Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 07 juli 1998
gepubliceerd op 15 oktober 1998

Besluit van de Vlaamse regering betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de visserij- en aquicultuursector

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
1998036099
pub.
15/10/1998
prom.
07/07/1998
ELI
eli/besluit/1998/07/07/1998036099/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

7 JULI 1998. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de visserij- en aquicultuursector


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 13 mei 1997 waarbij een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij en aquicultuursector (FIVA) wordt opgericht inzonderheid op de artikelen 5, 6 en 7;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 7 juli 1998 houdende vaststelling van de regelen tot de werking en het beheer van het Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 9 juli 1997;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, gegeven op 22 juli 1997;

Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering, op 23 juli 1997, betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een maand;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 17 maart 1998, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, K.M.O, Landbouw en Media en de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid;

Na beraadslaging, HOOFDSTUK I. - Algemene begrippen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1. Reder : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een visserijbedrijf uitbaat en die activiteit in hoofdberoep uitoefent.2. Viskweker : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een viskweekbedrijf uitbaat en die activiteiten in hoofdberoep uitoefent.

Art. 2.De natuurlijke persoon, reder of viskweker in hoofdberoep is de natuurlijke persoon die zelf een visserijbedrijf of een viskweekbedrijf uitbaat, uit zijn bedrijf een inkomen verwerft dat 50 % of meer bedraagt van zijn globaal inkomen en die aan werkzaamheden buiten het bedrijf minder dan 50 % van zijn totale arbeidsduur besteedt.

Art. 3.De rechtspersoon, reder of viskweker in hoofdberoep is de rechtspersoon waarvan het maatschappelijk doel bestaat in de uitbating van een visserijbedrijf of een viskweekbedrijf, die hoofdzakelijk de door het bedrijf voortgebrachte produkten verhandelt, en die opgericht is onder een der vormen bedoeld bij het Wetboek van koophandel, boek I, titel IX, sectie I, artikel 2, en de volgende voorwaarden vervult : a) opgericht zijn voor onbepaalde duur of voor een duur van ten minste 20 jaar;b) de aandelen of de deelbewijzen van de vennootschap moeten op naam zijn;c) de zaakvoerders, de bestuurders of de afgevaardigde bestuurders moeten onder de fysische personen-vennoten worden aangewezen;d) één van de zaakvoerders, bestuurders of afgevaardigde bestuurders van de vennootschap moet ten minste 50 % van zijn tijd besteden aan visserij- en/of viskweekwerkzaamheden in de vennootschap en ten minste 50 % van zijn globaal inkomen uit die activiteiten halen;die zaakvoerder, bestuurder of afgevaardigde bestuurder wordt hierna de "werkende vennoot-bedrijfsleider" genoemd; e) de aandelen of de deelbewijzen van de vennootschap moeten voor een minimum-percentage toebehoren aan de werkende vennoten-bedrijfsleiders. De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw bepaalt het minimum-percentage van de aandelen toe te behoren aan de werkende vennoten-bedrijfsleiders.

Art. 4.Om voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking te komen moet de natuurlijke persoon, reder of viskweker of één van de werkende vennoten-bedrijfsleiders van een rechtspersoon, reder of viskweker, over een voldoende vakbekwaamheid beschikken, hetgeen wordt aangetoond door een studiegetuigschrift en/of door een voldoende beroepservaring.

De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw bepaalt de studiegetuigschriften en de criteria van voldoende beroepservaring. HOOFDSTUK II. - Tegemoetkomingen bij de eerste vestiging van reders en viskwekers

Art. 5.De natuurlijke persoon die het bewijs aanbrengt dat hij een voldoende vakbekwaamheid voor eerste vestiging bezit zoals die door de Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw gedefinieerd is, en die de leeftijd van 40 jaar niet bereikt heeft op het ogenblik van de indiening van de aanvraag, of de rechtspersoon bedoeld in artikel 3, waarvan de werkende vennoot-bedrijfsleider, op het tijdstip waarop de rechtspersoon werd opgericht, een voldoende vakbekwaamheid voor eerste vestiging bezit zoals die door de Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw bepaald werd, en die op het ogenblik van de aanvraag de leeftijd van 40 jaar niet bereikt heeft, die zich het eerst vestigt als reder of viskweker in de zin van artikel 1, kan genieten van de volgende tegemoetkoming voor de lasten voortvloeiend uit de vestiging : 1° een financiële tegemoetkoming onder de vorm van een rentetoelage van maximaal 5 % of een gelijkwaardige kapitaalpremie voorzien bij het voormelde besluit van de Vlaamse regering van 7 juli 1998.In geval van een rentetoelage mag de rente die ten laste blijft van de begunstigde in geen geval minder dan 1 % bedragen. 2° de waarborg voorzien bij artikel 6 van het decreet van 13 mei 1997 houdende oprichting van een financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector; Gedurende een overgangsperiode van twee jaar, te rekenen vanaf het in werking treden van dit besluit, wordt de leeftijd in het eerste lid van dit artikel gesteld op 45 jaar.

De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw stelt de voorwaarden, de duur van de rentetoelage, de duur van de waarborg en eventueel de in aanmerking te nemen minimum- en maximumbedragen inzake eerste vestiging vast. Hij stelt de gevallen vast en de mate waarin het equivalent van de financiële tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk onder de vorm van uitgestelde aflossingen mag toegekend worden.

Art. 6.Wanneer een reder of viskweker niet kan genieten van de steun voorzien in art. 5, hetzij omdat hij ouder is dan 40 jaar, hetzij omdat hij reeds meer dan 2 jaar gevestigd is als reder of viskweker, kan hij genieten van volgende tegemoetkoming : 1° een financiële tegemoetkoming onder de vorm van een rentetoelage van maximaal 3 % of een gelijkwaardige kapitaalpremie voorzien bij het voormelde besluit van de Vlaamse regering van 7 juli 1998.In geval van een rentetoelage mag de rente die ten laste blijft van de begunstigde in geen geval minder dan 1 % bedragen; 2° de waarborg voorzien bij artikel 6 van het decreet van 13 mei 1997 houdende oprichting van een financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector; Gedurende een overgangsperiode van twee jaar, te rekenen vanaf het in werking treden van dit besluit, wordt de leeftijd in het eerste lid van dit artikel gesteld op 45 jaar.

De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw stelt de voorwaarden, de duur van de rentetoelage, de duur van de waarborg en eventueel de in aanmerking te nemen minimum- en maximumbedragen inzake eerste vestiging vast. Hij stelt de gevallen vast en de mate waarin het equivalent van de financiële tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk onder de vorm van uitgestelde aflossingen mag toegekend worden.

Art. 7.De reder of viskweker die een tegemoetkoming bedoeld in artikel 5 of artikel 6 wenst te genieten dient daartoe een aanvraag in. Voor rentetoelage en desgevallend overheidswaarborg op een lening dient dit te gebeuren door een door het FIVA erkende kredietinstelling.

De aanvraag moet vergezeld zijn van een informatiefiche van het bedrijf tot opstellen van een bedrijfsplan op basis van een begroting van het arbeidsinkomen van de werkende vennoten-bedrijfsleiders.

Het bedrijfsplan moet de economische haalbaarheid van een eerste vestiging aantonen.

De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw stelt de wijze vast waarop het in dit artikel bedoelde bedrijfsplan en begroting van het arbeidsinkomen dienen opgesteld.

Er kan alleen waarborg verleend worden indien uit de begroting van het arbeidsinkomen blijkt dat het inkomen per werkende vennoot-bedrijfsleider ten minste 75 % bedraagt van het referentie-inkomen.

De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw stelt elk jaar het in aanmerking te nemen referentie-inkomen vast.

Indien er waarborg verleend wordt, verplicht de reder of viskweker er zich toe een bedrijfsboekhouding bij te houden overeenkomstig de bepalingen opgelegd door de Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw. HOOFDSTUK III. - Steun aan investeringen van reders en viskwekers

Art. 8.De natuurlijke persoon die het bewijs aanbrengt dat hij een voldoende vakbekwaamheid bezit zoals die door de Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw gedefinieerd is of de rechtspersoon bedoeld in artikel 3, waarvan de werkende vennoot-bedrijfsleider een voldoende vakbekwaamheid bezit zoals die door de Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw bepaald werd, kan voor de financiering van zijn investeringen genieten van volgende tegemoetkoming : 1° een financiële tegemoetkoming onder vorm van rentetoelage van maximaal 5 % of gelijkwaardige kapitaalpremie voorzien bij het voormelde besluit van de Vlaamse regering van 7 juli 1998.In geval van een rentetoelage mag de rente die ten laste blijft van de begunstigde in geen geval minder dan 1 % bedragen; 2° de waarborg voorzien bij artikel 6 van het decreet van 13 mei 1997 houdende oprichting van een financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector. De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw stelt de voorwaarden, de duur van de rentetoelage, de duur van de waarborg en eventueel de in aanmerking te nemen minimum- en maximuminvesteringen vast. Hij stelt de gevallen vast en de mate waarin het equivalent van de steun geheel of gedeeltelijk onder de vorm van uitgestelde aflossingen mag toegekend worden.

Art. 9.De reder of viskweker die een tegemoetkoming bedoeld in artikel 8 wenst te genieten dient daartoe een aanvraag in. Voor rentetoelage en desgevallend overheidswaarborg op een lening dient dit te gebeuren door een door het FIVA erkende kredietinstelling.

De aanvraag moet vergezeld zijn van een informatiefiche van het bedrijf tot opstellen van een bedrijfsplan op basis van een begroting van het arbeidsinkomen van de werkende vennoten-bedrijfsleiders.

Het bedrijfsplan moet de economische haalbaarheid van de investeringen aantonen.

De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw stelt de wijze vast waarop het in dit artikel bedoelde bedrijfsplan en begroting van het arbeidsinkomen dienen opgesteld.

Er kan alleen waarborg verleend worden indien uit de begroting van het arbeidsinkomen blijkt dat het inkomen per werkende vennoot-bedrijfsleider ten minste 75 % bedraagt van het referentie-inkomen.

De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw stelt elk jaar het in aanmerking te nemen referentie-inkomen vast.

Indien er waarborg verleend wordt, verplicht de reder of viskweker er zich toe een bedrijfsboekhouding bij te houden overeenkomstig de bepalingen opgelegd door de Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw. HOOFDSTUK IV. - Maatregelen ten gunste van de visserijbedrijven of viskweekbedrijven in financiële moeilijkheden

Art. 10.De reder of viskweker die het bewijs aanbrengt dat hij financiële moeilijkheden heeft die een gevolg zijn van natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen kan genieten van de volgende maatregelen : 1° een financiële tegemoetkoming onder de vorm van een verlenging van de rentetoelage en de waarborg op leningen die rceds van een rentetoelage en waarborg genieten en/of een gelijkwaardige kapitaalpremie;2° een financiële tegemoetkoming onder vorm van een rentetoelage op een overbruggingskrediet, voorzien bij het voormelde besluit van de Vlaamse regering van 7 juli 1998.De financiële tegemoetkoming bedraagt maximaal 5 % en de rente die ten laste blijft van de begunstigde mag niet minder dan 1 % bedragen; 3° de waarborg voorzien bij artikel 6 van het decreet van 13 mei 1997 houdende oprichting van een financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector. De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw bepaalt de modaliteiten voor de verlenging van de rentetoelage en de waarborg en/of de gelijkwaardige kapitaalpremie. Hij stelt de voorwaarden, de duur van de rentetoelage, de duur van de waarborg en het in aanmerking te nemen minimum- en maximumbedrag van het overbruggingskrediet vast. Hij stelt de gevallen vast en de mate waarin een periode van uitgestelde aflossingen mag toegekend worden.

Art. 11.De reder of viskweker die van de bij artikel 10 gestelde maatregelen wenst te genieten dient daartoe een aanvraag in. Voor rentetoelage en desgevallend overheidswaarborg op een lening dient dit te gebeuren door een door het FIVA erkende kredietinstelling. HOOFDSTUK V. - Financiële tegemoetkomingen voor visserij- of aquicultuurcoöperaties

Art. 12.De visserij- en/of aquicultuurcoöperatie die opgericht is overeenkomstig boek I, titel IX, sektie I, artikel 2 van het Wetboek van koophandel kan genieten van een tegemoetkoming indien zij aan de volgende voorwaarden voldoet : a) het voorwerp van de vennootschap moet in hoofdzaak verband houden met de visserij en/of aquicultuur, met name met de verwerking en afzet van visserijproducten en/of met de dienstverlening aan de reders en viskwekers;b) - de meerderheid van de vennoten moet de activiteit van reder en/of viskweker uitoefenen in hoofdberoep in de zin van lid 3 van dit artikel; of - minstens 50 % van de stemgerechtigde aandelen moet in handen zijn van reders, viskwekers en/of van één of meerdere visserij- en/of aquicultuurcoöperaties die voldoen aan de bepalingen van dit besluit; c) de vennootschap mag de toetreding of de uitsluiting van vennoten slechts weigeren, onderscheidenlijk uitspreken, als de betrokkenen niet of niet langer aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen of daden verrichten die met de belangen van de vennootschap strijdig zijn;d) de statuten moeten voorzien dat ieder vennoot op de algemene vergaderingen over minstens één stem beschikt en dat, in het geval van meerdere stemmen per vennoot, het aantal stemmen waarover een vennoot beschikt, beperkt wordt tot ten hoogste één tiende van de op de algemene vergadering aan de vertegenwoordigde deelbewijzen verbonden stemmen;e) het jaarlijks dividend mag 7 % van het gestort bedrag der aandelen niet overschrijden;f) de Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw kan steeds, ten einde de vertegenwoordiging van de reders en viskwekers en van de jongeren in het bijzonder te verzekeren, bijkomende voorwaarden opleggen betreffende de samenstelling van de Raad van Bestuur; De visserij- en/of aquicultuurcoöperatie waarvan de meerderheid van de stemgerechtigde aandelen in het bezit is van één of meerdere andere coöperatieve vennootschappen moet bovengenoemde voorwaarden c en d niet vervullen indien deze coöperatieve vennootschappen zelf voldoen aan de voorwaarden van voorliggend besluit.

De tegemoetkomingen betreffen : 1° een financiële tegemoetkoming onder vorm van een rentetoelage van maximaal 5 % of een gelijkwaardige kapitaalpremie voorzien bij het voormelde besluit van de Vlaamse regering van 7 juli 1998.In geval van een rentetoelage mag de rente die ten laste blijft van de begunstigde in geen geval minder dan 1 % bedragen. 2° de waarborg voorzien bij het artikel 6 van het decreet 13 mei 1997 houdende oprichting van een financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij en aquicultuursector. De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw stelt de voorwaarden, de duur van de rentetoelage, de duur van de waarborg en eventueel de in aanmerking te nemen minimum- en maximumbedragen inzake investeringen en prestaties vast. Hij stelt de gevallen vast en de mate waarin het equivalent van de steun geheel of gedeeltelijk onder de vorm van uitgestelde aflossingen mag toegekend worden.

Art. 13.De visserij- en/of aquicultuurcoöperatie die van de bij artikel 12 voorziene tegemoetkoming wenst te genieten dient daartoe een aanvraag in. Voor rentetoelage en desgevallend overheidswaarborg op een lening dient dit te gebeuren door een door het FIVA erkende kredietinstelling.

De aanvraag moet vergezeld zijn van een informatiefiche van het bedrijf tot opstellen van een bedrijfsplan op basis van een previsionele resultatenrekening.

Het bedrijfsplan moet de economische haalbaarheid van de investeringen en de geleverde dienstverlening aantonen.

Er kan alleen waarborg verleend worden indien uit de previsionele resultatenrekening blijkt dat middels de beoogde verrichtingen de coöperatie rendabel zal zijn. HOOFDSTUK VI. - Algemene bepalingen en slotbepalingen

Art. 14.De artikelen 55 tot 58 van de wetten op de rijkscomptabiliteit zijn mede van toepassing op de steun bedoeld in hoofdstukken II, III, IV en V van dit besluit.

Art. 15.De in dit besluit bedoelde tussenkomsten kunnen worden geweigerd aan de aanvragers die een verklaring hebben gedaan welke na onderzoek geheel of gedeeltelijk vals is bevonden.

Art. 16.De reder of viskweker die wenst te genieten van de voorziene tegemoetkoming dient zich ertoe te verbinden geen andere tegemoetkoming aan te vragen of aangevraagd te hebben onder welke vorm ook voor de verrichtingen beoogd bij hoofdstukken II en III van dit besluit, die voor gevolg zou hebben dat het niveau van de steun bepaald bij artikel 16, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3699/93 van de Raad van 23 december 1993 tot vaststelling van de criteria en voorwaarden voor de structurele bijstand van de Gemeenschap in de sector visserij, aquicultuur en verwerking van afzet van de productie ervan, overschreden wordt.

Art. 17.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997.

Art. 18.De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 7 juli 1998.

De Minister-President van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, Mevr. W. DE MEESTER-DE MEYER De Vlaamse minister van Economie, K.M.O., Landbouw en Media, E. VAN ROMPUY

^