gepubliceerd op 05 augustus 1998
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van een bijdrage ten laste van de peutertuinen en de crèches gesubsidieerd door de « Office de la Naissance et de l'Enfance »
21 APRIL 1998. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van een bijdrage ten laste van de peutertuinen en de crèches gesubsidieerd door de « Office de la Naissance et de l'Enfance »
De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op het decreet van 30 maart 1983 houdende oprichting van de « Office de la Naissance et de l'Enfance » (ONE), inzonderheid op artikel 4, 4° zoals gewijzigd;
Gelet op het besluit van 29 maart 1993 van de Executieve van de Franse Gemeenschap houdende algemene reglementering inzake opvangvoorzieningen gesubsidieerd door de « Office de la Naissance et de l'Enfance », inzonderheid op artikel 15;
Gelet op het akkoord van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 februari 1998;
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 18 maart 1998;
Gelet op de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, laatst gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 sluiten;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat het besluit van 6 mei 1997 van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende vaststelling van een bijdrage ten laste van de peutertuinen en de crèches gesubsidieerd door de « Office de la Naissance et de l'Enfance » ten einde is gelopen op 31 december 1997 en dat het past dit besluit te verlengen om aan de « ONE » de inkomsten te verzekeren die ze nodig heeft om haar opdracht te vervullen, inkomsten die haar bezorgd worden onder meer door de bijdragen van de ouders of van derden in de kosten van de diensten, terwijl een actie terzelfdertijd wordt gesteund die ook aan de behoeften van de gezinnen en de kinderen beantwoordt, wetende dat deze bijdrage de discriminaties inzake toegang tot de diensten voor kinderopvang wegwerkt die voortvloeien uit de inkomsten van de ouders;
Op de voordracht van de Minister-Voorzitster, belast met het Kinderwelzijn, Besluit :
Artikel 1.Wanneer het gemiddelde van de financiële bijdrage bepaald in artikel 2 van het besluit van 29 maart 1993 van de Executieve van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de bijdrage van de ouders of van derden in de verblijfkosten van de kinderen in de crèches, peutertuinen, gemeentelijke huizen voor opvang van kinderen en in door de « ONE » gesubsidieerde diensten voor begeleide onthaalvaders en onthaalmoeders, meer dan 391 BEF per dag en per kind bedraagt, wordt er door de « ONE » een bijdrage geïnd ten laste van de crèche of van de peutertuin.
De maximale bijdrage mag niet hoger zijn dan 8 % van het totaal bedrag van de financiële bijdragen die door de crèche of de peutertuin wordt geïnd.
Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1998 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
Art. 3.De Minister-Voorzitster, tot wier bevoegdheid het Kinderwelzijn behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 21 april 1998.
De Minister-Voorzitster, belast met het Kinderwelzijn, Mevr. L. ONKELINX