Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Wet van 15/09/2013
← Terug naar "Wet betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in de federale administratieve overheden door haar personeelsleden "
Wet betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in de federale administratieve overheden door haar personeelsleden Wet betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in de federale administratieve overheden door haar personeelsleden
FEDERALE OVERHEIDSDIENST PERSONEEL EN ORGANISATIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST PERSONEEL EN ORGANISATIE
15 SEPTEMBRE 2013. - Wet betreffende de melding van een veronderstelde 15 SEPTEMBRE 2013. - Wet betreffende de melding van een veronderstelde
integriteitsschending in de federale administratieve overheden door integriteitsschending in de federale administratieve overheden door
haar personeelsleden (1) haar personeelsleden (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

78 van de grondwet. 78 van de grondwet.
HOOFDSTUK 2. - Definities HOOFDSTUK 2. - Definities

Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :

Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :

1° personeelslid : het statutair personeelslid, de stagiair of het 1° personeelslid : het statutair personeelslid, de stagiair of het
personeelslid met een arbeidsovereenkomst; personeelslid met een arbeidsovereenkomst;
2° federale administratieve overheden : de federale administratieve 2° federale administratieve overheden : de federale administratieve
overheden zoals bedoeld in artikel 14 § 1, 1°, van de wetten op de overheden zoals bedoeld in artikel 14 § 1, 1°, van de wetten op de
Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
3° veronderstelde integriteitsschending : de veronderstelling van 3° veronderstelde integriteitsschending : de veronderstelling van
a) een handeling of het nalaten van een handeling door een a) een handeling of het nalaten van een handeling door een
personeelslid die een inbreuk is op de wetten, de besluiten, de personeelslid die een inbreuk is op de wetten, de besluiten, de
omzendbrieven, de interne regels en de interne procedures die van omzendbrieven, de interne regels en de interne procedures die van
toepassing zijn op de federale administratieve overheden en hun toepassing zijn op de federale administratieve overheden en hun
personeelsleden; personeelsleden;
b) een handeling of het nalaten van een handeling door een b) een handeling of het nalaten van een handeling door een
personeelslid die een onaanvaardbaar risico inhoudt voor het leven, de personeelslid die een onaanvaardbaar risico inhoudt voor het leven, de
gezondheid of de veiligheid van personen of voor het milieu; gezondheid of de veiligheid van personen of voor het milieu;
c) een handeling of het nalaten van een handeling door een c) een handeling of het nalaten van een handeling door een
personeelslid die manifest getuigt van een ernstige tekortkoming in de personeelslid die manifest getuigt van een ernstige tekortkoming in de
professionele verplichtingen of in het beheer van een federale professionele verplichtingen of in het beheer van een federale
administratieve overheid; administratieve overheid;
d) het welbewust bevelen of adviseren door een personeelslid om een d) het welbewust bevelen of adviseren door een personeelslid om een
integriteitsschending te begaan zoals bedoeld in a), b) en c). integriteitsschending te begaan zoals bedoeld in a), b) en c).
4° meldpunt : de vertrouwenspersoon integriteit, als meldpunt in de 4° meldpunt : de vertrouwenspersoon integriteit, als meldpunt in de
interne component van het systeem voor de melding van een interne component van het systeem voor de melding van een
veronderstelde integriteitsschending en het « Centraal Meldpunt voor veronderstelde integriteitsschending en het « Centraal Meldpunt voor
Veronderstelde Integriteitsschendingen » bij de federale ombudsmannen, Veronderstelde Integriteitsschendingen » bij de federale ombudsmannen,
als de externe component van het systeem voor de melding van een als de externe component van het systeem voor de melding van een
veronderstelde integriteitsschending. veronderstelde integriteitsschending.
Onder het eerste lid, 3°, worden niet begrepen : Onder het eerste lid, 3°, worden niet begrepen :
1° pesterijen ten aanzien van de personen bedoeld in artikel 2, § 1, 1° pesterijen ten aanzien van de personen bedoeld in artikel 2, § 1,
1°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de 1°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de
werknemers bij de uitvoering van hun werk bedoelde personen; werknemers bij de uitvoering van hun werk bedoelde personen;
2° discriminatie op grond van : 2° discriminatie op grond van :
a) leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, a) leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte,
vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging,
syndicale overtuiging, taal, huidige of toekomstige syndicale overtuiging, taal, huidige of toekomstige
gezondheidstoestand, een handicap, een fysieke of genetische gezondheidstoestand, een handicap, een fysieke of genetische
eigenschap of sociale afkomst, als bedoeld in artikel 4, 4°, van de eigenschap of sociale afkomst, als bedoeld in artikel 4, 4°, van de
wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van
discriminatie; discriminatie;
b) geslacht, zwangerschap, bevalling of moederschap, als bedoeld in de b) geslacht, zwangerschap, bevalling of moederschap, als bedoeld in de
artikelen 3 en 4 van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van artikelen 3 en 4 van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van
discriminatie tussen vrouwen en mannen; discriminatie tussen vrouwen en mannen;
c) nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of c) nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of
etnische afstamming, als bedoeld in artikel 3 van de wet van 10 mei etnische afstamming, als bedoeld in artikel 3 van de wet van 10 mei
2007 tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van 2007 tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van
bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden.
HOOFDSTUK 3. - Het meldingssysteem HOOFDSTUK 3. - Het meldingssysteem

Art. 3.§ 1. Het systeem voor de melding van een veronderstelde

Art. 3.§ 1. Het systeem voor de melding van een veronderstelde

integriteitsschending dient voor de melding van een veronderstelde integriteitsschending dient voor de melding van een veronderstelde
integriteitsschending in de federale administratieve overheden door integriteitsschending in de federale administratieve overheden door
een personeelslid dat in dienstactiviteit is in één van deze een personeelslid dat in dienstactiviteit is in één van deze
overheden. overheden.
§ 2. Op voorstel van de ministers die bevoegd zijn voor de bewaking § 2. Op voorstel van de ministers die bevoegd zijn voor de bewaking
van de integriteit en ambtenarenzaken in de federale administratieve van de integriteit en ambtenarenzaken in de federale administratieve
overheden bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in overheden bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in
de Ministerraad, de nadere regels betreffende de oprichting, de de Ministerraad, de nadere regels betreffende de oprichting, de
organisatie, de werking, de verantwoordelijkheden, de bevoegdheden, de organisatie, de werking, de verantwoordelijkheden, de bevoegdheden, de
rollen, de functies, de selectie en alle andere noodzakelijke rollen, de functies, de selectie en alle andere noodzakelijke
modaliteiten voor de goede werking van de interne component van het modaliteiten voor de goede werking van de interne component van het
systeem voor de melding van een veronderstelde integriteitsschending systeem voor de melding van een veronderstelde integriteitsschending
die niet in deze wet zijn geregeld. die niet in deze wet zijn geregeld.
De interne component heeft als meldpunt een of meer De interne component heeft als meldpunt een of meer
vertrouwenspersonen integriteit per federale administratieve overheid vertrouwenspersonen integriteit per federale administratieve overheid
en taalrol. en taalrol.
§ 3. Bij de federale ombudsmannen wordt, het « Centraal Meldpunt voor § 3. Bij de federale ombudsmannen wordt, het « Centraal Meldpunt voor
Veronderstelde Integriteitsschendingen » opgericht, als externe Veronderstelde Integriteitsschendingen » opgericht, als externe
component voor de melding van een veronderstelde component voor de melding van een veronderstelde
integriteitsschending, hierna het « Centraal Meldpunt » genoemd. Het integriteitsschending, hierna het « Centraal Meldpunt » genoemd. Het
Centraal Meldpunt vormt een onderdeel van de diensten van de federale Centraal Meldpunt vormt een onderdeel van de diensten van de federale
ombudsmannen. ombudsmannen.
De federale ombudsmannen van de federale administratieve overheden De federale ombudsmannen van de federale administratieve overheden
oefenen de taken uit die hen worden toegewezen in deze wet. In oefenen de taken uit die hen worden toegewezen in deze wet. In
afwijking van artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1995 tot afwijking van artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1995 tot
instelling van federale ombudsmannen oefenen de federale ombudsmannen instelling van federale ombudsmannen oefenen de federale ombudsmannen
die taken ook uit in de federale administratieve overheden die door die taken ook uit in de federale administratieve overheden die door
een bijzondere wettelijke bepaling over een eigen ombudsman een bijzondere wettelijke bepaling over een eigen ombudsman
beschikken. beschikken.
De federale ombudsmannen hebben de leiding over en beheren de externe De federale ombudsmannen hebben de leiding over en beheren de externe
component voor de melding van een veronderstelde component voor de melding van een veronderstelde
integriteitsschending. De formatie en het statuut van het personeel integriteitsschending. De formatie en het statuut van het personeel
van het Centraal Meldpunt worden bepaald overeenkomstig artikel 19 van van het Centraal Meldpunt worden bepaald overeenkomstig artikel 19 van
de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen. de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen.

Art. 4.Het personeelslid dat overweegt een veronderstelde

Art. 4.Het personeelslid dat overweegt een veronderstelde

integriteitsschending te melden kan zich steeds laten informeren en integriteitsschending te melden kan zich steeds laten informeren en
adviseren over de inhoud en de toepassing van deze wet bij een adviseren over de inhoud en de toepassing van deze wet bij een
vertrouwenspersoon integriteit, bij het Centraal Meldpunt of bij de vertrouwenspersoon integriteit, bij het Centraal Meldpunt of bij de
federale administratieve overheid waarover de minister die instaat federale administratieve overheid waarover de minister die instaat
voor de bewaking van de integriteit in de federale administratieve voor de bewaking van de integriteit in de federale administratieve
overheden bevoegd is. overheden bevoegd is.

Art. 5.Het personeelslid meldt een veronderstelde

Art. 5.Het personeelslid meldt een veronderstelde

integriteitsschending : integriteitsschending :
1° die zich in de afgelopen vijf kalenderjaren heeft voorgedaan, zich 1° die zich in de afgelopen vijf kalenderjaren heeft voorgedaan, zich
voordoet of op het punt staat zich voor te doen in een federale voordoet of op het punt staat zich voor te doen in een federale
administratieve overheidsdienst; administratieve overheidsdienst;
2° op basis van een redelijk vermoeden. 2° op basis van een redelijk vermoeden.
HOOFDSTUK 4. - Het voorafgaand advies HOOFDSTUK 4. - Het voorafgaand advies

Art. 6.§ 1. Het personeelslid dat wenst te handelen overeenkomstig

Art. 6.§ 1. Het personeelslid dat wenst te handelen overeenkomstig

artikel 8, § 1, vraagt eerst schriftelijk een voorafgaand advies aan artikel 8, § 1, vraagt eerst schriftelijk een voorafgaand advies aan
een vertrouwenspersoon integriteit van de federale administratieve een vertrouwenspersoon integriteit van de federale administratieve
overheid waar hij in dienstactiviteit is; overheid waar hij in dienstactiviteit is;
Het personeelslid dat wenst te handelen overeenkomstig artikel 8, § 2, Het personeelslid dat wenst te handelen overeenkomstig artikel 8, § 2,
vraagt eerst schriftelijk een voorafgaand advies aan het Centraal vraagt eerst schriftelijk een voorafgaand advies aan het Centraal
Meldpunt. Meldpunt.
§ 2. De vraag om voorafgaand advies dient te worden gestaafd met § 2. De vraag om voorafgaand advies dient te worden gestaafd met
elementen die wijzen op een eerlijk en redelijk vermoeden dat de elementen die wijzen op een eerlijk en redelijk vermoeden dat de
integriteitsschending zich in de afgelopen vijf kalenderjaren heeft integriteitsschending zich in de afgelopen vijf kalenderjaren heeft
voorgedaan, zich voordoet of op het punt staat zich voor te doen in voorgedaan, zich voordoet of op het punt staat zich voor te doen in
een federale administratieve overheid. een federale administratieve overheid.
De vraag om voorafgaand advies bevat tenminste de volgende elementen : De vraag om voorafgaand advies bevat tenminste de volgende elementen :
1° de verzendingsdatum van de vraag om voorafgaand advies; 1° de verzendingsdatum van de vraag om voorafgaand advies;
2° de naam en de contactgegevens van het personeelslid dat het 2° de naam en de contactgegevens van het personeelslid dat het
voorafgaand advies vraagt; voorafgaand advies vraagt;
3° de naam van de federale administratieve overheid waar het 3° de naam van de federale administratieve overheid waar het
personeelslid in dienstactiviteit is; personeelslid in dienstactiviteit is;
4° de naam van de federale administratieve overheid waarop de 4° de naam van de federale administratieve overheid waarop de
veronderstelde integriteitsschending betrekking heeft; veronderstelde integriteitsschending betrekking heeft;
5° de beschrijving van de veronderstelde integriteitsschending; 5° de beschrijving van de veronderstelde integriteitsschending;
6° de datum of de periode waarin de veronderstelde 6° de datum of de periode waarin de veronderstelde
integriteitsschending heeft plaatsgevonden, plaatsvindt of zal integriteitsschending heeft plaatsgevonden, plaatsvindt of zal
plaatsvinden. plaatsvinden.
§ 3. De vraag om voorafgaand advies, aangevuld met de elementen § 3. De vraag om voorafgaand advies, aangevuld met de elementen
bedoeld in § 2 van dit artikel, wordt door het personeelslid ingevuld, bedoeld in § 2 van dit artikel, wordt door het personeelslid ingevuld,
ondertekend en naargelang het geval overgezonden aan de ondertekend en naargelang het geval overgezonden aan de
vertrouwenspersoon integriteit of het Centraal Meldpunt. vertrouwenspersoon integriteit of het Centraal Meldpunt.
§ 4. Uiterlijk twee weken volgend op de ontvangstdatum van de vraag om § 4. Uiterlijk twee weken volgend op de ontvangstdatum van de vraag om
voorafgaand advies kan de vertrouwenspersoon integriteit of het voorafgaand advies kan de vertrouwenspersoon integriteit of het
Centraal Meldpunt het personeelslid dat het voorafgaand advies heeft Centraal Meldpunt het personeelslid dat het voorafgaand advies heeft
aangevraagd uitnodigen voor een verdere toelichting van de elementen aangevraagd uitnodigen voor een verdere toelichting van de elementen
uit de vraag om voorafgaand advies. uit de vraag om voorafgaand advies.
De vertrouwenspersoon integriteit of het Centraal Meldpunt en het De vertrouwenspersoon integriteit of het Centraal Meldpunt en het
personeelslid dat het voorafgaand advies heeft aangevraagd bepalen personeelslid dat het voorafgaand advies heeft aangevraagd bepalen
desgevallend onderling de modaliteiten zoals de datum, plaats en wijze desgevallend onderling de modaliteiten zoals de datum, plaats en wijze
voor de toelichting bij het voorafgaand advies. voor de toelichting bij het voorafgaand advies.
De vertrouwenspersoon integriteit of het Centraal Meldpunt bevestigt De vertrouwenspersoon integriteit of het Centraal Meldpunt bevestigt
aan het personeelslid dat het voorafgaand advies heeft gevraagd de aan het personeelslid dat het voorafgaand advies heeft gevraagd de
modaliteiten voor de toelichting bij het voorafgaand advies. modaliteiten voor de toelichting bij het voorafgaand advies.
De toelichting bij de elementen uit de vraag om voorafgaand advies De toelichting bij de elementen uit de vraag om voorafgaand advies
dient uiterlijk vier weken na de ontvangstdatum te zijn beëindigd. dient uiterlijk vier weken na de ontvangstdatum te zijn beëindigd.
§ 5. De vertrouwenspersoon integriteit of he Centraal Meldpunt geeft § 5. De vertrouwenspersoon integriteit of he Centraal Meldpunt geeft
uiterlijk zes weken na de ontvangstdatum een schriftelijk, gemotiveerd uiterlijk zes weken na de ontvangstdatum een schriftelijk, gemotiveerd
advies over de ontvankelijkheid en de kennelijke gegrondheid van de advies over de ontvankelijkheid en de kennelijke gegrondheid van de
veronderstelde integriteitsschending op basis van de elementen in de veronderstelde integriteitsschending op basis van de elementen in de
vraag om het voorafgaand advies en desgevallend de toelichting bij het vraag om het voorafgaand advies en desgevallend de toelichting bij het
voorafgaand advies. voorafgaand advies.
§ 6. De vertrouwenspersoon integriteit of het Centraal Meldpunt deelt § 6. De vertrouwenspersoon integriteit of het Centraal Meldpunt deelt
zijn advies uiterlijk acht weken na de ontvangstdatum, aangevuld met zijn advies uiterlijk acht weken na de ontvangstdatum, aangevuld met
het advies, schriftelijk mee aan het personeelslid dat het voorafgaand het advies, schriftelijk mee aan het personeelslid dat het voorafgaand
advies heeft aangevraagd. advies heeft aangevraagd.
Het advies is gunstig indien de vertrouwenspersoon integriteit of het Het advies is gunstig indien de vertrouwenspersoon integriteit of het
Centraal Meldpunt de melding van de veronderstelde Centraal Meldpunt de melding van de veronderstelde
integriteitsschending ontvankelijk en kennelijk gegrond acht. integriteitsschending ontvankelijk en kennelijk gegrond acht.
In alle andere gevallen is het advies ongunstig. Het ongunstig advies In alle andere gevallen is het advies ongunstig. Het ongunstig advies
ten gevolge van een onontvankelijke maar kennelijk gegronde melding ten gevolge van een onontvankelijke maar kennelijk gegronde melding
van een veronderstelde integriteitsschending wordt door de van een veronderstelde integriteitsschending wordt door de
vertrouwenspersoon integriteit of het Centraal Meldpunt aangevuld met vertrouwenspersoon integriteit of het Centraal Meldpunt aangevuld met
relevante aanbevelingen voor het personeelslid dat het voorafgaand relevante aanbevelingen voor het personeelslid dat het voorafgaand
advies heeft aangevraagd. advies heeft aangevraagd.
§ 7. Het personeelslid dat een advies heeft aangevraagd kan zich op § 7. Het personeelslid dat een advies heeft aangevraagd kan zich op
ieder moment wenden tot het Centraal Meldpunt indien hij meent dat de ieder moment wenden tot het Centraal Meldpunt indien hij meent dat de
behandeling van zijn vraag om advies bij de vertrouwenspersoon behandeling van zijn vraag om advies bij de vertrouwenspersoon
integriteit onvoldoende vertrouwelijkheid of waarborgen van integriteit onvoldoende vertrouwelijkheid of waarborgen van
onafhankelijkheid biedt. In dit geval geldt de procedure voor onafhankelijkheid biedt. In dit geval geldt de procedure voor
meldingen als bedoeld in artikel 8, § 2. meldingen als bedoeld in artikel 8, § 2.

Art. 7.§ 1. Als een vertrouwenspersoon « integriteit » van een

Art. 7.§ 1. Als een vertrouwenspersoon « integriteit » van een

federale administratieve overheid een ongunstig advies geeft en het federale administratieve overheid een ongunstig advies geeft en het
personeelslid dat het voorafgaand advies heeft aangevraagd zich niet personeelslid dat het voorafgaand advies heeft aangevraagd zich niet
kan vinden in de inhoud van het advies, dan kan het personeelslid zijn kan vinden in de inhoud van het advies, dan kan het personeelslid zijn
vraag voor voorafgaand advies uiterlijk tien weken na de vraag voor voorafgaand advies uiterlijk tien weken na de
ontvangstdatum, bedoeld in artikel 6, § 4, eerste lid, aangevuld met ontvangstdatum, bedoeld in artikel 6, § 4, eerste lid, aangevuld met
het advies, bedoeld in artikel 6, § 6, voor herziening richten aan het het advies, bedoeld in artikel 6, § 6, voor herziening richten aan het
Centraal Meldpunt. Centraal Meldpunt.
§ 2. Het Centraal Meldpunt deelt zijn met redenen omkleed advies § 2. Het Centraal Meldpunt deelt zijn met redenen omkleed advies
uiterlijk twaalf weken na de ontvangstdatum, bedoeld in artikel 6, § uiterlijk twaalf weken na de ontvangstdatum, bedoeld in artikel 6, §
4, eerste lid, schriftelijk mee aan het personeelslid dat de 4, eerste lid, schriftelijk mee aan het personeelslid dat de
herziening van zijn vraag om voorafgaand advies heeft aangevraagd en herziening van zijn vraag om voorafgaand advies heeft aangevraagd en
aan de vertrouwenspersoon bedoeld in § 1. aan de vertrouwenspersoon bedoeld in § 1.
Het advies is gunstig indien het Centraal Meldpunt de veronderstelde Het advies is gunstig indien het Centraal Meldpunt de veronderstelde
integriteitsschending ontvankelijk en kennelijk gegrond acht. integriteitsschending ontvankelijk en kennelijk gegrond acht.
In alle andere gevallen is het advies ongunstig In alle andere gevallen is het advies ongunstig
Wanneer het advies ongunstig is ten gevolge van een onontvankelijke Wanneer het advies ongunstig is ten gevolge van een onontvankelijke
maar kennelijk gegronde melding van een veronderstelde maar kennelijk gegronde melding van een veronderstelde
integriteitsschending wordt dit advies door het Centraal Meldpunt integriteitsschending wordt dit advies door het Centraal Meldpunt
aangevuld met relevante aanbevelingen voor het personeelslid dat een aangevuld met relevante aanbevelingen voor het personeelslid dat een
herziening heeft gevraagd als bedoeld in § 1. herziening heeft gevraagd als bedoeld in § 1.
HOOFDSTUK 5. - De melding van de veronderstelde integriteitsschending HOOFDSTUK 5. - De melding van de veronderstelde integriteitsschending

Art. 8.§ 1. Een personeelslid brengt zijn functionele of een

Art. 8.§ 1. Een personeelslid brengt zijn functionele of een

hiërarchische meerdere eerlijk en op basis van een redelijk vermoeden hiërarchische meerdere eerlijk en op basis van een redelijk vermoeden
op de hoogte van een veronderstelde integriteitsschending in de op de hoogte van een veronderstelde integriteitsschending in de
federale administratieve overheid waar hij is tewerkgesteld. De federale administratieve overheid waar hij is tewerkgesteld. De
betrokken functionele of hiërarchische meerdere gaat vertrouwelijk om betrokken functionele of hiërarchische meerdere gaat vertrouwelijk om
met de identiteit en de rechtstoestand van dat personeelslid en zorgt met de identiteit en de rechtstoestand van dat personeelslid en zorgt
ervoor dat hij geen nadelige gevolgen ondervindt. ervoor dat hij geen nadelige gevolgen ondervindt.
Als een personeelslid zijn functionele of een hiërarchische meerdere Als een personeelslid zijn functionele of een hiërarchische meerdere
niet wenst op de hoogte te brengen van een veronderstelde niet wenst op de hoogte te brengen van een veronderstelde
integriteitsschending in de federale administratieve overheid waar hij integriteitsschending in de federale administratieve overheid waar hij
is tewerkgesteld, meldt hij dit aan de vertrouwenspersoon integriteit. is tewerkgesteld, meldt hij dit aan de vertrouwenspersoon integriteit.
Tegelijkertijd deelt het personeelslid aan de vertrouwenspersoon Tegelijkertijd deelt het personeelslid aan de vertrouwenspersoon
integriteit zijn keuze mee voor : integriteit zijn keuze mee voor :
1° een open melding, waarbij hij de vertrouwenspersoon integriteit de 1° een open melding, waarbij hij de vertrouwenspersoon integriteit de
uitdrukkelijke en schriftelijke toelating geeft zijn identiteit bekend uitdrukkelijke en schriftelijke toelating geeft zijn identiteit bekend
te maken, of te maken, of
2° een vertrouwelijke melding, waarbij de vertrouwenspersoon 2° een vertrouwelijke melding, waarbij de vertrouwenspersoon
integriteit met de identiteit van het personeelslid vertrouwelijk integriteit met de identiteit van het personeelslid vertrouwelijk
omgaat, maximaal afschermt en aan niemand bekend maakt, binnen de omgaat, maximaal afschermt en aan niemand bekend maakt, binnen de
geldende wetgeving, zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toelating geldende wetgeving, zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toelating
van het betrokken personeelslid. van het betrokken personeelslid.
§ 2. Een personeelslid meldt bij het Centraal Meldpunt : § 2. Een personeelslid meldt bij het Centraal Meldpunt :
1° bij ontstentenis van een vertrouwenspersoon integriteit in de 1° bij ontstentenis van een vertrouwenspersoon integriteit in de
federale administratieve overheid waar hij is tewerkgesteld; federale administratieve overheid waar hij is tewerkgesteld;
2° als hij zijn functionele of een hiërarchische meerdere niet wenst 2° als hij zijn functionele of een hiërarchische meerdere niet wenst
op de hoogte te brengen van een veronderstelde integriteitsschending op de hoogte te brengen van een veronderstelde integriteitsschending
in de federale administratieve overheid waar hij is tewerkgesteld en in de federale administratieve overheid waar hij is tewerkgesteld en
die veronderstelde integriteitsschending ook niet wenst te melden bij die veronderstelde integriteitsschending ook niet wenst te melden bij
de vertrouwenspersoon integriteit van zijn federale administratieve de vertrouwenspersoon integriteit van zijn federale administratieve
overheid; overheid;
3° als zijn melding een veronderstelde integriteitsschending betreft 3° als zijn melding een veronderstelde integriteitsschending betreft
in een federale administratieve overheid waar hij is tewerkgesteld in een federale administratieve overheid waar hij is tewerkgesteld
maar waarbij de hoogste hiërarchische meerdere van die federale maar waarbij de hoogste hiërarchische meerdere van die federale
administratieve overheid vermoedelijk betrokken is; administratieve overheid vermoedelijk betrokken is;
4° als zijn melding een veronderstelde integriteitsschending betreft 4° als zijn melding een veronderstelde integriteitsschending betreft
in een federale administratieve overheid waar hij niet tewerkgesteld in een federale administratieve overheid waar hij niet tewerkgesteld
is. is.

Art. 9.§ 1. Het personeelslid dat een gunstig advies ontvangt

Art. 9.§ 1. Het personeelslid dat een gunstig advies ontvangt

bevestigt uiterlijk twee weken na de ontvangstdatum, bedoeld in bevestigt uiterlijk twee weken na de ontvangstdatum, bedoeld in
artikel 6, § 6, of in artikel 7, § 2, eerste lid, de melding van de artikel 6, § 6, of in artikel 7, § 2, eerste lid, de melding van de
veronderstelde integriteitsschending aan de federale ombudsmannen. veronderstelde integriteitsschending aan de federale ombudsmannen.
Tegelijkertijd deelt het personeelslid aan de federale ombudsmannen Tegelijkertijd deelt het personeelslid aan de federale ombudsmannen
zijn keuze mee voor : zijn keuze mee voor :
1° een open melding, waarbij hij de federale ombudsmannen de 1° een open melding, waarbij hij de federale ombudsmannen de
uitdrukkelijke en schriftelijke toelating geeft zijn identiteit bekend uitdrukkelijke en schriftelijke toelating geeft zijn identiteit bekend
te maken, of; te maken, of;
2° een vertrouwelijke melding, waarbij de federale ombudsmannen met de 2° een vertrouwelijke melding, waarbij de federale ombudsmannen met de
identiteit van het personeelslid vertrouwelijk omgaan, maximaal identiteit van het personeelslid vertrouwelijk omgaan, maximaal
afschermen en aan niemand bekend maken, binnen de geldende wetgeving, afschermen en aan niemand bekend maken, binnen de geldende wetgeving,
zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toelating van het betrokken zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toelating van het betrokken
personeelslid. personeelslid.
§ 2. Uiterlijk veertien weken na de ontvangstdatum, bedoeld in artikel § 2. Uiterlijk veertien weken na de ontvangstdatum, bedoeld in artikel
6, § 4, eerste lid, brengen de federale ombudsmannen de hoogste 6, § 4, eerste lid, brengen de federale ombudsmannen de hoogste
hiërarchische meerdere van de federale administratieve overheid waarop hiërarchische meerdere van de federale administratieve overheid waarop
de melding van de veronderstelde integriteitsschending betrekking de melding van de veronderstelde integriteitsschending betrekking
heeft, op de hoogte van de melding van de veronderstelde heeft, op de hoogte van de melding van de veronderstelde
integriteitsschending. integriteitsschending.
Als uit de melding van de veronderstelde integriteitsschending echter Als uit de melding van de veronderstelde integriteitsschending echter
voldoende blijkt dat de hoogste hiërarchische leidinggevende van de voldoende blijkt dat de hoogste hiërarchische leidinggevende van de
federale administratieve overheid waar de veronderstelde federale administratieve overheid waar de veronderstelde
integriteitsschending zich heeft voorgedaan betrokken is bij die integriteitsschending zich heeft voorgedaan betrokken is bij die
veronderstelde integriteitsschending, brengen de federale ombudsmannen veronderstelde integriteitsschending, brengen de federale ombudsmannen
de minister bevoegd voor de federale administratieve overheid of het de minister bevoegd voor de federale administratieve overheid of het
beheerscomité van de betrokken openbare instelling van sociale beheerscomité van de betrokken openbare instelling van sociale
zekerheid waarop de veronderstelde integriteitsschending betrekking zekerheid waarop de veronderstelde integriteitsschending betrekking
heeft, op de hoogte. heeft, op de hoogte.
HOOFDSTUK 6. - Het onderzoek van de melding van de veronderstelde HOOFDSTUK 6. - Het onderzoek van de melding van de veronderstelde
integriteitsschending integriteitsschending
Afdeling 1. - De opdracht voor het onderzoek Afdeling 1. - De opdracht voor het onderzoek

Art. 10.§ 1. Na toepassing van artikel 9 en uiterlijk vijftien weken

Art. 10.§ 1. Na toepassing van artikel 9 en uiterlijk vijftien weken

na de ontvangstdatum, bedoeld in artikel 6, § 4, eerste lid, beginnen na de ontvangstdatum, bedoeld in artikel 6, § 4, eerste lid, beginnen
de federale ombudsmannen een onderzoek naar de veronderstelde de federale ombudsmannen een onderzoek naar de veronderstelde
integriteitsschending. integriteitsschending.
§ 2. De federale ombudsmannen die het onderzoek leiden en coördineren § 2. De federale ombudsmannen die het onderzoek leiden en coördineren
: :
1° passen de algemene principes van behoorlijk bestuur en de rechten 1° passen de algemene principes van behoorlijk bestuur en de rechten
van verdediging toe; van verdediging toe;
2° documenteren en verantwoorden behoorlijk en zorgvuldig alle 2° documenteren en verantwoorden behoorlijk en zorgvuldig alle
handelingen en beslissingen; handelingen en beslissingen;
3° leggen de opdracht voor het onderzoek naar de veronderstelde 3° leggen de opdracht voor het onderzoek naar de veronderstelde
integriteitsschending schriftelijk vast. integriteitsschending schriftelijk vast.
§ 3. De federale ombudsmannen kunnen zich voor het uitvoeren van het § 3. De federale ombudsmannen kunnen zich voor het uitvoeren van het
onderzoek naar een veronderstelde integriteitsschending laten bijstaan onderzoek naar een veronderstelde integriteitsschending laten bijstaan
door deskundigen. door deskundigen.
§ 4. De federale ombudsmannen en, desgevallend, de deskundigen die hen § 4. De federale ombudsmannen en, desgevallend, de deskundigen die hen
bijstaan kunnen elk personeelslid dat zij nodig achten bij dit bijstaan kunnen elk personeelslid dat zij nodig achten bij dit
onderzoek betrekken. Het personeelslid dat betrokken wordt bij het onderzoek betrekken. Het personeelslid dat betrokken wordt bij het
onderzoek heeft het recht zich te laten bijstaan door een raadsman. onderzoek heeft het recht zich te laten bijstaan door een raadsman.

Art. 11.§ 1. De opdracht voor het onderzoek naar de veronderstelde

Art. 11.§ 1. De opdracht voor het onderzoek naar de veronderstelde

integriteitsschending bevat ten minste : integriteitsschending bevat ten minste :
1° de beschrijving van de veronderstelde integriteitsschending die 1° de beschrijving van de veronderstelde integriteitsschending die
aanleiding geeft tot het onderzoek; aanleiding geeft tot het onderzoek;
2° de naam van de federale administratieve overheid waar het onderzoek 2° de naam van de federale administratieve overheid waar het onderzoek
zal worden uitgevoerd; zal worden uitgevoerd;
3° de naam, de taalrol en de contactgegevens van de federale 3° de naam, de taalrol en de contactgegevens van de federale
ombudsmannen en, desgevallend, de deskundigen die hen bijstaan bij de ombudsmannen en, desgevallend, de deskundigen die hen bijstaan bij de
uitvoering van het onderzoek; uitvoering van het onderzoek;
4° de vragen waarop het onderzoek dient te antwoorden; 4° de vragen waarop het onderzoek dient te antwoorden;
5° de voorziene einddatum van het onderzoek : het onderzoek dient 5° de voorziene einddatum van het onderzoek : het onderzoek dient
afgerond te zijn uiterlijk twintig weken na de ontvangstdatum, bedoeld afgerond te zijn uiterlijk twintig weken na de ontvangstdatum, bedoeld
in artikel 6, § 4, eerste lid. De voorziene duur kan, mits motivering, in artikel 6, § 4, eerste lid. De voorziene duur kan, mits motivering,
uitgebreid worden met maximum vier weken. uitgebreid worden met maximum vier weken.
§ 2. Elke wijziging aan de opdracht voor het onderzoek wordt door de § 2. Elke wijziging aan de opdracht voor het onderzoek wordt door de
federale ombudsmannen schriftelijk vastgelegd in een addendum. federale ombudsmannen schriftelijk vastgelegd in een addendum.
§ 3. De opdracht voor het onderzoek en het in § 2 bedoelde addendum § 3. De opdracht voor het onderzoek en het in § 2 bedoelde addendum
worden door de federale ombudsmannen en, desgevallend, de deskundigen worden door de federale ombudsmannen en, desgevallend, de deskundigen
die hen bijstaan bij de uitvoering van het onderzoek ondertekend en die hen bijstaan bij de uitvoering van het onderzoek ondertekend en
gedagtekend. gedagtekend.
Afdeling 2. - De schriftelijke kennisgeving van het onderzoek Afdeling 2. - De schriftelijke kennisgeving van het onderzoek

Art. 12.De personeelsleden die worden betrokken bij het onderzoek

Art. 12.De personeelsleden die worden betrokken bij het onderzoek

krijgen van de federale ombudsmannen een schriftelijke kennisgeving krijgen van de federale ombudsmannen een schriftelijke kennisgeving
van het onderzoek. van het onderzoek.
Deze kennisgeving bevat minstens : Deze kennisgeving bevat minstens :
1° de beschrijving van de veronderstelde integriteitsschending die 1° de beschrijving van de veronderstelde integriteitsschending die
aanleiding geeft tot het onderzoek; aanleiding geeft tot het onderzoek;
2° de mogelijkheid dat het onderzoek kan worden uitgebreid tot de 2° de mogelijkheid dat het onderzoek kan worden uitgebreid tot de
feiten en omstandigheden die in de loop van het onderzoek bekend feiten en omstandigheden die in de loop van het onderzoek bekend
worden en die van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de worden en die van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de
omvang, de aard en de ernst van de veronderstelde omvang, de aard en de ernst van de veronderstelde
integriteitsschending; integriteitsschending;
3° het recht van het personeelslid dat bij het onderzoek wordt 3° het recht van het personeelslid dat bij het onderzoek wordt
betrokken om zich door een raadsman te laten bijstaan; betrokken om zich door een raadsman te laten bijstaan;
4° de naam van de federale administratieve overheid waar het onderzoek 4° de naam van de federale administratieve overheid waar het onderzoek
zal worden uitgevoerd; zal worden uitgevoerd;
5° de naam, de taalrol en de contactgegevens van de federale 5° de naam, de taalrol en de contactgegevens van de federale
ombudsmannen en, desgevallend, de deskundigen die hen bijstaan bij de ombudsmannen en, desgevallend, de deskundigen die hen bijstaan bij de
uitvoering van het onderzoek. uitvoering van het onderzoek.
De kennisgeving is niet van toepassing als het belang van het De kennisgeving is niet van toepassing als het belang van het
onderzoek dit vereist. De toepassing van deze bepaling wordt in het onderzoek dit vereist. De toepassing van deze bepaling wordt in het
schriftelijk verslag van het onderzoek gemotiveerd opgenomen. schriftelijk verslag van het onderzoek gemotiveerd opgenomen.
Afdeling 3. - De individuele verklaring en het schriftelijk verslag Afdeling 3. - De individuele verklaring en het schriftelijk verslag

Art. 13.§ 1. De federale ombudsmannen en, desgevallend, de

Art. 13.§ 1. De federale ombudsmannen en, desgevallend, de

deskundigen die hen bijstaan bij de uitvoering van het onderzoek : deskundigen die hen bijstaan bij de uitvoering van het onderzoek :
1° waarborgen dat de personeelsleden die worden betrokken bij het 1° waarborgen dat de personeelsleden die worden betrokken bij het
onderzoek hun verklaring in vrijheid kunnen afleggen; onderzoek hun verklaring in vrijheid kunnen afleggen;
2° nemen een individuele verklaring af voor het verzamelen van 2° nemen een individuele verklaring af voor het verzamelen van
objectieve informatie van de personeelsleden die worden betrokken bij objectieve informatie van de personeelsleden die worden betrokken bij
het onderzoek; het onderzoek;
3° maken een schriftelijk verslag op van de verklaring van de 3° maken een schriftelijk verslag op van de verklaring van de
personeelsleden die worden betrokken bij het onderzoek. personeelsleden die worden betrokken bij het onderzoek.
§ 2. De personeelsleden die worden betrokken bij het onderzoek geven § 2. De personeelsleden die worden betrokken bij het onderzoek geven
de federale ombudsmannen en, desgevallend, de deskundigen die de de federale ombudsmannen en, desgevallend, de deskundigen die de
federale ombudsmannen bijstaan bij de uitvoering van het onderzoek federale ombudsmannen bijstaan bij de uitvoering van het onderzoek
alle relevante en verhelderende informatie waarover zij beschikken in alle relevante en verhelderende informatie waarover zij beschikken in
het kader van de onderzoeksopdracht. het kader van de onderzoeksopdracht.
§ 3. Het schriftelijk verslag, bedoeld in § 1, 3°, wordt aan de § 3. Het schriftelijk verslag, bedoeld in § 1, 3°, wordt aan de
personeelsleden die worden betrokken bij het onderzoek overhandigd personeelsleden die worden betrokken bij het onderzoek overhandigd
zodat ze het van hun opmerkingen kunnen voorzien. zodat ze het van hun opmerkingen kunnen voorzien.
§ 4. Het schriftelijk verslag, bedoeld in § 1, 3°, aangevuld in § 4. Het schriftelijk verslag, bedoeld in § 1, 3°, aangevuld in
overeenstemming met § 3, wordt voorzien van de naam, de handtekening overeenstemming met § 3, wordt voorzien van de naam, de handtekening
en de dagtekening van de federale ombudsmannen en, desgevallend, de en de dagtekening van de federale ombudsmannen en, desgevallend, de
deskundigen die hen bijstaan bij de uitvoering van het onderzoek en deskundigen die hen bijstaan bij de uitvoering van het onderzoek en
van de personeelsleden die worden betrokken bij onderzoek en, van de personeelsleden die worden betrokken bij onderzoek en,
desgevallend, van de raadsmannen die deze personeelsleden bijstaan. desgevallend, van de raadsmannen die deze personeelsleden bijstaan.
Elke bladzijde van het verslag wordt genummerd. Elke bladzijde van het verslag wordt genummerd.
Indien een personeelslid dat wordt betrokken bij het onderzoek of, Indien een personeelslid dat wordt betrokken bij het onderzoek of,
desgevallend, zijn raadsman weigert het verslag te ondertekenen wordt desgevallend, zijn raadsman weigert het verslag te ondertekenen wordt
dit opgenomen in het verslag. dit opgenomen in het verslag.
Afdeling 4. - Het aangevulde schriftelijk verslag Afdeling 4. - Het aangevulde schriftelijk verslag

Art. 14.§ 1. De federale ombudsmannen vullen uiterlijk twee weken na

Art. 14.§ 1. De federale ombudsmannen vullen uiterlijk twee weken na

de datum waarop het onderzoek is afgerond dit verslag aan met hun de datum waarop het onderzoek is afgerond dit verslag aan met hun
inhoudelijke standpunten, hun beoordeling en de maatregelen die zij inhoudelijke standpunten, hun beoordeling en de maatregelen die zij
adviseren. adviseren.
§ 2. Indien de federale ombudsmannen menen dat het aangevulde § 2. Indien de federale ombudsmannen menen dat het aangevulde
schriftelijk verslag van het onderzoek, bedoeld in § 1, voldoende schriftelijk verslag van het onderzoek, bedoeld in § 1, voldoende
elementen bevat om te besluiten dat de veronderstelde elementen bevat om te besluiten dat de veronderstelde
integriteitsschending zich niet heeft voorgedaan, dan sluiten zij het integriteitsschending zich niet heeft voorgedaan, dan sluiten zij het
onderzoek definitief af. onderzoek definitief af.
De federale ombudsmannen brengen deze beslissing ter kennis van : De federale ombudsmannen brengen deze beslissing ter kennis van :
1° de hoogste hiërarchische leidinggevende van de federale 1° de hoogste hiërarchische leidinggevende van de federale
administratieve overheid waar de veronderstelde integriteitsschending administratieve overheid waar de veronderstelde integriteitsschending
zich heeft voorgedaan; zich heeft voorgedaan;
2° de personeelsleden die bij het onderzoek werden betrokken; 2° de personeelsleden die bij het onderzoek werden betrokken;
3° het personeelslid dat de veronderstelde integriteitsschending heeft 3° het personeelslid dat de veronderstelde integriteitsschending heeft
gemeld. gemeld.
§ 3. Indien de federale ombudsmannen menen dat het aangevulde § 3. Indien de federale ombudsmannen menen dat het aangevulde
schriftelijk verslag van het onderzoek, bedoeld in § 1, voldoende schriftelijk verslag van het onderzoek, bedoeld in § 1, voldoende
elementen bevat om te besluiten dat : elementen bevat om te besluiten dat :
1° de veronderstelde integriteitsschending zich werkelijk heeft 1° de veronderstelde integriteitsschending zich werkelijk heeft
voorgedaan, maar dat zij over onvoldoende elementen beschikken om te voorgedaan, maar dat zij over onvoldoende elementen beschikken om te
besluiten dat zij kennis hebben gekregen van een misdaad of van een besluiten dat zij kennis hebben gekregen van een misdaad of van een
wanbedrijf, stellen zij het aangevulde schriftelijk verslag voor wanbedrijf, stellen zij het aangevulde schriftelijk verslag voor
verder gevolg ter beschikking van de hoogste hiërarchische verder gevolg ter beschikking van de hoogste hiërarchische
leidinggevende van de federale administratieve overheid waar de leidinggevende van de federale administratieve overheid waar de
veronderstelde integriteitsschending zich heeft voorgedaan; veronderstelde integriteitsschending zich heeft voorgedaan;
2° de veronderstelde integriteitsschending zich werkelijk heeft 2° de veronderstelde integriteitsschending zich werkelijk heeft
voorgedaan en over voldoende aanwijzingen te beschikken dat de hoogste voorgedaan en over voldoende aanwijzingen te beschikken dat de hoogste
hiërarchische leidinggevende betrokken is bij de veronderstelde hiërarchische leidinggevende betrokken is bij de veronderstelde
integriteitsschending, stellen zij het aangevulde schriftelijk verslag integriteitsschending, stellen zij het aangevulde schriftelijk verslag
voor verder gevolg ter beschikking van de minister die bevoegd is voor voor verder gevolg ter beschikking van de minister die bevoegd is voor
de federale administratieve overheid of aan het beheerscomité van de de federale administratieve overheid of aan het beheerscomité van de
betrokken openbare instelling van sociale zekerheid waar de betrokken openbare instelling van sociale zekerheid waar de
veronderstelde integriteitsschending zich heeft voorgedaan. veronderstelde integriteitsschending zich heeft voorgedaan.
De federale ombudsmannen brengen deze beslissing ter kennis van : De federale ombudsmannen brengen deze beslissing ter kennis van :
1° de personeelsleden die bij het onderzoek werden betrokken; 1° de personeelsleden die bij het onderzoek werden betrokken;
2° het personeelslid dat de veronderstelde integriteitsschending heeft 2° het personeelslid dat de veronderstelde integriteitsschending heeft
gemeld. gemeld.
§ 4. Als een vertrouwenspersoon integriteit of een federale ombudsman § 4. Als een vertrouwenspersoon integriteit of een federale ombudsman
in de loop van het meldingsproces meent over voldoende elementen te in de loop van het meldingsproces meent over voldoende elementen te
beschikken om te kunnen besluiten dat zij kennis hebben gekregen van beschikken om te kunnen besluiten dat zij kennis hebben gekregen van
een misdaad of van een wanbedrijf, geldt onverwijld : een misdaad of van een wanbedrijf, geldt onverwijld :
1° voor de vertrouwenspersoon integriteit de toepassing van artikel 29 1° voor de vertrouwenspersoon integriteit de toepassing van artikel 29
van het Wetboek van strafvordering. Hij geeft hiervan schriftelijk van het Wetboek van strafvordering. Hij geeft hiervan schriftelijk
kennis aan de hoogste hiërarchische leidinggevende van de federale kennis aan de hoogste hiërarchische leidinggevende van de federale
administratieve overheid waar de veronderstelde misdaad of het administratieve overheid waar de veronderstelde misdaad of het
veronderstelde wanbedrijf zich heeft voorgedaan. Als echter voldoende veronderstelde wanbedrijf zich heeft voorgedaan. Als echter voldoende
blijkt dat de hoogste hiërarchische leidinggevende van de federale blijkt dat de hoogste hiërarchische leidinggevende van de federale
administratieve overheid waar de veronderstelde misdaad of het administratieve overheid waar de veronderstelde misdaad of het
veronderstelde wanbedrijf zich heeft voorgedaan, erbij betrokken is veronderstelde wanbedrijf zich heeft voorgedaan, erbij betrokken is
dan geeft hij hiervan schriftelijk kennis aan de minister die bevoegd dan geeft hij hiervan schriftelijk kennis aan de minister die bevoegd
is voor de federale administratieve overheid of aan het beheerscomité is voor de federale administratieve overheid of aan het beheerscomité
van de betrokken openbare instelling van sociale zekerheid waar de van de betrokken openbare instelling van sociale zekerheid waar de
veronderstelde misdaad of het veronderstelde wanbedrijf zich heeft veronderstelde misdaad of het veronderstelde wanbedrijf zich heeft
voorgedaan; voorgedaan;
2° voor de federale ombudsmannen de toepassing van artikel 12 van de 2° voor de federale ombudsmannen de toepassing van artikel 12 van de
wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen. Zij wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen. Zij
geven hiervan schriftelijk kennis aan de minister die bevoegd is voor geven hiervan schriftelijk kennis aan de minister die bevoegd is voor
de federale administratieve overheid of aan het beheerscomité van de de federale administratieve overheid of aan het beheerscomité van de
betrokken openbare instelling van sociale zekerheid waar de betrokken openbare instelling van sociale zekerheid waar de
veronderstelde misdaad of het veronderstelde wanbedrijf zich heeft veronderstelde misdaad of het veronderstelde wanbedrijf zich heeft
voorgedaan als voldoende blijkt dat de hoogste hiërarchische voorgedaan als voldoende blijkt dat de hoogste hiërarchische
leidinggevende van de federale administratieve overheid betrokken is leidinggevende van de federale administratieve overheid betrokken is
bij die veronderstelde misdaad of wanbedrijf. bij die veronderstelde misdaad of wanbedrijf.
§ 5. De vertrouwenspersoon integriteit of de federale ombudsman geven § 5. De vertrouwenspersoon integriteit of de federale ombudsman geven
kennis van de aangifte die voortvloeit uit de toepassing van § 4, 1° kennis van de aangifte die voortvloeit uit de toepassing van § 4, 1°
en 2°, aan het personeelslid dat : en 2°, aan het personeelslid dat :
1° heeft gehandeld overeenkomstig artikel 8, § 1; 1° heeft gehandeld overeenkomstig artikel 8, § 1;
2° volgens de vertrouwenspersoon of de federale ombudsman niet 2° volgens de vertrouwenspersoon of de federale ombudsman niet
betrokken is bij de aan te geven veronderstelde misdaad of wanbedrijf. betrokken is bij de aan te geven veronderstelde misdaad of wanbedrijf.
HOOFDSTUK 7. - De bescherming tegen een maatregel met een nadelig HOOFDSTUK 7. - De bescherming tegen een maatregel met een nadelig
gevolg voor de arbeidsvoorwaarden of de arbeidsomstandigheden gevolg voor de arbeidsvoorwaarden of de arbeidsomstandigheden

Art. 15.§ 1. De federale ombudsmannen beschermen de volgende personen

Art. 15.§ 1. De federale ombudsmannen beschermen de volgende personen

tegen een maatregel met een nadelig gevolg voor de arbeidsvoorwaarden tegen een maatregel met een nadelig gevolg voor de arbeidsvoorwaarden
of de arbeidsomstandigheden, zoals bedoeld in § 2 van dit artikel, dat of de arbeidsomstandigheden, zoals bedoeld in § 2 van dit artikel, dat
voortvloeit uit de melding van een veronderstelde voortvloeit uit de melding van een veronderstelde
integriteitsschending bij de vertrouwenspersoon integriteit of het integriteitsschending bij de vertrouwenspersoon integriteit of het
Centraal Meldpunt : Centraal Meldpunt :
1° het personeelslid dat de veronderstelde integriteitsschendingen 1° het personeelslid dat de veronderstelde integriteitsschendingen
heeft gemeld; heeft gemeld;
2° het personeelslid dat wordt betrokken bij het onderzoek; en 2° het personeelslid dat wordt betrokken bij het onderzoek; en
3° het personeelslid-raadsman dat het personeelslid dat wordt 3° het personeelslid-raadsman dat het personeelslid dat wordt
betrokken bij het onderzoek adviseert. betrokken bij het onderzoek adviseert.
§ 2. Onder een maatregel met een nadelig gevolg voor de § 2. Onder een maatregel met een nadelig gevolg voor de
arbeidsvoorwaarden of -omstandigheden, dat voortvloeit uit de melding arbeidsvoorwaarden of -omstandigheden, dat voortvloeit uit de melding
van een veronderstelde integriteitsschending wordt onder meer verstaan van een veronderstelde integriteitsschending wordt onder meer verstaan
: :
1° het verlenen van ontslag anders dan op eigen verzoek; 1° het verlenen van ontslag anders dan op eigen verzoek;
2° het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van een 2° het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van een
aanstelling in tijdelijke dienst; aanstelling in tijdelijke dienst;
3° het niet omzetten van een aanstelling in tijdelijke dienst voor een 3° het niet omzetten van een aanstelling in tijdelijke dienst voor een
proeftijd in een aanstelling in vaste dienst indien deze in het proeftijd in een aanstelling in vaste dienst indien deze in het
vooruitzicht kan worden gesteld; vooruitzicht kan worden gesteld;
4° het verplaatsen of overplaatsen of het weigeren van een verzoek 4° het verplaatsen of overplaatsen of het weigeren van een verzoek
daartoe; daartoe;
5° het nemen van een ordemaatregel; 5° het nemen van een ordemaatregel;
6° het nemen van een maatregel van inwendige orde; 6° het nemen van een maatregel van inwendige orde;
7° het nemen van een tuchtmaatregel; 7° het nemen van een tuchtmaatregel;
8° het onthouden van salarisverhoging; 8° het onthouden van salarisverhoging;
9° het onthouden van promotiekansen; 9° het onthouden van promotiekansen;
10° het onthouden van faciliteiten die andere medewerkers wel krijgen; 10° het onthouden van faciliteiten die andere medewerkers wel krijgen;
11° het weigeren van verlof; 11° het weigeren van verlof;
12° het toekennen van een ongunstige evaluatie. 12° het toekennen van een ongunstige evaluatie.
§ 3. De beschermingsperiode gaat in : § 3. De beschermingsperiode gaat in :
1° voor het personeelslid dat de veronderstelde integriteitsschending 1° voor het personeelslid dat de veronderstelde integriteitsschending
heeft gemeld, op de ontvangstdatum, bedoeld in artikel 6, § 4, eerste heeft gemeld, op de ontvangstdatum, bedoeld in artikel 6, § 4, eerste
lid; lid;
2° voor het personeelslid en het personeelslid-raadsman die worden 2° voor het personeelslid en het personeelslid-raadsman die worden
betrokken bij het onderzoek, op de datum waarop zij door de federale betrokken bij het onderzoek, op de datum waarop zij door de federale
ombudsmannen en, desgevallend, de deskundigen bij het onderzoek naar ombudsmannen en, desgevallend, de deskundigen bij het onderzoek naar
de melding van de veronderstelde integriteitsschending worden de melding van de veronderstelde integriteitsschending worden
betrokken. betrokken.
De Koning bepaalt de duur van de beschermingsperiode. Deze bedraagt De Koning bepaalt de duur van de beschermingsperiode. Deze bedraagt
minstens twee jaar na het afronden van het aangevulde schriftelijke minstens twee jaar na het afronden van het aangevulde schriftelijke
verslag of na een definitieve gerechtelijke veroordeling. verslag of na een definitieve gerechtelijke veroordeling.
§ 4. De bescherming wordt niet toegekend aan het personeelslid dat een § 4. De bescherming wordt niet toegekend aan het personeelslid dat een
veronderstelde integriteitsschending wil melden in een federale veronderstelde integriteitsschending wil melden in een federale
administratieve overheid maar niet heeft gehandeld overeenkomstig administratieve overheid maar niet heeft gehandeld overeenkomstig
artikel 8. artikel 8.
§ 5. De bescherming die aan het personeelslid dat de veronderstelde § 5. De bescherming die aan het personeelslid dat de veronderstelde
integriteitsschendig meldt wordt toegekend overeenkomstig §§ 1, 2 en integriteitsschendig meldt wordt toegekend overeenkomstig §§ 1, 2 en
3, wordt opgeheven op datum van de afronding van het aangevulde 3, wordt opgeheven op datum van de afronding van het aangevulde
schriftelijk verslag, bedoeld in artikel 14, § 1, als daarin voldoende schriftelijk verslag, bedoeld in artikel 14, § 1, als daarin voldoende
elementen aanwezig zijn om te besluiten dat : elementen aanwezig zijn om te besluiten dat :
1° het personeelslid dat de veronderstelde integriteitsschending heeft 1° het personeelslid dat de veronderstelde integriteitsschending heeft
gemeld heeft gehandeld in de wetenschap dat deze melding niet eerlijk gemeld heeft gehandeld in de wetenschap dat deze melding niet eerlijk
was; was;
2° het personeelslid dat de veronderstelde integriteitsschending heeft 2° het personeelslid dat de veronderstelde integriteitsschending heeft
gemeld zelf betrokken is bij de gemelde veronderstelde gemeld zelf betrokken is bij de gemelde veronderstelde
integriteitsschending. integriteitsschending.
De bescherming die aan het personeelslid dat wordt betrokken bij het De bescherming die aan het personeelslid dat wordt betrokken bij het
onderzoek wordt toegekend overeenkomstig §§ 1, 2 en 3, wordt opgeheven onderzoek wordt toegekend overeenkomstig §§ 1, 2 en 3, wordt opgeheven
op datum van de afronding van het aangevulde schriftelijk verslag, op datum van de afronding van het aangevulde schriftelijk verslag,
zoals bedoeld in artikel 14, § 1, als daarin voldoende elementen zoals bedoeld in artikel 14, § 1, als daarin voldoende elementen
aanwezig zijn om te besluiten dat : aanwezig zijn om te besluiten dat :
1° het personeelslid bewust oneerlijke, niet-waarheidsgetrouwe en 1° het personeelslid bewust oneerlijke, niet-waarheidsgetrouwe en
manifest onvolledige informatie heeft verschaft aan de onderzoekers in manifest onvolledige informatie heeft verschaft aan de onderzoekers in
het kader van zijn onderzoeksopdracht; het kader van zijn onderzoeksopdracht;
2° het personeelslid zelf betrokken was bij de gemelde veronderstelde 2° het personeelslid zelf betrokken was bij de gemelde veronderstelde
integriteitsschending. integriteitsschending.
§ 6. De federale ombudsmannen stellen het personeelslid schriftelijk § 6. De federale ombudsmannen stellen het personeelslid schriftelijk
in kennis van de beslissing om de bescherming al dan niet toe te in kennis van de beslissing om de bescherming al dan niet toe te
kennen of op te heffen. kennen of op te heffen.
§ 7. Het onderzoek van een klacht wordt opgeschort wanneer omtrent de § 7. Het onderzoek van een klacht wordt opgeschort wanneer omtrent de
feiten een beroep bij de rechtbank of een georganiseerd administratief feiten een beroep bij de rechtbank of een georganiseerd administratief
beroep wordt ingesteld. De administratieve overheid stelt de federale beroep wordt ingesteld. De administratieve overheid stelt de federale
ombudsmannen in kennis van het ingestelde beroep. ombudsmannen in kennis van het ingestelde beroep.
In dat geval brengen de federale ombudsmannen de klager onverwijld op In dat geval brengen de federale ombudsmannen de klager onverwijld op
de hoogte van de opschorting van de behandeling van zijn klacht. de hoogte van de opschorting van de behandeling van zijn klacht.
De indiening en het onderzoek van een klacht schorsen noch stuiten de De indiening en het onderzoek van een klacht schorsen noch stuiten de
termijnen voor het instellen van beroepen bij de rechtbank of van termijnen voor het instellen van beroepen bij de rechtbank of van
georganiseerde administratieve beroepen. georganiseerde administratieve beroepen.
§ 8. De in § 1 bedoelde bescherming wordt door de federale § 8. De in § 1 bedoelde bescherming wordt door de federale
ombudsmannen van rechtswege verleend. ombudsmannen van rechtswege verleend.

Art. 16.§ 1. Een personeelslid dat beweert dat hij het slachtoffer is

Art. 16.§ 1. Een personeelslid dat beweert dat hij het slachtoffer is

van of bedreigd wordt met een maatregel, bedoeld in artikel 15, § 2, van of bedreigd wordt met een maatregel, bedoeld in artikel 15, § 2,
kan tijdens de beschermingsperiode, zoals bedoeld in artikel 15, een kan tijdens de beschermingsperiode, zoals bedoeld in artikel 15, een
met redenen omklede klacht indienen bij de federale ombudsmannen. met redenen omklede klacht indienen bij de federale ombudsmannen.
§ 2. Indien tijdens de beschermperiode tegen een beschermd § 2. Indien tijdens de beschermperiode tegen een beschermd
personeelslid, maatregelen zoals bedoeld in artikel 15, § 2 worden personeelslid, maatregelen zoals bedoeld in artikel 15, § 2 worden
genomen, dan valt de bewijslast, dat er zich geen maatregelen of de genomen, dan valt de bewijslast, dat er zich geen maatregelen of de
dreiging met maatregelen hebben voorgedaan of voordoen, ten laste van dreiging met maatregelen hebben voorgedaan of voordoen, ten laste van
de federale administratieve overheid waar het bestaan van of de de federale administratieve overheid waar het bestaan van of de
dreiging met maatregelen zich vermoedelijk hebben voorgedaan of dreiging met maatregelen zich vermoedelijk hebben voorgedaan of
voordoen. voordoen.
§ 3. De federale ombudsmannen vragen schriftelijk aan de hoogste § 3. De federale ombudsmannen vragen schriftelijk aan de hoogste
hiërarchische leidinggevende van de in § 2 bedoelde federale hiërarchische leidinggevende van de in § 2 bedoelde federale
administratieve overheid om te bewijzen dat tijdens de beschermperiode administratieve overheid om te bewijzen dat tijdens de beschermperiode
tegen het beschermd personeelslid geen maatregelen zijn genomen of tegen het beschermd personeelslid geen maatregelen zijn genomen of
werd gedreigd met maatregelen. werd gedreigd met maatregelen.
§ 4. De in § 3 bedoelde hoogste hiërarchische leidinggevende van de § 4. De in § 3 bedoelde hoogste hiërarchische leidinggevende van de
federale administratieve overheid beschikt over vier weken, na de federale administratieve overheid beschikt over vier weken, na de
datum van ontvangst van de schriftelijke vraag, bedoeld in § 3, om een datum van ontvangst van de schriftelijke vraag, bedoeld in § 3, om een
schriftelijk verslag ter beschikking te stellen van de federale schriftelijk verslag ter beschikking te stellen van de federale
ombudsmannen waaruit ontegensprekelijk moet blijken of tegen het ombudsmannen waaruit ontegensprekelijk moet blijken of tegen het
beschermd personeelslid al dan niet maatregelen zijn genomen of werd beschermd personeelslid al dan niet maatregelen zijn genomen of werd
gedreigd met maatregelen. gedreigd met maatregelen.
§ 5. Indien uit het in § 4 bedoelde schriftelijk verslag, § 5. Indien uit het in § 4 bedoelde schriftelijk verslag,
ontegensprekelijk blijkt dat tegen het personeelslid dat wordt ontegensprekelijk blijkt dat tegen het personeelslid dat wordt
beschermd door de federale ombudsmannen : beschermd door de federale ombudsmannen :
1° maatregelen zijn genomen of werd gedreigd met maatregelen zoals 1° maatregelen zijn genomen of werd gedreigd met maatregelen zoals
bedoeld in artikel 15, § 2, is het tweede lid van artikel 12 van de bedoeld in artikel 15, § 2, is het tweede lid van artikel 12 van de
wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen van wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen van
toepassing - onverminderd de mogelijke toepassing van andere toepassing - onverminderd de mogelijke toepassing van andere
wettelijke sancties - en wordt het personeelslid in de federale wettelijke sancties - en wordt het personeelslid in de federale
administratieve overheid dat de maatregel heeft genomen of heeft administratieve overheid dat de maatregel heeft genomen of heeft
gedreigd met een maatregel, zoals bedoeld in artikel 15, § 2, het gedreigd met een maatregel, zoals bedoeld in artikel 15, § 2, het
onderwerp van een tuchtrechtelijke procedure; onderwerp van een tuchtrechtelijke procedure;
2° geen maatregelen zijn genomen of niet werd gedreigd met maatregelen 2° geen maatregelen zijn genomen of niet werd gedreigd met maatregelen
zoals bedoeld in artikel 15, § 2 en dat het personeelslid bewust zoals bedoeld in artikel 15, § 2 en dat het personeelslid bewust
oneerlijk en niet waarheidsgetrouw heeft gebruik gemaakt van § 1 is oneerlijk en niet waarheidsgetrouw heeft gebruik gemaakt van § 1 is
het tweede lid van artikel 12 van de wet van 22 maart 1995 tot het tweede lid van artikel 12 van de wet van 22 maart 1995 tot
instelling van federale ombudsmannen van toepassing - onverminderd de instelling van federale ombudsmannen van toepassing - onverminderd de
mogelijke toepassing van andere wettelijke sancties - en wordt het mogelijke toepassing van andere wettelijke sancties - en wordt het
personeelslid het onderwerp van een tuchtrechtelijke procedure. personeelslid het onderwerp van een tuchtrechtelijke procedure.
HOOFDSTUK 8. - Sancties die van toepassing zijn op bedrieglijke HOOFDSTUK 8. - Sancties die van toepassing zijn op bedrieglijke
meldingen meldingen

Art. 17.Onverminderd de mogelijke toepassing van andere wettelijk

Art. 17.Onverminderd de mogelijke toepassing van andere wettelijk

voorziene sancties, is het tweede lid van artikel 12 van de wet van 22 voorziene sancties, is het tweede lid van artikel 12 van de wet van 22
maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen van toepassing en maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen van toepassing en
wordt een personeelslid in de federale administratieve overheid het wordt een personeelslid in de federale administratieve overheid het
onderwerp van een tuchtrechtelijke procedure indien uit het aangevulde onderwerp van een tuchtrechtelijke procedure indien uit het aangevulde
schriftelijk verslag, bedoeld in artikel 14, § 1, ontegensprekelijk schriftelijk verslag, bedoeld in artikel 14, § 1, ontegensprekelijk
blijkt dat : blijkt dat :
1° het personeelslid bewust oneerlijk en niet waarheidsgetrouw de 1° het personeelslid bewust oneerlijk en niet waarheidsgetrouw de
veronderstelde integriteitsschending heeft gemeld; veronderstelde integriteitsschending heeft gemeld;
2° het personeelslid dat werd betrokken bij het onderzoek bewust 2° het personeelslid dat werd betrokken bij het onderzoek bewust
oneerlijk, niet-waarheidsgetrouw of onvolledige informatie ter oneerlijk, niet-waarheidsgetrouw of onvolledige informatie ter
beschikking van de federale ombudsmannen en de deskundigen die hen beschikking van de federale ombudsmannen en de deskundigen die hen
bijstaan bij de uitvoering van het onderzoek heeft gesteld; bijstaan bij de uitvoering van het onderzoek heeft gesteld;
3° het personeelslid bewust heeft gehandeld of beslissingen heeft 3° het personeelslid bewust heeft gehandeld of beslissingen heeft
genomen met als enige oogmerk het onderzoek te verhinderen, te genomen met als enige oogmerk het onderzoek te verhinderen, te
bemoeilijken en/of te beëindigen of een persoon hiertoe aan te zetten. bemoeilijken en/of te beëindigen of een persoon hiertoe aan te zetten.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingsbepalingen HOOFDSTUK 9. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijziging van het Wetboek van strafvordering Afdeling 1. - Wijziging van het Wetboek van strafvordering

Art. 18.Artikel 29 van het Wetboek van strafvordering, laatst

Art. 18.Artikel 29 van het Wetboek van strafvordering, laatst

gewijzigd bij de wet van 23 maart 1999, wordt aangevuld met een lid, gewijzigd bij de wet van 23 maart 1999, wordt aangevuld met een lid,
luidende : luidende :
« De ambtenaren die op basis van de wet van 15 september 2013 « De ambtenaren die op basis van de wet van 15 september 2013
betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in
de federale administratieve overheden door haar personeelsleden de federale administratieve overheden door haar personeelsleden
gebruik maken van het meldingssysteem worden van de in het eerste lid gebruik maken van het meldingssysteem worden van de in het eerste lid
bedoelde verplichting vrijgesteld. » bedoelde verplichting vrijgesteld. »
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 22 maart 1995 tot instelling Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 22 maart 1995 tot instelling
van federale ombudsmannen van federale ombudsmannen

Art. 19.Artikel 1, eerste lid, van de wet van 22 maart 1995 tot

Art. 19.Artikel 1, eerste lid, van de wet van 22 maart 1995 tot

instelling van federale ombudsmannen, wordt aangevuld met en 4°, instelling van federale ombudsmannen, wordt aangevuld met en 4°,
luidende : luidende :
« 4° meldingen te onderzoeken van veronderstelde « 4° meldingen te onderzoeken van veronderstelde
integriteitsschendingen overeenkomstig de wet van 15 september 2013 integriteitsschendingen overeenkomstig de wet van 15 september 2013
betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschendig in betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschendig in
de federale administratieve overheden door haar personeelsleden. » de federale administratieve overheden door haar personeelsleden. »

Art. 20.artikel 15, eerste lid, van de wet van 22 maart 1995 tot

Art. 20.artikel 15, eerste lid, van de wet van 22 maart 1995 tot

instelling van federale ombudsmannen, gewijzigd bij de wet van 5 instelling van federale ombudsmannen, gewijzigd bij de wet van 5
februari 2001, wordt aangevuld met de volgende zin : februari 2001, wordt aangevuld met de volgende zin :
« Tevens bevatten deze verslagen de aanbevelingen die door de federale « Tevens bevatten deze verslagen de aanbevelingen die door de federale
ombudsmannen worden geformuleerd over de uitvoering van de wet van... ombudsmannen worden geformuleerd over de uitvoering van de wet van...
betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in
de federale administratieve overheden door haar personeelsleden, tot de federale administratieve overheden door haar personeelsleden, tot
aanpassing en verbetering van het meldingssysteem van een aanpassing en verbetering van het meldingssysteem van een
veronderstelde integriteitsschending. » veronderstelde integriteitsschending. »
HOOFDSTUK 1 0. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK 1 0. - Inwerkingtreding

Art. 21.Deze wet treedt in werking zes maanden na haar bekendmaking

Art. 21.Deze wet treedt in werking zes maanden na haar bekendmaking

in het Belgisch Staatsblad. in het Belgisch Staatsblad.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 15 september 2013. Gegeven te Brussel, 15 september 2013.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, De Minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling,
belast met Ambtenarenzaken, belast met Ambtenarenzaken,
K. GEENS K. GEENS
De Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken De Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken
en Modernisering van de Openbare Diensten, en Modernisering van de Openbare Diensten,
H. BOGAERT H. BOGAERT
Met 's Lands zegel gezegeld : Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM Mevr. A. TURTELBOOM
______ ______
Nota Nota
(1) Zitting 2012-2013. (1) Zitting 2012-2013.
Senaat Senaat
Stuk. - Wetsvoorstel van de heer Beke c.s, 5 -217 - Nr. 1 - Stuk. - Wetsvoorstel van de heer Beke c.s, 5 -217 - Nr. 1 -
Amendementen, 5-217 - Nr. 2. - Advies van de Raad van State, 5-217 - Amendementen, 5-217 - Nr. 2. - Advies van de Raad van State, 5-217 -
Nr. 3. - Amendementen, 5-217 - Nr. 4. - Verslag, 5-217 - Nr. 5. - Nr. 3. - Amendementen, 5-217 - Nr. 4. - Verslag, 5-217 - Nr. 5. -
Tekst aangenomen door de commissie, 5-217 - Nr. 6. - Amendementen, Tekst aangenomen door de commissie, 5-217 - Nr. 6. - Amendementen,
5-217 - Nr. 7. - Verslag, 5-217 - Nr. 8. - Tekst aangenomen door de 5-217 - Nr. 7. - Verslag, 5-217 - Nr. 8. - Tekst aangenomen door de
commissie, 5-217 - Nr. 9. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering commissie, 5-217 - Nr. 9. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering
en overgezonden aan de Kamer van voiksvertegenwoordigers, 5-217 - Nr. en overgezonden aan de Kamer van voiksvertegenwoordigers, 5-217 - Nr.
10. 10.
Handelingen van de Senaat. - 2 mei 2013 Handelingen van de Senaat. - 2 mei 2013
Kamer van volksvertegenwoordigers Kamer van volksvertegenwoordigers
Stukken. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, 53-2802 - Nr. 1. - Stukken. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, 53-2802 - Nr. 1. -
Verslag, 53-2802 - Nr. 2. - Tekst verbeterd door de commissie, 53-2802 Verslag, 53-2802 - Nr. 2. - Tekst verbeterd door de commissie, 53-2802
- Nr. 3. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning - Nr. 3. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning
ter bekrachtiging voorgelegd, 53-2802 - Nr. 4. ter bekrachtiging voorgelegd, 53-2802 - Nr. 4.
Integraal verslag. - 16 en 17 juli 2013. Integraal verslag. - 16 en 17 juli 2013.
^