gepubliceerd op 02 oktober 2026
Besluit van de Vlaamse Regering over de voorwaarden en procedure om een licentie om een televisieomroepnetwerk aan te bieden en de bijbehorende zendvergunningen te verkrijgen
25 SEPTEMBER 2026. - Besluit van de Vlaamse Regering over de voorwaarden en procedure om een licentie om een televisieomroepnetwerk aan te bieden en de bijbehorende zendvergunningen te verkrijgen
Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993; - het
decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/03/2009
pub.
30/04/2009
numac
2009035356
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende radio-omroep en televisie
sluiten betreffende radio-omroep en televisie, artikel 193, § 3, gewijzigd bij de decreten van 23 december 2016, 3 juni 2022, 12 februari 2021 en 10 juli 2026, artikel 196, artikel 201, § 1, tweede lid, het laatst gewijzigd bij decreet van 10 juli 2026 en artikel 202, tweede lid, gewijzigd bij de decreten van 2 juli 2021, 19 april 2024 en 10 juli 2026, en artikel 218, het laatst gewijzigd bij decreet van 19 december 2025.
Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - Het begrotingsakkoord werd gegeven op 19 april 2026. - Een raadpleging van de belanghebbenden werd gehouden tussen 7 mei 2026 en 8 juni 2026. - De Sectorraad Media van de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd en Media heeft advies gegeven op 21 mei 2026. - De Raad van State heeft advies nr. 79.760/1/V gegeven op 25 augustus 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Motivering Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven: - Het decreet van 10 juli 2026 houdende de wijziging van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft radio-omroeporganisaties voert het omroepmodel in voor DAB+. In het omroepmodel worden de frequentiegebruiksrechten toegekend aan erkende radio-omroeporganisaties, en niet langer aan aanbieders van omroepnetwerken. Daardoor zijn de huidige bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 18/07/2008 pub. 14/10/2008 numac 2008036216 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorwaarden en procedure voor het verkrijgen van een licentie voor het aanbieden van een radio- of televisieomroepnetwerk en de bijbehorende zendvergunningen sluiten betreffende de voorwaarden en procedure voor het verkrijgen van een licentie voor het aanbieden van een radio- of televisieomroepnetwerk en de bijbehorende zendvergunningen, die nog uitgaan van toewijzing van een licentie aan aanbieders van radio-omroepnetwerken, niet langer in overeenstemming met het vernieuwde decretale kader. Het voormelde besluit is in de loop der jaren ook meermaals gewijzigd. Door de omvang en aard van die aanpassingen wordt er niet gewerkt met een nieuw besluit van de Vlaamse Regering en wordt het voormelde besluit opgeheven. - Dit besluit is nodig om de volgende elementen duidelijk te maken: de duur van de licentie die toegekend zal worden aan de aanbieder van een televisieomroepnetwerk; de voorwaarden waaronder licentie kan worden verkregen; de modaliteiten en de procedure om die licentie aan te vragen, te wijzigen, te schorsen of op te heffen; en de voorwaarden en de procedure om de bijbehorende zendvergunningen aan te vragen, te wijzigen, te schorsen, of op te heffen.
Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Brussel en Media.
Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
HOOFDSTUK 1. - Definities
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° aanvrager van een licentie: de rechtspersoon die een aanvraag indient om een licentie te verkrijgen om een televisieomroepnetwerk aan te bieden;2° frequentiekanalen: frequentiekanalen als vermeld in de bijlage van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/10/2007 pub. 06/11/2007 numac 2007036899 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de vaststelling van het digitaal frequentieplan voor aanbieders van radio- en televisieomroepnetwerken sluiten houdende de vaststelling van het digitaal frequentieplan voor aanbieders van radio- en televisieomroepnetwerken;3° regulator: de Vlaamse Regulator voor de Media, vermeld in deel VII van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende radio-omroep en televisie;4° licentie: de vergunning om een televisieomroepnetwerk aan te bieden voor een specifiek pakket van frequentiekanalen voor de bediening van een theoretisch beoogd gebied;5° licentiehouder: de houder van een licentie om een televisieomroepnetwerk aan te bieden;6° decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten: decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende de radio-omroep en de televisie. HOOFDSTUK 2. - Procedure om een licentie als aanbieder van een televisieomroepnetwerk te verkrijgen Afdeling 1. - Oproep
Art. 2.De Vlaamse minister, bevoegd voor de media, maakt via een oproep in het Belgisch Staatsblad bekend voor welk pakket van frequentiekanalen een aanvraag om een licentie te verkrijgen kan worden ingediend. De oproep vermeldt alle relevante informatie.
Art. 3.De administratie en de regulator stellen de volgende informatie op hun website ter beschikking en bezorgen die informatie op aanvraag vanaf de bekendmaking van een oproep als vermeld in artikel 2, in het Belgisch Staatsblad tot en met het moment waarop de aanvragen, vermeld in artikel 2, worden ingediend: 1° de gedetailleerde technische gegevens van de frequentiekanalen in kwestie;2° de bilaterale technische afspraken met de buurlanden en met de andere gemeenschappen voor de volledig digitale toekomst;3° een afschrift van het Akkoord van de Regional Radiocommunication Conference 2006 for planning of the digital terrestrial broadcasting service in parts of Regions 1 and 3, in the frequency bands 174-230 MHz and 470-862 MHz (RRC-06). De aanvrager van een licentie kan een gemotiveerd verzoek voegen bij de aanvraag tot afwijking van de afspraken, vermeld in het eerste lid, 2°. De regulator kan een beperkte afwijking toestaan en zal motiveren als hij niet ingaat op een verzoek tot afwijking. Afdeling 2. - Ontvankelijkheid van de aanvraag
Art. 4.De aanvraag, vermeld in artikel 2, wordt ingediend uiterlijk binnen zestig dagen vanaf de datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de oproep, vermeld in artikel 2.
Art. 5.De aanvraag, vermeld in artikel 2 van dit besluit, wordt bij de regulator in het Nederlands ingediend met een aangetekende brief, via elektronische post of via een ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk aan de zijde van de geadresseerde, en waarop de aanvrager van een licentie een handtekening aanbrengt conform de bepalingen van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.
De indieningsdatum van de aanvraag, vermeld in artikel 2, wordt op de volgende wijze bepaald: 1° het postmerk bij een aangetekende brief;2° de datum van verzending die in de ontvangstbevestiging wordt vermeld bij een indiening via elektronische post of via een ander telecommunicatiemiddel.
Art. 6.De aanvraag, vermeld in artikel 2, bevat de stukken en de gegevens die zijn opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 7.De aanvrager van een licentie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 202 van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten. Afdeling 3. - Verloop procedure
Art. 8.Binnen dertig dagen nadat de termijn, vermeld in artikel 4, is verstreken, zendt de regulator aan alle aanvragers van een licentie een aangetekende brief waarin wordt meegedeeld of hun aanvraag al dan niet voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in afdeling 2.
Als uit de aanvraag, vermeld in artikel 2, blijkt dat niet is voldaan aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in afdeling 2 wijst de regulator de aanvraag af en brengt hij de aanvrager van een licentie daarvan onmiddellijk schriftelijk op de hoogte.
Art. 9.Als voor een pakket van frequentiekanalen zoals vastgelegd in de oproep, vermeld in artikel 2, verschillende aanvragers van een licentie voldoen aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in afdeling 2 worden de aanvraagdossiers verder onderzocht met een vergelijkende toets aan de hand van de criteria, vermeld in afdeling 4.
Als voor een pakket van frequentiekanalen zoals vastgelegd in de oproep, vermeld in artikel 2, maar één aanvrager van een licentie voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in afdeling 2 vindt er geen vergelijkende toets als vermeld in het eerste lid, plaats en wordt de licentie onmiddellijk toegekend aan die aanvrager van een licentie.
Art. 10.Binnen honderdtwintig dagen na de bekendmaking van de oproep, vermeld in artikel 2, deelt de regulator de aanvrager van een licentie die het hoogst wordt gerangschikt op basis van de criteria, vermeld in afdeling 4, mee dat die aanvrager van een licentie een licentie voor het pakket van frequentiekanalen kan krijgen.
De aanvrager van een licentie, vermeld in het eerste lid, deelt de regulator binnen zeven dagen na de mededeling, vermeld in het eerste lid, uitdrukkelijk mee dat hij de licentie en de daaraan verbonden voorschriften aanvaardt. Als de aanvrager van een licentie, vermeld in het eerste lid, de licentie uitdrukkelijk aanvaardt binnen zeven dagen na de mededeling, vermeld in het eerste lid, wordt de licentie toegekend.
Als de aanvrager van een licentie binnen zeven dagen na de mededeling, vermeld in het eerste lid, de licentie weigert of niet reageert, deelt de regulator aan de eerstvolgende gerangschikte op basis van de vergelijkende toets, vermeld in artikel 9, eerste lid, mee dat die aanvrager van een licentie een licentie voor het pakket van frequentiekanalen kan krijgen. Als maar één ontvankelijke aanvraag overblijft, wordt de licentie onmiddellijk toegekend aan die aanvrager van een licentie nadat hij de licentie en de daaraan verbonden voorschriften aanvaardt binnen zeven dagen na voornoemde mededeling.
Als er geen ontvankelijke aanvraag overblijft, wordt de procedure, vermeld in artikel 10, eerste, tweede en derde lid opnieuw toegepast totdat een aanvrager van een licentie de licentie en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen wel uitdrukkelijk aanvaardt.
Nadat de licentie is toegekend conform de procedure, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, brengt de regulator de andere aanvrager van een licentie op de hoogte van de identiteit van de licentiehouder.
Als de regulator niet beslist binnen de periode, vermeld in het eerste lid, wordt de licentie niet toegekend. Indien met toepassing van vorige lid geen licentie wordt toegekend, neemt de regulator een beslissing tot niet-toekenning en brengt de betrokken aanvragers hiervan op de hoogte. Afdeling 4. - Criteria van de vergelijkende toets
Art. 11.In de vergelijkende toets, vermeld in artikel 9, eerste lid, wordt de informatie die de aanvrager van een licentie conform artikel 6 in hun aanvraag moeten opnemen, getoetst aan de hand van de volgende criteria, waarna ze onderling vergeleken worden: 1° het optimale gebruik en de optimale invulling van de frequentiekanalen;2° de waarborgen die worden geboden voor een eerlijke, redelijke en niet-discriminerende toegang tot de infrastructuur zoals die blijkt uit vooropgestelde contractuele bepalingen met de dienstenverdelers;3° de technische middelen waarover de aanvrager van een licentie beschikt en die de aanvrager van een licentie in staat stellen een infrastructuur in de Vlaamse Gemeenschap aan te leggen, in stand te houden en te exploiteren.Dat blijkt onder meer uit gegevens over het netwerk, het aantal masten en de curricula van de werknemers; 4° de financiële middelen waarover de aanvrager van een licentie beschikt;5° het deel of de delen van de theoretisch beoogde gebieden van de frequentiekanalen die bediend zullen worden voor vaste dakontvangst, draagbare buitenhuisontvangst en draagbare binnenhuisontvangst. Daarvoor worden de percentages van plaats en tijd, de gebruikte relevante technische parameters en een schatting van de bereikte bevolking vermeld; 6° de timing waarin de zones, vermeld in punt 5°, zullen worden bediend voor vaste dakontvangst, draagbare buitenhuisontvangst en draagbare binnenhuisontvangst, en de eventuele ontwikkeling daarvan in de tijd, met inbegrip van een tijdstabel van de voorgestelde effectieve indienststelling van de verschillende geplande zendinstallaties;7° de kwaliteit van de uitzendingen per frequentiekanaal, rekening houdend met: a) de geplande digitale capaciteit die wordt uitgedrukt in Mbit/s;b) het aantal omroepprogramma's dat kan worden doorgegeven. De informatie, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, wordt voor elk onderdeel gewogen voor 20%. De informatie, vermeld in het eerste lid, 3° tot en met 7°, wordt voor elk onderdeel gewogen voor 12%.
Art. 12.Op verzoek van de regulator bezorgt de aanvrager van een licentie alle aanvullende gegevens die betrekking hebben op de criteria, vermeld in artikel 11.
Het verzoek van de regulator om aanvullende gegevens te bezorgen, wijzigt de termijnen, vermeld in artikel 10, niet. Afdeling 5. - Vergoeding
Art. 13.In dit artikel wordt verstaan onder bruto-inkomsten: alle inkomsten die betrekking hebben op het aanbieden van transmissiediensten aan dienstenverdelers, zoals weergegeven in de officiële jaarrekening van de onderneming en zoals geattesteerd door een bedrijfsrevisor.
De licentiehouder betaalt voor elk kalenderjaar een jaarlijkse vergoeding om een pakket van frequentiekanalen te gebruiken.
De vergoeding, vermeld in het tweede lid, bestaat uit de som van drie bedragen die worden vastgesteld op de volgende wijze: 1° een vast bedrag van 350 euro per opstelpunt dat de licentiehouder in gebruik genomen heeft; 2° 2% van de schijf van bruto-inkomsten boven het geïndexeerde bedrag van 12.000.000 euro tot en met 20.000.000 euro; 3° 5% van de schijf van bruto-inkomsten boven het geïndexeerde bedrag van 20.000.000 euro.
De licentiehouder betaalt de vergoeding, vermeld in het tweede lid, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop de vergoeding betrekking heeft. De licentiehouder bezorgt het attest van de bedrijfsrevisor over de bruto-inkomsten samen met die betaling aan de regulator.
Het vaste bedrag, vermeld in het derde lid, 1°, wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het prijsindexcijfer zoals bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
De indexatie, vermeld in het vijfde lid, gebeurt door de bedragen in kwestie te vermenigvuldigen met het prijsindexcijfer, vermeld in het vijfde lid, dat is vastgesteld voor de maand januari van het lopende jaar, en door dat resultaat te delen door het prijsindexcijfer dat is vastgesteld voor de maand januari van het jaar 2026. Het resultaat van die berekening wordt naar boven afgerond op het dichtstbijzijnde geheel getal. Afdeling 6. - Schorsing en opheffing van de licentie
Art. 14.De regulator kan de licentie om een televisieomroepnetwerk aan te bieden, schorsen of opheffen als de licentiehouder zich niet houdt aan de relevante bepalingen van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten of van dit besluit.
De licentie van licentiehouders die het pakket van frequentiekanalen die aan hen is toegekend, niet in gebruik nemen binnen twee jaar na verwerving, kan worden opgeheven.
De schorsing of de opheffing wordt voorafgegaan door een ingebrekestelling door de regulator, die de licentiehouder de kans biedt om te voldoen aan alle relevante voorschriften in het mediadecreet of dit besluit. De licentiehouder beschikt over dertig dagen vanaf de kennisgeving van de ingebrekestelling om de toestand te regulariseren. Die termijn kan door de regulator worden verlengd, naargelang van de vastgestelde inbreuk.
Art. 15.De licentiehouder wordt met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de schorsing of opheffing van de licentie.
Art. 16.De schorsing of opheffing van een licentie geeft geen aanleiding tot de terugbetaling van de betaalde vergoeding, vermeld in artikel 13.
HOOFDSTUK 3. - Procedure om zendvergunningen toe te kennen Afdeling 1. - Ontvankelijkheid
Art. 17.Een ontvankelijke aanvraag voor een zendvergunning voor een frequentie voor een televisieomroepnetwerk of een wijziging ervan, bevat de gegevens, vermeld in punt D, 2°, van de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd.
Een aanvraag voor een zendvergunning wordt in het Nederlands ingediend door een persoon die volgens de wet of de statuten bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen.
De licentiehouder deelt bij de aanvraag, vermeld in het eerste lid, de nodige voorgestelde technische karakteristieken van de frequentieassignaties die voortkomen uit de allotments, mee aan de regulator. De regulator bezorgt die karakteristieken zo snel mogelijk aan de administratie voor verder onderzoek over de inpasbaarheid ervan in het frequentieplan en om de coördinatie via de bevoegde federale instantie op te starten van die frequentieassignaties op internationaal niveau en op het niveau van de andere gemeenschappen.
Art. 18.De licentiehouder deelt elke wijziging in technische karakteristieken van frequentieassignaties als vermeld in punt D van de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, zo snel mogelijk mee aan de regulator. De regulator bezorgt die wijzigingen zo snel mogelijk aan de administratie voor verder onderzoek over de inpasbaarheid ervan in het frequentieplan en om de coördinatie via de bevoegde federale instantie op te starten van die frequentieassignaties op internationaal niveau en op het niveau van de andere gemeenschappen.
Art. 19.Als een aanvraag niet voldoet aan de ontvankelijkheidvoorwaarden, vermeld in artikel 17 verklaart de regulator die aanvraag niet ontvankelijk binnen vijfenveertig dagen nadat hij ze heeft ontvangen. Vanaf de kennisgeving van die beslissing beschikt de licentiehouder over vijftien dagen om de aanvraag te vervolledigen.
Als een aanvraag voldoet aan de ontvankelijkheidvoorwaarden, vermeld in artikel 17 beslist de regulator binnen zestig dagen nadat hij die aanvraag heeft ontvangen. Als de regulator beslist dat een voorafgaand onderzoek door een andere instantie noodzakelijk is, begint de termijn van zestig dagen te lopen vanaf de dag waarop het onderzoeksrapport van de andere instantie bij de regulator is uitgereikt. De regulator brengt de licentiehouder op de hoogte van deze beslissing.
De licentiehouder kan worden opgeroepen om door de regulator te worden gehoord. Als de licentiehouder daarom verzoekt, wordt die door de regulator gehoord. Afdeling 2. - Vergoeding
Art. 20.Om de initiële zendvergunning te krijgen, is geen vergoeding verschuldigd.
De vergoeding om de zendvergunning te wijzigen, bedraagt 350 euro. De vergoeding wordt voorafgaand aan de wijziging betaald op het rekeningnummer van de regulator.
Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het prijsindexcijfer zoals bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
De indexatie, vermeld in het derde lid, gebeurt door de bedragen in kwestie te vermenigvuldigen met het prijsindexcijfer, vermeld in het derde lid, dat is vastgesteld voor de maand januari van het lopende jaar, en door dat resultaat te delen door het prijsindexcijfer dat is vastgesteld voor de maand januari van het jaar 2026. Het resultaat van die berekening wordt naar boven afgerond op het dichtstbijzijnde geheel getal. Afdeling 3. - Schorsing en opheffing van de zendvergunning
Art. 21.De regulator kan de zendvergunning schorsen of opheffen in de volgende gevallen: 1° de vergunningsvoorwaarden worden niet nageleefd;2° de toegewezen frequenties worden niet of niet meer gebruikt;3° een of meer zendinstallaties worden naar een andere plaats overgebracht, zelfs occasioneel;4° een of meer zendinstallaties functioneren niet meer volledig of maar gedeeltelijk gedurende drie maanden, tenzij dat het gevolg is van overmacht;5° de jaarlijkse vergoeding voor de ingebruikneming van de toegewezen frequentiekanalen, vermeld in artikel 13 wordt niet of niet tijdig betaald. Als de regulator vaststelt dat niet conform de zendvergunning wordt uitgezonden, kan hij, in afwachting van de beslissing ten gronde en na de licentiehouder te hebben gehoord, als voorlopige maatregel de zendvergunning schorsen. De regulator bepaalt de termijnen hiervoor zelf.
Art. 22.De licentiehouder wordt met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de schorsing of intrekking van de zendvergunning.
HOOFDSTUK 4. - Duur van de licentie en de zendvergunningen
Art. 23.De licentie wordt uitgereikt voor vijftien jaar en overeenkomstig artikel 193, § 3, tweede lid, van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten worden de bijbehorende zendvergunningen uitgereikt voor vijftien jaar.
Art. 24.De licentiehouder die tijdens de duur, vermeld in artikel 23, van de licentie wil afzien, deelt dat onmiddellijk schriftelijk mee aan de regulator.
In het geval, vermeld in het eerste lid, blijft de licentiehouder de transmissiediensten verder verzekeren gedurende een redelijke termijn om een ordelijke en marktconforme beëindiging mogelijk te maken. De redelijke termijn bedraagt minstens de periode die nodig is om de procedure, vermeld in hoofdstuk 2, uit te voeren, behalve als de regulator op gemotiveerd verzoek een kortere termijn toestaat.
HOOFDSTUK 5. - Administratieve bepalingen over de zendvergunning
Art. 25.De regulator vermeldt in de zendvergunning de volgende gegevens: 1° de naam en het adres van de licentiehouder;2° het gebruikte frequentiekanaal;3° het adres en de geografische coördinaten van de opstellingsplaatsen van de antennes;4° de maximaal toegestane waarde van het effectief uitgestraalde vermogen per opstellingsplaats en de maximaal toegestane waarde van het effectief uitgestraalde vermogen in de verschillende richtingen per 10° in het geval van een directioneel antennepatroon;5° de hoogte van het middelpunt van de stralingselementen van de antenne boven de begane grond per opstellingsplaats;6° de polarisatie van de antenne per opstellingsplaats;7° alle andere bijzondere voorwaarden.
Art. 26.De zendvergunning bevindt zich op het adres van de licentiehouder. Als dat adres niet binnen de Vlaamse Gemeenschap ligt, wijst de licentiehouder een gemachtigde binnen de Vlaamse Gemeenschap aan. De coördinaten waarop de licentiehouder of zijn gemachtigde bereikbaar zijn, worden aan de regulator meegedeeld.
De zendvergunning wordt getoond op elk verzoek van de bevoegde controleoverheden. In geval van verlies, diefstal of beschadiging van de zendvergunning brengt de licentiehouder de regulator daarvan op de hoogte, die een nieuwe zendvergunning uitreikt.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
Art. 27.De licenties en de bijbehorende zendvergunningen die zijn toegekend op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 18/07/2008 pub. 14/10/2008 numac 2008036216 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorwaarden en procedure voor het verkrijgen van een licentie voor het aanbieden van een radio- of televisieomroepnetwerk en de bijbehorende zendvergunningen sluiten betreffende de voorwaarden en procedure voor het verkrijgen van een licentie voor het aanbieden van een radio- of televisieomroepnetwerk en de bijbehorende zendvergunningen, zoals van kracht op de dag vóór de dag van de inwerkingtreding van dit besluit, blijven van kracht onder de voorwaarden waaronder ze zijn verleend. De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op die lopende licenties en zendvergunningen, met uitzondering van artikel 13, 21 en 25.
Art. 28.Het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 18/07/2008 pub. 14/10/2008 numac 2008036216 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorwaarden en procedure voor het verkrijgen van een licentie voor het aanbieden van een radio- of televisieomroepnetwerk en de bijbehorende zendvergunningen sluiten betreffende de voorwaarden en procedure voor het verkrijgen van een licentie voor het aanbieden van een radio- of televisieomroepnetwerk en de bijbehorende zendvergunningen, gewijzigd bij besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, 28 april 2017, 2 juli 2021 en 22 september 2023, wordt opgeheven.
Art. 29.De Vlaamse minister, bevoegd voor de media, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 25 september 2026.
De minister-president van de Vlaamse Regering, M. DIEPENDAELE De Vlaamse minister van Brussel en Media, C. VAN ACHTER
Bijlage. Noodzakelijke informatie in de aanvraag A. Informatie over de aanvrager van een licentie A.1 Algemeen 1° de naam van de aanvrager van een licentie;2° de rechtsvorm van de aanvrager van een licentie;3° de vestigingsplaats van de aanvrager van een licentie en, als die niet dezelfde zijn, de statutaire zetel en de zetel van het hoofdbestuur;4° de beschrijving van het doel en van de feitelijke werkzaamheden van de aanvrager van een licentie en zijn aandeelhouders;5° de statuten zoals verschenen in het Belgisch Staatsblad;6° een lijst van degenen die bevoegd zijn de aanvrager van een licentie rechtsgeldig te vertegenwoordigen.Daarbij worden de beperkingen vermeld die eventueel voor de vertegenwoordigingsbevoegdheid gelden; 7° een document waaruit blijkt dat de aanvrager van een licentie gerechtigd is de aanvraag te ondertekenen;8° de regelingen voor externe aansprakelijkheid van betrokkenen bij de aanvrager van een licentie, zoals aandeelhouders en bestuurders, voor daden van de aanvrager van een licentie, en ook bijzondere afspraken tussen de aandeelhouders;9° een bedrijfsplan waarin de voorgenomen activiteiten voor het televisieomroepnetwerk zo volledig mogelijk staan beschreven. A.2 Eigendomsverhoudingen 1° beschrijving van de grootte van het aandelenkapitaal, de samenstelling in soorten aandelen, zoals gewone, preferente, converteerbare of prioriteitsaandelen, en de verdeling over de aandeelhouders;2° beschrijving van de zeggenschapsverhoudingen en van alle overeenkomsten die die verhoudingen beïnvloeden. A.3 Overeenkomsten met derden Alle bestaande en voorgenomen strategische overeenkomsten met derden worden genoemd en beschreven, met name de overeenkomst met dienstenverdelers en omroepen.
A.4. Schriftelijke verklaringen over de juistheid van de gegevens 1° de informatie over de aanvrager van een licentie wordt vergezeld van schriftelijke verklaringen over de juistheid en de volledigheid van de door de aanvrager van een licentie bezorgde gegevens, vermeld in rubriek A.1, A.2 en A.3, die zijn verstrekt door een onafhankelijke advocaat; 2° uit de schriftelijke verklaringen, vermeld in punt 1°, blijkt ook dat: a) de aanvrager van een licentie niet in staat van faillissement verkeert, en dat evenmin een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager van een licentie is ingediend;b) ten aanzien van de aanvrager van een licentie geen staking van betaling is aangevraagd, en dat aan de aanvrager van een licentie evenmin staking van betaling is verleend;c) geen beslag is gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager van een licentie. B. Financiële positie van de aanvrager van een licentie Een overzicht van de financiële middelen en een beschrijving waaruit blijkt dat de aanvrager van een licentie over de middelen beschikt om de frequenties in gebruik te nemen en een netwerk uit te bouwen.
C. Kennis en ervaring Een beschrijving van de kennis en ervaring van de werknemers, die relevant is bij de beoordeling van de kennis en ervaring van de aanvrager van een licentie (bijvoorbeeld via curricula).
D. Technische middelen/technisch plan 1° een algemene beschrijving van de technische middelen die de aanvrager van een licentie in staat stellen een infrastructuur aan te leggen, in stand te houden en te exploiteren, bijvoorbeeld het uitbouwen van een netwerk via het aantal te bouwen masten;2° een beschrijving van de voorgestelde technische karakteristieken van de frequentieassignaties die voortkomen uit de allotments.Die omvatten onder meer per frequentieassignatie de geografische coördinaten van de opstellingsplaatsen van de antenne (lengte en breedte in graden, minuten en seconden), de hoogte van het middelpunt van de nuttige stralingselementen van de antenne boven de begane grond op de opstellingsplaats, het stralingsdiagram van de antenne, de waarde van het beoogde maximaal effectief uitgestraalde vermogen en het geplande effectief uitgestraalde vermogen in de verschillende richtingen per 10° in geval van een directioneel antennepatroon, de polarisatie en ook alle andere nuttige informatie in het kader van een mogelijke internationale coördinatie. Die voorgestelde technische karakteristieken worden bezorgd in het gangbare formaat dat wordt gebruikt voor internationale coördinaties in het kader van het Akkoord van Genève 2006, namelijk de "Regional Radiocommunication Conference 2006 for planning of the digital terrestrial broadcasting service in parts of Regions 1 and 3, in the frequency bands 174-230 MHz and 470-862 MHz (RRC-06)"; 3° het deel of de delen van de theoretisch beoogde gebieden van de frequentiekanalen die bediend zullen worden voor vaste dakontvangst, draagbare buitenhuisontvangst en draagbare binnenhuisontvangst, met vermelding van de percentages van plaats en tijd, en de gebruikte relevante technische parameters, en ook een schatting van de bereikte bevolking;4° het tijdsplan waarin gebieden, vermeld in punt 3°, zullen worden bediend voor vaste dakontvangst, draagbare buitenhuisontvangst en draagbare binnenhuisontvangst, en de eventuele ontwikkeling daarvan in de tijd, met inbegrip van een tijdstabel van de voorgestelde indienststelling van de verschillende geplande zendinstallaties;5° de geplande modulatie en bijbehorende parameters (systeemvariant), de geplande digitale capaciteit, het geplande aantal omroepprogramma's en de kwaliteit van de uitzendingen per frequentieblok of frequentiekanaal. E. Andere nuttige informatie (vrij in te vullen) Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering over de voorwaarden en procedure om een licentie om een televisieomroepnetwerk aan te bieden en de bijbehorende zendvergunningen te verkrijgen.
Brussel, 25 september 2026.
De minister-president van de Vlaamse Regering, M. DIEPENDAELE De Vlaamse minister van Brussel en Media, C. VAN ACHTER