Etaamb.openjustice.be
Bericht
gepubliceerd op 10 oktober 2023

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 30 augustus 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 15 september 2023, heeft de Arbeidsrechtbank te Gent, afdeling Gent, de « Schendt artikel 108, 1° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verz(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2023045699
pub.
10/10/2023
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten Bij vonnis van 30 augustus 2023, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 15 september 2023, heeft de Arbeidsrechtbank te Gent, afdeling Gent, de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 108, 1° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre het een verschil in behandeling creëert tussen : - de uitkeringsgerechtigde werklozen die de wettelijke pensioenleeftijd in België niet hebben bereikt en die gedurende hun periodes van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 100, § 1 van de voormelde wet aanspraak kunnen maken op de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ten laste van de bevoegde sociale zekerheidsinstelling, - en de uitkeringsgerechtigde werklozen zoals bedoeld in artikel 64, tweede lid, 2° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering die de wettelijke pensioenleeftijd in België wél hebben bereikt, voor zover aan deze laatsten het voordeel van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ontzegd wordt gedurende de periodes van arbeidsongeschiktheid, terwijl zij, gelet op de hogere pensioenleeftijd in het aan België grenzende land van tewerkstelling, ook nog geen aanspraak kunnen maken op hun rustpensioen in dat land van tewerkstelling en omdat zij worden gedwongen om bij de aanvang van de arbeidsongeschiktheid hun recht op pensioen in het woonland, dat, gelet op de in het hiervoor aangehaalde artikel 64, tweede lid, 2°, litt. c) van het Werkloosheidsbesluit opgenomen voorwaarde van een tewerkstelling van minstens 15 jaar in het buitenland, slechts een fractie uitmaakt van het pensioen waarop de personen die steeds tewerkgesteld zijn in België met eenzelfde beroepsloopbaan aanspraak kunnen maken, te doen gelden ? ».

Die zaak is ingeschreven onder nummer 8079 van de rol van het Hof.

De griffier, F. Meersschaut

^