Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 08 juni 1999
gepubliceerd op 25 november 1999

Besluit van de Vlaamse regering betreffende het tijdelijk project voor de informatisering van het lager en het secundair onderwijs

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
1999036393
pub.
25/11/1999
prom.
08/06/1999
ELI
eli/besluit/1999/06/08/1999036393/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

8 JUNI 1999. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende het tijdelijk project voor de informatisering van het lager en het secundair onderwijs (PC/KDR)


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, inzonderheid op de artikelen 169 en 170;

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, inzonderheid op artikel 46, § 1, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998;

Gelet op het decreet van 19 december 1998 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999;

Gelet op het decreet van 18 mei 1999 houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 2 april 1999;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 31 mei 1999, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de scholen in de gelegenheid dienen te worden gesteld om tijdig de uitbetaling van de subsidies in hun planning voor het schooljaar 1999-2000 op te nemen;

Overwegende dat de scholen de subsidies bij de aanvang van het nieuwe schooljaar 1999-2000 dienen te ontvangen;

Overwegende dat een vertraging in de beslissingsprocedure de volledige uitvoering van het PC/KD-programma aan de scholen in het gedrang brengt;

Op voorstel van de minister-president van de Vlaamse regering en de Vlaamse minister van Buitenlands beleid, Europese aangelegenheden, Wetenschap en Technologie;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder : 1° scholen : de scholen van het gewoon en buitengewoon lager onderwijs, het gewoon en buitengewoon voltijds secundair onderwijs en de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, gefinancieerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap (met inbegrip van de ziekenhuisscholen en de afdelingen secundair onderwijs ervan);2° ziekenhuisschool : school voor buitengewoon basisonderwijs van type 5, verbonden aan een ziekenhuis waar kinderen om ernstige medische redenen opgenomen worden;3° afdeling secundair onderwijs van een ziekenhuisschool : afdeling secundair onderwijs, verbonden aan een ziekenhuisschool;4° leerlingen : het aantal regelmatige leerlingen van het lager onderwijs op de eerste schooldag van februari 1999 en van het secundair onderwijs op de eerste lesdag van februari 1999.

Art. 2.Dit project beoogt de integratie van de moderne informatie- en communicatietechnologie in het leerproces van de leerlingen uit het lager en secundair onderwijs. Via het project worden financiële middelen ter beschikking gesteld aan de scholen om zich uit te rusten met moderne computertechnologie en educatieve software en om hun leerkrachten met die nieuwe technologieën vertrouwd te maken. Dit project is tijdelijk van aard en heeft betrekking op het schooljaar 1999-2000. Voor het lager onderwijs betreft het de verlenging met één jaar van het vorige tijdelijke project. Voor het secundair onderwijs betreft het een nieuw tijdelijk project.

Art. 3.§ 1. Alle scholen kunnen deelnemen aan het project. § 2. Scholen die geen aanspraak wensen te maken op de middelen, genoemd in artikel 2, delen dat schriftelijk mee aan het departement Onderwijs.

Art. 4.Ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999, programma 71.1 (algemeen wetenschapsbeleid), basisallocatie 60.01 (sudsidies in verband met de informatiemaatschappij), worden binnen de beschikbare kredieten volgende extramiddelen toegekend : - aan de scholen van het lager onderwijs : maximaal 825 F per leerling, - aan de scholen van het secundair onderwijs : maximaal 1 500 F per leerling, - aan de ziekenhuisscholen : een forfaitair bedrag van 65 000 F, - aan de afdelingen secundair onderwijs van de ziekenhuisscholen : een forfaitair bedrag van 65 000 F, De betaling gebeurt in één schijf eind augustus 1999.

Art. 5.§ 1. De extramiddelen, genoemd in artikel 4, kunnen aangewend worden voor nascholing van de leerkrachten in informatie- en communicatietechnologie, voor de aankoop of huur van hard- en softwareproducten en randapparatuur, en voor de vergoeding van providerkosten. § 2. De extramiddelen, genoemd in artikel 4, zijn bestemd voor het schooljaar 1999-2000, met de mogelijkheid om een gedeelte van de middelen over te dragen naar het daaropvolgende schooljaar. Ze kunnen niet worden gebruikt ter vergoeding van eerder gemaakte kosten voor wat het secundair onderwijs betreft, of van kosten gemaakt vóór het schooljaar 1998-1999 voor wat het lager onderwijs betreft. § 3. De aangekochte uitrusting moet worden aangewend in het leerproces en mag niet worden gebruikt voor de ondersteuning van de schooladministratie. Alleen voor aangekochte netwerkinfrastructuur kan een gedeeld gebruik ten behoeve van de administratie van de school worden toegestaan op voorwaarde dat er hierdoor geen bijkomende kosten zijn binnen het PC/KDR-project en het gebruik door de administratie niet ten koste gaat van de capaciteit en performantie die nuttig zouden kunnen worden aangewend voor de pc's voor de leerlingen.

Art. 6.Het tijdelijk project wordt administratief en financieel beheerd door het departement Onderwijs, conform het ministerieel besluit van 9 juni 1999 betreffende de delegatie van sommige bevoegdheden inzake technologie en innovatie aan de secretaris-generaal van het departement Onderwijs.

Art. 7.De scholen rapporteren over de aanwending van de extramiddelen, genoemd in artikel 4, uiterlijk 30 september 2000 aan de administratie Wetenschap en Innovatie.

Art. 8.§ 1. In het gemeenschapsonderwijs zijn de regeringscommissaris, en in het gesubsidieerd onderwijs de daartoe gemachtigde ambtenaren van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap belast met de controle op de aanwending van de extramiddelen. De scholen stellen alle documenten te hunner beschikking. § 2. Als uit controle blijkt dat de extramiddelen, genoemd in artikel 4, niet werden aangewend zoals omschreven in artikel 5, dan moet het bestuur van de school in kwestie die extramiddelen onmiddellijk terugbetalen.

Art. 9.Dit besluit treedt in werking op 8 juni 1999.

Art. 10.De Vlaamse minister, bevoegd voor het wetenschaps- en technologiebeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 8 juni 1999.

De minister-president van de Vlaamse regering en de Vlaamse minister van Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie, L. VAN DEN BRANDE

^