gepubliceerd op 22 december 2003
Besluit 2001-404 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de vergelijkende examens voor de overgang naar een hoger niveau voor de ambtenaren van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding
25 OKTOBER 2001. - Besluit 2001-404 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de vergelijkende examens voor de overgang naar een hoger niveau voor de ambtenaren van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding
Het College van de Franse Gemeenschapscommissie, Gelet op artikel 138 van de Grondwet;
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 87, § 3, gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988;
Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, inzonderheid op artikel 79;
Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 17 maart 1994 houdende oprichting van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding;
Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2000 pub. 09/01/2001 numac 2000002114 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen sluiten tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen;
Overwegende dat de vergelijkende examens voor overgang naar het hogere niveau op federaal niveau voortaan in de even jaren worden georganiseerd;
Overwegende dat het rechtvaardig is dat de ambtenaren van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding ook kunnen deelnemen aan de vergelijkende examens voor overgang naar het hogere niveau vanaf 1998; dat het dientengevolge geboden is de bepalingen betreffende deze vergelijkende examens zo vlug mogelijk vast te stellen;
Gelet op het advies van het Beheerscomité van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding, gegeven op 21 mei 1999;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 7 juni 2001;
Gelet op het akkoord van het Lid van het College belast met het Openbaar Ambt;
Gelet op protocol nr. 2001/18 van het Sectorcomité XV, ondertekend op 22 juni 2001;
Gelet op de beraadslaging van 25 oktober 2001 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de vraag om advies te geven binnen een termijn van één maand;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 17 december 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, vervangen door de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 sluiten;
Op voordracht van het Lid van het College, bevoegd voor Beroepsomschakeling en Bijscholing, Besluit :
Artikel 1.De programma's van de vergelijkende examens om te worden toegelaten tot een hoger niveau worden opgesteld door het College, na advies van het Beheerscomité en na overleg met het SELOR.
Art. 2.§ 1. De vergelijkende examens om te worden toegelaten tot het niveau 1 omvatten één enkele proef, bestaande uit een gesprek over een praktisch geval in verband met de toe te wijzen functie. Om te slagen, dienen de kandidaten minstens 60 % van de punten te behalen. De rangschikking van de laureaten gebeurt in functie van de behaalde punten. § 2. Om toegelaten te worden tot de deelname aan het vergelijkend examen bedoeld onder § 1, dienen de kandidaten in het bezit te zijn van vijf brevetten : 1° een brevet waaruit blijkt dat men geslaagd is voor een proef van algemene vorming met het oog op de deelname aan het vergelijkend examen om te worden toegelaten tot niveau 1.Het bezit van dat brevet maakt de deelname mogelijk aan de proeven betreffende bepaalde materies; 2° vier brevetten waaruit blijkt dat men geslaagd is voor de proeven betreffende de materies zoals vastgelegd door het College, op advies van het SELOR. § 3. De proeven voor het behalen van de brevetten, vereist voor de deelname aan het vergelijkend examen om te worden toegelaten tot niveau 1, worden om de twee jaar georganiseerd. Elk brevet wordt op definitieve wijze uitgereikt aan de kandidaten die minstens 60 % van de punten behalen.
Art. 3.De vergelijkende examens om te worden toegelaten tot niveau 2+ en 2 omvatten twee proeven, een algemene proef en een bijzondere proef.
De algemene proef bestaat hetzij uit een synthese en een commentaar van een tekst, hetzij uit de opstelling van een verslag over vraagstukken in verband met de toe te wijzen functie.
De bijzondere proef beoogt de beoordeling van hetzij de algemene vorming van de kandidaat, hetzij zijn kennis omtrent bepaalde materies, hetzij de vaardigheden die vereist zijn voor de uitoefening van de functie, hetzij meerdere van deze elementen samen.
Enkel de kandidaten die geslaagd zijn voor de algemene proef worden toegelaten tot de bijzondere proef.
Om te slagen, moeten de kandidaten voor elke proef minstens 60 % van de punten hebben behaald.
De laureaten worden gerangschikt in de volgorde van de punten behaald voor de bijzondere proef.
Art. 4.De vergelijkende examens om te worden toegelaten tot een hoger niveau worden georganiseerd tijdens de pare jaren. Indien een vergelijkend examen bestaat uit een algemene proef en één of meer bijzondere proeven, worden de ambtenaren die geslaagd zijn voor de algemene proef op hun verzoek vrijgesteld van deze proef wanneer zij nadien opnieuw deelnemen aan één of meer vergelijkende examens van hetzelfde niveau of van een lager niveau.
Dezelfde regel is van toepassing op de ambtenaren die houder zijn van het brevet beoogd in artikel 2, § 2, 1°, van dit besluit, waaruit blijkt dat zij geslaagd zijn voor een proef van algemene vorming van niveau 1, en die vervolgens deelnemen aan één vergelijkend examen om te worden toegelaten tot het niveau 2+.
De ambtenaren die worden overgeplaatst tijdens de organisatie van een vergelijkend examen moeten voor het latere verloop van het vergelijkend examen worden beschouwd als deel uitmakend van het bestuur waaronder zij ressorteerden op het ogenblik van hun inschrijving voor het vergelijkend examen.
Art. 5.De ambtenaren die het minimumaantal punten hebben behaald, worden uitgeroepen tot laureaten. De laureaten behouden het voordeel van hun welslagen zonder tijdslimiet.
De overgeplaatste ambtenaren die voldoen aan de benoemingsvoorwaarden, bepaald in de statuten van het Franstalig Brussels Instituut voor Beroepsopleiding de diensten van het College, behouden het voordeel van het welslagen voor het vergelijkend examen of de algemene proef, georganiseerd in hun oorspronkelijk bestuur, onverminderd de bepalingen van artikel 6, tweede lid.
Art. 6.De laureaten worden bevorderd in de volgorde van hun rangschikking.
Indien laureaten van verschillende vergelijkende examens wedijveren voor dezelfde bevordering, worden zij gerangschikt overeenkomstig de volgorde van de datum van de verslagen van afsluiting van de vergelijkende examens, te beginnen bij de oudste datum, en, voor elk vergelijkend examen, in de volgorde van hun rangschikking.
Art. 7.Dit besluit wordt van kracht op 1 september 1998.
Art. 8.De Voorzitter van het College, bevoegd voor Beroepsomschakeling en Bijscholing, en het Lid van het College, bevoegd voor het Openbaar Ambt, worden belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 25 oktober 2001.
Namens het College : E. TOMAS, Voorzitter van het College, bevoegd voor Onderwijs, Beroepsomschakeling en Bijscholing, Schoolvervoer, Cohabitatie met de plaatselijke leefgemeenschappen, Relaties met de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest, en de Internationale Betrekkingen D. DUCARME, Lid van het College, bevoegd voor het Openbaar Ambt