Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Wet van 25/05/2000
← Terug naar "Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht "
Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht
MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING
25 MEI 2000. - Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van 25 MEI 2000. - Wet betreffende het in disponibiliteit stellen van
bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht (1) bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

78 van de Grondwet. 78 van de Grondwet.
HOOFDSTUK I. - De vrijwillige indisponibiliteitsstelling HOOFDSTUK I. - De vrijwillige indisponibiliteitsstelling

Art. 2.De beroeps- of aanvullingsmilitair kan een vrijwillige

Art. 2.De beroeps- of aanvullingsmilitair kan een vrijwillige

indisponibiliteitsstelling bekomen die loopt tot zijn indisponibiliteitsstelling bekomen die loopt tot zijn
oppensioenstelling, op voorwaarde dat hij : oppensioenstelling, op voorwaarde dat hij :
1° een aanvraag daartoe indient; 1° een aanvraag daartoe indient;
2° in werkelijke dienst is op het ogenblik dat hij zijn aanvraag 2° in werkelijke dienst is op het ogenblik dat hij zijn aanvraag
indient, zonder in mobiliteit of gebezigd te zijn en zonder ter indient, zonder in mobiliteit of gebezigd te zijn en zonder ter
beschikking gesteld te zijn hetzij van de rijkswacht, hetzij van een beschikking gesteld te zijn hetzij van de rijkswacht, hetzij van een
openbare dienst, en zonder een functie te bekleden waarvan de openbare dienst, en zonder een functie te bekleden waarvan de
bezoldiging niet gedragen wordt door de begroting van het ministerie bezoldiging niet gedragen wordt door de begroting van het ministerie
van Landsverdediging; van Landsverdediging;
3° op de datum waarop de indisponibiliteitsstelling aanvangt, 3° op de datum waarop de indisponibiliteitsstelling aanvangt,
a) nog ten hoogste vijf jaar van de normale datum van a) nog ten hoogste vijf jaar van de normale datum van
oppensioenstelling verwijderd is, voor de opper- en hoofdofficieren en oppensioenstelling verwijderd is, voor de opper- en hoofdofficieren en
voor de onderofficieren; voor de onderofficieren;
b) nog ten hoogste een jaar van de normale datum van b) nog ten hoogste een jaar van de normale datum van
oppensioenstelling verwijderd is, voor de lagere officieren; oppensioenstelling verwijderd is, voor de lagere officieren;
c) minstens 56 jaar oud is, voor de vrijwilligers. c) minstens 56 jaar oud is, voor de vrijwilligers.
In afwijking van het eerste lid, 2°, kan de militair die een functie In afwijking van het eerste lid, 2°, kan de militair die een functie
bekleedt waarvan de bezoldiging niet gedragen wordt door de begroting bekleedt waarvan de bezoldiging niet gedragen wordt door de begroting
van het ministerie van Landsverdediging, een van het ministerie van Landsverdediging, een
indisponibiliteitsstelling bekomen voor zover dit geen negatieve indisponibiliteitsstelling bekomen voor zover dit geen negatieve
weerslag heeft op de begroting van het ministerie van weerslag heeft op de begroting van het ministerie van
Landsverdediging. Landsverdediging.

Art. 3.§ 1. De indisponibiliteitsstelling wordt door de minister van

Art. 3.§ 1. De indisponibiliteitsstelling wordt door de minister van

Landsverdediging toegestaan aan de militair bedoeld in artikel 2 die Landsverdediging toegestaan aan de militair bedoeld in artikel 2 die
voldoet aan de voorwaarden die erin bepaald zijn, in de volgorde van voldoet aan de voorwaarden die erin bepaald zijn, in de volgorde van
het indienen van de aanvragen en binnen de perken bepaald in artikel het indienen van de aanvragen en binnen de perken bepaald in artikel
16. Iedere ingediende aanvraag is onherroepelijk. 16. Iedere ingediende aanvraag is onherroepelijk.
Aan de militair die een indisponibiliteitsstelling heeft aangevraagd, Aan de militair die een indisponibiliteitsstelling heeft aangevraagd,
wordt kennis gegeven van de ministeriële beslissing ten laatste twee wordt kennis gegeven van de ministeriële beslissing ten laatste twee
maanden na de datum van indienen van de aanvraag tot maanden na de datum van indienen van de aanvraag tot
indisponibiliteitsstelling. indisponibiliteitsstelling.
§ 2. De indisponibiliteitsstelling vangt ten vroegste aan op de dag § 2. De indisponibiliteitsstelling vangt ten vroegste aan op de dag
waarop de aanvrager aan al de voorwaarden zoals bepaald in artikel 2 waarop de aanvrager aan al de voorwaarden zoals bepaald in artikel 2
voldoet. voldoet.
Bij het indienen van zijn aanvraag kan de militair vragen de Bij het indienen van zijn aanvraag kan de militair vragen de
aanvangsdatum zoals bepaald in het eerste lid met maximum zes maanden aanvangsdatum zoals bepaald in het eerste lid met maximum zes maanden
uit te stellen in de gevallen door de Koning bepaald. uit te stellen in de gevallen door de Koning bepaald.
De Koning bepaalt de aanvraag- en toekenningsprocedure. De Koning bepaalt de aanvraag- en toekenningsprocedure.

Art. 4.Tijdens de indisponibiliteitsstelling is de militair in

Art. 4.Tijdens de indisponibiliteitsstelling is de militair in

werkelijke dienst en de periode van afwezigheid wordt gelijkgesteld werkelijke dienst en de periode van afwezigheid wordt gelijkgesteld
met verlof. met verlof.

Art. 5.Tijdens de indisponibiliteitsstelling neemt de militair niet

Art. 5.Tijdens de indisponibiliteitsstelling neemt de militair niet

meer deel aan de bevordering. meer deel aan de bevordering.

Art. 6.De militair die in disponibiliteit gesteld is, is niet

Art. 6.De militair die in disponibiliteit gesteld is, is niet

begrepen : begrepen :
1° in de personeelsenveloppe van de oficieren in werkelijke dienst van 1° in de personeelsenveloppe van de oficieren in werkelijke dienst van
de krijgsmacht op vredesvoet; de krijgsmacht op vredesvoet;
2° in de personeelsenveloppe van de onderofficieren in werkelijke 2° in de personeelsenveloppe van de onderofficieren in werkelijke
dienst van de krijgsmacht op vredesvoet; dienst van de krijgsmacht op vredesvoet;
3° in de personeelsenveloppe van de vrijwilligers in werkelijke dienst 3° in de personeelsenveloppe van de vrijwilligers in werkelijke dienst
van de krijgsmacht op vredesvoet. van de krijgsmacht op vredesvoet.
Hij mag zijn ambt niet meer uitoefenen binnen de krijgsmacht, behalve Hij mag zijn ambt niet meer uitoefenen binnen de krijgsmacht, behalve
in geval : in geval :
1° van de door de omstandigheden vereiste spoedwederoproeping in 1° van de door de omstandigheden vereiste spoedwederoproeping in
vredestijd, welke de regering onmiddellijk ter kennis van de Kamers vredestijd, welke de regering onmiddellijk ter kennis van de Kamers
moet brengen; moet brengen;
2° van afkondiging van de periode van oorlog; 2° van afkondiging van de periode van oorlog;
3° van mobilisatie. 3° van mobilisatie.

Art. 7.§ 1. Aan de militair in disponibiliteit wordt een wedde

Art. 7.§ 1. Aan de militair in disponibiliteit wordt een wedde

toegekend die overeenstemt met tachtig procent van de bezoldiging die toegekend die overeenstemt met tachtig procent van de bezoldiging die
hij zou ontvangen indien hij niet in disponibiliteit zou gesteld zijn. hij zou ontvangen indien hij niet in disponibiliteit zou gesteld zijn.
Onder bezoldiging in de zin van deze wet wordt verstaan : Onder bezoldiging in de zin van deze wet wordt verstaan :
1° de wedde, met inbegrip van de tussentijdse verhogingen, de 1° de wedde, met inbegrip van de tussentijdse verhogingen, de
verhogingen ten gevolge van de schommelingen van het indexcijfer der verhogingen ten gevolge van de schommelingen van het indexcijfer der
consumptieprijzen en de herzieningen van de weddeschalen; consumptieprijzen en de herzieningen van de weddeschalen;
2° de toelage voor geselecteerde. 2° de toelage voor geselecteerde.
§ 2. In afwijking van § 1 wordt, gedurende de § 2. In afwijking van § 1 wordt, gedurende de
indisponibiliteitsstelling aan de betrokken militair een wedde indisponibiliteitsstelling aan de betrokken militair een wedde
toegekend zoals bepaald in § 1 verhoogd met een toelage waarvan het toegekend zoals bepaald in § 1 verhoogd met een toelage waarvan het
netto bedrag gelijk is aan het verschil tussen het netto bedrag van netto bedrag gelijk is aan het verschil tussen het netto bedrag van
het militair rustpensioen, berekend overeenkomstig de bepalingen van het militair rustpensioen, berekend overeenkomstig de bepalingen van
artikel 9 op basis van het aantal dienstjaren, de anciënniteit in de artikel 9 op basis van het aantal dienstjaren, de anciënniteit in de
laatste graad en de wedde berekend op het ogenblik van het bereiken laatste graad en de wedde berekend op het ogenblik van het bereiken
van de leeftijdsgrens, en het netto- bedrag van de wedde zoals bepaald van de leeftijdsgrens, en het netto- bedrag van de wedde zoals bepaald
in § 1, wanneer het netto bedrag van dit pensioen meer bedraagt dan in § 1, wanneer het netto bedrag van dit pensioen meer bedraagt dan
het netto bedrag van de wedde zoals bepaald in § 1. het netto bedrag van de wedde zoals bepaald in § 1.
§ 3. De wedde bepaald in de §§ 1 en 2 wordt verhoogd met tachtig § 3. De wedde bepaald in de §§ 1 en 2 wordt verhoogd met tachtig
procent van de volgende toelagen : procent van de volgende toelagen :
1° het vakantiegeld; 1° het vakantiegeld;
2° de eindejaarstoelage. 2° de eindejaarstoelage.
§ 4. In afwijking van §§ 1 en 2 wordt aan de militair die gedurende de § 4. In afwijking van §§ 1 en 2 wordt aan de militair die gedurende de
indisponibiliteitsstelling een beroepsactiviteit uitoefent, zoals indisponibiliteitsstelling een beroepsactiviteit uitoefent, zoals
bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 5 april 1994 houdende bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 5 april 1994 houdende
regeling van de cumulatie van pensioenen van de openbare sector met regeling van de cumulatie van pensioenen van de openbare sector met
inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een beroepsactiviteit inkomsten voortvloeiend uit de uitoefening van een beroepsactiviteit
of met een vervangingsinkomen, een wedde toegekend die overeenstemt of met een vervangingsinkomen, een wedde toegekend die overeenstemt
met vijfenzeventig procent van de bezoldiging bedoeld in § 1, 1° en 2° met vijfenzeventig procent van de bezoldiging bedoeld in § 1, 1° en 2°
en in § 3, 1° en 2°. en in § 3, 1° en 2°.
§ 5. De militair in disponibiliteit behoudt het recht op de vergoeding § 5. De militair in disponibiliteit behoudt het recht op de vergoeding
wegens begrafeniskosten zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 wegens begrafeniskosten zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16
december 1969 tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens december 1969 tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens
begrafeniskosten in geval van overlijden van sommige militairen. begrafeniskosten in geval van overlijden van sommige militairen.
Voor toepassing van het artikel 2 van het voormeld besluit, wordt de Voor toepassing van het artikel 2 van het voormeld besluit, wordt de
wedde in aanmerking genomen die de betrokken militair zou gekregen wedde in aanmerking genomen die de betrokken militair zou gekregen
hebben indien hij niet in disponibiliteit was gesteld. hebben indien hij niet in disponibiliteit was gesteld.

Art. 8.De tijd van de indisponibiliteitsstelling is voor de

Art. 8.De tijd van de indisponibiliteitsstelling is voor de

toepassing van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid en de toepassing van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid en de
inkomstenbelasting een periode van werkelijke dienst. inkomstenbelasting een periode van werkelijke dienst.

Art. 9.De periode van de disponibiliteit is, voor de berekening van

Art. 9.De periode van de disponibiliteit is, voor de berekening van

het rust- of overlevingspensioen, een periode van werkelijke dienst en het rust- of overlevingspensioen, een periode van werkelijke dienst en
telt als activiteitsperiode in de graad voor de toepassing van artikel telt als activiteitsperiode in de graad voor de toepassing van artikel
58 van de samengeordende wetten op de militaire pensioenen, evenals 58 van de samengeordende wetten op de militaire pensioenen, evenals
als doorgebrachte tijd in het kader van het varend personeel van de als doorgebrachte tijd in het kader van het varend personeel van de
luchtvaart voor de toepassing van de artikelen 4 en 51 van dezelfde luchtvaart voor de toepassing van de artikelen 4 en 51 van dezelfde
wetten. wetten.
Het rust- of overlevingspensioen wordt berekend op basis van de wedde Het rust- of overlevingspensioen wordt berekend op basis van de wedde
die de betrokken militair zou gekregen hebben indien hij niet in die de betrokken militair zou gekregen hebben indien hij niet in
disponibiliteit was gesteld. disponibiliteit was gesteld.

Art. 10.§ 1. De militair mag gedurende de periode van disponibiliteit

Art. 10.§ 1. De militair mag gedurende de periode van disponibiliteit

een beroepsactiviteit zoals bedoeld in artikel 7, § 4, uitoefenen, een beroepsactiviteit zoals bedoeld in artikel 7, § 4, uitoefenen,
mits voorafgaande toelating van de Minister van Landsverdediging mits voorafgaande toelating van de Minister van Landsverdediging
volgens de aanvraagprocedure die de Koning bepaalt. volgens de aanvraagprocedure die de Koning bepaalt.
§ 2. Indien de militair tijdens de indisponibiliteitsstelling een § 2. Indien de militair tijdens de indisponibiliteitsstelling een
beroepsactiviteit uitoefent zonder voorafgaande toelating van de beroepsactiviteit uitoefent zonder voorafgaande toelating van de
Minister van Landsverdediging, Minister van Landsverdediging,
1° wordt de periode te rekenen vanaf het begin van de 1° wordt de periode te rekenen vanaf het begin van de
indisponibiliteitsstelling niet in aanmerking genomen voor de indisponibiliteitsstelling niet in aanmerking genomen voor de
pensioenberekening; pensioenberekening;
2° wordt de terugbetaling gevorderd van het verschil tussen de wedde, 2° wordt de terugbetaling gevorderd van het verschil tussen de wedde,
die gedurende de in 1° bepaalde periode, ontvangen werd overeenkomstig die gedurende de in 1° bepaalde periode, ontvangen werd overeenkomstig
artikel 7, §§ 1 of 2, en deze die overeenkomstig artikel 7, § 4, had artikel 7, §§ 1 of 2, en deze die overeenkomstig artikel 7, § 4, had
moeten toegekend worden. moeten toegekend worden.
De periode bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, zal naar boven toe De periode bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, zal naar boven toe
afgerond worden in gehele maanden. afgerond worden in gehele maanden.
§ 3. De militair die gedurende de periode van § 3. De militair die gedurende de periode van
indisponibiliteitsstelling een beroepsactiviteit uitoefent, moet indisponibiliteitsstelling een beroepsactiviteit uitoefent, moet
binnen de dertig dagen na de aanvang van deze activiteit zijn binnen de dertig dagen na de aanvang van deze activiteit zijn
werkgever per aangetekend schrijven in kennis stellen van zijn werkgever per aangetekend schrijven in kennis stellen van zijn
toestand van indisponibiliteitsstelling. toestand van indisponibiliteitsstelling.
De werkgever die hem tewerkstelt is ertoe gehouden, uiterlijk de De werkgever die hem tewerkstelt is ertoe gehouden, uiterlijk de
dertigste dag volgend op de datum van verzending van het in het eerste dertigste dag volgend op de datum van verzending van het in het eerste
lid bedoelde schrijven, een verklaring inzake de uitoefening van deze lid bedoelde schrijven, een verklaring inzake de uitoefening van deze
beroepsactiviteit te zenden naar de Minister van Landsverdediging. beroepsactiviteit te zenden naar de Minister van Landsverdediging.
De Minister van Landsverdediging bepaalt de formulieren die dienen te De Minister van Landsverdediging bepaalt de formulieren die dienen te
worden gebruikt voor de verklaringen bedoeld in het eerste en tweede worden gebruikt voor de verklaringen bedoeld in het eerste en tweede
lid. lid.
Bij gebrek aan de in het tweede lid bedoelde verklaring door de Bij gebrek aan de in het tweede lid bedoelde verklaring door de
werkgever binnen de vastgestelde termijn, is deze ertoe gehouden aan werkgever binnen de vastgestelde termijn, is deze ertoe gehouden aan
het departement van Landsverdediging een forfaitaire vergoeding te het departement van Landsverdediging een forfaitaire vergoeding te
betalen waarvan het bedrag gelijk is aan dat bepaald in § 2, 2°. betalen waarvan het bedrag gelijk is aan dat bepaald in § 2, 2°.

Art. 11.§ 1. De militair die voldoet aan de voorwaarden bepaald in

Art. 11.§ 1. De militair die voldoet aan de voorwaarden bepaald in

artikel 2, eerste lid, 2° en 3°, maar die geen verzoek indient tot het artikel 2, eerste lid, 2° en 3°, maar die geen verzoek indient tot het
bekomen van een indisponibiliteitsstelling, kan niet genieten van de bekomen van een indisponibiliteitsstelling, kan niet genieten van de
afzonderlijke afwijkingen bepaald in artikel 19 van de wet van 14 afzonderlijke afwijkingen bepaald in artikel 19 van de wet van 14
januari 1975 houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht. januari 1975 houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht.
Iedere toelating tot het uitoefenen van een beroepsactiviteit, die de Iedere toelating tot het uitoefenen van een beroepsactiviteit, die de
militair bedoeld in het eerste lid vroeger genoot, wordt automatisch militair bedoeld in het eerste lid vroeger genoot, wordt automatisch
ingetrokken op 1 januari 1998. ingetrokken op 1 januari 1998.
§ 2. Het uitoefenen van een beroepsactiviteit door de militair bedoeld § 2. Het uitoefenen van een beroepsactiviteit door de militair bedoeld
in § 1, eerste lid, is een ernstig feit dat onverenigbaar is met zijn in § 1, eerste lid, is een ernstig feit dat onverenigbaar is met zijn
staat van militair zoals bedoeld in artikel 23 van de wet van 1 maart staat van militair zoals bedoeld in artikel 23 van de wet van 1 maart
1958 betreffende het statuut der beroepsofficieren van de land-, de 1958 betreffende het statuut der beroepsofficieren van de land-, de
lucht-, de zeemacht en de medische dienst en der reserveofficieren van lucht-, de zeemacht en de medische dienst en der reserveofficieren van
alle krijgsmachtdelen en van de medische dienst, in artikel 25 van de alle krijgsmachtdelen en van de medische dienst, in artikel 25 van de
wet van 27 december 1961 houdende statuut van de onderofficieren van wet van 27 december 1961 houdende statuut van de onderofficieren van
het actief kader der land-, lucht- en zeemacht en van de medische het actief kader der land-, lucht- en zeemacht en van de medische
dienst, en in artikel 18bis van de wet van 12 juli 1973 houdende dienst, en in artikel 18bis van de wet van 12 juli 1973 houdende
statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de land-, de statuut van de vrijwilligers van het actief kader van de land-, de
lucht- en de zeemacht en van de medische dienst. lucht- en de zeemacht en van de medische dienst.
HOOFDSTUK II. - De verplichte indisponibiliteitsstelling HOOFDSTUK II. - De verplichte indisponibiliteitsstelling

Art. 12.§ 1. Voor de officieren kan de Koning het verplicht stelsel

Art. 12.§ 1. Voor de officieren kan de Koning het verplicht stelsel

van indisponibiliteitsstelling invoeren wanneer Hij op 1 december 1997 van indisponibiliteitsstelling invoeren wanneer Hij op 1 december 1997
vaststelt dat op 1 januari 1999 het aantal officieren niet zal dalen vaststelt dat op 1 januari 1999 het aantal officieren niet zal dalen
onder het aantal van 5100 officieren, rekening houdend met de geraamde onder het aantal van 5100 officieren, rekening houdend met de geraamde
vertrekken. Het besluit dat de maatregel verplichtend stelt vermeldt vertrekken. Het besluit dat de maatregel verplichtend stelt vermeldt
de criteria waarop Hij zich steunt om te verklaren dat aan die de criteria waarop Hij zich steunt om te verklaren dat aan die
voorwaarde niet voldaan is. voorwaarde niet voldaan is.
Deze verplichte maatregel kan vanaf 1 januari 1998 toepasselijk worden Deze verplichte maatregel kan vanaf 1 januari 1998 toepasselijk worden
op een doelgroep die Hij bepaalt en die kan samengesteld worden uit de op een doelgroep die Hij bepaalt en die kan samengesteld worden uit de
officieren in werkelijke dienst zoals bepaald in artikel 2, eerste officieren in werkelijke dienst zoals bepaald in artikel 2, eerste
lid, 2°, van deze wet en behorend tot de volgende categorieën : lid, 2°, van deze wet en behorend tot de volgende categorieën :
1° de luitenant-generaals die minder dan drie jaar van de 1° de luitenant-generaals die minder dan drie jaar van de
leeftijdsgrens verwijderd zijn; leeftijdsgrens verwijderd zijn;
2° de generaal-majoors en de hoofdofficieren die minder dan vijf jaar 2° de generaal-majoors en de hoofdofficieren die minder dan vijf jaar
van de leeftijdsgrens verwijderd zijn en niet meer willen of kunnen van de leeftijdsgrens verwijderd zijn en niet meer willen of kunnen
deelnemen aan de bevordering; deelnemen aan de bevordering;
3° de lagere officieren die minder dan één jaar van de leeftijdsgrens 3° de lagere officieren die minder dan één jaar van de leeftijdsgrens
verwijderd zijn en niet meer willen of kunnen deelnemen aan de verwijderd zijn en niet meer willen of kunnen deelnemen aan de
bevordering. bevordering.
§ 2. Voor de toepassing van § 1, tweede lid, 2°, wordt de kolonel die § 2. Voor de toepassing van § 1, tweede lid, 2°, wordt de kolonel die
op het ogenblik van de inwerkingtreding van het besluit bedoeld in § 1 op het ogenblik van de inwerkingtreding van het besluit bedoeld in § 1
niet voldoet aan de voorwaarde bepaald in artikel 6bis van de wet van niet voldoet aan de voorwaarde bepaald in artikel 6bis van de wet van
30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger, en wiens 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger, en wiens
kandidatuur minstens eenmaal had kunnen onderzocht worden door een kandidatuur minstens eenmaal had kunnen onderzocht worden door een
hoog bevorderingscomité mocht hij in het bezit geweest zijn van het hoog bevorderingscomité mocht hij in het bezit geweest zijn van het
brevet van de grondige kennis van de tweede landstaal, beschouwd als brevet van de grondige kennis van de tweede landstaal, beschouwd als
niet meer deelnemend aan de bevordering. niet meer deelnemend aan de bevordering.

Art. 13.§ 1. De verplichte indisponibiliteitsstelling vangt ten

Art. 13.§ 1. De verplichte indisponibiliteitsstelling vangt ten

laatste aan drie maanden na de publicatie van het besluit bedoeld in laatste aan drie maanden na de publicatie van het besluit bedoeld in
artikel 12, § 1, voor de militair die, op die datum, voldoet aan de artikel 12, § 1, voor de militair die, op die datum, voldoet aan de
voorwaarden bepaald in artikel 12, § 1, 2e lid. Er wordt steeds een voorwaarden bepaald in artikel 12, § 1, 2e lid. Er wordt steeds een
verwittigingstermijn van drie maanden geëerbiedigd. verwittigingstermijn van drie maanden geëerbiedigd.
Voor de militair die op de datum bedoeld in het eerste lid nog niet Voor de militair die op de datum bedoeld in het eerste lid nog niet
voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 12, § 1, 2e lid, vangt voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 12, § 1, 2e lid, vangt
de verplichte indisponibiliteitsstelling aan op de datum waarop hij de verplichte indisponibiliteitsstelling aan op de datum waarop hij
voldoet aan deze voorwaarden. voldoet aan deze voorwaarden.
De militair bedoeld in het eerste en 2e lid kan geen uitstel op De militair bedoeld in het eerste en 2e lid kan geen uitstel op
aanvraag bekomen van de datum van indisponibiliteitsstelling. aanvraag bekomen van de datum van indisponibiliteitsstelling.
§ 2. In afwijking van § 1, kan de aanvangsdatum van de § 2. In afwijking van § 1, kan de aanvangsdatum van de
indisponibiliteitsstelling die eerder al aanvaard werd op basis van indisponibiliteitsstelling die eerder al aanvaard werd op basis van
een vrijwillige aanvraag, niet meer in vraag gesteld worden door de een vrijwillige aanvraag, niet meer in vraag gesteld worden door de
inwerkingtreding van de verplichte maatregel. inwerkingtreding van de verplichte maatregel.

Art. 14.De artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 van deze wet zijn van

Art. 14.De artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 van deze wet zijn van

toepassing op de militair die in disponibiliteit gesteld wordt toepassing op de militair die in disponibiliteit gesteld wordt
overeenkomstig artikel 12. overeenkomstig artikel 12.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 15.De indisponibiliteitsstelling mag toegestaan worden van 1

Art. 15.De indisponibiliteitsstelling mag toegestaan worden van 1

oktober 1997 : oktober 1997 :
1° tot en met 1 januari 2000 voor de officieren; 1° tot en met 1 januari 2000 voor de officieren;
2° tot en met 1 oktober 2000 voor de militairen die behoren tot het 2° tot en met 1 oktober 2000 voor de militairen die behoren tot het
kader der militaire specialisten; kader der militaire specialisten;
3° tot en met 1 januari 2001 voor de onderofficieren. 3° tot en met 1 januari 2001 voor de onderofficieren.

Art. 16.De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de

Art. 16.De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de

perioden bedoeld in artikel 15 per categorie van begunstigden perioden bedoeld in artikel 15 per categorie van begunstigden
verlengen, afhandelijk van de evolutie van de vertrekken. verlengen, afhandelijk van de evolutie van de vertrekken.
De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, deze al dan De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, deze al dan
niet verlengde perioden inkorten voor de officieren, wanneer de niet verlengde perioden inkorten voor de officieren, wanneer de
personeelsenveloppe zich stabiliseert op 5 000 officieren in personeelsenveloppe zich stabiliseert op 5 000 officieren in
werkelijke dienst en voor de onderofficieren, wanneer de werkelijke dienst en voor de onderofficieren, wanneer de
personeelsenveloppe zich stabiliseert op 15 000 onderofficieren in personeelsenveloppe zich stabiliseert op 15 000 onderofficieren in
werkelijke dienst, afhandelijk van de evolutie van de vertrekken en werkelijke dienst, afhandelijk van de evolutie van de vertrekken en
van de aanwervingen. van de aanwervingen.

Art. 17.In de Franse tekst van de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 55, 70,

Art. 17.In de Franse tekst van de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 55, 70,

71, 72, 73 en 77 van de samengeordende wetten op de militaire 71, 72, 73 en 77 van de samengeordende wetten op de militaire
pensioenen, worden de woorden « service effectif » vervangen door de pensioenen, worden de woorden « service effectif » vervangen door de
woorden « service actif ». woorden « service actif ».

Art. 18.Het koninklijk besluit van 24 juli 1997 betreffende het in

Art. 18.Het koninklijk besluit van 24 juli 1997 betreffende het in

disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader
van de krijgsmacht, met toepassing van artikel 3, § 1, 1°, van de wet van de krijgsmacht, met toepassing van artikel 3, § 1, 1°, van de wet
van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire
voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en
Monetaire unie, wordt opgeheven. Monetaire unie, wordt opgeheven.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 25 mei 2000. Gegeven te Brussel, 25 mei 2000.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging, De Minister van Landsverdediging,
FLAHAUT A. FLAHAUT A.
De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen, De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
Met 's Lands zegel gezegeld : Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN M. VERWILGHEN
_______ _______
Nota Nota
(1) Zitting 1999-2000. (1) Zitting 1999-2000.
Kamer van volksvertegenwoordigers : Kamer van volksvertegenwoordigers :
Parlementaire bescheiden. Parlementaire bescheiden.
Ontwerp van wet, nr. 375/1. Ontwerp van wet, nr. 375/1.
Amendementen, nr. 375/2. Amendementen, nr. 375/2.
Verslag, nr; 375/3. Verslag, nr; 375/3.
Bespreking en aanneming : Bespreking en aanneming :
Vergadering van 17 mei 2000. Vergadering van 17 mei 2000.
^