Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Beschikking van 27/07/2017
← Terug naar "Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de regels voor de verdeling van de algemene dotatie aan de gemeenten en de OCMW's van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vanaf het jaar 2017 "
Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de regels voor de verdeling van de algemene dotatie aan de gemeenten en de OCMW's van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vanaf het jaar 2017 Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de regels voor de verdeling van de algemene dotatie aan de gemeenten en de OCMW's van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vanaf het jaar 2017
GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN BRUSSEL-HOOFDSTAD GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN BRUSSEL-HOOFDSTAD
27 JULI 2017. - Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 27 JULI 2017. - Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en
de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de
regels voor de verdeling van de algemene dotatie aan de gemeenten en regels voor de verdeling van de algemene dotatie aan de gemeenten en
de OCMW's van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vanaf het jaar 2017 de OCMW's van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vanaf het jaar 2017
De Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke De Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke
Gemeenschapscommissie heeft aangenomen en Wij, Executieve, Gemeenschapscommissie heeft aangenomen en Wij, Executieve,
bekrachtigen, het geen volgt : bekrachtigen, het geen volgt :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Deze gezamenlijke ordonnantie regelt een aangelegenheid

Artikel 1.Deze gezamenlijke ordonnantie regelt een aangelegenheid

bedoeld in artikelen 39 en 135 van de Grondwet. bedoeld in artikelen 39 en 135 van de Grondwet.

Art. 2.Voor de toepassing van deze gezamenlijke ordonnantie moet

Art. 2.Voor de toepassing van deze gezamenlijke ordonnantie moet

worden verstaan onder : worden verstaan onder :
1° Bevolking : bevolking van rechtswege zoals deze jaarlijks 1° Bevolking : bevolking van rechtswege zoals deze jaarlijks
gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad door de federale gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad door de federale
overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie ; overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie ;
2° Bevolking van X jaar tot Y jaar : bevolking tussen de voleindigde 2° Bevolking van X jaar tot Y jaar : bevolking tussen de voleindigde
leeftijd van X jaar en de voleindigde leeftijd van Y jaar op de dag leeftijd van X jaar en de voleindigde leeftijd van Y jaar op de dag
waarop deze bevolking geteld wordt ; waarop deze bevolking geteld wordt ;
3° Bev g : bevolking van de gemeente g ; 3° Bev g : bevolking van de gemeente g ;
4° Niet werkend werkzoekende sinds meer dan een jaar : persoon zonder 4° Niet werkend werkzoekende sinds meer dan een jaar : persoon zonder
bezoldigde betrekking die sinds meer dan een jaar bij Actiris is bezoldigde betrekking die sinds meer dan een jaar bij Actiris is
ingeschreven als werkzoekende ; ingeschreven als werkzoekende ;
5° Begunstigde van het leefloon (of equivalent) : persoon die een 5° Begunstigde van het leefloon (of equivalent) : persoon die een
leefloon of een equivalent hiervan ontvangt in het geval van leefloon of een equivalent hiervan ontvangt in het geval van
maatschappelijke bijstand, financiële steun ; maatschappelijke bijstand, financiële steun ;
6° Belastingaangifte van natuurlijke personen onder de 6° Belastingaangifte van natuurlijke personen onder de
armoederisicogrens : belastingaangifte van natuurlijke personen met armoederisicogrens : belastingaangifte van natuurlijke personen met
een gewogen totaal netto belastbaar inkomen dat lager is dan de een gewogen totaal netto belastbaar inkomen dat lager is dan de
armoederisicogrens. Deze grens is vastgesteld op 60 % van het gewogen armoederisicogrens. Deze grens is vastgesteld op 60 % van het gewogen
totaal netto belastbaar mediaaninkomen van de belastingaangiften van totaal netto belastbaar mediaaninkomen van de belastingaangiften van
de belastingplichtigen die wonen in het Brussels Hoofdstedelijk de belastingplichtigen die wonen in het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest. Alle elementen van deze berekening zijn afkomstig uit de Gewest. Alle elementen van deze berekening zijn afkomstig uit de
statistieken « Fiscale inkomens » die jaarlijks gepubliceerd worden statistieken « Fiscale inkomens » die jaarlijks gepubliceerd worden
door de Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie op basis van door de Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie op basis van
de gegevens doorgestuurd door de FOD Financiën. Deze indicator wordt de gegevens doorgestuurd door de FOD Financiën. Deze indicator wordt
berekend nadat eerst alle aangiften met een totaal netto belastbaar berekend nadat eerst alle aangiften met een totaal netto belastbaar
inkomen gelijk aan nul zijn verwijderd. Het inkomen dat voor deze inkomen gelijk aan nul zijn verwijderd. Het inkomen dat voor deze
indicator gebruikt wordt, is het totaal netto belastbaar inkomen indicator gebruikt wordt, is het totaal netto belastbaar inkomen
gewogen voor elke aangifte in functie van de fiscale gezinsgrootte, gewogen voor elke aangifte in functie van de fiscale gezinsgrootte,
i.e. het aantal personen waarop deze aangifte van toepassing is. De i.e. het aantal personen waarop deze aangifte van toepassing is. De
schaal die gebruikt wordt om deze weging door te voeren, is de schaal die gebruikt wordt om deze weging door te voeren, is de
volgende : de eerste persoon van het « fiscaal gezin » heeft een volgende : de eerste persoon van het « fiscaal gezin » heeft een
gewicht van 1, alle volgende personen (andere aangever of persoon ten gewicht van 1, alle volgende personen (andere aangever of persoon ten
laste) een gewicht van 0,5. Het totaal netto belastbaar inkomen laste) een gewicht van 0,5. Het totaal netto belastbaar inkomen
gewogen per aangifte is dus gelijk aan het totaal netto belastbaar gewogen per aangifte is dus gelijk aan het totaal netto belastbaar
inkomen van de aangifte gedeeld door het totaal gewicht van het inkomen van de aangifte gedeeld door het totaal gewicht van het
fiscaal gezin ; fiscaal gezin ;
7° Gecorrigeerde oppervlakte : oppervlakte van de betrokken gemeente 7° Gecorrigeerde oppervlakte : oppervlakte van de betrokken gemeente
waarvan de oppervlakte van statistische sectoren (zoals bepaald in waarvan de oppervlakte van statistische sectoren (zoals bepaald in
Bijlage I) met een kleine dichtheid wordt afgetrokken. De in Bijlage I) met een kleine dichtheid wordt afgetrokken. De in
aanmerking genomen gecorrigeerde oppervlakte (gecot_opp) in km² wordt aanmerking genomen gecorrigeerde oppervlakte (gecot_opp) in km² wordt
verstrekt in de onderstaande tabel : verstrekt in de onderstaande tabel :
commune commune
Superficie corrigée (km²) Superficie corrigée (km²)
gemeente gemeente
Gecorrigeerde oppervlakte (km²) Gecorrigeerde oppervlakte (km²)
Anderlecht Anderlecht
14,00656 14,00656
Anderlecht Anderlecht
14,00656 14,00656
Auderghem Auderghem
4,32838 4,32838
Oudergem Oudergem
4,32838 4,32838
Berchem-Sainte-Agathe Berchem-Sainte-Agathe
2,94958 2,94958
Sint-Agatha-Berchem Sint-Agatha-Berchem
2,94958 2,94958
Ville de Bruxelles Ville de Bruxelles
19,60526 19,60526
Stad Brussel Stad Brussel
19,60526 19,60526
Etterbeek Etterbeek
3,09439 3,09439
Etterbeek Etterbeek
3,09439 3,09439
Evere Evere
3,80189 3,80189
Evere Evere
3,80189 3,80189
Forest Forest
3,77359 3,77359
Vorst Vorst
3,77359 3,77359
Ganshoren Ganshoren
1,85333 1,85333
Ganshoren Ganshoren
1,85333 1,85333
Ixelles Ixelles
6,07832 6,07832
Elsene Elsene
6,07832 6,07832
Jette Jette
3,83757 3,83757
Jette Jette
3,83757 3,83757
Koekelberg Koekelberg
0,98982 0,98982
Koekelberg Koekelberg
0,98982 0,98982
Molenbeek-Saint-Jean Molenbeek-Saint-Jean
5,16172 5,16172
Sint-Jans-Molenbeek Sint-Jans-Molenbeek
5,16172 5,16172
Saint-Gilles Saint-Gilles
2,2815 2,2815
Sint-Gillis Sint-Gillis
2,2815 2,2815
Saint-Josse-ten-Noode Saint-Josse-ten-Noode
1,0191 1,0191
Sint-Joost-ten-Node Sint-Joost-ten-Node
1,0191 1,0191
Schaerbeek Schaerbeek
7,50272 7,50272
Schaarbeek Schaarbeek
7,50272 7,50272
Uccle Uccle
17,31068 17,31068
Ukkel Ukkel
17,31068 17,31068
Watermael-Boitsfort Watermael-Boitsfort
4,55678 4,55678
Watermaal-Bosvoorde Watermaal-Bosvoorde
4,55678 4,55678
Woluwe-Saint-Lambert Woluwe-Saint-Lambert
7,22484 7,22484
Sint-Lambrechts-Woluwe Sint-Lambrechts-Woluwe
7,22484 7,22484
Woluwe-Saint-Pierre Woluwe-Saint-Pierre
7,28851 7,28851
Sint-Pieters-Woluwe Sint-Pieters-Woluwe
7,28851 7,28851
8° gemeentelijke kinderdagverblijven : opvangplaatsen voor peuters 8° gemeentelijke kinderdagverblijven : opvangplaatsen voor peuters
(kinderdagverblijven of onthaalmoeders) erkend door Kind en Gezin of (kinderdagverblijven of onthaalmoeders) erkend door Kind en Gezin of
het « Office de la Naissance et de l'Enfance », rechtstreeks ingericht het « Office de la Naissance et de l'Enfance », rechtstreeks ingericht
door de gemeente of via een gemeentelijke vzw of het OCMW ; door de gemeente of via een gemeentelijke vzw of het OCMW ;
9° Jaarlijks gemiddelde : het gemiddelde van de twaalf maandelijkse 9° Jaarlijks gemiddelde : het gemiddelde van de twaalf maandelijkse
cijfers voor een jaar ; cijfers voor een jaar ;
10° Een driejarige periode : een periode van drie jaar die van start 10° Een driejarige periode : een periode van drie jaar die van start
gaat op 1 januari van een eerste jaar en die eindigt op 31 december gaat op 1 januari van een eerste jaar en die eindigt op 31 december
van het derde jaar. Een driejarige periode bestaat uit drie van het derde jaar. Een driejarige periode bestaat uit drie
begrotingsjaren ; begrotingsjaren ;
11° K : index van de som van opeenvolgende termijnen van de gemeenten 11° K : index van de som van opeenvolgende termijnen van de gemeenten
; ;
12° Minimumbedrag : bedragen, opgenomen in bijlage II, die in 2016 aan 12° Minimumbedrag : bedragen, opgenomen in bijlage II, die in 2016 aan
de gemeente en het OCMW toegekend zijn in uitvoering van de volgende de gemeente en het OCMW toegekend zijn in uitvoering van de volgende
besluiten : besluiten :
1° het besluit van 1 december 2016 tot toekenning aan de gemeenten van 1° het besluit van 1 december 2016 tot toekenning aan de gemeenten van
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van hun aandeel in de algemene het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van hun aandeel in de algemene
dotatie aan de gemeenten van 2016 en tot afhouding van een bedrag ten dotatie aan de gemeenten van 2016 en tot afhouding van een bedrag ten
voordele van de Brusselse Agglomeratie, bedrag vermeerderd met 2 % ; voordele van de Brusselse Agglomeratie, bedrag vermeerderd met 2 % ;
2° het besluit van 8 december 2016 tot toekenning van een subsidie 2° het besluit van 8 december 2016 tot toekenning van een subsidie
bestemd om de negatieve gevolgen voor bepaalde gemeenten bestemd om de negatieve gevolgen voor bepaalde gemeenten
teweeggebracht door de invoering van de nieuwe Ruimte voor Versterkte teweeggebracht door de invoering van de nieuwe Ruimte voor Versterkte
Ontwikkeling van de Huisvesting en de Renovatie (R.V.O.H.R.) voor 2016 Ontwikkeling van de Huisvesting en de Renovatie (R.V.O.H.R.) voor 2016
bij te sturen, bedrag vermeerderd met 2 % ; bij te sturen, bedrag vermeerderd met 2 % ;
3° het besluit van 8 december 2016 tot toekenning aan een aantal 3° het besluit van 8 december 2016 tot toekenning aan een aantal
gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van een bijzondere gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van een bijzondere
dotatie bestemd om de negatieve gevolgen van de verdeling van de dotatie bestemd om de negatieve gevolgen van de verdeling van de
algemene dotatie aan de gemeenten voor 2016 bij te sturen, bedrag algemene dotatie aan de gemeenten voor 2016 bij te sturen, bedrag
vermeerderd met 2 % ; vermeerderd met 2 % ;
4° het besluit van 20 juli 2016 houdende uitvoering van artikel 10 van 4° het besluit van 20 juli 2016 houdende uitvoering van artikel 10 van
de ordonnantie van 19 juli 2007 tot verbetering van de budgettaire de ordonnantie van 19 juli 2007 tot verbetering van de budgettaire
toestand van de gemeenten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ; toestand van de gemeenten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ;
5° het besluit van het Verenigd College van 26 mei 2016 tot 5° het besluit van het Verenigd College van 26 mei 2016 tot
vaststelling van het aandeel van elk openbaar centrum voor vaststelling van het aandeel van elk openbaar centrum voor
maatschappelijk welzijn van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het maatschappelijk welzijn van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het
bijzonder fonds voor maatschappelijk welzijn voor het boekjaar 2016 en bijzonder fonds voor maatschappelijk welzijn voor het boekjaar 2016 en
de betalingsmodaliteiten. De aandelen worden vermeerderd met 2 %. de betalingsmodaliteiten. De aandelen worden vermeerderd met 2 %.

Art. 3.Elk jaar kent de Regering overeenkomstig de bepalingen van

Art. 3.Elk jaar kent de Regering overeenkomstig de bepalingen van

deze gezamenlijke ordonnantie het begrotingskrediet van de algemene deze gezamenlijke ordonnantie het begrotingskrediet van de algemene
dotatie aan de gemeenten toe om de algemene financiering van de dotatie aan de gemeenten toe om de algemene financiering van de
gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verzekeren. gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verzekeren.
Voor het dienstjaar 2017 is het krediet vastgesteld op 366.013.000 Voor het dienstjaar 2017 is het krediet vastgesteld op 366.013.000
euro. euro.
Vanaf het begrotingsjaar 2017 wordt binnen dat krediet een bedrag van Vanaf het begrotingsjaar 2017 wordt binnen dat krediet een bedrag van
21.483.240 euro vastgesteld dat, conform artikel 105 van de organieke 21.483.240 euro vastgesteld dat, conform artikel 105 van de organieke
wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor
maatschappelijk welzijn, toegewezen wordt aan de Gemeenschappelijke maatschappelijk welzijn, toegewezen wordt aan de Gemeenschappelijke
Gemeenschapscommissie, die het overeenkomstig artikel 12 verdeelt Gemeenschapscommissie, die het overeenkomstig artikel 12 verdeelt
onder de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van het Brussels onder de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest. Hoofdstedelijk Gewest.

Art. 4.De begrotingskredieten bedoeld in artikel 3, tweede en derde

Art. 4.De begrotingskredieten bedoeld in artikel 3, tweede en derde

lid, worden jaarlijks op identieke wijze en met minstens twee procent lid, worden jaarlijks op identieke wijze en met minstens twee procent
verhoogd. verhoogd.

Art. 5.De Regering verzorgt om de drie jaar de berekening en de

Art. 5.De Regering verzorgt om de drie jaar de berekening en de

vaststelling van het jaarlijks bedrag van de algemene dotatie aan de vaststelling van het jaarlijks bedrag van de algemene dotatie aan de
gemeenten overeenkomstig artikel 11. Dit bedrag wordt vastgesteld in gemeenten overeenkomstig artikel 11. Dit bedrag wordt vastgesteld in
het jaar dat voorafgaat aan de start van een driejarige periode op het jaar dat voorafgaat aan de start van een driejarige periode op
basis van de begrotingskredieten van het jaar dat deze driejarige basis van de begrotingskredieten van het jaar dat deze driejarige
periode voorafgaat, verhoogd met 2 %. periode voorafgaat, verhoogd met 2 %.
HOOFDSTUK II. - De verdeling van de algemene dotatie HOOFDSTUK II. - De verdeling van de algemene dotatie
Afdeling 1. - Indicatoren, wegingen en voorlopig bedrag Afdeling 1. - Indicatoren, wegingen en voorlopig bedrag

Art. 6.Overeenkomstig artikel 5 wordt het krediet onder de gemeenten

Art. 6.Overeenkomstig artikel 5 wordt het krediet onder de gemeenten

verdeeld op basis van de onderstaande verhoudingen en indicatoren : verdeeld op basis van de onderstaande verhoudingen en indicatoren :
1° ten belope van 2/105de op grond van de oppervlakte van elke 1° ten belope van 2/105de op grond van de oppervlakte van elke
gemeente ; gemeente ;
2° ten belope van 6/105de op grond van een verdeelsleutel gebaseerd op 2° ten belope van 6/105de op grond van een verdeelsleutel gebaseerd op
de bevolkingsgroei op 10 jaar tijd van elke gemeente ; de bevolkingsgroei op 10 jaar tijd van elke gemeente ;
De bevolkingsgroei (Bev_groei) wordt gedefinieerd als het De bevolkingsgroei (Bev_groei) wordt gedefinieerd als het
groeipercentage van de bevolking in het recentst beschikbare jaar in groeipercentage van de bevolking in het recentst beschikbare jaar in
verhouding tot de bevolking van het tiende jaar dat aan het verhouding tot de bevolking van het tiende jaar dat aan het
eerstgenoemde jaar voorafgaat. eerstgenoemde jaar voorafgaat.
Indien het groeipercentage voor een gemeente lager is dan nul, dan Indien het groeipercentage voor een gemeente lager is dan nul, dan
wordt het percentage dat voor de berekening gebruikt wordt voor deze wordt het percentage dat voor de berekening gebruikt wordt voor deze
gemeente teruggebracht tot nul. gemeente teruggebracht tot nul.
De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor
iedere gemeente « g » als volgt berekend : iedere gemeente « g » als volgt berekend :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
3° ten belope van 15/105de op grond van een verdeelsleutel gebaseerd 3° ten belope van 15/105de op grond van een verdeelsleutel gebaseerd
op het aantal werkzoekenden per gemeente dat meer dan een jaar op het aantal werkzoekenden per gemeente dat meer dan een jaar
werkloos is. werkloos is.
Voor elke gemeente « g » definieert de verhouding tussen het aantal Voor elke gemeente « g » definieert de verhouding tussen het aantal
werkzoekenden per gemeente dat meer dan een jaar werkloos is, werkzoekenden per gemeente dat meer dan een jaar werkloos is,
uitgedrukt als jaarlijks gemiddelde, en de bevolking tussen 18 en 64 uitgedrukt als jaarlijks gemiddelde, en de bevolking tussen 18 en 64
jaar oud in hetzelfde jaar een relatieve indicator « werkzkn ». jaar oud in hetzelfde jaar een relatieve indicator « werkzkn ».
De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor
iedere gemeente « g » als volgt berekend : iedere gemeente « g » als volgt berekend :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
4° ten belope van 15/105de op grond van een verdeelsleutel gebaseerd 4° ten belope van 15/105de op grond van een verdeelsleutel gebaseerd
op het aantal begunstigden van het leefloon (of een equivalent) op het aantal begunstigden van het leefloon (of een equivalent)
bepaald overeenkomstig de statistieken die maandelijks gepubliceerd bepaald overeenkomstig de statistieken die maandelijks gepubliceerd
worden door de Programmatorische Overheidsdienst Maatschappelijke worden door de Programmatorische Overheidsdienst Maatschappelijke
Integratie. Integratie.
Voor elke gemeente « g » definieert de verhouding tussen het aantal Voor elke gemeente « g » definieert de verhouding tussen het aantal
begunstigden van het leefloon (of een equivalent), uitgedrukt als begunstigden van het leefloon (of een equivalent), uitgedrukt als
jaarlijks gemiddelde, en de bevolking tussen 18 en 64 jaar oud in jaarlijks gemiddelde, en de bevolking tussen 18 en 64 jaar oud in
hetzelfde jaar een relatieve indicator « Leefl ». hetzelfde jaar een relatieve indicator « Leefl ».
De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor
iedere gemeente « g » als volgt berekend : iedere gemeente « g » als volgt berekend :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
5° ten belope van 15/105de op grond van een verdeelsleutel gebaseerd 5° ten belope van 15/105de op grond van een verdeelsleutel gebaseerd
op het armoederisico per gemeente. op het armoederisico per gemeente.
Voor elke gemeente « g » wordt de indicator voor de lage inkomens Voor elke gemeente « g » wordt de indicator voor de lage inkomens
(Lage_ink) gedefinieerd als het aantal aangiften in de (Lage_ink) gedefinieerd als het aantal aangiften in de
personenbelasting onder de armoederisicodrempel gedeeld door het personenbelasting onder de armoederisicodrempel gedeeld door het
totaal aantal aangiften in de personenbelasting (aangiften met een totaal aantal aangiften in de personenbelasting (aangiften met een
totaal netto belastbaar inkomen gelijk aan nul uitgezonderd). totaal netto belastbaar inkomen gelijk aan nul uitgezonderd).
De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor
iedere gemeente « g » als volgt berekend : iedere gemeente « g » als volgt berekend :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
6° voor 1/105de op grond van een verdeelsleutel die afhangt van het 6° voor 1/105de op grond van een verdeelsleutel die afhangt van het
aantal plaatsen in de kinderopvang per gemeente. aantal plaatsen in de kinderopvang per gemeente.
Voor elke gemeente « g » definieert het aantal plaatsen in Voor elke gemeente « g » definieert het aantal plaatsen in
gemeentelijke kinderdagverblijven in verhouding tot de bevolking gemeentelijke kinderdagverblijven in verhouding tot de bevolking
jonger dan 3 jaar oud op de dag van de recentste bevolkingstelling een jonger dan 3 jaar oud op de dag van de recentste bevolkingstelling een
relatieve indicator « kindvbl ». relatieve indicator « kindvbl ».
De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor
iedere gemeente « g » als volgt berekend : iedere gemeente « g » als volgt berekend :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
7° voor 4/105de op grond van een verdeelsleutel die afhangt van de 7° voor 4/105de op grond van een verdeelsleutel die afhangt van de
schoolbevolking per gemeente. schoolbevolking per gemeente.
Voor iedere gemeente « g » vormt de verhouding van de schoolbevolking Voor iedere gemeente « g » vormt de verhouding van de schoolbevolking
in het beschouwde schooljaar tot het aantal inwoners van 3 tot 17 jaar in het beschouwde schooljaar tot het aantal inwoners van 3 tot 17 jaar
in het kalenderjaar dat overeenstemt met het tweede jaar van dat in het kalenderjaar dat overeenstemt met het tweede jaar van dat
schooljaar de basis voor de relatieve indicator « scholen ». schooljaar de basis voor de relatieve indicator « scholen ».
De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor
iedere gemeente « g » als volgt berekend : iedere gemeente « g » als volgt berekend :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
8° voor 20/105de onder de gemeenten waar de gemiddelde ontvangsten per 8° voor 20/105de onder de gemeenten waar de gemiddelde ontvangsten per
inwoner uit de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing, inwoner uit de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing,
berekend op het gemiddelde aantal opcentiemen voor alle gemeenten berekend op het gemiddelde aantal opcentiemen voor alle gemeenten
samen, lager zijn dan een referentiebedrag gelijk aan honderd vijftig samen, lager zijn dan een referentiebedrag gelijk aan honderd vijftig
percent van de gemiddelde ontvangsten per inwoner voor alle gemeenten percent van de gemiddelde ontvangsten per inwoner voor alle gemeenten
samen in hetzelfde jaar. samen in hetzelfde jaar.
Dat gedeelte wordt onder de in aanmerking komende gemeenten verdeeld Dat gedeelte wordt onder de in aanmerking komende gemeenten verdeeld
naar rata van het verschil tussen de gemiddelde gemeenteontvangsten naar rata van het verschil tussen de gemiddelde gemeenteontvangsten
per inwoner en voormeld referentiebedrag, vermenigvuldigd met het per inwoner en voormeld referentiebedrag, vermenigvuldigd met het
aantal inwoners. aantal inwoners.
De gemiddelde ontvangsten per inwoner zijn gelijk aan de gemiddelde De gemiddelde ontvangsten per inwoner zijn gelijk aan de gemiddelde
ontvangsten uit de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende ontvangsten uit de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende
voorheffing, berekend op het gemiddelde aantal opcentiemen van voorheffing, berekend op het gemiddelde aantal opcentiemen van
dezelfde belasting toegepast door alle gemeenten samen, in de loop van dezelfde belasting toegepast door alle gemeenten samen, in de loop van
de vijf jaar die het jaar van de verdeling voorafgaan, gedeeld door de vijf jaar die het jaar van de verdeling voorafgaan, gedeeld door
het aantal inwoners van de gemeente. het aantal inwoners van de gemeente.
9° voor 12/105de onder de gemeenten waar de gemiddelde ontvangsten per 9° voor 12/105de onder de gemeenten waar de gemiddelde ontvangsten per
inwoner uit de aanvullende gemeentelijke belasting op de inwoner uit de aanvullende gemeentelijke belasting op de
personenbelasting, berekend tegen het gemiddelde percentage voor alle personenbelasting, berekend tegen het gemiddelde percentage voor alle
gemeenten samen, lager zijn dan een referentiebedrag gelijk aan gemeenten samen, lager zijn dan een referentiebedrag gelijk aan
honderd vijftig percent van de gemiddelde ontvangsten per inwoner voor honderd vijftig percent van de gemiddelde ontvangsten per inwoner voor
alle gemeenten samen in hetzelfde jaar. alle gemeenten samen in hetzelfde jaar.
Dat gedeelte wordt onder de in aanmerking komende gemeenten verdeeld Dat gedeelte wordt onder de in aanmerking komende gemeenten verdeeld
naar rata van het verschil tussen de gemiddelde gemeenteontvangsten naar rata van het verschil tussen de gemiddelde gemeenteontvangsten
per inwoner en voormeld referentiebedrag, vermenigvuldigd met het per inwoner en voormeld referentiebedrag, vermenigvuldigd met het
aantal inwoners. aantal inwoners.
De gemiddelde ontvangsten per inwoner zijn gelijk aan de gemiddelde De gemiddelde ontvangsten per inwoner zijn gelijk aan de gemiddelde
ontvangsten uit de aanvullende gemeentelijke belasting op de ontvangsten uit de aanvullende gemeentelijke belasting op de
personenbelasting, berekend tegen het gemiddelde percentage van personenbelasting, berekend tegen het gemiddelde percentage van
dezelfde belasting toegepast door alle gemeenten samen, in de loop van dezelfde belasting toegepast door alle gemeenten samen, in de loop van
de vijf jaar die het jaar van de verdeling voorafgaan, gedeeld door de vijf jaar die het jaar van de verdeling voorafgaan, gedeeld door
het aantal inwoners van de gemeente. het aantal inwoners van de gemeente.
10° voor 15/105de op grond van een verdeelsleutel die gebaseerd is op 10° voor 15/105de op grond van een verdeelsleutel die gebaseerd is op
de gecorrigeerde bevolkingsdichtheid. de gecorrigeerde bevolkingsdichtheid.
Voor iedere gemeente « g » wordt de gecorrigeerde bevolkingsdichtheid Voor iedere gemeente « g » wordt de gecorrigeerde bevolkingsdichtheid
(Geco_bev_di) berekend als volgt : (Geco_bev_di) berekend als volgt :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
De verdeelsleutel steunt op een criterium om te bepalen welke De verdeelsleutel steunt op een criterium om te bepalen welke
gemeenten in aanmerking komen en een criterium om de verdeling onder gemeenten in aanmerking komen en een criterium om de verdeling onder
die gemeenten te bepalen. die gemeenten te bepalen.
Komen in aanmerking : de gemeenten met een gecorrigeerde Komen in aanmerking : de gemeenten met een gecorrigeerde
bevolkingsdichtheid die hoger is dan 75 % van het gemiddelde van de bevolkingsdichtheid die hoger is dan 75 % van het gemiddelde van de
gecorrigeerde bevolkingsdichtheden van de 19 gemeenten. gecorrigeerde bevolkingsdichtheden van de 19 gemeenten.
Komen dus in aanmerking : de gemeenten waarvoor : Komen dus in aanmerking : de gemeenten waarvoor :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
De andere gemeenten krijgen een nulkrediet voor de indicator De andere gemeenten krijgen een nulkrediet voor de indicator
gecorrigeerde bevolkingsdichtheid. gecorrigeerde bevolkingsdichtheid.
De verdeelsleutel voor de gemeenten die in aanmerking komen, wordt De verdeelsleutel voor de gemeenten die in aanmerking komen, wordt
berekend naar rata van de gecorrigeerde bevolkingsdichtheid, waarop berekend naar rata van de gecorrigeerde bevolkingsdichtheid, waarop
afhankelijk van de gecorrigeerde oppervlakte een gemeentelijke afhankelijk van de gecorrigeerde oppervlakte een gemeentelijke
coëfficiënt (gem_coëf) wordt toegepast van : coëfficiënt (gem_coëf) wordt toegepast van :
a) 0,3 wanneer de gecorrigeerde oppervlakte van de gemeente minder a) 0,3 wanneer de gecorrigeerde oppervlakte van de gemeente minder
bedraagt dan 1 vierkante kilometer ; bedraagt dan 1 vierkante kilometer ;
b) 0,5 wanneer zij gelijk is aan of hoger is dan 1 vierkante b) 0,5 wanneer zij gelijk is aan of hoger is dan 1 vierkante
kilometer, maar minder dan 2 vierkante kilometer ; kilometer, maar minder dan 2 vierkante kilometer ;
c) 1 wanneer zij gelijk is aan of hoger is dan 2 vierkante kilometer, c) 1 wanneer zij gelijk is aan of hoger is dan 2 vierkante kilometer,
maar minder dan 7 vierkante kilometer ; maar minder dan 7 vierkante kilometer ;
d) 1,5 wanneer zij gelijk is aan of hoger is dan 7 vierkante d) 1,5 wanneer zij gelijk is aan of hoger is dan 7 vierkante
kilometer. kilometer.
De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor elke De verdeelsleutel die gebaseerd is op deze indicator, wordt voor elke
van de z in aanmerking komende gemeenten « g_aanm » als volgt berekend van de z in aanmerking komende gemeenten « g_aanm » als volgt berekend
: :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 7.Op basis van de in artikel 6 vastgestelde indicatoren en

Art. 7.Op basis van de in artikel 6 vastgestelde indicatoren en

wegingen krijgt iedere gemeente een voorlopig bedrag toegewezen. wegingen krijgt iedere gemeente een voorlopig bedrag toegewezen.
Afdeling 2. - Gewaarborgde bedragen en begrensde bedragen Afdeling 2. - Gewaarborgde bedragen en begrensde bedragen

Art. 8.Het gewaarborgde bedrag voor een gemeente stemt overeen met

Art. 8.Het gewaarborgde bedrag voor een gemeente stemt overeen met

het bedrag dat toegewezen wordt in het derde jaar van de lopende het bedrag dat toegewezen wordt in het derde jaar van de lopende
driejarige periode. driejarige periode.

Art. 9.Wanneer het voorlopige bedrag voor een gemeente lager ligt dan

Art. 9.Wanneer het voorlopige bedrag voor een gemeente lager ligt dan

het bedrag in het derde jaar van de lopende driejarige periode, krijgt het bedrag in het derde jaar van de lopende driejarige periode, krijgt
de gemeente in elk jaar van de volgende driejarige periode het de gemeente in elk jaar van de volgende driejarige periode het
gewaarborgd bedrag toegekend, zonder verhoging. gewaarborgd bedrag toegekend, zonder verhoging.

Art. 10.Wanneer het voorlopige bedrag hoger ligt dan het bedrag in

Art. 10.Wanneer het voorlopige bedrag hoger ligt dan het bedrag in

het derde jaar van de lopende driejarige periode, mag dat niet meer het derde jaar van de lopende driejarige periode, mag dat niet meer
dan 4 % hoger liggen in het eerste jaar van de volgende driejarige dan 4 % hoger liggen in het eerste jaar van de volgende driejarige
periode, jaarlijks met 2 % verhoogd in het tweede en het derde jaar periode, jaarlijks met 2 % verhoogd in het tweede en het derde jaar
van de driejarige periode. van de driejarige periode.
Afdeling 3. - Eindbedragen in de loop van de driejarige periode en Afdeling 3. - Eindbedragen in de loop van de driejarige periode en
uiteindelijke aandelen uiteindelijke aandelen

Art. 11.In uitvoering van de artikelen 8 tot 10 legt de Regering de

Art. 11.In uitvoering van de artikelen 8 tot 10 legt de Regering de

eindbedragen vast die de gemeenten gedurende de driejarige periode eindbedragen vast die de gemeenten gedurende de driejarige periode
zullen krijgen. zullen krijgen.
Het saldo dat eventueel voortvloeit uit de aftrek van de toe te kennen Het saldo dat eventueel voortvloeit uit de aftrek van de toe te kennen
eindbedragen van het krediet bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt eindbedragen van het krediet bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt
het « te verdelen saldo » genoemd. het « te verdelen saldo » genoemd.
Ieder jaar wordt aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie een Ieder jaar wordt aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie een
krediet toegewezen dat overeenstemt met het bedrag bedoeld in artikel krediet toegewezen dat overeenstemt met het bedrag bedoeld in artikel
3, derde lid en vermeerderd wordt met het te verdelen saldo, om het te 3, derde lid en vermeerderd wordt met het te verdelen saldo, om het te
storten aan het Bijzonder Fonds voor Maatschappelijk Welzijn. Het storten aan het Bijzonder Fonds voor Maatschappelijk Welzijn. Het
Verenigd College zal dat aandeel van het aldus vermeerderde te Verenigd College zal dat aandeel van het aldus vermeerderde te
verdelen eindbedrag toekennen aan het OCMW van de overeenstemmende verdelen eindbedrag toekennen aan het OCMW van de overeenstemmende
gemeente, overeenkomstig artikel 105 van de organieke wet van 8 juli gemeente, overeenkomstig artikel 105 van de organieke wet van 8 juli
1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Art. 12.Het aandeel van iedere gemeente en van ieder OCMW wordt

Art. 12.Het aandeel van iedere gemeente en van ieder OCMW wordt

berekend op basis van de verdeling van de eindbedragen voor de berekend op basis van de verdeling van de eindbedragen voor de
uitvoering van bepalingen die een verwijzing naar deze gezamenlijke uitvoering van bepalingen die een verwijzing naar deze gezamenlijke
ordonnantie zouden inhouden. ordonnantie zouden inhouden.
Afdeling 4. - Statistische bronnen Afdeling 4. - Statistische bronnen

Art. 13.Voor ieder criterium wordt uitgegaan van de meest recente

Art. 13.Voor ieder criterium wordt uitgegaan van de meest recente

waarden waarover de regering beschikt op 31 december van het jaar dat waarden waarover de regering beschikt op 31 december van het jaar dat
voorafgaat aan dat van de verdeling. De gegevens van elk criterium voorafgaat aan dat van de verdeling. De gegevens van elk criterium
moeten voor alle gemeenten betrekking hebben op dezelfde datum of moeten voor alle gemeenten betrekking hebben op dezelfde datum of
dezelfde periode. dezelfde periode.

Art. 14.De statistische gegevens die nodig zijn voor de berekening

Art. 14.De statistische gegevens die nodig zijn voor de berekening

van deze dotatie, worden ingewonnen bij het Brussels Instituut voor van deze dotatie, worden ingewonnen bij het Brussels Instituut voor
Statistiek en Analyse of, bij ontstentenis, bij andere openbare Statistiek en Analyse of, bij ontstentenis, bij andere openbare
instellingen. instellingen.
HOOFDSTUK III. - Uitvoering en uitbetaling HOOFDSTUK III. - Uitvoering en uitbetaling

Art. 15.De algemene dotatie aan de gemeenten en de toewijzing van de

Art. 15.De algemene dotatie aan de gemeenten en de toewijzing van de

kredieten bedoeld in artikel 3, derde lid en in artikel 11 aan de kredieten bedoeld in artikel 3, derde lid en in artikel 11 aan de
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie worden uitbetaald vóór 31 mei Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie worden uitbetaald vóór 31 mei
van elk jaar van de driejarige periode. van elk jaar van de driejarige periode.
HOOFDSTUK IV. - Overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK IV. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 16.De eerste driejarige periode begint op 1 januari 2016.

Art. 16.De eerste driejarige periode begint op 1 januari 2016.

Art. 17.In afwijking van artikel 5 en 16 zal de algemene dotatie aan

Art. 17.In afwijking van artikel 5 en 16 zal de algemene dotatie aan

de gemeenten en OCMW's voor het boekjaar 2017 verdeeld worden in de gemeenten en OCMW's voor het boekjaar 2017 verdeeld worden in
uitvoering van afdeling 1 van deze gezamenlijke ordonnantie. uitvoering van afdeling 1 van deze gezamenlijke ordonnantie.
Voor het boekjaar 2017 kunnen een gemeente en haar OCMW in geen geval Voor het boekjaar 2017 kunnen een gemeente en haar OCMW in geen geval
: :
- minder dan 100 % van het minimumbedrag toegewezen krijgen ; - minder dan 100 % van het minimumbedrag toegewezen krijgen ;
- meer dan 125 % van het minimumbedrag toegewezen krijgen ; - meer dan 125 % van het minimumbedrag toegewezen krijgen ;
- en het verschil tussen het voorlopige bedrag in verhouding tot het - en het verschil tussen het voorlopige bedrag in verhouding tot het
aantal inwoners in 2016 en het minimumbedrag in verhouding tot het aantal inwoners in 2016 en het minimumbedrag in verhouding tot het
aantal inwoners in 2016 kan per inwoner niet meer dan 200 % bedragen. aantal inwoners in 2016 kan per inwoner niet meer dan 200 % bedragen.
Verder krijgen de gemeenten die op 01/01/2016 minder dan 25.000 Verder krijgen de gemeenten die op 01/01/2016 minder dan 25.000
inwoners telden, voor het boekjaar 2017 een gewaarborgde verhoging met inwoners telden, voor het boekjaar 2017 een gewaarborgde verhoging met
minstens 200.000 euro ten opzichte van het bedrag dat in 2016 minstens 200.000 euro ten opzichte van het bedrag dat in 2016
toegewezen is in uitvoering van de volgende besluiten : toegewezen is in uitvoering van de volgende besluiten :
1° het besluit van 1 december 2016 tot toekenning aan de gemeenten van 1° het besluit van 1 december 2016 tot toekenning aan de gemeenten van
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van hun aandeel in de algemene het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van hun aandeel in de algemene
dotatie aan de gemeenten van 2016 en tot afhouding van een bedrag ten dotatie aan de gemeenten van 2016 en tot afhouding van een bedrag ten
voordele van de Brusselse Agglomeratie ; voordele van de Brusselse Agglomeratie ;
2° het besluit van 8 december 2016 tot toekenning van een subsidie 2° het besluit van 8 december 2016 tot toekenning van een subsidie
bestemd om de negatieve gevolgen voor bepaalde gemeenten bestemd om de negatieve gevolgen voor bepaalde gemeenten
teweeggebracht door de invoering van de nieuwe Ruimte voor Versterkte teweeggebracht door de invoering van de nieuwe Ruimte voor Versterkte
Ontwikkeling van de Huisvesting en de Renovatie (R.V.O.H.R.) voor 2016 Ontwikkeling van de Huisvesting en de Renovatie (R.V.O.H.R.) voor 2016
bij te sturen ; bij te sturen ;
3° het besluit van 8 december 2016 tot toekenning aan een aantal 3° het besluit van 8 december 2016 tot toekenning aan een aantal
gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van een bijzondere gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van een bijzondere
dotatie bestemd om de negatieve gevolgen van de verdeling van de dotatie bestemd om de negatieve gevolgen van de verdeling van de
algemene dotatie aan de gemeenten voor 2016 bij te sturen ; algemene dotatie aan de gemeenten voor 2016 bij te sturen ;
4° het besluit van 20 juli 2016 houdende uitvoering van artikel 10 van 4° het besluit van 20 juli 2016 houdende uitvoering van artikel 10 van
de ordonnantie van 19 juli 2007 tot verbetering van de budgettaire de ordonnantie van 19 juli 2007 tot verbetering van de budgettaire
toestand van de gemeenten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ; toestand van de gemeenten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ;
5° het besluit van het Verenigd College van 26 mei 2016 tot 5° het besluit van het Verenigd College van 26 mei 2016 tot
vaststelling van het aandeel van elk openbaar centrum voor vaststelling van het aandeel van elk openbaar centrum voor
maatschappelijk welzijn van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het maatschappelijk welzijn van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het
bijzonder fonds voor maatschappelijk welzijn voor het boekjaar 2016 en bijzonder fonds voor maatschappelijk welzijn voor het boekjaar 2016 en
de betalingsmodaliteiten. de betalingsmodaliteiten.

Art. 18.Voor het boekjaar 2018 wordt het in 2017 toegekende bedrag

Art. 18.Voor het boekjaar 2018 wordt het in 2017 toegekende bedrag

met 2 % verhoogd. met 2 % verhoogd.

Art. 19.De ordonnantie van 21 december 1998 tot vaststelling van de

Art. 19.De ordonnantie van 21 december 1998 tot vaststelling van de

regels voor de verdeling van de algemene dotatie aan de gemeenten van regels voor de verdeling van de algemene dotatie aan de gemeenten van
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt opgeheven. het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt opgeheven.

Art. 20.De ordonnantie van 19 juli 2007 tot verbetering van de

Art. 20.De ordonnantie van 19 juli 2007 tot verbetering van de

budgettaire toestand van de gemeenten in het Brussels Hoofdstedelijk budgettaire toestand van de gemeenten in het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest wordt opgeheven. Gewest wordt opgeheven.

Art. 21.Enkel voor 2017 wordt aan de Brusselse Agglomeratie een

Art. 21.Enkel voor 2017 wordt aan de Brusselse Agglomeratie een

begrotingskrediet van 7.033.060 euro toegewezen. begrotingskrediet van 7.033.060 euro toegewezen.

Art. 22.Deze gezamenlijke ordonnantie heeft uitwerking met ingang van

Art. 22.Deze gezamenlijke ordonnantie heeft uitwerking met ingang van

1 januari 2017. 1 januari 2017.
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch
Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 27 juli 2017. Brussel, 27 juli 2017.
G. VANHENGEL, G. VANHENGEL,
Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Gezondheidsbeleid,
het Openbaar Ambt, de Financiën, de Begroting en de Externe het Openbaar Ambt, de Financiën, de Begroting en de Externe
Betrekkingen Betrekkingen
D. GOSUIN, D. GOSUIN,
Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Gezondheidsbeleid,
het Openbaar Ambt, de Financiën, de Begroting en de Externe het Openbaar Ambt, de Financiën, de Begroting en de Externe
Betrekkingen Betrekkingen
P. SMET, P. SMET,
Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Beleid inzake Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Beleid inzake
Bijstand aan Personen, het Gezinsbeleid en de Filmkeuring Bijstand aan Personen, het Gezinsbeleid en de Filmkeuring
C. FREMAULT, C. FREMAULT,
Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Beleid inzake Het Lid van het Verenigd College bevoegd voor het Beleid inzake
Bijstand aan Personen, het Gezinsbeleid en de Filmkeuring Bijstand aan Personen, het Gezinsbeleid en de Filmkeuring
_______ _______
Nota Nota
Gewone zitting 2016-2017 Gewone zitting 2016-2017
Documenten van de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Documenten van de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke
Gemeenschapscommissie : Gemeenschapscommissie :
B-85/1 Ontwerp van gezamenlijke ordonnantie van het Brussels B-85/1 Ontwerp van gezamenlijke ordonnantie van het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Hoofdstedelijk Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
B-85/2 Verslag. B-85/2 Verslag.
B-85/3 Amendement na verslag. B-85/3 Amendement na verslag.
Integraal verslag : Integraal verslag :
Bespreking en aanneming : vergadering van donderdag 20 juli 2017. Bespreking en aanneming : vergadering van donderdag 20 juli 2017.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
^