Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief van 20 maart 2001
gepubliceerd op 25 april 2001

Ministeriële omzendbrief betreffende de toelaatbaarheidscriteria en de uitwerkingsmodaliteiten voor de riviercontracten in het Waalse Gewest

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2001027228
pub.
25/04/2001
prom.
20/03/2001
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST


20 MAART 2001. - Ministeriële omzendbrief betreffende de toelaatbaarheidscriteria en de uitwerkingsmodaliteiten voor de riviercontracten in het Waalse Gewest


Aan de bestendige deputaties van de provincieraden, Aan de colleges van burgemeesters en schepenen van de Waalse steden en gemeenten, Gelet op de beslissing van de Waalse Regering van 3 februari 2000 tot afbakening van de hydrografische bekkens en onderbekkens in het Waalse Gewest;

Gelet op artikel 8 van het besluit van de Waalse Regering van 20 juli 1999 tot regeling van de werking van de Regering;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën;

Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 8 maart 2001;

Overwegende dat het Toekomstcontract voor Wallonië voorziet in de ontwikkeling van de riviercontracten en in hun aanpassing aan het geïntegreerd beheer per bekken om de met de gemeenten en het verenigingsleven overlegde acties te bevorderen;

Overwegende dat de omzendbrief betreffende de riviercontracten dienovereenkomstig gewijzigd moet worden;

Overwegende dat het watermilieu permanent blootstaat aan de gevolgen van menselijke activiteiten (verstedelijking, landbouw, industrie, huishoudelijke activiteiten, vrijetijdsbesteding,...) en aan natuurverschijnselen (droogte, overstromingen, . );

Overwegende dat de effecten van deze activiteiten om duurzame oplossingen en beschermings- en beheersmaatregelen vragen die genomen moeten worden na overleg van acties op elk niveau, meer bepaald met de gebruikers van de waterlopen en de omwonenden;

Overwegende dat de dynamiek die via riviercontracten ontstaat uit samenwerkingen tussen partners uit de openbare en de privé-sector ten gunste van plaatselijke projecten die socio-economische ontwikkeling en globaal beheer van het watermilieu verenigen, aan die eis voldoet en dat die initiatieven onder nader te bepalen voorwaarden in aanmerking moeten blijven komen voor subsidies van het Waalse Gewest;

Overwegende dat de met de riviercontracten belaste Minister bevoegd is om bovenbedoelde initiatieven te steunen en om informatie te verstrekken aan personen die zulke projecten wensen te promoten;

Beslist deze omzendbrief aan te nemen, waardoor de ministeriële omzendbrief van 18 maart 1993 (Belgisch Staatsblad van 26 mei 1993), gewijzigd op 18 juni 1996 (Belgisch Staatsblad van 10 september 1996) en 3 juni 1997 (Belgisch Staatsblad van 15 juli 1997), wordt opgeheven en vervangen.

HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving en doelstellingen Het riviercontract is een protocol van overeenkomst gesloten door de ruimste waaier partners uit de openbare en de privé-sector over de doelstellingen die de vereniging beogen van de talrijke functies en gebruiken van de waterlopen, hun omgeving en de watervoorraad van hun bekken. Dat protocol kan de vorm van een charter aannemen.

Het riviercontract verplicht de ondertekenaars, ieder wat zijn bevoegdheden betreft, welbepaalde doelstellingen binnen redelijke termijnen te halen, met name via geïdentificeerde acties en projecten waarvan ze de uitvoering moeten garanderen.

Wat de voorbereiding van het riviercontract betreft, moeten met name de plaatselijke partners acties uitwerken die zij zelf kunnen voeren om de doelstellingen te halen binnen de geografische grenzen die vastliggen in het contract waarvan de as bestaat uit een waterloop en zijn zijrivieren (« de rivier ») en waarvan het geografische grondgebied deel uitmaakt van één van de hydrografische onderbekkens omschreven in hoofdstuk IV (« onderbekkens »).

Om te zorgen voor de voorbereiding en om toe te zien op de nakoming van hun verbintenissen wijzen de verschillende partners een projectcoördinator (« de coördinator ») aan en stellen ze een riviercomité (« het comité ») in volgens de modaliteiten omschreven in hoofdstuk II van deze omzendbrief.

De met de riviercontracten belaste Minister (« de Minister ») kan, onder de voorwaarden bedoeld in hoofdstuk III van deze omzendbrief, toelagen verlenen om de uitwerking, de uitvoering of de bijwerking van een riviercontract te bevorderen.

De riviercontracten beogen vooral de vernieuwing, de bescherming en de valorisatie van de ecologische kwaliteit en de watervoorraad van de bekkens door een harmonieuze integratie van alle bestanddelen van de rivier.

Naast de medewerking van alle ondertekenaars eist het riviercontract de bewustmaking, de voorlichting en de medewerking van de bevolking van het gebied waarop het contract slaat, teneinde de ontwikkeling van een duurzame dynamiek in de hand te werken.

Om de riviercontracten bij te staan op administratief vlak en om hun acties en coördinatie te bevorderen wordt een cel 'riviercontracten' (« het bestuur ») opgericht binnen het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van het Waalse Gewest.

HOOFDSTUK II. - Uitwerkingsmodaliteiten Een riviercontract wordt uitgewerkt in verschillende etappes : 1. Het opstarten van het project : 1a.aanleg van een voorbereidend dossier 1b. voorbereiding van een onderzoeksovereenkomst met als doel het opmaken van een riviercontract 2. Goedkeuring van de onderzoeksovereenkomst 3.Uitvoering van de onderzoeksovereenkomst 4. Ondertekening van het riviercontract 5.Uitvoering van de verbintenissen 6. Beoordeling - bijwerking van het riviercontract 1.Het opstarten van het project 1a. Aanleg van een voorbereidend dossier Het initiatief mag uitgaan van een particulier of van een openbare instelling (provincie, gemeente of intercommunale) die overlegde oplossingen wenst uit te werken met het oog op de bescherming van de rivier en de watervoorraad van haar bekken.

Belangstellende gemeenten wordt voorgesteld een ontwerp van riviercontract op touw te zetten.

De gemeenten die daarmee instemmen, dienen in overleg met de initiatiefnemer een voorbereidend dossier in bij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van het Waalse Gewest.

Het dossier bevat volgende gegevens : a. de personalia van de initiatiefnemer;b. het desbetreffende gebied en de lijst van de gemeenten waarvan het grondgebied geheel of gedeeltelijk onder het riviercontact valt;c. een bibliografisch onderzoek naar de bestaande toestand;d. een beschrijving, op basis van beschikbare gegevens, van de oorspronkelijke staat van het desbetreffende hydrografische net;e. een lijst van de plaatselijke belangen of problemen die voor een riviercontract pleiten;f. de verbintenis van de gemeenteraden waarbij ze de beginselen van het riviercontract, zoals bepaald in hoofdstuk I, in acht nemen en instemmen met de lijst van de plaatselijke doelstellingen en belangen;g. het advies van de bestendige deputatie(s) over het dossier indien de provincie ontvangende partij is;h. de aard en de resultaten van alle gevoerde besprekingen; i. de bestaande plaatselijke structuren die bereid zijn te bemiddelen bij het uitwerken van het contract, en hun middelen (logistieke, technische, wetenschappelijke, financiële,...); j. een voorstel van de coördinator van het project en de elementen die het voorstel wettigen. 1b. Voorbereiding van een onderzoeksovereenkomst Op basis van het volledige dossier bewerkstelligt het Bestuur, in samenwerking met de initiatiefnemer, een ontwerp van onderzoeksovereenkomst dat het opmaken van een riviercontract beoogt.

Om in aanmerking te komen, moet het ontwerp van overeenkomst : a. de coördinator van het project aanwijzen;b. de rol bepalen van de coördinator van het project wiens eindopdracht erin bestaat een ontwerp van riviercontract uit te werken en na te gaan of het haalbaar en uitvoerbaar is;c. bepalen op welke wijze de belanghebbende partijen zullen meewerken en welke algemene methodologie zal worden aangewend;d. de domeinen bepalen die onder het riviercontract zullen vallen;e. het in het kader van de onderzoeksovereenkomst uit te voeren programma vaststellen en de planning bepalen;f. de samenstelling van het riviercomité overleggen;het riviercomité wordt belast met de volgende opdrachten : - als beheersorgaan van de overeenkomst zorgen voor de vlotte uitvoering ervan; - zoeken naar overlegde oplossingen voor het opmaken van het riviercontract; g. budgettaire ramingen maken;h. de financieringsbronnen alsook de bijdrage van elke intekenaar vermelden (exclusief inbreng in natura), (zie hoofdstuk III);i. de duur van de opdracht (maximum drie jaar) en de jaarlijkse indeling van de begroting bepalen;j. voorzien in een specifieke boekhouding voor het beheer van de overeenkomst. Het riviercomité is samengesteld uit vertegenwoordigers gemachtigd door de partijen die deelnemen aan de uitwerking van het riviercontract.

Het comité kan bestaan uit vertegenwoordigers van : - de Watercommissie; - de betrokken gemeente(n); - de betrokken provincie(s); - de bevoegde besturen en instellingen; - de belanghebbende plaatselijke actoren; - de « Société publique de Gestion de l'Eau » (Openbare Maatschappij voor Waterbeheer).

Zodra het ontwerp van overeenkomst is goedgekeurd door de gemeenten en, in voorkomend geval, door de betrokken gemeenten, wordt het samen met het voorbereidend dossier door het Bestuur aan de Minister overgemaakt. 2. Goedkeuring van het ontwerp van onderzoeksovereenkomst De Minister onderwerpt het ontwerp van overeenkomst aan het advies van de Watercommissie. Op basis van het verslag van het bestuur en van het advies van de Commissie kan de Minister het ontwerp van onderzoeksovereenkomst en de aanwijzing van de coördinator van het ontwerp met inachtneming van de beschikbare kredieten goedkeuren. 3. Uitvoering van de overeenkomst Het riviercomité wordt door de coördinator van het project ingesteld binnen zestig dagen nadat de Minister de initiatiefnemer in kennis heeft gesteld van de onderzoeksovereenkomst.Het comité kiest een voorzitter uit zijn midden en maakt zijn huishoudelijk reglement op.

Het comité vergadert ten minste twee keer per jaar.

De coördinator van het project bezorgt elk lid van het riviercomité om de zes maanden een tussenverslag waarin gewag wordt gemaakt van de evolutie van het onderzoek en van de tegengekomen problemen.

Elk verslag wordt goedgekeurd door het riviercomité.

Na afloop van de overeenkomst legt de coördinator van het project een eindverslag en een ontwerp van riviercontract over. Het verslag en het ontwerp worden goedgekeurd door het riviercomité. Elk lid van het riviercomité ontvangt een exemplaar van de stukken en het bestuur krijgt er vier.

Het door de coördinator opgestelde ontwerp van riviercontract houdt met name rekening met de akkoorden die werden bereikt na ruim overleg tussen alle belanghebbende partijen binnen het riviercomité.

Het ontwerp van riviercontract : - wijst op de diverse plaatselijke gebruiken met betrekking tot de waterloop en zijn directe omgeving, alsook op de belangen die daarmee gepaard gaan; - vermeldt de waardevolle bestanddelen van het watermilieu en zijn omgeving in het betrokken gebied; - bevat een inventaris en een hiërarchische indeling van de soorten hinder die het leefmilieu schade toebrengen binnen het betrokken gebied; - vermeldt alle in overleg aangenomen voorstellen, zowel op curatief (oplossingen voor bestaande soorten hinder) als op preventief vlak (behoud en bescherming van de waardevolle bestanddelen); - bepaalt het programma van de acties waarvoor overeenkomsten werden bereikt, met voor elke actie : de nagestreefde doelstelling(en), de vereiste middelen (menselijke, technologische, reglementaire,...), de financiële middelen, de vastleggingen, de planning en het dringende karakter; - bevat een bewustmakingsprogramma voor de bevolking en de schoolinstellingen, met name inzake ieders rechten en plichten t.o.v. de doelstellingen. 4. Ondertekening van het riviercontract Het riviercontract wordt ondertekend door alle partners uit de privé- en de openbare sector, die zich in het kader van hun bevoegdheid ertoe verbinden de doelstellingen van het contract binnen redelijke termijnen te halen. Het riviercontract ligt ter inzage bij de betrokken gemeentebesturen.

Het riviercomité zorgt ervoor dat het contract ruimschoots wordt bekendgemaakt. 5. Uitvoering van de verbintenissen Het riviercomité ziet toe op de nakoming van de door de ondertekenaars aangegane verbintenissen en coördineert de acties. De verbintenissen worden pas na ruim overleg uitgevoerd.

Het riviercomité moet samen met de betrokken gemeenten een jaarverslag opmaken over de uitvoering van het contract. Het vermeldt de tijdens het afgelopen jaar uitgevoerde vernieuwingswerken en genomen maatregelen, alsook de voorspellingen voor het lopende jaar.

Nieuwe partners kunnen zich bij het riviercomité aansluiten overeenkomstig de voorschriften van het huishoudelijk reglement.

Het jaarverslag vermeldt eveneens de aard van de moeilijkheden die zich het afgelopen jaar voordeden bij de uitvoering van het contract, alsmede oplossingen voor de komende jaren. Het vermeldt mogelijke nieuwe acties waarmee rekening moet worden gehouden bij de actualisering van het riviercontract.

Het jaarverslag wordt voor het eerst ingediend binnen vier maanden na de eerste verjaardag van de ondertekening van het riviercontract en binnen twee maanden de volgende jaren. 6. Beoordeling Bijwerking van het riviercontract Het riviercontract wordt beoordeeld en bijgewerkt om de drie jaar, voor het eerst aan het einde van het derde jaar na de ondertekening. Het wordt beoordeeld door het bestuur en het riviercomité op grond van de jaarverslagen over de uitvoering.

De bijwerking vermeldt de geplande acties. Ze wordt uitdrukkelijk goedgekeurd door de leden van het riviercomité en wordt bij het jaarverslag gevoegd.

HOOFDSTUK III. - Financiering A. Financiering van de onderzoeksovereenkomst De onderzoeksovereenkomst kan gefinancierd worden door : - het Waalse Gewest (de Minister bevoegd voor de riviercontracten); - de provincie(s); - de gemeente(n); - elke andere partner die het project financieel wenst te steunen.

De globale tegemoetkoming van het Gewest beperkt zich voor de duur van de overeenkomst (maximum drie jaar) tot het totaal van de door de gemeente(n) en de provincie(s) toegekende bedragen. Het maximumbedrag per hydrografisch onderbekken staat vermeld in de tabel van bijlage 1.

B. Financiering voor de uitvoering en de bijwerking van het riviercontract Om toe te zien op de uitvoering en de bijwerking van het riviercontract kan het Riviercomité gefinancierd worden door : - het Waalse Gewest; - de provincie(s); - de gemeente(n); - elke andere partner die het project financieel wenst te steunen.

De globale tegemoetkoming van het Gewest wordt verleend voor opeenvolgende periodes van drie jaar, tot maximum twaalf jaar. De verdere verlening van toelagen is afhankelijk van de door de gemeente(n) en de provincie(s) toegekende bedragen, tot de jaarlijkse maximumbedragen vermeld in de tabel van bijlage I. Voor de riviercontracten die krachtens hoofdstuk IV moeten fuseren, wordt de datum vanaf welke de periode van twaalf jaar begint te lopen bepaald door de Minister aan de hand van een aanhangsel dat de lopende overeenkomst opheft en vervangt.

De financiering van de bijwerkingen wordt voorafgegaan door een beoordeling die het Bestuur uitvoert. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het gedurende de vorige periode behaalde percentage acties. In geval van een negatieve beoordeling kan de Minister beslissen minder toelagen te verlenen gedurende een periode waarvan hij de duur bepaalt.

C. Buitengewone financiering De Minister kan met inachtneming van de beschikbare kredieten beslissen de in punt A en B van dit hoofdstuk bedoelde maximabedragen met hoogstens 1 000 000 BEF te verhogen om het hoofd te bieden aan buitengewone omstandigheden die de vlotte operationele ontwikkeling van een contract bemoeilijken, met name voor de riviercontracten die beginnen te lopen vóór de inwerkingtreding van deze omzendbrief of voor de onderbekkens met een grote oppervlakte.

Het buitengewone karakter kan slechts worden aangevoerd als de vlotte operationele ontwikkeling van het riviercontract ontegensprekelijk belemmerd wordt door buitengewone omstandigheden.

D. Overgangsmaatregelen De bij de bekendmaking van deze omzendbrief lopende riviercontracten, waarvoor toelagen werden verleend op grond van de omzendbrief van 1993, vallen onder de volgende overgangsmaatregelen : 1. a.het riviercontract waarvoor een onderzoeksovereenkomst wordt gefinancierd bij de bekendmaking van deze omzendbrief, komt voor zijn uitvoering en zijn bijwerkingen in aanmerking voor een jaarlijkse gewestelijke financiering ten belope van een bedrag gelijk aan de door de gemeente(n) en de provincie(s) toegekende sommen, waarbij het maximumbedrag gelijk is aan dat bestemd voor het onderbekken waarop het betrekking heeft; b. de riviercontracten die betrekking hebben op hetzelfde onderbekken en waarvoor en overeenkomstonderzoek wordt gefinancierd bij de bekendmaking van deze omzendbrief, komen voor hun uitvoering en bijwerkingen in aanmerking voor een jaarlijkse gewestelijke financiering ten belope van een bedrag gelijk aan de door de gemeente(n) en de provincie(s) toegekende sommen, met een jaarlijks maximumbedrag van 800 000 BEF per contract.Zodra het enige riviercomité bedoeld in hoofdstuk IV ingesteld is, uiterlijk 31 december 2005, wordt het enige bedrag waarvan sprake in bijlage 1 toegekend voor de riviercontracten van hetzelfde onderbekken; c. de uitwerking van een nieuw riviercontract in een deel van een onderbekken waarvoor een riviercontract reeds voorhanden is, wordt gefinancierd door het Gewest met een bedrag gelijk aan de door de gemeente(n) en de provincie(s) toegekende bedragen, met een jaarlijks maximumbedrag van 1,2 miljoen BEF.Dit bedrag wordt toegekend tot het enige riviercomité bedoeld in hoofdstuk IV wordt ingesteld, en bevestigd in een aanhangsel bij de oorspronkelijke overeenkomsten.

Zodra het enige riviercomité bedoeld in hoofdstuk IV ingesteld is, uiterlijk 31 december 2005, wordt het enige bedrag waarvan sprake in bijlage 1 toegekend voor de riviercontracten van hetzelfde onderbekken; 2. a.het riviercontract waarvan de opvolging wordt gefinancierd bij de bekendmaking van deze omzendbrief, komt voor zijn verdere uitvoering en zijn bijwerkingen in aanmerking voor een jaarlijkse gewestelijke financiering. Het bedrag van de gewestelijke tegemoetkoming is gelijk aan de door de gemeente(n) en de provincie(s) toegekende bedragen, waarbij het maximumbedrag gelijk is aan dat bestemd voor het onderbekken waarop het betrekking heeft. De tegemoetkoming wordt verleend voor hoogstens twaalf jaar; b. de riviercontracten die betrekking hebben op hetzelfde onderbekken en waarvan de opvolging wordt gefinancierd of beëindigd bij de bekendmaking van deze omzendbrief, komen voor hun verdere uitvoering en hun bijwerkingen in aanmerking voor een jaarlijkse gewestelijke financiering.Het bedrag van de gewestelijke tegemoetkoming is gelijk aan de door de gemeente(n) en de provincie(s) toegekende bedragen, met een jaarlijks maximumbedrag van 800 000 BEF per contract. Zodra het enige riviercomité bedoeld in hoofdstuk IV ingesteld is, uiterlijk 31 december 2005, wordt het enige bedrag, bedoeld in bijlage 1, toegekend voor riviercontracten van hetzelfde onderbekken; 3. het riviercontract waarvan de opvolging ten einde loopt bij de bekendmaking van deze omzendbrief, komt voor zijn verdere uitvoering en zijn bijwerkingen in aanmerking voor een jaarlijkse gewestelijke financiering.Het bedrag van de gewestelijke tegemoetkoming is gelijk aan de door de gemeente(n) en de provincie(s) toegekende bedragen, waarbij het jaarlijkse maximumbedrag gelijk is aan dat bestemd voor het onderbekken waarop het betrekking heeft. De globale tegemoetkoming van het Gewest wordt verleend voor een periode van maximum negen jaar, te rekenen van deze omzendbrief.

HOOFDSTUK IV. - Betrokken onderbekkens - Gegevensinzameling Het geografische grondgebied dat onder een door het Waalse Gewest gefinancierde riviercontract valt, moet deel uitmaken van één van de volgende hydrografische onderbekkens : Scheldebekken, onderbekkens : Schelde-Leie, Dender, Dijle-Gete, Haine, Zenne.

Maasbekken, onderbekkens : Maas stroomopwaarts en Oise, Maas stroomafwaarts, Samber, Ourthe, Amblève, Semois-Chiers, Vesder, Lesse.

Rijnbekken, onderbekken : Moezel (Our, Sûre).

Als op de datum van deze omzendbrief verschillende riviercontracten betrekking hebben op hetzelfde onderbekken, wordt uiterlijk 31 december 2005 een enig riviercomité ingesteld. De wijze waarop dat comité wordt ingesteld en het operationele karakter van de opgerichte structuur moeten gewaarborgd worden.

Alle bestaande overeenkomsten en subsidiëringsbesluiten worden uiterlijk 31 december 2005 aan de hand van aanhangsels opgeheven en vervangen. De aanhangsels bevatten de bij deze omzendbrief aangebrachte wijzigingen, met name het enige riviercomité voor de bovenvermelde onderbekkens, de evaluatie van de uitgevoerde werken en de bijwerking van het contract.

Om de gegevens over de waterlopen te actualiseren kan de Minister voorstellen een gemene basis (fiche) te gebruiken om de bij elke fase van het riviercontract ingewonnen informatie op te slaan. Onverminderd de rechten gebonden aan het intellectuele eigendom verbinden de door het Waalse Gewest gefinancierde riviercontracten zich ertoe de aldus ruw ingezamelde gegevens aan het bestuur over te maken om het in staat te stellen databanken in het leven te roepen, alsook banken met cartografische documenten die relevant zijn voor het beheer van de waterlopen. Het Waalse Gewest verbindt zich ertoe zo spoedig mogelijk een veilig systeem op touw te zetten, waardoor de betrokken partners on line toegang krijgen tot de aldus gestructureerde en gevalideerde gegevens.

Namen, 20 maart 2001.

De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART

BIJLAGE Maximale tegemoetkoming van het Waalse Gewest per bekken en onderbekken voor de financiering van de overeenkomstonderzoeken en de financiering van hun uitvoering en bijwerking Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Opgelet : 3) De aantallen gemeenten mogen niet opgeteld worden aangezien eenzelfde gemeente zich kan uitstrekken over verschillende bekkens.4) Als een gemeente zich slechts gedeeltelijk in hetzelfde bekken bevindt, wordt het aantal inwoners per bekken geschat op grond van een evenredige regel waarbij wordt uitgegaan van de oppervlakte. Gezien om te worden gevoegd bij de ministeriële omzendbrief van 20 maart 2001 betreffende de toelaatbaarheidscriteria en de uitwerkingsmodaliteiten voor de riviercontracten in het Waalse Gewest.

De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART

^