Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks op de effectenrekeningen | Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks op de effectenrekeningen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN | FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN |
17 FEBRUARI 2021. - Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks | 17 FEBRUARI 2021. - Wet houdende de invoering van een jaarlijkse taks |
op de effectenrekeningen (1) | op de effectenrekeningen (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij | De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij |
bekrachtigen, hetgeen volgt : | bekrachtigen, hetgeen volgt : |
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling | HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
74 van de Grondwet. | 74 van de Grondwet. |
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen | HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen |
Art. 2.In boek II van het Wetboek diverse rechten en taksen, wordt |
Art. 2.In boek II van het Wetboek diverse rechten en taksen, wordt |
titel X, opgeheven bij de wet van 25 april 2014, hersteld als volgt: | titel X, opgeheven bij de wet van 25 april 2014, hersteld als volgt: |
"Titel X - Jaarlijkse taks op de effectenrekeningen", die de artikelen | "Titel X - Jaarlijkse taks op de effectenrekeningen", die de artikelen |
201/3 tot 201/9/5 bevat. | 201/3 tot 201/9/5 bevat. |
Art. 3.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
Art. 3.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
artikel 2, wordt een artikel 201/3 ingevoegd, luidende: | artikel 2, wordt een artikel 201/3 ingevoegd, luidende: |
" Art. 201/3.Voor de toepassing van deze titel, wordt verstaan onder: |
" Art. 201/3.Voor de toepassing van deze titel, wordt verstaan onder: |
1° inwoners: | 1° inwoners: |
a) de in artikel 2, § 1, 1°, van het Wetboek van de | a) de in artikel 2, § 1, 1°, van het Wetboek van de |
Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde rijksinwoners; | Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde rijksinwoners; |
b) de in artikel 2, § 1, 5°, b, van het Wetboek van de | b) de in artikel 2, § 1, 5°, b, van het Wetboek van de |
Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde vennootschappen; | Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde vennootschappen; |
c) de in artikel 220 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 | c) de in artikel 220 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 |
bedoelde rechtspersonen; | bedoelde rechtspersonen; |
2° niet-inwoners: de in artikel 227 van het Wetboek van de | 2° niet-inwoners: de in artikel 227 van het Wetboek van de |
Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde belastingplichtigen; | Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde belastingplichtigen; |
3° effectenrekening: een rekening waarop financiële instrumenten mogen | 3° effectenrekening: een rekening waarop financiële instrumenten mogen |
worden gecrediteerd of gedebiteerd, ongeacht of deze effectenrekening | worden gecrediteerd of gedebiteerd, ongeacht of deze effectenrekening |
wordt aangehouden in onverdeelde eigendom, of in gesplitste eigendom, | wordt aangehouden in onverdeelde eigendom, of in gesplitste eigendom, |
en die: | en die: |
a) wat de inwoners betreft, wordt aangehouden bij een tussenpersoon, | a) wat de inwoners betreft, wordt aangehouden bij een tussenpersoon, |
ongeacht waar de tussenpersoon opgericht of gevestigd is; | ongeacht waar de tussenpersoon opgericht of gevestigd is; |
b) wat de niet-inwoners betreft, wordt aangehouden bij een Belgische | b) wat de niet-inwoners betreft, wordt aangehouden bij een Belgische |
tussenpersoon, uitgezonderd het onder c) bedoelde geval; | tussenpersoon, uitgezonderd het onder c) bedoelde geval; |
c) wat de in artikel 229 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen | c) wat de in artikel 229 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen |
1992 bedoelde Belgische inrichtingen van niet-inwoners betreft, deel | 1992 bedoelde Belgische inrichtingen van niet-inwoners betreft, deel |
uitmaakt van het bedrijfsvermogen van die inrichting en aangehouden | uitmaakt van het bedrijfsvermogen van die inrichting en aangehouden |
wordt bij een tussenpersoon, ongeacht waar de tussenpersoon opgericht | wordt bij een tussenpersoon, ongeacht waar de tussenpersoon opgericht |
of gevestigd is; | of gevestigd is; |
4° belastbare financiële instrumenten: alle financiële instrumenten, | 4° belastbare financiële instrumenten: alle financiële instrumenten, |
zoals onder meer die bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 | zoals onder meer die bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 |
augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de | augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de |
financiële diensten, en geldmiddelen, die worden aangehouden op een | financiële diensten, en geldmiddelen, die worden aangehouden op een |
effectenrekening; | effectenrekening; |
5° referentieperiode: een periode van twaalf opeenvolgende maanden die | 5° referentieperiode: een periode van twaalf opeenvolgende maanden die |
aanvangt op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgende | aanvangt op 1 oktober en eindigt op 30 september van het volgende |
jaar, of, in voorkomend geval, op het moment: | jaar, of, in voorkomend geval, op het moment: |
a) dat de effectenrekening wordt afgesloten; of | a) dat de effectenrekening wordt afgesloten; of |
b) waarop de enige of laatste titularis inwoner wordt van een Staat | b) waarop de enige of laatste titularis inwoner wordt van een Staat |
waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten en waarbij | waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten en waarbij |
dat verdrag tot gevolg heeft dat de heffingsbevoegdheid voor het | dat verdrag tot gevolg heeft dat de heffingsbevoegdheid voor het |
vermogen op de effectenrekening toekomt aan de andere Staat; | vermogen op de effectenrekening toekomt aan de andere Staat; |
c) waarop de effectenrekening niet langer deel uitmaakt van het | c) waarop de effectenrekening niet langer deel uitmaakt van het |
bedrijfsvermogen van een in artikel 229 van het Wetboek van de | bedrijfsvermogen van een in artikel 229 van het Wetboek van de |
Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichting van een | Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichting van een |
niet-inwoner, indien dit ertoe leidt dat België ten gevolge van een | niet-inwoner, indien dit ertoe leidt dat België ten gevolge van een |
dubbelbelastingverdrag niet langer bevoegd is om het vermogen op de | dubbelbelastingverdrag niet langer bevoegd is om het vermogen op de |
effectenrekening te belasten; | effectenrekening te belasten; |
d) waarop de rekening niet langer voldoet aan de definitie bedoeld in | d) waarop de rekening niet langer voldoet aan de definitie bedoeld in |
de bepaling onder 3° ; | de bepaling onder 3° ; |
6° tussenpersoon: de Nationale Bank van België, de Europese Centrale | 6° tussenpersoon: de Nationale Bank van België, de Europese Centrale |
Bank en de buitenlandse centrale banken die soortgelijke functies | Bank en de buitenlandse centrale banken die soortgelijke functies |
uitoefenen, een centrale effectenbewaarinstelling bedoeld in artikel | uitoefenen, een centrale effectenbewaarinstelling bedoeld in artikel |
198/1, § 6, 12°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, een | 198/1, § 6, 12°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, een |
kredietinstelling of een beursvennootschap bedoeld in artikel 1, § 3, | kredietinstelling of een beursvennootschap bedoeld in artikel 1, § 3, |
van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op | van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op |
kredietinstellingen en beursvennootschappen, en de | kredietinstellingen en beursvennootschappen, en de |
beleggingsondernemingen bedoeld in artikel 3, § 1, van de wet van 25 | beleggingsondernemingen bedoeld in artikel 3, § 1, van de wet van 25 |
oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf | oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf |
en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen | en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen |
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, die krachtens nationaal | voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, die krachtens nationaal |
recht toegelaten worden om financiële instrumenten voor rekening van | recht toegelaten worden om financiële instrumenten voor rekening van |
de klanten aan te houden; | de klanten aan te houden; |
7° Belgische tussenpersoon: een tussenpersoon die opgericht is naar | 7° Belgische tussenpersoon: een tussenpersoon die opgericht is naar |
Belgisch recht evenals een tussenpersoon die gevestigd is in België. | Belgisch recht evenals een tussenpersoon die gevestigd is in België. |
De niet in België gevestigde tussenpersonen die een vertegenwoordiger | De niet in België gevestigde tussenpersonen die een vertegenwoordiger |
hebben aangesteld bedoeld in artikel 201/9/1, worden voor de | hebben aangesteld bedoeld in artikel 201/9/1, worden voor de |
toepassing van deze titel gelijkgesteld met een Belgische | toepassing van deze titel gelijkgesteld met een Belgische |
tussenpersoon; | tussenpersoon; |
8° titularis: de houder(s) van de effectenrekening, met inbegrip van | 8° titularis: de houder(s) van de effectenrekening, met inbegrip van |
de oprichter(s) van juridische constructies, dochterconstructies, | de oprichter(s) van juridische constructies, dochterconstructies, |
moederconstructies en ketenconstructies in het kader waarvan de | moederconstructies en ketenconstructies in het kader waarvan de |
rekening wordt aangehouden; | rekening wordt aangehouden; |
9° oprichter: de persoon die als oprichter van een juridische | 9° oprichter: de persoon die als oprichter van een juridische |
constructie wordt beschouwd in toepassing van artikel 2, § 1, 14°, van | constructie wordt beschouwd in toepassing van artikel 2, § 1, 14°, van |
het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992; | het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992; |
10° juridische constructie, dochterconstructie, moederconstructie en | 10° juridische constructie, dochterconstructie, moederconstructie en |
ketenconstructie: de constructies, waar ook gevestigd, die als | ketenconstructie: de constructies, waar ook gevestigd, die als |
juridische constructie, dochterconstructie, moederconstructie en | juridische constructie, dochterconstructie, moederconstructie en |
ketenconstructie worden beschouwd in toepassing van respectievelijk | ketenconstructie worden beschouwd in toepassing van respectievelijk |
artikel 2, § 1, 13°, 13° /2, 13° /3 en 13° /4, van het Wetboek van de | artikel 2, § 1, 13°, 13° /2, 13° /3 en 13° /4, van het Wetboek van de |
Inkomstenbelastingen 1992; | Inkomstenbelastingen 1992; |
11° belastingschuldige: naargelang het geval, de Belgische | 11° belastingschuldige: naargelang het geval, de Belgische |
tussenpersoon, de aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in artikel | tussenpersoon, de aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in artikel |
201/9/1 of de titularis.". | 201/9/1 of de titularis.". |
Art. 4.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
Art. 4.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
artikel 2, wordt een artikel 201/4 ingevoegd, luidende: | artikel 2, wordt een artikel 201/4 ingevoegd, luidende: |
" Art. 201/4.Er wordt een jaarlijkse taks geheven op de |
" Art. 201/4.Er wordt een jaarlijkse taks geheven op de |
effectenrekeningen. | effectenrekeningen. |
De belastbare grondslag is de gemiddelde waarde van de belastbare | De belastbare grondslag is de gemiddelde waarde van de belastbare |
financiële instrumenten tijdens de referentieperiode. | financiële instrumenten tijdens de referentieperiode. |
De taks is slechts verschuldigd indien deze gemiddelde waarde meer | De taks is slechts verschuldigd indien deze gemiddelde waarde meer |
bedraagt dan 1 000 000 euro. | bedraagt dan 1 000 000 euro. |
De taks is niet verschuldigd wat betreft de effectenrekeningen die, | De taks is niet verschuldigd wat betreft de effectenrekeningen die, |
zonder dat een derde, andere dan een in dit lid geviseerde instelling, | zonder dat een derde, andere dan een in dit lid geviseerde instelling, |
vennootschap of entiteit, over enig rechtstreeks of onrechtstreeks | vennootschap of entiteit, over enig rechtstreeks of onrechtstreeks |
vorderingsrecht beschikt verbonden aan de waarde van de aangehouden | vorderingsrecht beschikt verbonden aan de waarde van de aangehouden |
effectenrekening, worden aangehouden door: | effectenrekening, worden aangehouden door: |
1° de Nationale Bank van België, de Europese Centrale Bank en de | 1° de Nationale Bank van België, de Europese Centrale Bank en de |
buitenlandse centrale banken die soortgelijke functies uitoefenen, en | buitenlandse centrale banken die soortgelijke functies uitoefenen, en |
de in artikel 198/1, § 6, 1° tot en met 12°, van het Wetboek van de | de in artikel 198/1, § 6, 1° tot en met 12°, van het Wetboek van de |
Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde financiële instellingen; | Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde financiële instellingen; |
2° een beursvennootschap bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 | 2° een beursvennootschap bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 |
april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen | april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen |
en beursvennootschappen; | en beursvennootschappen; |
3° in artikel 2, § 1, 13° /1, eerste lid, a tot c, van het Wetboek van | 3° in artikel 2, § 1, 13° /1, eerste lid, a tot c, van het Wetboek van |
de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde instellingen en entiteiten, met | de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde instellingen en entiteiten, met |
uitsluiting van de in artikel 2, § 1, 13° /1, tweede en derde lid, van | uitsluiting van de in artikel 2, § 1, 13° /1, tweede en derde lid, van |
hetzelfde Wetboek bedoelde instellingen, entiteiten en compartimenten. | hetzelfde Wetboek bedoelde instellingen, entiteiten en compartimenten. |
De taks is eveneens niet verschuldigd wat betreft de | De taks is eveneens niet verschuldigd wat betreft de |
effectenrekeningen die: | effectenrekeningen die: |
1° rechtstreeks of onrechtstreeks, en uitsluitend voor eigen rekening, | 1° rechtstreeks of onrechtstreeks, en uitsluitend voor eigen rekening, |
worden aangehouden door niet-inwoners die deze effectenrekeningen niet | worden aangehouden door niet-inwoners die deze effectenrekeningen niet |
aanwenden binnen een in artikel 229 van het Wetboek van de | aanwenden binnen een in artikel 229 van het Wetboek van de |
Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichting waarover zij | Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde Belgische inrichting waarover zij |
beschikken, bij een centrale effectenbewaarinstelling bedoeld in | beschikken, bij een centrale effectenbewaarinstelling bedoeld in |
artikel 198/1, § 6, 12°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen | artikel 198/1, § 6, 12°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen |
1992, of bij een depositobank vergund door de Nationale Bank van | 1992, of bij een depositobank vergund door de Nationale Bank van |
België in toepassing van artikel 36/26/1, § 6, van de wet van 22 | België in toepassing van artikel 36/26/1, § 6, van de wet van 22 |
februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de | februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de |
Nationale Bank van België; | Nationale Bank van België; |
2° voor rekening van derden worden aangehouden door de tussenpersonen, | 2° voor rekening van derden worden aangehouden door de tussenpersonen, |
als dekking voor financiële instrumenten die zijn ingeschreven op | als dekking voor financiële instrumenten die zijn ingeschreven op |
effectenrekeningen in hun boeken of als dekking voor rechten gehouden | effectenrekeningen in hun boeken of als dekking voor rechten gehouden |
door een instelling, vennootschap of entiteit bedoeld in het vierde | door een instelling, vennootschap of entiteit bedoeld in het vierde |
lid, bij een andere tussenpersoon of bij een centrale | lid, bij een andere tussenpersoon of bij een centrale |
effectenbewaarinstelling bedoeld in artikel 2, eerste lid, punt 1, van | effectenbewaarinstelling bedoeld in artikel 2, eerste lid, punt 1, van |
de Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad | de Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad |
van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling | van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling |
in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen | in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen |
en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening | en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening |
(EU) nr. 236/2012. | (EU) nr. 236/2012. |
Voor de toepassing van dit artikel zijn niet tegenstelbaar aan de | Voor de toepassing van dit artikel zijn niet tegenstelbaar aan de |
belastingadministratie, de verrichtingen gesteld vanaf 30 oktober 2020 | belastingadministratie, de verrichtingen gesteld vanaf 30 oktober 2020 |
die bestaan in: | die bestaan in: |
1° het splitsen van een effectenrekening in meerdere | 1° het splitsen van een effectenrekening in meerdere |
effectenrekeningen aangehouden bij dezelfde tussenpersoon; | effectenrekeningen aangehouden bij dezelfde tussenpersoon; |
2° de omzetting van belastbare financiële instrumenten, aangehouden op | 2° de omzetting van belastbare financiële instrumenten, aangehouden op |
een effectenrekening, naar financiële instrumenten op naam.". | een effectenrekening, naar financiële instrumenten op naam.". |
Art. 5.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
Art. 5.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
artikel 2, wordt een artikel 201/5 ingevoegd, luidende: | artikel 2, wordt een artikel 201/5 ingevoegd, luidende: |
" Art. 201/5.Tijdens de referentieperiode zijn de |
" Art. 201/5.Tijdens de referentieperiode zijn de |
referentietijdstippen 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september. | referentietijdstippen 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september. |
De belastbare grondslag is de som van de waarden van de belastbare | De belastbare grondslag is de som van de waarden van de belastbare |
financiële instrumenten op de referentietijdstippen, gedeeld door het | financiële instrumenten op de referentietijdstippen, gedeeld door het |
aantal van die tijdstippen. | aantal van die tijdstippen. |
In geval van de opening of de sluiting van een effectenrekening | In geval van de opening of de sluiting van een effectenrekening |
gedurende de referentieperiode worden de referentietijdstippen bedoeld | gedurende de referentieperiode worden de referentietijdstippen bedoeld |
in het eerste lid waarop de rekening bestond in aanmerking genomen | in het eerste lid waarop de rekening bestond in aanmerking genomen |
voor de berekening van de belastbare grondslag.". | voor de berekening van de belastbare grondslag.". |
Art. 6.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
Art. 6.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
artikel 2, wordt een artikel 201/6, ingevoegd, luidende: | artikel 2, wordt een artikel 201/6, ingevoegd, luidende: |
" Art. 201/6.Het tarief van de taks bedraagt 0,15 pct. |
" Art. 201/6.Het tarief van de taks bedraagt 0,15 pct. |
Het bedrag van de taks wordt beperkt tot 10 % van het verschil tussen | Het bedrag van de taks wordt beperkt tot 10 % van het verschil tussen |
de belastbare grondslag en het in artikel 201/4, derde lid, bedoelde | de belastbare grondslag en het in artikel 201/4, derde lid, bedoelde |
drempelbedrag.". | drempelbedrag.". |
Art. 7.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
Art. 7.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
artikel 2, wordt een artikel 201/7, ingevoegd, luidende: | artikel 2, wordt een artikel 201/7, ingevoegd, luidende: |
" Art. 201/7.Uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op het |
" Art. 201/7.Uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op het |
einde van de referentieperiode leveren de Belgische tussenpersonen aan | einde van de referentieperiode leveren de Belgische tussenpersonen aan |
de titularissen een overzicht af dat de volgende gegevens bevat: | de titularissen een overzicht af dat de volgende gegevens bevat: |
1° het rekeningnummer van de effectenrekening; | 1° het rekeningnummer van de effectenrekening; |
2° de identiteit van de titularis(sen), bevattende de naam, eerste | 2° de identiteit van de titularis(sen), bevattende de naam, eerste |
voornaam en woonplaats, of het ondernemingsnummer, de naam en het | voornaam en woonplaats, of het ondernemingsnummer, de naam en het |
adres van de zetel; | adres van de zetel; |
3° de elementen voor de berekening van de belastbare grondslag; | 3° de elementen voor de berekening van de belastbare grondslag; |
4° de vermelding van de referentieperiode.". | 4° de vermelding van de referentieperiode.". |
Art. 8.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
Art. 8.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
artikel 2, wordt een artikel 201/8 ingevoegd, luidende: | artikel 2, wordt een artikel 201/8 ingevoegd, luidende: |
" Art. 201/8.De taks is verschuldigd op de eerste dag die volgt op het |
" Art. 201/8.De taks is verschuldigd op de eerste dag die volgt op het |
einde van de referentieperiode.". | einde van de referentieperiode.". |
Art. 9.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
Art. 9.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
artikel 2, wordt een artikel 201/9, ingevoegd, luidende: | artikel 2, wordt een artikel 201/9, ingevoegd, luidende: |
" Art. 201/9.§ 1. De Belgische tussenpersoon gaat over tot inhouding, |
" Art. 201/9.§ 1. De Belgische tussenpersoon gaat over tot inhouding, |
aangifte en betaling van de taks. | aangifte en betaling van de taks. |
§ 2. In alle andere gevallen gaat de titularis zelf over tot aangifte | § 2. In alle andere gevallen gaat de titularis zelf over tot aangifte |
en betaling van de taks, tenzij hij kan bewijzen dat de taks reeds | en betaling van de taks, tenzij hij kan bewijzen dat de taks reeds |
aangegeven en betaald werd door een al dan niet in België opgerichte | aangegeven en betaald werd door een al dan niet in België opgerichte |
of gevestigde tussenpersoon. | of gevestigde tussenpersoon. |
§ 3. Indien een effectenrekening wordt aangehouden door meerdere | § 3. Indien een effectenrekening wordt aangehouden door meerdere |
titularissen, kan elke titularis de aangifte indienen voor alle | titularissen, kan elke titularis de aangifte indienen voor alle |
titularissen. | titularissen. |
Elke titularis is hoofdelijk gehouden tot de betaling van de taks, de | Elke titularis is hoofdelijk gehouden tot de betaling van de taks, de |
boetes en de interesten.". | boetes en de interesten.". |
Art. 10.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij |
Art. 10.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij |
artikel 2, wordt een artikel 201/9/1 ingevoegd, luidende: | artikel 2, wordt een artikel 201/9/1 ingevoegd, luidende: |
"Art. 201/9/1. De niet in België gevestigde of opgerichte | "Art. 201/9/1. De niet in België gevestigde of opgerichte |
tussenpersonen kunnen, wanneer zij een aan de taks onderworpen | tussenpersonen kunnen, wanneer zij een aan de taks onderworpen |
rekening beheren, door of vanwege de minister van Financiën een in | rekening beheren, door of vanwege de minister van Financiën een in |
België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen. | België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen. |
Deze vertegenwoordiger verbindt zich hoofdelijk tegenover de Belgische | Deze vertegenwoordiger verbindt zich hoofdelijk tegenover de Belgische |
Staat tot de aangifte en de betaling van de taks, alsook tot de | Staat tot de aangifte en de betaling van de taks, alsook tot de |
uitvoering van alle verplichtingen waartoe de tussenpersoon krachtens | uitvoering van alle verplichtingen waartoe de tussenpersoon krachtens |
deze titel is gehouden. | deze titel is gehouden. |
In geval van overlijden van de aansprakelijke vertegenwoordiger, van | In geval van overlijden van de aansprakelijke vertegenwoordiger, van |
intrekking van zijn erkenning of van een gebeurtenis die het hem | intrekking van zijn erkenning of van een gebeurtenis die het hem |
onmogelijk maakt om als vertegenwoordiger op te treden, wordt binnen | onmogelijk maakt om als vertegenwoordiger op te treden, wordt binnen |
een maand in zijn vervanging voorzien. | een maand in zijn vervanging voorzien. |
De Koning bepaalt de voorwaarden en nadere regels van erkenning van de | De Koning bepaalt de voorwaarden en nadere regels van erkenning van de |
aansprakelijke vertegenwoordiger.". | aansprakelijke vertegenwoordiger.". |
Art. 11.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij |
Art. 11.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij |
artikel 2, wordt een artikel 201/9/2 ingevoegd, luidende: | artikel 2, wordt een artikel 201/9/2 ingevoegd, luidende: |
"Art. 201/9/2. § 1. De Belgische tussenpersonen dienen een aangifte in | "Art. 201/9/2. § 1. De Belgische tussenpersonen dienen een aangifte in |
bij het bevoegde kantoor, uiterlijk op de twintigste dag van de derde | bij het bevoegde kantoor, uiterlijk op de twintigste dag van de derde |
maand die volgt op het einde van de referentieperiode. | maand die volgt op het einde van de referentieperiode. |
De taks wordt betaald op de in het eerste lid bedoelde dag. | De taks wordt betaald op de in het eerste lid bedoelde dag. |
De Koning bepaalt de nadere regels van de aangifte. | De Koning bepaalt de nadere regels van de aangifte. |
§ 2. Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige | § 2. Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige |
aangifte, alsook de niet-betaling of laattijdige betaling, worden | aangifte, alsook de niet-betaling of laattijdige betaling, worden |
bestraft met een boete die wordt vastgelegd naar gelang van de aard en | bestraft met een boete die wordt vastgelegd naar gelang van de aard en |
de ernst van de overtreding, volgens een door de Koning vastgelegde | de ernst van de overtreding, volgens een door de Koning vastgelegde |
schaal die gaat van 10 pct. tot 200 pct. van de verschuldigde taks. | schaal die gaat van 10 pct. tot 200 pct. van de verschuldigde taks. |
Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd. | Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd. |
§ 3. Wanneer de taks niet binnen de in paragraaf 1 vastgestelde | § 3. Wanneer de taks niet binnen de in paragraaf 1 vastgestelde |
termijn is betaald, is de interest van rechtswege verschuldigd met | termijn is betaald, is de interest van rechtswege verschuldigd met |
ingang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.". | ingang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.". |
Art. 12.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij |
Art. 12.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij |
artikel 2, wordt een artikel 201/9/3 ingevoegd, luidende: | artikel 2, wordt een artikel 201/9/3 ingevoegd, luidende: |
"Art. 201/9/3. § 1. In de in artikel 201/9, § 2, bedoelde gevallen | "Art. 201/9/3. § 1. In de in artikel 201/9, § 2, bedoelde gevallen |
dient de titularis zelf een elektronische aangifte in. | dient de titularis zelf een elektronische aangifte in. |
De indieningstermijn van deze aangifte is dezelfde als die geldende | De indieningstermijn van deze aangifte is dezelfde als die geldende |
voor de indiening van de aangifte in de personenbelasting, door een | voor de indiening van de aangifte in de personenbelasting, door een |
belastingplichtige zelf, via MyMinfin. | belastingplichtige zelf, via MyMinfin. |
De taks wordt uiterlijk op 31 augustus van het jaar volgend op het | De taks wordt uiterlijk op 31 augustus van het jaar volgend op het |
einde van de referentieperiode, betaald. | einde van de referentieperiode, betaald. |
De Koning bepaalt de nadere regels van de aangifte. | De Koning bepaalt de nadere regels van de aangifte. |
§ 2. Een elektronisch aangifteformulier wordt door de Federale | § 2. Een elektronisch aangifteformulier wordt door de Federale |
Overheidsdienst Financiën ter beschikking gesteld. Het ingediende | Overheidsdienst Financiën ter beschikking gesteld. Het ingediende |
formulier wordt gelijkgesteld met een nauwkeurig gewaarmerkte, | formulier wordt gelijkgesteld met een nauwkeurig gewaarmerkte, |
gedagtekende en ondertekende aangifte. | gedagtekende en ondertekende aangifte. |
In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, is de titularis vrijgesteld | In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, is de titularis vrijgesteld |
van de verplichting een aangifte in te dienen langs elektronische weg | van de verplichting een aangifte in te dienen langs elektronische weg |
in de door de Koning bepaalde gevallen of zolang zij of in voorkomend | in de door de Koning bepaalde gevallen of zolang zij of in voorkomend |
geval de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangifte in te dienen, | geval de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangifte in te dienen, |
niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze | niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze |
verplichting te voldoen. In dit geval moet de indiening van de | verplichting te voldoen. In dit geval moet de indiening van de |
aangifte op papier geschieden bij het bevoegde kantoor. | aangifte op papier geschieden bij het bevoegde kantoor. |
De aangiften bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, alsook de hierbij | De aangiften bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, alsook de hierbij |
gevoegde documenten en verantwoordingsstukken, die door de | gevoegde documenten en verantwoordingsstukken, die door de |
administratie belast met de vestiging of de inning en invordering van | administratie belast met de vestiging of de inning en invordering van |
de taksen gevestigd door Boek II, fotografisch, optisch, elektronisch | de taksen gevestigd door Boek II, fotografisch, optisch, elektronisch |
of volgens elke andere informatica- of telegeleidingstechniek worden | of volgens elke andere informatica- of telegeleidingstechniek worden |
geregistreerd, bewaard of weergegeven, evenals hun weergave op een | geregistreerd, bewaard of weergegeven, evenals hun weergave op een |
leesbare drager, hebben bewijskracht voor de toepassing van de | leesbare drager, hebben bewijskracht voor de toepassing van de |
bepalingen van het Wetboek diverse rechten en taksen en van de | bepalingen van het Wetboek diverse rechten en taksen en van de |
uitvoeringsbesluiten ervan. | uitvoeringsbesluiten ervan. |
§ 3. Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige | § 3. Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige |
aangifte, alsook de laattijdige betaling of niet-betaling, worden | aangifte, alsook de laattijdige betaling of niet-betaling, worden |
bestraft met een boete die wordt vastgelegd naar gelang van de aard en | bestraft met een boete die wordt vastgelegd naar gelang van de aard en |
de ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de trappen | de ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de trappen |
door de Koning worden vastgesteld en gaande van 10 pct. tot 200 pct. | door de Koning worden vastgesteld en gaande van 10 pct. tot 200 pct. |
van de verschuldigde taks. | van de verschuldigde taks. |
Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd. | Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd. |
§ 4. Wanneer de taks niet binnen de in paragraaf 1 vastgestelde | § 4. Wanneer de taks niet binnen de in paragraaf 1 vastgestelde |
termijn is betaald, is de interest van rechtswege verschuldigd met | termijn is betaald, is de interest van rechtswege verschuldigd met |
ingang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.". | ingang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden.". |
Art. 13.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij |
Art. 13.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij |
artikel 2, wordt een artikel 201/9/4 ingevoegd, luidende: | artikel 2, wordt een artikel 201/9/4 ingevoegd, luidende: |
"Art. 201/9/4. In geval van betaling van een bedrag hoger dan het | "Art. 201/9/4. In geval van betaling van een bedrag hoger dan het |
verschuldigde bedrag wordt het teveel betaalde teruggegeven. | verschuldigde bedrag wordt het teveel betaalde teruggegeven. |
De Koning bepaalt de nadere regels voor de vraag tot teruggave. | De Koning bepaalt de nadere regels voor de vraag tot teruggave. |
In geval van teruggave, is de moratoire interest op het terug te geven | In geval van teruggave, is de moratoire interest op het terug te geven |
bedrag van rechtswege verschuldigd, te rekenen van de eerste dag van | bedrag van rechtswege verschuldigd, te rekenen van de eerste dag van |
de vierde maand die volgt op de maand tijdens dewelke de aanvraag tot | de vierde maand die volgt op de maand tijdens dewelke de aanvraag tot |
teruggave is ingediend voor zover het bevoegde kantoor reeds heeft | teruggave is ingediend voor zover het bevoegde kantoor reeds heeft |
bevestigd dat het dossier volledig is. Die interest wordt berekend per | bevestigd dat het dossier volledig is. Die interest wordt berekend per |
kalendermaand op het bedrag van elke betaling afgerond op het hoger | kalendermaand op het bedrag van elke betaling afgerond op het hoger |
veelvoud van 10 euro. De maand waarin de betaling wordt uitgevoerd, | veelvoud van 10 euro. De maand waarin de betaling wordt uitgevoerd, |
wordt niet meegerekend. | wordt niet meegerekend. |
In geval van een eindbeslissing in een geschillenbeslechtingsprocedure | In geval van een eindbeslissing in een geschillenbeslechtingsprocedure |
bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van de wet van 2 mei 2019 | bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 10 of 15 van de wet van 2 mei 2019 |
tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 | tot omzetting van de Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 |
oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van | oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van |
belastinggeschillen in de Europese Unie, ontstaat in voorkomend geval | belastinggeschillen in de Europese Unie, ontstaat in voorkomend geval |
een recht op teruggave op de dag van de verzaking van het recht om | een recht op teruggave op de dag van de verzaking van het recht om |
enig rechtsmiddel aan te wenden, behalve in het geval bepaald in | enig rechtsmiddel aan te wenden, behalve in het geval bepaald in |
artikel 15, § 4, derde lid, van de voormelde wet. | artikel 15, § 4, derde lid, van de voormelde wet. |
De Koning bepaalt de wijze en de voorwaarden van teruggave, alsook de | De Koning bepaalt de wijze en de voorwaarden van teruggave, alsook de |
termijn van indiening van het verzoek tot teruggave. Deze termijn mag | termijn van indiening van het verzoek tot teruggave. Deze termijn mag |
niet twee jaar overschrijden, te rekenen van de dag waarop de taks | niet twee jaar overschrijden, te rekenen van de dag waarop de taks |
opeisbaar is geworden.". | opeisbaar is geworden.". |
Art. 14.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij |
Art. 14.In boek II, titel X, van hetzelfde Wetboek hersteld bij |
artikel 2, wordt een artikel 201/9/5 ingevoegd, luidende: | artikel 2, wordt een artikel 201/9/5 ingevoegd, luidende: |
"Art. 201/9/5. Met het oog op het onderzoek van correcte inning, | "Art. 201/9/5. Met het oog op het onderzoek van correcte inning, |
aangifte en betaling van de taks, mag de administratie belast met de | aangifte en betaling van de taks, mag de administratie belast met de |
vestiging of de inning en de invordering van de taksen gevestigd door | vestiging of de inning en de invordering van de taksen gevestigd door |
Boek II aan de titularis elke inlichting vragen die de administratie | Boek II aan de titularis elke inlichting vragen die de administratie |
nodig acht om de juiste heffing van de taks te verzekeren. | nodig acht om de juiste heffing van de taks te verzekeren. |
Voor elke foutieve mededeling of gebrek aan mededeling gevraagd met | Voor elke foutieve mededeling of gebrek aan mededeling gevraagd met |
toepassing van het eerste lid kan een geldboete van 750 tot 1 250 euro | toepassing van het eerste lid kan een geldboete van 750 tot 1 250 euro |
opgelegd worden. | opgelegd worden. |
De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en | De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en |
regelt hun toepassingsmodaliteiten. | regelt hun toepassingsmodaliteiten. |
Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd.". | Bij ontstentenis van kwade trouw is er geen boete verschuldigd.". |
Art. 15.In Boek III van hetzelfde Wetboek wordt Titel I, opgeheven |
Art. 15.In Boek III van hetzelfde Wetboek wordt Titel I, opgeheven |
bij de wet van 13 april 2019, hersteld als volgt: "Titel I - | bij de wet van 13 april 2019, hersteld als volgt: "Titel I - |
Antimisbruik", die het artikel 202 bevat. | Antimisbruik", die het artikel 202 bevat. |
Art. 16.In Boek III, Titel I van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
Art. 16.In Boek III, Titel I van hetzelfde Wetboek, hersteld bij |
artikel 15, wordt een artikel 202 ingevoegd, luidende: | artikel 15, wordt een artikel 202 ingevoegd, luidende: |
" Art. 202.Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de |
" Art. 202.Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de |
rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat eenzelfde | rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat eenzelfde |
verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie belast met de | verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie belast met de |
vestiging of de inning en de invordering van de taksen gevestigd door | vestiging of de inning en de invordering van de taksen gevestigd door |
Boek II door vermoedens of door andere in artikel 2061 bedoelde | Boek II door vermoedens of door andere in artikel 2061 bedoelde |
bewijsmiddelen en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont | bewijsmiddelen en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont |
dat er sprake is van fiscaal misbruik. | dat er sprake is van fiscaal misbruik. |
Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingschuldige of de | Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingschuldige of de |
belastingplichtige door middel van de door hem gestelde | belastingplichtige door middel van de door hem gestelde |
rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de | rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de |
volgende verrichtingen tot stand brengt: | volgende verrichtingen tot stand brengt: |
1° een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de | 1° een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de |
doelstellingen van een bepaling van toepassing op een belasting | doelstellingen van een bepaling van toepassing op een belasting |
bepaald in dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten | bepaald in dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten |
buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of | buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of |
2° een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een | 2° een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een |
belastingvoordeel voorzien door een bepaling van toepassing op een | belastingvoordeel voorzien door een bepaling van toepassing op een |
belasting bepaald in dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen | belasting bepaald in dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen |
besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de | besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de |
doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit | doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit |
voordeel tot doel heeft. | voordeel tot doel heeft. |
Het komt aan de belastingschuldige of de belastingplichtige toe te | Het komt aan de belastingschuldige of de belastingplichtige toe te |
bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van | bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van |
rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het | rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het |
ontwijken van de belasting. | ontwijken van de belasting. |
Indien de belastingschuldige of de belastingplichtige het tegenbewijs | Indien de belastingschuldige of de belastingplichtige het tegenbewijs |
niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing | niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing |
overeenkomstig het doel van de wet onderworpen alsof het misbruik niet | overeenkomstig het doel van de wet onderworpen alsof het misbruik niet |
heeft plaatsgevonden.". | heeft plaatsgevonden.". |
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen | HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen |
1992 | 1992 |
Art. 17.Artikel 53 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, |
Art. 17.Artikel 53 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, |
laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2019, wordt aangevuld | laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2019, wordt aangevuld |
met een bepaling onder 29°, luidende als volgt: | met een bepaling onder 29°, luidende als volgt: |
"29° de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen vermeld in artikel | "29° de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen vermeld in artikel |
201/4 van het Wetboek diverse rechten en taksen;". | 201/4 van het Wetboek diverse rechten en taksen;". |
Art. 18.Artikel 198, § 1, 6°, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de |
Art. 18.Artikel 198, § 1, 6°, van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de |
wet van 25 december 2017, wordt hersteld als volgt: | wet van 25 december 2017, wordt hersteld als volgt: |
"6° de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen vermeld in artikel | "6° de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen vermeld in artikel |
201/4 van het Wetboek diverse rechten en taksen;". | 201/4 van het Wetboek diverse rechten en taksen;". |
Art. 19.In artikel 205, § 2, eerste lid, 8°, van hetzelfde Wetboek, |
Art. 19.In artikel 205, § 2, eerste lid, 8°, van hetzelfde Wetboek, |
laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 22 juni 2012, worden de | laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 22 juni 2012, worden de |
woorden "in artikel 198, § 1, 4° en 8° " vervangen door de woorden "in | woorden "in artikel 198, § 1, 4° en 8° " vervangen door de woorden "in |
artikel 198, § 1, 4°, 6° en 8° ". | artikel 198, § 1, 4°, 6° en 8° ". |
HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepaling en inwerkingtreding | HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepaling en inwerkingtreding |
Art. 20.De eerste referentieperiode vangt aan op de dag van |
Art. 20.De eerste referentieperiode vangt aan op de dag van |
inwerkingtreding van deze wet en eindigt op 30 september 2021. | inwerkingtreding van deze wet en eindigt op 30 september 2021. |
Art. 21.Deze wet treedt in werking de dag die volgt op de dag van |
Art. 21.Deze wet treedt in werking de dag die volgt op de dag van |
bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van | bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van |
artikelen 15 en 16 die enkel aangaande de jaarlijkse taks op de | artikelen 15 en 16 die enkel aangaande de jaarlijkse taks op de |
effectenrekeningen uitwerking hebben met ingang van 30 oktober 2020. | effectenrekeningen uitwerking hebben met ingang van 30 oktober 2020. |
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden |
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. | bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. |
Gegeven te Brussel, 17 februari 2021. | Gegeven te Brussel, 17 februari 2021. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-eersteminister en Minister van Financiën, | De Vice-eersteminister en Minister van Financiën, |
V. VAN PETEGHEM | V. VAN PETEGHEM |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
V. VAN QUICKENBORNE | V. VAN QUICKENBORNE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) | (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) |
Stukken : K 55-1708 | Stukken : K 55-1708 |
Integraal verslag: 11 februari 2021. | Integraal verslag: 11 februari 2021. |