Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Regering Van De Franse Gemeenschap van 05 juli 2017
gepubliceerd op 10 augustus 2017

Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot regeling van de nadere regels voor de toepassing van het decreet van 30 juni 2016 betreffende het inclusief onderwijs voor sociale promotie

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2017020532
pub.
10/08/2017
prom.
05/07/2017
ELI
eli/besluit/2017/07/05/2017020532/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

5 JULI 2017. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot regeling van de nadere regels voor de toepassing van het decreet van 30 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2016 pub. 26/10/2016 numac 2016029497 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het inclusief onderwijs voor sociale promotie sluiten betreffende het inclusief onderwijs voor sociale promotie


De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;

Gelet op het decreet van 30 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2016 pub. 26/10/2016 numac 2016029497 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het inclusief onderwijs voor sociale promotie sluiten betreffende het inclusief onderwijs voor sociale promotie;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 13 december 2016;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 16 januari 2017;

Gelet op het advies van de ARES (Académie de Recherche et d'Enseignement supérieur), gegeven op 7 februari 2017;

Gelet op het protocol van 6 februari 2017 van het Comité van sector IX en van het Comité van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, afdeling II, die gezamenlijk zetelen;

Gelet op het onderhandelingsprotocol van 6 februari 2017 binnen het Onderhandelingscomité tussen de Regering van de Franse Gemeenschap en de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten van het Onderwijs en de gesubsidieerde PMS-centra erkend door de Regering;

Gelet op de "gendertest" van 13 februari 2017;

Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 10 mei 2017Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 10/05/2017 pub. 26/06/2017 numac 2017030381 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot instelling van het model van gendertest ter uitvoering van de artikelen 4 en 6 van het decreet van 7 januari 2016 houdende integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen van de Franse Gemeenschap type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 10/05/2017 pub. 20/06/2017 numac 2017030382 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot instelling van een methode voor de integratie van de genderdimensie in de begrotingscyclus ter uitvoering van de artikelen 4 en 7 van het decreet van 7 januari 2016 houdende integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen van de Franse Gemeenschap sluiten tot instelling van het model van gendertest ter uitvoering van de artikelen 4 en 6 van het decreet van 7 januari 2016 houdende integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen van de Franse Gemeenschap;

Gelet op het advies nr. 61.479/2 van de Raad van State, gegeven op 7 juni 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van de Minister van Onderwijs voor sociale promotie, Jeugd, Vrouwenrechten en Gelijke Kansen;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In de zin van dit besluit dient verstaan te worden onder: 1° "De Minister": de Minister bevoegd voor het onderwijs voor sociale promotie;2° "Het decreet": het decreet van 30 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2016 pub. 26/10/2016 numac 2016029497 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het inclusief onderwijs voor sociale promotie sluiten betreffende het inclusief onderwijs voor sociale promotie;3° "Redelijke aanpassingen": de passende maatregelen zoals bedoeld bij artikel 1, 5°, van het decreet;4° "de aanvraag om redelijke aanpassingen": de aanvraag bedoeld bij artikel 5, eerste lid, 4°, van het decreet;5° "de student met een handicap": de student bedoeld bij artikel 1, 3°, van het decreet;6° " de referentiepersoon": de persoon bedoeld bij artikel 1, 4°, van het decreet;7° "verslag": het verslag bedoeld in artikel 5, eerste lid, 4° en in artikel 10 van het decreet;8° "de Commissie": de Commissie voor het inclusief onderwijs voor sociale promotie bedoeld bij artikel 11 van het decreet;9° "beroep": een beroep ingediend met toepassing van de artikelen 13 en 14 van het decreet door een student wanneer de aanvraag om redelijke aanpassingen het voorwerp uitmaakte van een gedeeltelijke of volledige ongunstige beslissing van de Studieraad of wanneer er geen antwoord is of communicatie binnen de termijn bepaald door de Regering vanwege de Studieraad;10° "de studieraad": de Raad zoals bepaald bij artikel 1, 6°, van het decreet;11° "werkdagen": zoals bepaald bij artikel 13 van het decreet. HOOFDSTUK II. - Bepalingen met toepassing van de artikelen 2, 5, 6 en 10 van het decreet

Art. 2.De aanvraag om redelijke aanpassingen, het verslag van de referentiepersoon aan de Studieraad en het geanonimiseerd verslag worden overeenkomstig het model als bijlage opgesteld.

Art. 3.Naast de vermelding, zoals bedoeld bij artikel 2, tweede lid, van het decreet, van het recht om het opnemen van de specifieke behoeften in het huishoudelijk reglement aan te vragen, bepaalt dit reglement de nadere regels en de termijn voor de indiening van de aanvraag.

Art. 4.§ 1. De aanvraag om redelijke aanpassingen wordt aan de referentiepersoon overgezonden minstens tien werkdagen vóór de datum van de opening van de onderwijseenheid waarvoor ze aangevraagd worden.

Indien de student een aanvraag wenst in te dienen voor meerdere onderwijseenheden met verschillende openingsdatums, dan wordt de openingsdatum die in aanmerking wordt genomen de eerste in chronologische volgorde. § 2. De aanvraag wordt ingediend via deel A van het model bedoeld bij artikel 2. De aanvraag moet ingevuld, gedateerd en ondertekend worden door de student. De referentiepersoon handigt een afschrift van de aanvraag, dat gedateerd en ondertekend moet zijn voor ontvangst, aan de student over.

Indien nodig, vult de referentiepersoon de aanvraag met de student in als deze bij hem komt in het kader van de opdrachten opgesomd in artikel 5, eerste lid, 1° tot 4°, van het decreet. § 3. De referentiepersoon zendt het bovenvermelde deel A en deel B van het model bedoeld bij artikel 2, ingevuld, gedateerd en ondertekend, aan de Studieraad via zijn Voorzitter. Erbij voegt hij, desgevallend, de elementen bedoeld bij artikel 5, derde lid van het decreet.

Art. 5.De met redenen omklede beslissing van de studieraad wordt bij aangetekend schrijven met ontvangstbericht toegezonden ten laatste de tiende werkdag na de opening van de betrokken onderwijseenheid.

Indien het eerste tiende van de betrokken onderwijseenheid vóór het verstrijken van de tiende werkdag eindigt, wordt de met redenen omklede beslissing van de studieraad bij aangetekend schrijven met een ontvangstbericht ten laatste de dag vóór het einde van het eerste tiende gestuurd.

De beslissingen die betrekking hebben op meerdere onderwijseenheden met afzonderlijke openingsdatums worden bij aangetekend schrijven met een ontvangstbericht ten laatste de tiende werkdag na de eerste openingsdatum in chronologische volgorde, gestuurd. HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende de nadere regels voor de werking van de Commissie voor het inclusief onderwijs voor sociale promotie

Art. 6.§ 1. Ingeval de Voorzitter van de Commissie voor het inclusief onderwijs voor sociale promotie, hierna "de Commissie", afwezig is, neemt zijn plaatsvervanger het voorzitterschap van de vergaderingen waar. § 2. De vergaderingen vinden plaats op de zetel van de Algemene directie Niet-Verplicht Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek. § 3. De Minister bevoegd voor het onderwijs voor sociale promotie, stelt de persoon aan die belast wordt met het secretariaat van de Commissie. Het secretariaat van de Commissie wordt door een ambtenaar van rang 1 van de Directie Onderwijs voor sociale promotie of door een opdrachthouder waargenomen.

Art. 7.De werkende en plaatsvervangende leden bedoeld bij artikel 12, eerste lid, 5°, van het decreet, worden door de Minister aangesteld.

De mandaten bestrijken een hernieuwbare periode van vijf jaar.

Voor het net van de provincies, gemeenten en COCOF (CPEONS), het niet-confessionele vrije net (FELSI) en het confessionele vrije net (SEGEC), worden de leden bedoeld bij het eerste lid door de Minister benoemd, op de voordracht van de organen die de netten vertegenwoordigen.

Ingeval het lid zijn ontslag indient of zijn mandaat niet kan voleindigen, wordt voor zijn vervanging gezorgd. Het aldus benoemde lid voleindigt het mandaat van zijn voorganger.

Een lid wordt van ambtswege als ontslagnemend beschouwd als het de hoedanigheid waarvoor het benoemd werd, verliest.

Art. 8.De mandaten worden niet bezoldigd.

De leden van de Commissie bedoeld bij artikel 12, eerste lid, 5°, en tweede lid, van het decreet, hebben recht op de terugbetaling van hun verplaatsingskosten op de voorwaarden vastgesteld door de bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van de Besturen van de Franse Gemeenschap.

Art. 9.§ 1. De Commissie vergadert iedere keer dat de uitoefening van de opdrachten bedoeld bij artikel 11, tweede lid, 2°, van het decreet, het vereist.

Voor de opdrachten bepaald bij artikel 11, tweede lid, 1°, 3° en 4°, vergadert de Commissie een keer per maand. § 2. De secretaris roept, op aanvraag van de Voorzitter, de leden van de Commissie bijeen.

De oproepingsbrieven worden minstens tien werkdagen vóór het einde van de datum van de vergadering, elektronisch en langs de post gestuurd.

In geval van dringende omstandigheden, kan de termijn op twee werkdagen teruggebracht worden.

De oproepingsbrief bevat de agenda van de vergadering alsmede de documenten die noodzakelijk zijn voor de vergadering. § 3. De werkende leden die verhinderd zijn, zorgen ervoor dat ze vervangen zouden worden door hun respectieve plaatsvervanger.

Art. 10.De Commissie zetelt enkel geldig als drie derde van de leden bedoeld bij artikel 12, eerste lid, van het decreet, aanwezig is.

De Commissie neemt haar beslissingen en brengt haar adviezen met een consensus uit.

Bij gebrek aan een consensus, wordt er opnieuw gestemd. De adviezen en beslissingen worden dan bij volstrekte meerderheid van de stemmen van de leden bedoeld bij artikel 12, eerste lid, die aanwezig zijn, genomen. Bij staking van stemmen, beslist de stem van de Voorzitter.

Indien het vereiste quorum niet bereikt wordt, wordt een vergadering gehouden binnen de veertien dagen, op nieuwe bijeenroeping, met dezelfde agenda als deze van de vorige vergadering. Wat ook het aantal aanwezige leden bedoeld bij artikel 12, eerste lid ook is, wordt een beslissing of een advies geldig verleend.

Art. 11.§ 1. De leden van de Commissie en de secretaris nemen de geheimhouding van de beraadslagingen in acht. § 2. Het archief van de Commissie wordt op de zetel van de Algemene directie Niet-Verplicht Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek behouden. § 3. De notulen van de vergaderingen van de Commissie worden door de secretaris opgesteld. In de notulen worden de namen van de aanwezige leden opgenomen, erin worden ook de debatten beknopt beschreven en de beslissingen en adviezen uitgebracht door de Commissie vermeld.

Nochtans, wat betreft het onderzoek van de beroepen bedoeld bij artikel 13 van het decreet, worden enkel vermeld in de notulen de beslissingen en hun motivering.

Het evaluatieverslag bedoeld bij artikel 10 van het decreet wordt door de secretaris voorbereid en aan de goedkeuring van de Commissie voorgelegd. § 4. Er wordt een afschrift van de bijeenroepingen en van de notulen van de vergaderingen van de Commissie aan de plaatsvervangende leden meegedeeld. HOOFDSTUK IV. - Bepalingen inzake het onderzoek van de beroepen ingediend met toepassing van de artikelen 13 en 14 van het decreet

Art. 12.De student die bij de Commissie voor het inclusief onderwijs voor sociale promotie een beroep indient met toepassing van de artikelen 13 en 14 van het decreet, deelt aan de directie van de inrichting een afschrift mee van de aangetekende brief die aan de Commissie werd toegezonden, binnen de termijn bedoeld bij het betrokken artikel.

Art. 13.Wanneer een lid van de Commissie ofwel een personeelslid van een inrichting betrokken bij het beroep is ofwel de echtgenoot, een ouder of een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad van de verzoeker, kan het niet zetelen voor het onderzoek van genoemd beroep.

Art. 14.§ 1. De Commissie bericht ontvangst van het beroep aan de verzoeker en vraagt hem, desgevallend, de aanvullende informatie te bezorgen die noodzakelijk is om met alle kennis van zaken te beslissen.

De Commissie kan alle stukken vragen die de nodige belichting zou kunnen brengen op de werkzaamheden van de Commissie aan de inrichtende macht en/of aan het inrichtingshoofd en/of aan de Inspectiedienst van het onderwijs voor sociale promotie en van het afstandsonderwijs en/of aan het Bestuur. § 2. Zodra het beroep ontvangen wordt, bepaalt de Voorzitter van de Commissie de datum van de vergadering gedurende welke genoemd beroep zal worden onderzocht.

De leden van de Commissie, worden in de in artikel 9, § 2, bedoelde oproepingsbrief over de beroepsdossiers van de agenda van genoemde vergadering ingelicht alsook over de naam van de verzoeker, de naam van de inrichting en van haar inrichtende macht, de naam van het betrokken net en over het geheel van de elementen van het dossier. § 3. De Commissie beslist over de ontvankelijkheid en de relevantie van het beroep onder andere op basis van de informatie meegedeeld door het inrichtingshoofd of zijn afgevaardigde en/of de inrichtende macht en/of de inspectie van het onderwijs voor sociale promotie en/of het bestuur.

De Commissie kan ook elke persoon horen die ze nodig acht. Ze kan zich laten bijstaan door deskundigen die ze kiest.

Art. 15.De beslissingen worden door de Voorzitter en de secretaris ondertekend.

Van de beslissingen wordt kennis gegeven bij aangetekend schrijven met ontvangstbericht aan de verzoeker, en aan de betrokken inrichting, door de Voorzitter of diens afgevaardigde. HOOFDSTUK V. - Slotbepaling

Art. 16.De Minister bevoegd voor het onderwijs voor sociale promotie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 5 juli 2017.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Onderwijs voor sociale promotie, Jeugd, Vrouwenrechten en Gelijke Kansen, I. SIMONIS

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^