Etaamb.openjustice.be
Wet van 22 mei 2019
gepubliceerd op 13 oktober 2026

Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Federale Republiek Brazilië betreffende luchtdiensten, gedaan te Brussel op 4 oktober 2009 (2)(3)

bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
numac
2019014333
pub.
13/10/2026
prom.
22/05/2019
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 MEI 2019. - Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Federale Republiek Brazilië betreffende luchtdiensten, gedaan te Brussel op 4 oktober 2009 (1)(2)(3)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

Art. 2.De Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Federale Republiek Brazilië betreffende luchtdiensten, gedaan te Brussel op 4 oktober 2009, zal volkomen gevolg hebben.

Art. 3.De wijzigingen aan de bijlage bij de Overeenkomst, aangenomen met toepassing van artikel 20, lid 2, van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Federale Republiek Brazilië betreffende luchtdiensten, gedaan te Brussel op 4 oktober 2009, zullen volkomen gevolg hebben.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 22 mei 2019.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, D. REYNDERS De Minister van Mobiliteit, Fr. BELLOT Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota's (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be): Stukken: 54-3631.

Integraal verslag: 04/04/2019. (2) Zie decreet van het Vlaamse Gewest van 20 maart 2020 (Belgisch Staatsblad van 6 april 2020), decreet van het Waalse gewest van 27 november 2025 (Belgisch Staatsblad van 18 december 2025) en ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk gewest van 15 april 2021 (Belgisch Staatsblad van 23 april 2021) (3) De Overeenkomst is in werking getreden op 18 december 2025, overeenkomstig haar artikel 23.1


OVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN HET KONINKRIJK BELGIE EN DE REGERING VAN DE FEDERALE REPUBLIEK BRAZILIE BETREFFENDE LUCHTDIENSTEN DE REGERING VAN HET KONINKRIJK BELGIE EN DE REGERING VAN DE FEDERALE REPUBLIEK BRAZILIE, (Hierna genoemd de "Partijen"), PARTIJEN ZIJNDE bij het Verdrag inzake de Burgerluchtvaart dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening werd opengesteld;

VERLANGENDE een bijkomende Overeenkomst bij dit Verdrag te sluiten met het doel luchtdiensten tot stand te brengen tussen hun onderscheiden grondgebieden en verdergelegen gebieden, en het bevorderen van alle vormen van burgerlijke samenwerking in de luchtvaartsector;

VERLANGENDE de grootst mogelijke beveiliging en veiligheid in het internationaal luchtvervoer te waarborgen, ZIJN OVEREENGEKOMEN als volgt: ARTIKEL 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Voor de toepassing van deze Overeenkomst geldt, tenzij de context anders vereist: a) de uitdrukking "Verdrag "betekent het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening is opengesteld en omvat elke Bijlage die krachtens Artikel 90 van dat Verdrag is aangenomen en elke wijziging van de Bijlagen of van het Verdrag krachtens Artikel 90 en 94 daarvan, voor zover die Bijlagen en wijzigingen zijn aangenomen door beide Partijen;b) de uitdrukking "Overeenkomst" betekent deze Overeenkomst, met haar Bijlage en alle wijzigingen daaraan;c) de uitdrukking "luchtvaartautoriteiten" betekent voor de Federale Republiek Brazilië de burgerlijke luchtvaartautoriteit, samengesteld uit het Nationaal Agentschap voor de Burgerluchtvaart (ANAC) en voor het Koninkrijk België de Federale Openbare Dienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Luchtvaart of, in beide gevallen, iedere autoriteit of persoon die gemachtigd is de functies te vervullen die thans door bovengenoemde autoriteiten worden vervuld;d) de uitdrukkingen "grondgebied", "luchtdienst", "internationale luchtdienst", "luchtvaartmaatschappij" en "landing voor andere dan verkeersdoeleinden" hebben de betekenis die hen is toegekend in de Artikelen 2 en 96 van het Verdrag;e) de uitdrukking "aangewezen luchtvaartmaatschappij" betekent een luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en gemachtigd in overeenstemming met de Artikelen 3 en 4 van deze Overeenkomst;f) de uitdrukking "overeengekomen diensten" betekent de geregelde diensten op de routes omschreven in de Bijlage bij deze Overeenkomst voor het vervoer van passagiers, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd;g) de uitdrukking "tarieven" heeft één van volgende betekenissen: (i) de prijs die aan de luchtvaartmaatschappij moet worden betaald voor het vervoeren van passagiers en bagage voor de verstrekte luchtvaartdiensten alsook de provisies en voorwaarden die toepasselijk zijn in verband met luchtvaartdiensten; (ii) het vrachtloon dat aan de luchtvaartmaatschappij moet worden betaald voor het vervoeren van cargo (behalve post) voor de verstrekte luchtvaartdiensten; (iii) de voorwaarden die de beschikbaarheid of toepasselijkheid van die tarieven bepalen, daarin begrepen alle aan genoemde tarieven verbonden voordelen; (iv) het bedrag van de provisie die door een luchtvaartmaatschappij aan een agent betaald wordt voor de door deze agent verkochte tickets of uitgegeven vervoersbrieven voor het vervoer op de luchtvaartdiensten; h) de uitdrukking "verandering van vliegtuigtype" betekent de exploitatie van één der overeengekomen diensten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij waarbij op een deel van de route een vliegtuig van een gelijkaardige of mindere capaciteit wordt ingezet dan op een ander deel van de route;i) de uitdrukkingen "boorduitrustingsstukken, gronduitrusting, boordproviand en reserveonderdelen" hebben de betekenis die hen is toegekend in artikel 9 van het Verdrag;j) de uitdrukking "gebruiksvergoeding" betekent een taks die de luchtvaartmaatschappijen moeten betalen voor het verstrekken van luchthavenfaciliteiten en diensten van luchtvaartnavigatie en luchtvaartbeveiliging;k) de term "staatsburgers van het Koninkrijk België " dient te worden verstaan als verwijzende naar de staatsburgers van de Lidstaten van de Europese Unie;l) de term "luchtvaartmaatschappijen van het Koninkrijk België" dient te worden verstaan als verwijzende naar de luchtvaartmaatschappijen die door het Koninkrijk België werden aangewezen. ARTIKEL 2 VERLENING VAN RECHTEN 1. Tenzij anders bepaald in de Bijlage verleent elke Partij aan de andere Partij de volgende rechten voor het uitvoeren van internationale luchtdiensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij: a) het recht om zonder te landen het grondgebied van de andere Partij te overvliegen;b) het recht om op het grondgebied van de andere Partij te landen voor andere dan commerciële doeleinden;en c) het recht tot inschepen en ontschepen in internationaal verkeer van passagiers, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd, op de punten op de routes gespecifiëerd in de Bijlage.2. Niets in paragraaf 1 van dit Artikel wordt geacht aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Partij het voorrecht te verlenen om op het grondgebied van de andere Partij tegen vergoeding passagiers, bagage, vracht en post op te nemen die bestemd zijn om te worden vervoerd naar een ander punt op het grondgebied van die Partij. ARTIKEL 3 AANWIJZING EN MACHTIGING VAN LUCHT.V.A.ARTMAATSCHAPPIJEN 1. Elke Partij heeft het recht om schriftelijk aan de andere Partij een of meerdere luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten op de gespecificeerde routes.Deze aanwijzingen gebeuren via diplomatieke weg. 2. Na ontvangst van een kennisgeving van aanwijzing door één van de Partijen ingevolge het eerste lid van dit Artikel,verlenen de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij, in de vorm en op de wijze die zijn voorgeschreven, zonder verwijl aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij die erom vraagt, de vereiste vergunningen voor de overeengekomen exploitatie, voor zover: a) in het geval van een door het Koninkrijk België aangewezen luchtvaartmaatschappij: (i) dat de luchtvaartmaatschappij gevestigd is op het grondgebied van het Koninkrijk België op grond van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en een overeenkomstig het Europees Gemeenschapsrecht rechtsgeldige exploitatievergunning bezit;en (ii) dat een daadwerkelijke reglementaire controle op de luchtvaartmaatschappij uitgeoefend en onderhouden wordt door de Lidstaat van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor het afleveren van haar bewijs luchtvervoerder en dat de bevoegde luchtvaartautoriteit duidelijk geïdentificeerd wordt in de aanwijzing; en (iii) dat de maatschappij - rechtstreeks of via meerderheidsaandeelhouderschap - eigendom is van en effectief gecontroleerd wordt door Lidstaten van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie en/of door de staatsburgers van die Staten; en b) in het geval van een door de Federale Republiek van Brazilië aangewezen luchtvaartmaatschappij: (i) dat de luchtvaartmaatschappij gevestigd is op het grondgebied van de Federale Republiek Brazilië en dat zij een overeenkomstig het toepasselijke recht in de Federale Republiek Brazilië geldige exploitatievergunning bezit;en (ii) dat de Federale Republiek Brazilië een effectieve reglementaire controle uitoefent op de luchtvaartmaatschappij; en (iii) dat de maatschappij - rechtstreeks of via meerderheidsaandeelhouderschap - eigendom is van de Federale Republiek Brazilië en/of van staatsburgers van de Federale Republiek Brazilië, en dat zij effectief gecontroleerd wordt door die Staat en/of zijn staatsburgers; c) de aangewezen luchtvaartmaatschappij in staat is om te voldoen aan de voorwaarden die zijn voorgeschreven door de wetten en voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijze worden toegepast op gebied van exploitatie van internationale luchtvaartdiensten door de Partij die dit verzoek of de verzoeken onderzoekt overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag;en d) de in Artikelen 7 en 8 bepaalde normen worden gehandhaafd en uitgevoerd.3. Zodra de luchtvaartmaatschappij aangewezen en gemachtigd is kan zij op ieder tijdstip aanvangen met de exploitatie van de overeengekomen diensten, op voorwaarde dat de bepalingen van deze Overeenkomst worden nageleefd. ARTIKEL 4 INTREKKING OF OPSCHORTING VAN DE EXPLOITATIEVERGUNNING 1. Elke Partij heeft het recht tot weigering, intrekking of opschorting van de exploitatievergunning voor uitoefening van de in deze Overeenkomst aan de andere Partij toegekende rechten, of aan de uitoefening van die rechten de voorwaarden te verbinden die nodig zijn als: a) in het geval van een door het Koninkrijk België aangewezen luchtvaartmaatschappij: (i) de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is op het grondgebied van het Koninkrijk België op grond van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of geen volgens het Europees Gemeenschapsrecht rechtsgeldige exploitatie-vergunning bezit;of (ii) er geen effectieve regulerende controle wordt uitgeoefend of in stand gehouden door de Lidstaat van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de uitreiking van het bewijs luchtvervoerder, of de bevoegde luchtvaartautoriteit niet duidelijk geïdentificeerd is in de aanwijzing; of (iii) de luchtvaartmaatschappij noch rechtstreeks noch via meerderheidsaandeel eigendom is van en niet daadwerkelijk gecontroleerd wordt door Lidstaten van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelassociatie of door staatsburgers van die Staten; of (iv) de luchtvervoerder reeds gemachtigd is tot exploitatie op grond van een bilaterale overeenkomst tussen de Federale Republiek Brazilië en een andere Lidstaat en de Federale Republiek Brazilië aantoont dat, door het uitoefenen van de verkeersrechten op grond van deze Overeenkomst op een route die een punt in die andere Lidstaat omvat, er omzeiling zou plaatsvinden van de door die andere overeenkomst niet toegekende verkeersrechten; of (v) de luchtvervoerder een bewijs luchtvervoerder heeft dat uitgereikt is door een Lidstaat en er is tussen de Federale Republiek Brazilië en die Lidstaat geen bilaterale overeenkomst inzake luchtdiensten, en de verkeersrechten naar die Lidstaat werden geweigerd aan de door de Federale Republiek Brazilië aangewezen luchtvaartmaatschappij. Bij het uitoefenen van het in bovenstaand lid vermelde recht, mag de Federale Republiek Brazilië tussen de luchtvaartmaatschappijen van de Europese Unie geen onderscheid maken op grond van hun nationaliteit. b) in het geval van een door de Federale Republiek Brazilië aangewezen luchtvaartmaatschappij: (i) de luchtvaartmaatschappij niet gevestigd is op het grondgebied van de Federale Republiek Brazilië of geen geldige exploitatievergunning heeft in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving van de Federale Republiek Brazilië;of (ii) de Federale Republiek Brazilië geen daadwerkelijke controle uitoefent of in stand houdt op de luchtvaartmaatschappij; of (iii) de luchtvaartmaatschappij noch rechtstreeks, noch via meerderheidsaandelen, eigendom is van de Federale Republiek Brazilië of van staatsburgers van de Federale Republiek Brazilië, of niet altijd daadwerkelijk gecontroleerd wordt door die Staat en/of zijn staatsburgers; c) indien de luchtvaartmaatschappij de wetten of voorschriften niet naleeft die gewoonlijk en redelijkerwijze worden toegepast op het internationaal luchtvervoer door de Partij die deze rechten toekent; en d) in elk geval waarin de in deze Overeenkomst vastgestelde normen, voornamelijk de artikelen 8 en 9, niet worden gehandhaafd en uitgevoerd.2. Tenzij onmiddellijke intrekking, opschorting of opleggen van voorwaarden zoals vermeld in lid 1 van dit Artikel noodzakelijk is voor het voorkomen van verdere inbreuken op wetten en voorschriften, of op de bepalingen van deze Overeenkomst, mag dit recht enkel uitgeoefend worden na overleg met de andere Partij.Dit overleg zal plaatsvinden binnen een termijn van dertig (30) dagen na het verzoek van een Partij, tenzij beide Partijen anders overeenkomen.

ARTIKEL 5 TOEPASSING VAN WETTEN EN VOORSCHRIFTEN 1. De wetten en voordschriften van de ene partij betreffende de toelating tot, het verblijf binnen of het vertrek uit haar grondgebied van in de internationale luchtvaart gebruikte luchtvaartuigen alsook betreffende exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen, dienen te worden nageleefd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij bij het binnenkomen in, het verlaten van en het verblijven op het grondgebied van de eerste Partij.2. De wetten en voorschriften van de ene Partij betreffende binnenkomst, uitreis uit, doorreis, immigratie, paspoorten, douane, valuta, en quarantaine, dienen door de aangewezen maatschappij van de andere Partij en door haar bemanningen en passagiers, of namens hen, alsook met betrekking tot vracht en post in doorreis te worden nageleefd bij het binnenkomen in, verlaten van en gedurende de doorreis over en het verblijf binnen het grondgebied van de eerstbedoelde Partij.De passagiers in transit binnen het grondgebied van één Partij worden enkel aan een korte controle onderworpen. 3. Geen van beide Partijen mag haar eigen of enige andere luchtvaartmaatschappij een meer voordelige behandeling geven ten opzichte van een luchtvaartmaatschappij die gelijkaardige luchtvaartdiensten uitvoert bij de toepassing van haar voorschriften vermeld in de leden 1 en 2 van dit Artikel of bij het gebruik van luchthavens, luchtwegen en luchtverkeersdiensten en aanverwante voorzieningen waarop zij toezicht uitoefent. ARTIKEL 6 BEWIJZEN EN VERGUNNINGEN 1. Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van geschiktheid en vergunningen die zijn uitgereikt of geldig verklaard door een Partij worden gedurende hun geldigheidsduur door de andere Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de in de Bijlage omschreven routes, mits zodanige bewijzen of vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard ingevolge en overeenkomstig de op grond van het Verdrag vastgestelde normen.2. Elke Partij behoudt zich evenwel het recht voor de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en van vergunningen die door de andere Partij aan haar eigen onderdanen zijn uitgereikt niet te erkennen voor vluchten boven haar eigen grondgebied.3. Indien de in het eerste lid van dit Artikel genoemde bewijzen en vergunningen zijn uitgereikt of geldig verklaard volgens vereisten die afwijken van de krachtens het Verdrag vastgestelde normen en indien deze afwijking betekend werd aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, kunnen de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij verzoeken om overleg overeenkomstig Artikel 18 van deze Overeenkomst teneinde zich ervan te vergewissen dat de desbetreffende vereisten voor hen aanvaardbaar zijn.Indien geen bevredigende overeenstemming wordt bereikt in aangelegenheden inzake vliegveiligheid, vormt zulks een grond voor de toepassing van Artikel 4 van deze Overeenkomst.

ARTIKEL 7 VEILIGHEID 1. Elke Partij kan op elk ogenblik verzoeken om overleg inzake de door de andere Partij aangenomen veiligheidsnormen voor alle domeinen die betrekking hebben op luchtvaartfaciliteiten, vliegtuigbemanningen, luchtvaartuigen of de exploitatie daarvan.Dergelijk overleg zal plaatsvinden binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de datum van het desbetreffend verzoek. 2. Indien de ene Partij naar aanleiding van dergelijk overleg van mening is dat de andere Partij in één van de in vorig lid vermelde domeinen geen daadwerkelijke handhaving en toepassing verzekert van veiligheidsnormen die ten minste gelijk zijn aan de normen die op dat ogenblik worden opgelegd door het Verdrag, wordt de andere Partij er door de eerstgenoemde Partij van in kennis gesteld van deze opvatting en van de stappen die noodzakelijk worden geacht om aan de ICAO-normen te voldoen.De andere Partij neemt dan binnen een overeengekomen termijn de gepaste maatregelen tot verbetering. 3. Overeenkomstig Artikel 16 van het Verdrag wordt verder overeengekomen dat elk luchtvaartuig dat geëxploiteerd wordt door of in naam van een luchtvaartmaatschappij van de ene Partij op diensten naar of vanaf het grondgebied van de andere Partij, tijdens het verblijf binnen het grondgebied van de andere Partij kan worden onderworpen aan een onderzoek door de gemachtigde vertegenwoordigers van die andere Partij mits dit voor het luchtvaartuig niet leidt tot onredelijke vertraging.Onverminderd de in Artikel 33 van het Verdrag vastgestelde verplichtingen is de bedoeling van dit onderzoek de verificatie van de geldigheid van de relevante bescheiden van het luchtvaartuig, de vergunningen van de bemanning en na te gaan of de uitrusting van het luchtvaartuig en de staat waarin het zich bevindt overeenstemmen met de normen die het verdrag op dat ogenblik oplegt. 4. Wanneer dringend ingrijpen noodzakelijk is om de veiligheid van de exploitatie van een luchtvaartmaatschappij te verzekeren, behoudt elke Partij zich het recht voor tot onmiddellijke opschorting of wijziging van de exploitatievergunning van één of meerdere luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij.5. Elke maatregel van een Partij die wordt genomen op grond van lid 4 hierboven wordt beëindigd zodra de grond voor het nemen van die maatregel ophoudt te bestaan.6. Voor wat betreft lid 2, wanneer vaststaat dat een Partij de ICAO-normen blijft overtreden nadat de overeengekomen periode is verstreken, dient de Secretaris-Generaal van ICAO hierover te worden ingelicht.Deze laatste moet tevens op de hoogte gebracht worden als de situatie vervolgens op bevredigende wijze is opgelost. 7. Wanneer het Koninkrijk België een luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen waarvan de regulerende controle uitgeoefend en opgevolgd wordt door een andere Lidstaat van de Europese Unie, gelden de in dit Artikel vervatte rechten van de Federale Republiek Brazilië ook met betrekking tot de instandhouding, opvolging, en administratie van veiligheidsnormen door deze Lidstaat van de Europese Unie en met betrekking tot de exploitatievergunning van die luchtvaartmaatschappij. ARTIKEL 8 BEVEILIGING VAN DE LUCHTVAART 1. In overeenstemming met hun rechten en plichten inzake internationaal recht, bevestigen de Partijen dat hun wederzijdse verplichting om de veiligheid van de burgerluchtvaart te beschermen tegen wederrechtelijke gedragingen een integraal deel uitmaakt van deze Overeenkomst.Zonder hun rechten en verplichtingen onder internationaal recht in het algemeen te beperken, zullen de Partijen meer bepaald handelen in overeenstemming met de bepalingen van het verdrag inzake strafbare feiten en andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te `s Gravenhage op 16 december 1970, en het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971, alsook de bepalingen van eender welk ander Verdrag inzake de beveiliging van de luchtvaart dat door hen werd bekrachtigd. 2. De Partijen verlenen elkaar op verzoek alle nodige bijstand om handelingen te voorkomen die leiden tot wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen alsook andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van deze luchtvaartuigen en hun passagiers en bemanningen, luchthavens en luchtvaartinstallaties en elke andere bedreiging van de veiligheid van de burgerluchtvaart.3. De Partijen handelen in hun wederzijdse betrekkingen in overeenstemming met de bepalingen inzake de veiligheid van de luchtvaart, uitgevaardigd door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en aangeduid als Bijlagen van het Verdrag, in zoverre dat deze beveiligingsbepalingen voor de Partijen van toepassing zijn;zij eisen dat de exploitanten van bij hen ingeschreven luchtvaartuigen of exploitanten die hun hoofdverblijf voor handelspraktijken of hun permanente verblijfplaats op hun grondgebied en, in het geval van het Koninkrijk België, de exploitanten die op het grondgebied gevestigd zijn en die een exploitatievergunning hebben in overeenstemming met de wetgeving van de Europese Unie, alsook de exploitanten van luchthavens op hun grondgebied, handelen in overeenstemming met deze bepalingen inzake de veiligheid van de luchtvaart. Wanneer in dit lid verwezen wordt naar de bepalingen inzake de veiligheid in de luchtvaart omvat dit tevens elk verschilpunt dat door de betrokken Partij werd betekend. Elke Partij licht de andere Partij op voorhand in over haar voornemen om omtrent deze bepalingen een verschilpunt te betekenen. 4. Elke Partij verbindt er zich toe om te kunnen eisen dat haar exploitanten van luchtvaartuigen de bepalingen inzake beveiliging van de luchtvaart bij het binnenkomen, of gedurende het verblijf op het grondgebied van de andere Partij, die in dat land en, in het geval van België, in de Europese Unie, van kracht zijn, na te leven in overeenstemming met artikel 5 van deze Overeenkomst.Elke Partij verbindt er zich toe dat de gepaste maatregelen op haar grondgebied daadwerkelijk toegepast worden met het oog op de bescherming van luchtvaartuigen en de inspectie van de passagiers, bemanningen, bagages, vrachten boordproviand, voor en tijdens het instappen en laden. Elke Partij neemt daarenboven ieder verzoek van de andere Partij tot speciale en redelijke veiligheidsvoorzieningen voor haar luchtvaartuigen of passagiers, teneinde aan een bijzondere dreiging het hoofd te bieden, welwillend in overweging. In dit geval moeten zulke maatregelen tot in de bijzonderheden overlegd worden en de kosten geëvalueerd en door beide Partijen gedeeld worden. 5. Wanneer zich een geval of dreiging van geval van wederrechtelijk in zijn macht brengen van een burgerlijk luchtvaartuig voordoet, of enig ander wederrechtelijk gedrag gericht tegen een zodanig luchtvaartuig, zijn passagiers en bemanning, luchthavens en luchtvaartinstallaties, staan de Partijen elkaar bijdoor het berichtenverkeer en andere gepaste maatregelen, bestemd om aan een dergelijk voorval of zodanige dreiging een einde te stellen, te vergemakkelijken.6. Wanneer één van de Partijen de bepalingen niet naleeft van dit Artikel betreffende de veiligheid, kunnen de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij verzoeken om onmiddellijk overleg met de luchtvaartautoriteiten van eerstgenoemde Partij.Indien geen bevredigende oplossing kan worden bereikt binnen de dertig dagen, vormt zulks een grond voor de toepassing van Artikel 4 van deze Overeenkomst.

ARTIKEL 9 GEBRUIKSVERGOEDINGEN 1. De vergoedingen die op het grondgebied van de ene Partij aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij worden opgelegd voor het gebruik van luchthavens en andere voorzieningen door de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij mogen niet hoger zijn dan die welke in rekening worden gebracht aan een nationale luchtvaartmaatschappij van eerstgenoemde Partij die soortgelijke internationale diensten uitvoert.2. Elke partij streeft ernaar dat overleg zou plaatsvinden over deze vergoedingen tussen haar bevoegde autoriteiten en de aangewezen luchtvaartmaatschappijen die van de door voornoemde autoriteiten aangeboden voorzieningen en diensten gebruik maken;waar mogelijk loopt dit overleg via de organisaties die de luchtvaartmaatschappijen vertegenwoordigen. Voorstellen tot wijziging van de gebruiksvergoedingen moeten tijdig medegedeeld worden aan de gebruikers, teneinde deze laatsten in staat te stellen om hun visie uit te drukken alvorens de wijzigingen ingaan.

ARTIKEL 10 GRONDAFHANDELING 1. Onder voorbehoud van de wetten en voorschriften van elke Partij, voor het Koninkrijk België daarin begrepen het Europees Gemeenschapsrecht, heeft elke aangewezen luchtvaartmaatschappij het recht, op het grondgebied van de andere Partij, haar eigen grondafhandeling ("self-handling") te doen, of zelf te kiezen tussen de concurrerende dienstverleners van grondafhandeling die de grondafhandelingsdiensten geheel of gedeeltelijk verstrekken.2. In geval de wetten en voorschriften het zelf afhandelen beperken of uitsluiten en in geval er geen effectieve concurrentie bestaat tussen verleners van grondafhandelingsdiensten, wordt elke aangewezen luchtvaartmaatschappij behandeld op niet discriminatoire wijze voor wat betreft de toegang tot het zelf afhandelen en tot de grondafhandelingsdiensten die door één of meerdere dienstverleners worden verstrekt. ARTIKEL 11 INVOERRECHTEN EN HEFFINGEN 1. Elke Partij stelt, op basis van wederkerigheid, een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij, zoveel als mogelijk onder de nationale wetgeving, vrij van importbeperkingen, invoerrechten, taksen, inspectievergoedingen en andere nationale, regionale en lokale belastingen en lasten, die niet gebaseerd zijn op de kost van diensten geleverd bij aankomst, aan het vliegtuig, voor brandstof, smeermiddelen, technische verbruiksgoederen, reserve-onderdelen met inbegrip van motoren, normale vliegtuiguitrusting, boordproviand (met inbegrip van alcohol, tabak en andere producten bedoeld voor verkoop aan passagiers in beperkte hoeveelheden tijdens de vlucht) en andere artikelen enkel bedoeld voor gebruik in verband met het exploiteren of onderhouden van vliegtuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van dergelijke andere Partij die de overeengekomen diensten exploiteert, evenals andere voorwerpen zoals vliegtickets, gedrukte materialen met het logo van de luchtvaartmaatschappij en publiciteitsmateriaal dat kosteloos door de aangewezen luchtvaartmaatschappij wordt verspreid.2. De vrijstellingen toegestaan door dit Artikel zullen toegepast worden op de producten waarnaar verwezen wordt in paragraaf 1 van dit Artikel, of deze producten nu volledig op het grondgebied van de andere Partij die de vrijstelling toekent gebruikt of verbruikt worden of niet, wanneer: a) zij ingevoerd worden op het grondgebied van één Partij door of namens de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij, op voorwaarde dat deze producten niet verkocht worden op het grondgebied van de Partij die de vrijstelling toekent;b) zij aan boord gehouden worden van vliegtuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van één Partij, vanaf de aankomst tot het verlaten van het grondgebied van de andere Partij;c) zij aan boord genomen worden van vliegtuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van één Partij en bedoeld zijn voor gebruik gedurende de exploitatie van de overeengekomen diensten.3. De normale boorduitrustingsstukken, evenals de materialen en voorraden die normalerwijze aan boord gehouden worden van de vliegtuigen van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van één van beide Partijen, mogen op het grondgebied van de andere Partij enkel uitgeladen worden met de toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied.In dergelijk geval kunnen deze voorwerpen onder toezicht van de genoemde autoriteiten worden geplaatst tot zolang ze weer uitgevoerd worden of op andere wijze in overeenstemming met de douanereglementeringen van de hand gedaan worden. 4. Bagage en goederen in onmiddellijke doorreis zullen worden vrijgesteld van douaneverplichtingen en andere taksen.5. De in dit Artikel bepaalde vrijstellingen zullen eveneens worden toegekend indien de luchtvaartmaatschappij van de Partij akkoorden gesloten heeft met een andere luchtvaartmaatschappij die dezelfde vrijstellingen ontvangt van de andere Partij, rekening houdend met het ontlenen of overdragen naar het grondgebied van de andere Partij van de voorwerpen waarnaar verwezen wordt in paragraaf 1 van dit Artikel. ARTIKEL 12 CAPACITEIT 1. De totale capaciteit die verschaft wordt op de overeengekomen diensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Partijen zal overeengekomen worden tussen de luchtvaartautoriteiten van beide Partijen.2. Er zullen billijke en gelijke mededingingsmogelijkheden zijn voor de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Partijen om de overeengekomen diensten op de in de Bijlage van huidige Overeenkomst bepaalde routes te exploiteren.3. Bij de exploitatie van de overeengekomen diensten zal de aangewezen luchtvaartmaatschappij van elke Partij de belangen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij in overweging nemen, teneinde de door laatstgenoemde verschafte diensten op de volledige of gedeeltelijk zelfde route niet op onrechtmatige wijze te beïnvloeden.4. De overeengekomen diensten die door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen uitgevoerd zullen worden, zullen als kenmerk een nauw verband hebben met de noden van het publiek voor vervoer op de gespecifieerde routes, en zullen als voornaamste doel hebben het voorzien in voldoende capaciteit, tegen redelijke bezettingsgraad, om de normale vervoersvereisten te vervullen die gebruikelijk verwacht worden voor het vervoer van passagiers, vracht en post tussen de grondgebieden van de twee Partijen.5. Vervoer van passagiers en vracht, met inbegrip van post, geladen en uitgeladen op de overeengekomen diensten op andere punten dan het grondgebied van de Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst, zullen bepaald worden volgens het algemene principe dat de capaciteit verbonden zal zijn met: a) de vervoersvraag naar en van het grondgebied van de Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst;b) de vervoersvraag in de regio waarin de overeengekomen diensten uitgevoerd worden, rekening houdend met de andere diensten ingericht door de luchtvaartmaatschappijen van de Staten van die regio;en c) de uitbatingsvereisten van lange-afstandsvluchten.6. De luchtvaartmaatschappijen zullen de exploitatieprogramma's aan de luchtvaartautoriteiten van beide Partijen ter goedkeuring voorleggen, binnen een maximale periode van 30 (dertig) dagen vóór het begin van de exploitatie van de overeengekomen diensten.Deze zullen het type diensten, de types vliegtuigen, frequenties en vluchtuurroosters omvatten. Dit zal eveneens toepasbaar zijn op alle volgende wijzigingen. In specifieke gevallen mag deze tijdsspanne met de toestemming van de luchtvaartautoriteiten verminderd worden.

ARTIKEL 13 VERANDERING VAN VLIEGTUIGTYPE Een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Partij mag op het grondgebied van de andere Partij een luchtvaartuig door een ander vervangen naar verdergelegen punten, op volgende voorwaarden: a) dat dit met het oog op een economische exploitatie verantwoord is;b) dat het luchtvaartuig gebruikt op het gedeelte van de route dat verder verwijderd is van het grondgebied van de Partij die de luchtvaartmaatschappijen aanwijst, slechts wordt geëxploiteerd in aansluiting op het luchtvaartuig gebruikt op het dichterbij gelegen gedeelte en dat dit in de dienstregeling tot uiting komt;het eerstbedoelde luchtvaartuig komt naar het punt waar de verandering van luchtvaartuig plaatsvindt met het doel trafiek op te nemen van, dan wel aan te voeren voor het laatstbedoelde luchtvaartuig, en de capaciteit ervan wordt in de allereerste plaats met het oog op dit doel bepaald; c) dat de luchtvaartmaatschappij niet tegenover het publiek voorwendt, door middel van advertenties of anderszins, dat zij een luchtdienst onderhouden beginnend op het punt waar de verandering van luchtvaartuig plaatsvindt, tenzij de Bijlage bij deze Overeenkomst dit toestaat;d) dat in aansluiting met iedere vlucht van een luchtvaartuig naar het grondgebied van de andere Partij waar de verandering van luchtvaartuig plaatsvindt, slechts één vlucht mag uitgewisseld worden tegen één vlucht, tenzij de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij meer dan één vlucht toestaan. ARTIKEL 14 TARIEVEN 1. De tarieven die door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van een Partij worden toegepast voor diensten in het kader van deze Overeenkomst dienen te worden vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle relevante factoren, daaronder begrepen het belang van gebruikers, de exploitatiekosten, kenmerken van de diensten, een redelijke winst, tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen, en andere commerciële marktoverwegingen.2. De Partijen gaan akkoord bijzondere aandacht te schenken aan tarieven die aan bezwaar onderhevig kunnen zijn omdat zij onredelijk discriminerend, onbillijk hoog of beperkend lijken te zijn omwille van het misbruik van een dominante positie, kunstmatig laag omwille van directe of indirecte subsidiëring of ondersteuning, of roofzuchtig.3. Elke Partij kan de kennisgeving of de indiening eisen van de tarieven voorgesteld door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van beide Partijen voor het vervoer van of naar zijn grondgebied. Dergelijke kennisgeving of indiening mag niet eerder dan dertig (30) dagen voor de voorgestelde datum van inwerkingtreding vereist worden.

In bijzondere gevallen kan deze periode ingekort worden. 4. Elke Partij heeft het recht om tarieven voor het vervoer enkele reis of retour tussen de grondgebieden van de twee Partijen dat op zijn eigen grondgebied aanvangt goed te keuren of af te keuren.De tarieven aangerekend door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van één Partij voor het vervoer tussen het grondgebied van de andere Partij en dat van een derde Staat tijdens diensten in het kader van deze Overeenkomst zijn onderworpen aan de goedkeuringsvereisten van de andere Partij. Geen van beide Partijen onderneemt eenzijdige actie ter voorkoming van het instellen van voorgestelde tarieven of het bestendigen van toegepaste tarieven voor het vervoer enkele reis of retour tussen de grondgebieden van beide Partijen dat begint op het grondgebied van de andere Partij. 5. De goedkeuring van tarieven voortvloeiend uit de bepalingen van paragraaf 4 hierboven kan door één van beide Partijen uitdrukkelijk aan de luchtvaartmaatschappij(en) die de tarieven indienen gegeven worden.Indien de betrokken Partij echter geen schriftelijke kennisgeving van afkeuring van dergelijke tarieven gegeven heeft aan de luchtvaartmaatschappij(en) van de andere Partij binnen de dertig (30) dagen na voorlegging, worden de tarieven beschouwd als goedgekeurd.In het geval van inkorting van de voorleggingsperiode overeenkomstig paragraaf 3, kunnen de Partijen overeenkomen dat de periode waarbinnen enige afkeuring gegeven dient te worden, dienovereenkomstig ingekort wordt. 6. Wanneer één van beide Partijen van mening is dat een tarief voor vervoer naar zijn grondgebied valt binnen de categorieën beschreven in paragraaf 2 hierboven, geeft deze Partij zo snel mogelijk kennis van ontevredenheid aan de andere Partij, en ten laatste binnen de dertig (30) dagen na de kennisgeving of indiening van het tarief, en kan zij de overlegprocedures beschreven in paragraaf 7 hieronder benutten.7. Elke Partij kan overleg aanvragen aangaande elk tarief van een luchtvaartmaatschappij van elk van beide Partijen voor diensten in het kader van deze Overeenkomst, inbegrepen wanneer het betrokken tarief het voorwerp was van een kennisgeving van afkeuring of ontevredenheid. Dergelijk overleg wordt gehouden binnen de zestig (60) dagen na ontvangst van de aanvraag. De Partijen werken samen voor het verzekeren van noodzakelijke informatie voor een billijke oplossing van de betwistingen. Wanneer de Partijen een akkoord bereiken, doet elke Partij inspanningen om het akkoord in werking te stellen. Indien geen overeenkomst bereikt kan worden, prevaleert de beslissing van de Partij op wiens grondgebied het vervoer aanvangt. 8. Een tarief opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van deze clausule blijft gelden, tenzij ze door de betrokken luchtvaartmaatschappij(en) wordt ingetrokken of tot een nieuw tarief goedgekeurd is.Een tarief wordt daarentegen niet verlengd voor meer dan 6 maanden na de datum waarop het anders vervallen zou zijn, tenzij goedgekeurd door de Partijen. Wanneer een tarief goedgekeurd is zonder einddatum en wanneer geen nieuw tarief is ingediend en goedgekeurd, blijft dat tarief van kracht tot één van beide Partijen kennis geeft van de beëindiging van zijn goedkeuring, op eigen initiatief of op vraag van de betrokken luchtvaartmaatschappij(en). Dergelijke beëindiging vindt niet plaats met een opzegging van minder dan dertig (30) dagen.9. De Partijen spannen zich in om te verzekeren dat een actieve en effectieve organisatie bestaat binnen hun jurisdictie voor het onderzoeken van schendingen, door om het even welke luchtvaartmaatschappij, passagiers- of vrachtagent, reisorganisator, of vrachtexpediteur, van tarieven opgesteld in overeenstemming met dit Artikel.Bovendien verzekeren zij dat de schending van dergelijke tarieven strafbaar is met afschrikkende maatregelen op een consistente en niet-discriminatoire wijze. 10. Niettegenstaande de bepalingen van de paragrafen 1 tot 9 van dit Artikel, zijn de aan te rekenen tarieven door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de Federale Republiek Brazilië voor vervoer dat volledig binnen de Europese Gemeenschap plaatsvindt, onderworpen aan het Europees Gemeenschapsrecht. ARTIKEL 15 MUNTEENHEIDSOMREKENING EN OVERSCHRIJVING VAN INKOMSTEN 1. Elke Partij staat de luchtvaartmaatschappij(en) van de andere Partij toe om, op aanvraag, alle lokale inkomsten van de verkoop van luchtvervoersdiensten die de lokaal betaalde sommen overschrijden, om te wisselen en naar het buitenland over te maken, met onmiddellijk toegestane omwisseling en overschrijving tegen de wisselkoers die van toepassing is op de datum van de vraag tot omwisseling en overschrijving.2. De omwisseling en overschrijving van dergelijke inkomsten wordt toegestaan conform de toepasbare wetten en reglementen en is niet onderworpen aan enige administratieve of wissellasten behalve deze die gebruikelijk door banken toegepast worden voor het uitvoeren van dergelijke omwisseling en overschrijving.3. De bepalingen van dit Artikel stellen de luchtvaartmaatschappijen van beide Partijen niet vrij van de belastingen, taksen en bijdragen waaraan zij onderworpen zijn.4. Indien er een bijzonder akkoord bestaat tussen de Partijen voor het vermijden van dubbele belasting, of een bijzonder akkoord dat het overmaken van fondsen tussen de Partijen regelt, prevaleren dergelijke akkoorden. ARTIKEL 16 VERKOOP EN MARKETING VAN LUCHTVERVOERSDIENSTEN 1. Elke Partij kent de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij het recht toe om internationale luchtvervoersdiensten op zijn grondgebied te verkopen en te verhandelen, direct of via agenten of andere tussenpersonen naar keuze van de luchtvaartmaatschappij, met inbegrip van het recht tot het oprichten van kantoren, zowel on-line als off-line.2. Elke luchtvaartmaatschappij heeft het recht om vervoer te verkopen in de munteenheid van dat grondgebied of, afhankelijk van haar nationale wetten en reglementeringen, in vrij omwisselbare munteenheden van andere landen, en eenieder is vrij zodanig vervoer te kopen in munteenheden die door die luchtvaartmaatschappij aanvaard worden.3. De aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een Partij is het toegelaten om op basis van wederkerigheid eigen vertegenwoordigers alsook de commerciële, operationele en technische personeelsleden die nodig zijn voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op het grondgebied van de andere Partij binnen te brengen en te behouden.4. Aan deze personeelsbehoeften kan naar keuze van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van één Partij worden voldaan met eigen personeel of door een beroep te doen op de diensten van enige andere organisatie, firma of luchtvaartmaatschappij die op het grondgebied van de andere Partij werkzaam is en die toestemming heeft op dit grondgebied zodanige diensten te verrichten voor andere luchtvaartmaatschappijen.5. Deze vertegenwoordigers en personeelsleden zijn onderworpen aan de geldende wetten en reglementeringen van de andere Partij, en overeenkomend met dergelijke wetten en regelementen: a) verleent elke Partij, op basis van wederkerigheid en binnen de kortst mogelijke tijd, de noodzakelijke werkvergunningen, bezoekersvisa of andere vergelijkbare documenten aan de in paragraaf 3 van dit Artikel bedoelde vertegenwoordigers en personeelsleden;en b) bevorderen en bespoedigen beide Partijen de vereisten voor werkvergunningen voor personeel dat tijdelijke taken waarneemt die de negentig (90) dagen niet overschrijden. ARTIKEL 17 UITWISSELING VAN INFORMATIE 1. De luchtvaartautoriteiten van de beide Partijen wisselen zo veel mogelijk informatie uit betreffende de geldige vergunningen verleend aan hun respectievelijk aangewezen luchtvaartmaatschappijen om diensten te exploiteren naar, via en van het grondgebied van de andere Partij, en bezorgen kopieën van de geldige bewijzen en vergunningen voor diensten op de omschreven routes, evenals de wijzigingen, vrijstellingen en toegestane diensttabellen.2. Elke Partij zal erop toezien dat haar aangewezen luchtvaartmaatschappij, zoveel van tevoren als mogelijk, aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij kopieën verschaffen van tarieven, dienstregelingen en wijzigingen daaraan, en alle andere relevante informatie die betrekking heeft op de exploitatie van de overeengekomen diensten, inbegrepen de informatie over de aangeboden capaciteit op elke omschreven route, en elke andere informatie die kan worden geëist om ten aanzien van de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij aan te tonen dat de bepalingen van deze Overeenkomst degelijk in acht worden genomen.3. Elke Partij zal erop toezien dat haar aangewezen luchtvaartmaatschappij aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij, op hun verzoek, de statistieken bezorgt betreffende het verkeer vervoerd op de overeengekomen diensten met vermelding van de punten van in en ontscheping. ARTIKEL 18 OVERLEG 1. De luchtvaartautoriteiten van de Partijen plegen van tijd tot tijd overleg teneinde een nauwe samenwerking te verzekeren inzake alle vragen die verband houden met de tenuitvoerlegging van de bepalingen van deze Overeenkomst en haar Bijlage.2. Dit overleg zal aanvangen binnen een periode van 60 (zestig) dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van een verzoek in die zin, tenzij de Partijen anderszins overeenkomen. ARTIKEL 19 REGELING VAN GESCHILLEN 1. Indien enig geschil rijst tussen de Partijen in verband met de interpretatie of de toepassing van deze Overeenkomst, met uitzondering van deze die zouden kunnen ontstaan aangaande de Artikelen 7 (Veiligheid), 8 (Beveiliging van de luchtvaart) en 14 (Tarieven), trachten de luchtvaartautoriteiten van beide Partijen dit in de eerste plaats te regelen door middel van directe onderhandelingen in overeenstemming met de bepalingen van Artikel 18 van deze Overeenkomst.2. Indien de Partijen er niet in slagen een overeenkomst te bereiken, wordt het geschil beslecht via diplomatiek overleg. ARTIKEL 20 WIJZIGINGEN 1. Elke wijziging van deze Overeenkomst waartoe de Partijen in toepassing van Artikel 18 (Overleg) besluiten, treedt in werking op de datum die bepaald wordt door uitwisseling van diplomatieke nota's die aangeven dat alle noodzakelijke interne procedures voltooid werden door beide Partijen.2. Elke wijziging van de Bijlage kan gedaan worden middels een schriftelijk akkoord tussen de luchtvaartautoriteiten van de Partijen en treedt in werking na bevestiging door een uitwisseling van diplomatieke nota's. ARTIKEL 21 BEEINDIGING 1. Elk van de Partijen kan te allen tijde de andere Partij schriftelijk via diplomatieke weg mededeling doen van haar besluit deze Overeenkomst te beëindigen.Deze mededeling wordt tegelijkertijd verzonden naar de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. 2. De Overeenkomst eindigt 1 (één) jaar na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Partij, tenzij de mededeling van beëindiging met wederzijdse instemming vóór het einde van deze termijn wordt ingetrokken.Indien de andere Partij nalaat bericht van ontvangst te geven, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen 14 (veertien) dagen na ontvangst van de mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

ARTIKEL 22 REGISTRATIE BIJ ICAO Deze Overeenkomst en alle eraan aangebrachte wijzigingen worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

ARTIKEL 23 INWERKINGTREDING 1. Deze Overeenkomst zal inwerkingtreden op een datum te bepalen middels uitwisseling van diplomatieke nota's die aangeven dat alle noodzakelijke interne procedures door beide Partijen voltooid werden.2. Via dezelfde uitwisseling van nota's wordt de Overeenkomst getekend door de Partijen op 18 november 1999, en zijn Bijlagen, opgeheven. ALS BLIJK WAARVAN DE ONDERGETEKENDEN, daartoe behoorlijk gemachtigd door de respectievelijke Regeringen, onderhavige Overeenkomst ondertekend hebben.

GEDAAN te Brussel, op 4 oktober 2009, in twee originele versies, in het Frans, het Nederlands, het Portugees en het Engels, waarbij elk van beide gelijke authenticiteit heeft. In geval van enig verschil inzake interpretatie heeft de Engelse tekst de voorkeur.

BIJLAGE ROUTETABEL 1. Routes van België voor passagiersdiensten

Punten van vertrek

Tussenliggende punten

Punten in Brazilië

Verdergelegen punten

Punten in België

2 punten op de directe route (Zuidelijke Atlantische Oceaan en Afrika, met uitsluiting van Europa) later te benoemen. Zurich* of enig ander punt in Zwitserland*.

Rio de Janeiro en S+o Paulo (beide co-terminalpunten)

Buenos Aires Montevideo Santiago de Chile


*Zonder verkeersrechten naar/van Brazilië 2. Routes van Brazilië voor passagiersdiensten

Punten van vertrek

Tussenliggende punten

Punten in België

Verdergelegen punten

Punten in Brazilië

Kaapverdië Casablanca Athene* Barcelona*

Punten in België

Tel Aviv Frankfurt Berlijn Peking


* Zonder verkeersrechten naar/van België 3.Routes van België voor vrachtdiensten

Punten van vertrek

Tussenliggende punten

Punten in Brazilië

Verdergelegen punten

Punten in België

Alle punten

Rio de Janeiro/S+o Paulo* en 2 bijkomende later te benoemen punten

Alle punten


* Behalve Guarulhos 4. Routes van Brazilië voor vrachtdiensten

Punten van vertrek

Tussenliggende punten

Punten in België

Verdergelegen punten

Punten in Brazilië

Alle punten

Punten in België

Alle punten


OPMERKINGEN: 1 De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Partijen mogen op de overeengekomen routes, bij onverschillig welke vlucht, een of meerdere punten weglaten of ze in een andere volgorde bedienen, op voorwaarde dat het punt van vertrek of aankomst gelegen is in het land van hun nationaliteit. 2 Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet toegelaten verdergelegen punten in te wisselen of te bedienen als tussenliggende punten of tussenliggende punten als verdergelegen punten. 3 Beide partijen hebben het recht om 7 (zeven) wekelijkse frequenties uit te voeren op gecombineerde diensten en 7 (zeven) wekelijkse frequenties op enkel-vracht-diensten. 4 Met betrekking tot het bijkomende Braziliaanse verdergelegen punt in China worden de bepalingen betreffende de uitoefening van verkeersrechten in 5de vrijheid toegepast zoals omschreven in paragraaf 2 van de MOU van 29 oktober 1992: "5de vrijheid, beperkt tot de bediening van 3 punten verdergelegen dan Brazilië en verdergelegen dan België, worden tussen de Partijen uitgevoerd, gelimiteerd tot een quotum van 30% (dertig procent) van het verkeer in 3de en 4de vrijheid tussen België en Brazilië en omgekeerd, door de aangewezen luchtvaartmaatschappij voor het uitvoeren van de diensten. Dit quotum wordt jaarlijks berekend en wordt gebaseerd op het uitvoeren van 3de en 4de vrijheidsrechten gedurende de 12 (twaalf) voorafgaande maanden". 5 Op de Belgische route worden geen 5de vrijheidsrechten uitgeoefend tussen Zurich, of enig ander punt in Zwitserland, en Brazilië.

Daarnaast zal het uitvoeren van 5de vrijheidsrechten van de 2 tussenliggende punten van elke Partij onderworpen zijn aan een handelsovereenkomst tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen.


^