Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief van 18 mei 2009
gepubliceerd op 13 juli 2010

Ministeriële omzendbrief betreffende het doorgeven van oproepen en informatie van HC100 naar CIC101 bij monodisciplinaire medische oproepen, met als doel de naleving van het medisch beroepsgeheim

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2010000403
pub.
13/07/2010
prom.
18/05/2009
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN


18 MEI 2009. - Ministeriële omzendbrief betreffende het doorgeven van oproepen en informatie van HC100 naar CIC101 bij monodisciplinaire medische oproepen, met als doel de naleving van het medisch beroepsgeheim


Aan de verantwoordelijken van de hulpcentra 100 Geachte heer, In principe is de regel dat bij een monodisciplinaire medische oproep de politie verwittigd wordt door de aangestelde van het HC100 indien : a.het geen medische oproep blijkt te zijn, maar een zuiver politionele oproep; b. na evaluatie van de (medische) situatie op het terrein door een professionele hulpverlening de bijstand en/of aanwezigheid van de politie nodig blijkt en deze via het terrein aan de aangestelde gevraagd wordt. In de praktijk wordt echter vastgesteld dat het in een aantal gevallen, die niet onder de 2 voornoemde categorieën vallen, van belang is dat de aangestelde van het HC100 toch reeds het CIC101 verwittigt, zonder de evaluatie op het terrein af te wachten. In dat geval wordt de aangestelde van het HC100 echter geconfronteerd met het medische beroepsgeheim dat hij dient te respecteren.

Deze omzendbrief heeft dan ook als doel duidelijke richtlijnen te verschaffen over welke oproepen en welke informatie over de oproepen dienen doorgegeven te worden van het HC100 naar het CIC101, zonder dat de aangestelde van het HC100 daarbij het medisch beroepsgeheim schendt.

Specifieke richtlijnen voor de betrokken actoren op het terrein zullen in een afzonderlijke omzendbrief meegedeeld worden door de Minister van Volksgezondheid. 1. Welke oproepen dienen doorgegeven te worden van HC100 naar CIC101 ? Hieronder volgt een oplijsting van twee categorieën oproepen naar het HC100. De eerste categorie oproepen dient systematisch (dus altijd) doorgegeven te worden aan CIC101.

De tweede categorie dient enkel doorgegeven te worden aan het CIC1010 wanneer er een vraag of akkoord van de oproeper zelf is om de oproep door te geven aan de politie.

Deze oplijsting van oproepen is limitatief.

Verwittiging van de politie bij andere medische oproepen kan dus enkel na evaluatie op het terrein door een professionele medische hulpverlener en op uitdrukkelijk verzoek van deze laatstgenoemde aan de aangestelde in het HC100.

Categorie 1 : Oproepen die altijd door het HC100 doorgegeven dienen te worden aan het CIC101 : Collocatie Drenkeling openbare plaats Medisch interventieplan Ongeval openbare plaats Ongeval openbare weg Sportongeval openbare weg Vechtpartij openbare plaats Verkeersongeval Arbeidsongeval openbare plaats Zelfmoordpoging met wapen Categorie 2 : Oproepen waarbij het HC100 altijd aan de oproeper dient te vragen of deze wenst dat de politie verwittigd wordt, en die doorgegeven dienen te worden aan het CIC101 wanneer de oproeper bevestigend antwoordt : Vechtpartij Zelfmoordpoging 2. Welke informatie over die oproepen dient doorgegeven te worden door HC100 naar CIC101 Situatie 1 : het doorgeven van informatie in geval van vraag van verwittiging van de politie door een professionele hulpverlener op het terrein Volgende informatie mag doorgegeven worden : a.reden van oproep b. administratieve gegevens a.adres van de interventie b. uren van oproep c.informatie vanwege de professionele hulpverlener (eerste situatieschets van het terrein) Situatie 2 : het doorgeven van informatie voor de oproepen in categorie 1 die altijd door het HC100 doorgegeven dienen te worden aan het CIC101 Volgende informatie mag doorgegeven worden : a. reden van oproep b.administratieve gegevens a. telefoonnummer van oproeper b.adres van interventie c. uren van oproep d.indien de informatie ter beschikking is : identiteit van de oproeper c. dringendheid van de oproep (MUG-inzet, PIT, ambulance, huisarts van wacht) In de eerste situatie wordt de identiteit van de oproeper dus niet systematisch aan de politie doorgegeven.Pas na evaluatie door de politie kan deze informatie doorgegeven worden. Het is immers best mogelijk dat de professionele hulpverlener bijstand en/of uitleg vraagt aan de politie maar dat (a) de bijstand niet nodig blijkt en/of (b) dat de identiteit van de oproeper niet nodig is voor de politie.3. Evolutie Deze richtlijnen voor de aangestelde van het HC100 zullen van toepassing blijven op de neutrale calltakers van de 112 meldkamers na de migratie vanuit HC100. De Minister van Binnenlandse zaken, G. DE PADT De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX

^