Etaamb.openjustice.be
Wet van 20 augustus 2000
gepubliceerd op 21 juni 2013

Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Ivoorkust inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, gedaan te Brussel op 1 april 1999 (2) (3)

bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
numac
2013015136
pub.
21/06/2013
prom.
20/08/2000
ELI
eli/wet/2000/08/20/2013015136/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)Kamer (parl. doc.)Senaat (fiche)
Document Qrcode

20 AUGUSTUS 2000. - Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Ivoorkust inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, gedaan te Brussel op 1 april 1999 (1) (2) (3)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2.De Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Ivoorkust inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, gedaan te Brussel op 1 april 1999, zal volkomen gevolg hebben.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Nice, 20 augustus 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL De Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, P. CHEVALIER Gezien en met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota (1) Zitting 1999-2000. Senaat Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 2 mei 2000, nr. 2-420/1. - Verslag namens de commissie, nr. 2-420/2. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 2-420/3.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 21 juni 2000. - Stemming. Vergadering van 22 juni 2000.

Kamer Documenten. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 50-743/1. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 50-743/2.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking en stemming. Vergadering van 6 juli 2000. (2) Zie Decreet van het Vlaamse Gewest van 19 juli 2002 (Belgisch Staatsblad van 31 augustus 2002), Decreet van het Waalse Gewest van 12 juli 2001 (Belgisch Staatsblad van 1 augustus 2001 - Ed.2), Ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 7 februari 2002 (Belgisch Staatsblad 24 december 2002). (3) Dit verdrag is in werking getreden op 15 juni 2013. Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Ivoorkust inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen De Regering van het Koninkrijk België, handelend mede in de naam van De Regering van het Groothertogdom Luxemburg, krachtens bestaande overeenkomsten, de Vlaamse Regering, de Waalse Regering, en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, enerzijds, en De Regering van de Republiek Ivoorkust, anderzijds, (hierna te noemen de « Overeenkomstsluitende Partijen ») Verlangende hun economische samenwerking te versterken door gunstige voorwaarden te scheppen voor de verwezenlijking van investeringen door ingezetenen van een der Overeenkomstsluitende Partijen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, Zijn overeengekomen als volgt : ARTIKEL 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze Overeenkomst, 1. betekent de term « investeerders » : a) de « onderdanen », m.a.w. elke natuurlijke persoon die volgens de wetgeving van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg of de Republiek Ivoorkust beschouwd wordt als een onderdaan van respectievelijk het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg of de Republiek Ivoorkust; b) de « vennootschappen », m.a.w. elke rechtspersoon die wordt opgericht in overeenstemming met de wetgeving van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg of de Republiek Ivoorkust en die zijn maatschappelijke zetel heeft op het grondgebied van respectievelijk het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg of de Republiek Ivoorkust. 2. betekent de term « investeringen » : gelijk welke vorm van activa en elke rechtstreekse of onrechtstreekse inbreng in speciën, in natura of in diensten, die wordt geïnvesteerd of geherinvesteerd in welke economische sector ook. Als investeringen in de zin van deze Overeenkomst gelden namelijk, maar niet uitsluitend : a) roerende en onroerende goederen alsook alle andere zakelijke rechten als hypotheken, voorrechten, panden, vruchtgebruik en gelijkaardige rechten;b) aandelen, winstbewijzen en elke andere vorm van deelneming, zelfs minoritair of onrechtstreeks, in vennootschappen die zijn opgericht op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen;c) obligaties, vorderingen en rechten op enige prestatie met economische waarde;d) auteursrechten, rechten van industriële eigendom, technische procédés, gedeponeerde namen en handelsfondsen;e) krachtens een eenzijdige verbintenis of een wederkerige overeenkomst, van publiek- of privaatrecht, verleende concessies, met name concessies voor de prospectie, de ontginning of de winning van natuurlijke rijkdommen. Veranderingen in de rechtsvorm waarin activa en kapitalen zijn geïnvesteerd of geherinvesteerd brengen hun omschrijving als « investering » als bedoeld in deze Overeenkomst niet in het gedrang. 3. betekent de term « inkomsten » : de bedragen welke voortvloeien uit een investering en met name doch niet uitsluitend, winsten, interesten, kapitaalaangroei, dividenden, royalty's of vergoedingen. 4. betekent de term « grondgebied » : a) wat de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie betreft, het grondgebied van het Koninkrijk België en het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg alsook de maritieme gebieden, d.w.z. de gebieden op en onder zee die zich voorbij de territoriale wateren van de betreffende Staat uitstrekken en waarin deze overeenkomstig het internationaal recht, soevereine rechten en rechtsmacht uitoefent met het oog op de opsporing, de winning en het behoud van de natuurlijke rijkdommen; b) wat de Republiek Ivoorkust betreft, het grondgebied van de Republiek Ivoorkust met inbegrip van zijn territoriale zee, evenals de exclusieve economische zone en het continentaal plat waarin Ivoorkust overeenkomstig het internationaal recht en zijn nationale wetgeving, soevereine rechten uitoefent met het oog op de opsporing en de winning van natuurlijke, biologische en minerale rijkdommen die zich in zee, de zeebedding en de ondergrond daarvan bevinden. ARTIKEL 2 Bevordering van de investeringen 1. Elke Overeenkomstsluitende Partij moedigt investeringen op haar grondgebied door investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij aan en staat deze investeringen toe in overeenstemming met haar wetgeving.2. Elke Overeenkomstsluitende Partij staat met name het sluiten en uitvoeren van licentiecontracten en van overeenkomsten tot commerciële, administratieve of technische bijstand toe, voor zover deze activiteiten verband houden met de investeringen. ARTIKEL 3 Bescherming van de investeringen 1. Alle rechtstreekse of onrechtstreekse investeringen door investeerders van een der Overeenkomstsluitende Partijen genieten op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij een eerlijke en rechtvaardige behandeling.2. Onverminderd de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde, genieten deze investeringen een voortdurende zekerheid en bescherming, met uitsluiting van elke ongerechtvaardigde of discriminatoire maatregel die, in rechte of in feite, het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot of de liquidatie ervan zou kunnen belemmeren.3. De in het eerste en tweede lid van dit artikel omschreven behandeling en bescherming zijn ten minste gelijk aan die welke de investeerders van een derde Staat genieten en zijn in geen geval minder gunstig dan die welke door het internationaal recht zijn erkend.4. Deze behandeling en bescherming strekken zich echter niet uit tot de voorrechten die een Overeenkomstsluitende Partij toekent aan investeerders van een derde Staat op grond van haar lidmaatschap van of associatie met een vrijhandelszone, een douane-unie, een gemeenschappelijke markt of iedere andere vorm van regionale economische organisatie. ARTIKEL 4 Eigendomberovende of -beperkende maatregelen 1. Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich ertoe geen enkele maatregel te treffen tot onteigening of nationalisatie, noch enige andere maatregel die rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft dat aan de investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij de hun toebehorende investeringen op haar grondgebied worden ontnomen.2. Indien om redenen van openbaar nut, nationale veiligheid of nationaal belang, van het bepaalde in lid 1 van dit artikel dient te worden afgeweken, moeten de volgende voorwaarden worden vervuld : a) de maatregelen worden genomen volgens een wettelijke procedure;b) ze zijn niet discriminatoir, en c) ze gaan vergezeld van bepalingen waarbij wordt voorzien in de betaling van een billijke en reële schadeloosstelling.3. Het bedrag van de schadeloosstelling komt overeen met de werkelijke waarde van de desbetreffende investeringen daags voor het tijdstip waarop deze maatregelen worden getroffen of bekendgemaakt. De schadeloosstelling wordt betaald in de munt waarin de investering werd gedaan of in elke vrij omwisselbare munt die de investeerder en de Overeenkomstsluitende Partij zijn overeengekomen.

Ze wordt zonder vertraging uitgekeerd en dient vrij te kunnen worden overgemaakt. Ze levert interest op tegen het normale handelstarief vanaf de datum van vaststelling tot de datum van uitbetaling. 4. Wat de in dit artikel behandelde aangelegenheden betreft, verleent elke Overeenkomstsluitende Partij aan de investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij een behandeling die ten minste gelijk is aan die welke investeerders van de meest begunstigde natie op haar grondgebied genieten, en niet minder gunstig dan die welke het internationaal recht verleent. ARTIKEL 5 Aan uitzonderlijke gebeurtenissen toe te schrijven verliezen De investeerders van een Overeenkomstsluitende Partij waarvan de investeringen schade zouden hebben geleden naar aanleiding van een oorlog of een ander gewapend conflict, een revolutie, een nationale noodtoestand of een opstand op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, genieten vanwege deze laatste een behandeling die ten minste gelijk is aan die welke de investeerders van de meest begunstigde natie wordt verleend wat de teruggaven, vergoedingen, compensaties en andere schadeloosstellingen betreft.

ARTIKEL 6 Overmakingen 1. Elke Overeenkomstsluitende Partij garandeert, overeenkomstig haar wetgeving die op de dag van de overmaking van kracht is, aan de investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij de vrije overmaking, van en naar haar grondgebied, van alle betalingen in verband met een investering, en inzonderheid van : a) de bedragen bestemd om de investering tot stand te brengen, te behouden of uit te breiden;b) de bedragen bestemd voor het nakomen van contractuele verbintenissen, met inbegrip van de bedragen die nodig zijn voor de terugbetaling van leningen, royalty's en andere betalingen voortvloeiend uit licenties, franchises, concessies en andere soortgelijke rechten alsmede de bezoldiging van het geëxpatrieerd personeel;c) de inkomsten uit investeringen;d) de opbrengst van een gehele of gedeeltelijke liquidatie van de investeringen, inclusief meerwaarden of verhogingen van het geïnvesteerde kapitaal;e) de ingevolge artikel 4 betaalde schadeloosstellingen;2. De onderdanen van een Overeenkomstsluitende Partij die uit hoofde van een investering op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij mogen werken, is het toegestaan een passend deel van hun bezoldiging over te maken naar hun land van herkomst.3. Het geld wordt vrij overgemaakt, tegen de wisselkoers die op de datum van overmaking van toepassing is op contante transacties in de gebruikte munt.4. Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de toelatingen die vereist zijn om de overmaking zonder vertraging uit te voeren, zonder andere lasten dan de gebruikelijke taksen en kosten.5. De in dit artikel vermelde waarborgen zijn ten minste gelijk aan die welke worden gegeven aan investeerders van de meest begunstigde natie. ARTIKEL 7 Subrogatie 1. Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen of een van haar openbare instellingen een schadeloosstelling uitkeert aan haar eigen investeerders op grond van een voor een investering verleende waarborg, erkent de andere Overeenkomstsluitende Partij, onder voorbehoud van kennisgeving, dat de rechten en vorderingen van de investeerders zijn overgedragen aan de Overeenkomstsluitende Partij of de openbare instelling.2. Met betrekking tot de overgedragen rechten kan de andere Overeenkomstsluitende Partij jegens de verzekeraar die in de rechten van de schadeloosgestelde investeerders is getreden, de verplichtingen laten gelden die wettelijk of contractueel op die laatsten rusten. ARTIKEL 8 Toepasbare regels Als een kwestie in verband met de investeringen niet alleen door deze Overeenkomst maar ook door de nationale wetgeving van een Overeenkomstsluitende Partij wordt geregeld of nog door internationale overeenkomsten waarbij de Overeenkomstsluitende Partijen partij zijn of zullen worden, kunnen de investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij zich beroepen op de bepalingen welke voor hen het gunstigst zijn.

ARTIKEL 9 Bijzondere overeenkomsten 1. Investeringen waarvoor een bijzondere overeenkomst is gesloten tussen een der Overeenkomstsluitende Partijen en investeerders van de andere Partij, zijn onderworpen aan de bepalingen van deze Overeenkomst en aan die van de bijzondere overeenkomst.Deze laatste kan, in voorkomend geval, voorzien in economische en financiële bepalingen die van de onderhavige Overeenkomst afwijken. 2. Elke Overeenkomstsluitende Partij komt te allen tijde de verbintenissen na die zij ten aanzien van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangegaan. ARTIKEL 10 Regeling van investeringsgeschillen 1. Elk investeringsgeschil tussen een investeerder van een Overeenkomstsluitende Partij en de andere Overeenkomstsluitende Partij wordt voorgelegd aan de bevoegde rechtbank die tussen de partijen bij het geschil is overeengekomen. Indien bedoelde bevoegdheid niet bij onderlinge overeenkomst kan worden toegewezen, worden de leden 2 tot 7 van dit artikel toegepast. 2. Van elk investeringsgeschil tussen een investeerder van een Overeenkomstsluitende Partij en de andere Overeenkomstsluitende Partij, wordt schriftelijk kennis gegeven.De kennisgeving gaat vergezeld van een memorandum dat naar behoren is toegelicht door de meest gerede partij.

De partijen dienen er in de mate van het mogelijke naar te streven het geschil in der minne te regelen door onderhandeling en daarbij, indien nodig, deskundig advies in te winnen van een derde, of nog door bemiddeling langs diplomatieke weg tussen de Overeenkomstsluitende Partijen. 3. Wanneer het geschil niet binnen de zes maanden na de kennisgeving in der minne wordt geregeld via een rechtstreeks vergelijk tussen de partijen bij het geschil of door bemiddeling langs diplomatieke weg, wordt het naar keuze van de investeerder voorgelegd aan de bevoegde rechtsmacht van de Staat waar de investering is gedaan, dan wel onderworpen aan internationale arbitrage. Te dien einde geeft elke Overeenkomstsluitende Partij haar voorafgaande en onherroepelijke toestemming om elk investeringsgeschil aan zodanige arbitrage te onderwerpen. Deze toestemming houdt in dat de Partijen afstand doen van het recht om de uitputting van alle nationale administratieve of rechtsmiddelen te verzoeken. 4. Als internationale arbitrage wordt gevraagd, wordt het geschil naar keuze van de investeerder voorgelegd aan een van de hierna genoemde arbitrageorganen : een scheidsgerecht ad hoc dat wordt ingesteld overeenkomstig de arbitrageregels van de Commissie van de Verenigde Naties voor Internationaal Handelsrecht (UNCITRAL), het Internationaal Centrum voor Regeling van Investeringsgeschillen (I.C.S.I.D.), dat is ingesteld krachtens het te Washington op 18 maart 1965 voor ondertekening opengestelde « Verdrag tot regeling van investeringsgeschillen tussen Staten en onderdanen van andere Staten », het scheidsgerecht van de Internationale Kamer van Koophandel te Parijs; het Instituut voor Arbitrage van de Kamer van Koophandel te Stockholm Indien de arbitrageprocedure op initiatief van een Overeenkomstsluitende Partij wordt aangespannen, verzoekt deze de betrokken investeerder schriftelijk het arbitrageorganisme van zijn keuze, waaraan het geschil zal worden voorgelegd, kenbaar te maken. 5. Geen van de bij een geschil betrokken Overeenkomstsluitende Partijen zal, in enig stadium van de arbitrageprocedure of van de uitvoering van een scheidsrechterlijke uitspraak, als verweer kunnen aanvoeren dat de investeerder die tegenpartij is bij het geschil, een vergoeding ter uitvoering van een verzekeringspolis of van de in artikel 7 van deze Overeenkomst vermelde waarborg heeft ontvangen, die het geheel of een gedeelte van zijn verliezen dekt.6. Het scheidsgerecht doet uitspraak op grond van het nationaal recht van de Overeenkomstsluitende Partij die partij is bij het geschil en de investering op haar grondgebied heeft, met inbegrip van de regels inzake conflicten tussen wetgevingen, de bepalingen van deze Overeenkomst, de bepalingen van de eventueel gesloten bijzondere overeenkomst met betrekking tot de investering, en de beginselen van het internationaal recht.7. De arbitragevonnissen zijn definitief en bindend voor de partijen bij het geschil.Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich ertoe ze uit te voeren overeenkomstig haar wetgeving.

ARTIKEL 11 Meest begunstigde natie In alle aangelegenheden met betrekking tot de behandeling van investeringen genieten de investeerders van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij de behandeling van meest begunstigde natie.

ARTIKEL 12 Geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst 1. Elk geschil betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst moet zo mogelijk langs diplomatieke weg worden geregeld.2. Wanneer een geschil niet langs diplomatieke weg kan worden beslecht, wordt het voorgelegd aan een gemengde commissie ad hoc bestaande uit vertegenwoordigers van beide Partijen;deze komt op verzoek van de meest gerede Partij bijeen. 3. Indien de bovengenoemde gemengde commissie het geschil niet kan regelen, wordt het op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen onderworpen aan een arbitrageprocedure die voor elk geval afzonderlijk op de volgende wijze verloopt : Elke Overeenkomstsluitende Partij benoemt een scheidsman binnen een tijdvak van twee maanden vanaf de datum waarop een Overeenkomstsluitende Partij de andere Overeenkomstsluitende Partij in kennis heeft gesteld van haar voornemen het geschil aan arbitrage te onderwerpen.Binnen twee maanden na hun benoeming, kiezen de twee scheidsmannen in onderlinge overeenstemming een onderdaan van een derde Staat tot voorzitter van het college van scheidsmannen.

Wanneer de voorgeschreven termijnen niet werden nageleefd, kan een van de Overeenkomstsluitende Partijen de Voorzitter van het Internationale Gerechtshof verzoeken de niet aangewezen scheidsman of scheidsmannen te benoemen.

Indien de Voorzitter van het Internationale Gerechtshof onderdaan is van een Overeenkomstsluitende Partij of van een Staat waarmee een der Overeenkomstsluitende Partijen geen diplomatieke banden heeft, dan wel om een andere reden verhinderd is bedoelde functie uit te oefenen, wordt de Ondervoorzitter van het Internationale Gerechtshof verzocht de benoeming te verrichten.

Indien ook de Ondervoorzitter onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen of van een Staat waarmee een van de Overeenkomstsluitende Partijen geen diplomatieke betrekkingen onderhoudt, dan wel verhinderd is, wordt het in rang hoogste lid van het Gerechtshof dat geen onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen, verzocht de benoeming te verrichten. 4. Het aldus samengestelde college bepaalt zijn eigen procedureregels en doet uitspraak bij meerderheid van stemmen;de uitspraken zijn onherroepelijk en bindend voor de Overeenkomstsluitende Partijen. 5. Iedere Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten van de scheidsman die zij heeft benoemd.De kosten voortvloeiend uit de benoeming van de derde scheidsman en de werkingskosten van het college worden gelijkelijk door de Overeenkomstsluitende Partijen gedragen.

ARTIKEL 13 Vorige investeringen Deze Overeenkomst is eveneens van toepassing op de investeringen die vóór de inwerkingtreding ervan werden gedaan door investeerders van een Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, overeenkomstig haar wetgeving.

ARTIKEL 14 Inwerkingtreding en duur 1. Deze Overeenkomst treedt in werking een maand na de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen de akten van bekrachtiging hebben uitgewisseld.Ze blijft van kracht gedurende een tijdvak van tien jaar.

Tenzij een der Overeenkomstsluitende Partijen de Overeenkomst ten minste twaalf maanden voor het verstrijken van de geldigheidstermijn opzegt, wordt ze telkens stilzwijgend verlengd voor een nieuw tijdvak van tien jaar. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt het recht ze ten minste twaalf maanden voor het einde van een lopende geldigheidstermijn bij kennisgeving op te zeggen. 2. De investeringen die vóór de datum van beëindiging van deze Overeenkomst zijn gedaan, vallen nog gedurende tien jaar, te rekenen vanaf dat tijdstip, onder de toepassing van deze Overeenkomst. Ten blijke waarvan de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

Gedaan te Brussel, op 1 april 1999, in twee oorspronkelijke exemplaren in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk rechtsgeldig. In geval van verschil in uitlegging is de Franse tekst doorslaggevend.

^