, § 1, eerste lid, d), PB L 358 van 16.12.2006, p. 3.;

Gelet op het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, artikelen 8, § 1, 1°, en 28bis;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afval;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 2 februari 2012;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 30 november 2011;

Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 22 december 2011;

Gelet op het advies nr. 52.419/4 van de Raad van State, gegeven op 17 december 2012, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afval wordt aangevuld met de punten 8., 9., 10. en 11., luidend als volgt : « 8. Kleine en middelgrote ondernemingen : elke kleine en middelgrote onderneming die beantwoordt aan de definitie van Verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen, bedoeld in bijlage I; 9. Landbouwproducent : natuurlijke of rechtspersoon of groepering van natuurlijke of rechtspersonen, ongeacht de toegekende rechtspositie, voor zover het gaat om een kleine of middelgrote onderneming in de zin van dit besluit, waarvan de exploitatie of een deel ervan zich bevindt op het grondgebied van het Waalse Gewest, en die een veeteeltactiviteit uitoefent;10. Hobbyist : private natuurlijke of rechtspersoon die op het grondgebied van het Waalse Gewest verblijft, die geen teeltactiviteit beroepshalve uitoefent en die niet om steunverlening verzoekt in de zin van Verordening (EG) nr.73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006 en (EG) nr. 378/2007, en tot opheffing van Verordening (EG) nr. 1782/2003; 11. Gestorven dieren : dieren die zijn gedood (euthanasie met of zonder definitieve diagnose) of die op een landbouwbedrijf of een andere plaats of tijdens transport zijn gestorven (met inbegrip van doodgeboren en ongeboren dieren), maar niet voor menselijke consumptie zijn geslacht, in de zin van artikel 2, 14), van Verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren. »

Art. 2.Artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met volgende zin : « De houder van afval deelt de sanitaire identificatienummers van het gestorven dier aan de erkende ophaler mee, voor zover het dierlijke soort aan de identificatieplicht onderworpen is. »

Art. 3.Hoofdstuk IV van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002, wordt vervangen als volgt : « HOOFDSTUK IV. - Organisatie van het beheer van gestorven dieren

Art. 16.De bij de hobbyisten gestorven dieren worden gratis opgehaald, vervoerd, verwerkt en vernietigd door de aannemer van de overheidsopdracht van diensten aangewezen door het Waalse Gewest als die private fokkerij voldoet aan de volgende voorwaarden voor het houden van dieren : 1° runderen : een kudde van maximum twee volwassen runderen;2° varkens : de capaciteit van de infrastructuur bedraagt niet meer dan drie plaatsen;3° pluimvee : de infrastructuur biedt plaats voor hoogstens tweehonderd stuk;4° schaapachtigen, geitachtigen, hertachtigen en andere kleine herkauwers : de infrastructuur biedt plaats voor hoogstens tien vrouwelijke dieren die ouder zijn dan zes maanden;5° konijnen : de infrastructuur biedt plaats voor hoogstens twintig vrouwelijke fokkonijnen of honderd vleeskonijnen;6° ratieten : de infrastructuur biedt plaats voor hoogstens twee struisvogels ouder dan vijftien maanden of voor vijf nandoes, emoes, kasuarissen en kiwis ouder dan vijftien maanden.

Art. 17.De volgende gestorven dieren worden gratis opgehaald, vervoerd, verwerkt en vernietigd door de aannemer van de overheidsopdracht van diensten aangewezen door het Waalse Gewest : 1° de gestorven dieren gebruikt voor uitsluitend didactische doeleinden tijdens hoger onderwijsactiviteiten;2° de gestorven dieren die dienen in het kader van fundamenteel onderzoekswerken ter ontwikkeling en/of verbetering van de intrisieke kenmerken van de in het Waalse Gewest gefokte dierensoorten;3° de gestorven dieren afkomstig van inrichtingen waar lijkschouwingen verricht worden die volgens de regels vereist worden door de veeartsen die voor de sanitaire supervisie van landbouwbedrijven instaan ter weerlegging of bevestiging van een verdenking van een sterfgeval te wijten aan een oorzaak die gevaar voor overbrenging aan de mens of aan dieren kan inhouden.

Art. 18.§ 1. Elke landbouwproducent kan hetzij elke verwijdering van gestorven dieren bij een erkende ophaler betalen, hetzij een abonnement betreffende het beheer van gestorven dieren nemen dat hij onmiddellijk betaalt aan de erkende ophaler. § 2. De Minister bepaalt jaarlijks het bedrag van de abonnementen op grond van de dierensoort en van het aantal fokdieren gehouden door de landbouwproducent. Bij de berekening van het abonnement wordt ook rekening gehouden met een wegingsfactor tussen dierensoorten, enerzijds, en binnen dezelfde dierensoort, anderzijds. Die wegingsfactor wordt door de Minister bepaald.

Het abonnement wordt ontworpen zodat de risico's en kosten onder landbouwproducenten verdeeld worden. Het bedrag van de abonnementen is gelijk aan minimum 25 % van de kosten voor de verwerking en vernietiging van gestorven dieren die bij de landbouwproducten opgehaald worden. »

Art. 4.De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 28 februari 2013.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY

^