Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Wet van 17/02/2021
← Terug naar "Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks op de effectenrekeningen "
Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks op de effectenrekeningen Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks op de effectenrekeningen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
17 FEBRUARI 2021. - Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks 17 FEBRUARI 2021. - Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks
op de effectenrekeningen (1) op de effectenrekeningen (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij
bekrachtigen, hetgeen volgt : bekrachtigen, hetgeen volgt :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

74 van de Grondwet. 74 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen

Art. 2.In boek II van het Wetboek diverse rechten en taksen, wordt

Art. 2.In boek II van het Wetboek diverse rechten en taksen, wordt

titel X, opgeheven bij de wet van 25 april 2014, hersteld als volgt: titel X, opgeheven bij de wet van 25 april 2014, hersteld als volgt:
"Titel X - Jaarlijkse taks op de effectenrekeningen", die de artikelen "Titel X - Jaarlijkse taks op de effectenrekeningen", die de artikelen
201/3 tot 201/9/5 bevat. 201/3 tot 201/9/5 bevat.

Art. 3.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

Art. 3.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

artikel 2, wordt een artikel 201/3 ingevoegd, luidende: artikel 2, wordt een artikel 201/3 ingevoegd, luidende:
"

Art. 201/3.Voor de toepassing van deze titel, wordt verstaan onder:

"

Art. 201/3.Voor de toepassing van deze titel, wordt verstaan onder:

1° inwoners: 1° inwoners:
a) de in artikel 2, § 1, 1°, van het Wetboek van de a) de in artikel 2, § 1, 1°, van het Wetboek van de
Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde rijksinwoners; Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde rijksinwoners;
b) de in artikel 2, § 1, 5°, b, van het Wetboek van de b) de in artikel 2, § 1, 5°, b, van het Wetboek van de
Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde vennootschappen; Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde vennootschappen;
c) de in artikel 220 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 c) de in artikel 220 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992
bedoelde rechtspersonen; bedoelde rechtspersonen;
2° niet-inwoners: de in artikel 227 van het Wetboek van de 2° niet-inwoners: de in artikel 227 van het Wetboek van de
Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde belastingplichtigen; Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde belastingplichtigen;
3° effectenrekening: een rekening waarop financiële instrumenten mogen 3° effectenrekening: een rekening waarop financiële instrumenten mogen
worden gecrediteerd of gedebiteerd, ongeacht of deze effectenrekening worden gecrediteerd of gedebiteerd, ongeacht of deze effectenrekening
wordt aangehouden in onverdeelde eigendom, of in gesplitste eigendom, wordt aangehouden in onverdeelde eigendom, of in gesplitste eigendom,
en die: en die:
a) wat de inwoners betreft, wordt aangehouden bij een tussenpersoon, a) wat de inwoners betreft, wordt aangehouden bij een tussenpersoon,
ongeacht waar de tussenpersoon opgericht of gevestigd is; ongeacht waar de tussenpersoon opgericht of gevestigd is;
b) wat de niet-inwoners betreft, wordt aangehouden bij een Belgische b) wat de niet-inwoners betreft, wordt aangehouden bij een Belgische
tussenpersoon, uitgezonderd het onder c) bedoelde geval; tussenpersoon, uitgezonderd het onder c) bedoelde geval;
c) wat de in artikel 229 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen c) wat de in artikel 229 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
1992 bedoelde Belgische inrichtingen van niet-inwoners betreft, deel 1992 bedoelde Belgische inrichtingen van niet-inwoners betreft, deel
uitmaakt van het bedrijfsvermogen van die inrichting en aangehouden uitmaakt van het bedrijfsvermogen van die inrichting en aangehouden
wordt bij een tussenpersoon, ongeacht waar de tussenpersoon opgericht wordt bij een tussenpersoon, ongeacht waar de tussenpersoon opgericht
of gevestigd is; of gevestigd is;
4° belastbare financiële instrumenten: alle financiële instrumenten, 4° belastbare financiële instrumenten: alle financiële instrumenten,
zoals onder meer die bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 zoals onder meer die bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2
augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de
financiële diensten, en geldmiddelen, die worden aangehouden op een financiële diensten, en geldmiddelen, die worden aangehouden op een
effectenrekening; effectenrekening;
5° referentieperiode: een periode van twaalf opeenvolgende maanden die 5° referentieperiode: een periode van twaalf opeenvolgende maanden die
aanvangt op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgende aanvangt op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgende
jaar, of, in voorkomend geval, op het moment: jaar, of, in voorkomend geval, op het moment:
a) dat de effectenrekening wordt afgesloten; of a) dat de effectenrekening wordt afgesloten; of
b) waarop de enige of laatste titularis inwoner wordt van een Staat b) waarop de enige of laatste titularis inwoner wordt van een Staat
waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten en waarbij waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten en waarbij
dat verdrag tot gevolg heeft dat de heffingsbevoegdheid voor het dat verdrag tot gevolg heeft dat de heffingsbevoegdheid voor het
vermogen op de effectenrekening toekomt aan de andere Staat; vermogen op de effectenrekening toekomt aan de andere Staat;
c) waarop de effectenrekening niet langer deel uitmaakt van het c) waarop de effectenrekening niet langer deel uitmaakt van het
bedrijfsvermogen van een in artikel 229 van het Wetboek van de bedrijfsvermogen van een in artikel 229 van het Wetboek van de
Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichting van een Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichting van een
niet-inwoner, indien dit ertoe leidt dat België ten gevolge van een niet-inwoner, indien dit ertoe leidt dat België ten gevolge van een
dubbelbelastingverdrag niet langer bevoegd is om het vermogen op de dubbelbelastingverdrag niet langer bevoegd is om het vermogen op de
effectenrekening te belasten; effectenrekening te belasten;
d) waarop de rekening niet langer voldoet aan de definitie bedoeld in d) waarop de rekening niet langer voldoet aan de definitie bedoeld in
de bepaling onder 3° ; de bepaling onder 3° ;
6° tussenpersoon: de Nationale Bank van België, de Europese Centrale 6° tussenpersoon: de Nationale Bank van België, de Europese Centrale
Bank en de buitenlandse centrale banken die soortgelijke functies Bank en de buitenlandse centrale banken die soortgelijke functies
uitoefenen, een centrale effectenbewaarinstelling bedoeld in artikel uitoefenen, een centrale effectenbewaarinstelling bedoeld in artikel
198/1, § 6, 12°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, een 198/1, § 6, 12°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, een
kredietinstelling of een beursvennootschap bedoeld in artikel 1, § 3, kredietinstelling of een beursvennootschap bedoeld in artikel 1, § 3,
van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen en beursvennootschappen, en de kredietinstellingen en beursvennootschappen, en de
beleggingsondernemingen bedoeld in artikel 3, § 1, van de wet van 25 beleggingsondernemingen bedoeld in artikel 3, § 1, van de wet van 25
oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf
en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, die krachtens nationaal voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, die krachtens nationaal
recht toegelaten worden om financiële instrumenten voor rekening van recht toegelaten worden om financiële instrumenten voor rekening van
de klanten aan te houden; de klanten aan te houden;
7° Belgische tussenpersoon: een tussenpersoon die opgericht is naar 7° Belgische tussenpersoon: een tussenpersoon die opgericht is naar
Belgisch recht evenals een tussenpersoon die gevestigd is in België. Belgisch recht evenals een tussenpersoon die gevestigd is in België.
De niet in België gevestigde tussenpersonen die een vertegenwoordiger De niet in België gevestigde tussenpersonen die een vertegenwoordiger
hebben aangesteld bedoeld in artikel 201/9/1, worden voor de hebben aangesteld bedoeld in artikel 201/9/1, worden voor de
toepassing van deze titel gelijkgesteld met een Belgische toepassing van deze titel gelijkgesteld met een Belgische
tussenpersoon; tussenpersoon;
8° titularis: de houder(s) van de effectenrekening, met inbegrip van 8° titularis: de houder(s) van de effectenrekening, met inbegrip van
de oprichter(s) van juridische constructies, dochterconstructies, de oprichter(s) van juridische constructies, dochterconstructies,
moederconstructies en ketenconstructies in het kader waarvan de moederconstructies en ketenconstructies in het kader waarvan de
rekening wordt aangehouden; rekening wordt aangehouden;
9° oprichter: de persoon die als oprichter van een juridische 9° oprichter: de persoon die als oprichter van een juridische
constructie wordt beschouwd in toepassing van artikel 2, § 1, 14°, van constructie wordt beschouwd in toepassing van artikel 2, § 1, 14°, van
het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992; het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;
10° juridische constructie, dochterconstructie, moederconstructie en 10° juridische constructie, dochterconstructie, moederconstructie en
ketenconstructie: de constructies, waar ook gevestigd, die als ketenconstructie: de constructies, waar ook gevestigd, die als
juridische constructie, dochterconstructie, moederconstructie en juridische constructie, dochterconstructie, moederconstructie en
ketenconstructie worden beschouwd in toepassing van respectievelijk ketenconstructie worden beschouwd in toepassing van respectievelijk
artikel 2, § 1, 13°, 13° /2, 13° /3 en 13° /4, van het Wetboek van de artikel 2, § 1, 13°, 13° /2, 13° /3 en 13° /4, van het Wetboek van de
Inkomstenbelastingen 1992; Inkomstenbelastingen 1992;
11° belastingschuldige: naargelang het geval, de Belgische 11° belastingschuldige: naargelang het geval, de Belgische
tussenpersoon, de aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in artikel tussenpersoon, de aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in artikel
201/9/1 of de titularis.". 201/9/1 of de titularis.".

Art. 4.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

Art. 4.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

artikel 2, wordt een artikel 201/4 ingevoegd, luidende: artikel 2, wordt een artikel 201/4 ingevoegd, luidende:
"

Art. 201/4.Er wordt een jaarlijkse taks geheven op de

"

Art. 201/4.Er wordt een jaarlijkse taks geheven op de

effectenrekeningen. effectenrekeningen.
De belastbare grondslag is de gemiddelde waarde van de belastbare De belastbare grondslag is de gemiddelde waarde van de belastbare
financiële instrumenten tijdens de referentieperiode. financiële instrumenten tijdens de referentieperiode.
De taks is slechts verschuldigd indien deze gemiddelde waarde meer De taks is slechts verschuldigd indien deze gemiddelde waarde meer
bedraagt dan 1 000 000 euro. bedraagt dan 1 000 000 euro.
De taks is niet verschuldigd wat betreft de effectenrekeningen die, De taks is niet verschuldigd wat betreft de effectenrekeningen die,
zonder dat een derde, andere dan een in dit lid geviseerde instelling, zonder dat een derde, andere dan een in dit lid geviseerde instelling,
vennootschap of entiteit, over enig rechtstreeks of onrechtstreeks vennootschap of entiteit, over enig rechtstreeks of onrechtstreeks
vorderingsrecht beschikt verbonden aan de waarde van de aangehouden vorderingsrecht beschikt verbonden aan de waarde van de aangehouden
effectenrekening, worden aangehouden door: effectenrekening, worden aangehouden door:
1° de Nationale Bank van België, de Europese Centrale Bank en de 1° de Nationale Bank van België, de Europese Centrale Bank en de
buitenlandse centrale banken die soortgelijke functies uitoefenen, en buitenlandse centrale banken die soortgelijke functies uitoefenen, en
de in artikel 198/1, § 6, 1° tot en met 12°, van het Wetboek van de de in artikel 198/1, § 6, 1° tot en met 12°, van het Wetboek van de
Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde financiële instellingen; Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde financiële instellingen;
2° een beursvennootschap bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 2° een beursvennootschap bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25
april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
en beursvennootschappen; en beursvennootschappen;
3° in artikel 2, § 1, 13° /1, eerste lid, a tot c, van het Wetboek van 3° in artikel 2, § 1, 13° /1, eerste lid, a tot c, van het Wetboek van
de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde instellingen en entiteiten, met de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde instellingen en entiteiten, met
uitsluiting van de in artikel 2, § 1, 13° /1, tweede en derde lid, van uitsluiting van de in artikel 2, § 1, 13° /1, tweede en derde lid, van
hetzelfde Wetboek bedoelde instellingen, entiteiten en compartimenten. hetzelfde Wetboek bedoelde instellingen, entiteiten en compartimenten.
De taks is eveneens niet verschuldigd wat betreft de De taks is eveneens niet verschuldigd wat betreft de
effectenrekeningen die: effectenrekeningen die:
1° rechtstreeks of onrechtstreeks, en uitsluitend voor eigen rekening, 1° rechtstreeks of onrechtstreeks, en uitsluitend voor eigen rekening,
worden aangehouden door niet-inwoners die deze effectenrekeningen niet worden aangehouden door niet-inwoners die deze effectenrekeningen niet
aanwenden binnen een in artikel 229 van het Wetboek van de aanwenden binnen een in artikel 229 van het Wetboek van de
Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichting waarover zij Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichting waarover zij
beschikken, bij een centrale effectenbewaarinstelling bedoeld in beschikken, bij een centrale effectenbewaarinstelling bedoeld in
artikel 198/1, § 6, 12°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen artikel 198/1, § 6, 12°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
1992, of bij een depositobank vergund door de Nationale Bank van 1992, of bij een depositobank vergund door de Nationale Bank van
België in toepassing van artikel 36/26/1, § 6, van de wet van 22 België in toepassing van artikel 36/26/1, § 6, van de wet van 22
februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de
Nationale Bank van België; Nationale Bank van België;
2° voor rekening van derden worden aangehouden door de tussenpersonen, 2° voor rekening van derden worden aangehouden door de tussenpersonen,
als dekking voor financiële instrumenten die zijn ingeschreven op als dekking voor financiële instrumenten die zijn ingeschreven op
effectenrekeningen in hun boeken of als dekking voor rechten gehouden effectenrekeningen in hun boeken of als dekking voor rechten gehouden
door een instelling, vennootschap of entiteit bedoeld in het vierde door een instelling, vennootschap of entiteit bedoeld in het vierde
lid, bij een andere tussenpersoon of bij een centrale lid, bij een andere tussenpersoon of bij een centrale
effectenbewaarinstelling bedoeld in artikel 2, eerste lid, punt 1, van effectenbewaarinstelling bedoeld in artikel 2, eerste lid, punt 1, van
de Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad de Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad
van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling
in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen
en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening
(EU) nr. 236/2012. (EU) nr. 236/2012.
Voor de toepassing van dit artikel zijn niet tegenstelbaar aan de Voor de toepassing van dit artikel zijn niet tegenstelbaar aan de
belastingadministratie, de verrichtingen gesteld vanaf 30 oktober 2020 belastingadministratie, de verrichtingen gesteld vanaf 30 oktober 2020
die bestaan in: die bestaan in:
1° het splitsen van een effectenrekening in meerdere 1° het splitsen van een effectenrekening in meerdere
effectenrekeningen aangehouden bij dezelfde tussenpersoon; effectenrekeningen aangehouden bij dezelfde tussenpersoon;
2° de omzetting van belastbare financiële instrumenten, aangehouden op 2° de omzetting van belastbare financiële instrumenten, aangehouden op
een effectenrekening, naar financiële instrumenten op naam.". een effectenrekening, naar financiële instrumenten op naam.".

Art. 5.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

Art. 5.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

artikel 2, wordt een artikel 201/5 ingevoegd, luidende: artikel 2, wordt een artikel 201/5 ingevoegd, luidende:
"

Art. 201/5.Tijdens de referentieperiode zijn de

"

Art. 201/5.Tijdens de referentieperiode zijn de

referentietijdstippen 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september. referentietijdstippen 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september.
De belastbare grondslag is de som van de waarden van de belastbare De belastbare grondslag is de som van de waarden van de belastbare
financiële instrumenten op de referentietijdstippen, gedeeld door het financiële instrumenten op de referentietijdstippen, gedeeld door het
aantal van die tijdstippen. aantal van die tijdstippen.
In geval van de opening of de sluiting van een effectenrekening In geval van de opening of de sluiting van een effectenrekening
gedurende de referentieperiode worden de referentietijdstippen bedoeld gedurende de referentieperiode worden de referentietijdstippen bedoeld
in het eerste lid waarop de rekening bestond in aanmerking genomen in het eerste lid waarop de rekening bestond in aanmerking genomen
voor de berekening van de belastbare grondslag.". voor de berekening van de belastbare grondslag.".

Art. 6.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

Art. 6.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

artikel 2, wordt een artikel 201/6, ingevoegd, luidende: artikel 2, wordt een artikel 201/6, ingevoegd, luidende:
"

Art. 201/6.Het tarief van de taks bedraagt 0,15 pct.

"

Art. 201/6.Het tarief van de taks bedraagt 0,15 pct.

Het bedrag van de taks wordt beperkt tot 10 % van het verschil tussen Het bedrag van de taks wordt beperkt tot 10 % van het verschil tussen
de belastbare grondslag en het in artikel 201/4, derde lid, bedoelde de belastbare grondslag en het in artikel 201/4, derde lid, bedoelde
drempelbedrag.". drempelbedrag.".

Art. 7.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

Art. 7.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

artikel 2, wordt een artikel 201/7, ingevoegd, luidende: artikel 2, wordt een artikel 201/7, ingevoegd, luidende:
"

Art. 201/7.Uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op het

"

Art. 201/7.Uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op het

einde van de referentieperiode leveren de Belgische tussenpersonen aan einde van de referentieperiode leveren de Belgische tussenpersonen aan
de titularissen een overzicht af dat de volgende gegevens bevat: de titularissen een overzicht af dat de volgende gegevens bevat:
1° het rekeningnummer van de effectenrekening; 1° het rekeningnummer van de effectenrekening;
2° de identiteit van de titularis(sen), bevattende de naam, eerste 2° de identiteit van de titularis(sen), bevattende de naam, eerste
voornaam en woonplaats, of het ondernemingsnummer, de naam en het voornaam en woonplaats, of het ondernemingsnummer, de naam en het
adres van de zetel; adres van de zetel;
3° de elementen voor de berekening van de belastbare grondslag; 3° de elementen voor de berekening van de belastbare grondslag;
4° de vermelding van de referentieperiode.". 4° de vermelding van de referentieperiode.".

Art. 8.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

Art. 8.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

artikel 2, wordt een artikel 201/8 ingevoegd, luidende: artikel 2, wordt een artikel 201/8 ingevoegd, luidende:
"

Art. 201/8.De taks is verschuldigd op de eerste dag die volgt op het

"

Art. 201/8.De taks is verschuldigd op de eerste dag die volgt op het

einde van de referentieperiode.". einde van de referentieperiode.".

Art. 9.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

Art. 9.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

artikel 2, wordt een artikel 201/9, ingevoegd, luidende: artikel 2, wordt een artikel 201/9, ingevoegd, luidende:
"

Art. 201/9.§ 1. De Belgische tussenpersoon gaat over tot inhouding,

"

Art. 201/9.§ 1. De Belgische tussenpersoon gaat over tot inhouding,

aangifte en betaling van de taks. aangifte en betaling van de taks.
§ 2. In alle andere gevallen gaat de titularis zelf over tot aangifte § 2. In alle andere gevallen gaat de titularis zelf over tot aangifte
en betaling van de taks, tenzij hij kan bewijzen dat de taks reeds en betaling van de taks, tenzij hij kan bewijzen dat de taks reeds
aangegeven en betaald werd door een al dan niet in België opgerichte aangegeven en betaald werd door een al dan niet in België opgerichte
of gevestigde tussenpersoon. of gevestigde tussenpersoon.
§ 3. Indien een effectenrekening wordt aangehouden door meerdere § 3. Indien een effectenrekening wordt aangehouden door meerdere
titularissen, kan elke titularis de aangifte indienen voor alle titularissen, kan elke titularis de aangifte indienen voor alle
titularissen. titularissen.
Elke titularis is hoofdelijk gehouden tot de betaling van de taks, de Elke titularis is hoofdelijk gehouden tot de betaling van de taks, de
boetes en de interesten.". boetes en de interesten.".

Art. 10.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij

Art. 10.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij

artikel 2, wordt een artikel 201/9/1 ingevoegd, luidende: artikel 2, wordt een artikel 201/9/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 201/9/1. De niet in België gevestigde of opgerichte "Art. 201/9/1. De niet in België gevestigde of opgerichte
tussenpersonen kunnen, wanneer zij een aan de taks onderworpen tussenpersonen kunnen, wanneer zij een aan de taks onderworpen
rekening beheren, door of vanwege de minister van Financiën een in rekening beheren, door of vanwege de minister van Financiën een in
België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen. België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen.
Deze vertegenwoordiger verbindt zich hoofdelijk tegenover de Belgische Deze vertegenwoordiger verbindt zich hoofdelijk tegenover de Belgische
Staat tot de aangifte en de betaling van de taks, alsook tot de Staat tot de aangifte en de betaling van de taks, alsook tot de
uitvoering van alle verplichtingen waartoe de tussenpersoon krachtens uitvoering van alle verplichtingen waartoe de tussenpersoon krachtens
deze titel is gehouden. deze titel is gehouden.
In geval van overlijden van de aansprakelijke vertegenwoordiger, van In geval van overlijden van de aansprakelijke vertegenwoordiger, van
intrekking van zijn erkenning of van een gebeurtenis die het hem intrekking van zijn erkenning of van een gebeurtenis die het hem
onmogelijk maakt om als vertegenwoordiger op te treden, wordt binnen onmogelijk maakt om als vertegenwoordiger op te treden, wordt binnen
een maand in zijn vervanging voorzien. een maand in zijn vervanging voorzien.
De Koning bepaalt de voorwaarden en nadere regels van erkenning van de De Koning bepaalt de voorwaarden en nadere regels van erkenning van de
aansprakelijke vertegenwoordiger.". aansprakelijke vertegenwoordiger.".

Art. 11.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij

Art. 11.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij

artikel 2, wordt een artikel 201/9/2 ingevoegd, luidende: artikel 2, wordt een artikel 201/9/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 201/9/2. § 1. De Belgische tussenpersonen dienen een aangifte in "Art. 201/9/2. § 1. De Belgische tussenpersonen dienen een aangifte in
bij het bevoegde kantoor, uiterlijk op de twintigste dag van de derde bij het bevoegde kantoor, uiterlijk op de twintigste dag van de derde
maand die volgt op het einde van de referentieperiode. maand die volgt op het einde van de referentieperiode.
De taks wordt betaald op de in het eerste lid bedoelde dag. De taks wordt betaald op de in het eerste lid bedoelde dag.
De Koning bepaalt de nadere regels van de aangifte. De Koning bepaalt de nadere regels van de aangifte.
§ 2. Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige § 2. Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige
aangifte, alsook de niet-betaling of laattijdige betaling, worden aangifte, alsook de niet-betaling of laattijdige betaling, worden
bestraft met een boete die wordt vastgelegd naar gelang van de aard en bestraft met een boete die wordt vastgelegd naar gelang van de aard en
de ernst van de overtreding, volgens een door de Koning vastgelegde de ernst van de overtreding, volgens een door de Koning vastgelegde
schaal die gaat van 10 pct. tot 200 pct. van de verschuldigde taks. schaal die gaat van 10 pct. tot 200 pct. van de verschuldigde taks.
Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd. Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd.
§ 3. Wanneer de taks niet binnen de in paragraaf 1 vastgestelde § 3. Wanneer de taks niet binnen de in paragraaf 1 vastgestelde
termijn is betaald, is de interest van rechtswege verschuldigd met termijn is betaald, is de interest van rechtswege verschuldigd met
ingang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.". ingang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.".

Art. 12.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij

Art. 12.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij

artikel 2, wordt een artikel 201/9/3 ingevoegd, luidende: artikel 2, wordt een artikel 201/9/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 201/9/3. § 1. In de in artikel 201/9, § 2, bedoelde gevallen "Art. 201/9/3. § 1. In de in artikel 201/9, § 2, bedoelde gevallen
dient de titularis zelf een elektronische aangifte in. dient de titularis zelf een elektronische aangifte in.
De indieningstermijn van deze aangifte is dezelfde als die geldende De indieningstermijn van deze aangifte is dezelfde als die geldende
voor de indiening van de aangifte in de personenbelasting, door een voor de indiening van de aangifte in de personenbelasting, door een
belastingplichtige zelf, via MyMinfin. belastingplichtige zelf, via MyMinfin.
De taks wordt uiterlijk op 31 augustus van het jaar volgend op het De taks wordt uiterlijk op 31 augustus van het jaar volgend op het
einde van de referentieperiode, betaald. einde van de referentieperiode, betaald.
De Koning bepaalt de nadere regels van de aangifte. De Koning bepaalt de nadere regels van de aangifte.
§ 2. Een elektronisch aangifteformulier wordt door de Federale § 2. Een elektronisch aangifteformulier wordt door de Federale
Overheidsdienst Financiën ter beschikking gesteld. Het ingediende Overheidsdienst Financiën ter beschikking gesteld. Het ingediende
formulier wordt gelijkgesteld met een nauwkeurig gewaarmerkte, formulier wordt gelijkgesteld met een nauwkeurig gewaarmerkte,
gedagtekende en ondertekende aangifte. gedagtekende en ondertekende aangifte.
In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, is de titularis vrijgesteld In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, is de titularis vrijgesteld
van de verplichting een aangifte in te dienen langs elektronische weg van de verplichting een aangifte in te dienen langs elektronische weg
in de door de Koning bepaalde gevallen of zolang zij of in voorkomend in de door de Koning bepaalde gevallen of zolang zij of in voorkomend
geval de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangifte in te dienen, geval de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangifte in te dienen,
niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze
verplichting te voldoen. In dit geval moet de indiening van de verplichting te voldoen. In dit geval moet de indiening van de
aangifte op papier geschieden bij het bevoegde kantoor. aangifte op papier geschieden bij het bevoegde kantoor.
De aangiften bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, alsook de hierbij De aangiften bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, alsook de hierbij
gevoegde documenten en verantwoordingsstukken, die door de gevoegde documenten en verantwoordingsstukken, die door de
administratie belast met de vestiging of de inning en invordering van administratie belast met de vestiging of de inning en invordering van
de taksen gevestigd door Boek II, fotografisch, optisch, elektronisch de taksen gevestigd door Boek II, fotografisch, optisch, elektronisch
of volgens elke andere informatica- of telegeleidingstechniek worden of volgens elke andere informatica- of telegeleidingstechniek worden
geregistreerd, bewaard of weergegeven, evenals hun weergave op een geregistreerd, bewaard of weergegeven, evenals hun weergave op een
leesbare drager, hebben bewijskracht voor de toepassing van de leesbare drager, hebben bewijskracht voor de toepassing van de
bepalingen van het Wetboek diverse rechten en taksen en van de bepalingen van het Wetboek diverse rechten en taksen en van de
uitvoeringsbesluiten ervan. uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 3. Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige § 3. Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige
aangifte, alsook de laattijdige betaling of niet-betaling, worden aangifte, alsook de laattijdige betaling of niet-betaling, worden
bestraft met een boete die wordt vastgelegd naar gelang van de aard en bestraft met een boete die wordt vastgelegd naar gelang van de aard en
de ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de trappen de ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de trappen
door de Koning worden vastgesteld en gaande van 10 pct. tot 200 pct. door de Koning worden vastgesteld en gaande van 10 pct. tot 200 pct.
van de verschuldigde taks. van de verschuldigde taks.
Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd. Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd.
§ 4. Wanneer de taks niet binnen de in paragraaf 1 vastgestelde § 4. Wanneer de taks niet binnen de in paragraaf 1 vastgestelde
termijn is betaald, is de interest van rechtswege verschuldigd met termijn is betaald, is de interest van rechtswege verschuldigd met
ingang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.". ingang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.".

Art. 13.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij

Art. 13.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij

artikel 2, wordt een artikel 201/9/4 ingevoegd, luidende: artikel 2, wordt een artikel 201/9/4 ingevoegd, luidende:
"Art. 201/9/4. In geval van betaling van een bedrag hoger dan het "Art. 201/9/4. In geval van betaling van een bedrag hoger dan het
verschuldigde bedrag wordt het teveel betaalde teruggegeven. verschuldigde bedrag wordt het teveel betaalde teruggegeven.
De Koning bepaalt de nadere regels voor de vraag tot teruggave. De Koning bepaalt de nadere regels voor de vraag tot teruggave.
In geval van teruggave, is de moratoire interest op het terug te geven In geval van teruggave, is de moratoire interest op het terug te geven
bedrag van rechtswege verschuldigd, te rekenen van de eerste dag van bedrag van rechtswege verschuldigd, te rekenen van de eerste dag van
de vierde maand die volgt op de maand tijdens dewelke de aanvraag tot de vierde maand die volgt op de maand tijdens dewelke de aanvraag tot
teruggave is ingediend voor zover het bevoegde kantoor reeds heeft teruggave is ingediend voor zover het bevoegde kantoor reeds heeft
bevestigd dat het dossier volledig is. Die interest wordt berekend per bevestigd dat het dossier volledig is. Die interest wordt berekend per
kalendermaand op het bedrag van elke betaling afgerond op het hoger kalendermaand op het bedrag van elke betaling afgerond op het hoger
veelvoud van 10 euro. De maand waarin de betaling wordt uitgevoerd, veelvoud van 10 euro. De maand waarin de betaling wordt uitgevoerd,
wordt niet meegerekend. wordt niet meegerekend.
In geval van een eindbeslissing in een geschillenbeslechtingsprocedure In geval van een eindbeslissing in een geschillenbeslechtingsprocedure
bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van de wet van 2 mei 2019 bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van de wet van 2 mei 2019
tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10
oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van
belastinggeschillen in de Europese Unie, ontstaat in voorkomend geval belastinggeschillen in de Europese Unie, ontstaat in voorkomend geval
een recht op teruggave op de dag van de verzaking van het recht om een recht op teruggave op de dag van de verzaking van het recht om
enig rechtsmiddel aan te wenden, behalve in het geval bepaald in enig rechtsmiddel aan te wenden, behalve in het geval bepaald in
artikel 15, § 4, derde lid, van de voormelde wet. artikel 15, § 4, derde lid, van de voormelde wet.
De Koning bepaalt de wijze en de voorwaarden van teruggave, alsook de De Koning bepaalt de wijze en de voorwaarden van teruggave, alsook de
termijn van indiening van het verzoek tot teruggave. Deze termijn mag termijn van indiening van het verzoek tot teruggave. Deze termijn mag
niet twee jaar overschrijden, te rekenen van de dag waarop de taks niet twee jaar overschrijden, te rekenen van de dag waarop de taks
opeisbaar is geworden.". opeisbaar is geworden.".

Art. 14.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij

Art. 14.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij

artikel 2, wordt een artikel 201/9/5 ingevoegd, luidende: artikel 2, wordt een artikel 201/9/5 ingevoegd, luidende:
"Art. 201/9/5. Met het oog op het onderzoek van correcte inning, "Art. 201/9/5. Met het oog op het onderzoek van correcte inning,
aangifte en betaling van de taks, mag de administratie belast met de aangifte en betaling van de taks, mag de administratie belast met de
vestiging of de inning en de invordering van de taksen gevestigd door vestiging of de inning en de invordering van de taksen gevestigd door
Boek II aan de titularis elke inlichting vragen die de administratie Boek II aan de titularis elke inlichting vragen die de administratie
nodig acht om de juiste heffing van de taks te verzekeren. nodig acht om de juiste heffing van de taks te verzekeren.
Voor elke foutieve mededeling of gebrek aan mededeling gevraagd met Voor elke foutieve mededeling of gebrek aan mededeling gevraagd met
toepassing van het eerste lid kan een geldboete van 750 tot 1 250 euro toepassing van het eerste lid kan een geldboete van 750 tot 1 250 euro
opgelegd worden. opgelegd worden.
De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en
regelt hun toepassingsmodaliteiten. regelt hun toepassingsmodaliteiten.
Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd.". Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd.".

Art. 15.In Boek III van hetzelfde Wetboek wordt Titel I, opgeheven

Art. 15.In Boek III van hetzelfde Wetboek wordt Titel I, opgeheven

bij de wet van 13 april 2019, hersteld als volgt: "Titel I - bij de wet van 13 april 2019, hersteld als volgt: "Titel I -
Antimisbruik", die het artikel 202 bevat. Antimisbruik", die het artikel 202 bevat.

Art. 16.In Boek III, Titel I van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

Art. 16.In Boek III, Titel I van hetzelfde Wetboek, hersteld bij

artikel 15, wordt een artikel 202 ingevoegd, luidende: artikel 15, wordt een artikel 202 ingevoegd, luidende:
"

Art. 202.Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de

"

Art. 202.Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de

rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat eenzelfde rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat eenzelfde
verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie belast met de verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie belast met de
vestiging of de inning en de invordering van de taksen gevestigd door vestiging of de inning en de invordering van de taksen gevestigd door
Boek II door vermoedens of door andere in artikel 2061 bedoelde Boek II door vermoedens of door andere in artikel 2061 bedoelde
bewijsmiddelen en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont bewijsmiddelen en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont
dat er sprake is van fiscaal misbruik. dat er sprake is van fiscaal misbruik.
Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingschuldige of de Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingschuldige of de
belastingplichtige door middel van de door hem gestelde belastingplichtige door middel van de door hem gestelde
rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de
volgende verrichtingen tot stand brengt: volgende verrichtingen tot stand brengt:
1° een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de 1° een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de
doelstellingen van een bepaling van toepassing op een belasting doelstellingen van een bepaling van toepassing op een belasting
bepaald in dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten bepaald in dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten
buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of
2° een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een 2° een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een
belastingvoordeel voorzien door een bepaling van toepassing op een belastingvoordeel voorzien door een bepaling van toepassing op een
belasting bepaald in dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen belasting bepaald in dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen
besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de
doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit
voordeel tot doel heeft. voordeel tot doel heeft.
Het komt aan de belastingschuldige of de belastingplichtige toe te Het komt aan de belastingschuldige of de belastingplichtige toe te
bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van
rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het
ontwijken van de belasting. ontwijken van de belasting.
Indien de belastingschuldige of de belastingplichtige het tegenbewijs Indien de belastingschuldige of de belastingplichtige het tegenbewijs
niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing
overeenkomstig het doel van de wet onderworpen alsof het misbruik niet overeenkomstig het doel van de wet onderworpen alsof het misbruik niet
heeft plaatsgevonden.". heeft plaatsgevonden.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
1992 1992

Art. 17.Artikel 53 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992,

Art. 17.Artikel 53 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992,

laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2019, wordt aangevuld laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2019, wordt aangevuld
met een bepaling onder 29°, luidende als volgt: met een bepaling onder 29°, luidende als volgt:
"29° de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen vermeld in artikel "29° de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen vermeld in artikel
201/4 van het Wetboek diverse rechten en taksen;". 201/4 van het Wetboek diverse rechten en taksen;".

Art. 18.Artikel 198, § 1, 6°, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de

Art. 18.Artikel 198, § 1, 6°, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de

wet van 25 december 2017, wordt hersteld als volgt: wet van 25 december 2017, wordt hersteld als volgt:
"6° de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen vermeld in artikel "6° de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen vermeld in artikel
201/4 van het Wetboek diverse rechten en taksen;". 201/4 van het Wetboek diverse rechten en taksen;".

Art. 19.In artikel 205, § 2, eerste lid, 8°, van hetzelfde Wetboek,

Art. 19.In artikel 205, § 2, eerste lid, 8°, van hetzelfde Wetboek,

laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 22 juni 2012, worden de laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 22 juni 2012, worden de
woorden "in artikel 198, § 1, 4° en 8° " vervangen door de woorden "in woorden "in artikel 198, § 1, 4° en 8° " vervangen door de woorden "in
artikel 198, § 1, 4°, 6° en 8° ". artikel 198, § 1, 4°, 6° en 8° ".
HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepaling en inwerkingtreding HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepaling en inwerkingtreding

Art. 20.De eerste referentieperiode vangt aan op de dag van

Art. 20.De eerste referentieperiode vangt aan op de dag van

inwerkingtreding van deze wet en eindigt op 30 september 2021. inwerkingtreding van deze wet en eindigt op 30 september 2021.

Art. 21.Deze wet treedt in werking de dag die volgt op de dag van

Art. 21.Deze wet treedt in werking de dag die volgt op de dag van

bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van
artikelen 15 en 16 die enkel aangaande de jaarlijkse taks op de artikelen 15 en 16 die enkel aangaande de jaarlijkse taks op de
effectenrekeningen uitwerking hebben met ingang van 30 oktober 2020. effectenrekeningen uitwerking hebben met ingang van 30 oktober 2020.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 17 februari 2021. Gegeven te Brussel, 17 februari 2021.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-eersteminister en Minister van Financiën, De Vice-eersteminister en Minister van Financiën,
V. VAN PETEGHEM V. VAN PETEGHEM
Met 's Lands zegel gezegeld : Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
V. VAN QUICKENBORNE V. VAN QUICKENBORNE
_______ _______
Nota Nota
(1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be)
Stukken : K 55-1708 Stukken : K 55-1708
Integraal verslag: 11 februari 2021. Integraal verslag: 11 februari 2021.
^