Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 april 2003
gepubliceerd op 16 mei 2003

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingsresiduen

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2003031272
pub.
16/05/2003
prom.
30/04/2003
ELI
eli/besluit/2003/04/30/2003031272/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

30 APRIL 2003. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingsresiduen


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de ordonnantie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen van 7 maart 1991, als gewijzigd bij de ordonnanties van 25 maart 1999 en 10 mei 2000 en het regeringsbesluit van 8 november 2001, inzonderheid op artikel 13;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 betreffende de politie en de scheepvaart der bevaarbare waterwegen onder beheer van de Staat, als gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 oktober 1986, 28 maart 1988, 25 mei 1992, 23 september 1992, 2 juni 1993, 21 januari 1998, 8 november 1998, 5 maart 1999, 3 mei 1999, 20 juli 2000 en de besluiten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 18 november 1999 en 13 december 2001;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 augustus 1975 houdende het reglement van politie en scheepvaart voor het Kanaal van Brussel naar de Rupel en voor de Haven van Brussel, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 juli 1985, 3 maart 1988 en de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 december 1998 en 14 okotber 1999;

Gelet op de ordonnantie van 3 augustus 1992 betreffende de uitbating en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven en hun bijgebouwen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 maart 2001;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 mei 1993 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de ordonnantie van 3 december 1992 betreffende de uitbating en de ontwikkeling van het kanaal en de haven, de voorhaven en van hun bijgebouwen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 27 maart 1993 tot vaststelling van het bestek waaraan de Haven van Brussel is onderworpen, als gewijzigd bij de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 mei 1994 en 30 mei 1996, inzonderheid op artikel 17.1;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 19 september 1991 tot regeling van de verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen, gewijzigd bij de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 januari 1997, 16 september 1999 en 6 september 2001;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 april 2002 tot vaststelling van de lijst van afvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 januari 1997 betreffende het afvalregister;

Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 26 maart 2003;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 6 maart 2003;

Gelet op de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, als vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd door de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende de noodzaak richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingsresiduen terstond om te zetten, omdat dit voor 28 december 2002 had moeten geschieden;

Op voorstel van de Minister van Vervoer en de Minister van Leefmilieu;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Doelstelling

Artikel 1.Dit besluit heeft ten doel de omzetting van richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingsresiduen, als gewijzigd bij richtlijn 2002/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 houdende wijziging van de richtlijnen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen, met het doel de lozingen van scheepsafval en ladingsresiduen in de zee terug te dringen, met name illegale lozingen, door schepen die gebruik maken van havens van de Europese Unie, door de beschikbaarheid en het gebruik van havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingsresiduen te verbeteren, teneinde aldus een betere bescherming van het mariene milieu te bewerkstelligen.

Begripsomschrijving

Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder : 1. « schip » : zeegaand vaartuig, ongeacht het type, dat in het mariene milieu opereert, met inbegrip van draagvleugelboten, luchtkussenvaartuigen, onderwatervaartuigen en drijvende vaartuigen;2. « MARPOL 73/78 » : het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 en de bijlagen, gedaan te Londen op 2 november 1973 en het Protocol van 1978 bij het Internationaal Verdrag van 1973 ter voorkoming van verontreiniging door schepen en de Bijlagen, gedaan te Londen op 17 februari 1978, als goedgekeurd door de wet van 17 januari 1984;3. « scheepsafval » : alle afval, met inbegrip van sanitair afval, en residuen, niet zijnde ladingresiduen, die ontstaan tijdens de bedrijfsvoering van een schip en vallen onder het toepassingsgebied van de bijlagen I, IV en V van MARPOL 73/78, en ladingsgebonden afval zoals omschreven in de beschikkingen voor de toepassing van bijlage V van MARPOL 73/78;4. « ladingresiduen » : de restanten van lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na lading of lossing en morsingen;5. « verwijdering » : de inzameling, afvoer en verwerking van afval met al dan niet terugwinning, recycling, nuttige toepassing, rechtstreeks hergebruik of ongeacht welke herwaardering van afval;6. « inzameling of ophaling » : het ophalen, sorteren en samenbrengen van afval afkomstig van meerdere houders teneinde het te verwerken;7. « afvoer » het laden, lossen en afvoeren van afval;8. « havenontvangstvoorziening » : vaste, drijvende of mobiele voorziening die geschikt is voor de ontvangst van scheepsafval of ladingresiduen;9. « vissersvaartuig » : schip, uitgerust of met commercieel oogmerk gebruikt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee;10. « pleziervaartuig » : schip, bestemd of gebruikt voor sport of vrijetijdsbesteding, ongeacht het type en de wijze van voortstuwing;11. « haven van Brussel » : geografisch gebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met aanlegwerken en voorzieningen die voornamelijk dienen voor de ontvangst van schepen, met inbegrip van vissersvaartuigen en pleziervaartuigen, waarvan het beheer en de exploitatie aan de publiekrechtelijke gewestelijke maatschappij Haven van Brussel worden toevertrouwd;12. « Haven van Brussel » de Gewestelijke publiekrechtelijke maatschappij Haven van Brussel, opgericht bij ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 3 december 1992 betreffende de uitbating en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven en hun bijgebouwen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarvan de statuten bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 15 januari 1993 zijn goedgekeurd;13. « Commissie » : de Europese Commissie bedoeld bij de artikelen 211 en volgende van het Verdrag van 25 maart 1957 tot instelling van de Europese Gemeenschap waarvan de tekst op 2 oktober 1997 door het Verdrag van Amsterdam werd geconsolideerd. Afval

Art. 3.Onverminderd de definities van artikel 2, 3°en 4°, worden "scheepsafval" en "ladingresiduen" beschouwd als afval in de zin van artikel 2, 1°, van de ordonnantie van 7 maart 1991 betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen.

Toepassingsgebied

Art. 4.Dit besluit is van toepassing op elk schip, vissersvaartuig en pleziervaartuig, ongeacht hun vlag, die de haven van Brussel aandoen of daar in bedrijf zijn, met uitzondering van oorlogsschepen, marinehulpschepen en andere schepen in eigendom of onder beheer van een Staat die uitsluitend voor een niet-commerciële overheidsdienst worden gebruikt.

Globaal plan

Art. 5.§ 1. Overeenkomstig de nadere voorschriften die opgenomen zijn in bijlage I wordt een passend plan voor ontvangst en verwerking van scheepsafval uitgewerkt en na overleg met de betrokken partijen, in het bijzonder de gewone havengebruikers of hun vertegenwoordigers, voor goedkeuring voorgesteld aan de Regering, de Haven van Brussel en het Brussels Instituut voor Milieubeheer. § 2. De Regering zorgt ervoor dat de bedoelde afvalontvangst- en afvalverwerkingsvoorzieningen de soorten en hoeveelheden scheepsafval en ladingsresiduen kunnen opvangen die afkomstig zijn van schepen die gebruikelijk de Haven van Brussel aandoen, rekening houdende met de operationele behoeften van dergelijke schepen, het belang en de geografische ligging van de haven van Brussel.

De Regering stelt een maximumtermijn vast voor de ontvangstoperaties van scheepsafval en ladingsresiduen, alsook de voorwaarden waaronder en de toepassingswijze waarop, bij termijnoverschrijding, een schadeloosstelling wegens overmatige oponthoud aangevraagd kan worden De Regering zorgt ervoor dat de schepen die buiten het toepassingsgebied van dit besluit vallen de afvalontvangstvoorzieningen en de ladingsresiduen kunnen gebruiken onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de schepen die wel onder het toepassingsgebied vallen § 3. Het plan wordt opgesteld voor een maximumduur van 3 jaar.

Telkens de Regering het nodig acht, dit door eigen toedoen of op voorstel van de Haven van Brussel of van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, kan het plan worden gewijzigd, met inachtneming van de in § 1 gestelde voorwaarden. § 4. Dit plan wordt door de Haven van Brussel of door de erkende afvalverwijderaar die hij aanwijst ten uitvoer gelegd. HOOFDSTUK II. - Verplichtingen van de kapitein Aanmelding

Art. 6.§ 1. De kapitein van een schip, niet zijnde een vissersvaartuig of een pleziervaartuig waarmee ten hoogste 12 passagiers mogen worden vervoerd, vult het formulier van bijlage II waarheidsgetrouw en nauwkeurig in en verstrekt de informatie aan de Haven van Brussel : - ten minste 24 uur voor aankomst in de haven van Brussel gekozen als aanloophaven, of; - uiterlijk bij vertrek uit de vorige haven, indien de duur van de reis minder dan 24 uur bedraagt, of; - zodra de haven van Brussel als aanloophaven gekozen is, indien deze informatie minder dan 24 uur voor zijn aanvaring beschikbaar is. § 2. De in § 1 bedoelde informatie wordt ten minste tot de volgende aanloophaven - indien deze in de Gemeenschap is gelegen - aan boord bewaard. § 3. Met toepassing van dit artikel zendt de Haven van Brussel onmiddellijk de hem ter kennis gegeven informatie door aan het Bestuur Maritieme Zaken en Scheepvaart van het Ministerie van Communicatie en Infrastructuur.

Afgifte van scheepsafval en ladingsresiduen

Art. 7.§ 1. De kapitein van een schip dat de haven van Brussel aandoet, geeft alle scheepsafval en ladingsresiduen voor vertrek uit die haven af bij een havenontvangstvoorziening die hem wordt aangeduid. § 2. De kapitein kan van de Haven van Brussel de toestemming verkrijgen om vrijgesteld te worden van de in het eerste lid bedoelde verplichting, indien uit de overeenkomstig artikel 6 en bijlage II van dit besluit verstrekte informatie blijkt dat er voldoende aparte opslagcapaciteit aan boord aanwezig is voor alle scheepsafval dat is ontstaan en dat tijdens de voorgenomen reis van het schip tot de haven van afgifte nog zal ontstaan.

Indien er goede redenen zijn om aan te nemen dat er geen toereikende havenontvangstvoorzieningen beschikbaar zijn in de beoogde haven van afgifte, of indien die haven niet bekend is en er derhalve een risico bestaat dat die haven niet over de gepaste havenontvangstvoorzieningen beschikt wordt er geen toestemming gegeven. HOOFDSTUK III. - Betalingen Algemeen

Art. 8.§ 1. De schepen in aanloop in de haven van Brussel die de havenontvangstvoorzieningen gebruiken betalen de afvalophaler een bedrag in overeenstemming met de categorie, het type en de grootte van het schip en van het soort en de werkelijk afgegeven hoeveelheden scheepsafval en ladingsresiduen.

Er kan een kortingsstelsel worden ingevoerd om rekening te houden met elementen als het beheer, het ontwerp, de uitrusting en de exploitatie van een schip die van die aard zijn dat ze scheepsafval en ladingsresiduen kunnen terugdringen. § 2. De vissersvaartuigen en pleziervaartuigen waarmee ten hoogste 12 passagiers mogen worden vervoerd, kunnen vrijgesteld zijn van de betaling van die bedragen alsook alle goederenschepen die regelmatig meer dan twee havens binnen de Europese Unie aandoen, zodra aangetoond wordt dat er een afspraak met een van die havens bestaat met het oog op de afgifte van scheepsafval en ladingsresiduen in de gepaste voorzieningen tegen betaling van de bedragen.

Informatie

Art. 9.§ 1. De Haven van Brussel stelt vanaf de eerste aanvraag elke aanbelangende in kennis van alle inlichtingen in verband met de structuur en de te storten bedragen om de havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingsresiduen te kunnen gebruiken. § 2. De Haven van Brussel zendt de Commissie elk jaar uiterlijk voor 31 december, alle beschikbare gegevens over die betrekking hebben op de uivoering van dit hoofdstuk. HOOFDSTUK VI. - Allerlei bepalingen

Art. 10.Afgegeven scheepsafval en ladingresiduen worden beschouwd als in het vrije verkeer te zijn gebracht in de zin van artikel 79 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek.

Overeenkomstig artikel 45 van het Communautair douanewetboek zien de douaneautoriteiten af van de eis dat er een summiere aangifte moet worden ingediend.

Art. 11.De Haven van Brussel werkt met de Commissie samen met het doel een gepast informatie- en toezichtssysteem in te stellen dat tot doel heeft : - die schepen herkenbaar te maken die hun scheepsafval en hun ladingsresiduen niet overeenkomstig dit besluit hebben afgegeven; - te verzekeren dat de doelstellingen bedoeld in artikel 1 van dit besluit bereikt zijn.

Art. 12.De Haven van Brussel werkt met de Commissie samen met het doel gemeenschappelijke criteria vast te stellen waardoor de schepen bedoeld in artikel 8, § 1, tweede lid, van dit besluit, opgespoord kunnen worden.

Brussel, 30 april 2003.

Namens de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek, F.-X. de DONNEA De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Openbare Werken, Vervoer, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, J. CHABERT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud, Openbare Netheid en Buitenlandse Handel, D. GOSUIN

Bijlage 1 Voorschriften voor afvalontvangst- en afvalverwerkingsplannen voor de haven van Brussel De plannen moeten betrekking hebben op alle soorten scheepsafval en ladingresiduen, afkomstig van schepen die gewoonlijk de de haven van Brussel aandoen, en afgesteld zijn op de grootte van de haven en het soort schepen dat die haven aandoet.

De volgende elementen moeten deel uitmaken van de plannen : - een beoordeling van de behoefte aan havenontvangstvoorzieningen, gelet op de behoefte van de schepen die de haven van Brussel gewoonlijk aandoen; - een beschrijving van het soort havenontvangstvoorzieningen en de capaciteit daarvan; - een gedetailleerde beschrijving van de procedures voor de ontvangst en inzameling van scheepsafval en ladingresiduen; - een beschrijving van het tariefsysteem; - procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van havenontvangstvoorzieningen; - procedures voor structureel overleg met havengebruikers, afvalbedrijven, terminalexploitanten en andere betrokken partijen, en - soort en hoeveelheden ontvangen en verwerkt scheepsafval en ladingresiduen.

Daarnaast dienen de plannen het volgende te omvatten : - een overzicht van de toepasselijke wetgeving en formaliteiten voor de afgifte; - vermelding van een persoon of personen die verantwoordelijk is of zijn voor de uitvoering van het plan; - een beschrijving van eventuele voorbehandelingsinstallaties en -processen in de haven; - een beschrijving van de methoden voor het registreren van het feitelijk gebruik van de havenontvangstvoorzieningen; - een beschrijving van de methoden voor het registreren van de ontvangen hoeveelheden scheepsafval en ladingresiduen, en - een beschrijving van de wijze waarop scheepsafval en ladingresiduen worden verwijderd.

De procedures voor de ontvangst, inzameling, opslag, behandeling en verwijdering dienen in alle opzichten conform een milieuzorgsysteem te zijn dat geschikt is voor een geleidelijke vermindering van de milieueffecten van deze activiteiten. De procedures worden geacht conform te zijn indien zij voldoen aan Verordening (EG) nr. 761/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriële sector aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem.

Informatie die aan alle havengebruikers moet worden verstrekt : - korte verwijzing naar het fundamentele belang van een behoorlijke afgifte van scheepsafval en ladingresiduen; - locatie van de havenontvangstvoorzieningen voor iedere aanlegplaats, met tekening/kaart; - lijst van gewoonlijk verwerkte soorten scheepsafval en ladingresiduen; - lijst van contactadressen, exploitanten en geboden diensten; - beschrijving van de afgifteprocedures; - beschrijving van het tariefsysteem; en - procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van havenontvangstvoorzieningen.

Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 april 2003 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingsresiduen.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek, F.-X. de DONNEA De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud, Openbare Netheid en Buitenlandse Handel, D. GOSUIN

Bijlage 2 Aan te melden informatie voor het aandoen van de Haven van Brussel 1. Naam, roepnaam en, indien van toepassing, I.M.O.-identificatienummer van het schip : 2. Vlaggenstaat : 3.Vermoedelijke aankomsttijd in de haven van Brussel : 4. Vermoedelijke vertrektijd : 5.Vorige aanloophaven : 6. Volgende aanloophaven : 7.Vorige haven van afgifte van scheepsafval en afgiftedatum : 8. Geeft u : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld afval van uw schip af bij havenontvangstvoorzieningen ? 9.Soort en hoeveelheid af te leveren en/of aan boord te houden scheepsafval en ladingsresiduen, en percentage : Indien al het afval afgegeven wordt, de tweede kolom invullen, voorzover van toepassing.

Indien enig of geen afval afgegeven wordt, alle kolommen invullen.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Opmerkingen : 1. Deze informatie kan worden gebruikt voor de havenstaatcontrole en andere inspectiedoeleinden.2. Dit formulier moet worden ingevuld, tenzij het schip onder een vrijstelling overeenkomstig artikel 7, § 2, van dit besluit valt. Hierbij verklaar ik dat : - de bovenstaande gegevens juist en volledig zijn, en - er voldoende aparte opslagcapaciteit aan boord is voor al het afval dat ontstaat tussen deze aanmelding en de volgende haven waarin afval wordt afgegeven.

Datum ......................................

Tijd ..........................................

Handtekening .......................

Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 april 2003 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingsresiduen.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek, F.-X. de DONNEA De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud, Openbare Netheid en Buitenlandse Handel, D. GOSUIN

^