Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 02 februari 2024

Uittreksel uit arrest nr. 88/2023 van 8 juni 2023 Rolnummer 7796 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 344 van de programmawet van 24 december 2002, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Luik, afdeling Luik. Het Grondwette(...) samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters T. Giet, J. Moerman, M. Pâ(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2023047013
pub.
02/02/2024
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Uittreksel uit arrest nr. 88/2023 van 8 juni 2023 Rolnummer 7796 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 344 van de programmawet (I) van 24 december 2002, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Luik, afdeling Luik.

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, D. Pieters en E. Bribosia, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter P. Nihoul, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging Bij vonnis van 25 april 2022, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 28 april 2022, heeft de Arbeidsrechtbank te Luik, afdeling Luik, de volgende prejudiciële vragen gesteld : « Schendt artikel 344 van de programmawet (I) van 24 december 2002 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het een gelijkheid van behandeling doet ontstaan tussen, enerzijds, de werkgever wiens personeelsbestand een inactieve werknemer (in onbekwaamheid van lange duur) omvat gedurende heel de periode bedoeld in artikel 344 van de programmawet (I) van 24 december 2002, dat wil zeggen tijdens de vier kwartalen die de nieuwe indienstneming voorafgaan, en, anderzijds, de werkgever van wie alle werknemers actief zijn gedurende diezelfde periode, in zoverre de vermindering van sociale bijdragen bedoeld in artikel 342, eerste lid, van de voormelde wet wordt geweigerd aan de nieuwe werkgever indien de nieuw in dienst genomen werknemer een werknemer vervangt die in dezelfde technische bedrijfseenheid tewerkgesteld is, ongeacht of hij actief dan wel inactief is ? Doet artikel 344 van de programmawet (I) van 24 december 2002, in zoverre het aldus wordt geïnterpreteerd dat het de actieve en niet-actieve werknemers op dezelfde wijze behandelt, een in de zin van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet onverantwoorde gelijkheid van behandeling ontstaan (weigering van de vermindering bedoeld in artikel 342, eerste lid, van de wet) tussen een werkgever die een werknemer vervangt die gedurende de referentieperiode bedoeld in artikel 344 in dezelfde technische bedrijfseenheid actief is en de werkgever die overgaat tot een nieuwe indienstneming van een werknemer die een werknemer die gedurende de referentieperiode bedoeld in artikel 344 actief is binnen dezelfde technische bedrijfseenheid, niet vervangt om reden dat de zogezegd vervangen werknemer gedurende de hele beschouwde periode geen enkele prestatie heeft uitgevoerd en voor de werkgever geen enkele last vertegenwoordigt, of het nu op het vlak van bezoldiging dan wel op het vlak van sociale bijdragen is ? ». (...) III. In rechte (...) Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling en de context ervan B.1.1. De prejudiciële vragen hebben betrekking op de doelgroepvermindering « eerste aanwervingen ».

B.1.2. Doelgroepverminderingen zijn maatregelen tot vermindering van de werkgeversbijdragen die werden aangenomen om de werkgelegenheid te vrijwaren en waarvan de toepassing aan strikte voorwaarden is verbonden (zie de artikelen 335 en volgende van de programmawet (I) van 24 december 2002). Er zijn meerdere doelgroepverminderingen toegekend, met name voor de oudere werknemers, voor langdurig werkzoekenden, voor eerste aanwervingen, voor jonge werknemers, voor mentors, voor de collectieve arbeidsduurvermindering, voor de vierdagenweek en voor de herstructureringen.

B.1.3. De doelgroepvermindering « eerste aanwervingen » is ingevoerd bij de artikelen 342 tot 345 van de programmawet (I) van 24 december 2002.

B.1.4. Artikel 342 van de programmawet (I) van 24 december 2002, in de versie ervan die van toepassing was ten tijde van de voor het verwijzende rechtscollege in het geding zijnde aanwerving (op 1 januari 2020), meer bepaald zoals het bij artikel 14 van de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/12/2015 pub. 30/12/2015 numac 2015206007 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht sluiten « houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht » werd gewijzigd, bepaalt : « Voor zover ze kunnen beschouwd worden als nieuwe werkgevers, kunnen de werkgevers bedoeld in artikel 335 aanspraak maken op een doelgroepvermindering tijdens een aantal kwartalen, die gespreid zijn over een periode van een aantal kwartalen, voor eerste aanwervingen van werknemers, en met name voor maximaal zes werknemers.

De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de periode waarin de vermindering wordt toegekend en de periode waarin de vermindering moet worden uitgeput ».

B.1.5. Artikel 343 van de programmawet (I) van 24 december 2002 definieert het begrip « nieuwe werkgever ». In de versie ervan die van toepassing was ten tijde van de voor het verwijzende rechtscollege in het geding zijnde aanwerving (op 1 januari 2020), dat wil zeggen zoals het voor het laatst bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/12/2015 pub. 30/12/2015 numac 2015206007 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht sluiten « houdende maatregelen inzake de versterking van jobcreatie en koopkracht » werd gewijzigd, bepaalt dat artikel : « § 1. Als nieuwe werkgever van een eerste werknemer wordt beschouwd een werkgever die nooit onderworpen is geweest aan de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, voor de tewerkstelling van werknemers andere dan leerlingen, dienstboden, deeltijds leerplichtigen en gelegenheidsarbeiders bedoeld in artikel 2/1 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, of die, sedert ten minste vier opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van indienstneming voorafgaan, hieraan niet meer onderworpen waren. § 2. Als nieuwe werkgever van een tweede werknemer wordt beschouwd een werkgever die sedert ten minste vier opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van indienstneming van een tweede werknemer voorafgaan, niet onderworpen is geweest aan de voornoemde wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, voor de tewerkstelling van meer dan één werknemer andere dan leerlingen, dienstboden, deeltijds leerplichtigen en gelegenheidsarbeiders bedoeld in artikel 2/1 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. [...] ».

B.1.6. De prejudiciële vragen hebben betrekking op artikel 344 van de programmawet (I) van 24 december 2002, zoals het werd geformuleerd na de vervanging ervan bij artikel 50 van de programmawet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021248 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten en vóór de vervanging ervan bij artikel 127 van de programmawet van 27 december 2021.

Dat bepaalt : « De in artikel 343 bedoelde werkgever geniet niet van de bepalingen van dit hoofdstuk indien de nieuw in dienst genomen werknemer een werknemer vervangt die in de loop van de vier kwartalen voorafgaand aan de indienstneming in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam geweest is ».

B.1.7.1. Juridische entiteiten vormen een « technische bedrijfseenheid » wanneer zij sociaal en economisch met elkaar verbonden zijn.

B.1.7.2. De « technische bedrijfseenheid » wordt niet gedefinieerd in de programmawet (I) van 24 december 2002 in de versie ervan die van toepassing is op het geschil voor het verwijzende rechtscollege.

B.1.8.1. De in het geding zijnde bepaling heeft artikel 117, § 2, van de programmawet van 30 december 1988 vervangen. Vóór de opheffing ervan bij artikel 65 van de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1994 pub. 07/03/2012 numac 2012000130 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale en diverse bepalingen . - Duitse vertaling van uittreksels sluiten « houdende sociale en diverse bepalingen », bepaalde dat artikel : « De [...] werkgever geniet niet van de bepalingen van dit hoofdstuk indien de nieuw in dienst genomen werknemer een werknemer vervangt die in de loop van de twaalf kalendermaanden voorafgaand aan de indienstneming in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam geweest is [...] ».

B.1.8.2. Uit de parlementaire voorbereiding van de programmawet van 30 december 1988 blijkt dat de uitzondering op de vermindering van de werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid in geval van de vervanging van een werknemer « tot doel [heeft] te vermijden dat een loutere wijziging van de rechtspersoonlijkheid van de werkgever zonder enige reële werkgelegenheidsschepping, recht heeft op het voordeel van de maatregel » (Parl. St., Kamer, 1988-1989, nr. 609/1, p. 58).

B.2.1. Volgens een vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie volgt daaruit dat de nieuwe aanwerving geen aanleiding geeft tot verminderde socialezekerheidsbijdragen wanneer zij niet gepaard gaat met een reële werkgelegenheidsschepping binnen dezelfde technische bedrijfseenheid (Cass., 30 oktober 2006, S.05.0085.N, ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061030.5; Cass, 12 november 2007, S.06.0108.N, ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071112.2; Cass., 1 februari 2010, S.09.0017.N, ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100201.7; Cass., 7 juni 2010, S.09.0107.N, ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100607.3). Bovendien dient de voorwaarde van de reële werkgelegenheidsschepping zonder onderscheid te worden beoordeeld wat de statuten van de werknemers of de aard van de prestaties betreft (Cass., 10 december 2007, S.07.0036.N, ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071210.4).

B.2.2. Over de in het geding zijnde bepaling in het bijzonder, heeft het Hof van Cassatie geoordeeld : « Uit deze bepaling volgt dat een nieuwe indienstneming geen recht geeft op de bedoelde bijdragevermindering wanneer zij niet gepaard gaat met enige reële werkgelegenheidsschepping.

Om te bepalen of de nieuw in dienst genomen werknemer een werknemer vervangt die in de loop van de vier kwartalen voorafgaand aan de indienstneming in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam is geweest, moet een vergelijking worden gemaakt tussen het personeelsbestand van de technische bedrijfseenheid op het ogenblik van de indienstneming van de nieuwe werknemer enerzijds en het maximale personeelsbestand van de technische bedrijfseenheid in de loop van de vier kwartalen voorafgaand aan die indienstneming anderzijds.

Enkel wanneer het personeelsbestand van de technische bedrijfseenheid op het ogenblik van de indienstneming van de nieuwe werknemer is toegenomen en aan de overige wettelijke vereisten is voldaan, zal de doelgroepvermindering verworven zijn » (Cass., 13 mei 2019, S.18.0039, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190513.2).

Daaruit blijkt dat de eventuele aangroei van het personeelsbestand van de technische bedrijfseenheid na een nieuwe aanwerving het enige criterium is waarmee wettelijk rekening mag worden gehouden om te beoordelen of er een reële werkgelegenheidsschepping is.

Ten aanzien van de prejudiciële vragen B.3.1. Het verwijzende rechtscollege vraagt aan de hand van twee prejudiciële vragen of artikel 344 van de programmawet (I) van 24 december 2002 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre het : - zowel de « nieuwe werkgevers » die een werknemer aanwerven die een werknemer vervangt die actief is geweest in dezelfde technische bedrijfseenheid tijdens de vier kwartalen die de aanwerving zijn voorafgegaan; - als de « nieuwe werkgevers » die een werknemer aanwerven die een werknemer vervangt die binnen de technische bedrijfseenheid wordt geacht « inactief » te zijn geweest aangezien hij tijdens diezelfde referentieperiode arbeidsongeschikt was, op dezelfde wijze behandelt door hen zonder onderscheid het voordeel van de doelgroepvermindering « eerste aanwervingen » te weigeren.

B.3.2. De twee prejudiciële vragen zijn onderling nauw verbonden, zodat het Hof ze samen onderzoekt.

B.4. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie verzet zich ertegen dat categorieën van personen, die zich ten aanzien van de betwiste maatregel in wezenlijk verschillende situaties bevinden, op identieke wijze worden behandeld, zonder dat daarvoor een redelijke verantwoording bestaat.

B.5.1. Door de in artikel 343 van de programmawet (I) van 24 december 2002 bedoelde « nieuwe werkgevers » die overgaan tot hun eerste aanwervingen te ondersteunen met een maatregel voor de vermindering van de werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid, strekt de doelgroepvermindering « eerste aanwervingen » ertoe de tewerkstelling te bevorderen, hetgeen een legitieme doelstelling is.

B.5.2. De in het geding zijnde bepaling voorziet in een uitzondering op het voordeel van de doelgroepvermindering « eerste aanwervingen » voor de « nieuwe werkgevers », wanneer die een werknemer aanwerven die een « werknemer vervangt die [...] in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam is geweest ». In dat geval is er immers geen reële werkgelegenheidsschepping.

Zoals uit B.1.8.2 blijkt, bestaat het doel van die uitzondering erin te vermijden dat werkgevers een doelgroepvermindering « eerste aanwervingen » kunnen genieten terwijl ze niet daadwerkelijk nieuwe banen scheppen.

B.6.1. Ten aanzien van dat doel, bevindt een « nieuwe werkgever » die een werknemer aanwerft die binnen dezelfde technische bedrijfseenheid een werknemer vervangt die wegens een arbeidsongeschiktheid geen enkele prestatie heeft geleverd tijdens de vier kwartalen die zijn voorafgegaan aan de aanwerving, zich in een situatie die niet essentieel verschilt van die van een « nieuwe werkgever » die een werknemer aanwerft die binnen dezelfde technische bedrijfseenheid een werknemer vervangt die wel prestaties heeft geleverd tijdens de vier kwartalen die aan de aanwerving zijn voorafgegaan.

Rekening houdend met de in B.2 aangehaalde rechtspraak van het Hof van Cassatie, scheppen die twee « nieuwe werkgevers » immers niet effectief werkgelegenheid, doordat er geen aangroei is van het personeelsbestand op het niveau van de technische bedrijfseenheid. De omstandigheid dat de vervangen werknemer van een van die werkgevers « inactief » was tijdens de vier kwartalen die zijn voorafgegaan aan de aanwerving, wijzigt die vaststelling niet.

B.6.2. Daaruit volgt dat de in het geding zijnde bepaling bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Om die redenen, het Hof zegt voor recht : Artikel 344 van de programmawet (I) van 24 december 2002 schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.

Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, op 8 juni 2023.

De griffier, De voorzitter, F. Meersschaut P. Nihoul

^