Etaamb.openjustice.be
Vacante Bettreking
gepubliceerd op 15 maart 2001

Rechterlijke Orde. - Vacante betrekkingen - hoofdgriffier van het arbeidshof te Bergen : 1, vanaf 1 april 2001; - griffier bij de arbeidsrechtbanken te Namen en te Dinant : 1, vanaf 1 april 2001; - adjunct-griffier bij de arbeidsrechtbank - beambte bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te : - Brussel : 1 (*); - Brugge (...)

bron
ministerie van justitie
numac
2001009229
pub.
15/03/2001
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN JUSTITIE


Rechterlijke Orde. - Vacante betrekkingen - hoofdgriffier van het arbeidshof te Bergen : 1, vanaf 1 april 2001; - griffier bij de arbeidsrechtbanken te Namen en te Dinant : 1, vanaf 1 april 2001; - adjunct-griffier bij de arbeidsrechtbank te Brussel : 1 (*); - beambte bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te : - Brussel : 1 (*); - Brugge : 1; - beambte bij de griffie van de politierechtbank te Luik : 1; - adjunct-secretaris bij het parket van de arbeidsauditeur te Brussel : 1; - beambte bij het parket van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Luik : 2.

De kandidaturen voor een benoeming in de rechterlijke orde moeten bij een ter post aangetekend schrijven aan de « Minister van Justitie, Directoraat-Generaal, Rechterlijke Organisatie, Dienst Personeelszaken, 3/P/R.O.I., Waterloolaan 115, 1000 Brussel », worden gericht binnen een termijn van één maand na de bekendmaking van de vacature in het Belgisch Staatsblad (artikel 287 van het Gerechtelijk Wetboek).

De kandidaten dienen een afschrift bij te voegen van het bewijs dat zij geslaagd zijn voor het examen voor de griffies en parketten van hoven en rechtbanken, ingericht door de Minister van Justitie, en dit voor het ambt waarvoor zij kandidaat zijn.

De kennis van het Nederlands en van het Frans is vereist van de kandidaten voor de vacante plaatsen in de griffie van de gerechten dit aangeduid zijn met een sterretje (*), overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 53 en 54bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

^