Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Franse Gemeenschapscommissie van 28 november 2002
gepubliceerd op 08 mei 2003

Besluit 99/262/E3 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie inzake de begeleidingsnormen in de dagcentra en de verblijfcentra voor gehandicapte personen

bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2003031141
pub.
08/05/2003
prom.
28/11/2002
ELI
eli/besluit/2002/11/28/2003031141/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

28 NOVEMBER 2002. - Besluit 99/262/E3 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie inzake de begeleidingsnormen in de dagcentra en de verblijfcentra voor gehandicapte personen


Het College, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 83, § 3, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het decreet II van de Franse Gemeenschap van 19 juli 1993 betreffende de overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waals Gewest en naar de Franse Gemeenschapscommissie, inzonderheid op artikel 4, 1°;

Gelet op het decreet III van de Franse Gemeenschapscommissie van 22 juli 1993 betreffende de overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waals Gewest en naar de Franse Gemeenschapscommissie, inzonderheid op artikel 4, 1°;

Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 4 maart 1999 betreffende de sociale integratie van gehandicapte personen en hun inschakeling in het arbeidsproces en meer bepaald de artikelen 36, 37 et 38;

Gelet op het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 25 februari 2000 betreffende de individuele bepalingen van sociale integratie van gehandicapte personen en hun inschakeling in het arbeidsproces toegepast door Brusselse Franstalige Dienst voor Gehandicapte Personen;

Gelet op het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 25 april 2002 betreffende de erkenning en de toelagen van de dagcentra en verblijfcentra voor gehandicapte personen, meer bepaald de artikelen 32 à 36;

Gelet op het advies van de sectie « Gehandicapte personen » van de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Bijstand aan personen en Volksgezondheid gegeven op 22 november 2002;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26 november 2002;

Gelet op het akkoord van het lid van het College belast met de begroting, gegeven op 27 november 2002;

Gelet op het beraad van het College op 27 mei 1999 inzake de aanvraag tot advies van de Raad van State binnen een termijn van een maand;

Gelet op het advies van de Raad van State, van toepassing op artikel 84, alinea 1, 1° van de gecoördineerde wetgeving van de Raad van State;

Op voorstel van het lid van het College belast met het Gehandicaptenbeleid, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Het besluit regelt een materie bedoeld in artikel 128 van de Grondwet krachtens de artikelen 138 en 178 van deze laatste.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder : - « Administratie » : de Brusselse Franstalige Dienst voor Gehandicapte Personen opgericht bij decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 18 december 1998; - « Besluit A » : het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 25 februari 2000 betreffende de individuele bepalingen van sociale integratie van gehandicapte personen en hun inschakeling in het arbeidsproces toegepast door Brusselse Franstalige Dienst voor Gehandicapte Personen; - « Besluit E 1 » : het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 25 april 2002 betreffende de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de dagcentra en verblijfscentra voor gehandicapte personen; - « Centrum » : een dagcentrum of verblijfscentrum erkend in overeenstemming met artikel 9 van het besluit E 1; - « Dagcentrum » : een erkend dagcentrum werkend volgens de bepalingen van artikel 3 § 1 van het besluit E 1; - « Verblijfscentrum » : een erkend verblijfscentrum werkend volgens de beschikkingen van artikel 3, § 2 van het besluit E 1 - « V.T.E. » : voltijds equivalent, zoals bepaald door artikel 32, § 1, van het besluit E 1; - « Evaluatieschema » : methodologisch instrument dat toelaat de specifieke noden van elke gehandicapte behandeld in een centrum vast te leggen en dat de complementaire individuele norm bepaalt zoals vastgelegd door artikel 33, § 2, 2, van het besluit E 1. HOOFDSTUK II. - Begeleidingsnormen

Art. 3.§ 1 Dit besluit legt de begeleidingsnormen vast betreffende de personeelskosten die gesubsidieerd worden in het kader van de tenlasteneming van gehandicapte personen aanwezig in de centra. § 2. Elke subsidie voor personeelskosten dekt de kosten van deze aard zonder dat deze hoger mogen zijn dan de begeleidingsnormen, op geen enkel ogenblik en wat ook de omstandigheden mogen zijn.

Art. 4.§ 1er. De begeleidingsnormen met betrekking tot de directie, het administratief personeel en de boekhouding van de centra worden vastgelegd in overeenstemming met bijlage 1. § 2. Enkel de eerste V.T.E. van de directienorm wordt gesubsidieerd als directeur, de andere betrekkingen worden gesubsidieerd als onderdirecteur.

Art. 5.§ 1. De begeleidingsnormen betreffende het personeel dat deel uitmaakt van de psychologische, educatieve, sociale en reëducatieve ploeg zijn vastgelegd in overeenstemming met bijlage 2. § 2. Zij omvatten : a) De individuele basisnorm (IBN) De individuele basisnorm verzekert de leefbare werking van het centrum in het kader van de opdrachten door de concretisering van individuele projecten van gehandicapte personen voorzien in de verpersoonlijkte overeenkomst van artikel 19 van het besluit E1.In een verblijfscentrum worden hieraan een eventuele permanentie overdag en een onthaal overdag tijdens de vakanties toegevoegd.

In functie van de beslissing van het College inzake de erkenning van een centrum genieten alle personen die er opgevangen worden of verblijven dezelfde individuele basisnorm. b) De aanvullende individuele norm (AIN) De aanvullende individuele norm wordt aan een verblijfscentrum toegekend enkel voor de personen die er niet overdag worden opgevangen : - voor volwassenen : door een dagcentrum of een centrum voor functionele revalidatie, - voor kinderen :door een dagcentrum of een dagcentrum voor schoolgaande kinderen of een centrum voor functionele revalidatie. Deze wordt verleend als de verpersoonlijkte overeenkomst de toegekende paramedische prestaties vermeldt. c) De individuele vakantienorm (IVN) De individuele vakantienorm wordt aan een verblijfscentrum toegekend in functie van de aanwezigheid van gehandicapte personen tijdens het weekend, de vakanties en de wettelijke feestdagen, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 35 van het besluit E1.d) De individuele verouderingsnorm (IVRN) In de verblijfscentra voor volwassenen wordt de individuele verouderingsnorm eventueel toegekend aan personen die lijden aan een vroegtijdige veroudering, aan ouderdomsziekten of gepensioneerden of mensen op brugpensioen.De individuele evaluatie waarvan sprake in bijlage 5 bevestigt deze toestand.

Zij wordt toegekend als de verpersoonlijkte overeenkomst van deze personen hun opvang overdag in een verblijfcentra voorziet. e) De complementaire individuele norm (CIN) De complementaire individuele norm wordt vastgesteld in functie van de resultaten van elke gehandicapte bij het evaluatieschema toegevoegd als bijlage 5. In centra voor volwassenen, wordt de complementaire individuele norm die zo berekend wordt verdrievoudigd ten gunste van gehandicapte personen waarvan het resultaat in rubriek D van het evaluatieschema bijgevoegd als bijlage 5 lager is dan 5 punten. f) De individuele norm verbonden aan het welzijn en het behoud van de basisbehoeften (IN BB) De individuele norm verbonden aan het welzijn en het behoud van de basisbehoeften van de gehandicapte persoon die elke dag bevredigd moeten worden door paramedische prestaties of verpleegkundige zorgen die niet uitgesteld kunnen worden wordt eventueel verleend aan gehandicapte personen in een verblijfscentrum.De individuele evaluatie waarvan sprake in bijlage 5 legt de nood eraan vast. § 3. Als het resultaat van de som van de individuele basisnormen (IBN) en de aanvullende individuele norm (AIN) van een dagcentrum lager ligt dan 4,25 VTE, dan wordt dit laatste getal toegekend aan het dagcentrum, behalve als de v.z.w. waar het dagcentrum van afhangt tenminste een dagcentrum en een verblijfscentrum herbergt.

Als het resultaat van de som van de individuele basisnormen (IBN), de aanvullende individuele norm (AIN) en de individuele vakantienorm (IVN) van een verblijfscentrum lager ligt dan 9 VTE, dan wordt dit laatste cijfer toegekend aan het verblijfscentrum. Als de v.z.w. waar dit verblijfscentrum van afhangt tenminste een dagcentrum en een verblijfscentrum herbergt, dan wordt dit cijfer tot 8 teruggebracht.

Als het resultaat van de som van de individuele basisnormen (IBN), de aanvullende individuele norm (AIN), de individuele vakantienorm (IVN), de individuele verouderingsnorm (IVRN), de complementaire individuele norm (CIN) en de individuele norm van de basisbehoeften (IN BB) van een verblijfscentrum lager ligt dan 9 VTE, dan wordt dit laatste cijfer aan het verblijfscentrum toegekend.

Art. 6.Bij het psychologisch, educatief, reëducatief en sociaal personeel, dekt de toelage : maximum 0,067 V.T.E. van de functie opvoeder-teamleider per gesubsidieerd V.T.E b) de functie van hoofdopvoeder ten voordele van het personeel dat de overeenkomstige weddeschaal op datum van 31 december 2003 genoten heeft.

Art. 7.§ 1. De begeleidingsnormen betreffende het personeel van de technische ploeg zijn vastgelegd overeenkomstig bijlage 3. § 2. Zij omvatten : a) De technische individuele basisnorm (T IBN) In functie van de beslissing van het College inzake de erkenning van een centrum genieten alle personen die er opgevangen worden of verblijven dezelfde individuele basisnorm. Als binnen eenzelfde v.z.w. tenminste een dagcentrum en een verblijfscentrum erkend zijn, dan wordt de technische individuele basisnorm binnen het dagcentrum verminderd met 3/8sten voor elke gehandicapte persoon die zowel een dagcentrum als een verblijfscentrum bezoekt. b) De technische individuele vakantienorm (T IVN) De technische individuele vakantienorm wordt aan een verblijfscentrum toegekend in functie van de aanwezigheidsgraad van gehandicapte personen tijdens het weekend, de vakanties en de wettelijke feestdagen, in overeenstemming met artikel 35 van het besluit E1.c) De technische complementaire individuele norm (T CIN) De complementaire individuele norm wordt vastgesteld in functie van de resultaten van elke gehandicapte bij het evaluatieschema toegevoegd als bijlage 5. Enkel de gehandicapte personen van categorie C genieten deze norm.

Art. 8.§ 1 Wat het medisch personeel betreft dekt de toelage : de activiteiten van de dokters die een samenwerkingsovereenkomst afgesloten hebben met een v.z.w. waar minstens een centrum aan verbonden is; de activiteiten van de dokters die aangenomen zijn onder arbeidscontract voor 1 januari 2003. § 2. De begeleidingsnormen voor het medisch personeel zijn vastgelegd in overeenstemming met bijlage 4.

Zij omvatten voor dagcentra : a) De medische individuele basisnorm (M IBN) Alle personen opgevangen in een dagcentrum genieten dezelfde medische basisnorm.b) De medische complementaire individuele norm (M CIN) De medische complementaire individuele norm wordt vastgelegd in functie van de resultaten behaald door elke gehandicapte persoon opgevangen in een dagcentrum volgens het evaluatieschema bijgevoegd als bijlage 5. Enkel de gehandicapte personen die tot de categorie C behoren genieten deze norm.

Zij omvatten in een verblijfscentrum de medische aanvullende individuele norm(M AIN). Deze wordt enkel toegewezen aan personen die niet overdag opgevangen worden : - voor volwassenen : door een dagcentrum of een centrum voor functionele revalidatie, - voor kinderen :door een dagcentrum of een dagcentrum voor schoolgaande kinderen of een centrum voor functionele revalidatie. § 3. Het medisch personeel dat in dienst treedt vanaf 1 januari 2003 is gesubsidieerd op basis van een V.T.E., de wekelijkse arbeidsduur wordt vastgelegd op 37 uur.

Art. 9.§ 1. Bij wijziging van de erkende telastenemingen werden het crisisverblijf en het korte verblijf ingesteld, zoals voorzien door artikel 3, § 4 van het besluit E1, en de lichte opvang zoals voorzien door artikel 3, § 5 van het besluit E1.

De procedure voor aanvraag, onderzoek en het nemen van een beslissing bij een wijziging van de telasteneming is die betreffende de wijziging van de erkenning van een centrum zoals voorzien door artikel 12 van het besluit E1.

Het te subsidiëren bedrag gecreëerd door de wijzigingen in de telastenemingen kan niet hoger zijn dan het saldo van subsidie bepaald door de afname van het aantal telastenemingen dat werd veranderd. Als dit bedrag lager ligt dan dit saldo dan zal het verschil vastgesteld worden in overeenstemming met artikel 41, § 3, van het besluit E 1. § 2. Het crisisverblijf is noodzakelijk omwille van een verslechtering van een deficiëntie, primordiaal of verbonden, van een gehandicapt persoon, die direct verband houdt met de psychosociale toestand of de gezondheidstoestand van die persoon. Het verblijf neemt onmiddellijk aanvang en duurt niet langer dan 30 opeenvolgende dagen. De individuele norm wordt bij overeenkomst vastgelegd tussen het centrum in kwestie en de administratie. § 3. Het verblijf van korte duur betreft een tijdelijke nood tot verblijf van een gehandicapte persoon voor een duur die gelijk is aan of lager dan 90 al dan niet opeenvolgende dagen per jaar.

De individuele norm wordt bij overeenkomst vastgelegd tussen het centrum in kwestie en de administratie. § 4. De lichte opvang betreft een volwassen gehandicapt persoon die een voldoende objectieve onafhankelijkheid heeft ontwikkeld om geen begeleiding nodig te hebben zoals bepaald door de individuele basisnorm.

De individuele norm wordt bij overeenkomst vastgelegd tussen het centrum in kwestie en de administratie, zonder dat hij de helft van de individuele norm bepaald in overeenstemming met artikelen 5 tot 8 van dit besluit overschrijdt. § 5. De overeenkomst die vermeld wordt in § 2 à § 4 van dit artikel moet ten minste de volgende elementen bevatten : de identificatie van de partijen die ze sluiten, de gehandicapte persoon die ten laste genomen wordt, de individuele norm uitgedrukt in V.T.E., de duur, de modaliteiten tot opschorting en ontbinding. HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 10.In artikel 3, § 4,van het besluit E 1, worden de woorden "of de totaliteit van zijn capaciteit" geschrapt.

In artikel 4, § 1, alinea 1en § 2, alinea 1 van het besluit E 1, worden de woorden "1 januari 2003" vervangen door de woorden "1 januari 2004".

Bij artikel 5, punt 6 van het besluit E 1 wordt de volgende zin toegevoegd : « In ieder geval mag de minimumcapaciteit van een dagcentrum niet lager zijn dan 10 ».

Bij artikel 10, alinea 1 van het besluit E 1, voegt men na de woorden "licht verblijf" toe : "of de mogelijkheid ouderlingen op te vangen".

Bij artikel 20, alinea 1 van het besluit E 1, wordt een punt 5 dat als volgt luidt toegevoegd : « 5. de resultaten bekomen met het evaluatie-instrument vastgelegd door het College dat toelaat de specifieke begeleidingsnormen te bepalen ».

Bij artikel 32 van het besluit E 1, wordt de eerste paragraaf vervangen door de volgende zin : « De begeleidingsnormen van de centra worden berekend op basis van een voltijds equivalent met een wekelijkse arbeidsduur van 37 uur.

Voor het medisch personeel in dienst getreden voor 1 januari 2003 bedraagt de wekelijkse arbeidsduur echter 24 uur ».

Bij artikel 32, § 2 van het besluit E 1 wordt de eerste alinea vervangen door de volgende zin : "De controle op de naleving van de begeleidingsnormen wordt op elk ogenblik van het jaar uitgevoerd".

Bij artikel 35 van het besluit E 1, wordt alinea 2 vervangen door de volgende bepalingen : « Naargelang het resultaat van de verhouding, berekend op het voorafgaande jaar, tussen de som van de effectief aanwezige nachten van de gehandicapten tijdens deze periodes en de erkende capaciteit vermenigvuldigd met 140, een drempel bereikt die of tussen 20 en 29 % of tussen 30 en 40 %of tussen 50 en 69 % ligt of gelijk aan of hoger dan 70 % is, geniet het verblijfscentrum voor het lopende jaar een verhoging van de betrokken normen zoals vastgelegd door het College. » Bij artikel 46 van het besluit E 1, wordt paragraaf 5 vervangen door de volgende bepalingen : « De toelage wordt verhoogd met de kosten voor medische prestaties, met uitzondering van elke prestatie die opgenomen is in de nomenclatuur van de gezondheidsprestaties opgesteld op basis van de wetgeving betreffende de verplichte ziekteverzekering, op voorwaarde dat de norm van het medisch personeel die in overweging genomen wordt voor de toelage voor de personeelskosten niet volledig opgebruikt is.

In dat geval dekt de toelage de medische activiteiten binnen de grenzen van deze niet gebruikte norm en volgens de hieronder vermelde maxima per uur : - 30,85 euro voor een huisarts in dienst in het centrum voor 1 januari 2003; - 20,01 euro voor een huisarts in dienst in het centrum vanaf 1 januari 2003; - 40,92 euro voor een specialist in dienst in het centrum voor 1 januari 2003; - 26,54 euro . voor een specialist in dienst in het centrum vanaf 1 januari 2003 » Bij artikel 46, § 7 van het besluit E 1, wordt de eerste alinea vervangen door de volgende bepalingen : « De verblijfcentra kunnen, naargelang het resultaat van de verhouding, berekend op het voorafgaande jaar, tussen de som van de effectief aanwezige nachten van de gehandicapten tijdens de weekends, de vakanties en de wettelijke feestdagen en de erkende capaciteit vermenigvuldigd met 140, een drempel bereikt die of tussen 20 en 29 % of tussen 30 en 40 % of tussen 50 en 69 % ligt of gelijk aan of hoger dan 70 % is, een verhoging genieten die respectievelijk 15 %, 25 %, 30 % of 40 % bedraagt van de toelage berekend op basis van dit artikel. » Bij artikel 50 van het besluit E 1, wordt een alinea 2 toegevoegd die luidt als volgt : « De verloning en de eventuele kosten van een voorlopig beheerder worden van het inkomen van de gehandicapte afgetrokken vóór de berekening van zijn financiële bijdrage ».

Bij artikel 69 van het besluit E 1, wordt een paragraaf 2 toegevoegd die luidt als volgt : « Als omwille van redenen die verband houden met de infrastructuur een erkend centrum op 31 december 2003 de bepalingen van artikel 5 punt 6 niet kan naleven, dan zal men met deze redenen rekening houden bij het vastleggen van de erkende capaciteit van het centrum ».

Bij artikelen 69 en 72 van het besluit E 1, worden de woorden "31 december 2002" vervangen door "31 december 2003".

Een artikel 72bis dat als volgt luidt wordt aan het besluit E 1 toegevoegd : « Met het oog op het verlenen van de eerste erkenningen aan de centra vanaf 1 januari 2004, houdt het College rekening met de aanvragen ingediend ten laatste op 1 februari 2003.

De bepalingen van de punten 10 en 12 van artikel 5 en van de punten 4 (collectief project), 5, 15 en 16 van het artikel 6 zijn voldaan voor 1 april 2003.

De bepalingen van punt 9 van artikel 6 zijn voldaan voor 30 juni 2003.

De bepalingen van punt 9 van artikel 5 zijn voldaan voor 1 april 2004. » Bij artikel 73 van het besluit E 1, worden de woorden "1 januari 2003" vervangen door de woorden "1 januari 2004". De zin wordt vervolledigd met de woorden : "en van het artikel 72bis dat in werking treedt op 1 januari 2003".

Art. 11.Het artikel 14, 3°van het besluit A wordt vervangen door de volgende bepalingen : « Als het procesverzoek een onthaal in een dagcentrum, een verblijfscentrum of een centrum voor schoolgaande kinderen betreft dan moet dit vergezeld worden van een attest inzake het opportuun karakter van het onthaal, het verblijf of de tenlasteneming, vastgesteld bij collegiaal overleg door ten minste twee personen die onafhankelijk zijn van de bovenvermelde centra. Deze personen vertegenwoordigen twee of drie van de volgende beroepen : dokter, psycholoog of sociaal assistent.

De gehandicapte of zijn wettelijke vertegenwoordiger kiezen vrij de beroepsmensen die het bovenvermeld attest opstellen. Het attest mag niet ouder zijn dan 1 jaar voor de aanvraag. Het stelt een of meerdere vormen van oriënteringen voor, alsook de medische categorie(ën) zoals bedoeld in artikel 3, 7° van het decreet III van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waals Gewest en naar de Franse Gemeenschapscommissie. De vorm van het attest wordt door de administratie vastgelegd.

Een rapport dat de oriëntering en de medische categorie vermeld in het attest rechtvaardigt moet aan het centrum overgemaakt worden, indien het reeds gekend is, en tevens aan de pluridisciplinaire ploeg, binnen een termijn van 6 maanden na het opstellen van het attest. »

Art. 12.Bij artikel 73, van het besluit A, wordt alinea 1 vervangen door de volgende alinea : « De aanvraag tot tussenkomst moet worden ingediend door het verblijfscentrum aan de hand van een formulier dat ondertekend wordt door de verantwoordelijke van het centrum en dit binnen de 3 werkdagen vanaf de opname van de gehandicapte. Deze laatste of zijn wettelijke vertegenwoordiger bevestigt daarin de opname in het centrum. De vorm van de aanvraag wordt door de administratie bepaald. » Bij artikel 73 van besluit A, wordt alinea 2 vervangen door de volgende alinea : « Deze aanvraag wordt vervolledigd met recente gegevens uit het individueel dossier, bedoeld in punten 1,2 en 3 van het artikel 20 van het besluit E 1 of in punten 1,2 en 4 van artikel 19 van besluit E 2. » " Alinea 3 van het artikel 73 van het besluit A wordt opgeheven.

Bij artikel 74 van het besluit A, wordt alinea 1, 2° vervangen door de volgende bepaling : « 2° bepaalt de categorie van de nood tot bijkomende begeleidingsnormen voor dagcentra en verblijfscentra of bepaalt de groep en indien nodig, de samengaande deficiëntie, voor de dagcentra voor schoolgaande kinderen. » Bij artikel 75 van het besluit A, wordt alinea 1 vervangen door de volgende bepaling : « De tussenkomst wordt van kracht vanaf de eerste dag dat de gehandicapte persoon opgevangen wordt door een dagcentrum of ten laste genomen wordt door een dagcentrum voor schoolgaande kinderen, op voorwaarde dat de aanvraag ingediend wordt binnen de termijnen voorzien in artikel 73 alinea 1; zoniet wordt zij van kracht op de dag van ontvangst van de aanvraag. » De alinea's" 2 en 3 van het artikel 75 worden opgeheven.

Art. 13.Bij artikel 78, van het besluit A, wordt de eerste alinea vervangen door de volgende alinea : « De aanvraag tot tussenkomst moet worden ingediend door het verblijfscentrum aan de hand van een formulier dat ondertekend wordt door de verantwoordelijke van het centrum en dit binnen de 3 werkdagen vanaf de opname van de gehandicapte. Deze laatste of zijn wettelijke vertegenwoordiger bevestigt daarin de opname in het centrum. De vorm van de aanvraag wordt door de administratie bepaald. » Bij artikel 78 van het besluit A, wordt alinea 2 vervangen door de volgende alinea : « Deze aanvraag wordt vervolledigd met recente gegevens uit het persoonlijk dossier, bedoeld in punten 1,2 en 3 van het artikel 20 van het besluit E 1. » Alinea 3 van het artikel 78 van het besluit A wordt opgeheven.

Bij artikel 79 van het besluit A, wordt alinea 1,2° vervangen door de volgende alinea : « 2. bepaalt de categorie van de bijkomende begeleidingsbehoeften".

Bij artikel 80 van het besluit A, wordt de eerste alinea vervangen door de volgende alinea : « De tussenkomst wordt van kracht vanaf de eerste dag dat de gehandicapte persoon opgevangen wordt door het centrum op voorwaarde dat de aanvraag ingediend wordt binnen de termijnen voorzien in artikel 73 alinea 1; zoniet wordt zij van kracht op de dag van ontvangst van de aanvraag" De alinea's 2 en 3 van artikel 80 worden opgeheven.

Art. 14.Als overgangsmaatregel tot 31 maart 2004 en in afwijking van artikel 5 § 2, e), alinea 1, houdt de complementaire individuele norm rekening met de verdeling van gehandicapte personen vastgelegd door de het Lid van het College belast met het Gehandicaptenbeleid.

Art. 15.Dit besluit treedt in werking op 1er januari 2004, behalve : - artikel 8, § 1er en § 3, die van kracht worden op 1 januari 2003; - artikel 10, alinea's 7, 9, 11, 14 die van kracht worden op 1 januari 2003; - artikelen 11 tot 13 die van kracht worden op 1 maart 2003; - artikel 6 dat van kracht wordt op een datum vastgelegd door het College.

Art. 16.Het Lid van het College belast met het Gehandicaptenbeleid wordt belast met de uitvoering van deze beslissing.

Brussel, 28 november 2002.

Door het College van de Franse Gemeenschapscommissie : De Voorzitter van het College, E. TOMAS Het Lid van het College belast met het Gehandicaptenbeleid, W. DRAPS Het Lid van het College belast met de Begroting, A. HUTCHINSON

Bijlage 1 bij het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie inzake de begeleidingsnormen in dagcentra en verblijfcentra voor gehandicapte personen BEGELEIDINGSNORMEN INZAKE DE DIRECTIE, HET ADMINISTRATIEF PERSONEEL EN DE BOEKHOUDING Opmerking : bij de berekening van het aantal erkenningen per vzw werd geen rekening gehouden met de erkenning toegekend op basis van andere besluiten.

Normen voor de directie (als overgangsmaatregel tot 31 december 2004 stemt het aantal VTE voor 2 erkenningen overeen met het aantal VTE voor 1 erkenning) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden bijgevoegd bij het besluit van 28 november 2002.

Door het College van de Franse Gemeenschapscommissie : De Voorzitter van het College, E. TOMAS Het Lid van het College belast met het Gehandicapten beleid, W. DRAPS Het Lid van het College belast met de Begroting, A. HUTCHINSON

Bijlage 2 bij het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie inzake de begeleidingsnormen in dagcentra en verblijfcentra voor gehandicapte personen BEGELEIDINGSNORMEN VOOR HET PSYCHOLOGISCH, EDUCATIEF, REEDUCATIEF EN SOCIAAL PERSONEEL a) Individuele basisnorm (IBN) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld f) De individuele norm verbonden aan het welzijn en het behoud van de basisbehoeften (IN BB) Paramedische prestaties of verpleegkundige zorgen in een verblijfscentrum : 0,06 VTE per gehandicapte persoon. Gezien om te worden bijgevoegd bij het besluit van 28 november 2002.

Door het College van de Franse Gemeenschapscommissie : De Voorzitter van het College, E. TOMAS Het Lid van het College belast met het Gehandicapten beleid, W. DRAPS Het Lid van het College belast met de Begroting, A. HUTCHINSON

Bijlage 3 bij het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie inzake de begeleidingsnormen in dagcentra en verblijfcentra voor gehandicapte personen BEGELEIDINGSNORMEN VOOR HET TECHNISCH PERSONEEL a) De technische individuele basisnorm (T IBN) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld c) Technische complementaire individuele norm (T CIN) : 0,03 VTE per gehandicapte persoon Gezien om te worden bijgevoegd bij het besluit van 28 november 2002. Door het College van de Franse Gemeenschapscommissie : De Voorzitter van het College, E. TOMAS Het Lid van het College belast met het Gehandicapten beleid, W. DRAPS Het Lid van het College belast met de Begroting, A. HUTCHINSON

Bijlage 4 bij het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie inzake de begeleidingsnormen in dagcentra en verblijfcentra voor gehandicapte personen BEGELEIDINGSNORMEN VOOR HET MEDISCH PERSONEEL a) Medische individuele basisnorm in een dagcentrum (M IBN) : 0,00325 VTE per gehandicapte persoon b) Medische complementaire individuele norm (M CIN) in een dagcentrum : 0,0065 VTE per gehandicapte persoon c) Medische aanvullende individuele norm in een verblijfscentrum (M AIN) : 0,00325 VTE per gehandicapte persoon Gezien om te worden bijgevoegd bij het besluit van 28 november 2002. Door het College van de Franse Gemeenschapscommissie : De Voorzitter van het College, E. TOMAS Het Lid van het College belast met het Gehandicapten beleid, W. DRAPS Het Lid van het College belast met de Begroting, A. HUTCHINSON

Bijlage 5 bij het besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie inzake de begeleidingsnormen in dagcentra en verblijfcentra voor gehandicapte personen EVALUATIESCHEMA VOOR GEHANDICAPTE PERSONEN IN DAGCENTRA EN VERBLIJFSCENTRA DAT TOELAAT HUN SPECIFIEKE BEGELEIDINGSNODEN VAST TE STELLEN Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Totaal 100 punten Norm basisbehoeften (IN BB) ja/neen Oudere persoon ja/neen De items van elke rubriek, de evaluatiemodaliteiten en de weging zijn bepaald door het Lid van het College belast met het Gehandicaptenbeleid na advies van de sectie « Gehandicapte personen » van de Franstalige Adviesraad voor Bijstand aan personen en Volksgezondheid.

Als een gehandicapte een resultaat behaalt dat hoger ligt dan 100 dan wordt hij opgenomen in categorie A en wordt geen enkele complementaire individuele norm toegekend.

Als een gehandicapte een resultaat behaalt tussen 48 en 66 punten dan wordt hij opgenomen in categorie B en zijn complementaire individuele norm staat dan gelijk aan 50 % van de maximale complementaire individuele norm berekend op de som van zijn individuele basisnormen (IBN), aanvullende individuele norm (AIN), individuele vakantienorm (IVN) en individuele verouderingsnorm (IVRN).

Als een gehandicapte een resultaat behaalt dat lager ligt dan 48 punten dan wordt hij opgenomen in categorie C en zijn complementaire individuele norm staat dan gelijk aan 100 % van de maximale complementaire individuele norm berekend door de som van zijn individuele basisnormen (IBN), aanvullende individuele norm (AIN), individuele vakantienorm (IVN) en individuele verouderingsnorm (IVRN).

Gezien om te worden bijgevoegd bij het besluit van 28 november 2002.

Door het College van de Franse Gemeenschapscommissie : De Voorzitter van het College, E. TOMAS Het Lid van het College belast met het Gehandicapten beleid, W. DRAPS Het Lid van het College belast met de Begroting, A. HUTCHINSON

^