Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 19 september 2023

Uittreksel uit arrest nr. 85/2023 van 1 juni 2023 Rolnummers 7720 en 7747 In zake : de beroepen tot vernietiging van hoofdstuk I van het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 juni 2021 « houdende oprichting van territoriale polen belast me Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2023042868
pub.
19/09/2023
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Uittreksel uit arrest nr. 85/2023 van 1 juni 2023 Rolnummers 7720 en 7747 In zake : de beroepen tot vernietiging van hoofdstuk I van het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 juni 2021 « houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie », in zoverre het de artikelen 6.2.2-5, 6.2.3-1, 6.2.5-4, 6.2.5-5 en 6.2.5-6, § 3, tweede en derde lid, invoegt in boek 6 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, ingesteld door de vzw « Secrétariat Général de l'Enseignement Catholique en Communautés française et germanophone » en door de vzw « Inclusion ».

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, en de rechters T. Giet, J. Moerman, M. Pâques, Y. Kherbache, T. Detienne, D. Pieters, S. de Bethune, E. Bribosia, W. Verrijdt en K. Jadin, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter P. Nihoul, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 3 januari 2022 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 4 januari 2022, heeft de vzw « Secrétariat Général de l'Enseignement Catholique en Communautés française et germanophone », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr.M. Kaiser en Mr. M. Verdussen, advocaten bij de balie te Brussel, beroep tot vernietiging ingesteld van hoofdstuk I van het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 juni 2021 « houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie », in zoverre het een artikel 6.2.5-6, § 3, tweede en derde lid, invoegt in boek 6 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 augustus 2021, derde editie). b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 4 februari 2022 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 8 februari 2022, heeft de vzw « Inclusion », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr.V. van der Plancke, advocaat bij de balie te Brussel, beroep tot vernietiging ingesteld van hoofdstuk I van hetzelfde decreet, in zoverre het de artikelen 6.2.2-5, 6.2.3-1, 6.2.5-4 en 6.2.5-5 invoegt in boek 6 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs.

Die zaken, ingeschreven onder de nummers 7720 en 7747 van de rol van het Hof, werden samengevoegd. (...) II. In rechte (...) Ten aanzien van de bestreden bepalingen en de context ervan B.1.1. Het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 juni 2021 « houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie » (hierna : het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten) heeft tot doel de inclusie van leerlingen met specifieke behoeften in het gewoon onderwijs waarvoor de Franse Gemeenschap bevoegd is, geleidelijk aan te versterken door de oprichting van « territoriale polen » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, nr. 245/1, p. 6).

De parlementaire voorbereiding van het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten verwijst in dat verband naar de beleidsverklaring van de Regering waarin is bepaald dat « het aantal leerlingen dat gespecialiseerd onderwijs volgt moet worden verminderd door inclusie in het gewoon onderwijs te bevorderen telkens wanneer dat mogelijk is, en door de nodige middelen vrij te maken voor hun inclusie » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, nr. 245/3, p. 3). De decreetgever beoogde « een complete paradigmashift », met de bedoeling « alle leerlingen met specifieke behoeften die naar school gaan in de « Fédération Wallonie-Bruxelles » de mogelijkheid te bieden om te worden begeleid indien dat noodzakelijk blijkt » (ibid, p. 3).

B.1.2. Een territoriale pool is een structuur die belast is met de ondersteuning van scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en van volledige permanente integratie ten voordele van leerlingen met specifieke behoeften. Een pool wordt geplaatst onder de verantwoordelijkheid van de inrichtende macht van een « hoofdschool » behorend tot het gespecialiseerd onderwijs. Die school kan samenwerken met een of meer « partnerscholen », die ook tot het gespecialiseerd onderwijs behoren en die antennes van de territoriale pool vormen. De territoriale pool oefent zijn opdrachten uit in « samenwerkende scholen » van het gewoon onderwijs, die decretaal verplicht zijn om samen te werken met een territoriale pool.

De hoofdschool, de partnerschool en de samenwerkende school kunnen worden georganiseerd door verschillende inrichtende machten die tot afzonderlijke onderwijsnetten behoren (artikel 6.2.2-1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs).

B.2.1. Het beroep in de zaak nr. 7720 heeft betrekking op artikel 6.2.5-6, § 3, tweede en derde lid, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten.

B.2.2. Het voormelde 6.2.5-6 bepaalt : « § 1. De inrichtende macht van de hoofdschool krijgt voor de territoriale pool die zij organiseert een specifieke financiering in de vorm van een envelop met punten.

De berekening van de envelop met punten van elke territoriale pool wordt als volgt uitgevoerd : 1° aan elke territoriale pool wordt een aantal basispunten toegekend onder het totaal aantal punten overeenkomstig artikel 6.2.5-3; 2° aan bepaalde territoriale polen worden extra punten toegekend overeenkomstig de artikelen 6.2.5-4 en 6.2.5-5. § 2. De inrichtende macht van de hoofdschool kan haar envelop met punten als volgt verdelen : 1° minimaal 80 procent van de punten moet worden toegekend aan wedden of weddesubsidies;2° maximaal 20 procent van de punten moet worden toegekend aan dotaties of werkingssubsidies. De inrichtende macht van de hoofdschool deelt jaarlijks de verdeling van het aantal punten aan de diensten van de regering mee. § 3. De diensten van de regering betalen de dotaties of werkingssubsidies aan de inrichtende macht van de hoofdschool door het aantal punten dat door de pool wordt toegekend aan dotaties/werkingssubsidies te vermenigvuldigen met de waarde van één punt berekend overeenkomstig artikel 6.2.5-3, § 1.

Voor de territoriale polen die onder een door de Franse Gemeenschap georganiseerde hoofdschool ressorteren, worden de bedragen toegewezen aan werkingsdotaties verhoogd door de volgende formule toe te passen : Dfct = Nfct + [Nfct x 33/100] In deze formule : duidt ` Dfct ' de werkingsdotatie aan die toegekend wordt aan de hoofdschool georganiseerd door de Franse Gemeenschap; duidt ` Nfct ' het bedrag aan dat berekend wordt overeenkomstig het eerste lid.

Elke territoriale pool kan haar werkingsmiddelen gebruiken om het administratief personeel aan te werven. Daartoe kan een inrichtende macht beslissen om voor de territoriale pool die zij organiseert, toe te treden tot een beheercentrum bedoeld in de artikelen 114 en volgende van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs type decreet prom. 02/02/2007 pub. 23/02/2007 numac 2007035226 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van titel III en titel IV van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 sluiten tot vaststelling van het statuut van de directeurs en directrices in het onderwijs. De lidmaatschapsovereenkomst bedoeld in artikel 115 van voormeld decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs type decreet prom. 02/02/2007 pub. 23/02/2007 numac 2007035226 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van titel III en titel IV van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 sluiten bepaalt het aandeel van de werkingsmiddelen van de territoriale pool die aan het beheercentrum worden toegekend ».

De parlementaire voorbereiding van het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten verduidelijkt dat de derde paragraaf een verschil in financiering doorvoert voor de territoriale polen die ressorteren onder een door de Franse Gemeenschap georganiseerde hoofdschool, maar dat Wallonie-Bruxelles Enseignement (hierna : WBE) « een bijzondere inrichtende macht met eigen kenmerken is, waardoor de situatie van WBE niet kan worden vergeleken met de situatie van andere inrichtende machten ». WBE beschikt met name over eigen middelen en heeft « diverse specifieke opdrachten voor de actoren van het onderwijsveld (leerlingen/inrichtende machten) die geen oplossing hebben kunnen vinden bij inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs. Een van de bijzonderheden van WBE is meer bepaald het feit dat het onderwijs verstrekt aan leerlingen die in andere scholen problemen hebben gehad » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, 245/1, p. 27).

Tijdens de parlementaire bespreking bevestigde de bevoegde minister dat de Regering heeft beslist het principe van een gedifferentieerde financiering eveneens toe te passen voor de territoriale polen die ressorteren onder een door WBE georganiseerde hoofdschool : « Die differentiëring kan worden verklaard door het feit dat, voor het door haar georganiseerde onderwijs, de Franse Gemeenschap 100 % van de uitgaven verbonden aan de organisatie van het onderwijs op zich moet nemen. Het financieringssysteem waarin dit ontwerpdecreet voor de territoriale polen voorziet, is dus een afdruk van de financiering die op de scholen wordt toegepast en neemt dezelfde financieringsverhouding in acht als die van de zogeheten ` Schoolpactwet ' van 29 mei 1959 inzake dotaties en werkingssubsidies, waarin het ` leerlingenforfait ' van de gesubsidieerde scholen wordt vastgesteld op 75 % van dat van de [door de Franse Gemeenschap] georganiseerde scholen » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, nr. 245/3, p. 5).

B.2.3. Artikel 6.2.5-6, § 3, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs bepaalt de berekening van de dotaties en werkingssubsidies die de inrichtende macht van een hoofdschool geniet.

Het bedrag daarvan wordt verkregen « door het aantal punten dat door de pool wordt toegekend aan dotaties/werkingssubsidies te vermenigvuldigen met de waarde van één punt berekend overeenkomstig artikel 6.2.5-3, § 1 » (eerste lid). Voor de territoriale polen die ressorteren onder een hoofdschool van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, wordt de werkingsdotatie verhoogd met 33 % (tweede en derde lid).

B.3.1. Het beroep in de zaak nr. 7747 heeft betrekking op de artikelen 6.2.2-5, 6.2.3-1, 6.2.5-4 en 6.2.5-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, zoals zij werden ingevoegd bij het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten.

B.3.2. Artikel 6.2.2-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs bepaalt : « Wanneer een territoriale pool voor een of meer leerling(en) met specifieke sensomotorische behoeften zorgt, kan de inrichtende macht van de territoriale pool specifieke partnerschappen sluiten met de inrichtende macht van de scholen voor gespecialiseerd onderwijs die de types 4, 6 of 7 organiseren, afhankelijk van de specifieke behoefte van de leerling(en).

Wanneer een territoriale pool de zorg voor één of meer leerling(en) op zich neemt die onder het gespecialiseerd onderwijs van type 5 vallen, kan de inrichtende macht van de territoriale pool een specifiek partnerschap sluiten met de inrichtende macht van een school voor gespecialiseerd onderwijs die het type 5 organiseert.

De territoriale pool en de betrokken school voor gespecialiseerd onderwijs kunnen in verschillende zone gelegen worden. Dit specifieke partnerschap kan gesloten worden tijdens de periode van de samenstelling van de pool bedoeld in artikel 6.2.2-3 en blijft geldig tot de vervaldatum van deze periode.

Het sluiten van een specifiek partnerschap door een school voor gespecialiseerd onderwijs belet niet dat deze de hoofdschool of de partnerschool van een andere territoriale pool is.

De regering bepaalt het model van de specifieke partnerschapsovereenkomst en de nadere regels voor de overdracht van de gesloten overeenkomsten aan de diensten van de regering ».

De parlementaire voorbereiding van het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten verduidelijkt dat die bepaling « uitsluitend voor de zorg voor leerlingen met specifieke sensomotorische behoeften », in een uitzondering op voormelde principes voorziet (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, nr. 245/1, p. 17).

B.3.3. Artikel 6.2.3-1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs bepaalt : « Elke territoriale pool ondersteunt de samenwerkende scholen met wie ze een overeenkomst heeft voor de uitvoering van volledige permanente integratie en redelijke aanpassingen waarbij de territoriale pool betrokken is. De territoriale pool en de PMS-centra die bevoegd zijn voor de samenwerkende scholen, werken complementair.

Daartoe oefent de territoriale pool : 1° de volgende opdrachten uit in verband met de begeleiding van hun samenwerkende scholen : a) de onderwijsteams, leerlingen en ouders van leerlingen op de hoogte brengen van de redelijke aanpassingen en de volledige permanente integratie;b) zorgen voor de verbinding tussen de verschillende partners die een ondersteunende rol spelen voor leerlingen, inzonderheid om de uitwisseling van ervaringen te vergemakkelijken;c) de leden van het onderwijsteam van samenwerkende scholen begeleiden en ondersteunen bij de organisatie van redelijke aanpassingen, inzonderheid door advies te geven of hulpmiddelen ter beschikking stellen;d) samenwerkende scholen begeleiden bij het ontwikkelen van protocollen van redelijke aanpassingen wanneer individuele opvang van de leerling betrokken bij de territoriale pool noodzakelijk is.2° de volgende opdrachten uit in verband met de begeleiding van leerlingen ingeschreven in hun samenwerkende scholen : a) de leerlingen met specifieke behoeften individueel begeleiden in het kader van de uitvoering van redelijke aanpassingen indien dit nodig blijkt gezien hun behoeften en hun protocollen van redelijke aanpassingen; b) de leerlingen met specifieke sensomotorische behoeften individueel begeleiden voor wie een belangrijke opvolging vereist is in het kader van de uitvoering van redelijke aanpassingen indien dit nodig blijkt ten opzichte van de omvang van de behoeften bedoeld in artikel 6.2.5-4, tweede lid; c) samenwerken bij de evaluatie van protocollen van redelijke aanpassingen en, in voorkomend geval, bij verwijzing naar gespecialiseerd onderwijs waar redelijke aanpassingen onvoldoende zijn om te zorgen voor het leren dat aangepast is aan de specifieke behoeften van de leerling;d) de leerlingen met specifieke behoeften begeleiden in het kader van het systeem van volledige permanente integratie voor de leerlingen uit het gespecialiseerd onderwijs ». De parlementaire voorbereiding van het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten preciseert dat die bepaling tot doel heeft de opdrachten van de territoriale polen te omschrijven. Het algemene opzet bestaat erin « om het concept van de inclusieve school te bevorderen door scholen voor gewoon onderwijs concreet en actief te begeleiden bij de zorg voor leerlingen met specifieke behoeften in het kader van hetzij een protocol van redelijke aanpassingen, hetzij een volledige permanente integratie ». Er wordt overigens in twee categorieën van opdrachten voorzien, namelijk « opdrachten in verband met de begeleiding van de samenwerkende scholen en opdrachten in verband met de begeleiding van leerlingen ingeschreven in de samenwerkende scholen » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, nr. 245/1, p. 20).

B.3.4. Artikel 6.2.5-4 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs bepaalt : « De territoriale polen die leerlingen opvangen met specifieke sensomotorische behoeften die een grondige opvolging vereisen zoals bedoeld in artikel 6.2.3-1, tweede lid, 2°, b), ontvangen extra punten. Het aantal extra toegekende punten wordt per leerling bepaald in functie van de besluiten van de evaluatie waarvan sprake in lid 2 en kan jaarlijks verschillen naargelang het aantal vastgestelde leerlingen en het beschikbare budget. Dit aantal mag niet hoger zijn dan 352 extra punten per leerling. Voor leerlingen die met toepassing van artikel 6.2.5-5 ook punten behalen, bedraagt het totaal aantal behaalde punten maximaal 352 punten per leerling.

De regering stelt de procedure en de frequentie van de evaluatie van de omvang van de specifieke sensomotorische behoeften van de leerlingen vast, om te bepalen of zij in aanmerking komen voor redelijke aanpassingen die een significante opvolging vereisen om het recht op de subsidiëring bedoeld in het eerste lid te openen. Op basis van de diagnose bedoeld in artikel 1.7.8-1, § 1, tweede lid, wordt deze evaluatie uitgevoerd door de coördinator van de territoriale pool met de leden van het multidisciplinaire team van de territoriale pool en/of met de leden van het onderwijsteam van de school voor gespecialiseerd onderwijs. Hiertoe stelt de regering een schaal vast om de behoeften van de leerlingen en het aantal punten dat wordt toegekend aan de territoriale pool volgens de conclusies van de evaluatie bedoeld in het eerste lid, te evalueren ».

Luidens de parlementaire voorbereiding van het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten verduidelijkt die bepaling « dat de territoriale polen, in voorkomend geval, aanvullende middelen kunnen genieten voor de zorg voor leerlingen met specifieke sensomotorische behoeften die een bijzonder grondige begeleiding nodig hebben, met inbegrip van verpleegkundige taken of brailletranscriptie. Die aanvullende financiering wordt toegekend op basis van een grondige evaluatie van hun behoeften » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, nr. 245/1, pp. 25-26).

B.3.5. Artikel 6.2.5-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs bepaalt : « Voor elke leerling in volledige permanente integratie in het gewoon basis- of secundair onderwijs met toepassing van artikel 132 van het decreet van 3 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/03/2004 pub. 03/06/2004 numac 2004029137 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs type decreet prom. 03/03/2004 pub. 02/04/2004 numac 2004029094 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie type decreet prom. 03/03/2004 pub. 19/04/2004 numac 2004029120 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende dringende maatregelen inzake niet verplicht onderwijs sluiten houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs, worden 88 extra punten toegekend per leerling aan de territoriale pool die deze leerling begeleidt.

In afwijking van het eerste lid, voor elke leerling, gespecialiseerd van type 4, 6 of 7 en geïntegreerd in de 3e graad van het secundair onderwijs met toepassing van artikel 132 van het decreet van 3 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/03/2004 pub. 03/06/2004 numac 2004029137 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs type decreet prom. 03/03/2004 pub. 02/04/2004 numac 2004029094 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie type decreet prom. 03/03/2004 pub. 19/04/2004 numac 2004029120 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende dringende maatregelen inzake niet verplicht onderwijs sluiten houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs, worden 352 extra punten toegekend aan de territoriale pool die deze leerling begeleidt ».

Luidens de parlementaire voorbereiding van het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten verduidelijkt die bepaling « dat de territoriale polen, in voorkomend geval, aanvullende middelen kunnen genieten voor de begeleiding van leerlingen in volledige permanente integratie. Die aanvullende middelen worden vanaf 2 september 2020 aan de betrokken leerlingen toegekend, dat wil zeggen na de hervorming van het integratiemechanisme ». Voorts wordt in de toelichting eraan herinnert dat het mechanisme van volledige permanente integratie beperkt is tot de leerlingen die daadwerkelijk naar school gaan in het gespecialiseerd onderwijs: « De leerlingen die zijn ingeschreven in het gewoon onderwijs en voor wie het mogelijk is om permanent en volledig tegemoet te komen aan hun specifieke behoeften in het gewoon onderwijs, moeten niet het mechanisme van volledige permanente integratie genieten, maar moeten specifieke ondersteuning krijgen voor de uitvoering van redelijke aanpassingen, via de territoriale polen. In die context werd begin juli 2020 het mechanisme van volledige tijdelijke integratie, dat leerlingen konden genieten zonder eerst naar school te zijn gegaan in het gespecialiseerd onderwijs, stopgezet. Voor de leerlingen die volledige tijdelijke integratie genoten werd op 1 september 2020 automatisch overgeschakeld naar volledige permanente integratie » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, nr. 245/1, p. 26). B.3.6. De voormelde bepalingen omvatten verscheidene bijzondere maatregelen die onder meer van toepassing zijn op bepaalde leerlingen met een sensomotorische handicap.

Artikel 6.2.2-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs voorziet in een mogelijkheid tot afwijking van artikel 6.2.2-4 van dat Wetboek, voor het sluiten van specifieke partnerschapsovereenkomsten ten gunste van de inrichtende machten van de territoriale polen die leerlingen uit het gespecialiseerd onderwijs van type 4 (lichamelijke beperkingen), 5 (ziekte of herstel), 6 (visuele beperkingen) en 7 (auditieve beperkingen) opvangen.

Bij artikel 6.2.3-1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs wordt aan de territoriale polen de opdracht toevertrouwd om de leerlingen met specifieke sensomotorische behoeften die in voorkomend geval een grondige begeleiding nodig hebben in het kader van de uitvoering van redelijke aanpassingen, individueel te begeleiden.

Artikel 6.2.5-4 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs voorziet in de mogelijkheid, voor de territoriale polen die leerlingen met specifieke sensomotorische behoeften die een grondige begeleiding nodig hebben opvangen, een aanvullende financiering te verkrijgen op basis van een grondige evaluatie van die behoeften.

Ten slotte voorziet artikel 6.2.5-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs ook in een aanvullende financiering voor de territoriale polen die leerlingen in volledige permanente integratie begeleiden, en die aanvullende financiering wordt op zich verhoogd voor de leerlingen uit het gespecialiseerd onderwijs van type 4, 6 of 7.

Ten aanzien van de ontvankelijkheid B.4. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof vereisen dat elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en ongunstig zou kunnen worden geraakt.

B.5.1. De verzoekende partij in de zaak nr. 7720 is de vzw « Secrétariat Général de l'Enseignement Catholique en Communautés française et germanophone » (hierna : het SeGEC). In de zaak nr. 7747 is de verzoekende partij de vzw « Inclusion ».

B.5.2. Wanneer een vereniging zonder winstoogmerk die niet haar persoonlijk belang aanvoert, voor het Hof optreedt, is vereist dat haar statutair doel van bijzondere aard is en, derhalve, onderscheiden van het algemeen belang; dat zij een collectief belang verdedigt; dat haar doel door de bestreden norm kan worden geraakt; dat ten slotte niet blijkt dat dit doel niet of niet meer werkelijk wordt nagestreefd.

B.6.1. De bestreden bepaling in de zaak nr. 7720 verhoogt de werkingsdotatie van de territoriale polen die onder een hoofdschool van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs ressorteren.

In zijn hoedanigheid van representatie- en coördinatieorgaan van het door de Franse Gemeenschap erkende katholiek onderwijs, heeft het SeGEC met name als statutair doel de inrichtende machten en de onderwijsinstellingen die zij in een federatie verenigt, te helpen « bij de uitvoering van hun opdracht van functionele openbare dienst op het vlak van opvoeding en onderwijs » (artikel 3, § 1, eerste lid van zijn statuten). Het is ook « de woordvoerder van de aangesloten leden waarbij zij instaat voor hun verdediging en bevordering ervan met elk passend geacht middel » (artikel 3, § 1, tweede lid van dezelfde statuten).

B.6.2. De verzoekende partij in de zaak nr. 7720 kan rechtstreeks en ongunstig worden geraakt door de bestreden bepaling, die aanvullende financiële middelen toekent aan de territoriale polen die onder de verantwoordelijkheid vallen van een onderwijsinstelling die behoort tot een andere categorie dan die van de instellingen die zij in een federatie verenigt. Het is immers niet noodzakelijk dat een eventuele vernietiging van de bestreden bepaling haar een onmiddellijk voordeel verschaft. De omstandigheid dat het SeGEC een kans zou krijgen dat de situatie van de territoriale polen die onder de verantwoordelijkheid vallen van één van de instellingen die het in een federatie verenigt, zou verbeteren teneinde hen te helpen hun opdracht van functionele openbare dienst op het vlak van onderwijs te vervullen, volstaat om zijn belang bij de vernietiging van die bepaling te verantwoorden.

B.7.1. De bestreden bepalingen in de zaak nr. 7747 voorzien in verscheidene bijzondere maatregelen voor de territoriale polen wanneer zij leerlingen met een sensomotorische handicap begeleiden, zonder dat die maatregelen worden uitgebreid tot de begeleiding van leerlingen met een andere handicap, zoals een verstandelijke handicap.

Volgens haar statuten heeft de vzw « Inclusion » tot doel « de ontwikkeling, de inclusie en de levenskwaliteit van personen met een verstandelijke handicap en hun gezinnen te bevorderen » (artikel 4, eerste lid), wat meer bepaald « de verdediging van hun belangen en behoeften bij de overheid en bij andere instanties, de bevordering van hun rechten op inclusie in de maatschappij en de bestrijding van alle vormen van discriminatie ten aanzien van hen » omvat. Er wordt gepreciseerd dat « de vereniging daarnaast in rechte kan treden in de geschillen die aanleiding geven tot eender welke vorm van uitsluiting of discriminatie van personen met een verstandelijke beperking en hun omgeving » (artikel 5, eerste lid).

B.7.2. De verzoekende partij in de zaak nr. 7747 kan rechtstreeks en ongunstig worden geraakt door de bestreden bepalingen die voorzien in bijzondere maatregelen voor de territoriale polen die personen met een andere handicap dan de personen van wie zij de belangen verdedigt, begeleiden. Zoals in B.6.2 is vermeld, is het immers niet noodzakelijk dat een eventuele vernietiging van de bestreden bepalingen haar een onmiddellijk voordeel verschaft. De omstandigheid dat de vzw « Inclusion » een kans zou krijgen dat de situatie van de leerlingen met een verstandelijke handicap zou verbeteren, volstaat om haar belang bij de vernietiging van die bepalingen te verantwoorden.

B.8. De tussenkomende partij in de zaak nr. 7720 is de autonome openbare instelling WBE. In de zaak nr. 7747 is de tussenkomende partij het Interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme (hierna : UNIA).

B.9. Om na te gaan of een natuurlijke persoon of rechtspersoon doet blijken van een belang om tussen te komen in een beroep tot vernietiging, dient rekening te worden gehouden met artikel 87, § 2, van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten, dat bepaalt : « Wanneer het [...] Hof uitspraak doet op beroepen tot vernietiging als bedoeld in artikel 1, kan ieder die van een belang doet blijken, zijn opmerkingen in een memorie aan het Hof richten binnen dertig dagen na de bekendmaking voorgeschreven in artikel 74. Hij wordt daardoor geacht partij in het geding te zijn ».

Van een belang in de zin van artikel 87, § 2, van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten doet blijken de persoon die aantoont dat zijn situatie rechtstreeks kan worden geraakt door het arrest dat het Hof in verband met het beroep tot vernietiging dient te wijzen.

B.10. WBE is de inrichtende macht van de instellingen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, waarvan de territoriale polen afhangen die de verhoging van de werkingsdotatie genieten waarin de in de zaak nr. 7720 bestreden bepaling voorziet. Het onderhavige arrest kan de situatie van die instelling bijgevolg rechtstreeks en ongunstig raken, zodat zij doet blijken van een belang om tussen te komen.

B.11.1. UNIA werd opgericht bij het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de gewesten en de gemeenschappen voor de oprichting van het Interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van racisme en discriminatie onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling, zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarbij rechtspersoonlijkheid aan UNIA werd toegekend.

Krachtens artikel 3 van dat samenwerkingsakkoord heeft UNIA als opdracht « het bevorderen van de gelijkheid van kansen en omgaan met de diversiteit in onze samenleving en het bestrijden van elke vorm van discriminatie, onderscheid, uitsluiting, beperking, uitbuiting of voorkeur op grond van : een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationaliteit, nationale of etnische afstamming, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, sociale positie, geboorte, vermogen, leeftijd, het geloof, levensbeschouwing, gezondheidstoestand, politieke overtuiging of syndicale overtuiging, handicap, fysieke of genetische eigenschap ». Volgens datzelfde artikel heeft UNIA eveneens als opdracht « de taken [te] vervullen voorzien in artikel 33, § 2, van het Verdrag van de Verenigde Naties van 13 december 2006 inzake de rechten van personen met een handicap », dat bepaalt dat « de Staten die Partij zijn, in overeenstemming met hun rechts- en administratieve systeem, op hun grondgebied een kader onderhouden en versterken, met onder meer een of meer onafhankelijke instanties, al naargelang, om de uitvoering van dit Verdrag te bevorderen, te beschermen en op te volgen of daarvoor een instantie aanwijzen of oprichten », en waarvan artikel 24 het recht van personen met een handicap op onderwijs erkent. Overeenkomstig artikel 6, § 3, tweede lid, van dat samenwerkingsakkoord is UNIA bevoegd om, binnen de perken van zijn opdrachten bepaald bij het voormelde artikel 3, in rechte op te treden in alle rechtsgeschillen zoals bij de toepassing van het decreet van de Franse Gemeenschap van 12 december 2008 « betreffende de bestrijding van sommige vormen van discriminatie ». Dat decreet is van toepassing inzake onderwijs en beoogt onder meer het onderscheid op grond van het criterium van een handicap (artikel 3, 1° en 12°, en artikel 4).

B.11.2. Zoals in B.7.1. is vermeld, voorzien de bestreden bepalingen in de zaak nr. 7747 in verscheidene bijzondere maatregelen voor de territoriale polen wanneer zij leerlingen met een sensomotorische handicap begeleiden, zonder dat die maatregelen worden uitgebreid tot de begeleiding van leerlingen met een andere handicap. Die bepalingen kunnen bijgevolg de opdracht van UNIA en het collectief belang dat het verdedigt, raken. UNIA doet dus blijken van het vereiste belang.

B.12.1. In de zaak nr. 7747 voert de Franse Gemeenschapsregering aan dat het beroep niet ontvankelijk is in zoverre het betrekking heeft op artikel 6.2.2-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, aangezien de verzoekende partij geen grieven aanvoert tegen die bepaling.

B.12.2. De exceptie van niet-ontvankelijkheid heeft betrekking op de draagwijdte van de door de verzoekende partij opgeworpen middelen, zodat het onderzoek van de ontvankelijkheid samenvalt met dat van de grond van de zaak.

Ten gronde Wat betreft de zaak nr. 7720 B.13. Het enige middel in de zaak nr. 7720 is afgeleid uit de schending van artikel 24, § 4, van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de eerste paragraaf van die bepaling, in zoverre artikel 6.2.5.-6, § 3, tweede en derde lid, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs in een verschillende financiering voorziet naar gelang van de inrichtende macht waarvan de hoofdschool van de territoriale pool afhangt. Volgens de verzoekende partij vormen de objectieve verschillen tussen de netten geen redelijke verantwoording voor dat verschil in behandeling.

B.14. In haar memorie van antwoord voegt de verzoekende partij eraan toe dat de bepaling ten aanzien van de leerlingen met een handicap kan leiden tot beperkingen van hun recht op inclusie in het onderwijs, aangezien de kwaliteit van de begeleiding die zij genieten in het gewoon onderwijs kan verschillen naar gelang van het net waaraan de hoofdschool van de territoriale pool verbonden is, hetgeen niet bestaanbaar zou zijn met artikel 22ter van de Grondwet, met artikel 15 van het herziene Europees Sociaal Handvest en met artikel 24 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

B.15.1. De Franse Gemeenschapsregering en de tussenkomende partij werpen de niet-ontvankelijkheid van die grief op in zoverre hij een nieuw middel vormt.

B.15.2. Het staat niet aan de verzoekende partij in haar memorie van antwoord het middel van het beroep, zoals door haarzelf omschreven in het verzoekschrift, te wijzigen. Een grief die in een memorie van antwoord wordt aangebracht maar die verschilt van diegene dat in het verzoekschrift is geformuleerd, is een nieuw middel en is onontvankelijk. Het Hof dient dus niet te onderzoeken of de bestreden bepaling bestaanbaar is met artikel 22ter van de Grondwet, met artikel 15 van het herziene Europees Sociaal Handvest en met artikel 24 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

B.16. In haar memorie van antwoord voert de tussenkomende partij aan dat het Hof niet bevoegd is om zich uit te spreken over het enige middel, dat betrekking zou hebben op een keuze van de Grondwetgever, daar het aangevoerde verschil in behandeling zijn oorsprong niet zou vinden in de bestreden bepaling, maar in artikel 24 van de Grondwet.

B.17. Artikel 24 van de Grondwet bepaalt : « § 1. Het onderwijs is vrij; elke preventieve maatregel is verboden; de bestraffing van de misdrijven wordt alleen door de wet of het decreet geregeld.

De gemeenschap waarborgt de keuzevrijheid van de ouders.

De gemeenschap richt neutraal onderwijs in. De neutraliteit houdt onder meer in, de eerbied voor de filosofische, ideologische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerlingen.

De scholen ingericht door openbare besturen bieden, tot het einde van de leerplicht, de keuze aan tussen onderricht in een der erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer. § 2. Zo een gemeenschap als inrichtende macht bevoegdheden wil opdragen aan een of meer autonome organen, kan dit slechts bij decreet, aangenomen met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen. § 3. Ieder heeft recht op onderwijs, met eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden. De toegang tot het onderwijs is kosteloos tot het einde van de leerplicht.

Alle leerlingen die leerplichtig zijn, hebben ten laste van de gemeenschap recht op een morele of religieuze opvoeding. § 4. Alle leerlingen of studenten, ouders, personeelsleden en onderwijsinstellingen zijn gelijk voor de wet of het decreet. De wet en het decreet houden rekening met objectieve verschillen, waaronder de eigen karakteristieken van iedere inrichtende macht, die een aangepaste behandeling verantwoorden. § 5. De inrichting, erkenning of subsidiëring van het onderwijs door de gemeenschap wordt geregeld door de wet of het decreet ».

B.18.1. Het Hof is niet bevoegd om zich uit te spreken over een verschil in behandeling of een beperking van een grondrecht dat voortvloeit uit een keuze van de Grondwetgever zelf.

B.18.2. Artikel 24, § 4, van de Grondwet herbevestigt voor onderwijszaken de beginselen inzake gelijkheid en niet-discriminatie.

Volgens die bepaling zijn onder meer alle onderwijsinstellingen gelijk voor de wet of het decreet.

De onderwijsinstellingen moeten derhalve alle op een gelijke manier worden behandeld, tenzij onderlinge objectieve verschillen een verschil in behandeling redelijk kunnen verantwoorden. Omgekeerd, moeten zij verschillend worden behandeld wanneer zij zich ten aanzien van de bestreden maatregel in een wezenlijk verschillende situatie bevinden, tenzij voor de gelijke behandeling een objectieve en redelijke verantwoording bestaat.

B.18.3. Die vaststelling heeft niet tot gevolg dat de bestreden bepaling ontsnapt aan de toetsing van het Hof. Integendeel, het staat aan het Hof na te gaan of de decreetgever, door artikel 6.2.5-6, § 3, tweede en derde lid, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs aan te nemen, een verschil in behandeling heeft doen ontstaan dat redelijk verantwoord is in het licht van de objectieve verschillen waarvan sprake is in artikel 24, § 4, van de Grondwet.

B.19.1. De bestreden bepaling in de zaak nr. 7720 voorziet in een verhoging met 33 % van de werkingsdotatie van de territoriale polen geplaatst onder de verantwoordelijkheid van een hoofdschool wanneer die laatste behoort tot het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs. Zij creëert dus een verschil in behandeling, wat betreft de aan de territoriale polen toegekende financiering van de werkingskosten, naargelang de school voor gespecialiseerd onderwijs die de hoofschool van de pool is wordt georganiseerd dan wel gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.

B.19.2. Met toepassing van artikel 6.2.5-1, § 3, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, is de door de Franse Gemeenschap betaalde dotatie of werkingssubsidie bedoeld om « de kosten te dekken die verband houden met de werking en de uitrusting van de territoriale polen en met de terugbetaling van de kilometerkosten die worden gemaakt door de personeelsleden van de territoriale polen die wedden of weddesubsidies ontvangen ». Krachtens artikel 6.2.5-6, § 3, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, kunnen de territoriale polen hun werkingsmiddelen gebruiken om administratief personeel aan te werven.

B.19.3. De middelen die ter beschikking worden gesteld van de territoriale polen om hun werking te verzekeren, moeten die polen in staat stellen om de opdrachten te vervullen die hun worden toegewezen bij artikel 6.2.3.-1 van hetzelfde Wetboek, zowel wat betreft de begeleiding van de samenwerkende scholen als wat betreft de individuele begeleiding van de leerlingen met specifieke behoeften die onderwijs volgen in die scholen. Het komt aan elke territoriale pool toe de middelen waarover hij beschikt toe te kennen « naar gelang van de specifieke behoeften van de leerlingen voor wie hij de zorg op zich neemt » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, nr. 245/1, p. 8), zodat « in het systeem van de polen, de middelen dus [niet] verbonden zijn aan een leerling maar worden toegekend aan een structuur die ze zo goed mogelijk moet besteden naar gelang van de specifieke behoeften van de leerlingen van de scholen voor gewoon onderwijs waarmee die structuren samenwerken » (ibid.).

B.20.1. Hoewel de gelijke behandeling van onderwijsinstellingen het basisbeginsel is, sluit artikel 24, § 4, van de Grondwet een verschil in behandeling van die instellingen niet uit, op voorwaarde dat dat gegrond is op objectieve verschillen, « waaronder de eigen karakteristieken van iedere inrichtende macht ». In de parlementaire voorbereiding van de grondwetsherziening van 15 juli 1988 wordt in dat verband de mogelijkheid vermeld om rekening te houden met de eigen verplichtingen die op de scholen van de gemeenschap rusten, met de eigendomsregeling van de schoolgebouwen, of nog met de mogelijkheid voor sommige inrichtende machten of instellingen om de door de gemeenschap toegekende financiering aan te vullen met openbare of private middelen (Parl. St., Senaat, B.Z. 1988, nr. 100-1/1°, pp. 5-7). Om ten aanzien van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie een verschil in behandeling tussen de onderwijsinstellingen van de onderwijsnetten te verantwoorden, is het evenwel niet voldoende te wijzen op het bestaan van objectieve verschillen tussen die instellingen. Bovendien moet worden aangetoond dat, ten aanzien van de geregelde aangelegenheid, het aangevoerde onderscheid relevant is om een verschil in behandeling redelijkerwijze te verantwoorden.

B.20.2. Volgens de memorie van toelichting bij de bestreden bepaling berust het verschil in behandeling betreffende de financiering van de werkingskosten op het feit dat « Wallonie-Bruxelles Enseignement (WBE) een bijzondere inrichtende macht met eigen kenmerken is » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, nr. 245/1, p. 27). In dat verband wordt vermeld dat WBE onderwijs verstrekt aan leerlingen die in andere scholen problemen hebben gehad en dat, krachtens het bestreden decreet, WBE niet kan weigeren een partnerschaps- of samenwerkingsovereenkomst te sluiten met de inrichtende machten die zulk een overeenkomst niet hebben kunnen sluiten met een inrichtende macht behorend tot het gesubsidieerd onderwijs (ibid.).

B.20.3. Uit de in B.2.2 aangehaalde parlementaire voorbereiding blijkt dat, teneinde het bedrag te bepalen van de dotatieverhoging die de territoriale polen ontvangen waarvan de hoofdschool een door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijsinstelling is, de decreetgever zich heeft afgestemd op het verschil in financiering waarin de wet van 29 mai 1959 « tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving » (hierna : de wet van 29 mei 1959) voorziet, die bepaalt dat de instellingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs, binnen de perken van de begrotingskredieten, werkingstoelagen per regelmatig ingeschreven leerling genieten waarvan het bedrag gelijk is aan 75 % van de forfaitaire dotaties die aan de instellingen van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs worden toegekend (artikel 32, § 2, eerste lid).

B.20.4. Het kan de decreetgever niet worden verweten dat hij, bij de oprichting van nieuwe onderwijsstructuren, de berekeningswijze voor dotaties en subsidies overneemt die eigen is aan elk onderwijsnet, zoals zij is bepaald bij de wet van 29 mei 1959.

B.21. Een territoriale pool is evenwel een structuur die weliswaar onder de verantwoordelijkheid en onder het gezag van de organen van de hoofdschool valt, maar die over eigen human resources en budgettaire middelen beschikt.

De memorie van toelichting bij het bestreden decreet preciseert in dat verband : « Door het feit dat een territoriale pool verbonden is aan een inrichtende macht van een school voor gespecialiseerd onderwijs, kan zij niet als onderwijsinstelling worden gekwalificeerd. Een territoriale pool is een structuur die verbonden is aan maar losstaat van een hoofdschool. Ook al zijn sommige elementen gemeenschappelijk aan de territoriale pool en de hoofdschool (inrichtende macht, directeur, statutaire mechanismen, bijlage met betrekking tot de territoriale pool in de doelstellingenovereenkomst van de hoofdschool), dient te worden onderstreept dat de inrichtende macht verantwoordelijk is voor onderscheiden elementen : - enerzijds, voor de zogenoemde 'hoofdschool'; - anderzijds, voor een territoriale pool.

In die hoedanigheid zal zij van de regulerende overheid aparte dotaties/subsidies ontvangen voor de school die zij organiseert en voor de territoriale pool die zij organiseert. Het multidisciplinair team van de territoriale pool is dus onderscheiden van het onderwijsteam van de hoofdschool, en de door de Franse Gemeenschap toegekende werkingsmiddelen voor de pool kunnen niet worden samengevoegd of vermengd met de werkingsmiddelen die worden toegekend voor de hoofdschool. Met de steun van de coördinator wat de territoriale pool betreft, oefent de directeur gezag uit over beide structuren. Er dient ook op te worden gewezen dat de opdrachten die door dit ontwerpdecreet worden toevertrouwd aan de territoriale polen verschillen van de klassieke onderwijsopdrachten die traditioneel worden uitgeoefend in een school. De territoriale polen zullen enerzijds opdrachten uitoefenen in verband met de begeleiding van de samenwerkende scholen zelf en, anderzijds, opdrachten in verband met de begeleiding van de leerlingen die zijn ingeschreven in de betrokken samenwerkende scholen » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, nr. 245/1, p. 15).

B.22.1. Daaruit volgt dat de territoriale polen moeten worden onderscheiden van de onderwijsinstellingen wat zowel de organisatie, de werking, de opdrachten als de financiering ervan betreft. Zij betrekken noch bezitten eigen gebouwen, doordat de coördinatie van de pool wordt gehuisvest door de hoofdschool en hun personeelsleden hun opdrachten uitoefenen in de samenwerkende scholen en in de lokalen van die scholen. Zij bieden de samenwerkende scholen en de leerlingen die er naar school gaan hun begeleiding aan, waarbij die scholen als enigen verantwoordelijk blijven voor de inschrijving van de leerlingen. Aangezien de financiering van de territoriale pool niet mag worden samengevoegd of vermengd met die van de hoofdschool, wordt de inrichtende macht van die laatste niet verondersteld de door de Gemeenschap toegekende financiering te kunnen aanvullen met openbare of private middelen.

De financiering van de territoriale polen staat bijgevolg los van de in B.20.1 vermelde objectieve verschillen.

B.22.2. Overigens, ook al is het juist dat de hoofdscholen behorend tot het net van WBE geen partnerschap of samenwerking kunnen weigeren met een school die zich wenst aan te sluiten bij de pool die onder hun verantwoordelijkheid is geplaatst, kan uit de artikelen 6.2.2-4, § 2 en § 4, laatste lid, en 6.2.2-6, § 2, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs worden afgeleid dat de hoofdscholen behorend tot de andere netten niet zonder geldige reden een partnerschap of een samenwerking mogen weigeren, dat tegen een weigering een klacht kan worden ingediend bij de Regering en dat die laatste, indien zij de weigering onredelijk acht, een sanctie kan opleggen aan de betrokken hoofdschool.

B.23.1. Artikel 6.2.2-1, vierde lid, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs bepaalt : « De territoriale pool en haar hoofdschool, partnerscholen en samenwerkende scholen kunnen worden georganiseerd door afzonderlijke inrichtende machten, die onder afzonderlijke onderwijsnetwerken en -niveaus vallen ».

Die mogelijkheid van gemengde territoriale polen wordt bevestigd door artikel 67, § 2, van het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten, dat preciseert dat zowel de partnerscholen als de samenwerkende scholen tot verschillende onderwijsnetten kunnen behoren.

De memorie van toelichting preciseert in dat verband : « Dat artikel legt ook een principe vast : elke school voor gewoon onderwijs moet verplicht samenwerken met een territoriale pool. Die samenwerking wordt geformaliseerd door het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst of door het vastleggen van een gebied [...].

Een territoriale pool kan uiteraard niveau-overschrijdend worden opgericht, dat wil zeggen dat hij scholen voor gespecialiseerd en/of gewoon onderwijs van de niveaus van basis- en/of secundair onderwijs kan samenbrengen. [...] Een pool kan ook netoverschrijdend worden opgericht en scholen voor gespecialiseerd en/of gewoon onderwijs van verschillende federaties van inrichtende machten samenbrengen » (Parl.

St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, nr. 245/1, p. 15).

B.23.2. Hieruit volgt dat samenwerkende scholen behorend tot het gesubsidieerd onderwijs begeleiding kunnen krijgen van hetzij een territoriale pool waarvan de hoofdschool wordt georganiseerd door WBE, hetzij een territoriale pool waarvan de hoofdschool wordt georganiseerd door een gesubsidieerde inrichtende macht, en dat, op dezelfde manier, scholen georganiseerd door WBE begeleiding kunnen krijgen van hetzij een territoriale pool waarvan de hoofdschool wordt georganiseerd door WBE, hetzij een territoriale pool waarvan de hoofdschool wordt georganiseerd door een gesubsidieerde inrichtende macht. Krachtens de bestreden bepaling zullen scholen behorend tot hetzelfde net dus begeleiding krijgen die in meer of mindere mate wordt gefinancierd naargelang de hoofdschool van de territoriale pool waarmee hun school samenwerkt, georganiseerd is door WBE of door een gesubsidieerde inrichtende macht.

B.23.3. Om de redenen vermeld in B.22.1 en in B.22.2, kunnen de in B.20 vermelde specifieke kenmerken van de inrichtende macht van de hoofdscholen behorend tot het net van de Franse Gemeenschap geen verschil in behandeling verantwoorden, wat de financiering van hun werkingskosten betreft, tussen de territoriale polen naar gelang van het net waaraan hun hoofdschool verbonden is. Dat geldt des te meer omdat, zoals in B.23.2 is vermeld, de territoriale polen structuren zijn die netoverschrijdend kunnen werken en zij bijgevolg niet allemaal exclusief aan één net kunnen worden verbonden.

B.24. Het verschil in behandeling dat door de bestreden bepaling wordt gecreëerd, berust niet op een criterium dat objectief en pertinent is.

Het enige middel in de zaak nr. 7720 is gegrond. Artikel 6.2.5-6, § 3, tweede en derde lid, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, ingevoegd bij artikel 1 van het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten, dient te worden vernietigd.

Wat betreft de zaak nr. 7747 Eerste middel B.25.1. Het eerste middel in de zaak nr. 7747 heeft betrekking op de bestaanbaarheid van de bestreden bepalingen met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 15, punt 1, van het herziene Europees Sociaal Handvest, met artikel 23 van het Verdrag inzake de rechten van het kind en met artikel 24 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

B.25.2. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet waarborgen het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie.

Artikel 15 van het herziene Europees Sociaal Handvest luidt : « Recht van mindervaliden op zelfstandigheid, sociale integratie en deelname aan de samenleving Teneinde de mindervaliden, ongeacht hun leeftijd, de aard en de oorzaak van hun handicap, de onbelemmerde uitoefening van hun recht op zelfstandigheid, sociale integratie en deelname aan de samenleving te waarborgen, verbinden de Partijen zich ertoe : 1. de nodige maatregelen te nemen om aan de mindervaliden een voorlichting, onderwijs en een beroepsopleiding te verschaffen in het kader van het gemeen recht telkens zulks mogelijk is of als dat niet kan via gespecialiseerde openbare of privéinstellingen; [...] ».

Artikel 23 van het Verdrag inzake de rechten van het kind bepaalt : « 1. De Staten die partij zijn, erkennen dat een geestelijk of lichamelijk gehandicapt kind een volwaardig en behoorlijk leven dient te hebben, in omstandigheden die de waardigheid van het kind verzekeren, zijn zelfstandigheid bevorderen en zijn actieve deelneming aan het gemeenschapsleven vergemakkelijken. 2. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het gehandicapte kind op bijzondere zorg, en stimuleren en waarborgen dat aan het daarvoor in aanmerking komende kind en degenen die verantwoordelijk zijn voor zijn of haar verzorging, afhankelijk van de beschikbare middelen, de bijstand wordt verleend die is aangevraagd en die passend is gezien de gesteldheid van het kind en de omstandigheden van de ouders of anderen die voor het kind zorgen.3. Onder erkenning van de bijzondere behoeften van het gehandicapte kind, dient de in overeenstemming met het tweede lid geboden bijstand, wanneer mogelijk, gratis te worden verleend, rekening houdend met de financiële middelen van de ouders of anderen die voor het kind zorgen. Deze bijstand dient erop gericht te zijn te waarborgen dat het gehandicapte kind daadwerkelijk toegang heeft tot onderwijs, opleiding, voorzieningen voor gezondheidszorg en revalidatie, voorbereiding voor een beroep, en recreatiemogelijkheden, op een wijze die ertoe bijdraagt dat het kind een zo volledig mogelijke integratie in de maatschappij en persoonlijke ontwikkeling bereikt, met inbegrip van zijn of haar culturele en intellectuele ontwikkeling. 4. De Staten die partij zijn, bevorderen, in de geest van internationale samenwerking, de uitwisseling van passende informatie op het gebied van preventieve gezondheidszorg en van medische en psychologische behandeling van, en behandeling van functionele stoornissen bij, gehandicapte kinderen, met inbegrip van de verspreiding van en de toegang tot informatie betreffende revalidatiemethoden, onderwijs en beroepsopleidingen, met als doel de Staten die partij zijn, in staat te stellen hun vermogens en vaardigheden te verbeteren en hun ervaring op deze gebieden te verruimen.Wat dit betreft wordt in het bijzonder rekening gehouden met de behoeften van ontwikkelingslanden ».

Artikel 24 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap bepaalt : « 1. De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op onderwijs. Teneinde dit recht zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, waarborgen Staten die Partij zijn een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus en voorzieningen voor een leven lang leren en wel met de volgende doelen : a) de volledige ontwikkeling van het menselijk potentieel en het gevoel van waardigheid en eigenwaarde en de versterking van de eerbiediging van mensenrechten, fundamentele vrijheden en de menselijke diversiteit;b) de optimale ontwikkeling door personen met een handicap van hun persoonlijkheid, talenten en creativiteit, alsmede hun mentale en fysieke mogelijkheden, naar staat van vermogen;c) het in staat stellen van personen met een handicap om daadwerkelijk te participeren in een vrije maatschappij.2. Bij de uitoefening van dit recht waarborgen de Staten die Partij zijn dat : a) personen met een handicap niet op grond van hun handicap worden uitgesloten van het algemene onderwijssysteem, en dat kinderen met een handicap niet op grond van hun handicap worden uitgesloten van gratis en verplicht basisonderwijs of van het voortgezet onderwijs;b) personen met een handicap toegang hebben tot inclusief, hoogwaardig en gratis basisonderwijs en tot voortgezet onderwijs en wel op basis van gelijkheid met anderen in de gemeenschap waarin zij leven;c) redelijke aanpassingen worden verschaft naar gelang de behoefte van de persoon in kwestie;d) personen met een handicap, binnen het algemene onderwijssysteem, de ondersteuning ontvangen die zij nodig hebben om effectieve deelname aan het onderwijs te vergemakkelijken;e) doeltreffende, aan het individu aangepaste, ondersteunende maatregelen worden genomen in omgevingen waarin de cognitieve en sociale ontwikkeling wordt geoptimaliseerd, overeenkomstig het doel van onderwijs waarbij niemand wordt uitgesloten.3. De Staten die Partij zijn stellen personen met een handicap in staat praktische en sociale vaardigheden op te doen, teneinde hun volledige deelname aan het onderwijs en in het gemeenschapsleven op voet van gelijkheid te vergemakkelijken.Daartoe nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen, waaronder : a) het vergemakkelijken van het leren van braille, alternatieve schrijfwijzen, het gebruik van ondersteunende en alternatieve communicatiemethoden, -middelen en -vormen, alsmede het opdoen van vaardigheden op het gebied van oriëntatie en mobiliteit en het vergemakkelijken van ondersteuning en begeleiding door lotgenoten;b) het leren van gebarentaal vergemakkelijken en de taalkundige identiteit van de gemeenschap van doven bevorderen;c) waarborgen dat het onderwijs voor personen, en in het bijzonder voor kinderen, die blind, doof of doofblind zijn, plaatsvindt in de talen en met de communicatiemethoden en -middelen die het meest geschikt zijn voor de desbetreffende persoon en in een omgeving waarin hun cognitieve en sociale ontwikkeling worden geoptimaliseerd.4. Teneinde de uitoefening van dit recht te vergemakkelijken, nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen om leerkrachten aan te stellen, met inbegrip van leerkrachten met een handicap, die zijn opgeleid voor gebarentaal en/of braille, en leidinggevenden en medewerkers op te leiden die op alle niveaus van het onderwijs werkzaam zijn.Bij deze opleiding moeten de studenten worden getraind in het omgaan met personen met een handicap en het gebruik van de desbetreffende ondersteunende communicatie en andere methoden, middelen en vormen van en voor communicatie, onderwijstechnieken en materialen om personen met een handicap te ondersteunen. 5. De Staten die Partij zijn waarborgen dat personen met een handicap, zonder discriminatie en op voet van gelijkheid met anderen, toegang verkrijgen tot het tertiair onderwijs, beroepsopleidingen, volwassenenonderwijs en een leven lang leren.Daartoe waarborgen de Staten die Partij zijn dat redelijke aanpassingen worden verschaft aan personen met een handicap ».

B.26.1. In een eerste onderdeel van het middel voert de verzoekende partij aan dat de bestreden bepalingen zonder redelijke verantwoording een verschil in behandeling creëren tussen personen met een handicap, in het nadeel van de kinderen met een verstandelijke handicap, wat betreft de aanvullende financiering van individuele begeleidingsmiddelen voor specifieke behoeften, die is geregeld in artikel 6.2.5-4 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs. In een tweede onderdeel voert de verzoekende partij aan dat de bestreden bepalingen een soortgelijk verschil in behandeling creëren wat betreft de aanvullende financiering van de individuele begeleidingsmiddelen voor specifieke behoeften, die is geregeld in artikel 6.2.5-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, en die betrekking heeft op de leerlingen in volledige permanente integratie.

B.26.2. Gelet op de onderlinge samenhang ervan onderzoekt het Hof die twee onderdelen samen.

B.27.1. De Franse Gemeenschapsregering voert aan dat de verzoekende partij in de zaak nr. 7747 geen enkele grief formuleert tegen artikel 6.2.2-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs.

B.27.2. Artikel 6.2.2-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs staat de territoriale polen die minstens één leerling met bepaalde specifieke sensomotorische behoeften opvangen, toe om specifieke partnerschapsovereenkomsten te sluiten met de inrichtende macht van bepaalde scholen voor gespecialiseerd onderwijs. In haar memorie van antwoord bevestigt de verzoekende partij dat die bepaling onlosmakelijk verbonden is met de andere bestreden bepalingen.

B.27.3. Uit hetgeen in B.24.1 is vermeld blijkt dat het eerste middel in wezen geen betrekking heeft op artikel 6.2.2-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, maar dat het zich beperkt tot de artikelen 6.2.5-4 en 6.2.5-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, alsook tot artikel 6.2.3-1 van dat Wetboek in zoverre die bepaling erin voorziet dat de territoriale polen « de leerlingen met specifieke sensomotorische behoeften [...] voor wie een belangrijke opvolging vereist is in het kader van de uitvoering van redelijke aanpassingen indien dit nodig blijkt ten opzichte van de omvang van de behoeften bedoeld in artikel 6.2.5-4, tweede lid[, individueel [moeten] begeleiden] » (artikel 6.2.3-1, tweede lid, 2°, b)).

Uit artikel 6.2.2-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs blijkt overigens niet dat die bepaling onlosmakelijk verbonden is met de andere bestreden bepalingen.

B.27.4. De exceptie van niet-ontvankelijkheid is gegrond wat het eerste middel betreft.

B.28.1. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet hebben een algemene draagwijdte. Zij verbieden elke discriminatie, ongeacht de oorsprong ervan : de grondwettelijke regels van de gelijkheid en van de niet-discriminatie zijn toepasselijk ten aanzien van alle rechten en alle vrijheden, met inbegrip van die welke voortvloeien uit internationale verdragen die België binden.

B.28.2. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is.

Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel.

B.29. In tegenstelling tot hetgeen de Franse Gemeenschapsregering aanvoert, creëren de artikelen 6.2.5-4 en 6.2.5-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs daadwerkelijk een verschil in behandeling wat betreft de aanvullende financiering van de territoriale polen ten gunste van bepaalde leerlingen met een sensomotorische handicap, zoals in B.3.6. is vermeld. Uit het verzoekschrift tot vernietiging blijkt dat precies dat verschil in behandeling door de verzoekende partij wordt aangeklaagd.

B.30. In haar eerste middel oefent de verzoekende partij kritiek uit op de voorwaarde dat een leerling eerst daadwerkelijk het gespecialiseerd onderwijs moet hebben bezocht gedurende minstens één jaar, om toegang te verkrijgen tot het gewoon onderwijs in volledige permanente integratie. Die vereiste is evenwel niet gegrond op een onderscheid naar het soort van handicap, en is bijgevolg niet eigen aan de leerlingen met een verstandelijke handicap. De grief staat derhalve los van het bekritiseerde verschil in behandeling en moet dus niet worden onderzocht in het kader van het eerste middel.

B.31.1. Uit de in B.1.1 aangehaalde parlementaire voorbereiding blijkt dat de decreetgever voor alle leerlingen met specifieke behoeften een aangepaste ondersteuning wenste mogelijk te maken. De aanvullende financiering bedoeld in de artikelen 6.2.5-4 en 6.2.5-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs alsook de individuele begeleiding bedoeld in artikel 6.2.3-1, tweede lid, 2°, b), van dat Wetboek, worden opgevat als middelen om een dergelijke ondersteuning te bieden.

B.31.2. Zoals in B.7.1 is vermeld, creëren de artikelen 6.2.3-1, tweede lid, 2°, b), 6.2.5-4 en 6.2.5-5 een verschil in behandeling tussen leerlingen op grond van hun handicap. Er wordt immers in een ruimere individuele begeleiding en in een aanzienlijkere aanvullende financiering voorzien voor de in die bepalingen beoogde leerlingen met specifieke sensomotorische behoeften.

B.32.1. Artikel 15, punt 1, van het herziene Europees Sociaal Handvest bepaalt dat, met het oog op het waarborgen van de effectieve uitoefening van het recht van personen met een handicap op zelfstandigheid, sociale integratie en deelname aan de samenleving, de Partijen zich ertoe verbinden de nodige maatregelen te nemen om aan die personen onderwijs te verstrekken in het reguliere kader telkens zulks mogelijk is of als dat niet kan via gespecialiseerde openbare of privéinstellingen.

B.32.2. Bij zijn « beslissing over de gegrondheid » van 9 september 2020 oordeelde het Europees Comité voor Sociale Rechten dat het recht op inclusief onderwijs van kinderen met een verstandelijke beperking, vastgelegd bij artikel 15, punt 1, van het herziene Europees Sociaal Handvest, in de Franse Gemeenschap niet daadwerkelijk werd gewaarborgd door het decretale kader van vóór het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten (Europees Comité voor Sociale Rechten, beslissing over de gegrondheid van 9 september 2020, collectieve klacht nr. 141/2017, Fédération internationale des Ligues des droits de l'homme (FIDH) en Inclusion Europe t. België, § 86). Ingevolge die beslissing deed het Comité van Ministers aan België de aanbeveling om « het reeds aangevatte werk voort te zetten en alle nodige wetgevende en institutionele maatregelen te nemen om een coherent actieplan te waarborgen dat de vereiste voorwaarden creëert voor een daadwerkelijke inclusie in de praktijk », en om « alle nodige wetgevende en institutionele maatregelen te nemen om het gebrek aan gepaste begeleiding en aan permanente evaluatie van de genomen maatregelen weg te werken teneinde het recht op inclusief onderwijs te waarborgen en de kinderen te beschermen tegen discriminatie » (Comité van Ministers, aanbeveling CM/RecChS(2021)19 van 22 september 2021).

B.32.3. Hoewel de beslissingen van het Europees Comité voor Sociale Rechten en de aanbevelingen van het Comité van Ministers België niet binden, dient evenwel rekening te worden gehouden, in het kader van de voorliggende zaak, met de voormelde beslissing en met de daaruit voortvloeiende aanbeveling aangezien het Europees Comité voor Sociale Rechten een onafhankelijk orgaan is dat speciaal werd opgericht om de toepassing van het herziene Europees Sociaal Handvest te superviseren, en omdat het de situatie van de leerlingen met een verstandelijke handicap in de Franse Gemeenschap, wat precies het onderwerp van de zaak nr. 7747 is, heeft onderzocht.

B.33.1. De parlementaire voorbereiding van de artikelen 6.2.3-1, tweede lid, 2°, b), 6.2.5-4 en 6.2.5-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs geeft geen verantwoording voor het gebruik van het criterium van de sensomotorische handicap als grondslag voor het voormelde verschil in behandeling, dat werd ingevoerd in het nadeel van met name de leerlingen met een verstandelijke handicap. Uit de in B.32.2 aangehaalde beslissing en aanbeveling blijkt echter dat die laatste categorie van leerlingen objectief is en dat zij nuttig kan worden vergeleken met de categorieën van andere leerlingen met een handicap. Bovendien blijkt daaruit dat de vroegere decretale regeling niet bestaanbaar was met het recht op inclusief onderwijs van de leerlingen met een handicap, dat is verankerd in artikel 15, punt 1, van het herziene Europees Sociaal Handvest. Artikel 23 van het Verdrag inzake de rechten van het kind en artikel 24 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap verwijzen ook naar dat recht.

De Franse Gemeenschapsregering laat overigens na het gebruik van het criterium van een sensomotorische handicap in de bestreden bepalingen te verantwoorden. Wat de bewijslast betreft, dient echter ervan te worden uitgegaan dat, wanneer een verzoeker het bestaan van een verschil in behandeling heeft aangetoond, het in beginsel de tegenpartij toekomt te bewijzen dat dit verschil in behandeling verantwoord is.

B.33.2. Voor het overige preciseert de parlementaire voorbereiding van het decreet van 17 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/06/2021 pub. 06/08/2021 numac 2021031947 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie type decreet prom. 17/06/2021 pub. 30/07/2021 numac 2021031888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van Boek 6 van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs en tot vaststelling van de titel betreffende de voortgezette beroepsopleiding van de leden van het onderwijsteam van de scholen en van de personeelsleden van het multidisciplinaire team van de PMS-centra type decreet prom. 17/06/2021 pub. 23/06/2021 numac 2021042361 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004 houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen sluiten, in het algemeen, wat de leerlingen met een verstandelijke handicap betreft : « Voor de leerlingen met een verstandelijke beperking is voorzien in verschillende soorten begeleiding, te weten een kwaliteitsvol gespecialiseerd onderwijs en het mechanisme van volledige permanente integratie dat behouden blijft voor de leerlingen die het voordeel van dat mechanisme reeds genieten. De afgelopen jaren werden steeds meer klassen met een inclusieve insteek opgericht, waarbij samenwerkingsverbanden en partnerschapsovereenkomsten tussen gewone en gespecialiseerde scholen worden aangemoedigd door de invoering van momenten van time-sharing voor de leerlingen die in beide onderwijstypes les krijgen. Die aanpak maakt het mogelijk waarden als verdraagzaamheid, respect voor verschillen, solidariteit, enz. te ontwikkelen en op die manier de weg vrij te maken naar een meer egalitaire en inclusievere maatschappij. Op dit ogenblik zijn er 17 zulke klassen, gespreid over het grondgebied van de Fédération Wallonie-Bruxelles », zowel in het basis- als in het secundair onderwijs. De minister wil de uitrol van dit soort initiatief aanmoedigen. Zo zullen er volgend jaar vijf nieuwe klassen met een inclusieve insteek worden opgericht.

De minister kondigt de organisatie aan van een rondetafel over de opvang van leerlingen met een verstandelijke beperking, met als doelstellingen de modaliteiten van een specifieke begeleiding van die leerlingen, zowel in het gewoon onderwijs als in het gespecialiseerd onderwijs, te bekijken. Die rondetafel zal de kans bieden om de problematiek van het plaatstekort in de scholen van type 2 aan te snijden en samen oplossingen te bedenken, ook al moet over dit punt worden overlegd met de federaties van de inrichtende machten en met WBE. De deelnemers aan die rondetafel zijn de verschillende ministers die, op alle bevoegdheidsniveaus, bevoegd zijn voor de sector van personen met een handicap, vertegenwoordigers van de ouderverenigingen, vertegenwoordigers van de verenigingen die die leerlingen op het terrein begeleiden, vertegenwoordigers van de actoren op het terrein zoals de personeelsleden van het gespecialiseerd en gewoon onderwijs, de directies, de vertegenwoordigers van de institutionele actoren, de DGDE [Délégué général aux droits de l'enfant] en Unia. De cel ` gespecialiseerd en inclusief onderwijs ' van haar kabinet staat in contact met de DGDE en met Unia om die rondetafel over de inclusie van leerlingen met een verstandelijke handicap inhoudelijk af te bakenen.

Het doel van de minister is dat iedere leerling zijn plaats vindt in het onderwijssysteem van de FWB. Het voorliggende decreet biedt geen antwoord op die specifieke vraag van de leerlingen met een verstandelijke beperking, maar de invoering van de territoriale polen strekt ertoe het paradigma en de blik op functiebeperkingen tijdens de schooljaren te wijzigen. De opvang van de leerlingen met een matige tot ernstige mentale beperking werd niet geïntegreerd in het mechanisme van de polen, op verzoek van de federaties van de inrichtende machten, WBE en de vakorganisaties, om tijd te nemen voor een reflectie die specifiek gericht is op de opvang voor die leerlingen, die eveneens recht hebben op een kwaliteitsvol en inclusief onderwijs » (Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2020-2021, nr. 245/3, p. 20).

B.33.3. Weliswaar mag de decreetgever een ingrijpende hervorming in opeenvolgende stadia tot stand brengen (zie arrest van het Hof nr. 104/2015 van 16 juli 2015, ECLI:BE:GHCC:2015:ARR.104, B.9.1) en dus geleidelijk toe werken naar de inclusie van leerlingen met een handicap, maar hij mag daarbij geen onverantwoord onderscheid maken tussen de categorie van leerlingen met een sensomotorische handicap en de categorie van leerlingen met een verstandelijke handicap.

B.34. Het eerste middel in de zaak nr. 7747 is gegrond. De artikelen 6.2.3-1, tweede lid, 2°, b), 6.2.5-4 en 6.2.5-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, ingevoegd bij artikel 1 van het decreet van17 juni 2021, dienen te worden vernietigd.

Tweede middel B.35.1. Het tweede middel in de zaak nr. 7747 heeft betrekking op de bestaanbaarheid van de bestreden bepalingen met artikel 22ter van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 2 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met artikel 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met artikel 15, punt 1, van het herziene Europees Sociaal Handvest, met artikel 23 van het Verdrag inzake de rechten van het kind en met artikel 24 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

B.35.2. De verzoekende partij voert aan dat de bestreden bepalingen de in het middel geciteerde bepalingen schenden in zoverre de leerlingen met een verstandelijke handicap voortaan worden verplicht om daadwerkelijk in het gespecialiseerd onderwijs naar school te gaan, teneinde daarna begeleiding in het gewoon onderwijs te kunnen genieten, terwijl het vroegere systeem van de volledige tijdelijke integratie de mogelijkheid bood om begeleiding te verkrijgen zonder eerst het gespecialiseerd onderwijs te moeten bezoeken.

B.36.1. Het systeem van de volledige tijdelijke integratie, bepaald bij het decreet van de Franse Gemeenschap van 3 maart 2004 « houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs », werd afgeschaft bij het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 juni 2021 « tot wijziging van het decreet van 3 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/03/2004 pub. 03/06/2004 numac 2004029137 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs type decreet prom. 03/03/2004 pub. 02/04/2004 numac 2004029094 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie type decreet prom. 03/03/2004 pub. 19/04/2004 numac 2004029120 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende verschillende dringende maatregelen inzake niet verplicht onderwijs sluiten houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs om de totale tijdelijke integratie af te schaffen », zodat de grief die door de verzoekende partij uit die afschaffing wordt afgeleid, niet kan worden toegeschreven aan de bestreden bepalingen.

B.36.2. Het tweede middel is niet gegrond.

Ten aanzien van de handhaving van de gevolgen B.37. De Franse Gemeenschapsregering vraagt dat, in geval van vernietiging, de gevolgen van de bestreden bepalingen in de zaak nr. 7747 zouden worden gehandhaafd.

B.38.1. Een vernietiging met terugwerkende kracht van artikel 6.2.5-6, § 3, tweede en derde lid, van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, dreigt aanzienlijke financiële moeilijkheden te veroorzaken voor de territoriale polen die de verhoogde financiering hebben genoten waarin die bepalingen voorzien.

B.38.2. Het risico bestaat dat een vernietiging zonder meer van de artikelen 6.2.3-1, tweede lid, 2°, b), 6.2.5-4 en 6.2.5-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs de in die bepalingen beoogde leerlingen met een sensomotorische handicap het door hen genoten mechanisme zou ontnemen.

B.39. Met toepassing van artikel 8, derde lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten dienen, zoals aangegeven in het dictum, de gevolgen van de vernietigde bepalingen derhalve te worden gehandhaafd teneinde de decreetgever voldoende tijd te geven om nieuwe bepalingen aan te nemen.

Om die redenen, het Hof - vernietigt het decreet van de Franse Gemeenschap van 17 juni 2021 « houdende oprichting van territoriale polen belast met de ondersteuning aan scholen voor gewoon onderwijs in de uitvoering van redelijke aanpassingen en volledige permanente integratie », in zoverre het de artikelen 6.2.3-1, tweede lid, 2°, b), 6.2.5-4, 6.2.5-5 en 6.2.5-6, § 3, tweede en derde lid, invoegt in boek 6 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs; - handhaaft de gevolgen van die bepalingen tot het einde van het schooljaar 2025-2026; - verwerpt de beroepen voor het overige.

Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, op 1 juni 2023.

De griffier, F. Meersschaut De voorzitter, P. Nihoul

^