Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief van 07 november 2000
gepubliceerd op 25 november 2000

Omzendbrief ZPZ 9. Politiehervorming. Richtlijnen inzake de verdere fasering van de start van de lokale politie

bron
ministerie van binnenlandse zaken
numac
2000000920
pub.
25/11/2000
prom.
07/11/2000
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN


7 NOVEMBER 2000. - Omzendbrief ZPZ 9. Politiehervorming. Richtlijnen inzake de verdere fasering van de start van de lokale politie


Aan Mevrouw en Heren Provinciegouverneurs;

Aan Mevrouw de Gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad;

Aan de Dames en Heren Burgemeesters.

Ter informatie : Aan de Dames en Heren Arrondissementscommissarissen;

Aan de Heer Commandant van de Rijkswacht;

Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie van de Gemeentepolitie;

Aan de Heer Commissaris-generaal van de Gerechtelijke Politie;

Mevrouw/Mijnheer de Gouverneur, Mevrouw/Mijnheer de Burgemeester, I. Inleiding De wet van 7 december 1998, tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus, voorzag geen expliciete startdatum noch deadline voor de lokale politie. In april van dit jaar besliste de Regering om de in plaatsstelling van de lokale politie te versnellen.

Om deze lacune enigszins te verhelpen werd er gestart met 22 pilootpolitiezones (PPZ). Die PPZ hebben een « laboratoriumfunctie » te vervullen ten opzichte van de volgende fasen van de hervorming van de lokale politiediensten.

Intussen zijn enkele PPZ's gestart met hun - avant la lettre - geïntegreerde werking op basis van de huidige, lokale mogelijkheden.

De lokale overheden en de verantwoordelijke politiechefs geven hierbij blijk van de wil tot slagen, een probleemoplossende creativiteit en een hoog en strak werkritme.

Via de Provinciale Ondersteuningsteams (POTeams) en mijn Steunteam heb ik kunnen vaststellen dat er een zekere onduidelijkheid en onzekerheid bestaat over de precieze betekenis die aan de datum van 1 januari 2001 wordt gegeven1.

Daarenboven laat de evolutie in een aantal dossiers met betrekking tot de politiehervorming mij toe u bijkomende informatie en elementen aan te reiken. De eerste fase, namelijk het starten van lokale pilootpolitiezones heeft ons voldoende materiaal opgeleverd. De tijd is gekomen om te starten met de tweede fase : de feitelijke in plaatsstelling lokale politie.

Een verdere toelichting volgt hierna : II. Beleidsafstemming nieuwe zonering2 Voor ik het punt van de verdere fasering aansnijd, sta ik er echter op uw aandacht te vragen voor een problematiek die reeds in mijn Ministeriële Omzendbrief PZ1 werd behandeld.

Zoals u weet, stipuleert die omzendbrief dat, vanaf de datum van de bekendmaking van het K.B. omtrent de indeling in politiezones van het grondgebied, de interpolitiezones dienen aangepast te worden aan de omschrijvingen van de toekomstige politiezones.

Het komt nu aan de POTeams toe erover te waken dat de overgang naar de nieuwe zones vlot verloopt. Op provinciaal niveau kan immers best worden geoordeeld wanneer de noodzakelijke voorwaarden vervuld zijn, of tegen welke datum dit mogelijk is.

De burgemeesters kunnen dan aan de politiediensten de opdracht geven om tegen die datum de noodzakelijke afspraken uit te werken.

Ik sta erop dat deze overgang dringend en nog onder de verantwoordelijkheid van de huidige lokale besturen gebeurt. De aanpassing wat de nieuwe zonering betreft, moet binnen de kortste keren worden gerealiseerd.

Ik vraag u dan ook Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur, om - indien nog noodzakelijk - het initiatief te nemen om de burgemeesters van alle gemeenten die in de toekomst tot een andere zone zullen behoren, uit te nodigen voor een overleg onder voorzitterschap van uzelf of van één van uw medewerkers. Op die manier kan tussen alle betrokkenen een datum worden overeengekomen vanaf wanneer effectief volgens de nieuwe omschrijving zal worden gewerkt.

Ik wens er u nogmaals op te wijzen dat de aanpassing van de politionele werking aan de nieuwe zoneafbakening zo snel mogelijk - en ten laatste eind dit jaar - moet geschieden.

III. Fase 2 : Lokale politie III. 1. Concept.

Voor de verdere fasering van de in plaattsstelling van de lokale politie, moet ik een keuze maken tussen het al dan niet starten van een tweede reeks pilootprojecten alvorens de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus volledig in werking treedt.

De reeds aangekondigde fasering van de ééngemeente- en meergemeentenzones in mijn eerste omzendbrief terzake heeft het over een « opstartfase » nadat voornoemde wet in werking is getreden, t.t.z. op 1 januari 2001. We mogen tevens niet vergeten dat de meeste uitvoeringsbesluiten inzake de lokale politie pas vanaf 1 januari eerstkomende van kracht worden.

Het staat als een paal boven water dat niemand wenst te wachten tot alle facetten van de wet van 7 december 1998 in werking treden voor de lokale politie en dat we dus een geïntegreerde lokale werking avant la lettre nastreven.

Ondertussen hebben meerdere gemeenten en zones zich kandidaat gesteld als pilootpolitiezone. Dit wijst enerzijds op een grote bereidheid om snel werk te maken van de voortgang van de politiehervorming.

Anderzijds ben ik - eerlijk gezegd - zelf overdonderd door het enthousiasme en de bereidwilligheid om deze nieuwe politiekorpsen te laten starten.

Ik ben het volkomen eens met allen die nu reeds van start wensen te gaan. De ervaringen opgedaan in de pilootzones laten toe te besluiten dat het niet noodzakelijk is om af te wachten en dat het zelfs aan te raden is nu reeds werk te maken van het integratieproces. Het was tot op heden niet mogelijk om vroeger van start te gaan met een nieuwe reeks projecten omdat de kennis en ervaring die in de 22 pilootprojecten werden opgedaan, op dat ogenblik nog te beperkt was.

Gelet op het groot aantal kandidaten, waaronder een meerderheid van meergemeentenzones, en op een uitgesproken wil die vooral bij het personeel leeft - en het dus voor mij van primordiaal belang is - om sneller te integreren, is het niet langer aangewezen het initiële denkspoor te volgen.

Ik wens dan ook onmiddellijk de kans te geven aan al diegenen die reeds hun schriftelijke aanvraag indienden om pilootzone te worden om, op basis van de ervaringen opgedaan in de pilootzones, van start te gaan met het geïntegreerd uitvoeren van politionele « functionaliteiten » avant la lettre en dit met het oog op een snel omschakelingsproces op het moment dat alle regelgevende dispositieven nopens de lokale politie van kracht worden.

Ik weet dat bepaalde (meergemeenten) zones - niet pilootzones - reeds ver gevorderd zijn in de voorbereiding van de integratie. Hun inspanningen worden erkend door ze nu reeds de opportuniteit te bieden zich bij de tweede fase aan te sluiten. Ik heb het hier in het bijzonder over al diegenen die officieus - niet-schriftelijk - hun kandidatuur aan het federaal steunteam en/of aan de Poteams hebben kenbaar gemaakt.

Door de tweede fase zo breed mogelijk te organiseren, kan het geheel ook op een beter gecoördineerde en gesynchroniseerde wijze verlopen.

III. 2. Verdere uitwerking - Alle zones waarop deze fase van toepassing is, kunnen de voorbereidingen voortzetten of aanvatten. Onder voorbereidingen begrijp ik het volgende (niet-exhaustief) : - het directiecomité samenstellen; - het syndicaal overlegorgaan oprichten; - de planning (kritiek pad en stappenplan) opmaken van de progressieve integratie van de lokale politiediensten; - nagaan in een meergemeentenzone welke gemeente de centrumfunctie gaat waarnemen (zonecommissariaat); - bepalen welke « functionaliteiten » geïntegreerd uitgevoerd kunnen worden; - enzovoort...

Kortweg, deze zones kunnen alle noodzakelijke voorbereidingen treffen zodat op het moment dat alle voorwaarden van artikel 248 van de wet van 7 december 1998 vervuld zijn, de overgang naar lokale politie niet te drastisch hoeft te verlopen.

De politiediensten kunnen na de voorbereidingen daadwerkelijk van start gaan met de progressieve integratie van de operationele werking, naar analogie van wat in de pilootzones sinds enkele weken bezig is.

Hierbij moet de klemtoon vooral liggen op de pragmatische progressieve integratie via het met elkaar kennis maken b.v. via « inkijkstages »; de noodzakelijke vooropleidingen inzake interventietechnieken, politieprocédés en radioprocedure; het leren werken in gemengde dispositieven;...

Van zodra de nieuwe lokale besturen in plaats zijn gesteld, dit ten vroegste op 1 januari 2001, kan zo snel mogelijk werk worden gemaakt van de oprichting van de nieuwe organen op basis van artikel 12 tot en met 24 WGP inzake de politieraad en het politiecollege.

Onder leiding van de bevoegde politieoverheden van de nieuwe lokale besturen kan eveneens werk worden gemaakt van de uitwerking van de langetermijnviesie, zoals beschreven in het raam- en werkingskader (zie in dit verband ook de paragraaf in fine van deze brief).

Het is duidelijk dat in de toekomst de politiezones geen alleenstaande entiteiten meer zullen zijn, maar deel zullen uitmaken van een grote politiestructuur. De toekomstige zones moeten dus veel meer over de muren van hun respectievelijke (politie)grenzen gaan kijken. Ze moeten met elkaar leren leven, met elkaar rekening houden, elkaar ondersteunen, zich op elkaar afstemmen en, last but not least, hun ervaringen onderling uitwisselen. Vanop federaal niveau kunnen we enkel « top-down » werken.

III. 3. Opvolging en ondersteuning III. 3.1. Personele ondersteuning Ook nu is het niet mijn bedoeling deze tweede fase van de opstart van de lokale politie aan zijn lot zal overlaten. Net zoals de pilootzones zullen de zones van deze tweede fase een beroep kunnen doen op de steuneenheden die ik op federaal en provinciaal heb geïnstalleerd.

Op federaal niveau stel ik mijn federale opvolgings- en ondersteuningsteam volledig ter beschikking. Ik heb het dan meer specifiek over de permanente leden van dit steunteam (Zie O.B. PZ 1).

Men kan daarbij tevens nuttig gebruik maken van de kennis en ervaring die de POTeams ondertussen hebben opgebouwd.

III. 3.2. Materiële en didactische steun Diverse koninklijk besluit's, omzendbrieven, documenten, rapporten en aanbevelingen zijn klaar en zullen u binnen de kortste keren worden toegestuurd. Zoals reeds gezegd zijn de eerste lessen en ervaringen die we konden trekken, klaar en beschikbaar.

Aan de Omzendbrieven (8 in totaal waarvan de laatste Omzendbrief het had over het enig informaticasysteem ISLP) die nu al verschenen zijn, zullen zich op héél korte tijd enkele andere dossiers voegen. Bepaalde onder hen zitten momenteel in een finale fase. Ik licht toe : Zo zal u bijvoorbeeld binnenkort het koninklijk besluit op de eerste aanstelling in bepaalde betrekkingen (de zogeheten « primo-benoemingen ») zien verschijnen. Daarin staat onder meer de procedure voor de selectie van de kandidaten-zonechefs en de organisatie ervan vermeld.

De lokale besturen zullen eind dit jaar of begin volgend jaar over de lijst van de in aanmerking genomen kandidaten kunnen beschikken, inclusief de rangschikking ervan.

Verder ben ik klaar met : - de minimale normen en de daarbijhorende federale dotatie (artikel 47 WGP). - Koninklijk Besluit met betrekking tot de werkingsnormen. Deze zullen een gelijkwaardige minimale dienstverlening aan de bevolking verzekeren (artikel 142 WGP); - met de nodige uitvoeringsbesluiten wat betreft de nadere regels en werkingsmodaliteiten van de politieraad; - met de nodige uitvoeringsbesluiten wat betreft de nadere regels en werkingsmodaliteiten van het politiecollege.

Na het advies te hebben ingewonnen van de Raad van State zal ik deze koninklijke besluiten verspreiden.

Ook een aantal interessante en noodzakelijke rapporten voor het lokaal niveau zijn klaar : - het raam- en werkingskader zoals aangekondigd in mijn omzendbrief PZ 1 is tevens klaar. Op 7 november eerstkomende zal dit door mijn Footeam onder de loupe worden genomen voor verdere optimalisering en finalisering; - een vademecum voor de aan- en opmaak van de toekomstige lokale veiligheidsplannen is klaar. Meer zelfs, dit vademecum werd reeds uitgetest in bepaalde zones en werd dan ook verder geoptimaliseerd in zijn gebruik. dit vademecum stelt u een leidraad ter beschikking zodat u op een professionele wijze een lokaal veiligheidscharter kan aanmaken. Dit zal binnen de komende dagen, vergezeld van een begeleidend schrijven, worden verspreid. - bepaalde opleidingsmodules zijn ter beschikking, zoals o.a. « gemengde dispositieven », « radioprocedure », e.a.

Ik denk dat de tweede golf van zones over voldoende personele en materiële ondersteuning zal beschikken.

IV. Deadline lokale politie Voor wat betreft de daadwerkelijke en wettelijke (alle voorwaarden van artikel 248 zijn vervuld) in plaatsstelling van de lokale politie zal ik u later meer concretere richtlijnen bezorgen.

In elk geval viseer ik voor de feitelijke volledige geïntegreerde werking van alle ééngemeentezones de datum van 1 april 2001.

Voor de feitelijke geïntegreerde werking van alle meergemeentenzones viseer ik de datum van 1 juli 2001.

In elk geval zal ik alles in het werk stellen opdat alle lokale politiekorpsen wettelijk in plaats zullen gesteld zijn ten laatste op 1 januari 2002. Op deze datum wens ik dus een wettelijke in plaatstelling van de lokale politie. De volledige fasering en timing hiervoor zal, zoals hiervoor gezegd, later volgen.

V. Ter afronding 1. Ik wil er wel op wijzen dat ook deze tweede fase nog steeds een feitelijke in plaatsstelling van de lokale politie vormt, omdat niet alle voorwaarden van artikel 248 WGP gerealiseerd kunnen zijn onder meer wat de begroting en het zonaal veiligheidsplan betreft. De wettelijke instelling van de lokale politie zal in een latere fase de feitelijke in plaatsstelling bekrachtigen, wanneer de Koning heeft vastgesteld dat de voorwaarden van artikel 248 WGP vervuld zijn. Het is dus duidelijk dat de tweede fase bedoeld is opdat de gestarte ééngemeentenzones en gestarte meergemeentenzones alles in het werk stellen om zo snel als mogelijk de wettelijke in plaatstelling te halen ten laatste zoals bepaald in punt IV 1 en IV 2. 2. Ik kan niet nalaten uw bijzondere aandacht te vragen voor een evolutie die mij bezighoudt.Ik stel vast dat de besprekingen in de (piloot)politiezones vrijwel onveranderlijk leiden tot het opstellen van een personeelsbehoeftenplan dat gebaseerd is op een soort ideaal gewenste situatie, en dat men daarbij dikwijls op kaderuitbreidingen tot 20 à 30 % boven het huidig (gezamenlijk) lokaal beschikbaar effectief uitkomt.

Ik wijs u erop dat de politiehervorming weliswaar moest leiden tot een meer effectieve en efficiënte politie en tot het wegwerken van de in het verleden vastgestelde disfuncties, maar dat daarbij het uitgangspunt steeds de beschikbare personele middelen (op basis van het reële effectief met als ondergrens de minimale norm of de functionele ondergrens) is geweest. Ik moedig lokale investeringen aan, en in elk geval moet men eventuele tekorten aan inspanningen uit het verleden wegwerken, maar het zou onlogisch zijn dat een fusieoperatie aanleiding zou geven tot een globale sterkteuitbreiding.

In dit verband wil ik wijzen op een eventueel misverstand dat in sommige PPZ gerezen is i.v.m. de langetermijnvisie uit de ontwerptekst van het raam- en werkingskader. Ook een visiegedreven benadering moet onvermijdelijk rekening houden met de huidige mogelijkheden aan middelen, en kan hoogstens elementen aanleveren die kunnen meespelen in de beoordeling van de beslissingen over in de toekomst geplande investeringen door de lokale besturen. 3. Als laatste wens ik nogmaals expliciet te vermelden dat ik alle andere zones aanmoedig om zo snel als mogelijk, in navolging van de pilootzones en deze van de tweede golf, te beginnen werken aan hun « pre-integratie lokale politie ». Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur mag ik u verzoeken deze richtlijen dringend te willen overmaken aan de burgemeesters van uw provincie.

Gelieve, Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur, de datum waarop deze omzendbrief in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd, in het Bestuursmemoriaal te willen vermelden.

De Minister, A. DUQUESNE _______ Nota (1) Zie M.O. van 10 april 2000, Belgisch Staatsblad 16 mei 2000. (2) Zie koninklijk besluit van 28 april 2000, Belgisch Staatsblad 29 juli 2000.

^