Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief van 11 mei 1999
gepubliceerd op 18 juni 1999

Omzendbrief betreffende de uitbreiding van het toepassingsgebied van het bijzonder statuut van tijdelijke bescherming voor en de opvang van Kosovaarse vluchtelingen

bron
ministerie van binnenlandse zaken
numac
1999000451
pub.
18/06/1999
prom.
11/05/1999
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN


11 MEI 1999. - Omzendbrief betreffende de uitbreiding van het toepassingsgebied van het bijzonder statuut van tijdelijke bescherming voor en de opvang van Kosovaarse vluchtelingen


1. Inleiding Deze omzendbrief heeft tot doel het toepassingsgebied van de bijzondere regeling van tijdelijke bescherming van Kosovaarse vluchtelingen, zoals die werd ingevoerd door de rondzendbrief van 19 april 1999 (BS 20 april 1999) - verder « Rondzendbrief Kosovaren » - aan te vullen en uit te breiden. 2. Toepassingsgebied 2.1. De Rondzendbrief Kosovaren Het toepassingsgebied van de Rondzendbrief Kosovaren strekt zich uit tot : 1. personen die in het kader van het evacuatieprogramma van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (kortweg « UNHCR ») de mogelijkheid krijgen om naar België te komen;2. de familieleden in de eerste graad van een persoon die sinds enige tijd legaal in België verblijft, die afkomstig zijn uit de regio van Kosovo, voor zover ze op legale wijze België binnenkomen, dat wil zeggen hetzij in bezit van een visum of een machtiging tot verblijf, hetzij na een voorafgaande toelating van de Dienst Vreemdelingenzaken of van een Belgisch consulaat. 2.2. Uitbreiding Het toepassingsgebied van het bijzonder statuut van tijdelijke bescherming dat werd ingevoerd door de Rondzendbrief Kosovaren, wordt voortaan uitgebreid tot : - in principe alle Albanezen van Kosovaarse afkomst (d.w.z. Albanese Kosovaren die hun hoofdverblijfplaats in Kosovo hadden voor ze naar België kwamen), - voor wie een asielprocedure lopende is; - tenzij zij dienen afgewezen te worden : - wegens fraude inzake identiteit of nationaliteit; - wegens redenen van openbare orde of nationale veiligheid; - op basis van de Overeenkomst van Dublin (« Overeenkomst betreffende de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij één van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap wordt ingediend »). 2.3. Toelichting De aanvraag van het bijzonder statuut kan niet ingediend worden indien men niet reeds een asielaanvraag lopende heeft, of indien men niet eerst een (nieuwe) asielaanvraag indient.

De betrokkenen zijn evenwel niet verplicht het bijzonder statuut aan te vragen.

Wie enkel asiel vraagt en niet het bijzonder statuut, verblijft in België als asielzoeker. Dit statuut is vergelijkbaar met het bijzonder statuut.

Nieuw toekomende personen kunnen hun aanvraag tot het bijzonder statuut samen met hun asielaanvraag indienen.

Ook personen die reeds vroeger aankwamen kunnen het bijzonder statuut aanvragen indien zij zich in de asielprocedure bevinden of indien zij eerst een asielaanvraag indienen. 2.4. Schorsing asielprocedure Het indienen van een aanvraag tot het verkrijgen van het bijzonder statuut heeft de onmiddellijke schorsing van de behandeling van de asielaanvraag tot gevolg. 3. Procedure 3.1. Algemeen Elke aanvraag tot het verkrijgen van het bijzonder statuut dient individueel te gebeuren. Eén aanvraag per gezin kan echter volstaan : het is niet nodig dat er voor elk gezinslid een aparte aanvraag wordt ingediend. Tot het gezin behoren de familieleden die samenwonen op hetzelfde adresDe aanvraag moet gedaan worden bij de gemeente van de hoofdverblijfplaats van de aanvrager. De gemeente gaat onmiddellijk over tot een controle op de verblijfplaats en maakt de aanvraag vervolgens onverwijld over aan de Dienst Vreemdelingenzaken met vermelding van de mededeling « Statuut Kosovaren ».

De aanvraag moet de volgende elementen vermelden : - naam, voornaam, eventueel dossiernummer bij de Dienst Vreemdelingenzaken; - verblijfplaats in België (straat, nummer, postcode, gemeente); - verblijfplaats in Kosovo (straat, nummer, postcode, gemeente); - datum vertrek uit Kosovo en datum aankomst in België; - gezinssamenstelling (naam en geboortedatum inwonende gezinsleden) Indien de aanvrager in het bezit is van identiteitspapieren, dient hij een kopie daarvan te voegen bij zijn aanvraag. Tevens moet hij een kopie bijvoegen van zijn huidige verblijfsdocumenten.

De betrokkenen kunnen voor hun aanvraag gebruik maken van het formulier dat bij deze omzendbrief is gevoegd.

Het is zeer belangrijk dat de aanvrager steeds het adres van zijn feitelijke hoofdverblijfplaats meedeelt, alsook elke daaropvolgende adreswijziging. Het verlenen van het bijzonder statuut leidt immers tot een inschrijving in het vreemdelingenregister door de gemeente van de feitelijke hoofdverblijfplaats (dit in tegenstelling tot de inschrijvingen in het nachtregister die centraal kunnen gedaan worden) en kan dus pas gebeuren indien dit adres ook daadwerkelijk gekend is.

Om dezelfde reden moet ook elke adreswijziging onmiddellijk gemeld worden. Indien dit niet zou gebeuren, kan dit leiden tot een schrapping uit het vreemdelingenregister, waardoor de betrokkene zijn verblijfsvergunning kan verliezen en dus ook zijn recht op sociale steun. 3.2. Bijzondere modaliteiten 3.2.1. Binnenkomst met het UNHCR-programma De te volgen procedure is in dit geval eenvoudig : de betrokkenen krijgen na binnenkomst automatisch het bijzonder statuut. De inschrijving in het vreemdelingenregister gebeurt na aankomst in het onthaalcentrum. 3.2.2. Binnenkomst met visum In dit geval volgt de betrokkene de algemene procedure en vraagt hij het statuut dus aan bij de gemeente waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft.

Zodra de Dienst Vreemdelingenzaken over de aanvraag heeft beslist, geeft ze de betrokken gemeente de instructie de betrokkene in te schrijven in het vreemdelingenregister en een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister af te geven.

De Dienst Vreemdelingenzaken maakt meteen ook het document « Mededeling ten behoeve van de gewestelijke tewerkstellingsdiensten » (cf. Rondzendbrief Kosovaren, bijlage B) over aan de gemeente. Na de inschrijving in het vreemdelingenregister, reikt de gemeente dit document uit aan de betrokkene.

Vermits de betrokkene met een visum het land is binnengekomen, moet het attest « tijdelijke duur ontheemden » (cf. Rondzendbrief Kosovaren, bijlage A) niet opgesteld worden. 3.2.3. Binnenkomst zonder visum en in lopende asielprocedure Personen die binnen zijn gekomen zonder over de nodige documenten te beschikken en die nog een asielprocedure lopende hebben, volgen de algemene procedure en vragen het statuut aan bij de gemeente waar ze hun hoofdverblijf hebben.

De Dienst Vreemdelingenzaken onderzoekt eerst de identiteit, de herkomst en de nationaliteit van de aanvrager en de toepassing van de Overeenkomst van Dublin. Wanneer dit onderzoek positief kan afgerond worden, neemt de Dienst Vreemdelingenzaken een beslissing over de vraag tot het verkrijgen van het bijzonder statuut.

Indien het statuut wordt toegekend, geeft de Dienst Vreemdelingenzaken aan de betrokken gemeente de instructie de betrokkene in te schrijven in het vreemdelingenregister en een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister af te geven.

De Dienst Vreemdelingenzaken maakt meteen ook het document "Mededeling ten behoeve van de gewestelijke tewerkstellingsdiensten" (cf.

Rondzendbrief Kosovaren, bijlage B) over aan de gemeente. Na de inschrijving in het vreemdelingenregister, reikt de gemeente dit document uit aan de betrokkene.

Vermits de betrokkene asielzoeker is, moet het attest « tijdelijke duur ontheemden » (cf. Rondzendbrief Kosovaren, bijlage A) niet opgesteld worden. 3.2.4. Binnenkomst zonder visum en geen asielprocedure lopende Personen die binnen zijn gekomen zonder over de nodige documenten te beschikken en die geen asielprocedure (meer) lopende hebben, dienen eerst een (nieuwe) asielaanvraag in.

Uitzonderlijk kunnen deze personen hun aanvraag tot het verkrijgen van het bijzonder statuut indienen bij de Dienst Vreemdelingenzaken, samen met hun asielaanvraag.

De Dienst Vreemdelingenzaken onderzoekt eerst de identiteit, de herkomst en de nationaliteit van de aanvrager en de toepassing van de Overeenkomst van Dublin. Wanneer dit onderzoek positief kan afgerond worden, neemt de Dienst Vreemdelingenzaken een beslissing over de vraag tot het verkrijgen van het bijzonder statuut.

Indien het statuut wordt toegekend, geeft de Dienst Vreemdelingenzaken aan de betrokken gemeente de instructie de betrokkene in te schrijven in het vreemdelingenregister en een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister af te geven.

De Dienst Vreemdelingenzaken maakt meteen ook het document « Mededeling ten behoeve van de gewestelijke tewerkstellingsdiensten » (cf. Rondzendbrief Kosovaren, bijlage B) over aan de gemeente. Na de inschrijving in het vreemdelingenregister, reikt de gemeente dit document uit aan de betrokkene.

Vermits de betrokkene op het moment waarop het statuut wordt toegekend asielzoeker is, moet het attest « tijdelijke duur ontheemden » (cf.

Rondzendbrief Kosovaren, bijlage A) niet opgesteld worden. 4. Statuut Wat de invulling van het bijzonder statuut betreft, kan integraal verwezen worden naar de Rondzendbrief Kosovaren, met dien verstande dat het toepassingsgebied uitgebreid is geworden. 5. Toepassing van het spreidingsplan 5.1. Personen die in België zijn toegekomen met het evacuatieprogramma van UNHCR Deze personen worden in eerste instantie opgevangen in een onthaalcentrum, georganiseerd door de Staat of door het Belgische Rode Kruis in opdracht van de Staat. Zij zijn in de gemeente op wiens grondgebied het onthaalcentrum vertoeft, ingeschreven in het vreemdelingenregister (ze hebben een BIVR of "witte kaart" ontvangen).

Gedurende de periode dat zij in het onthaalcentrum verblijven, verstrekt het onthaalcentrum de nodige maatschappelijke dienstverlening.

Het staat betrokkenen vrij de centraal georganiseerde opvang te verlaten en zich te vestigen in een gemeente.

De gemeente van de (nieuwe) hoofdverblijfplaats zal, conform de geldende regels, de adreswijziging inschrijven. De Dienst Vreemdelingenzaken moet eveneens onmiddellijk op de hoogte gebracht worden van de adreswijziging.

In voorkomend geval, met name indien conform het spreidingsplan geen kandidaat-vluchtelingen of Kosovaarse oorlogsvluchtelingen aan de betrokken gemeente kunnen toegewezen worden voor het bekomen van de nodige maatschappelijke dienstverlening (het zogenaamde quotum van het spreidingsplan is voor de betrokken gemeente op dat moment volledig opgevuld), zal de Dienst Vreemdelingenzaken in toepassing van het spreidingsplan een verplichte plaats van inschrijving aanduiden. Deze verplichte plaats van inschrijving zal vermeid staan bij de code 207 in het vreemdelingenregister.

Indien zij behoeftig zijn en een beroep wensen te doen op de dienstverlening van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, gelden voor de aanwijzing van het bevoegd OCMW de bevoegdheidsregels van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Dit betekent dat indien er een verplichte plaats van inschrijving in het vreemdelingenregister vermeld is onder de code 207, het OCMW van deze gemeente bevoegd is voor de steunverlening. Indien geen verplichte plaats van inschrijving is vermeld, is het OCMW van de gemeente waar de betrokkene voor zijn hoofdverblijfplaats is ingeschreven, bevoegd. Indien de betrokkene in geen enkele gemeente is ingeschreven, is het OCMW van de gemeente waar hij feitelijk verblijft, bevoegd voor de maatschappelijke dienstverlening.

De wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (artikel 54, § 1) evenals de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (artikel 57ter) en de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn (artikelen 2, 5 en 11bis) zijn hiertoe door de wetgevende kamers gewijzigd. De nodige uitvoeringsbesluiten zijn eveneens genomen. Ze zullen, samen met de wetswijziging, eerstdaags in het Belgisch Staatsblad verschijnen, met datum van inwerkingtreding op 18 april 1999. 5.2. Personen die legaal België binnenkomen of binnengekomen zijn Vanaf het moment dat betrokkenen het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister hebben bekomen met vermelding « tijdelijke duur ontheemde » (cfr. rondzendbrief van 19 april 1999), gelden voor hen dezelfde regels als onder punt 5.1.

In voorkomend geval zal hen, conform het spreidingsplan, eveneens een tot steunverlening bevoegd OCMW worden toegewezen. 5.3. Personen die het land zijn binnengekomen of binnenkomen zonder visum Deze personen hebben (veelal) reeds een bevoegd OCMW (code 207 wachtregister) toegewezen gekregen in het kader van de asielprocedure.

Indien zij het bijzonder statuut bekomen en ingeschreven worden in het vreemdelingenregister, zal, in voorkomend geval, hetzelfde OCMW bevoegd blijven tot steunverlening. Het OCMW dat vermeld staat bij de code 207 wachtregister zal alsdan door de Dienst Vreemdelingenzaken vermeld worden bij de code 207 in het vreemdelingenregister.

Indien geen OCMW vermeld staat bij de code 207, gelden de bevoegdheidsregels, zoals vermeld in punt 5.1.

Brussel, 11 mei 1999.

De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET De Minister van Sociale Zaken, Mevr. M. DE GALAN De Minister van Binnenlandse Zaken, L. VAN DEN BOSSCHE De Staatssecretaris voor Veiligheid, J. PEETERS Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Desgevallend bij te voegen : - kopie identiteitspapieren - kopie huidige verblijfsdocumenten

^