Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief van 18 oktober 2000
gepubliceerd op 15 november 2000

Omzendbrief ZPZ 8 - Politiehervorming - Richtlijnen inzake de gemeentebegroting en -boekhouding m.b.t. de politiehervorming

bron
ministerie van binnenlandse zaken
numac
2000000884
pub.
15/11/2000
prom.
18/10/2000
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN


18 OKTOBER 2000. - Omzendbrief ZPZ 8 - Politiehervorming - Richtlijnen inzake de gemeentebegroting en -boekhouding m.b.t. de politiehervorming


Algemene Directie van de Algemene Rijkspolitie

Aan Mevr. en Heren Provinciegouverneurs Aan Mevr. de Gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad Aan de Dames en Heren Burgemeesters Ter informatie : Aan de Dames en Heren Arrondissementscommissarissen Aan de Heer Commandant van de Rijkswacht;

Aan de Heer Commissaris-generaal van de Gerechtelijke Politie;

Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie van de Gemeentepolitie.

Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur Mevrouw, Mijnheer de Burgemeester Het Octopusakkoord dat in de Senaat werd ondertekend op 24 mei 1998 betekende het begin van een diepgaande hervorming van het Belgische politiesysteem. Enkel een geïntegreerde politie, gestructureerd op 2 niveaus, bleek een oplossing te bieden voor de problemen van rechtshandhaving, handhaving van de openbare orde en voor de verschillende conflicten en spanningen tussen de verschillende politiediensten. Dit betekent dat er op lokaal vlak nog slechts één politie zal zijn, namelijk de lokale politie; op nationaal vlak komt er een federale politie.

In de ministeriële omzendbrief PZ1 van 10 april 2000 aangaande het opstarten van de lokale politie werd het volgende bepaald : « Teneinde het opstarten van de lokale politie te versnellen, zal ik (de Minister van Binnenlandse Zaken) werken in drie fases, t.t.z. : 1° vanaf nu reeds starten met lokale pilootpolitiezones waarbij de plaatselijke politiediensten een lokale politie zullen vormen avant la lettre, 2° een gefaseerde planning vooropstellen voor wat betreft het effectief opstarten van de ééngemeentezones en hun omvorming naar lokale politiediensten, (concrete werking vanaf 01.01.2001), 3° tevens een aan de eigenheid van de meergemeentezones aangepaste en gefaseerde planning vooropstellen voor wat betreft het opstarten en hun omvorming naar lokale politiediensten.» (PZ1, 10.04.2000) Naar analogie met deze zienswijze, in overleg met de bevoegde gewestminister, worden volgende richtlijnen uitgevaardigd inzake het opstellen van de gemeentebegroting en het voeren van de gemeenteboekhouding m.b.t. de politiehervorming voor alle gemeenten in België : De aandacht wordt er op gevestigd dat deze richtlijnen hoofdzakelijk betrekking hebben op de vorm en de presentatie van de begroting en de boekhouding.

Over de financiële gevolgen van de politiehervorming, en meer bepaald de verdeling van de dotatie met het oog op het dekken van de kosten van de hervorming, volgen zeer binnenkort bijkomende richtlijnen.

I. Onderstaande regels gelden in het bijzonder voor alle pilootzones (zowel ééngemeentezones als meergemeentezones) die bijgevolg- en in theorie dan toch - kunnen starten op 1 januari 2001 : (niets weerhoudt de andere politiezones ervan om dit tevens toe te passen) 1. Het jaar 2001 wordt beschouwd als overgangsjaar voor de politiebegroting en -boekhouding.Vanaf 2002 treedt het definitieve boekhoud- en begrotingssysteem in werking. Hierover komen er zo snel als mogelijk richtlijnen in de loop van 2001. 2. Het Algemeen Reglement op de Gemeentelijke Comptabiliteit (koninklijk besluit van 2 augustus 1990) is van toepassing voor 2001. 3. Richtlijnen i.v.m. de begroting: Elke gemeente (ééngemeentezones en meergemeentezones) stelt een afzonderlijke begroting op voor de politie. Deze begroting, die verder politiebegroting wordt genoemd, moet in 2001 nog beschouwd worden als een opgesplitst deel van de gemeentebegroting en wordt goedgekeurd door de gemeenteraad samen met de gemeentebegroting.

De politiebegroting moet in evenwicht zijn in de gewone én de buitengewone dienst. Het evenwicht in de gewone dienst van de politiebegroting komt tot stand door een dotatie van de gemeente (begrotingsuitgave 330/435-01 « Bijdragen in de werkingskosten gedragen door andere overheidsinstellingen ») aan de politiebegroting die gelijk is aan het verschil tussen de gewone uitgaven en ontvangsten van de politiebegroting. In de politiebegroting verschijnt die dotatie als gewone ontvangst op 330/485-48 « Andere specifieke bijdragen van andere overheidsinstellingen ».

Het evenwicht in de buitengewone dienst van de politiebegroting komt tot stand door ofwel een overboeking van de gewone naar de buitengewone dienst van de politiebegroting, ofwel door een buitengewone gemeentelijke dotatie. Die wordt in de gemeentebegroting ingeschreven onder 330/635-51 « Bijdragen in kapitaal aan andere overheidsinstellingen voor specifieke doeleinden ». In de politiebegroting verschijnt die buitengewone dotatie op 330/683-51 « Investeringssubsidies in kapitaal van andere overheidsinstellingen voor gebouwen » en/of 330/685-51 « Investeringssubsidies in kapitaal van andere overheidsinstellingen voor specifieke investeringen ».

Minimaal dienen volgende zaken te worden opgenomen in de politiebegroting: a) Gewone dienst : - Uitgaven en ontvangsten van de functie 330xx. - Werkingskosten (en eventueel de ontvangsten) m.b.t. informatica, opleiding, verzekeringen, gebouwen en voertuigen die verband houden met de politiewerking, maar tot nu toe ondergebracht werden bij andere functionele codes. De gemeenten zijn vrij om ook andere direct aan de politiewerking gelieerde uitgaven op de politiebegroting te zetten.

Eventueel kunnen ook de overheadkosten hieraan toegevoegd worden (bijvoorbeeld kosten die een personeelsdienst maakt ten behoeve van de politie). - Aflossingen en interesten van leningen die duidelijk verband houden met het patrimonium dat naar de politie gaat, voor zover die niet onder de functie 330xx voorkomen. b) Buitengewone dienst : - Moratorium : de lopende investeringen worden afgewerkt en nieuwe (omvangrijke) projecten worden in de mate van het mogelijke vermeden, tot er meer duidelijkheid is over de concrete normering van de politiezones. - De buitengewone uitgaven van de politiebegroting worden gefinancierd door subsidies en leningen. Het saldo wordt gefinancierd door ofwel een overboeking van de gewone naar de buitengewone dienst, ofwel via een buitengewone gemeentelijke dotatie.

Binnen een meergemeentezone moet na onderling overleg tussen de betrokken gemeenten afgesproken worden welke gemeente(n) op hun politiebegroting de kosten van gemeenschappelijke projecten in haar/hun politiebegroting(en) opneemt/opnemen, en hoe de doorrekening met de andere gemeente(n) gebeurt. Deze afspraken/beslissingen dienen goedgekeurd te worden door elke gemeenteraad van de zone. Tevens vormt dit overleg de basis van het overleg dat in een volgende fase op het niveau van de zone zal moeten worden gevoerd.

Voor de voorbereiding van de politiebegroting hanteert elke gemeente de in de eigen gemeente bestaande procedure voor de begrotingsopmaak, met dien verstande dat er ruimte wordt ingelast voor overleg met de andere gemeente(n) van de zone. 4. Richtlijnen i.v.m. de boekhouding : De betrokken gemeenten voeren een aparte budgettaire en algemene boekhouding voor de politie.

In dit kader heeft de gemeente de mogelijkheid om een afzonderlijk thesauriebeheer te voeren (m.a.w. tot het openen van aparte financiële rekeningen voor de politie). Deze rekeningen kunnen gespijsd worden met maandelijkse schijven van de gemeentelijke dotatie.

De betrokken gemeenten worden verzocht tegen uiterlijk 31 december 2001 een beginbalans per 1 januari 2001 op te stellen voor de politie, waarbij het de betrachting zal zijn om alle aan de politie duidelijk toewijsbare activa en passiva af te zonderen. Er zullen zo snel mogelijk bijkomende richtlijnen worden uitgevaardigd om dergelijke beginbalans op te maken.

Voor de meergemeentezones wordt er een geconsolideerde balans opgemaakt per 1 januari 2002 op het niveau van de zone. 5. De gemeenten waken erover dat de informatica zodanig wordt aangepast dat ze na afloop van 2001 voor de politie een aparte begrotingsrekening, balans en resultatenrekening kunnen opstellen.In de meergemeentezones wordt die balans meteen de basis van de overdracht van de activa en passiva naar de zone.

De gemeenten houden er rekening mee dat op hetzelfde moment ook de invoering van de euro plaatsvindt, waardoor elk uitstel het best wordt vermeden.

Voor alle duidelijkheid : in 2001 wordt er enkel rekening gehouden met de politie op gemeentelijk niveau. Per 1 januari 2002 worden de activa en de passiva, kosten en opbrengsten en patrimonium verwerkt die slaan op de rijkswachters die naar de lokale politie worden overgeheveld. 6. De directiecomités moeten zorgen voor de regelmatige doorstroming van informatie naar de ontvanger die in de toekomst rekenplichtige zal zijn. II. Voor de ééngemeentezones die geen pilootzone zijn, en die het concept zoals beschreven voor de pilootzones onder punt I niet wensen te volgen, is het aanbevolen de hiervoor beschreven richtlijnen te volgen die gelden voor de gemeenten die wel pilootzone zijn. Indien dit omwille van technische of andere redenen niet mogelijk is, moeten volgende instructies worden nageleefd: 1. Alle direct aan de politie toewijsbare uitgaven en ontvangsten worden in de gemeentebegroting zelf gecentraliseerd onder de functie 330xx.2. De betrokken gemeenten moeten de nodige voorbereidingen treffen om een beginbalans per 1 januari 2002 te kunnen opmaken voor de lokale politie. III. Voor de meergemeentezones die geen pilootzone zijn, en die het concept zoals beschreven voor de pilootzones in punt I. niet wenst te volgen, wordt het scenario gevolgd, zoals hiervoor beschreven in de punten II.1 en II.2. Toch wordt er bij de betrokken gemeenten op aangedrongen dat zij nu reeds zo snel mogelijk onderling overleg plegen met het oog op toekomstige gemeenschappelijke projecten en de boekhouding/begroting.

Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur mag ik u verzoeken deze richtlijnen dringend te willen overmaken aan de burgemeesters van uw provincie.

Gelieve, Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur, de datum waarop deze omzendbrief in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd, in het Bestuursmemoriaal te willen vermelden.

Deze omzendbrief kwam tot stand in samenwerking met mijn geachte collega's van Binnenlandse Aangelegenheden van de Gewesten.

De Minister, A. DUQUESNE

^