Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Regering Van De Franse Gemeenschap van 30 juni 1998
gepubliceerd op 01 september 1998

Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de limieten van de uitgaven bestemd voor individuële hulpverlening in verband met de hulpverlening aan de jeugd en de jeugdbescherming

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
1998029360
pub.
01/09/1998
prom.
30/06/1998
ELI
eli/besluit/1998/06/30/1998029360/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

30 JUNI 1998. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de limieten van de uitgaven bestemd voor individuële hulpverlening in verband met de hulpverlening aan de jeugd en de jeugdbescherming


De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op het decreet van 4 maart 1991 betreffende de hulpverlening aan de jeugd, inzonderheid op de artikelen 32, § 2, 3° en 33, lid 3;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 18 december 1997;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 18 maart 1998;

Gelet op de beraadslaging van 23 maart 1998 van de Regering over het verzoek om advies van de Raad van State binnen een termijn van één maand;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 3 juni 1998, in toepassing van artikel 84, lid 1, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van de Minister tot wiens bevoegdheid de hulpverlening aan de jeugd behoort, Besluit :

Artikel 1.De uitgaven gedaan door de adviseur voor de hulpverlening aan de jeugd of de directeur voor de hulpverlening aan de jeugd of door de jeugdrechtbank, hierna de beslissingsinstantie genoemd, voor individuële hulpverlening aan de jeugd ten bate van de jongere of van zijn familie mogen betrekking hebben op volgende kosten : 1° kosten voor schoolinternaat beperkt tot maximum de prijs van het pension in de internaten ingericht door de Franse Gemeenschap;2° schoolkosten en buitenschooolse kosten naar rata van maximum F 25 000 per jaar en per jongere;3° kosten voor residentiële verblijven in het kader van het verlof en van culturele of sportactiviteiten die in België doorgaan, beperkt tot F 20 000 per jaar en tot maximum F 800 per dag;4° kosten voor culturele, sport- of verlofactiviteiten die in België doorgaan beperkt tot 50 dagen, tot F 20 000 per jaar en tot een maximum van F 400 per dag; 5° kosten voor crèches en instellingen van de « O.N.E. » beperkt tot de bijdrage van de ouders zoals bepaald volgens hun inkomsten in toepassing van de schalen van de « O.N.E. »; 6° kosten voor familiale hulpverlening volgens de schalen van de wetgevingen toepasselijk in de sector familiale hulpverleningen;7° kosten voor de huisvesting van de jongere ten belope van maximum F 9 000 per maand;8° kosten voor het vervoer van de jongere;9° bijzondere kosten waarin hierboven niet voorzien wordt, indien uitzonderlijke omstandigheden die kosten verantwoorden en mits voorafgaand akkoord van het bestuur;10° kosten voor therapie of medische, paramedische en psychotherapeutische raadpleging volgens de bij artikel 4, § 2 bepaalde voorwaarden.

Art. 2.In het kader van elke individuële hulpverlening aan een jongere, zorgt de beslissingsinstantie ervoor prioritair een beroep te doen op de erkende diensten en instellingen of op diensten die deze hulpverlening kunnen bieden zonder tegemoetkoming van de belanghebbende.

De beslissingsinstantie bepaalt de tegemoetkoming van het bestuur na aftrek van een bijdrage van de jongere of zijn familie. Zij geeft verantwoording voor de gevallen waarin deze bijdrage niet kan geleverd worden.

Art. 3.§ 1. Wanneer in het kader van de individuële hulpverlening bedoeld bij artikel 1, 1° tot 9° een natuurlijke of een rechtspersoon ertoe verplicht kan worden de opgelopen kosten al was het maar gedeeltelijk te betalen of wanneer deze betaling geëist kan worden van andere publiekrechtelijke rechtspersonen, dan zorgt de beslissingsinstantie ervoor dat de nodige stappen ondernomen worden. § 2. In het kader van de individuële hulpverlening bedoeld bij artikel 1, 10° zorgt de beslissingsintantie ervoor dat de nodige bemoeiïngen gedaan worden bij de natuurlijke of publiekrechtelijke rechtspersonen die ertoe verplicht zouden kunnen worden de opgelopen kosten zelfs gedeeltelijk te betalen tenzij wanneer deze stappen strijdig zijn met het belang van de betrokkenen gelet inzonderheid op de nodige vertrouwelijkheid en de naleving van het beroopsgeheim. § 3. De beslissingsinstantie stelt een dossier op voor elke beslissing over een individuële hulpverlening. Dit dossier omvat een bestek of een kostenraming, de beslissing over de financiële bijdrage van de jongere of zijn familie en de stand van zaken in verband met de stappen waarvan sprake in § 1 en desgevallend in § 2 van dit artikel. § 4. Zij geeft kennis aan het bestuur van de elementen van dit dossier samen met de kennisgeving van haar beslissing over de individuële hulpverlening.

Art. 4.§ l. Wanneer het bedrag van de dagprijs of van de prestatie bepaald wordt volgens het inkomen van de ouders of van de personen die instaan voor het toezicht op de jongere, mag de toegekende hulpverlening dit bedrag niet overschrijden. § 2. De kosten voor raadpleging en desgevallend medische, paramedische en psychotherapeutische therapie worden betaald ten belope van de bedragen en volgens de voorwaarden bepaald door de wets- en reglementaire bepalingen inzake ziekte- en invaliditeitsverzekering, mits aftrek van de terugbetaling ten laste van de verzekeringsinstelling.

De psychotherapieën en de psychologische raadplegingen zijn beperkt tot een enkale therapeut per gevolgde jongere en tot F 900 per behandeling, alle lasten inbegrepen. § 3. Het bestuur zorgt voor de uitbetalingen op basis van de aangiften van schuldvordering, facturen of bewijsstukken die haar worden toegestuurd nadat de beslissingsintantie haar visum heeft gezet.

Art. 5.Behoudens de kosten bedoeld bij artikel 1, 10°, mag de beslissingsinstantie voor de jongere of zijn familie geen verschillende individuele hulpverleningen gelijktijdig aanvaarden zonder een voorafgaande en gemotiveerde aanvraag ter goedkeuring aan het bestuur voor te leggen.

Art. 6.De uitgaven in verband met de individuële hulpverleningen bepaald bij een van de artikelen van dit besluit worden niet terugbetaald wanneer de jongere geplaatst werd in het kader van de hulpverlening aan de jeugd, behoudens wanneer hij kosteloos in een onthaalfamilie wordt geplaatst.

Art. 7.Elk jaar kunnen de in de artikelen 1 en 4 bepaalde bedragen aangepast worden op basis van een door de Minister vastgesteld coëfficient.

Art. 8.Dit besluit treedt in werking op 1 september 1998 behoudens artikel 1, 4°, dat op 1 juli 1998 in werking treedt.

Art. 9.De Minister tot wiens bevoegdheid de hulpverlening aan de jeugd behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 30 juni 1998.

Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : De Minister-Voorzitster, belast met het Onderwijs, de Audiovisuele sector, de Hulpverlening aan de Jeugd, het Kinderwelzijn en de Gezondheidspromotie, Mevr. L. ONKELINX

^