gepubliceerd op 23 oktober 2006
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest nr. 161.910 van 22 augustus 2006 in zake D. Verbeke tegen het Vlaamse Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is « Schendt artikel 53, § 2, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd(...)
ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere
wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/01/1989
pub.
18/02/2008
numac
2008000108
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet op het Arbitragehof
sluiten op het Arbitragehof Bij arrest nr. 161.910 van 22 augustus 2006 in zake D. Verbeke tegen het Vlaamse Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 18 september 2006, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 53, § 2, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, in de versie vóór de wijziging ervan bij het
decreet van 21 november 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/11/2003
pub.
29/01/2004
numac
2004035117
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996
sluiten, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat de aanvrager in geval van beroep van de gemachtigde ambtenaar recht heeft op een gelijktijdige mededeling van alle bijlagen, d.w.z. niet enkel de stukken die betrekking hebben op toelichtingen bij of motieven van het beroepschrift en die derhalve dagtekenen van na de beslissing van de bestendige deputatie, waarin argumenten tegen deze beslissing worden verwoord of waaruit zulke argumenten zijn af te leiden, maar ook de stukken van het administratief dossier, die duidelijk en uitsluitend voorafgaan aan de beslissing van de bestendige deputatie en derhalve aan de aanvrager bekend zijn, terwijl de aanvrager geen mededeling ontvangt van dezelfde stukken, zelfs niet van de stukken die dateren van na de beslissing van de bestendige deputatie, indien het beroep uitgaat van het college van burgemeester en schepenen of van de aanvrager zelf ? ».
Die zaak is ingeschreven onder nummer 4047 van de rol van het Hof.
De griffier, P.-Y. Dutilleux.