Wet houdende dringende spoorwegbepalingen | Wet houdende dringende spoorwegbepalingen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER | FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER |
30 APRIL 2007. - Wet houdende dringende spoorwegbepalingen | 30 APRIL 2007. - Wet houdende dringende spoorwegbepalingen |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : | De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : |
TITEL I. - Algemene bepaling | TITEL I. - Algemene bepaling |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
78 van de Grondwet. | 78 van de Grondwet. |
TITEL II. - Diabolo | TITEL II. - Diabolo |
Uitbreiding van het spoorwegnet dat de luchthaven van Brussel met het | Uitbreiding van het spoorwegnet dat de luchthaven van Brussel met het |
bestaande net verbindt | bestaande net verbindt |
HOOFDSTUK I. - Definities | HOOFDSTUK I. - Definities |
Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van deze Titel wordt verstaan onder : |
Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van deze Titel wordt verstaan onder : |
1° « abonnementen woon-werkverkeer » : alle treinkaarten (met inbegrip | 1° « abonnementen woon-werkverkeer » : alle treinkaarten (met inbegrip |
van de gemengde treinkaarten) die door de NV van publiek recht NMBS | van de gemengde treinkaarten) die door de NV van publiek recht NMBS |
worden uitgereikt in het kader van het woon-werkverkeer; | worden uitgereikt in het kader van het woon-werkverkeer; |
2° « aanvangsdatum van de werken » : de datum van de aanvang van de | 2° « aanvangsdatum van de werken » : de datum van de aanvang van de |
werken van de opdracht gegund voor de bouw van de Infrastructuur, | werken van de opdracht gegund voor de bouw van de Infrastructuur, |
vastgesteld overeenkomstig artikel 28, 1°, van het koninklijk besluit | vastgesteld overeenkomstig artikel 28, 1°, van het koninklijk besluit |
van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels | van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels |
van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken; | van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken; |
3° « Infrabel » : de NV van publiek recht « Infrabel »; en | 3° « Infrabel » : de NV van publiek recht « Infrabel »; en |
4° « ingebruikname » : de datum van ingebruikname vastgesteld in de | 4° « ingebruikname » : de datum van ingebruikname vastgesteld in de |
toelating tot ingebruikname bedoeld in artikel 12, 1°, van de wet van | toelating tot ingebruikname bedoeld in artikel 12, 1°, van de wet van |
19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de | 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de |
spoorwegen. | spoorwegen. |
§ 2. Voor de toepassing van deze Titel hebben de woorden « capaciteit | § 2. Voor de toepassing van deze Titel hebben de woorden « capaciteit |
» of « spoorweginfrastructuurcapaciteit », « spoorwegonderneming », « | » of « spoorweginfrastructuurcapaciteit », « spoorwegonderneming », « |
spoorweginfrastructuurbeheerder », « spoorweginfrastructuur », « | spoorweginfrastructuurbeheerder », « spoorweginfrastructuur », « |
minister », « toezichthoudende orgaan », « net » en « treinpad » de | minister », « toezichthoudende orgaan », « net » en « treinpad » de |
betekenis die eraan wordt gegeven in artikel 5 van de wet van 4 | betekenis die eraan wordt gegeven in artikel 5 van de wet van 4 |
december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur. | december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur. |
HOOFDSTUK II. - Uitbreiding van het net | HOOFDSTUK II. - Uitbreiding van het net |
Art. 3.Onder voorbehoud van artikel 17, kan Infrabel de financiering, |
Art. 3.Onder voorbehoud van artikel 17, kan Infrabel de financiering, |
het ontwerp, de bouw en de exploitatie van de spoorweginfrastructuur | het ontwerp, de bouw en de exploitatie van de spoorweginfrastructuur |
die de luchthaven van Brussel-Nationaal met de middenberm van de | die de luchthaven van Brussel-Nationaal met de middenberm van de |
snelweg E19 verbindt, inclusief de verbinding van deze infrastructuur | snelweg E19 verbindt, inclusief de verbinding van deze infrastructuur |
met het ondergronds spoorwegstation van de luchthaven van | met het ondergronds spoorwegstation van de luchthaven van |
Brussel-Nationaal en de infrastructuurinrichtingen die dienstig of | Brussel-Nationaal en de infrastructuurinrichtingen die dienstig of |
nodig zijn binnenin het station (de « Infrastructuur » genoemd), | nodig zijn binnenin het station (de « Infrastructuur » genoemd), |
toevertrouwen aan een derde, « de exploitant » genoemd, alsook alle | toevertrouwen aan een derde, « de exploitant » genoemd, alsook alle |
taken horend bij de voornoemde taken die door Infrabel aan de | taken horend bij de voornoemde taken die door Infrabel aan de |
exploitant zijn toevertrouwd. | exploitant zijn toevertrouwd. |
Infrabel bepaalt, in een overeenkomst die met de exploitant zal worden | Infrabel bepaalt, in een overeenkomst die met de exploitant zal worden |
gesloten, de bepalingen en voorwaarden waartegen de taken bedoeld in | gesloten, de bepalingen en voorwaarden waartegen de taken bedoeld in |
het eerste lid aan de exploitant worden toevertrouwd. | het eerste lid aan de exploitant worden toevertrouwd. |
Art. 4.Infrabel kan inzonderheid, voor de doeleinden van artikel 3, |
Art. 4.Infrabel kan inzonderheid, voor de doeleinden van artikel 3, |
een dochtervennootschap oprichten, haar deelneming in deze | een dochtervennootschap oprichten, haar deelneming in deze |
dochtervennootschap overdragen en aan deze vennootschap, vóór of na de | dochtervennootschap overdragen en aan deze vennootschap, vóór of na de |
overdracht van haar deelneming, de in artikel 3 bedoelde taken | overdracht van haar deelneming, de in artikel 3 bedoelde taken |
toevertrouwen. In dat geval is artikel 13, § 3, van de wet van 21 | toevertrouwen. In dat geval is artikel 13, § 3, van de wet van 21 |
maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische | maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische |
overheidsbedrijven, niet van toepassing. | overheidsbedrijven, niet van toepassing. |
Art. 5.De rechten van de exploitant krachtens de in artikel 3, tweede |
Art. 5.De rechten van de exploitant krachtens de in artikel 3, tweede |
lid, bedoelde overeenkomst, kunnen worden overgedragen of tot | lid, bedoelde overeenkomst, kunnen worden overgedragen of tot |
zekerheid gesteld ten gunste van kredietverstrekkers, van verstrekkers | zekerheid gesteld ten gunste van kredietverstrekkers, van verstrekkers |
van financiële diensten, of van personen aangewezen door deze laatsten | van financiële diensten, of van personen aangewezen door deze laatsten |
in het kader van financieringsoperaties of van herfinanciering, onder | in het kader van financieringsoperaties of van herfinanciering, onder |
de voorwaarden bepaald in de in artikel 3, tweede lid bedoelde | de voorwaarden bepaald in de in artikel 3, tweede lid bedoelde |
overeenkomst. | overeenkomst. |
HOOFDSTUK III. - Onroerende rechten | HOOFDSTUK III. - Onroerende rechten |
Art. 6.Infrabel kan aan de exploitant de eigendom overdragen van |
Art. 6.Infrabel kan aan de exploitant de eigendom overdragen van |
onroerende goederen, in voorkomend geval beperkt tot ondergrondse | onroerende goederen, in voorkomend geval beperkt tot ondergrondse |
innames, die nodig of dienstig zijn voor de uitvoering van de in | innames, die nodig of dienstig zijn voor de uitvoering van de in |
artikel 3 bedoelde taken. Elke overdracht krachtens dit artikel | artikel 3 bedoelde taken. Elke overdracht krachtens dit artikel |
voorziet in een terugkoopoptie van de voornoemde onroerende goederen | voorziet in een terugkoopoptie van de voornoemde onroerende goederen |
en van de Infrastructuur ten voordele van Infrabel, uitoefenbaar tegen | en van de Infrastructuur ten voordele van Infrabel, uitoefenbaar tegen |
de voorwaarden overeengekomen tussen Infrabel en de exploitant op het | de voorwaarden overeengekomen tussen Infrabel en de exploitant op het |
ogenblik van de overdracht, wanneer de exploitatie van de | ogenblik van de overdracht, wanneer de exploitatie van de |
Infrastructuur door de exploitant eindigt door het verstrijken van de | Infrastructuur door de exploitant eindigt door het verstrijken van de |
termijn of anderszins. | termijn of anderszins. |
Art. 7.Infrabel kan ten gunste van de exploitant andere zakelijke |
Art. 7.Infrabel kan ten gunste van de exploitant andere zakelijke |
rechten of persoonlijke rechten op de onroerende goederen bedoeld in | rechten of persoonlijke rechten op de onroerende goederen bedoeld in |
artikel 6 vestigen. Elk zakelijk of persoonlijk recht gevestigd | artikel 6 vestigen. Elk zakelijk of persoonlijk recht gevestigd |
krachtens dit artikel vervalt wanneer de exploitatie van de | krachtens dit artikel vervalt wanneer de exploitatie van de |
Infrastructuur door de exploitant eindigt door het verstrijken van de | Infrastructuur door de exploitant eindigt door het verstrijken van de |
termijn of anderszins. | termijn of anderszins. |
Art. 8.De zakelijke rechten die de exploitant krachtens de artikelen |
Art. 8.De zakelijke rechten die de exploitant krachtens de artikelen |
6 en 7 bezit, zijn uitsluitend bestemd voor de uitvoering van de in | 6 en 7 bezit, zijn uitsluitend bestemd voor de uitvoering van de in |
artikel 3 bedoelde taken. | artikel 3 bedoelde taken. |
Art. 9.De onroerende goederen waarvan de eigendom is overgedragen of |
Art. 9.De onroerende goederen waarvan de eigendom is overgedragen of |
waarop andere zakelijke of persoonlijke rechten zijn gevestigd met | waarop andere zakelijke of persoonlijke rechten zijn gevestigd met |
toepassing van de artikelen 6 en 7, zijn en blijven van rechtswege | toepassing van de artikelen 6 en 7, zijn en blijven van rechtswege |
gedesaffecteerd van het openbaar domein te rekenen vanaf de overdracht | gedesaffecteerd van het openbaar domein te rekenen vanaf de overdracht |
of de vestiging van de betrokken zakelijke of persoonlijke rechten ten | of de vestiging van de betrokken zakelijke of persoonlijke rechten ten |
voordele van de exploitant tot de beëindiging van de exploitatie van | voordele van de exploitant tot de beëindiging van de exploitatie van |
de Infrastructuur door de exploitant, door het verstrijken van de | de Infrastructuur door de exploitant, door het verstrijken van de |
termijn of anderszins. | termijn of anderszins. |
Art. 10.De NV van publiek recht NMBS Holding kan zakelijke of |
Art. 10.De NV van publiek recht NMBS Holding kan zakelijke of |
persoonlijke rechten vestigen op het ondergrondse spoorwegstation van | persoonlijke rechten vestigen op het ondergrondse spoorwegstation van |
de luchthaven van Brussel-Nationaal ten voordele van de exploitant om | de luchthaven van Brussel-Nationaal ten voordele van de exploitant om |
hem toe te laten de verbinding van de Infrastructuur met het | hem toe te laten de verbinding van de Infrastructuur met het |
ondergrondse spoorwegstation van de luchthaven van Brussel-Nationaal | ondergrondse spoorwegstation van de luchthaven van Brussel-Nationaal |
en de inrichtingen die dienstig of nodig zijn voor de uitvoering van | en de inrichtingen die dienstig of nodig zijn voor de uitvoering van |
de in artikel 3 bedoelde taken, te verwezenlijken. | de in artikel 3 bedoelde taken, te verwezenlijken. |
De zakelijke rechten gevestigd krachtens het eerste lid, geven de | De zakelijke rechten gevestigd krachtens het eerste lid, geven de |
exploitant, tijdens de duur ervan, het eigendomsrecht van de | exploitant, tijdens de duur ervan, het eigendomsrecht van de |
verbeteringen die aan het station worden aangebracht. Deze zakelijke | verbeteringen die aan het station worden aangebracht. Deze zakelijke |
rechten vervallen wanneer de exploitatie van de Infrastructuur door de | rechten vervallen wanneer de exploitatie van de Infrastructuur door de |
exploitant eindigt door het verstrijken van de termijn of anderszins. | exploitant eindigt door het verstrijken van de termijn of anderszins. |
HOOFDSTUK IV. - Financiering van de investeringskost van de | HOOFDSTUK IV. - Financiering van de investeringskost van de |
Infrastructuur | Infrastructuur |
Afdeling 1. - Bijdrage van de spoorweginfrastructuurbeheerder | Afdeling 1. - Bijdrage van de spoorweginfrastructuurbeheerder |
Art. 11.§ 1. De spoorweginfrastructuurbeheerder kan zich contractueel |
Art. 11.§ 1. De spoorweginfrastructuurbeheerder kan zich contractueel |
verbinden tot betaling van een jaarlijkse bijdrage aan de exploitant | verbinden tot betaling van een jaarlijkse bijdrage aan de exploitant |
vanaf het kalenderjaar van de tweede verjaardag van de aanvangsdatum | vanaf het kalenderjaar van de tweede verjaardag van de aanvangsdatum |
van de werken en voor een termijn overeengekomen in de overeenkomst | van de werken en voor een termijn overeengekomen in de overeenkomst |
bedoeld in artikel 3, tweede lid. | bedoeld in artikel 3, tweede lid. |
§ 2. Het initiële bedrag van de bijdrage bedoeld in § 1 is vastgesteld | § 2. Het initiële bedrag van de bijdrage bedoeld in § 1 is vastgesteld |
op 9 miljoen euro. Elke verhoging van dit bedrag krachtens de in | op 9 miljoen euro. Elke verhoging van dit bedrag krachtens de in |
artikel 3, tweede lid bedoelde overeenkomst, is onderworpen aan de | artikel 3, tweede lid bedoelde overeenkomst, is onderworpen aan de |
goedkeuring van de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in | goedkeuring van de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in |
de Ministerraad. | de Ministerraad. |
§ 3. Het bedrag van de bijdrage bedoeld in § 1 wordt geïndexeerd op | § 3. Het bedrag van de bijdrage bedoeld in § 1 wordt geïndexeerd op |
basis van de gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze | basis van de gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze |
vervangt) vanaf het kalenderjaar van de derde verjaardag van de | vervangt) vanaf het kalenderjaar van de derde verjaardag van de |
aanvangsdatum van de werken, tegen de voorwaarden bepaald in de | aanvangsdatum van de werken, tegen de voorwaarden bepaald in de |
overeenkomst gesloten krachtens artikel 3, tweede lid. | overeenkomst gesloten krachtens artikel 3, tweede lid. |
Afdeling 2. - Passagiervergoedingen | Afdeling 2. - Passagiervergoedingen |
Art. 12.§ 1. Elke spoorwegonderneming die gebruik maakt van de |
Art. 12.§ 1. Elke spoorwegonderneming die gebruik maakt van de |
spoorweginfrastructuur voor het vervoer van reizigers, int en ontvangt | spoorweginfrastructuur voor het vervoer van reizigers, int en ontvangt |
voor elke treinreis van of naar de luchthaven van Brussel-Nationaal, | voor elke treinreis van of naar de luchthaven van Brussel-Nationaal, |
met uitzondering van de abonnementen woon-werkverkeer waarvan het | met uitzondering van de abonnementen woon-werkverkeer waarvan het |
station van de luchthaven van Brussel-Nationaal het eindstation is en | station van de luchthaven van Brussel-Nationaal het eindstation is en |
de reizen van personen die recht hebben op gratis reizen met alle | de reizen van personen die recht hebben op gratis reizen met alle |
verplaatsingsmiddelen die door de publieke overheden worden uitgebaat | verplaatsingsmiddelen die door de publieke overheden worden uitgebaat |
of in concessie gegeven overeenkomstig de artikelen 66, 71 en 118bis | of in concessie gegeven overeenkomstig de artikelen 66, 71 en 118bis |
van de Grondwet, een supplement op de prijs van de reis te voldoen | van de Grondwet, een supplement op de prijs van de reis te voldoen |
door de reiziger, « passagiervergoeding » genoemd. | door de reiziger, « passagiervergoeding » genoemd. |
§ 2. Het initieel bedrag van de passagiervergoeding en elke latere | § 2. Het initieel bedrag van de passagiervergoeding en elke latere |
wijziging van dit bedrag worden vastgesteld door de Koning, bij een | wijziging van dit bedrag worden vastgesteld door de Koning, bij een |
besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de | besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de |
spoorweginfrastructuurbeheerder. | spoorweginfrastructuurbeheerder. |
§ 3. Niettegenstaande §§ 1 en 2, kan een spoorwegonderneming met de | § 3. Niettegenstaande §§ 1 en 2, kan een spoorwegonderneming met de |
exploitant, in de in artikel 13, § 2, bedoelde overeenkomst, | exploitant, in de in artikel 13, § 2, bedoelde overeenkomst, |
overeenkomen om de passagiervergoeding voor de reizen van en naar de | overeenkomen om de passagiervergoeding voor de reizen van en naar de |
luchthaven van Brussel-Nationaal niet te innen en te ontvangen voor | luchthaven van Brussel-Nationaal niet te innen en te ontvangen voor |
reizigers die genieten van tariefverminderingen of van gratis vervoer | reizigers die genieten van tariefverminderingen of van gratis vervoer |
opgelegd door de Staat, mits de betaling door de spoorwegonderneming | opgelegd door de Staat, mits de betaling door de spoorwegonderneming |
aan de exploitant van een bedrag gelijk aan de vergoedingen te innen | aan de exploitant van een bedrag gelijk aan de vergoedingen te innen |
en te ontvangen krachtens § 1 voor de reizen van deze passagiers. | en te ontvangen krachtens § 1 voor de reizen van deze passagiers. |
§ 4. Het bedrag van de passagiervergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd | § 4. Het bedrag van de passagiervergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd |
op basis van de gemiddelde gezondheidsindex (of elke vergelijkbare | op basis van de gemiddelde gezondheidsindex (of elke vergelijkbare |
index die deze vervangt) voor het kalenderjaar voorafgaand aan het | index die deze vervangt) voor het kalenderjaar voorafgaand aan het |
kalenderjaar waarvoor de vergoeding verschuldigd is ten opzichte van | kalenderjaar waarvoor de vergoeding verschuldigd is ten opzichte van |
de gemiddelde gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze | de gemiddelde gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze |
vervangt) voor het jaar 2004. | vervangt) voor het jaar 2004. |
Art. 13.§ 1. Elke spoorwegonderneming stort aan de exploitant de |
Art. 13.§ 1. Elke spoorwegonderneming stort aan de exploitant de |
passagiervergoedingen die moeten worden geïnd en ontvangen | passagiervergoedingen die moeten worden geïnd en ontvangen |
overeenkomstig artikel 12, § 1. | overeenkomstig artikel 12, § 1. |
§ 2. De bepalingen en voorwaarden van de retrocessie bepaald in § 1, | § 2. De bepalingen en voorwaarden van de retrocessie bepaald in § 1, |
worden vastgesteld in een overeenkomst die zal worden gesloten tussen | worden vastgesteld in een overeenkomst die zal worden gesloten tussen |
de exploitant en elke spoorwegonderneming die de toekenning van | de exploitant en elke spoorwegonderneming die de toekenning van |
capaciteiten vraagt voor het vervoer van reizigers van en naar de | capaciteiten vraagt voor het vervoer van reizigers van en naar de |
luchthaven van Brussel-Nationaal. Deze bepalingen en voorwaarden | luchthaven van Brussel-Nationaal. Deze bepalingen en voorwaarden |
behelzen de periodiciteit van de retrocessie, de methodes van het | behelzen de periodiciteit van de retrocessie, de methodes van het |
tellen van het aantal vervoerde reizigers, de zekerheden die door de | tellen van het aantal vervoerde reizigers, de zekerheden die door de |
spoorwegonderneming moeten worden gevestigd als waarborg voor haar | spoorwegonderneming moeten worden gevestigd als waarborg voor haar |
retrocessieverplichting en de vergoeding voor de inning van de | retrocessieverplichting en de vergoeding voor de inning van de |
passagiervergoedingen die niet inbegrepen zijn in de prijs van het | passagiervergoedingen die niet inbegrepen zijn in de prijs van het |
vervoersbewijs. | vervoersbewijs. |
§ 3. Bij gebrek aan een overeenkomst tussen de exploitant en de | § 3. Bij gebrek aan een overeenkomst tussen de exploitant en de |
spoorwegonderneming die een aanvraag tot capaciteit heeft ingediend | spoorwegonderneming die een aanvraag tot capaciteit heeft ingediend |
tegen de bepalingen en voorwaarden van de in § 2 bedoelde overeenkomst | tegen de bepalingen en voorwaarden van de in § 2 bedoelde overeenkomst |
binnen drie maand na deze aanvraag, kan de Koning, bij een besluit | binnen drie maand na deze aanvraag, kan de Koning, bij een besluit |
vastgesteld na overleg in de Ministerraad, regels vaststellen | vastgesteld na overleg in de Ministerraad, regels vaststellen |
betreffende de in § 2 bedoelde materies op voorstel van de | betreffende de in § 2 bedoelde materies op voorstel van de |
spoorweginfrastructuurbeheerder. Deze regels zijn van toepassing tot | spoorweginfrastructuurbeheerder. Deze regels zijn van toepassing tot |
de inwerkingtreding van een overeenkomst gesloten overeenkomstig § 2. | de inwerkingtreding van een overeenkomst gesloten overeenkomstig § 2. |
Art. 14.§ 1. De passagiervergoeding wordt geïnd en ontvangen vanaf de |
Art. 14.§ 1. De passagiervergoeding wordt geïnd en ontvangen vanaf de |
eerste dag van de maand volgend op de tweede verjaardag van de | eerste dag van de maand volgend op de tweede verjaardag van de |
aanvangsdatum van de werken tot en met de laatste dag van de maand | aanvangsdatum van de werken tot en met de laatste dag van de maand |
tijdens dewelke de exploitatie van de Infrastructuur door de | tijdens dewelke de exploitatie van de Infrastructuur door de |
exploitant eindigt, door het verstrijken van de termijn of anderszins. | exploitant eindigt, door het verstrijken van de termijn of anderszins. |
§ 2. In afwijking van § 1, wordt het bedrag van de passagiervergoeding | § 2. In afwijking van § 1, wordt het bedrag van de passagiervergoeding |
met de helft verminderd voor de periode vanaf de eerste dag van de | met de helft verminderd voor de periode vanaf de eerste dag van de |
maand volgend op de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de | maand volgend op de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de |
werken tot en met de laatste dag van de maand van de ingebruikname van | werken tot en met de laatste dag van de maand van de ingebruikname van |
de Infrastructuur. | de Infrastructuur. |
Afdeling 3. - Bijdrage van de spoorwegondernemingen | Afdeling 3. - Bijdrage van de spoorwegondernemingen |
Art. 15.§ 1. Elke spoorwegonderneming die gebruik maakt van de |
Art. 15.§ 1. Elke spoorwegonderneming die gebruik maakt van de |
spoorweginfrastructuur voor het binnenlands vervoer van reizigers | spoorweginfrastructuur voor het binnenlands vervoer van reizigers |
dient een jaarlijkse bijdrage te betalen, « bijdrage van de | dient een jaarlijkse bijdrage te betalen, « bijdrage van de |
spoorwegondernemingen » genoemd, gelijk aan het hoogste van beide | spoorwegondernemingen » genoemd, gelijk aan het hoogste van beide |
onderstaande bedragen : | onderstaande bedragen : |
- 0,5 % van de omzet (exclusief BTW) die door de betrokken | - 0,5 % van de omzet (exclusief BTW) die door de betrokken |
spoorwegonderneming werd gerealiseerd op het binnenlands vervoer van | spoorwegonderneming werd gerealiseerd op het binnenlands vervoer van |
reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het kalenderjaar | reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het kalenderjaar |
voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is; en | voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is; en |
- 1.887.000 euro geïndexeerd op basis van de gemiddelde | - 1.887.000 euro geïndexeerd op basis van de gemiddelde |
gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze vervangt) voor | gezondheidsindex (of elke vergelijkbare index die deze vervangt) voor |
het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage | het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage |
verschuldigd is ten opzichte van de gemiddelde gezondheidsindex voor | verschuldigd is ten opzichte van de gemiddelde gezondheidsindex voor |
het jaar 2004 vermenigvuldigd met de in § 3 bedoelde verdeelsleutel. | het jaar 2004 vermenigvuldigd met de in § 3 bedoelde verdeelsleutel. |
§ 2. De bijdrage van de spoorwegondernemingen wordt ontvangen door de | § 2. De bijdrage van de spoorwegondernemingen wordt ontvangen door de |
spoorweginfrastructuurbeheerder. De spoorweginfrastructuurbeheerder | spoorweginfrastructuurbeheerder. De spoorweginfrastructuurbeheerder |
stort de ontvangen bedragen aan de exploitant binnen twintig werkdagen | stort de ontvangen bedragen aan de exploitant binnen twintig werkdagen |
vanaf de ontvangst ervan. | vanaf de ontvangst ervan. |
Om zeker te zijn van de betaling van deze bijdrage, kan de | Om zeker te zijn van de betaling van deze bijdrage, kan de |
spoorweginfrastructuurbeheerder aan de spoorwegondernemingen het | spoorweginfrastructuurbeheerder aan de spoorwegondernemingen het |
verstrekken van een financiële waarborg opleggen. Deze staat in | verstrekken van een financiële waarborg opleggen. Deze staat in |
verhouding tot de bijdrage die de betrokken spoorwegonderneming | verhouding tot de bijdrage die de betrokken spoorwegonderneming |
verschuldigd is, en is transparant en niet-discriminerend. | verschuldigd is, en is transparant en niet-discriminerend. |
§ 3. De in § 1 bedoelde verdeelsleutel is, voor de spoorwegonderneming | § 3. De in § 1 bedoelde verdeelsleutel is, voor de spoorwegonderneming |
die de bijdrage verschuldigd is, gelijk aan het quotiënt van (i) de | die de bijdrage verschuldigd is, gelijk aan het quotiënt van (i) de |
omzet (exclusief BTW) die door deze spoorwegonderneming werd | omzet (exclusief BTW) die door deze spoorwegonderneming werd |
gerealiseerd op het binnenlands vervoer van reizigers op de | gerealiseerd op het binnenlands vervoer van reizigers op de |
spoorweginfrastructuur tijdens het kalenderjaar voorafgaand aan het | spoorweginfrastructuur tijdens het kalenderjaar voorafgaand aan het |
jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is op (ii) de som van de | jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is op (ii) de som van de |
omzetcijfers (exclusief BTW) gerealiseerd op het binnenlands vervoer | omzetcijfers (exclusief BTW) gerealiseerd op het binnenlands vervoer |
van reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het kalenderjaar | van reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het kalenderjaar |
voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is | voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is |
door de spoorwegondernemingen die de bijdrage verschuldigd zijn. | door de spoorwegondernemingen die de bijdrage verschuldigd zijn. |
§ 4. Voor de berekening van het bedrag van de bijdrage van de | § 4. Voor de berekening van het bedrag van de bijdrage van de |
spoorwegondernemingen, deelt elke spoorwegonderneming die de bijdrage | spoorwegondernemingen, deelt elke spoorwegonderneming die de bijdrage |
verschuldigd is de infrastructuurbeheerder uiterlijk op 1 juni van het | verschuldigd is de infrastructuurbeheerder uiterlijk op 1 juni van het |
jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is, de omzet (exclusief BTW) | jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is, de omzet (exclusief BTW) |
mee die zij heeft gerealiseerd op het binnenlands vervoer van | mee die zij heeft gerealiseerd op het binnenlands vervoer van |
reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het voorafgaande | reizigers op de spoorweginfrastructuur tijdens het voorafgaande |
kalenderjaar, evenals de gegevens die de controle ervan moeten | kalenderjaar, evenals de gegevens die de controle ervan moeten |
toelaten. | toelaten. |
Op basis van de gegevens meegedeeld door de spoorwegondernemingen | Op basis van de gegevens meegedeeld door de spoorwegondernemingen |
overeenkomstig het voorgaande lid, stelt de | overeenkomstig het voorgaande lid, stelt de |
spoorweginfrastructuurbeheerder elke spoorwegonderneming die de | spoorweginfrastructuurbeheerder elke spoorwegonderneming die de |
bijdrage verschuldigd is, uiterlijk op 15 juni van elk jaar in kennis | bijdrage verschuldigd is, uiterlijk op 15 juni van elk jaar in kennis |
van het bedrag van de bijdrage die zij verschuldigd is voor het | van het bedrag van de bijdrage die zij verschuldigd is voor het |
lopende jaar. | lopende jaar. |
§ 5. De spoorwegonderneming die de bijdrage verschuldigd is, stort aan | § 5. De spoorwegonderneming die de bijdrage verschuldigd is, stort aan |
de infrastructuurbeheerder, uiterlijk op 30 juni van het lopende jaar, | de infrastructuurbeheerder, uiterlijk op 30 juni van het lopende jaar, |
het bedrag van de bijdrage die hij voor dat jaar verschuldigd is. | het bedrag van de bijdrage die hij voor dat jaar verschuldigd is. |
Art. 16.§ 1. De in artikel 15 bedoelde bijdrage is verschuldigd vanaf |
Art. 16.§ 1. De in artikel 15 bedoelde bijdrage is verschuldigd vanaf |
het kalenderjaar van de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de | het kalenderjaar van de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van de |
werken tot en met : | werken tot en met : |
- het kalenderjaar van de negenendertigste verjaardag van de | - het kalenderjaar van de negenendertigste verjaardag van de |
aanvangsdatum van de werken; of | aanvangsdatum van de werken; of |
- indien dit gebeurt vóór dat jaar, het jaar tijdens welk de | - indien dit gebeurt vóór dat jaar, het jaar tijdens welk de |
exploitatie van de Infrastructuur door de exploitant eindigt door het | exploitatie van de Infrastructuur door de exploitant eindigt door het |
verstrijken van de termijn of anderszins. | verstrijken van de termijn of anderszins. |
§ 2. Het bedrag van de bijdrage die een spoorwegonderneming | § 2. Het bedrag van de bijdrage die een spoorwegonderneming |
verschuldigd is voor het kalenderjaar van de tweede verjaardag van de | verschuldigd is voor het kalenderjaar van de tweede verjaardag van de |
aanvangsdatum van de werken wordt berekend pro rata van het aantal | aanvangsdatum van de werken wordt berekend pro rata van het aantal |
volledige maanden tussen de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van | volledige maanden tussen de tweede verjaardag van de aanvangsdatum van |
de werken en 1 januari van het volgende jaar. | de werken en 1 januari van het volgende jaar. |
HOOFDSTUK V. - Beheer van de Infrastructuur | HOOFDSTUK V. - Beheer van de Infrastructuur |
Art. 17.Niettegenstaande artikel 3 verzekert de |
Art. 17.Niettegenstaande artikel 3 verzekert de |
spoorweginfrastructuurbeheerder het beheer van het verkeer en de | spoorweginfrastructuurbeheerder het beheer van het verkeer en de |
circulatie op de Infrastructuur. | circulatie op de Infrastructuur. |
Art. 18.§ 1. Elke overeenkomst bedoeld in artikel 24 van de wet van 4 |
Art. 18.§ 1. Elke overeenkomst bedoeld in artikel 24 van de wet van 4 |
december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur | december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur |
houdt voor de spoorweginfrastructuurbeheerder het recht in om : | houdt voor de spoorweginfrastructuurbeheerder het recht in om : |
- de capaciteiten op te schorten of uit te sluiten die op de | - de capaciteiten op te schorten of uit te sluiten die op de |
Infrastructuur of, bij gebreke daaraan, op andere relevante segmenten | Infrastructuur of, bij gebreke daaraan, op andere relevante segmenten |
van de spoorweginfrastructuur zijn toegekend aan een | van de spoorweginfrastructuur zijn toegekend aan een |
spoorwegonderneming die, tijdens de geldigheidsperiode van deze | spoorwegonderneming die, tijdens de geldigheidsperiode van deze |
capaciteiten, in gebreke blijft alle of een deel van haar | capaciteiten, in gebreke blijft alle of een deel van haar |
verplichtingen krachtens de artikelen 12 tot 16 of krachtens | verplichtingen krachtens de artikelen 12 tot 16 of krachtens |
overeenkomsten gesloten op basis van artikel 13, § 2, na een | overeenkomsten gesloten op basis van artikel 13, § 2, na een |
ingebrekestelling door de spoorweginfrastructuurbeheerder, na te | ingebrekestelling door de spoorweginfrastructuurbeheerder, na te |
komen; of | komen; of |
- de capaciteiten niet te vernieuwen die op de Infrastructuur of, bij | - de capaciteiten niet te vernieuwen die op de Infrastructuur of, bij |
gebreke daaraan, op andere relevante segmenten van de | gebreke daaraan, op andere relevante segmenten van de |
spoorweginfrastructuur zijn toegekend aan een spoorwegonderneming die, | spoorweginfrastructuur zijn toegekend aan een spoorwegonderneming die, |
tijdens de twee voorafgaande geldigheidsperiodes in gebreke is | tijdens de twee voorafgaande geldigheidsperiodes in gebreke is |
gebleven alle of een deel van voornoemde verplichtingen, na | gebleven alle of een deel van voornoemde verplichtingen, na |
ingebrekestelling door de spoorweginfrastructuurbeheerder, na te | ingebrekestelling door de spoorweginfrastructuurbeheerder, na te |
komen. | komen. |
§ 2. Het toezichthoudende orgaan beslecht, in uitvoering van zijn | § 2. Het toezichthoudende orgaan beslecht, in uitvoering van zijn |
opdracht inzake de administratieve afhandeling van geschillen bedoeld | opdracht inzake de administratieve afhandeling van geschillen bedoeld |
in artikel 62, § 4, van voornoemde wet van 4 december 2006, de | in artikel 62, § 4, van voornoemde wet van 4 december 2006, de |
geschillen betreffende het gebruik door de beheerder van de | geschillen betreffende het gebruik door de beheerder van de |
spoorweginfrastructuur van het recht bedoeld in § 1, overeenkomstig de | spoorweginfrastructuur van het recht bedoeld in § 1, overeenkomstig de |
nadere regels bepaald in dit artikel of bepaald door de Koning | nadere regels bepaald in dit artikel of bepaald door de Koning |
krachtens dit artikel. | krachtens dit artikel. |
Art. 19.De netverklaring bedoeld in artikel 21 van voornoemde wet van |
Art. 19.De netverklaring bedoeld in artikel 21 van voornoemde wet van |
4 december 2006 vermeldt zowel de bepalingen van de artikelen 12 tot | 4 december 2006 vermeldt zowel de bepalingen van de artikelen 12 tot |
16 als de bepalingen vastgesteld in uitvoering daarvan. | 16 als de bepalingen vastgesteld in uitvoering daarvan. |
HOOFDSTUK VI. - Diverse bepalingen | HOOFDSTUK VI. - Diverse bepalingen |
Art. 20.In de uitoefening van zijn opdrachten bedoeld in artikel 62, |
Art. 20.In de uitoefening van zijn opdrachten bedoeld in artikel 62, |
§§ 3 tot 5, van de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van | §§ 3 tot 5, van de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van |
de spoorweginfrastructuur met betrekking tot materies bedoeld in de | de spoorweginfrastructuur met betrekking tot materies bedoeld in de |
artikelen 18, § 1, en 19, past het toezichthoudende orgaan de | artikelen 18, § 1, en 19, past het toezichthoudende orgaan de |
artikelen 12 tot 19 toe. | artikelen 12 tot 19 toe. |
Art. 21.Voor de toepassing van deze wet, verwijst elke verwijzing |
Art. 21.Voor de toepassing van deze wet, verwijst elke verwijzing |
naar de exploitant ook naar de personen bedoeld in artikel 5 of de | naar de exploitant ook naar de personen bedoeld in artikel 5 of de |
personen aangewezen door hen die overeenkomstig of krachtens directe | personen aangewezen door hen die overeenkomstig of krachtens directe |
overeenkomsten gesloten met de personen bedoeld in artikel 5, in hun | overeenkomsten gesloten met de personen bedoeld in artikel 5, in hun |
plaats werden gesteld. | plaats werden gesteld. |
Art. 22.De spoorweginfrastructuurbeheerder stelt de |
Art. 22.De spoorweginfrastructuurbeheerder stelt de |
spoorwegondernemingen die gebruik maken van de spoorweginfrastructuur | spoorwegondernemingen die gebruik maken van de spoorweginfrastructuur |
voor het vervoer van reizigers per aangetekend schrijven met | voor het vervoer van reizigers per aangetekend schrijven met |
ontvangstbewijs in kennis van : | ontvangstbewijs in kennis van : |
- de aanvangsdatum van de werken binnen twintig dagen vanaf die datum | - de aanvangsdatum van de werken binnen twintig dagen vanaf die datum |
of, voor de spoorwegondernemingen die op die datum geen gebruik maken | of, voor de spoorwegondernemingen die op die datum geen gebruik maken |
van de spoorweginfrastructuur voor het vervoer van reizigers, binnen | van de spoorweginfrastructuur voor het vervoer van reizigers, binnen |
twintig dagen vanaf het eerste verzoek om capaciteit voor het vervoer | twintig dagen vanaf het eerste verzoek om capaciteit voor het vervoer |
van reizigers; | van reizigers; |
- de datum van de ingebruikname van de Infrastructuur, uiterlijk | - de datum van de ingebruikname van de Infrastructuur, uiterlijk |
twintig dagen voor deze datum of, voor de spoorwegondernemingen die op | twintig dagen voor deze datum of, voor de spoorwegondernemingen die op |
die datum geen gebruik maken van de spoorweginfrastructuur voor het | die datum geen gebruik maken van de spoorweginfrastructuur voor het |
vervoer van reizigers, binnen twintig dagen vanaf het eerste verzoek | vervoer van reizigers, binnen twintig dagen vanaf het eerste verzoek |
om capaciteit voor het vervoer van reizigers van of naar de luchthaven | om capaciteit voor het vervoer van reizigers van of naar de luchthaven |
van Brussel-Nationaal; | van Brussel-Nationaal; |
- de datum waarop de exploitatierechten van de exploitant vervallen, | - de datum waarop de exploitatierechten van de exploitant vervallen, |
binnen twintig dagen vanaf die datum. | binnen twintig dagen vanaf die datum. |
Art. 23.Artikelen 360 en 361 van de wet van 20 juli 2006 houdende |
Art. 23.Artikelen 360 en 361 van de wet van 20 juli 2006 houdende |
diverse bepalingen, worden opgeheven. | diverse bepalingen, worden opgeheven. |
TITEL III. - Rechtzettingen in verband met de verdeling van de | TITEL III. - Rechtzettingen in verband met de verdeling van de |
goederen bij de splitsing van NMBS | goederen bij de splitsing van NMBS |
Art. 24.In de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen wordt |
Art. 24.In de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen wordt |
een artikel 359bis ingevoegd dat als volgt luidt : | een artikel 359bis ingevoegd dat als volgt luidt : |
« De Koning kan de gebruiksrechten preciseren die de NMBS Holding op | « De Koning kan de gebruiksrechten preciseren die de NMBS Holding op |
ononderbroken en ondubbelzinnige wijze heeft behouden op activa | ononderbroken en ondubbelzinnige wijze heeft behouden op activa |
bedoeld in de artikelen 3, § 1, 2°, en 14, § 1, 1°, van voornoemd | bedoeld in de artikelen 3, § 1, 2°, en 14, § 1, 1°, van voornoemd |
koninklijk besluit van 14 juni 2004 teneinde de continuïteit te | koninklijk besluit van 14 juni 2004 teneinde de continuïteit te |
garanderen van de rechten en verbintenissen die voortvloeien uit | garanderen van de rechten en verbintenissen die voortvloeien uit |
contracten die zij vóór 1 januari 2005 met derden heeft gesloten. » | contracten die zij vóór 1 januari 2005 met derden heeft gesloten. » |
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's lands zegel zal worden | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's lands zegel zal worden |
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. | bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. |
Gegeven te Brussel, 30 april 2007. | Gegeven te Brussel, 30 april 2007. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Begroting en Consumentenbescherming | De Minister van Begroting en Consumentenbescherming |
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE | Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE |
De Minister van Mobiliteit | De Minister van Mobiliteit |
R. LANDUYT | R. LANDUYT |
De Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, | De Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, |
B. TUYBENS | B. TUYBENS |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De minister van Justitie, | De minister van Justitie, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota's | Nota's |
Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : | Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : |
51-3055 - 2006/2007 | 51-3055 - 2006/2007 |
Nr. 1 : Wetsontwerp. | Nr. 1 : Wetsontwerp. |
Nr. 2 : Amendementen. | Nr. 2 : Amendementen. |
Nr. 3 : Advies van de Raad van State. | Nr. 3 : Advies van de Raad van State. |
Nr. 4 : Verslag. | Nr. 4 : Verslag. |
Nr. 5 : Tekst aangenomen door de commissie. | Nr. 5 : Tekst aangenomen door de commissie. |
Nr. 6 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan | Nr. 6 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan |
de Senaat. | de Senaat. |
Integraal Verslag : 24 en 25 april 2007. | Integraal Verslag : 24 en 25 april 2007. |
Stukken van de Senaat : | Stukken van de Senaat : |
3-2434 - 2006/2007 | 3-2434 - 2006/2007 |
Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat. | Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat. |
Nr. 2 : Verslag. | Nr. 2 : Verslag. |
Nr. 3 : Beslissing om niet te amenderen. | Nr. 3 : Beslissing om niet te amenderen. |
Handelingen van de Senaat : 26 april 2007. | Handelingen van de Senaat : 26 april 2007. |