Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 04 september 2026
gepubliceerd op 07 oktober 2026

Besluit van de Vlaamse Regering over de handhaving van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang

bron
vlaamse overheid
numac
2026007054
pub.
07/10/2026
prom.
04/09/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

4 SEPTEMBER 2026. - Besluit van de Vlaamse Regering over de handhaving van het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang


Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993; - het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang, artikel 20 en 21, eerste lid, vervangen bij het decreet van 5 juni 2026, en artikel 21, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 5 juni 2026; - het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, artikel 2, 3° en 15°, artikel 8, § 1, tweede lid, en § 2, eerste lid, 1°, artikel 8, § 2, eerste lid, 5°, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2024 pub. 17/06/2024 numac 2024005643 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 sluiten, artikel 8, § 2, tweede lid, artikel 8, § 3, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2025, artikel 22, § 1, eerste lid, artikel 62, § 1, eerste lid, 1°, artikel 71, § 1, tweede lid, gewijzigd bij het decreet van 5 juni 2026, artikel 72, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 5 juni 2026, en derde lid, artikel 73, eerste lid, en artikel 76. - het decreet van 5 juni 2026 tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de tweede algemene implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, artikel 4.

Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 4 februari 2026. - De Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media heeft advies gegeven op 13 april 2026. - De Raad voor het behoud van het roerend cultureel erfgoed heeft advies gegeven op 1 april 2026. - De Raad van State heeft advies 79.511/3 gegeven op 6 juli 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Initiatiefnemers Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk en de Vlaamse minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen.

Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° administratie: de administratie van de diensten van de Vlaamse Regering, bevoegd voor het roerend cultureel erfgoed;2° decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten: het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang.

Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de handhaving van het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten.

HOOFDSTUK 2. - Toezicht en opsporing Afdeling 1. - Aanstelling van de toezichthouders en officieren van

gerechtelijke politie-hulpofficieren van de procureur des Konings

Art. 3.De leidend ambtenaar van de administratie kan ter uitvoering van artikel 8, § 2, eerste lid, 1°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 personeelsleden van de administratie aanstellen als toezichthouder.

Naast de personeelsleden, vermeld in het eerste lid, kunnen personen als vermeld in artikel 8, § 2, eerste lid, 5°, van het voormelde decreet, worden aangesteld als toezichthouder zonder bijkomende voorwaarden.

Art. 4.Toezichthouders die zijn aangesteld conform artikel 3, eerste lid, verkrijgen de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie-hulpofficier van de procureur des Konings, als de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, hen daarvoor aanwijst op voordracht van de administratie.

Toezichthouders die zijn aangesteld conform artikel 3, verkrijgen de hoedanigheid van toezichthouder, vermeld in artikel 22, § 1, eerste lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, als de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, hen daarvoor aanwijst op voordracht van de entiteit of instantie die hen als toezichthouder heeft aangesteld. Afdeling 2. - Opleiding


Art. 5.§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder agentschap: het Agentschap Justitie en Handhaving dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Justitie en Handhaving". § 2. Personen kunnen alleen worden aangewezen als toezichthouder als ze een opleiding hebben gevolgd die al de volgende modules omvat: 1° het proportionele gebruik van de bevoegdheden voor het toezicht en de opsporing, vermeld in hoofdstuk 2 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023;2° processen-verbaal en verslagen van vaststelling opstellen;3° communicatievaardigheden en conflictbeheersing;4° verdachten en getuigen verhoren;5° het gebruik van de bevoegdheid om beveiligingsmaatregelen op te leggen, vermeld in hoofdstuk 5 van het voormelde decreet. § 3. De modules, vermeld in paragraaf 2, worden aangeboden door instellingen die de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, daarvoor heeft erkend. § 4. Toezichthouders kunnen alleen worden bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie-hulpofficier van de procureur des Konings als ze een opleiding hebben gevolgd over het gebruik van de specifieke bevoegdheden die verbonden zijn aan die hoedanigheid, die wordt aangeboden door instellingen die de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, daarvoor heeft erkend. § 5. Met het oog op hun erkenning richten de instellingen, vermeld in paragraaf 3 en 4, een aanvraag tot de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, waarin ze aantonen dat al de volgende erkenningsvoorwaarden zijn vervuld: 1° ze beschikken over gekwalificeerde medewerkers die beschikken over het vereiste diploma of de vereiste ervaring;2° ze beschikken over de nodige lokalen en materiële uitrusting;3° ze beschikken over leerplannen die een adequate invulling geven aan de leerdoelen van de modules, vermeld in paragraaf 2, en, in voorkomend geval, aan de opleiding, vermeld in paragraaf 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.

De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan de erkenning van de instellingen, vermeld in paragraaf 3 en 4, opheffen als de instelling in kwestie niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid.

De besluiten van de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, over de erkenning of opheffing van de erkenning van de instellingen, vermeld in paragraaf 3 en 4, worden bekendgemaakt op de website van het agentschap.

Wijzigingen van de leerplannen, vermeld in het eerste lid, 3°, voor de modules, vermeld in paragraaf 2, en de opleiding, vermeld in paragraaf 4, worden ter goedkeuring voorgelegd aan het agentschap. § 6. De instelling die de opleiding of de modules, vermeld in paragraaf 2 en 4, heeft verstrekt, verleent een attest als bewijs dat de opleidingen of modules zijn gevolgd. § 7. De opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 2 en 4, worden van toepassing een jaar nadat een of meer instellingen erkend zijn conform paragraaf 3 en 4.

De opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 2 en 4, gelden niet voor de personeelsleden van het operationele kader van de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992.

De opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 2 en 4, gelden niet voor de aanwijzing als toezichthouder van personen als vermeld in artikel 107, eerste en tweede lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 of voor de personen die vanaf 1 januari 2028 zijn aangesteld voordat de opleidingsvereisten van toepassing werden. Die personen volgen niettemin de modules en de opleidingen, vermeld in dit artikel, waarvoor ze worden opgeroepen door het agentschap. § 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan opleidingen, die zijn georganiseerd vóór de opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 2 en 4, van toepassing waren, gelijkstellen met alle of bepaalde opleidingen of modules, vermeld in paragraaf 2 en 4.

De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kan een lijst bepalen met gelijkwaardige diploma's en getuigschriften, waarvan de houders vrijgesteld zijn van alle of bepaalde opleidingen of modules, vermeld in paragraaf 2 en 4. § 9. In afwijking van paragraaf 2 en met behoud van de toepassing van paragraaf 7 kunnen personen die over de nodige kennis en eigenschappen beschikken, maar de vereiste opleiding nog niet hebben gevolgd, worden aangesteld als toezichthouder voor een niet-verlengbare termijn van vijf jaar. § 10. Toezichthouders, met inbegrip van de toezichthouders, vermeld in artikel 107, eerste lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, volgen bijscholing voor de onderwerpen van de modules, vermeld in paragraaf 2, als ze daarvoor worden opgeroepen door het agentschap.

Het eerste lid is niet van toepassing op de personeelsleden van het operationele kader van de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992.

HOOFDSTUK 3. - Beboetingsinstantie

Art. 6.De leidend ambtenaar van de administratie wijst personeelsleden van de administratie aan die optreden als beboetingsinstantie als vermeld in artikel 21, tweede lid, van het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten.

HOOFDSTUK 4. - Herstel Afdeling 1. - Herstelinstanties


Art. 7.De leidend ambtenaar van de administratie wijst personeelsleden van de administratie aan die optreden als herstelinstantie als vermeld in artikel 21, eerste lid, van het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten. Afdeling 2. - Herstelschikkingen


Art. 8.Als de financiële tegenwaarde van de publieke schade, vermeld in artikel 2, 24°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die niet feitelijk hersteld is conform artikel 48, § 2, van het voormelde decreet, een begroot bedrag van 500.000 euro niet overstijgt, wordt de herstelschikking gesloten met de personeelsleden die de leidend ambtenaar aanwijst, vermeld in artikel 7 van dit besluit, en bekrachtigd door de leidend ambtenaar van de administratie.

Als de financiële tegenwaarde van de publieke schade, vermeld in artikel 2, 24°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die niet feitelijk hersteld is conform artikel 48, § 2, van het voormelde decreet, een begroot bedrag van 500.000 euro overstijgt, wordt de herstelschikking gesloten met de personeelsleden die de leidend ambtenaar aanwijst, vermeld in artikel 7 van dit besluit, en bekrachtigd door de Vlaamse minister, bevoegd voor de cultuur, of door de gemachtigde van de minister. Afdeling 3. - Bewijsstukken en kosten bij herstelmelding


Art. 9.De melding van uitvoering van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen conform artikel 72, eerste lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, wordt gestaafd met de nodige stukken en bewijselementen. De Vlaamse minister, bevoegd voor de cultuur, kan de nadere regels bepalen over de wijze van indiening en de vorm en minimale inhoud van de stukken en bewijselementen.

Art. 10.De kosten gemaakt door de herstelinstantie voor de controles, vermeld in artikel 72, tweede lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die betrekking hebben op herstelmaatregelen, kunnen, met uitzondering van de eerste controle, worden verhaald op de melder en eventuele andere herstelplichtigen.

HOOFDSTUK 5. - Nadere regels voor de bewaring en teruggave van meegevoerde zaken

Art. 11.§ 1. Als zaken op grond van de bevoegdheid, vermeld in artikel 71, § 1, tweede lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, worden meegevoerd en opgeslagen, meldt de gerechtsdeurwaarder, de toezichthouder of de herstelinstantie, vermeld in artikel 21, eerste lid, van het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten, dat in een verslag van bewaring. Een afschrift van het verslag van bewaring wordt verstrekt aan degene die de zaken onder beheer had en, als dat een andere persoon dan de rechthebbende is en als de rechthebbende bekend is, aan de rechthebbende.

Het verslag van bewaring, vermeld in het eerste lid, vermeldt de voorwaarden en termijnen waaronder de meegevoerde zaken overeenkomstig paragraaf 3 kunnen worden verkocht, om niet worden overgedragen of worden vernietigd indien zij niet tijdig worden opgeëist. § 2. De gerechtsdeurwaarder, de toezichthouder of de herstelinstantie, vermeld in artikel 21, eerste lid, van het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten, zorgt voor de bewaring van de opgeslagen zaken en geeft die zaken terug aan de rechthebbende.

De gerechtsdeurwaarder, de toezichthouder of de herstelinstantie, vermeld in het eerste lid, is bevoegd om de afgifte op te schorten tot de kosten die verbonden zijn aan de ambtshalve uitvoering van de bestuurlijke herstel- of beveiligingsbeslissing, met inbegrip van de kosten voor de voorbereiding ervan, en de kosten van bewaring, zijn voldaan. Als geen van de rechthebbenden als herstelplichtige overtreder of een houder van rechten als vermeld in artikel 71, § 2, tweede lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, kan worden beschouwd, kan de afgifte alleen afhankelijk worden gesteld van de betaling van de kosten van bewaring. § 3. Als de meegevoerde en opgeslagen zaken niet binnen negentig dagen nadat ze zijn meegevoerd, worden opgeëist door de rechthebbende, is de gerechtsdeurwaarder, de toezichthouder of de herstelinstantie, vermeld in artikel 21, eerste lid, van het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten, gerechtigd ze te verkopen of, als verkoop niet mogelijk is, de zaken om niet aan een derde in eigendom over te dragen of te laten vernietigen.

De termijn van negentig dagen, vermeld in het eerste lid, wordt niet afgewacht als de kosten van bewaring, vermeerderd met de kosten die geraamd zijn voor de verkoop, de eigendomsoverdracht om niet of de vernietiging in verhouding tot de waarde van de zaak kennelijk onevenredig hoog worden.

In voorkomend geval worden redelijke inspanningen geleverd om de rechthebbende te identificeren en tijdig op de hoogte te brengen van de voorgenomen eigendomsoverdracht of vernietiging.

Verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging kan niet plaatsvinden binnen veertien dagen nadat het afschrift van het verslag van bewaring is verstrekt conform paragraaf 1, tenzij het zaken betreft die gevaarlijk zijn of die onderhevig zijn aan bederf.

HOOFDSTUK 6. - De toebedeling van handhavingsopbrengsten

Art. 12.De handhavingsopbrengsten, vermeld in artikel 73 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die toekomen aan de administratie, worden bezorgd aan en beheerd door het Topstukkenfonds, vermeld in artikel 19 en 19bis van het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten.

HOOFDSTUK 7. - Beleidslijnen

Art. 13.De Vlaamse minister, bevoegd voor de cultuur, en de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, kunnen, elk wat de eigen bevoegdheden betreft, de algemene beleidslijnen, vermeld in artikel 76, eerste lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, vaststellen bij ministerieel besluit als ze alleen betrekking hebben op de gewenste toepassing of de voorgenomen interpretatie van de regels voor de handhaving van het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten.

HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen

Art. 14.In het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 06/02/2004 numac 2004035147 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering ter uitvoering van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten ter uitvoering van het decreet van 24 januari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/01/2003 pub. 14/03/2003 numac 2003035282 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang sluiten houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 september 2015 en 30 juni 2023, wordt hoofdstuk X, dat bestaat uit artikel 56, opgeheven.

Art. 15.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2028.

Art. 16.De Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de cultuur, zijn, ieder wat de eigen bevoegdheden betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 4 september 2026.

De minister-president van de Vlaamse Regering, M. DIEPENDAELE De Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk, Z. DEMIR De Vlaamse minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen, C. GENNEZ


^