Wet ter verbetering van de verkeersveiligheid | Wet ter verbetering van de verkeersveiligheid |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER | FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER |
6 MAART 2018. - Wet ter verbetering van de verkeersveiligheid (1) | 6 MAART 2018. - Wet ter verbetering van de verkeersveiligheid (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij | De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij |
bekrachtigen, hetgeen volgt : | bekrachtigen, hetgeen volgt : |
TITEL 1. - Algemene bepaling | TITEL 1. - Algemene bepaling |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
74 van de Grondwet. | 74 van de Grondwet. |
TITEL 2. - Bepaling tot wijziging van de wet op het gebruik der talen | TITEL 2. - Bepaling tot wijziging van de wet op het gebruik der talen |
in gerechtszaken | in gerechtszaken |
Art. 2.Artikel 23 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der |
Art. 2.Artikel 23 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der |
talen in gerechtszaken, vervangen bij de wet van 23 september 1985 en | talen in gerechtszaken, vervangen bij de wet van 23 september 1985 en |
gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, wordt aangevuld met een lid, | gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, wordt aangevuld met een lid, |
luidende: | luidende: |
« De verjaring van de strafvordering wordt geschorst voor een termijn | « De verjaring van de strafvordering wordt geschorst voor een termijn |
van maximum één jaar vanaf het moment van de vraag tot verwijzing tot | van maximum één jaar vanaf het moment van de vraag tot verwijzing tot |
op de dag van de eerste terechtzitting waarop de behandeling van de | op de dag van de eerste terechtzitting waarop de behandeling van de |
zaak ten gronde, opnieuw door de rechtbank zal worden hervat. ». | zaak ten gronde, opnieuw door de rechtbank zal worden hervat. ». |
TITEL 3. - Bepaling tot wijziging van het Strafwetboek | TITEL 3. - Bepaling tot wijziging van het Strafwetboek |
Art. 3.Artikel 406, derde lid, van het Strafwetboek wordt aangevuld |
Art. 3.Artikel 406, derde lid, van het Strafwetboek wordt aangevuld |
met de volgende zin : | met de volgende zin : |
"De rechter kan bovendien het verval van het recht tot het besturen | "De rechter kan bovendien het verval van het recht tot het besturen |
van een motorvoertuig uitspreken voor een duur van ten minste acht | van een motorvoertuig uitspreken voor een duur van ten minste acht |
dagen en ten hoogste vijf jaar of levenslang overeenkomstig de | dagen en ten hoogste vijf jaar of levenslang overeenkomstig de |
artikelen 38 tot 49/1 van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 | artikelen 38 tot 49/1 van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 |
betreffende de politie over het wegverkeer.". | betreffende de politie over het wegverkeer.". |
TITEL 4. - Bepalingen tot wijziging van de wet betreffende de politie | TITEL 4. - Bepalingen tot wijziging van de wet betreffende de politie |
over het wegverkeer | over het wegverkeer |
Art. 4.In artikel 24, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten |
Art. 4.In artikel 24, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten |
van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, | van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, |
vervangen bij de wet van 18 juli 1990, worden de woorden "artikel 23, | vervangen bij de wet van 18 juli 1990, worden de woorden "artikel 23, |
3° " vervangen door de woorden "artikel 23, § 1, 3° ". | 3° " vervangen door de woorden "artikel 23, § 1, 3° ". |
Art. 5.In artikel 29ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 |
Art. 5.In artikel 29ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 |
augustus 1996 en gewijzigd bij de wetten van 7 februari 2003 en 2 | augustus 1996 en gewijzigd bij de wetten van 7 februari 2003 en 2 |
december 2011, wordt een tweede lid ingevoegd, luidende : | december 2011, wordt een tweede lid ingevoegd, luidende : |
"Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete | "Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete |
van 50 euro tot 4000 euro of met een van die straffen alleen, wordt | van 50 euro tot 4000 euro of met een van die straffen alleen, wordt |
gestraft, hij die de verplichting bedoeld in artikel 67bis, tweede | gestraft, hij die de verplichting bedoeld in artikel 67bis, tweede |
lid, tweede zin, niet nakomt. De rechter kan bovendien het verval van | lid, tweede zin, niet nakomt. De rechter kan bovendien het verval van |
het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken voor een | het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken voor een |
duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar of levenslang. | duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar of levenslang. |
Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te | Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te |
rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis | rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis |
dat in kracht van gewijsde is gegaan.". | dat in kracht van gewijsde is gegaan.". |
Art. 6.In artikel 30, § 3, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd |
Art. 6.In artikel 30, § 3, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd |
bij de wet van 2 maart 2016, artikel 35, laatstelijk vervangen bij de | bij de wet van 2 maart 2016, artikel 35, laatstelijk vervangen bij de |
wet van 7 februari 2003, en artikel 48, laatstelijk gewijzigd bij de | wet van 7 februari 2003, en artikel 48, laatstelijk gewijzigd bij de |
wet van 9 maart 2014, wordt het woord "voorgoed" telkens vervangen | wet van 9 maart 2014, wordt het woord "voorgoed" telkens vervangen |
door het woord "levenslang". | door het woord "levenslang". |
Art. 7.In artikel 30 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 |
Art. 7.In artikel 30 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 |
juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 7 februari 2003, 20 juli | juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 7 februari 2003, 20 juli |
2005, 2 december 2011, 9 maart 2014 en 2 maart 2016, worden de | 2005, 2 december 2011, 9 maart 2014 en 2 maart 2016, worden de |
volgende wijzigingen aangebracht : | volgende wijzigingen aangebracht : |
1° in paragraaf 1 worden de woorden "Met geldboete van 200 euro tot | 1° in paragraaf 1 worden de woorden "Met geldboete van 200 euro tot |
2000 euro" vervangen door de woorden "Met gevangenisstraf van acht | 2000 euro" vervangen door de woorden "Met gevangenisstraf van acht |
dagen tot twee jaar en met geldboete van 200 euro tot 2000 euro of met | dagen tot twee jaar en met geldboete van 200 euro tot 2000 euro of met |
één van deze straffen alleen"; | één van deze straffen alleen"; |
2° in paragraaf 1, wordt de bepaling onder 2° hersteld als volgt: | 2° in paragraaf 1, wordt de bepaling onder 2° hersteld als volgt: |
"2° een motorvoertuig bestuurt zonder de voorwaarden of de | "2° een motorvoertuig bestuurt zonder de voorwaarden of de |
beperkingen, vermeld op het rijbewijs of het als zodanig geldend | beperkingen, vermeld op het rijbewijs of het als zodanig geldend |
bewijs, onder meer in de vorm van codes, na te leven, onverminderd de | bewijs, onder meer in de vorm van codes, na te leven, onverminderd de |
toepassing van eventuele specifieke bepalingen vervat in deze wet;"; | toepassing van eventuele specifieke bepalingen vervat in deze wet;"; |
3° in paragraaf 3, worden de woorden "een jaar" vervangen door de | 3° in paragraaf 3, worden de woorden "een jaar" vervangen door de |
woorden "twee jaar"; | woorden "twee jaar"; |
4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : | 4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : |
"De gevangenisstraffen en geldboeten worden verdubbeld bij herhaling | "De gevangenisstraffen en geldboeten worden verdubbeld bij herhaling |
van de bepalingen van § 1, § 2 of § 3, binnen drie jaar te rekenen van | van de bepalingen van § 1, § 2 of § 3, binnen drie jaar te rekenen van |
de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis met | de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis met |
toepassing van een van deze bepalingen, dat in kracht van gewijsde is | toepassing van een van deze bepalingen, dat in kracht van gewijsde is |
gegaan.". | gegaan.". |
Art. 8.In artikel 33 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9 |
Art. 8.In artikel 33 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9 |
juni 1975 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7 februari | juni 1975 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7 februari |
2003, 4 juni 2007, 2 december 2011 en 9 maart 2014, worden de volgende | 2003, 4 juni 2007, 2 december 2011 en 9 maart 2014, worden de volgende |
wijzigingen aangebracht : | wijzigingen aangebracht : |
1° in paragraaf 1, 1°, wordt het woord « ongeval » vervangen door het | 1° in paragraaf 1, 1°, wordt het woord « ongeval » vervangen door het |
woord « verkeersongeval »; | woord « verkeersongeval »; |
2° in paragraaf 1, 2°, worden in de Franse tekst de woorden "accident | 2° in paragraaf 1, 2°, worden in de Franse tekst de woorden "accident |
de roulage" vervangen door de woorden "accident de la circulation"; | de roulage" vervangen door de woorden "accident de la circulation"; |
3° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt : | 3° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt : |
"Heeft het ongeval voor een ander slagen of verwondingen tot gevolg | "Heeft het ongeval voor een ander slagen of verwondingen tot gevolg |
gehad, dan wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van | gehad, dan wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van |
vijftien dagen tot drie jaar en met een geldboete van 400 euro tot | vijftien dagen tot drie jaar en met een geldboete van 400 euro tot |
5.000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van | 5.000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van |
het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten | het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten |
minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang."; | minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang."; |
4° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid | 4° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid |
ingevoegd, luidende : | ingevoegd, luidende : |
"Heeft het ongeval voor een ander de dood tot gevolg gehad, dan wordt | "Heeft het ongeval voor een ander de dood tot gevolg gehad, dan wordt |
de schuldige gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot vier | de schuldige gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot vier |
jaar en met een geldboete van 400 euro tot 5000 euro of met een van | jaar en met een geldboete van 400 euro tot 5000 euro of met een van |
die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen | die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen |
van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten | van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten |
hoogste vijf jaar of levenslang."; | hoogste vijf jaar of levenslang."; |
5° in paragraaf 3, worden in de bepaling onder 1°, de woorden "twee | 5° in paragraaf 3, worden in de bepaling onder 1°, de woorden "twee |
jaar" vervangen door de woorden "vier jaar"; | jaar" vervangen door de woorden "vier jaar"; |
6° in paragraaf 3, worden in de bepaling onder 2°, de woorden "te | 6° in paragraaf 3, worden in de bepaling onder 2°, de woorden "te |
rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis | rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis |
dat in kracht van gewijsde is gegaan" ingevoegd tussen de woorden | dat in kracht van gewijsde is gegaan" ingevoegd tussen de woorden |
"binnen de drie jaar" en de woorden "artikel 33, § 2"; | "binnen de drie jaar" en de woorden "artikel 33, § 2"; |
7° in paragraaf 3, worden in de bepaling onder 2°, de woorden "vier | 7° in paragraaf 3, worden in de bepaling onder 2°, de woorden "vier |
jaar" vervangen door de woorden "acht jaar". | jaar" vervangen door de woorden "acht jaar". |
Art. 9.In artikel 34, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen |
Art. 9.In artikel 34, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen |
bij de wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart | bij de wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart |
1999, 7 februari 2003, 2 december 2011 en 9 maart 2014, worden de | 1999, 7 februari 2003, 2 december 2011 en 9 maart 2014, worden de |
woorden "met toepassing van het eerste lid of van artikel 35 of 37bis, | woorden "met toepassing van het eerste lid of van artikel 35 of 37bis, |
§ 1," ingevoegd tussen de woorden "van een vorig veroordelend vonnis" | § 1," ingevoegd tussen de woorden "van een vorig veroordelend vonnis" |
en de woorden "dat in kracht van gewijsde is gegaan". | en de woorden "dat in kracht van gewijsde is gegaan". |
Art. 10.Artikel 37/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12 |
Art. 10.Artikel 37/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12 |
juli 2009 en gewijzigd bij de wet van 9 maart 2014, wordt vervangen | juli 2009 en gewijzigd bij de wet van 9 maart 2014, wordt vervangen |
als volgt : | als volgt : |
" Art. 37/1.§ 1. In geval van een veroordeling wegens overtreding van |
" Art. 37/1.§ 1. In geval van een veroordeling wegens overtreding van |
artikel 34, § 2, artikel 35 in geval van dronkenschap of van artikel | artikel 34, § 2, artikel 35 in geval van dronkenschap of van artikel |
36, kan de rechter, indien hij geen definitief verval van het recht | 36, kan de rechter, indien hij geen definitief verval van het recht |
tot het besturen van een motorvoertuig uitspreekt of geen toepassing | tot het besturen van een motorvoertuig uitspreekt of geen toepassing |
maakt van artikel 42, voor een periode van ten minste één jaar en ten | maakt van artikel 42, voor een periode van ten minste één jaar en ten |
hoogste drie jaar of levenslang, de geldigheid van het rijbewijs van | hoogste drie jaar of levenslang, de geldigheid van het rijbewijs van |
de overtreder beperken tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met | de overtreder beperken tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met |
een alcoholslot, op voorwaarde dat de overtreder als bestuurder | een alcoholslot, op voorwaarde dat de overtreder als bestuurder |
voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 61quinquies, § 3, | voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 61quinquies, § 3, |
bedoelde omkaderingsprogramma. | bedoelde omkaderingsprogramma. |
In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, | In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, |
indien de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,78 | indien de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,78 |
milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de | milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de |
bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter | bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter |
bloed aangeeft, beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van | bloed aangeeft, beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van |
de overtreder tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een | de overtreder tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een |
alcoholslot volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste | alcoholslot volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste |
lid. Indien de rechter evenwel verkiest om deze sanctie niet op te | lid. Indien de rechter evenwel verkiest om deze sanctie niet op te |
leggen, motiveert hij dit uitdrukkelijk. | leggen, motiveert hij dit uitdrukkelijk. |
In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 36, | In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 36, |
indien het gaat om een bestraffing na een veroordeling met toepassing | indien het gaat om een bestraffing na een veroordeling met toepassing |
van artikel 34, § 2 indien de ademanalyse telkens een | van artikel 34, § 2 indien de ademanalyse telkens een |
alcoholconcentratie van ten minste 0,50 milligram per liter | alcoholconcentratie van ten minste 0,50 milligram per liter |
uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse telkens een | uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse telkens een |
alcoholconcentratie van ten minste 1,2 gram per liter bloed aangeeft, | alcoholconcentratie van ten minste 1,2 gram per liter bloed aangeeft, |
beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder | beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder |
tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot | tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot |
volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste lid, | volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste lid, |
onverminderd de bepaling van artikel 38, § 6. | onverminderd de bepaling van artikel 38, § 6. |
§ 2. Evenwel kan de rechter, indien hij zijn beslissing motiveert, een | § 2. Evenwel kan de rechter, indien hij zijn beslissing motiveert, een |
of meerdere voertuigcategorieën aanduiden overeenkomstig de bepalingen | of meerdere voertuigcategorieën aanduiden overeenkomstig de bepalingen |
vastgesteld door de Koning krachtens artikel 26, waarvoor hij de | vastgesteld door de Koning krachtens artikel 26, waarvoor hij de |
geldigheid van het rijbewijs niet beperkt overeenkomstig § 1. De | geldigheid van het rijbewijs niet beperkt overeenkomstig § 1. De |
beperkte geldigheid moet wel ten minste betrekking hebben op de | beperkte geldigheid moet wel ten minste betrekking hebben op de |
voertuigcategorie waarmee de overtreding die aanleiding heeft gegeven | voertuigcategorie waarmee de overtreding die aanleiding heeft gegeven |
tot toepassing van § 1 werd begaan. | tot toepassing van § 1 werd begaan. |
§ 3. De rechter kan de geldboete verminderen met de volledige of | § 3. De rechter kan de geldboete verminderen met de volledige of |
gedeeltelijke kosten van de installatie en het gebruik van een | gedeeltelijke kosten van de installatie en het gebruik van een |
alcoholslot in een voertuig evenals de kosten van het | alcoholslot in een voertuig evenals de kosten van het |
omkaderingsprogramma, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen. | omkaderingsprogramma, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen. |
§ 4. Met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met | § 4. Met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met |
een geldboete van 500 euro tot 2000 euro of met een van die straffen | een geldboete van 500 euro tot 2000 euro of met een van die straffen |
alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een | alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een |
motorvoertuig voor een periode die ten minste even lang is als de | motorvoertuig voor een periode die ten minste even lang is als de |
periode waarin de geldigheid van het rijbewijs werd beperkt, wordt | periode waarin de geldigheid van het rijbewijs werd beperkt, wordt |
gestraft hij die is veroordeeld wegens overtreding van dit artikel en | gestraft hij die is veroordeeld wegens overtreding van dit artikel en |
een motorvoertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs vereist is en dat | een motorvoertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs vereist is en dat |
niet uitgerust is met het opgelegde alcoholslot, of die als bestuurder | niet uitgerust is met het opgelegde alcoholslot, of die als bestuurder |
niet voldoet aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma.". | niet voldoet aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma.". |
Art. 11.In artikel 38 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 |
Art. 11.In artikel 38 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 |
juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1996, 16 maart | juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1996, 16 maart |
1999, 7 februari 2003, 20 juli 2005, 21 april 2007, 4 juni 2007, 2 | 1999, 7 februari 2003, 20 juli 2005, 21 april 2007, 4 juni 2007, 2 |
december 2011 en 9 maart 2014, worden de volgende wijzigingen | december 2011 en 9 maart 2014, worden de volgende wijzigingen |
aangebracht : | aangebracht : |
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "of voorgoed indien | 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "of voorgoed indien |
de schuldige binnen de drie jaar" vervangen door de woorden "of | de schuldige binnen de drie jaar" vervangen door de woorden "of |
levenslang indien de schuldige veroordeeld wordt voor een inbreuk op | levenslang indien de schuldige veroordeeld wordt voor een inbreuk op |
artikel 419 van het Strafwetboek of binnen de drie jaar"; | artikel 419 van het Strafwetboek of binnen de drie jaar"; |
2° in paragraaf 2bis worden de woorden « , eerste lid, » opgeheven; | 2° in paragraaf 2bis worden de woorden « , eerste lid, » opgeheven; |
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "specifieke | 3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "specifieke |
scholingen" vervangen door de woorden "een specifieke opleiding"; | scholingen" vervangen door de woorden "een specifieke opleiding"; |
4° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven; | 4° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven; |
5° paragraaf 4 wordt opgeheven ; | 5° paragraaf 4 wordt opgeheven ; |
6° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt : | 6° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt : |
" § 6. De rechter moet het verval van het recht tot het besturen van | " § 6. De rechter moet het verval van het recht tot het besturen van |
een motorvoertuig van ten minste drie maanden uitspreken en het | een motorvoertuig van ten minste drie maanden uitspreken en het |
herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen voor | herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen voor |
de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid, wanneer de | de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid, wanneer de |
schuldige, in de periode van drie jaar te rekenen van de dag van de | schuldige, in de periode van drie jaar te rekenen van de dag van de |
uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde | uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde |
is gegaan voor één of meer van de overtredingen bedoeld in de | is gegaan voor één of meer van de overtredingen bedoeld in de |
artikelen 29, § 1, eerste lid, 29, § 3, derde lid, 30, §§ 1, 2 en 3, | artikelen 29, § 1, eerste lid, 29, § 3, derde lid, 30, §§ 1, 2 en 3, |
33, §§ 1 en 2, 34, § 2, 35, 37, 37bis, § 1, 48, 62bis of artikel 22 | 33, §§ 1 en 2, 34, § 2, 35, 37, 37bis, § 1, 48, 62bis of artikel 22 |
van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte | van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte |
aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen opnieuw wordt | aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen opnieuw wordt |
veroordeeld voor één van deze overtredingen. | veroordeeld voor één van deze overtredingen. |
Wanneer de schuldige binnen drie jaar te rekenen van de dag van de | Wanneer de schuldige binnen drie jaar te rekenen van de dag van de |
uitspraak van een vorig veroordelend vonnis, waarin toepassing is | uitspraak van een vorig veroordelend vonnis, waarin toepassing is |
gemaakt van het eerste lid, en dat in kracht van gewijsde is gegaan | gemaakt van het eerste lid, en dat in kracht van gewijsde is gegaan |
voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, opnieuw | voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, opnieuw |
veroordeeld wordt voor één of meer van deze overtredingen, bedraagt | veroordeeld wordt voor één of meer van deze overtredingen, bedraagt |
het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten | het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten |
minste zes maanden en is het herstel van het recht tot sturen | minste zes maanden en is het herstel van het recht tot sturen |
afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld | afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld |
in § 3, eerste lid. | in § 3, eerste lid. |
Wanneer de schuldige binnen drie jaar te rekenen van de dag van de | Wanneer de schuldige binnen drie jaar te rekenen van de dag van de |
uitspraak van een vorig veroordelend vonnis, waarin toepassing is | uitspraak van een vorig veroordelend vonnis, waarin toepassing is |
gemaakt van het tweede lid, en dat in kracht van gewijsde is gegaan | gemaakt van het tweede lid, en dat in kracht van gewijsde is gegaan |
voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, opnieuw | voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, opnieuw |
veroordeeld wordt voor één of meer van deze overtredingen, bedraagt | veroordeeld wordt voor één of meer van deze overtredingen, bedraagt |
het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten | het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten |
minste negen maanden en is het herstel van het recht tot sturen | minste negen maanden en is het herstel van het recht tot sturen |
afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld | afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld |
in § 3, eerste lid."; | in § 3, eerste lid."; |
7° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende : | 7° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende : |
" § 8. De examens en onderzoeken waarvan het herstel in het recht tot | " § 8. De examens en onderzoeken waarvan het herstel in het recht tot |
sturen afhankelijk wordt gemaakt, bedoeld in dit artikel, zijn niet | sturen afhankelijk wordt gemaakt, bedoeld in dit artikel, zijn niet |
van toepassing in de volgende gevallen : | van toepassing in de volgende gevallen : |
1° indien de vervallenverklaarde niet voldoet aan de door de Koning | 1° indien de vervallenverklaarde niet voldoet aan de door de Koning |
bepaalde voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te kunnen verkrijgen; | bepaalde voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te kunnen verkrijgen; |
2° wanneer een levenslang verval van het recht tot sturen als straf is | 2° wanneer een levenslang verval van het recht tot sturen als straf is |
uitgesproken.". | uitgesproken.". |
Art. 12.Artikel 42 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 |
Art. 12.Artikel 42 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 |
juli 1990 en 20 juli 2005, wordt vervangen als volgt : | juli 1990 en 20 juli 2005, wordt vervangen als volgt : |
" Art. 42.Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden |
" Art. 42.Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden |
wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf | wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf |
of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer | of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer |
of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen | of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen |
van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt | van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt |
bevonden tot het besturen van een motorvoertuig. | bevonden tot het besturen van een motorvoertuig. |
De uitspraak van dit verval is mogelijk in elke graad van | De uitspraak van dit verval is mogelijk in elke graad van |
veroordeling, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld. | veroordeling, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld. |
De duur van het verval van het recht tot sturen is afhankelijk van het | De duur van het verval van het recht tot sturen is afhankelijk van het |
bewijs dat betrokkene niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te | bewijs dat betrokkene niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te |
besturen." | besturen." |
Art. 13.Artikel 44 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 juli |
Art. 13.Artikel 44 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 juli |
1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart 1999 en 20 juli 2005, | 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart 1999 en 20 juli 2005, |
wordt vervangen als volgt : | wordt vervangen als volgt : |
" Art. 44.Hij die wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid |
" Art. 44.Hij die wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid |
van het recht tot sturen vervallen is verklaard, kan, na minstens zes | van het recht tot sturen vervallen is verklaard, kan, na minstens zes |
maanden te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis dat in | maanden te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis dat in |
kracht van gewijsde is gegaan, een herziening vragen via een aan het | kracht van gewijsde is gegaan, een herziening vragen via een aan het |
openbaar ministerie gericht verzoekschrift voor het gerecht dat het | openbaar ministerie gericht verzoekschrift voor het gerecht dat het |
verval heeft uitgesproken. Tegen de uitspraak van dit gerecht staat | verval heeft uitgesproken. Tegen de uitspraak van dit gerecht staat |
geen hoger beroep open. | geen hoger beroep open. |
Wordt het verzoek afgewezen dan kan geen nieuw verzoek worden | Wordt het verzoek afgewezen dan kan geen nieuw verzoek worden |
ingediend voordat een termijn van zes maanden te rekenen van de datum | ingediend voordat een termijn van zes maanden te rekenen van de datum |
van de afwijzing, is verstreken.". | van de afwijzing, is verstreken.". |
Art. 14.In artikel 45, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de |
Art. 14.In artikel 45, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de |
wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2005 en 9 | wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2005 en 9 |
maart 2014, worden de woorden ", eerste lid," opgeheven. | maart 2014, worden de woorden ", eerste lid," opgeheven. |
Art. 15.In artikel 48, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de |
Art. 15.In artikel 48, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de |
wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7 | wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7 |
februari 2003, 18 juli 2012 en 9 maart 2014, worden de woorden "een | februari 2003, 18 juli 2012 en 9 maart 2014, worden de woorden "een |
jaar" vervangen door de woorden "twee jaar". | jaar" vervangen door de woorden "twee jaar". |
Art. 16.In artikel 51 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de |
Art. 16.In artikel 51 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de |
wet van 9 maart 2014, worden in de bepaling onder 4°, de woorden « | wet van 9 maart 2014, worden in de bepaling onder 4°, de woorden « |
tweede lid » vervangen door « § 4 ». | tweede lid » vervangen door « § 4 ». |
Art. 17.Artikel 55, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van |
Art. 17.Artikel 55, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van |
18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1996, 16 maart | 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1996, 16 maart |
1999, 20 juli 2005 en 9 maart 2014, wordt aangevuld met de bepaling | 1999, 20 juli 2005 en 9 maart 2014, wordt aangevuld met de bepaling |
onder 8°, luidende : | onder 8°, luidende : |
"8° indien de bestuurder een overtreding bedoeld in artikel 406, derde | "8° indien de bestuurder een overtreding bedoeld in artikel 406, derde |
lid, van het Strafwetboek heeft begaan.". | lid, van het Strafwetboek heeft begaan.". |
Art. 18.In artikel 56, tweede lid, 4°, van dezelfde wet, vervangen |
Art. 18.In artikel 56, tweede lid, 4°, van dezelfde wet, vervangen |
bij de wet van 20 juli 2005, worden de woorden "houder van een | bij de wet van 20 juli 2005, worden de woorden "houder van een |
buitenlands rijbewijs" vervangen door de woorden "rijbewijshouder". | buitenlands rijbewijs" vervangen door de woorden "rijbewijshouder". |
Art. 19.In artikel 61 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9 |
Art. 19.In artikel 61 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9 |
juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 16 maart 1999, | juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 16 maart 1999, |
20 juli 2005 en 9 maart 2014, worden de woorden ", §§ 2, 3, 4 en 4bis" | 20 juli 2005 en 9 maart 2014, worden de woorden ", §§ 2, 3, 4 en 4bis" |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 20.In artikel 61quinquies, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij |
Art. 20.In artikel 61quinquies, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij |
de wet van 12 juli 2009, worden de woorden ", eerste lid" opgeheven. | de wet van 12 juli 2009, worden de woorden ", eerste lid" opgeheven. |
Art. 21.In artikel 65, § 3, van dezelfde wet, vervangen bij de wet |
Art. 21.In artikel 65, § 3, van dezelfde wet, vervangen bij de wet |
van 29 februari 1984 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7 | van 29 februari 1984 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7 |
februari 2003, 26 maart 2007 en 9 maart 2014, wordt tussen het eerste | februari 2003, 26 maart 2007 en 9 maart 2014, wordt tussen het eerste |
en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : | en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : |
"Bij het vaststellen van een van de speciaal door de Koning aangewezen | "Bij het vaststellen van een van de speciaal door de Koning aangewezen |
overtredingen, moet hij aan de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren of | overtredingen, moet hij aan de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren of |
beambten een som in consignatie geven bestemd om de eventuele | beambten een som in consignatie geven bestemd om de eventuele |
geldboete te dekken.". | geldboete te dekken.". |
Art. 22.In artikel 65/1 van dezelfde wet, vervangen bij de |
Art. 22.In artikel 65/1 van dezelfde wet, vervangen bij de |
programmawet van 25 december 2016 en gewijzigd bij de wet van 6 juli | programmawet van 25 december 2016 en gewijzigd bij de wet van 6 juli |
2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht : | 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht : |
1° in paragraaf 1 worden de woorden "Wanneer zowel de in artikel 65, § | 1° in paragraaf 1 worden de woorden "Wanneer zowel de in artikel 65, § |
1, bedoelde som als de in artikel 216bis, § 1, van het Wetboek van | 1, bedoelde som als de in artikel 216bis, § 1, van het Wetboek van |
Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de bepaalde termijn worden | Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de bepaalde termijn worden |
betaald," vervangen door de woorden "Wanneer de in artikel 216bis, § | betaald," vervangen door de woorden "Wanneer de in artikel 216bis, § |
1, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de | 1, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de |
bepaalde termijn wordt betaald,"; | bepaalde termijn wordt betaald,"; |
2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin : "De | 2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin : "De |
procureur des Konings bepaalt op welke wijze de betaling geschiedt."; | procureur des Konings bepaalt op welke wijze de betaling geschiedt."; |
3° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen als volgt : | 3° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen als volgt : |
"De verjaring van de strafvordering wordt geschorst vanaf de dag dat | "De verjaring van de strafvordering wordt geschorst vanaf de dag dat |
het verzoekschrift wordt ingediend, tot de dag van het definitieve | het verzoekschrift wordt ingediend, tot de dag van het definitieve |
vonnis."; | vonnis."; |
4° in paragraaf 2 wordt tussen het vijfde en het zesde lid een lid | 4° in paragraaf 2 wordt tussen het vijfde en het zesde lid een lid |
ingevoegd, luidende : | ingevoegd, luidende : |
"De griffier deelt onverwijld de definitieve beslissing inzake de | "De griffier deelt onverwijld de definitieve beslissing inzake de |
ontvankelijkheid van het beroep mee aan de procureur des Konings."; | ontvankelijkheid van het beroep mee aan de procureur des Konings."; |
5° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : | 5° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : |
" § 3. Op basis van de informatie die door de griffier wordt | " § 3. Op basis van de informatie die door de griffier wordt |
meegedeeld, zoals bepaald in paragraaf 2, stelt de procureur des | meegedeeld, zoals bepaald in paragraaf 2, stelt de procureur des |
Konings of de door hem aangestelde parketjurist een lijst op met | Konings of de door hem aangestelde parketjurist een lijst op met |
niet-betaalde bevelen tot betalen die invorderbaar zijn."; | niet-betaalde bevelen tot betalen die invorderbaar zijn."; |
6° in paragraaf 7 worden de woorden ", de betalingen" opgeheven; | 6° in paragraaf 7 worden de woorden ", de betalingen" opgeheven; |
7° in paragraaf 10 wordt het zesde lid vervangen als volgt : | 7° in paragraaf 10 wordt het zesde lid vervangen als volgt : |
"Indien de overtreder toch het geheel van het bedrag van het bevel tot | "Indien de overtreder toch het geheel van het bedrag van het bevel tot |
betalen betaalt vooraleer de schorsing van kracht is, zal er geen | betalen betaalt vooraleer de schorsing van kracht is, zal er geen |
schorsing van het recht tot sturen worden uitgevoerd.". | schorsing van het recht tot sturen worden uitgevoerd.". |
Art. 23.Artikel 67bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 |
Art. 23.Artikel 67bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 |
augustus 1996, wordt vervangen als volgt : | augustus 1996, wordt vervangen als volgt : |
" Art. 67bis.Wanneer een overtreding van deze wet en haar |
" Art. 67bis.Wanneer een overtreding van deze wet en haar |
uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op | uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op |
naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling | naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling |
van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze | van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze |
is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. | is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. |
De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met | De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met |
elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik | elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik |
van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden om de identiteit van | van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden om de identiteit van |
de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken, behalve wanneer hij | de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken, behalve wanneer hij |
diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen. | diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen. |
De politierechtbank van de plaats waar de overtreding, bedoeld in het | De politierechtbank van de plaats waar de overtreding, bedoeld in het |
eerste lid, is gepleegd, is bevoegd.". | eerste lid, is gepleegd, is bevoegd.". |
Art. 24.Artikel 67ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 |
Art. 24.Artikel 67ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 |
augustus 1996, wordt vervangen als volgt : | augustus 1996, wordt vervangen als volgt : |
" Art. 67ter.Wanneer een overtreding van deze wet en haar |
" Art. 67ter.Wanneer een overtreding van deze wet en haar |
uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op | uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op |
naam van een rechtspersoon, en de bestuurder bij de vaststelling van | naam van een rechtspersoon, en de bestuurder bij de vaststelling van |
de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de rechtspersoon of de | de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de rechtspersoon of de |
natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt, | natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt, |
ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het | ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het |
ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de | ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de |
identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig, | identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig, |
behalve wanneer zij diefstal, fraude of overmacht kunnen bewijzen. | behalve wanneer zij diefstal, fraude of overmacht kunnen bewijzen. |
De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van vijftien dagen te | De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van vijftien dagen te |
rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd. | rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd. |
Indien de persoon die verantwoordelijk is voor voertuig niet de | Indien de persoon die verantwoordelijk is voor voertuig niet de |
bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de | bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de |
wijze hierboven vermeld, de identiteit van de onmiskenbare bestuurder | wijze hierboven vermeld, de identiteit van de onmiskenbare bestuurder |
meedelen. | meedelen. |
De rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in | De rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in |
rechte vertegenwoordigt als houder van de kentekenplaat of als houder | rechte vertegenwoordigt als houder van de kentekenplaat of als houder |
van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen | van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen |
om aan deze verplichting te voldoen. | om aan deze verplichting te voldoen. |
De politierechtbank van de plaats waar de overtreding werd gepleegd | De politierechtbank van de plaats waar de overtreding werd gepleegd |
die aanleiding heeft gegeven tot de toepassing van dit artikel, is | die aanleiding heeft gegeven tot de toepassing van dit artikel, is |
bevoegd. | bevoegd. |
Wanneer de overtreding evenwel werd begaan met een motorvoertuig | Wanneer de overtreding evenwel werd begaan met een motorvoertuig |
ingeschreven op naam van een rechtspersoon die de gebruikelijke | ingeschreven op naam van een rechtspersoon die de gebruikelijke |
bestuurder in de Kruispuntbank Voertuigen heeft laten registreren, | bestuurder in de Kruispuntbank Voertuigen heeft laten registreren, |
wordt de gebruikelijke bestuurder gelijkgesteld met de houder van de | wordt de gebruikelijke bestuurder gelijkgesteld met de houder van de |
kentekenplaat en is artikel 67bis van toepassing.". | kentekenplaat en is artikel 67bis van toepassing.". |
Art. 25.In artikel 68 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 |
Art. 25.In artikel 68 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 |
juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart 1999 en 20 juli | juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart 1999 en 20 juli |
2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht: | 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht: |
1° de woorden "een jaar" worden vervangen door de woorden "twee jaar"; | 1° de woorden "een jaar" worden vervangen door de woorden "twee jaar"; |
2° de woorden "en 37bis, § 1, 1° en 4° tot 6° " worden vervangen door | 2° de woorden "en 37bis, § 1, 1° en 4° tot 6° " worden vervangen door |
de woorden ", 37/1, § 4, 37bis, § 1, 1° en 4° tot 6°, en 48". | de woorden ", 37/1, § 4, 37bis, § 1, 1° en 4° tot 6°, en 48". |
TITEL 5. - Inwerkingtreding | TITEL 5. - Inwerkingtreding |
Art. 26.Deze wet treedt in werking op 15 februari 2018, met |
Art. 26.Deze wet treedt in werking op 15 februari 2018, met |
uitzondering van de artikelen 10, 14, 16 en 20, en artikel 25, 2°, die | uitzondering van de artikelen 10, 14, 16 en 20, en artikel 25, 2°, die |
in werking treden op 1 juli 2018. | in werking treden op 1 juli 2018. |
Artikel 37/1, § 1, van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 | Artikel 37/1, § 1, van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 |
betreffende de politie over het wegverkeer, zoals vervangen bij | betreffende de politie over het wegverkeer, zoals vervangen bij |
artikel 10, geldt enkel voor de feiten gepleegd na de inwerkingtreding | artikel 10, geldt enkel voor de feiten gepleegd na de inwerkingtreding |
ervan. | ervan. |
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden |
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. | bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. |
Gegeven te Brussel, 6 maart 2018. | Gegeven te Brussel, 6 maart 2018. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Binnenlandse Zaken, | De Minister van Binnenlandse Zaken, |
J. JAMBON | J. JAMBON |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
K. GEENS | K. GEENS |
De Minister van Mobiliteit, | De Minister van Mobiliteit, |
Fr. BELLOT | Fr. BELLOT |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
K. GEENS | K. GEENS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Parlementaire verwijzingen : | (1) Parlementaire verwijzingen : |
Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : | Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : |
Doc 54-2868 (2017/2018) : | Doc 54-2868 (2017/2018) : |
- 001 : Wetsontwerp. | - 001 : Wetsontwerp. |
- 002 : Amendement. | - 002 : Amendement. |
- 003 : Verslag. | - 003 : Verslag. |
- 004 : Tekst aangenomen door de commissie. | - 004 : Tekst aangenomen door de commissie. |
- 005 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter | - 005 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter |
bekrachtiging voorgelegd. | bekrachtiging voorgelegd. |
Integraal Verslag : 8 februari 2018. | Integraal Verslag : 8 februari 2018. |