Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 januari 2010
gepubliceerd op 02 februari 2010

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende uitvoering van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2010031063
pub.
02/02/2010
prom.
21/01/2010
ELI
eli/besluit/2010/01/21/2010031063/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

21 JANUARI 2010. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende uitvoering van de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de Verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij sommige categorieën steun verenigbaar worden verklaard met de gemeenschappelijke markt in toepassing van de artikelen 87 en 88 van het verdrag (Algemene Groepsvrijstellingsverordening) (PB, L 214 van 9 augustus 2008, p. 3);

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse instellingen, artikel 8, eerste lid;

Gelet op de ordonnantie van 26 juni 2003 houdende oprichting van het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel, artikel 4, § 2;

Gelet op de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de contrôle, artikelen 92 tot 95;

Gelet op de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie, artikelen 20, § 1er, 23, § 1er, 26 en 33;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 18/07/2002 pub. 07/08/2002 numac 2002031404 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende de uitvoering van de ordonnantie betreffende de aanmoediging en de financiering van het wetenschappelijk onderzoek en de technologische innovatie sluiten houdende uitvoering van de ordonnantie van 21 februari 2002 betreffende de aanmoediging en de financiering van het wetenschappelijk onderzoek en de technologische innovatie;

Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad van het Brussels hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 17 september 2009;

Gelet op het advies van de Raad voor het Wetenschapsbeleid van het Brussels Hoofdstedelijke Gewest, gegeven op 19 oktober 2009;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 18 mei 2009;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 16 juni 2009;

Gelet op de beslissing van de Europese Commissie van 16 december 2009;

Gelet op het advies 47.417/1 van de Raad van State, gegeven op 3 december 2009, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Brusselse Minister bevoegd voor Wetenschappelijk Onderzoek, Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemeenheden Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van onderhavig besluit verstaat men onder : 1° « ordonnantie » : de ordonnantie van 26 maart 2009 tot bevordering van het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie;2° « steun » : de steun bedoeld in de artikelen 14 tot 20, 23 en 24 van de ordonnantie; 3° « I.W.O.I.B. » : het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel, opgericht bij de ordonnantie van 26 juni 2003; 4° « overeenkomst » : de overeenkomst bedoeld in artikel 27 van de ordonnantie;5° « aanvrager » : de onderneming, de onderzoeksinstelling, de vereniging zonder winstoogmerk, de alleenstaande uitvinder die een steunaanvraag indient;6° « begunstigde » : de aanvrager aan wie de Regering steun heeft toegekend;7° « micro-onderneming » : de onderneming die beantwoordt aan de definitie van de micro-onderneming in de zin van bijlage I van de Verordening (EG) nr.800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij sommige categorieën steun verenigbaar worden verklaard met de gemeenschappelijke markt in toepassing van de artikelen 87 en 88 van het verdrag (Algemene Groepsvrijstellingsverordening) 8° « microproject » : het OOI-project waarvan het gemiddeld maandbudget geen 20.000 euro overschrijdt en waarvan de duur begrepen is tussen drie en negen maanden voor de kleine ondernemingen en tussen drie en vijftien maanden voor de micro-ondernemingen; 9° « individuele uitvinder » : natuurlijke persoon zoals bedoeld in artikel 17, § 1 van de ordonnantie;10° « internationaal partnership » : project van industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling dat een of meer promotoren uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verbinden met een of meer entiteiten in andere staten en die ingediend werden bij een instelling of een internationaal of supranationaal organisme om een financiering te verkrijgen;11° « coördinator » : promotor die verantwoordelijk is voor de coordinatie van het project overeenkomstig artikel 25 verordening (EG) nr.1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 die de deelnemingsregels bepaalt voor ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten voor het aanwenden van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap en die eveneens de regels ter verspreiding van de onderzoeksresultaten (2007-2013) bepaalt. 12° « hooggekwalificeerd personeel » : onderzoekers en ingenieurs die houder zijn van een universitaire titel en over een beroepservaring beschikken van minstens vijf jaar in het betrokken domein;een doctoraatsvorming kan gelijkgesteld worden met een beroepservaring; 13° « Minister » : de Minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die bevoegd is voor Wetenschappelijk Onderzoek. Indexatie

Art. 2.De Regering kan de door onderhavig besluit bepaalde bedragen jaarlijks indexeren op basis van de gezondheidsindex. HOOFDSTUK II. - Toekenningscriteria en -voorwaarden Algemene criteria voor de toekenning van steun

Art. 3.Onverminderd artikel 5, kan de Regering beslissen steun toe te kennen in functie van de volgende criteria : 1° het innoverend karakter van het project in verhouding tot de bestaande kennis en/of technieken;2° de te overwinnen wetenschappelijke en/of technologische moeilijkheden om de doelstellingen te halen;3° de relevantie van het voorgesteld werkprogramma en de werkelijkheidszin van de planning ervan;4° de bekwaamheid van het OOI-team en zijn vermogen om het voorgesteld werkprogramma tot een goed einde te brengen;5° het belang van het project of van de tijdelijke indienstneming van personeel in het licht van de industriële en/of commerciële strategie van de promotor;6° de vooruitzichten inzake industriële en commerciële valorisatie van de verwachte resultaten;7° de potentiële impact van die valorisatie op de economie, de werkgelegenheid en het leefmilieu op het niveau van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;8° het vermogen van de aanvrager om zijn deel van de kosten betreffende de uitvoering van het voorgesteld werkprogramma te financieren. Criteria voor de toekenning van steun voor de tijdelijke indienstneming van hooggekwalificeerd personeel

Art. 4.§ 1. De Regering kan beslissen steun toe te kennen aan een kleine of middelgrote onderneming voor de tijdelijke indienstneming van hooggekwalificeerd personeel voor de realisatie van een OOI-project dat beantwoordt aan de in artikel 3 hernomen criteria, evenals aan de criterium van de match tussen de expertise van het tijdelijk in dienst genomen personeel en het project § 2. De tijdelijke indienstneming van het hooggekwalificeerd personeel moet gebeuren op basis van een contract dat uitdrukkelijk voorziet dat de resultaten die voortvloeien uit deze indienstneming blijven van de onderneming.

Aansporend effect van de steun

Art. 5.§ 1. Steun kan enkel worden toegekend wanneer die een aansporend effect heeft. Hij moet ervoor zorgen dat de begunstigde zijn handelswijze wijzigt door hem ertoe aan te sporen zijn OOI-activiteiten op te voeren en door aanleiding te geven tot OOI-projecten die nooit het licht zouden gezien hebben zonder steun, of die minder groot uitgevallen zouden zijn § 2. De steun aan kleine en middelgrote ondernemingen wordt beschouwd een aansporend effect te hebben zodra de steunaanvraag ingediend wordt vóór het begin van de realisatie van het project. § 3. De steun aan grote ondernemingen wordt beschouwd een aansporend effect te hebben wanneer de aanvraag ingediend werd vóór het begin van de realisatie van het project en de aanvrager aantoont, aan de hand van een pertinente argumentatie, dat de toekenning van de steun een wezenlijke toename van minstens een van de volgende factoren tot gevolg zal hebben : de grootte, de reikwijdte of de snelheid van uitvoering van het project of het totaalbedrag dat aan het project of de OOI-activiteit gewijd wordt.

Naleving van de door een vorige overeenkomst opgelegde verplichtingen

Art. 6.De door onderhavig besluit bedoelde steun kan enkel worden toegekend wanneer de aanvrager zich houdt aan de voorheen gesloten overeenkomsten. HOOFDSTUK III. - Toekenningsmodaliteiten Steun voor technische haalbaarheidsstudies

Art. 7.De steun voor het dekken van technische haalbaarheidsstudie vóór de lancering van een project van industrieel onderzoek of van een experimenteel ontwikkelingsproject mag het bedrag van honderdvijfentwintig duizend euro per project niet overschrijden.

Alleenstaande uitvinders

Art. 8.§ 1. De steun voor alleenstaande uitvinders wordt rechtstreeks uitbetaald aan de gespecialiseerde instelling belast met de uitvoering van de technische haalbaarheidsstudie die belanghebbende partij is in de overeenkomst. § 2. De alleenstaande uitvinder blijft eigenaar van de rechten op zijn uitvinding en wordt eigenaar van de resultaten van de door de gespecialiseerde instelling uitgevoerde technische haalbaarheidsstudie.

Steun voor het dekken van de kosten van de intellectuele eigendomsrechten

Art. 9.§ 1.De steun voor het dekken van de kosten van de intellectuele eigendomsrechten mag een periode van drie jaar vanaf de datum van de aanvraag van de subsidie niet overschrijden. § 2. Wanneer de octrooiaanvraag betrekking heeft op OOI-projecten die, in toepassing van de ordonnantie, het voorwerp zijn geweest van subsidies van het Gewest, zijn de interventieprecentages, naargelang het geval, de percentages bedoeld in artikel 20, paragraaf 3, 4 of 5 van de ordonnantie. § 3. Wanneer de octrooiaanvraag betrekking heeft op OOI-projecten die, in toepassing van de ordonnantie, niet het voorwerp zijn geweest van subsidies van het Gewest, zijn de interventieprecentages, naargelang het geval, de percentages bedoeld in artikel 20, paragraaf 4 of 5 van de ordonnantie.

Steun ten gunste van internationale partnerships

Art. 10.De aanvaardbare uitgaven voor de voorbereiding, de indiening en de onderhandeling van een OOI-project in het kader van een internationaal partnership zijn geplafonneerd op : 1° vijfentwintigduizend euro wanneer de aanvrager de coördinator is;2° vijftienduizend euro wanneer de aanvrager een klein of een middelgroot partnerbedrijf is;3° tienduizend euro wanneer de aanvrager een partner-onderzoeksinstelling is. HOOFDSTUK IV. - Procedure voor de toekenning en de vereffening van de steun

Art. 11.§ 1. Het I.W.O.I.B. lanceert, minstens eenmaal per jaar, een oproep tot projecten waarin het de ondernemingen in de hoedanigheid van unieke promotor of partner, en de onderzoeksinstellingen in de hoedanigheid van partner, uitnodigt om een aanvraag in te dienen voor een tussenkomst in hun OOI-projecten.

De oproep tot projecten, die met name verspreid wordt op de internetsite van het I.W.O.I.B., preciseert met name de modaliteiten en de termijnen voor de indiening van de aanvraagdossiers. § 2. In afwijking op paragraaf 1, mogen de volgende steunaanvragen op eender welk moment ingediend worden voor : 1° de technische haalbaarheidsstudies die aan de lancering van een OOI-project voorafgaan;2° de neerlegging en het behoud van octrooien;3° de microprojecten;4° de tijdelijke indienstneming van hooggekwalificeerd personeel;5° de internationale partnerships;6° de alleenstaande uitvinders;7° de met OOI verwante diensten. § 3. De steunaanvragen worden ingediend bij het I.W.O.I.B., op een typeformulier waarvan de vorm en de inhoud door het I.W.O.I.B. bepaald worden. § 4. Wanneer het door een onderneming ingediend project uitgevoerd wordt in effectieve samenwerking met een onderzoeksinstelling, mag deze laatste, voor haar eigen aanvaardbare kosten, een steunaanvraag bij het Gewest indienen.

Ontvangstbewijs

Art. 12.§ 1. Het I.W.O.I.B. richt, onverminderd de latere evaluatie van de steunaanvraag, een bewijs van ontvangst van de aanvraag aan de aanvrager, binnen de vijf werkdagen na ontvangst van het dossier. § 2. De realisatie van het OOI-project mag niet aanvangen vóór de datum van het ontvangstbewijs van de steunaanvraag, bedoeld in paragraaf 1., zo niet verliest de begunstigde zijn recht op de volledigheid van de steun voor het OOI-project dat het voorwerp is van de aanvraag.

Ontvankelijkheid

Art. 13.§ 1. Het I.W.O.I.B. onderzoekt of de aanvraag al dan niet volledig is.

De aanvraag wordt ontvankelijk beschouwd wanneer het typeformulier behoorlijk ingevuld, gedateerd en ondertekend is, en vergezeld van de vereiste bijlagen. § 2. Wanneer het aanvraagdossier volledig is, brengt het I.W.O.I.B. de aanvrager hiervan op de hoogte. § 3. Bij een onvolledig dossier richt het I.W.O.I.B. Een schrijven aan de aanvrager waarin de ontbrekende elementen gepreciseerd worden. De aanvrager beschikt over vijftien werkdagen vanaf de datum van verzending van dit schrijven, om zijn dossier te vervolledigen.

Wanneer het dossier na het verstrijken van die termijn onvolledig blijft, wordt de aanvraag verworpen.

Evaluatie

Art. 14.§ 1. Het I.W.O.I.B. evalueert de aanvragen in het licht van de in Hoofdstuk II vastgestelde criteria en voorwaarden. Hiertoe kan het een beroep doen op onafhankelijke externe experts. § 2. Het I.W.O.I.B. richt zijn evaluatierapport aan de Minister.

Toekenningsbesluit en afsluiten van de overeenkomst

Art. 15.De Regering bepaalt de beslissing tot toekenning van de steun.

De Minister en de begunstigde sluiten de overeenkomst af. Het I.W.O.I.B. gaat vervolgens over tot de administratieve en financiële opvolging van deze overeenkomst.

Vereffening

Art. 16.§ 1. De steun wordt vereffende in de vorm van opeenvolgende schijven waarvan de modaliteiten vastgelegd zijn in de overeenkomst, overeenkomstig artikel 95 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle § 2. Enkel de uitgaven die gebeurd zijn tijdens de door de overeenkomst gedekte periode komen in aanmerking.

Toezicht en opvolging

Art. 17.Het I.W.O.I.B. controleert, volgens de in de overeenkomst vastgelegde modaliteiten, het goede verloop van het project en de correcte bestemming van de steun.

Hiertoe : 1° analyseert het I.W.O.I.B. de door de begunstigde overgemaakte technische en financiële rapporten; 2° ziet het I.W.O.I.B. toe, gedurende het ganse verloop van het project en eventueel door bezoeken ter plaatse, de naleving, door de begunstigde, van zijn verplichtingen tegenover het Gewest; 3° analyseert het I.W.O.I.B. het door de begunstigde overgemaakte rapport, overeenkomstig artikel 20, § 3.

Opschorting

Art. 18.Het I.W.O.I.B. kan de storting van de steun opschorten indien de begunstigde zijn verplichtingen zoals bepaald in artikel 28 van de ordonnantie niet nakomt. HOOFDSTUK V. - Verplichtingen van de begunstigde Verplichtingen

Art. 19.§ 1. De begunstigde is verplicht elke beduidende wijziging in zijn juridische situatie (grootte, aandeelhouders, omzet, of balanstotaal,...) aan het I.W.O.I.B. mede te delen. § 2. De begunstigde is ertoe gehouden de bescherming van de intellectuele eigendomsrechten die het resultaat zijn van het OOI-project met de meest geschikte middelen te verzekeren.

Hij informeert het I.W.O.I.B. onmiddellijk van elke intentie van overdracht aan derden, onder welke vorm dan ook, van zijn eigendomsrechten op de resultaten en de know-how die voortvloeit uit de uitvoering van een OOI-project dat een tussenkomst geniet of genoten heeft in toepassing van de ordonnantie. Het I.W.O.I.B. onderzoekt het overdrachtplan en legt het voor aan de Minister.

De continuïteit van de steun wordt slechts goedgekeurd door de Minister wanneer de begunstigde aantoont dat de cessionaris zich ertoe verbindt de termen van de overeenkomst na te leven. § 3. De begunstigde is ertoe gehouden de economische valorisatie van de resultaten te verzekeren.

Drie jaar na de voltooiing van het project maakt de begunstigde een rapport over aan het I.W.O.I.B. over het gebruik en de economische valorisatie van de resultaten van het gesubsidieerd OOI-project. § 4. De begunstigde is ertoe gehouden de bewijsstukken van de aanvaardbare uitgaven gedurende zeven jaar te bewaren na het afsluiten van het project.

Niet-naleving van de verplichtingen

Art. 20.Elke ernstige tekortkoming van de begunstigde kan leiden tot de opschorting en de volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de toegekende steun, verhoogd met interesten tegen de in artikel 14, § 4, en in artikel 15, § 5, van de ordonnantie bepaalde referentievoet.

Wordt als een ernstige tekortkoming beschouwd, het feit : 1° het project niet te voeren volgens de in het toekenningsbesluit en de overeenkomst vastgelegde doelstellingen, programma's, middelen en termijnen;2° het OOI-project voortijdig te laten varen;3° zich niet te onderwerpen aan het in artikel 18 omschreven toezicht op de uitvoering van het programma;4° alle activiteit op het Gewestelijk grondgebied stop te zetten binnen de tien jaar die volgen op de datum van de toekenning van de steun; 5° de intellectuele eigendomsrechten op de resultaten of de know-how die voortvloeit uit de uitvoering van het OOI-project aan derden af te staan zonder het I.W.O.I.B. er vooraf van op de hoogte gebracht te hebben. HOOFDSTUK VI. - Terugvorderbare voorschotten Terugbetalingsmodaliteiten

Art. 21.Wanneer de steun toegekend wordt in de vorm van een terugvorderbaar voorschot, bevat de overeenkomst een terugbetalingstabel waarin de technische en commerciële doelstellingen geïdentificeerd zijn die gehaald moeten worden in het geval van een gunstige afloop.

Art. 22.In alle gevallen worden de terugbetalingen verhoogd met een interest waarvan de voet gelijk is aan de referentievoet, bepaald in de artikelen 14, § 4, en 15, § 5, van de ordonnantie.

Gunstige afloop van het OOI-project

Art. 23.§ 1. Bij een gunstige afloop van het OOI-project moet het globaal bedraag van het ontvangen voorschot terugbetaald worden. § 2. De gunstige afloop van het project wordt geëvalueerd op basis van de realisatie, door de begunstigde, van de technische en commerciële doelstellingen, zoals geïdentificeerd in de overeenkomst.

Gedeeltelijk succes van het OOI-project

Art. 24.Bij een gedeeltelijk succes, namelijk een welslagen dat kleiner is dan een gunstige afloop, wordt het terug te betalen bedrag als volgt bepaald : 1° een vast deel gelijk aan 30 % van de toegekende steun dat overeenstemt met de realisatie van de technische doelstellingen van het OOI-project;2° een variabel deel, berekend naar verhouding tot de realisatie van de commerciële doelstellingen die door het OOI-project gehaald zijn. Mislukking van het OOI-project

Art. 25.Wanneer de technische doelstellingen niet gehaald worden, wordt het project als een mislukking beschouwd. HOOFDSTUK VII. - Overgangs-, opheffings- en slotbepalingen

Art. 26.§ 1. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 18/07/2002 pub. 07/08/2002 numac 2002031404 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende de uitvoering van de ordonnantie betreffende de aanmoediging en de financiering van het wetenschappelijk onderzoek en de technologische innovatie sluiten houdende uitvoering van de ordonnantie van 21 februari 2002 betreffende de aanmoediging en de financiering van het wetenschappelijk onderzoek en de technologische innovatie, zoals gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 januari 2008 wordt opgeheven. § 2. De bepalingen van dit besluit blijven evenwel van toepassing voor de overeenkomsten die zijn gesloten voor de datum van inwerkingtreding van het besluit.

Art. 27.Onderhavig besluit treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

Art. 28.De ordonnantie treedt in werking op de dag van de inwerkingtreding van onderhavig besluit.

Art. 29.De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek is belast met de uitvoering van onderhavig besluit.

Brussel, 21 januari 2010.

Van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid Ontwikkelingssamenwerking en Gewestelijke statistiek, Ch. PICQUE De Minister belast met Tewerkstelling, Economie, Wetenschappelijk Onderzoek en Buitenlandse handel, B. CEREXHE

^