Etaamb.openjustice.be
Bericht
gepubliceerd op 20 september 2007

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 29 juni 2007 in zake Thierry Nelissen tegen Willy Delfosse en in aanwezigheid van Pierre-Etienne de Fays en de CVBA « Verzekeringen van het Notariaat 1. « Schendt het vroegere artikel 68 van de wet van 25 ventôse jaar XI, zoals het van toepassing wa(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2007202840
pub.
20/09/2007
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 29 juni 2007 in zake Thierry Nelissen tegen Willy Delfosse en in aanwezigheid van Pierre-Etienne de Fays en de CVBA « Verzekeringen van het Notariaat », waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 6 juli 2007, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vragen gesteld : 1. « Schendt het vroegere artikel 68 van de wet van 25 ventôse jaar XI, zoals het van toepassing was vóór de wijziging ervan bij de wet van 4 maart 1999, in die zin geïnterpreteerd dat het de nietigheid bevestigt van de notariële authentieke akten en bijgevolg van de overeenkomst zelf wanneer het om een plechtige akte gaat, om de enige reden dat de vormvereiste bestaande in de ondertekening door de instrumentaire getuigen niet in de akte is vermeld, terwijl uit de akte zelf overigens blijkt dat zij is ondertekend en dat aan de vormvereiste dus is voldaan, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet ? »;2. « Schendt het vroegere artikel 68 van de wet van 25 ventôse jaar XI, zoals het van toepassing was vóór de wijziging ervan bij de wet van 4 maart 1999, in die zin geïnterpreteerd dat het de nietigheid niet bevestigt van de notariële authentieke akten en bijgevolg van de overeenkomst zelf wanneer het om een plechtige akte gaat, om de enige reden dat de vormvereiste bestaande in de ondertekening door de instrumentaire getuigen niet in de akte is vermeld, terwijl uit de akte zelf overigens blijkt dat zij is ondertekend en dat aan de vormvereiste dus is voldaan, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet ? ». Die zaak is ingeschreven onder nummer 4263 van de rol van het Hof.

De griffier, P.-Y. Dutilleux.

^