Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Wet van 06/03/2018
← Terug naar "Wet ter verbetering van de verkeersveiligheid "
Wet ter verbetering van de verkeersveiligheid Wet ter verbetering van de verkeersveiligheid
FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER
6 MAART 2018. - Wet ter verbetering van de verkeersveiligheid (1) 6 MAART 2018. - Wet ter verbetering van de verkeersveiligheid (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij
bekrachtigen, hetgeen volgt : bekrachtigen, hetgeen volgt :
TITEL 1. - Algemene bepaling TITEL 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

74 van de Grondwet. 74 van de Grondwet.
TITEL 2. - Bepaling tot wijziging van de wet op het gebruik der talen TITEL 2. - Bepaling tot wijziging van de wet op het gebruik der talen
in gerechtszaken in gerechtszaken

Art. 2.Artikel 23 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der

Art. 2.Artikel 23 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der

talen in gerechtszaken, vervangen bij de wet van 23 september 1985 en talen in gerechtszaken, vervangen bij de wet van 23 september 1985 en
gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, wordt aangevuld met een lid, gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, wordt aangevuld met een lid,
luidende: luidende:
« De verjaring van de strafvordering wordt geschorst voor een termijn « De verjaring van de strafvordering wordt geschorst voor een termijn
van maximum één jaar vanaf het moment van de vraag tot verwijzing tot van maximum één jaar vanaf het moment van de vraag tot verwijzing tot
op de dag van de eerste terechtzitting waarop de behandeling van de op de dag van de eerste terechtzitting waarop de behandeling van de
zaak ten gronde, opnieuw door de rechtbank zal worden hervat. ». zaak ten gronde, opnieuw door de rechtbank zal worden hervat. ».
TITEL 3. - Bepaling tot wijziging van het Strafwetboek TITEL 3. - Bepaling tot wijziging van het Strafwetboek

Art. 3.Artikel 406, derde lid, van het Strafwetboek wordt aangevuld

Art. 3.Artikel 406, derde lid, van het Strafwetboek wordt aangevuld

met de volgende zin : met de volgende zin :
"De rechter kan bovendien het verval van het recht tot het besturen "De rechter kan bovendien het verval van het recht tot het besturen
van een motorvoertuig uitspreken voor een duur van ten minste acht van een motorvoertuig uitspreken voor een duur van ten minste acht
dagen en ten hoogste vijf jaar of levenslang overeenkomstig de dagen en ten hoogste vijf jaar of levenslang overeenkomstig de
artikelen 38 tot 49/1 van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 artikelen 38 tot 49/1 van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968
betreffende de politie over het wegverkeer.". betreffende de politie over het wegverkeer.".
TITEL 4. - Bepalingen tot wijziging van de wet betreffende de politie TITEL 4. - Bepalingen tot wijziging van de wet betreffende de politie
over het wegverkeer over het wegverkeer

Art. 4.In artikel 24, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten

Art. 4.In artikel 24, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten

van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer,
vervangen bij de wet van 18 juli 1990, worden de woorden "artikel 23, vervangen bij de wet van 18 juli 1990, worden de woorden "artikel 23,
3° " vervangen door de woorden "artikel 23, § 1, 3° ". 3° " vervangen door de woorden "artikel 23, § 1, 3° ".

Art. 5.In artikel 29ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4

Art. 5.In artikel 29ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4

augustus 1996 en gewijzigd bij de wetten van 7 februari 2003 en 2 augustus 1996 en gewijzigd bij de wetten van 7 februari 2003 en 2
december 2011, wordt een tweede lid ingevoegd, luidende : december 2011, wordt een tweede lid ingevoegd, luidende :
"Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete "Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete
van 50 euro tot 4000 euro of met een van die straffen alleen, wordt van 50 euro tot 4000 euro of met een van die straffen alleen, wordt
gestraft, hij die de verplichting bedoeld in artikel 67bis, tweede gestraft, hij die de verplichting bedoeld in artikel 67bis, tweede
lid, tweede zin, niet nakomt. De rechter kan bovendien het verval van lid, tweede zin, niet nakomt. De rechter kan bovendien het verval van
het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken voor een het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken voor een
duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar of levenslang. duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar of levenslang.
Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te
rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis
dat in kracht van gewijsde is gegaan.". dat in kracht van gewijsde is gegaan.".

Art. 6.In artikel 30, § 3, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd

Art. 6.In artikel 30, § 3, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd

bij de wet van 2 maart 2016, artikel 35, laatstelijk vervangen bij de bij de wet van 2 maart 2016, artikel 35, laatstelijk vervangen bij de
wet van 7 februari 2003, en artikel 48, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 februari 2003, en artikel 48, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 9 maart 2014, wordt het woord "voorgoed" telkens vervangen wet van 9 maart 2014, wordt het woord "voorgoed" telkens vervangen
door het woord "levenslang". door het woord "levenslang".

Art. 7.In artikel 30 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18

Art. 7.In artikel 30 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18

juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 7 februari 2003, 20 juli juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 7 februari 2003, 20 juli
2005, 2 december 2011, 9 maart 2014 en 2 maart 2016, worden de 2005, 2 december 2011, 9 maart 2014 en 2 maart 2016, worden de
volgende wijzigingen aangebracht : volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden "Met geldboete van 200 euro tot 1° in paragraaf 1 worden de woorden "Met geldboete van 200 euro tot
2000 euro" vervangen door de woorden "Met gevangenisstraf van acht 2000 euro" vervangen door de woorden "Met gevangenisstraf van acht
dagen tot twee jaar en met geldboete van 200 euro tot 2000 euro of met dagen tot twee jaar en met geldboete van 200 euro tot 2000 euro of met
één van deze straffen alleen"; één van deze straffen alleen";
2° in paragraaf 1, wordt de bepaling onder 2° hersteld als volgt: 2° in paragraaf 1, wordt de bepaling onder 2° hersteld als volgt:
"2° een motorvoertuig bestuurt zonder de voorwaarden of de "2° een motorvoertuig bestuurt zonder de voorwaarden of de
beperkingen, vermeld op het rijbewijs of het als zodanig geldend beperkingen, vermeld op het rijbewijs of het als zodanig geldend
bewijs, onder meer in de vorm van codes, na te leven, onverminderd de bewijs, onder meer in de vorm van codes, na te leven, onverminderd de
toepassing van eventuele specifieke bepalingen vervat in deze wet;"; toepassing van eventuele specifieke bepalingen vervat in deze wet;";
3° in paragraaf 3, worden de woorden "een jaar" vervangen door de 3° in paragraaf 3, worden de woorden "een jaar" vervangen door de
woorden "twee jaar"; woorden "twee jaar";
4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt : 4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
"De gevangenisstraffen en geldboeten worden verdubbeld bij herhaling "De gevangenisstraffen en geldboeten worden verdubbeld bij herhaling
van de bepalingen van § 1, § 2 of § 3, binnen drie jaar te rekenen van van de bepalingen van § 1, § 2 of § 3, binnen drie jaar te rekenen van
de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis met de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis met
toepassing van een van deze bepalingen, dat in kracht van gewijsde is toepassing van een van deze bepalingen, dat in kracht van gewijsde is
gegaan.". gegaan.".

Art. 8.In artikel 33 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9

Art. 8.In artikel 33 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9

juni 1975 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7 februari juni 1975 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7 februari
2003, 4 juni 2007, 2 december 2011 en 9 maart 2014, worden de volgende 2003, 4 juni 2007, 2 december 2011 en 9 maart 2014, worden de volgende
wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, 1°, wordt het woord « ongeval » vervangen door het 1° in paragraaf 1, 1°, wordt het woord « ongeval » vervangen door het
woord « verkeersongeval »; woord « verkeersongeval »;
2° in paragraaf 1, 2°, worden in de Franse tekst de woorden "accident 2° in paragraaf 1, 2°, worden in de Franse tekst de woorden "accident
de roulage" vervangen door de woorden "accident de la circulation"; de roulage" vervangen door de woorden "accident de la circulation";
3° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt : 3° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"Heeft het ongeval voor een ander slagen of verwondingen tot gevolg "Heeft het ongeval voor een ander slagen of verwondingen tot gevolg
gehad, dan wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van gehad, dan wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van
vijftien dagen tot drie jaar en met een geldboete van 400 euro tot vijftien dagen tot drie jaar en met een geldboete van 400 euro tot
5.000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van 5.000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van
het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten
minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang."; minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang.";
4° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid 4° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid
ingevoegd, luidende : ingevoegd, luidende :
"Heeft het ongeval voor een ander de dood tot gevolg gehad, dan wordt "Heeft het ongeval voor een ander de dood tot gevolg gehad, dan wordt
de schuldige gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot vier de schuldige gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot vier
jaar en met een geldboete van 400 euro tot 5000 euro of met een van jaar en met een geldboete van 400 euro tot 5000 euro of met een van
die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen
van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten
hoogste vijf jaar of levenslang."; hoogste vijf jaar of levenslang.";
5° in paragraaf 3, worden in de bepaling onder 1°, de woorden "twee 5° in paragraaf 3, worden in de bepaling onder 1°, de woorden "twee
jaar" vervangen door de woorden "vier jaar"; jaar" vervangen door de woorden "vier jaar";
6° in paragraaf 3, worden in de bepaling onder 2°, de woorden "te 6° in paragraaf 3, worden in de bepaling onder 2°, de woorden "te
rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis
dat in kracht van gewijsde is gegaan" ingevoegd tussen de woorden dat in kracht van gewijsde is gegaan" ingevoegd tussen de woorden
"binnen de drie jaar" en de woorden "artikel 33, § 2"; "binnen de drie jaar" en de woorden "artikel 33, § 2";
7° in paragraaf 3, worden in de bepaling onder 2°, de woorden "vier 7° in paragraaf 3, worden in de bepaling onder 2°, de woorden "vier
jaar" vervangen door de woorden "acht jaar". jaar" vervangen door de woorden "acht jaar".

Art. 9.In artikel 34, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen

Art. 9.In artikel 34, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen

bij de wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart bij de wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart
1999, 7 februari 2003, 2 december 2011 en 9 maart 2014, worden de 1999, 7 februari 2003, 2 december 2011 en 9 maart 2014, worden de
woorden "met toepassing van het eerste lid of van artikel 35 of 37bis, woorden "met toepassing van het eerste lid of van artikel 35 of 37bis,
§ 1," ingevoegd tussen de woorden "van een vorig veroordelend vonnis" § 1," ingevoegd tussen de woorden "van een vorig veroordelend vonnis"
en de woorden "dat in kracht van gewijsde is gegaan". en de woorden "dat in kracht van gewijsde is gegaan".

Art. 10.Artikel 37/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12

Art. 10.Artikel 37/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12

juli 2009 en gewijzigd bij de wet van 9 maart 2014, wordt vervangen juli 2009 en gewijzigd bij de wet van 9 maart 2014, wordt vervangen
als volgt : als volgt :
"

Art. 37/1.§ 1. In geval van een veroordeling wegens overtreding van

"

Art. 37/1.§ 1. In geval van een veroordeling wegens overtreding van

artikel 34, § 2, artikel 35 in geval van dronkenschap of van artikel artikel 34, § 2, artikel 35 in geval van dronkenschap of van artikel
36, kan de rechter, indien hij geen definitief verval van het recht 36, kan de rechter, indien hij geen definitief verval van het recht
tot het besturen van een motorvoertuig uitspreekt of geen toepassing tot het besturen van een motorvoertuig uitspreekt of geen toepassing
maakt van artikel 42, voor een periode van ten minste één jaar en ten maakt van artikel 42, voor een periode van ten minste één jaar en ten
hoogste drie jaar of levenslang, de geldigheid van het rijbewijs van hoogste drie jaar of levenslang, de geldigheid van het rijbewijs van
de overtreder beperken tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met de overtreder beperken tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met
een alcoholslot, op voorwaarde dat de overtreder als bestuurder een alcoholslot, op voorwaarde dat de overtreder als bestuurder
voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 61quinquies, § 3, voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 61quinquies, § 3,
bedoelde omkaderingsprogramma. bedoelde omkaderingsprogramma.
In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2, In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 34, § 2,
indien de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,78 indien de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,78
milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de
bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter
bloed aangeeft, beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van bloed aangeeft, beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van
de overtreder tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een de overtreder tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een
alcoholslot volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste alcoholslot volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste
lid. Indien de rechter evenwel verkiest om deze sanctie niet op te lid. Indien de rechter evenwel verkiest om deze sanctie niet op te
leggen, motiveert hij dit uitdrukkelijk. leggen, motiveert hij dit uitdrukkelijk.
In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 36, In geval van een veroordeling wegens overtreding van artikel 36,
indien het gaat om een bestraffing na een veroordeling met toepassing indien het gaat om een bestraffing na een veroordeling met toepassing
van artikel 34, § 2 indien de ademanalyse telkens een van artikel 34, § 2 indien de ademanalyse telkens een
alcoholconcentratie van ten minste 0,50 milligram per liter alcoholconcentratie van ten minste 0,50 milligram per liter
uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse telkens een uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse telkens een
alcoholconcentratie van ten minste 1,2 gram per liter bloed aangeeft, alcoholconcentratie van ten minste 1,2 gram per liter bloed aangeeft,
beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder beperkt de rechter de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder
tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot tot alle motorvoertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot
volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste lid, volgens dezelfde modaliteiten als bedoeld in het eerste lid,
onverminderd de bepaling van artikel 38, § 6. onverminderd de bepaling van artikel 38, § 6.
§ 2. Evenwel kan de rechter, indien hij zijn beslissing motiveert, een § 2. Evenwel kan de rechter, indien hij zijn beslissing motiveert, een
of meerdere voertuigcategorieën aanduiden overeenkomstig de bepalingen of meerdere voertuigcategorieën aanduiden overeenkomstig de bepalingen
vastgesteld door de Koning krachtens artikel 26, waarvoor hij de vastgesteld door de Koning krachtens artikel 26, waarvoor hij de
geldigheid van het rijbewijs niet beperkt overeenkomstig § 1. De geldigheid van het rijbewijs niet beperkt overeenkomstig § 1. De
beperkte geldigheid moet wel ten minste betrekking hebben op de beperkte geldigheid moet wel ten minste betrekking hebben op de
voertuigcategorie waarmee de overtreding die aanleiding heeft gegeven voertuigcategorie waarmee de overtreding die aanleiding heeft gegeven
tot toepassing van § 1 werd begaan. tot toepassing van § 1 werd begaan.
§ 3. De rechter kan de geldboete verminderen met de volledige of § 3. De rechter kan de geldboete verminderen met de volledige of
gedeeltelijke kosten van de installatie en het gebruik van een gedeeltelijke kosten van de installatie en het gebruik van een
alcoholslot in een voertuig evenals de kosten van het alcoholslot in een voertuig evenals de kosten van het
omkaderingsprogramma, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen. omkaderingsprogramma, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen.
§ 4. Met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met § 4. Met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met
een geldboete van 500 euro tot 2000 euro of met een van die straffen een geldboete van 500 euro tot 2000 euro of met een van die straffen
alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een
motorvoertuig voor een periode die ten minste even lang is als de motorvoertuig voor een periode die ten minste even lang is als de
periode waarin de geldigheid van het rijbewijs werd beperkt, wordt periode waarin de geldigheid van het rijbewijs werd beperkt, wordt
gestraft hij die is veroordeeld wegens overtreding van dit artikel en gestraft hij die is veroordeeld wegens overtreding van dit artikel en
een motorvoertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs vereist is en dat een motorvoertuig bestuurt waarvoor een rijbewijs vereist is en dat
niet uitgerust is met het opgelegde alcoholslot, of die als bestuurder niet uitgerust is met het opgelegde alcoholslot, of die als bestuurder
niet voldoet aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma.". niet voldoet aan de voorwaarden van het omkaderingsprogramma.".

Art. 11.In artikel 38 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18

Art. 11.In artikel 38 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18

juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1996, 16 maart juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1996, 16 maart
1999, 7 februari 2003, 20 juli 2005, 21 april 2007, 4 juni 2007, 2 1999, 7 februari 2003, 20 juli 2005, 21 april 2007, 4 juni 2007, 2
december 2011 en 9 maart 2014, worden de volgende wijzigingen december 2011 en 9 maart 2014, worden de volgende wijzigingen
aangebracht : aangebracht :
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "of voorgoed indien 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "of voorgoed indien
de schuldige binnen de drie jaar" vervangen door de woorden "of de schuldige binnen de drie jaar" vervangen door de woorden "of
levenslang indien de schuldige veroordeeld wordt voor een inbreuk op levenslang indien de schuldige veroordeeld wordt voor een inbreuk op
artikel 419 van het Strafwetboek of binnen de drie jaar"; artikel 419 van het Strafwetboek of binnen de drie jaar";
2° in paragraaf 2bis worden de woorden « , eerste lid, » opgeheven; 2° in paragraaf 2bis worden de woorden « , eerste lid, » opgeheven;
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "specifieke 3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "specifieke
scholingen" vervangen door de woorden "een specifieke opleiding"; scholingen" vervangen door de woorden "een specifieke opleiding";
4° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven; 4° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven;
5° paragraaf 4 wordt opgeheven ; 5° paragraaf 4 wordt opgeheven ;
6° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt : 6° paragraaf 6 wordt vervangen als volgt :
" § 6. De rechter moet het verval van het recht tot het besturen van " § 6. De rechter moet het verval van het recht tot het besturen van
een motorvoertuig van ten minste drie maanden uitspreken en het een motorvoertuig van ten minste drie maanden uitspreken en het
herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen voor herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen voor
de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid, wanneer de de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid, wanneer de
schuldige, in de periode van drie jaar te rekenen van de dag van de schuldige, in de periode van drie jaar te rekenen van de dag van de
uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde
is gegaan voor één of meer van de overtredingen bedoeld in de is gegaan voor één of meer van de overtredingen bedoeld in de
artikelen 29, § 1, eerste lid, 29, § 3, derde lid, 30, §§ 1, 2 en 3, artikelen 29, § 1, eerste lid, 29, § 3, derde lid, 30, §§ 1, 2 en 3,
33, §§ 1 en 2, 34, § 2, 35, 37, 37bis, § 1, 48, 62bis of artikel 22 33, §§ 1 en 2, 34, § 2, 35, 37, 37bis, § 1, 48, 62bis of artikel 22
van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte
aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen opnieuw wordt aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen opnieuw wordt
veroordeeld voor één van deze overtredingen. veroordeeld voor één van deze overtredingen.
Wanneer de schuldige binnen drie jaar te rekenen van de dag van de Wanneer de schuldige binnen drie jaar te rekenen van de dag van de
uitspraak van een vorig veroordelend vonnis, waarin toepassing is uitspraak van een vorig veroordelend vonnis, waarin toepassing is
gemaakt van het eerste lid, en dat in kracht van gewijsde is gegaan gemaakt van het eerste lid, en dat in kracht van gewijsde is gegaan
voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, opnieuw voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, opnieuw
veroordeeld wordt voor één of meer van deze overtredingen, bedraagt veroordeeld wordt voor één of meer van deze overtredingen, bedraagt
het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten
minste zes maanden en is het herstel van het recht tot sturen minste zes maanden en is het herstel van het recht tot sturen
afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld
in § 3, eerste lid. in § 3, eerste lid.
Wanneer de schuldige binnen drie jaar te rekenen van de dag van de Wanneer de schuldige binnen drie jaar te rekenen van de dag van de
uitspraak van een vorig veroordelend vonnis, waarin toepassing is uitspraak van een vorig veroordelend vonnis, waarin toepassing is
gemaakt van het tweede lid, en dat in kracht van gewijsde is gegaan gemaakt van het tweede lid, en dat in kracht van gewijsde is gegaan
voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, opnieuw voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, opnieuw
veroordeeld wordt voor één of meer van deze overtredingen, bedraagt veroordeeld wordt voor één of meer van deze overtredingen, bedraagt
het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten
minste negen maanden en is het herstel van het recht tot sturen minste negen maanden en is het herstel van het recht tot sturen
afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld
in § 3, eerste lid."; in § 3, eerste lid.";
7° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende : 7° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende :
" § 8. De examens en onderzoeken waarvan het herstel in het recht tot " § 8. De examens en onderzoeken waarvan het herstel in het recht tot
sturen afhankelijk wordt gemaakt, bedoeld in dit artikel, zijn niet sturen afhankelijk wordt gemaakt, bedoeld in dit artikel, zijn niet
van toepassing in de volgende gevallen : van toepassing in de volgende gevallen :
1° indien de vervallenverklaarde niet voldoet aan de door de Koning 1° indien de vervallenverklaarde niet voldoet aan de door de Koning
bepaalde voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te kunnen verkrijgen; bepaalde voorwaarden om een Belgisch rijbewijs te kunnen verkrijgen;
2° wanneer een levenslang verval van het recht tot sturen als straf is 2° wanneer een levenslang verval van het recht tot sturen als straf is
uitgesproken.". uitgesproken.".

Art. 12.Artikel 42 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18

Art. 12.Artikel 42 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18

juli 1990 en 20 juli 2005, wordt vervangen als volgt : juli 1990 en 20 juli 2005, wordt vervangen als volgt :
"

Art. 42.Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden

"

Art. 42.Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden

wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf
of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer
of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen
van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt
bevonden tot het besturen van een motorvoertuig. bevonden tot het besturen van een motorvoertuig.
De uitspraak van dit verval is mogelijk in elke graad van De uitspraak van dit verval is mogelijk in elke graad van
veroordeling, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld. veroordeling, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld.
De duur van het verval van het recht tot sturen is afhankelijk van het De duur van het verval van het recht tot sturen is afhankelijk van het
bewijs dat betrokkene niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te bewijs dat betrokkene niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te
besturen." besturen."

Art. 13.Artikel 44 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 juli

Art. 13.Artikel 44 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 juli

1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart 1999 en 20 juli 2005, 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart 1999 en 20 juli 2005,
wordt vervangen als volgt : wordt vervangen als volgt :
"

Art. 44.Hij die wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid

"

Art. 44.Hij die wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid

van het recht tot sturen vervallen is verklaard, kan, na minstens zes van het recht tot sturen vervallen is verklaard, kan, na minstens zes
maanden te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis dat in maanden te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis dat in
kracht van gewijsde is gegaan, een herziening vragen via een aan het kracht van gewijsde is gegaan, een herziening vragen via een aan het
openbaar ministerie gericht verzoekschrift voor het gerecht dat het openbaar ministerie gericht verzoekschrift voor het gerecht dat het
verval heeft uitgesproken. Tegen de uitspraak van dit gerecht staat verval heeft uitgesproken. Tegen de uitspraak van dit gerecht staat
geen hoger beroep open. geen hoger beroep open.
Wordt het verzoek afgewezen dan kan geen nieuw verzoek worden Wordt het verzoek afgewezen dan kan geen nieuw verzoek worden
ingediend voordat een termijn van zes maanden te rekenen van de datum ingediend voordat een termijn van zes maanden te rekenen van de datum
van de afwijzing, is verstreken.". van de afwijzing, is verstreken.".

Art. 14.In artikel 45, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de

Art. 14.In artikel 45, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de

wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2005 en 9 wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2005 en 9
maart 2014, worden de woorden ", eerste lid," opgeheven. maart 2014, worden de woorden ", eerste lid," opgeheven.

Art. 15.In artikel 48, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de

Art. 15.In artikel 48, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de

wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7 wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7
februari 2003, 18 juli 2012 en 9 maart 2014, worden de woorden "een februari 2003, 18 juli 2012 en 9 maart 2014, worden de woorden "een
jaar" vervangen door de woorden "twee jaar". jaar" vervangen door de woorden "twee jaar".

Art. 16.In artikel 51 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de

Art. 16.In artikel 51 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de

wet van 9 maart 2014, worden in de bepaling onder 4°, de woorden « wet van 9 maart 2014, worden in de bepaling onder 4°, de woorden «
tweede lid » vervangen door « § 4 ». tweede lid » vervangen door « § 4 ».

Art. 17.Artikel 55, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van

Art. 17.Artikel 55, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van

18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1996, 16 maart 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1996, 16 maart
1999, 20 juli 2005 en 9 maart 2014, wordt aangevuld met de bepaling 1999, 20 juli 2005 en 9 maart 2014, wordt aangevuld met de bepaling
onder 8°, luidende : onder 8°, luidende :
"8° indien de bestuurder een overtreding bedoeld in artikel 406, derde "8° indien de bestuurder een overtreding bedoeld in artikel 406, derde
lid, van het Strafwetboek heeft begaan.". lid, van het Strafwetboek heeft begaan.".

Art. 18.In artikel 56, tweede lid, 4°, van dezelfde wet, vervangen

Art. 18.In artikel 56, tweede lid, 4°, van dezelfde wet, vervangen

bij de wet van 20 juli 2005, worden de woorden "houder van een bij de wet van 20 juli 2005, worden de woorden "houder van een
buitenlands rijbewijs" vervangen door de woorden "rijbewijshouder". buitenlands rijbewijs" vervangen door de woorden "rijbewijshouder".

Art. 19.In artikel 61 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9

Art. 19.In artikel 61 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9

juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 16 maart 1999, juli 1976 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 16 maart 1999,
20 juli 2005 en 9 maart 2014, worden de woorden ", §§ 2, 3, 4 en 4bis" 20 juli 2005 en 9 maart 2014, worden de woorden ", §§ 2, 3, 4 en 4bis"
opgeheven. opgeheven.

Art. 20.In artikel 61quinquies, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij

Art. 20.In artikel 61quinquies, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij

de wet van 12 juli 2009, worden de woorden ", eerste lid" opgeheven. de wet van 12 juli 2009, worden de woorden ", eerste lid" opgeheven.

Art. 21.In artikel 65, § 3, van dezelfde wet, vervangen bij de wet

Art. 21.In artikel 65, § 3, van dezelfde wet, vervangen bij de wet

van 29 februari 1984 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7 van 29 februari 1984 en gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 7
februari 2003, 26 maart 2007 en 9 maart 2014, wordt tussen het eerste februari 2003, 26 maart 2007 en 9 maart 2014, wordt tussen het eerste
en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
"Bij het vaststellen van een van de speciaal door de Koning aangewezen "Bij het vaststellen van een van de speciaal door de Koning aangewezen
overtredingen, moet hij aan de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren of overtredingen, moet hij aan de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren of
beambten een som in consignatie geven bestemd om de eventuele beambten een som in consignatie geven bestemd om de eventuele
geldboete te dekken.". geldboete te dekken.".

Art. 22.In artikel 65/1 van dezelfde wet, vervangen bij de

Art. 22.In artikel 65/1 van dezelfde wet, vervangen bij de

programmawet van 25 december 2016 en gewijzigd bij de wet van 6 juli programmawet van 25 december 2016 en gewijzigd bij de wet van 6 juli
2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden "Wanneer zowel de in artikel 65, § 1° in paragraaf 1 worden de woorden "Wanneer zowel de in artikel 65, §
1, bedoelde som als de in artikel 216bis, § 1, van het Wetboek van 1, bedoelde som als de in artikel 216bis, § 1, van het Wetboek van
Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de bepaalde termijn worden Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de bepaalde termijn worden
betaald," vervangen door de woorden "Wanneer de in artikel 216bis, § betaald," vervangen door de woorden "Wanneer de in artikel 216bis, §
1, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de 1, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de
bepaalde termijn wordt betaald,"; bepaalde termijn wordt betaald,";
2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin : "De 2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin : "De
procureur des Konings bepaalt op welke wijze de betaling geschiedt."; procureur des Konings bepaalt op welke wijze de betaling geschiedt.";
3° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen als volgt : 3° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen als volgt :
"De verjaring van de strafvordering wordt geschorst vanaf de dag dat "De verjaring van de strafvordering wordt geschorst vanaf de dag dat
het verzoekschrift wordt ingediend, tot de dag van het definitieve het verzoekschrift wordt ingediend, tot de dag van het definitieve
vonnis."; vonnis.";
4° in paragraaf 2 wordt tussen het vijfde en het zesde lid een lid 4° in paragraaf 2 wordt tussen het vijfde en het zesde lid een lid
ingevoegd, luidende : ingevoegd, luidende :
"De griffier deelt onverwijld de definitieve beslissing inzake de "De griffier deelt onverwijld de definitieve beslissing inzake de
ontvankelijkheid van het beroep mee aan de procureur des Konings."; ontvankelijkheid van het beroep mee aan de procureur des Konings.";
5° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : 5° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. Op basis van de informatie die door de griffier wordt " § 3. Op basis van de informatie die door de griffier wordt
meegedeeld, zoals bepaald in paragraaf 2, stelt de procureur des meegedeeld, zoals bepaald in paragraaf 2, stelt de procureur des
Konings of de door hem aangestelde parketjurist een lijst op met Konings of de door hem aangestelde parketjurist een lijst op met
niet-betaalde bevelen tot betalen die invorderbaar zijn."; niet-betaalde bevelen tot betalen die invorderbaar zijn.";
6° in paragraaf 7 worden de woorden ", de betalingen" opgeheven; 6° in paragraaf 7 worden de woorden ", de betalingen" opgeheven;
7° in paragraaf 10 wordt het zesde lid vervangen als volgt : 7° in paragraaf 10 wordt het zesde lid vervangen als volgt :
"Indien de overtreder toch het geheel van het bedrag van het bevel tot "Indien de overtreder toch het geheel van het bedrag van het bevel tot
betalen betaalt vooraleer de schorsing van kracht is, zal er geen betalen betaalt vooraleer de schorsing van kracht is, zal er geen
schorsing van het recht tot sturen worden uitgevoerd.". schorsing van het recht tot sturen worden uitgevoerd.".

Art. 23.Artikel 67bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4

Art. 23.Artikel 67bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4

augustus 1996, wordt vervangen als volgt : augustus 1996, wordt vervangen als volgt :
"

Art. 67bis.Wanneer een overtreding van deze wet en haar

"

Art. 67bis.Wanneer een overtreding van deze wet en haar

uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op
naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling
van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze
is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig.
De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met
elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik
van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden om de identiteit van van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden om de identiteit van
de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken, behalve wanneer hij de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken, behalve wanneer hij
diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen. diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.
De politierechtbank van de plaats waar de overtreding, bedoeld in het De politierechtbank van de plaats waar de overtreding, bedoeld in het
eerste lid, is gepleegd, is bevoegd.". eerste lid, is gepleegd, is bevoegd.".

Art. 24.Artikel 67ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4

Art. 24.Artikel 67ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4

augustus 1996, wordt vervangen als volgt : augustus 1996, wordt vervangen als volgt :
"

Art. 67ter.Wanneer een overtreding van deze wet en haar

"

Art. 67ter.Wanneer een overtreding van deze wet en haar

uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op
naam van een rechtspersoon, en de bestuurder bij de vaststelling van naam van een rechtspersoon, en de bestuurder bij de vaststelling van
de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de rechtspersoon of de de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de rechtspersoon of de
natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt, natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt,
ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het
ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de
identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig, identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig,
behalve wanneer zij diefstal, fraude of overmacht kunnen bewijzen. behalve wanneer zij diefstal, fraude of overmacht kunnen bewijzen.
De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van vijftien dagen te De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van vijftien dagen te
rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd. rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd.
Indien de persoon die verantwoordelijk is voor voertuig niet de Indien de persoon die verantwoordelijk is voor voertuig niet de
bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de
wijze hierboven vermeld, de identiteit van de onmiskenbare bestuurder wijze hierboven vermeld, de identiteit van de onmiskenbare bestuurder
meedelen. meedelen.
De rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in De rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in
rechte vertegenwoordigt als houder van de kentekenplaat of als houder rechte vertegenwoordigt als houder van de kentekenplaat of als houder
van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen
om aan deze verplichting te voldoen. om aan deze verplichting te voldoen.
De politierechtbank van de plaats waar de overtreding werd gepleegd De politierechtbank van de plaats waar de overtreding werd gepleegd
die aanleiding heeft gegeven tot de toepassing van dit artikel, is die aanleiding heeft gegeven tot de toepassing van dit artikel, is
bevoegd. bevoegd.
Wanneer de overtreding evenwel werd begaan met een motorvoertuig Wanneer de overtreding evenwel werd begaan met een motorvoertuig
ingeschreven op naam van een rechtspersoon die de gebruikelijke ingeschreven op naam van een rechtspersoon die de gebruikelijke
bestuurder in de Kruispuntbank Voertuigen heeft laten registreren, bestuurder in de Kruispuntbank Voertuigen heeft laten registreren,
wordt de gebruikelijke bestuurder gelijkgesteld met de houder van de wordt de gebruikelijke bestuurder gelijkgesteld met de houder van de
kentekenplaat en is artikel 67bis van toepassing.". kentekenplaat en is artikel 67bis van toepassing.".

Art. 25.In artikel 68 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18

Art. 25.In artikel 68 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18

juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart 1999 en 20 juli juli 1990 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart 1999 en 20 juli
2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "een jaar" worden vervangen door de woorden "twee jaar"; 1° de woorden "een jaar" worden vervangen door de woorden "twee jaar";
2° de woorden "en 37bis, § 1, 1° en 4° tot 6° " worden vervangen door 2° de woorden "en 37bis, § 1, 1° en 4° tot 6° " worden vervangen door
de woorden ", 37/1, § 4, 37bis, § 1, 1° en 4° tot 6°, en 48". de woorden ", 37/1, § 4, 37bis, § 1, 1° en 4° tot 6°, en 48".
TITEL 5. - Inwerkingtreding TITEL 5. - Inwerkingtreding

Art. 26.Deze wet treedt in werking op 15 februari 2018, met

Art. 26.Deze wet treedt in werking op 15 februari 2018, met

uitzondering van de artikelen 10, 14, 16 en 20, en artikel 25, 2°, die uitzondering van de artikelen 10, 14, 16 en 20, en artikel 25, 2°, die
in werking treden op 1 juli 2018. in werking treden op 1 juli 2018.
Artikel 37/1, § 1, van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 Artikel 37/1, § 1, van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968
betreffende de politie over het wegverkeer, zoals vervangen bij betreffende de politie over het wegverkeer, zoals vervangen bij
artikel 10, geldt enkel voor de feiten gepleegd na de inwerkingtreding artikel 10, geldt enkel voor de feiten gepleegd na de inwerkingtreding
ervan. ervan.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 6 maart 2018. Gegeven te Brussel, 6 maart 2018.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken, De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. JAMBON J. JAMBON
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
K. GEENS K. GEENS
De Minister van Mobiliteit, De Minister van Mobiliteit,
Fr. BELLOT Fr. BELLOT
Met 's Lands zegel gezegeld : Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
K. GEENS K. GEENS
_______ _______
Nota Nota
(1) Parlementaire verwijzingen : (1) Parlementaire verwijzingen :
Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers :
Doc 54-2868 (2017/2018) : Doc 54-2868 (2017/2018) :
- 001 : Wetsontwerp. - 001 : Wetsontwerp.
- 002 : Amendement. - 002 : Amendement.
- 003 : Verslag. - 003 : Verslag.
- 004 : Tekst aangenomen door de commissie. - 004 : Tekst aangenomen door de commissie.
- 005 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter - 005 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter
bekrachtiging voorgelegd. bekrachtiging voorgelegd.
Integraal Verslag : 8 februari 2018. Integraal Verslag : 8 februari 2018.
^