Wet houdende sommige maatregelen inzake sociale verkiezingen | Wet houdende sommige maatregelen inzake sociale verkiezingen |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
28 FEBRUARI 1999. - Wet houdende sommige maatregelen inzake sociale | 28 FEBRUARI 1999. - Wet houdende sommige maatregelen inzake sociale |
verkiezingen (1) | verkiezingen (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : | De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
77 van de Grondwet. | 77 van de Grondwet. |
Art. 2.Artikel 24 van de wet van 20 september 1948 houdende |
Art. 2.Artikel 24 van de wet van 20 september 1948 houdende |
organisatie van het bedrijfsleven wordt vervangen door de volgende | organisatie van het bedrijfsleven wordt vervangen door de volgende |
bepaling : | bepaling : |
« Art. 24.§ 1. De werkgevers, de werknemers, de representatieve |
« Art. 24.§ 1. De werkgevers, de werknemers, de representatieve |
werknemersorganisaties en de representatieve organisaties van | werknemersorganisaties en de representatieve organisaties van |
kaderleden kunnen bij de arbeidsgerechten een vordering instellen tot | kaderleden kunnen bij de arbeidsgerechten een vordering instellen tot |
beslechting van alle geschillen in verband met deze afdeling en haar | beslechting van alle geschillen in verband met deze afdeling en haar |
uitvoeringsbesluiten. | uitvoeringsbesluiten. |
§ 2. De in § 1 bedoelde vorderingen zijn onderworpen aan volgende | § 2. De in § 1 bedoelde vorderingen zijn onderworpen aan volgende |
procedureregels : | procedureregels : |
1° de vorderingen worden ingeleid bij verzoekschrift, verzonden bij | 1° de vorderingen worden ingeleid bij verzoekschrift, verzonden bij |
aangetekende brief aan of neergelegd bij de griffie van het bevoegd | aangetekende brief aan of neergelegd bij de griffie van het bevoegd |
gerecht; | gerecht; |
2° de termijnen om de vorderingen in te stellen zijn onderworpen aan | 2° de termijnen om de vorderingen in te stellen zijn onderworpen aan |
de bepalingen van de artikelen 52 en 53 van het Gerechtelijk Wetboek; | de bepalingen van de artikelen 52 en 53 van het Gerechtelijk Wetboek; |
de dag van verzending van een ter post aangetekende brief of van de | de dag van verzending van een ter post aangetekende brief of van de |
neerlegging van het verzoekschrift ter griffie moet uiterlijk met de | neerlegging van het verzoekschrift ter griffie moet uiterlijk met de |
laatste dag van deze termijnen samenvallen; | laatste dag van deze termijnen samenvallen; |
3° de eisende partij is ertoe gehouden, in limine litis, bij de | 3° de eisende partij is ertoe gehouden, in limine litis, bij de |
griffie van het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is, de | griffie van het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is, de |
identiteit en het volledig adres van de betrokken partijen neer te | identiteit en het volledig adres van de betrokken partijen neer te |
leggen; onder volledig adres wordt verstaan, de woonplaats of de | leggen; onder volledig adres wordt verstaan, de woonplaats of de |
voornaamste verblijfplaats of de gewone plaats van tewerkstelling; | voornaamste verblijfplaats of de gewone plaats van tewerkstelling; |
4° het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is doet uitspraak | 4° het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is doet uitspraak |
zonder voorafgaande verzoening, na de betrokken partijen te hebben | zonder voorafgaande verzoening, na de betrokken partijen te hebben |
gehoord of behoorlijk te hebben opgeroepen; | gehoord of behoorlijk te hebben opgeroepen; |
5° de vonnissen en arresten worden bij gerechtsbrief ter kennis | 5° de vonnissen en arresten worden bij gerechtsbrief ter kennis |
gebracht aan de werkgever, aan de betrokken werknemers, aan de | gebracht aan de werkgever, aan de betrokken werknemers, aan de |
betrokken representatieve werknemersorganisaties en aan de betrokken | betrokken representatieve werknemersorganisaties en aan de betrokken |
representatieve organisaties van kaderleden alsmede aan de personen | representatieve organisaties van kaderleden alsmede aan de personen |
uitdrukkelijk bepaald door deze wet; | uitdrukkelijk bepaald door deze wet; |
6° de representatieve werknemersorganisaties en de representatieve | 6° de representatieve werknemersorganisaties en de representatieve |
organisaties van kaderleden mogen zich voor de arbeidsgerechten laten | organisaties van kaderleden mogen zich voor de arbeidsgerechten laten |
vertegenwoordigen door een afgevaardigde, houder van een geschreven | vertegenwoordigen door een afgevaardigde, houder van een geschreven |
volmacht; deze mag namens de organisatie waartoe hij behoort alle | volmacht; deze mag namens de organisatie waartoe hij behoort alle |
handelingen verrichten die bij deze vertegenwoordiging behoren, een | handelingen verrichten die bij deze vertegenwoordiging behoren, een |
verzoekschrift indienen, pleiten, en alle mededelingen ontvangen | verzoekschrift indienen, pleiten, en alle mededelingen ontvangen |
betreffende de rechtsingang, de behandeling en de berechting van het | betreffende de rechtsingang, de behandeling en de berechting van het |
geschil. | geschil. |
Voor de toepassing van het eerste lid moet onder betrokken partij | Voor de toepassing van het eerste lid moet onder betrokken partij |
worden verstaan, elke persoon, representatieve werknemersorganisatie | worden verstaan, elke persoon, representatieve werknemersorganisatie |
of representatieve organisatie van kaderleden die in het kader van de | of representatieve organisatie van kaderleden die in het kader van de |
procedure in het geding wordt betrokken. | procedure in het geding wordt betrokken. |
§ 3. De Koning kan bepalen binnen welke termijn de in § 1 bedoelde | § 3. De Koning kan bepalen binnen welke termijn de in § 1 bedoelde |
vorderingen moeten worden ingesteld. Hij kan eveneens bepalen of er | vorderingen moeten worden ingesteld. Hij kan eveneens bepalen of er |
hoger beroep of verzet kan worden aangetekend en binnen welke termijn, | hoger beroep of verzet kan worden aangetekend en binnen welke termijn, |
en binnen welke termijn de arbeidsgerechten uitspraak doen. » | en binnen welke termijn de arbeidsgerechten uitspraak doen. » |
Art. 3.Artikel 79 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het |
Art. 3.Artikel 79 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het |
welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, wordt | welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, wordt |
vervangen door de volgende bepaling : | vervangen door de volgende bepaling : |
« Art. 79.§ 1. De werkgevers, de werknemers en de representatieve |
« Art. 79.§ 1. De werkgevers, de werknemers en de representatieve |
werknemersorganisaties kunnen bij de arbeidsgerechten een vordering | werknemersorganisaties kunnen bij de arbeidsgerechten een vordering |
instellen tot beslechting van alle geschillen in verband met deze wet | instellen tot beslechting van alle geschillen in verband met deze wet |
en haar uitvoeringsbesluiten. | en haar uitvoeringsbesluiten. |
§ 2. De in § 1 bedoelde vorderingen zijn onderworpen aan volgende | § 2. De in § 1 bedoelde vorderingen zijn onderworpen aan volgende |
procedureregels : | procedureregels : |
1° de vorderingen worden ingeleid bij verzoekschrift, verzonden bij | 1° de vorderingen worden ingeleid bij verzoekschrift, verzonden bij |
aangetekende brief aan of neergelegd bij de griffie van het bevoegd | aangetekende brief aan of neergelegd bij de griffie van het bevoegd |
gerecht; | gerecht; |
2° de termijnen om de vorderingen in te stellen zijn onderworpen aan | 2° de termijnen om de vorderingen in te stellen zijn onderworpen aan |
de bepalingen van de artikelen 52 en 53 van het Gerechtelijk Wetboek; | de bepalingen van de artikelen 52 en 53 van het Gerechtelijk Wetboek; |
de dag van verzending van een ter post aangetekende brief of van de | de dag van verzending van een ter post aangetekende brief of van de |
neerlegging van het verzoekschrift ter griffie moet uiterlijk met de | neerlegging van het verzoekschrift ter griffie moet uiterlijk met de |
laatste dag van deze termijnen samenvallen; | laatste dag van deze termijnen samenvallen; |
3° de eisende partij is ertoe gehouden, in limine litis, bij de | 3° de eisende partij is ertoe gehouden, in limine litis, bij de |
griffie van het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is, de | griffie van het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is, de |
identiteit en het volledig adres van de betrokken partijen neer te | identiteit en het volledig adres van de betrokken partijen neer te |
leggen; onder volledig adres wordt verstaan, de woonplaats of de | leggen; onder volledig adres wordt verstaan, de woonplaats of de |
voornaamste verblijfplaats of de gewone plaats van tewerkstelling; | voornaamste verblijfplaats of de gewone plaats van tewerkstelling; |
4° het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is doet uitspraak | 4° het arbeidsgerecht waarbij de zaak aanhangig is doet uitspraak |
zonder voorafgaande verzoening, na de betrokken partijen te hebben | zonder voorafgaande verzoening, na de betrokken partijen te hebben |
gehoord of behoorlijk te hebben opgeroepen; | gehoord of behoorlijk te hebben opgeroepen; |
5° de vonnissen en arresten worden bij gerechtsbrief ter kennis | 5° de vonnissen en arresten worden bij gerechtsbrief ter kennis |
gebracht aan de werkgever, aan de betrokken werknemers, aan de | gebracht aan de werkgever, aan de betrokken werknemers, aan de |
betrokken representatieve werknemersorganisaties alsmede aan de | betrokken representatieve werknemersorganisaties alsmede aan de |
personen uitdrukkelijk bepaald door deze wet; | personen uitdrukkelijk bepaald door deze wet; |
6° de representatieve werknemersorganisaties mogen zich voor de | 6° de representatieve werknemersorganisaties mogen zich voor de |
arbeidsgerechten laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde, | arbeidsgerechten laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde, |
houder van een geschreven volmacht; deze mag namens de organisatie | houder van een geschreven volmacht; deze mag namens de organisatie |
waartoe hij behoort alle handelingen verrichten die bij deze | waartoe hij behoort alle handelingen verrichten die bij deze |
vertegenwoordiging behoren, een verzoekschrift indienen, pleiten en | vertegenwoordiging behoren, een verzoekschrift indienen, pleiten en |
alle mededelingen ontvangen betreffende de rechtsingang, de | alle mededelingen ontvangen betreffende de rechtsingang, de |
behandeling en de berechting van het geschil. | behandeling en de berechting van het geschil. |
Voor de toepassing van het eerste lid moet onder betrokken partij | Voor de toepassing van het eerste lid moet onder betrokken partij |
worden verstaan, elke persoon of representatieve werknemersorganisatie | worden verstaan, elke persoon of representatieve werknemersorganisatie |
die in het kader van de procedure in het geding wordt betrokken. | die in het kader van de procedure in het geding wordt betrokken. |
§ 3. De Koning kan bepalen binnen welke termijn de in § 1 bedoelde | § 3. De Koning kan bepalen binnen welke termijn de in § 1 bedoelde |
vorderingen moeten worden ingesteld. Hij kan eveneens bepalen of er | vorderingen moeten worden ingesteld. Hij kan eveneens bepalen of er |
hoger beroep of verzet kan worden aangetekend en binnen welke termijn, | hoger beroep of verzet kan worden aangetekend en binnen welke termijn, |
en binnen welke termijn de arbeidsgerechten uitspraak doen. ». | en binnen welke termijn de arbeidsgerechten uitspraak doen. ». |
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden |
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. | bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. |
Gegeven te Brussel, 28 februari 1999. | Gegeven te Brussel, 28 februari 1999. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, | De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, |
Mevr. M. SMET | Mevr. M. SMET |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
T. VAN PARYS | T. VAN PARYS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Gewone Zitting 1998-1999: | (1) Gewone Zitting 1998-1999: |
Kamer van volksvertegenwoordigers. | Kamer van volksvertegenwoordigers. |
Parlementaire Stukken. - Wetsontwerp, nr. 1857/1. - Verslag, nr. | Parlementaire Stukken. - Wetsontwerp, nr. 1857/1. - Verslag, nr. |
1857/2. | 1857/2. |
Handelingen van de Kamer. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van | Handelingen van de Kamer. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van |
27 en 28 januari 1999. | 27 en 28 januari 1999. |
Senaat. | Senaat. |
Parlementaire Stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van | Parlementaire Stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van |
volksvertegenwoordigers, nr. 1-1248/1. - Verslag, nr. 1-1248/2. | volksvertegenwoordigers, nr. 1-1248/1. - Verslag, nr. 1-1248/2. |
Handelingen van de Senaat. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen | Handelingen van de Senaat. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen |
van 10 en 11 februari 1999. | van 10 en 11 februari 1999. |