Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie | Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE |
2 FEBRUARI 2021. - Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie (1) | 2 FEBRUARI 2021. - Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij | De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij |
bekrachtigen, hetgeen volgt : | bekrachtigen, hetgeen volgt : |
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling | HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
74 van de Grondwet. | 74 van de Grondwet. |
Deze wet voorziet gedeeltelijk in de omzetting van richtlijn | Deze wet voorziet gedeeltelijk in de omzetting van richtlijn |
2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november | 2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november |
2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende | 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende |
wijziging van de richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en | wijziging van de richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en |
Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van richtlijn | Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van richtlijn |
2007/64/EG. | 2007/64/EG. |
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht | HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht |
Afdeling 1. - Wijzigingen van boek IV van het Wetboek van economisch | Afdeling 1. - Wijzigingen van boek IV van het Wetboek van economisch |
recht | recht |
Art. 2.In artikel IV.24, § 2, van het Wetboek van economisch recht, |
Art. 2.In artikel IV.24, § 2, van het Wetboek van economisch recht, |
ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 | ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 |
mei 2019, worden de woorden "artikel IV.17, § 2" vervangen door de | mei 2019, worden de woorden "artikel IV.17, § 2" vervangen door de |
woorden "artikel IV.17, § 3". | woorden "artikel IV.17, § 3". |
Art. 3.In artikel IV.66, § 3, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, |
Art. 3.In artikel IV.66, § 3, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, |
ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 | ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 |
mei 2019, worden de woorden "voor het Mededingingscollege" opgeheven. | mei 2019, worden de woorden "voor het Mededingingscollege" opgeheven. |
Art. 4.Artikel IV.80 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van |
Art. 4.Artikel IV.80 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van |
3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt vervangen | 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt vervangen |
als volgt : | als volgt : |
"Art. IV.80. § 1. Het Mededingingscollege kan de bij artikel IV.79, § | "Art. IV.80. § 1. Het Mededingingscollege kan de bij artikel IV.79, § |
1, eerste lid, bedoelde geldboeten en dwangsommen opleggen in geval | 1, eerste lid, bedoelde geldboeten en dwangsommen opleggen in geval |
van inbreuk op artikel IV.10, § 4, en wegens niet-naleving van de | van inbreuk op artikel IV.10, § 4, en wegens niet-naleving van de |
beslissingen bedoeld in artikel IV.52, § 1, 8°. | beslissingen bedoeld in artikel IV.52, § 1, 8°. |
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, kan de geldboete wegens | § 2. In afwijking van paragraaf 1, kan de geldboete wegens |
niet-naleving van een beslissing die betrekking heeft op misbruik van | niet-naleving van een beslissing die betrekking heeft op misbruik van |
economische afhankelijkheid in de zin van artikel IV.2/1, niet meer | economische afhankelijkheid in de zin van artikel IV.2/1, niet meer |
bedragen dan 2 % van de omzet van de betrokken onderneming of | bedragen dan 2 % van de omzet van de betrokken onderneming of |
ondernemingsvereniging en beloopt de dwangsom tot 2 % van de | ondernemingsvereniging en beloopt de dwangsom tot 2 % van de |
gemiddelde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen vanaf de dag | gemiddelde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen vanaf de dag |
bepaald door het Mededingingscollege.". | bepaald door het Mededingingscollege.". |
Art. 5.In artikel IV.84, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
Art. 5.In artikel IV.84, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
wet van 2 mei 2019, worden de woorden ", IV.80, § 2," ingevoegd tussen | wet van 2 mei 2019, worden de woorden ", IV.80, § 2," ingevoegd tussen |
de woorden "artikel IV.79" en de woorden "en IV.82". | de woorden "artikel IV.79" en de woorden "en IV.82". |
Art. 6.In artikel IV.90 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet |
Art. 6.In artikel IV.90 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet |
van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht : | van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht : |
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "artikel IV.26, § 2, | 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "artikel IV.26, § 2, |
13° " vervangen door de woorden "artikel IV.26, § 3, 13° "; | 13° " vervangen door de woorden "artikel IV.26, § 3, 13° "; |
2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "of door het | 2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "of door het |
Mededingingscollege opgelegde voorwaarden en verplichtingen inzake | Mededingingscollege opgelegde voorwaarden en verplichtingen inzake |
concentraties" ingevoegd tussen het woord "concentraties" en de | concentraties" ingevoegd tussen het woord "concentraties" en de |
woorden ", en in". | woorden ", en in". |
Art. 7.In artikel IV.92, § 3, 6°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd |
Art. 7.In artikel IV.92, § 3, 6°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd |
bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht | bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht |
: | : |
1° in de Franse tekst, wordt het woord "plaignant" telkens vervangen | 1° in de Franse tekst, wordt het woord "plaignant" telkens vervangen |
door het woord "demandeur"; | door het woord "demandeur"; |
2° het woord "zetel," wordt ingevoegd tussen het woord "geen" en het | 2° het woord "zetel," wordt ingevoegd tussen het woord "geen" en het |
woord "inrichting". | woord "inrichting". |
Art. 8.In artikel VII.3, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
Art. 8.In artikel VII.3, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2018 en | wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2018 en |
27 mei 2020, wordt de bepaling onder 6° bis vervangen als volgt : | 27 mei 2020, wordt de bepaling onder 6° bis vervangen als volgt : |
"6° bis. de tijdelijke contracten middels dewelke de kredietgevers | "6° bis. de tijdelijke contracten middels dewelke de kredietgevers |
inzake consumentenkrediet gemachtigd zijn, tijdens de periode van 1 | inzake consumentenkrediet gemachtigd zijn, tijdens de periode van 1 |
februari en 31 maart 2021, tijdelijk uitstel van terugbetaling van een | februari en 31 maart 2021, tijdelijk uitstel van terugbetaling van een |
lening of verkoop op afbetaling, alsmede verlenging van de | lening of verkoop op afbetaling, alsmede verlenging van de |
nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen toe te staan voor | nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen toe te staan voor |
een maximale termijn van 3 maanden, met uitzondering van artikel | een maximale termijn van 3 maanden, met uitzondering van artikel |
VII.107, en de artikelen VII.148 tot VII.154, evenals hun | VII.107, en de artikelen VII.148 tot VII.154, evenals hun |
uitvoeringsbesluiten. | uitvoeringsbesluiten. |
De maximale duur van het betalingsuitstel mag echter niet meer | De maximale duur van het betalingsuitstel mag echter niet meer |
bedragen dan negen maanden in de periode tussen 1 mei 2020 en 30 juni | bedragen dan negen maanden in de periode tussen 1 mei 2020 en 30 juni |
2021. | 2021. |
Het tijdelijke uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op | Het tijdelijke uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op |
afbetaling, alsmede de verlenging van de nulstellingstermijn in geval | afbetaling, alsmede de verlenging van de nulstellingstermijn in geval |
van kredietopeningen zijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten | van kredietopeningen zijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten |
die werden afgesloten na 1 mei 2020. | die werden afgesloten na 1 mei 2020. |
De volgende nadere regels zijn van toepassing: | De volgende nadere regels zijn van toepassing: |
1° om te genieten van dit tijdelijk regime van schorsing van de | 1° om te genieten van dit tijdelijk regime van schorsing van de |
verplichtingen van terugbetaling of de verlenging van een | verplichtingen van terugbetaling of de verlenging van een |
nulstellingstermijn, dient te worden voldaan aan de volgende | nulstellingstermijn, dient te worden voldaan aan de volgende |
cumulatieve voorwaarden: | cumulatieve voorwaarden: |
- de kredietnemer vraagt zelf een uitstel van terugbetaling of de | - de kredietnemer vraagt zelf een uitstel van terugbetaling of de |
verlenging van de nulstellingstermijn van zijn krediet; | verlenging van de nulstellingstermijn van zijn krediet; |
- er is geen betalingsachterstand van het betrokken krediet van meer | - er is geen betalingsachterstand van het betrokken krediet van meer |
dan één maand op 1 januari 2021; | dan één maand op 1 januari 2021; |
- de kredietnemer lijdt een inkomensverlies ten gevolge de | - de kredietnemer lijdt een inkomensverlies ten gevolge de |
coronacrisis. Indien er meerdere personen officieel op hetzelfde adres | coronacrisis. Indien er meerdere personen officieel op hetzelfde adres |
wonen, is het voldoende dat één van deze personen een inkomensverlies | wonen, is het voldoende dat één van deze personen een inkomensverlies |
lijdt ten gevolge van de coronacrisis om aan deze voorwaarde te | lijdt ten gevolge van de coronacrisis om aan deze voorwaarde te |
voldoen, ook wanneer het krediet niet op zijn of haar naam, maar op de | voldoen, ook wanneer het krediet niet op zijn of haar naam, maar op de |
naam van één van de andere personen werd aangegaan. | naam van één van de andere personen werd aangegaan. |
- de maandelijkse terugbetaling van het kapitaal en interesten van het | - de maandelijkse terugbetaling van het kapitaal en interesten van het |
betrokken krediet bedraagt minstens 50 euro per maand. | betrokken krediet bedraagt minstens 50 euro per maand. |
2° wanneer de cumulatieve voorwaarden van het vierde lid, 1°, zijn | 2° wanneer de cumulatieve voorwaarden van het vierde lid, 1°, zijn |
vervuld, dient de betrokken kredietgever: | vervuld, dient de betrokken kredietgever: |
- overeenkomstig zijn keuze geheel of gedeeltelijk uitstel van | - overeenkomstig zijn keuze geheel of gedeeltelijk uitstel van |
terugbetaling van kapitaal en interesten toe te kennen voor een lening | terugbetaling van kapitaal en interesten toe te kennen voor een lening |
of verkoop op afbetaling van het betrokken krediet. | of verkoop op afbetaling van het betrokken krediet. |
De kredietlooptijd wordt verlengd ten belope van de periode van | De kredietlooptijd wordt verlengd ten belope van de periode van |
uitstel. | uitstel. |
De uitgestelde intresten worden gespreid over de nog resterende | De uitgestelde intresten worden gespreid over de nog resterende |
terugbetalingstermijnen. Bij toekenning van het uitstel zal een | terugbetalingstermijnen. Bij toekenning van het uitstel zal een |
aangepaste aflossingstabel worden opgemaakt voor de nog resterende | aangepaste aflossingstabel worden opgemaakt voor de nog resterende |
terugbetalingstermijnen van het krediet na het uitstel. | terugbetalingstermijnen van het krediet na het uitstel. |
- de nulstellingstermijn voor een kredietopening uit te stellen met | - de nulstellingstermijn voor een kredietopening uit te stellen met |
maximaal drie maanden indien de nulstellingstermijn van die | maximaal drie maanden indien de nulstellingstermijn van die |
kredietopening wordt bereikt in de periode tussen 1 februari en 31 | kredietopening wordt bereikt in de periode tussen 1 februari en 31 |
maart 2021. Tijdens de periode van dit uitstel blijven de op de | maart 2021. Tijdens de periode van dit uitstel blijven de op de |
kredietopening contractueel van toepassing zijnde interesten | kredietopening contractueel van toepassing zijnde interesten |
verschuldigd. | verschuldigd. |
3° indien op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel het | 3° indien op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel het |
totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een | totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een |
beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank cumulatief | beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank cumulatief |
groter is dan 25 000 euro, is de kredietgever niet meer verplicht om | groter is dan 25 000 euro, is de kredietgever niet meer verplicht om |
het uitstel toe te staan. Pensioensparen wordt hier niet in | het uitstel toe te staan. Pensioensparen wordt hier niet in |
meegerekend. Het bewijs hiervoor kan geleverd worden mits een | meegerekend. Het bewijs hiervoor kan geleverd worden mits een |
verklaring op eer door de kredietnemer. | verklaring op eer door de kredietnemer. |
4° de tijdelijke opschorting van de terugbetalingsverplichtingen of | 4° de tijdelijke opschorting van de terugbetalingsverplichtingen of |
verlenging van de nulstellingstermijn wordt niet beschouwd als een | verlenging van de nulstellingstermijn wordt niet beschouwd als een |
nieuwe kredietovereenkomst noch als een wanbetaling die overeenkomstig | nieuwe kredietovereenkomst noch als een wanbetaling die overeenkomstig |
het koninklijk besluit van 23 maart 2017 moet worden gemeld in het | het koninklijk besluit van 23 maart 2017 moet worden gemeld in het |
negatieve luik van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, maar | negatieve luik van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, maar |
als een toegelaten wijziging van de kredietovereenkomst en ze kan | als een toegelaten wijziging van de kredietovereenkomst en ze kan |
leiden tot een overschrijding van de bij koninklijk besluit van 14 | leiden tot een overschrijding van de bij koninklijk besluit van 14 |
september 2016 bepaalde maximale terugbetalingstermijn en | september 2016 bepaalde maximale terugbetalingstermijn en |
nulstellingstermijn. | nulstellingstermijn. |
De wijzigingen van de kredietovereenkomst, met inbegrip van de nieuwe | De wijzigingen van de kredietovereenkomst, met inbegrip van de nieuwe |
einddatum van het krediet, dienen geregistreerd te worden in de | einddatum van het krediet, dienen geregistreerd te worden in de |
Centrale voor Kredieten aan Particulieren. | Centrale voor Kredieten aan Particulieren. |
5° de wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel | 5° de wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel |
van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn hoeft | van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn hoeft |
niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan | niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan |
worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het | worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het |
bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud. | bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud. |
6° er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch | 6° er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch |
enige andere kosten aangerekend voor het uitstel van betalingen in het | enige andere kosten aangerekend voor het uitstel van betalingen in het |
kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de | kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de |
contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele kosten bij normale | contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele kosten bij normale |
uitvoering van het contract, berekend over de periode van het uitstel. | uitvoering van het contract, berekend over de periode van het uitstel. |
7° de kredietgever zal de mogelijkheid tot betalingsuitstel onder de | 7° de kredietgever zal de mogelijkheid tot betalingsuitstel onder de |
voornoemde voorwaarden kenbaar maken op zijn website. | voornoemde voorwaarden kenbaar maken op zijn website. |
8° de bepalingen van artikel VII.133 zijn niet overeenkomstig van | 8° de bepalingen van artikel VII.133 zijn niet overeenkomstig van |
toepassing." | toepassing." |
Afdeling 2. - Wijzigingen van boek VII van het Wetboek van economisch | Afdeling 2. - Wijzigingen van boek VII van het Wetboek van economisch |
recht | recht |
Art. 9.In boek VII, titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde |
Art. 9.In boek VII, titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde |
Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de | Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de |
wet van 19 juli 2018, wordt een artikel VII.11/1 ingevoegd luidende : | wet van 19 juli 2018, wordt een artikel VII.11/1 ingevoegd luidende : |
"Art. VII.11/1. Betalingsdienstaanbieders zorgen ervoor dat de | "Art. VII.11/1. Betalingsdienstaanbieders zorgen ervoor dat de |
elektronische brochure van de Europese Commissie "Uw rechten bij het | elektronische brochure van de Europese Commissie "Uw rechten bij het |
doen van betalingen in Europa" gemakkelijk en kosteloos geraadpleegd | doen van betalingen in Europa" gemakkelijk en kosteloos geraadpleegd |
kan worden : | kan worden : |
- op de websites van de betalingsdienstaanbieders, indien zij daarover | - op de websites van de betalingsdienstaanbieders, indien zij daarover |
beschikken, en | beschikken, en |
- op papier in de bijkantoren en bij de agenten van de | - op papier in de bijkantoren en bij de agenten van de |
betalingsdienstaanbieders en bij de entiteiten waaraan zij hun | betalingsdienstaanbieders en bij de entiteiten waaraan zij hun |
activiteiten uitbesteden. | activiteiten uitbesteden. |
Ten aanzien van personen met een beperking worden de bepalingen van | Ten aanzien van personen met een beperking worden de bepalingen van |
dit artikel aan de hand van gepaste alternatieve middelen toegepast, | dit artikel aan de hand van gepaste alternatieve middelen toegepast, |
zodat de informatie in een toegankelijk formaat beschikbaar kan worden | zodat de informatie in een toegankelijk formaat beschikbaar kan worden |
gesteld.". | gesteld.". |
Art. 10.In dezelfde titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, wordt een |
Art. 10.In dezelfde titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, wordt een |
artikel VII.11/2 ingevoegd luidende : | artikel VII.11/2 ingevoegd luidende : |
"Art. VII.11/2. Betalingsinstellingen zorgen ervoor dat agenten of | "Art. VII.11/2. Betalingsinstellingen zorgen ervoor dat agenten of |
bijkantoren die voor hun rekening handelen, de | bijkantoren die voor hun rekening handelen, de |
betalingsdienstgebruikers daarvan in kennis stellen.". | betalingsdienstgebruikers daarvan in kennis stellen.". |
Art. 11.Artikel VII.55/10, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
Art. 11.Artikel VII.55/10, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
wet van 19 juli 2018 wordt aangevuld met een lid, luidende : | wet van 19 juli 2018 wordt aangevuld met een lid, luidende : |
"Indien het incident, bedoeld in artikel 53, § 2, van de wet van 11 | "Indien het incident, bedoeld in artikel 53, § 2, van de wet van 11 |
maart 2018, gevolgen heeft of kan hebben voor de financiële belangen | maart 2018, gevolgen heeft of kan hebben voor de financiële belangen |
van zijn betalingsdienstgebruikers, stelt de betalingsdienstaanbieder | van zijn betalingsdienstgebruikers, stelt de betalingsdienstaanbieder |
zijn betalingsdienstgebruikers onverwijld van het incident in kennis | zijn betalingsdienstgebruikers onverwijld van het incident in kennis |
en deelt hij hen mee welke maatregelen zij kunnen treffen om de | en deelt hij hen mee welke maatregelen zij kunnen treffen om de |
mogelijke schadelijke gevolgen van het incident te beperken.". | mogelijke schadelijke gevolgen van het incident te beperken.". |
Art. 12.Artikel VII.145/2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
Art. 12.Artikel VII.145/2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
wet van 27 mei 2020, wordt vervangen als volgt : | wet van 27 mei 2020, wordt vervangen als volgt : |
"VII.145/2. Voor de hypothecaire kredieten met roerende bestemming, | "VII.145/2. Voor de hypothecaire kredieten met roerende bestemming, |
zijn de kredietgevers gemachtigd om, tijdens de periode tussen 1 | zijn de kredietgevers gemachtigd om, tijdens de periode tussen 1 |
februari en 31 maart 2021, tijdelijk uitstel te verlenen van | februari en 31 maart 2021, tijdelijk uitstel te verlenen van |
terugbetaling van een lening of verkoop op afbetaling, alsmede van de | terugbetaling van een lening of verkoop op afbetaling, alsmede van de |
verlenging van de nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen | verlenging van de nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen |
voor een maximale termijn van 3 maanden. | voor een maximale termijn van 3 maanden. |
De maximale duur van het betalingsuitstel mag echter niet meer | De maximale duur van het betalingsuitstel mag echter niet meer |
bedragen dan negen maanden in de periode tussen 1 mei 2020 en 30 juni | bedragen dan negen maanden in de periode tussen 1 mei 2020 en 30 juni |
2021. | 2021. |
Het tijdelijke uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op | Het tijdelijke uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op |
afbetaling, alsmede verlenging van de nulstellingstermijn in geval van | afbetaling, alsmede verlenging van de nulstellingstermijn in geval van |
kredietopeningen zijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten die | kredietopeningen zijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten die |
werden afgesloten na 1 mei 2020. | werden afgesloten na 1 mei 2020. |
De volgende nadere regels zijn van toepassing : | De volgende nadere regels zijn van toepassing : |
1° om te genieten van dit tijdelijk regime van schorsing van de | 1° om te genieten van dit tijdelijk regime van schorsing van de |
verplichtingen van terugbetaling of de verlenging van een | verplichtingen van terugbetaling of de verlenging van een |
nulstellingstermijn, dient te worden voldaan aan de volgende | nulstellingstermijn, dient te worden voldaan aan de volgende |
cumulatieve voorwaarden: | cumulatieve voorwaarden: |
- de kredietnemer vraagt zelf uitstel van terugbetaling of de | - de kredietnemer vraagt zelf uitstel van terugbetaling of de |
verlenging van de nulstellingstermijn van zijn krediet; | verlenging van de nulstellingstermijn van zijn krediet; |
- er is geen betalingsachterstand van het betrokken krediet van meer | - er is geen betalingsachterstand van het betrokken krediet van meer |
dan één maand op 1 januari 2021; | dan één maand op 1 januari 2021; |
- de kredietnemer lijdt een inkomensverlies ten gevolge de | - de kredietnemer lijdt een inkomensverlies ten gevolge de |
coronacrisis. Indien er meerdere personen officieel op hetzelfde adres | coronacrisis. Indien er meerdere personen officieel op hetzelfde adres |
wonen, is het voldoende dat één van deze personen een inkomensverlies | wonen, is het voldoende dat één van deze personen een inkomensverlies |
lijdt ten gevolge van de coronacrisis om aan deze voorwaarde te | lijdt ten gevolge van de coronacrisis om aan deze voorwaarde te |
voldoen, ook wanneer het krediet niet op zijn of haar naam, maar op de | voldoen, ook wanneer het krediet niet op zijn of haar naam, maar op de |
naam van één van de andere personen werd aangegaan. | naam van één van de andere personen werd aangegaan. |
- de maandelijkse terugbetaling van het kapitaal en interesten van de | - de maandelijkse terugbetaling van het kapitaal en interesten van de |
betrokken lening of verkoop op afbetaling bedraagt minstens 50 euro | betrokken lening of verkoop op afbetaling bedraagt minstens 50 euro |
per maand. | per maand. |
2° wanneer de cumulatieve voorwaarden van het vierde lid, 1°, zijn | 2° wanneer de cumulatieve voorwaarden van het vierde lid, 1°, zijn |
vervuld, dient de betrokken kredietgever: | vervuld, dient de betrokken kredietgever: |
- overeenkomstig zijn keuze geheel of gedeeltelijk uitstel van | - overeenkomstig zijn keuze geheel of gedeeltelijk uitstel van |
terugbetaling van kapitaal en interesten toe te kennen voor een lening | terugbetaling van kapitaal en interesten toe te kennen voor een lening |
of verkoop op afbetaling van het betrokken krediet. | of verkoop op afbetaling van het betrokken krediet. |
De kredietlooptijd wordt verlengd met de periode van uitstel. | De kredietlooptijd wordt verlengd met de periode van uitstel. |
De uitgestelde intresten worden gespreid over de nog resterende | De uitgestelde intresten worden gespreid over de nog resterende |
terugbetalingstermijnen. Bij toekenning van het uitstel zal een | terugbetalingstermijnen. Bij toekenning van het uitstel zal een |
aangepaste aflossingstabel worden opgemaakt voor de nog resterende | aangepaste aflossingstabel worden opgemaakt voor de nog resterende |
terugbetalingstermijnen van het krediet na het uitstel. | terugbetalingstermijnen van het krediet na het uitstel. |
- de nulstellingstermijn voor een kredietopening uit te stellen met | - de nulstellingstermijn voor een kredietopening uit te stellen met |
maximaal drie maanden indien de nulstellingstermijn van die | maximaal drie maanden indien de nulstellingstermijn van die |
kredietopening wordt bereikt in de periode tussen 1 februari en 31 | kredietopening wordt bereikt in de periode tussen 1 februari en 31 |
maart 2021. Tijdens de periode van dit uitstel blijven de op de | maart 2021. Tijdens de periode van dit uitstel blijven de op de |
kredietopening contractueel van toepassing zijnde interesten | kredietopening contractueel van toepassing zijnde interesten |
verschuldigd. | verschuldigd. |
3° indien op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel het | 3° indien op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel het |
totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een | totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een |
beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank cumulatief | beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank cumulatief |
groter is dan 25 000 euro, is de kredietgever niet meer verplicht om | groter is dan 25 000 euro, is de kredietgever niet meer verplicht om |
het uitstel toe te staan. Pensioensparen wordt hier niet in | het uitstel toe te staan. Pensioensparen wordt hier niet in |
meegerekend. Het bewijs hiervoor kan geleverd worden mits een | meegerekend. Het bewijs hiervoor kan geleverd worden mits een |
verklaring op eer door de kredietnemer. | verklaring op eer door de kredietnemer. |
4° de tijdelijke opschorting van de terugbetalingsverplichtingen of | 4° de tijdelijke opschorting van de terugbetalingsverplichtingen of |
verlenging van de nulstellingstermijn worden niet beschouwd als een | verlenging van de nulstellingstermijn worden niet beschouwd als een |
nieuwe kredietovereenkomst noch als een wanbetaling die overeenkomstig | nieuwe kredietovereenkomst noch als een wanbetaling die overeenkomstig |
het koninklijk besluit van 23 maart 2017 moet worden gemeld in het | het koninklijk besluit van 23 maart 2017 moet worden gemeld in het |
negatieve luik van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, maar | negatieve luik van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, maar |
als een toegelaten wijziging van de kredietovereenkomst en ze kan | als een toegelaten wijziging van de kredietovereenkomst en ze kan |
leiden tot een overschrijding van de bij koninklijk besluit van 14 | leiden tot een overschrijding van de bij koninklijk besluit van 14 |
september 2016 bepaalde maximale terugbetalingstermijn en | september 2016 bepaalde maximale terugbetalingstermijn en |
nulstellingstermijn. | nulstellingstermijn. |
Deze tijdelijke opschorting en de wijzigingen van de | Deze tijdelijke opschorting en de wijzigingen van de |
kredietovereenkomst, met inbegrip van de nieuwe einddatum van het | kredietovereenkomst, met inbegrip van de nieuwe einddatum van het |
krediet, dienen te worden geregistreerd in de Centrale voor Kredieten | krediet, dienen te worden geregistreerd in de Centrale voor Kredieten |
aan Particulieren. | aan Particulieren. |
5° de wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel | 5° de wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel |
van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn hoeft | van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn hoeft |
niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan | niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan |
worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het | worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het |
bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud. | bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud. |
6° er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch | 6° er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch |
enige andere kosten aangerekend voor het uitstel van betalingen in het | enige andere kosten aangerekend voor het uitstel van betalingen in het |
kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de | kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de |
contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele kosten bij normale | contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele kosten bij normale |
uitvoering van het contract, berekend over de periode van het uitstel. | uitvoering van het contract, berekend over de periode van het uitstel. |
7° de kredietgever zal de mogelijkheid tot betalingsuitstel onder de | 7° de kredietgever zal de mogelijkheid tot betalingsuitstel onder de |
voornoemde voorwaarden kenbaar maken via zijn website. | voornoemde voorwaarden kenbaar maken via zijn website. |
8° de bepalingen van artikel VII.133 zijn niet overeenkomstig van | 8° de bepalingen van artikel VII.133 zijn niet overeenkomstig van |
toepassing." | toepassing." |
Afdeling 3. - Wijzigingen van boek XV van het Wetboek van economisch | Afdeling 3. - Wijzigingen van boek XV van het Wetboek van economisch |
recht | recht |
Art. 13.In artikel XV.89, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, |
Art. 13.In artikel XV.89, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, |
ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, vervangen bij de wet van 19 | ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, vervangen bij de wet van 19 |
juli 2018, en gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019 worden de volgende | juli 2018, en gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019 worden de volgende |
wijzigingen aangebracht : | wijzigingen aangebracht : |
a) een bepaling onder 4° /1 wordt ingevoegd, luidende : | a) een bepaling onder 4° /1 wordt ingevoegd, luidende : |
"4° /1 van artikel VII.11/1 betreffende de informatieverplichting van | "4° /1 van artikel VII.11/1 betreffende de informatieverplichting van |
de Europese documentatie;"; | de Europese documentatie;"; |
b) een bepaling onder 4° /2 wordt ingevoegd, luidende : | b) een bepaling onder 4° /2 wordt ingevoegd, luidende : |
"4° /2 van artikel VII.11/2 betreffende de informatieverplichting van | "4° /2 van artikel VII.11/2 betreffende de informatieverplichting van |
de agenten of bijkantoren die handelen voor rekening van de | de agenten of bijkantoren die handelen voor rekening van de |
betalingsinstellingen;"; | betalingsinstellingen;"; |
c) een bepaling onder 22° /1 wordt ingevoegd, luidende : | c) een bepaling onder 22° /1 wordt ingevoegd, luidende : |
"22° /1 van artikel 55/10, tweede lid, betreffende de | "22° /1 van artikel 55/10, tweede lid, betreffende de |
informatieverplichting van de betalingsdienstaanbieder aangaande de | informatieverplichting van de betalingsdienstaanbieder aangaande de |
gevolgen van de incidenten;". | gevolgen van de incidenten;". |
Afdeling 4. - Wijzigingen van boek XVII van het Wetboek van economisch | Afdeling 4. - Wijzigingen van boek XVII van het Wetboek van economisch |
recht | recht |
Art. 14.In artikel XVII.43, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij |
Art. 14.In artikel XVII.43, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij |
de wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt : | de wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt : |
"De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken | "De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken |
van de beroepstermijn, de ontvankelijkheidsbeslissing onder | van de beroepstermijn, de ontvankelijkheidsbeslissing onder |
elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en | elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en |
Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en | Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en |
die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de | die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de |
referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van | referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van |
de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt | de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt |
weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit | weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit |
bericht binnen de tien dagen.". | bericht binnen de tien dagen.". |
Art. 15.In artikel XVII.50 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
Art. 15.In artikel XVII.50 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt : | wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt : |
"De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken | "De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken |
van de beroepstermijn, de homologatiebeschikking van het akkoord tot | van de beroepstermijn, de homologatiebeschikking van het akkoord tot |
collectief herstel, samen met de tekst van dit akkoord, onder | collectief herstel, samen met de tekst van dit akkoord, onder |
elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en | elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en |
Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en | Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en |
die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de | die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de |
referentie van die beschikking vermeldt en de link naar de pagina van | referentie van die beschikking vermeldt en de link naar de pagina van |
de website waar de integrale tekst van de beschikking en het akkoord | de website waar de integrale tekst van de beschikking en het akkoord |
wordt weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking | wordt weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking |
van dit bericht binnen de tien dagen.". | van dit bericht binnen de tien dagen.". |
Art. 16.In artikel XVII.55 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
Art. 16.In artikel XVII.55 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt : | wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt : |
"De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken | "De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken |
van de beroepstermijn, de beslissing van de rechter over de grond, | van de beroepstermijn, de beslissing van de rechter over de grond, |
onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en | onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en |
Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en | Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en |
die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de | die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de |
referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van | referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van |
de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt | de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt |
weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit | weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit |
bericht binnen de tien dagen.". | bericht binnen de tien dagen.". |
Art. 17.In artikel XVII.62 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
Art. 17.In artikel XVII.62 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de |
wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt : | wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt : |
"De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken | "De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken |
van de beroepstermijn, de beslissing bedoeld in artikel XVII. 61, § 2, | van de beroepstermijn, de beslissing bedoeld in artikel XVII. 61, § 2, |
onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en | onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en |
Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en | Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en |
die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de | die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de |
referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van | referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van |
de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt | de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt |
weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit | weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit |
bericht binnen de tien dagen.". | bericht binnen de tien dagen.". |
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 21 november 1989 betreffende | HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 21 november 1989 betreffende |
de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen | de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen |
Art. 18.In artikel 2bis van de wet van 21 november 1989 betreffende |
Art. 18.In artikel 2bis van de wet van 21 november 1989 betreffende |
de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, | de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, |
ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, wordt het tweede lid vervangen | ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, wordt het tweede lid vervangen |
als volgt : | als volgt : |
"Blijven onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, § | "Blijven onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, § |
1, de motorrijtuigen die voor andere doeleinden bestemd zijn dan het | 1, de motorrijtuigen die voor andere doeleinden bestemd zijn dan het |
zich enkel verplaatsen evenals de bromfietsen van klasse A zoals | zich enkel verplaatsen evenals de bromfietsen van klasse A zoals |
gedefinieerd in artikel 2, 2.17, 1), van het koninklijk besluit van 1 | gedefinieerd in artikel 2, 2.17, 1), van het koninklijk besluit van 1 |
december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het | december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het |
wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.". | wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.". |
Art. 19.Artikel 7, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 8 |
Art. 19.Artikel 7, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 8 |
juni 2008, wordt aangevuld met een lid, luidende : | juni 2008, wordt aangevuld met een lid, luidende : |
"De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden verzekeraars kunnen | "De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden verzekeraars kunnen |
worden vrijgesteld van de verplichting om het internationaal | worden vrijgesteld van de verplichting om het internationaal |
verzekeringsbewijs aan de verzekeringnemer af te geven.". | verzekeringsbewijs aan de verzekeringnemer af te geven.". |
Art. 20.In artikel 19bis-6, § 1, van dezelfde wet, wordt de bepaling |
Art. 20.In artikel 19bis-6, § 1, van dezelfde wet, wordt de bepaling |
onder 2° ) vervangen als volgt : | onder 2° ) vervangen als volgt : |
"2° ) de nummers van de verzekeringspolissen waardoor het gebruik van | "2° ) de nummers van de verzekeringspolissen waardoor het gebruik van |
de voertuigen bedoeld in 1° ) wordt gedekt voor de risico's vermeld in | de voertuigen bedoeld in 1° ) wordt gedekt voor de risico's vermeld in |
tak 10 van bijlage I van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 | tak 10 van bijlage I van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 |
houdende algemeen reglement betreffende de controle op de | houdende algemeen reglement betreffende de controle op de |
verzekeringsondernemingen, uitgezonderd de burgerrechtelijke | verzekeringsondernemingen, uitgezonderd de burgerrechtelijke |
aansprakelijkheid van de vervoerder, de datum waarop de dekking is | aansprakelijkheid van de vervoerder, de datum waarop de dekking is |
geëindigd en de datum waarop de waarborg is geschorst;". | geëindigd en de datum waarop de waarborg is geschorst;". |
Art. 21.In artikel 19bis-8 van dezelfde wet, worden de volgende |
Art. 21.In artikel 19bis-8 van dezelfde wet, worden de volgende |
wijzigingen aangebracht : | wijzigingen aangebracht : |
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "kan bij het Fonds de | 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "kan bij het Fonds de |
hierna volgende inlichtingen betreffende de bij het ongeval betrokken | hierna volgende inlichtingen betreffende de bij het ongeval betrokken |
motorrijtuigen bekomen" vervangen door de woorden "kan een toegang | motorrijtuigen bekomen" vervangen door de woorden "kan een toegang |
hebben tot het register, bedoeld in artikel 16bis-6 om de hierna | hebben tot het register, bedoeld in artikel 16bis-6 om de hierna |
volgende inlichtingen betreffende ieder bij het ongeval betrokken | volgende inlichtingen betreffende ieder bij het ongeval betrokken |
motorrijtuig te verkrijgen"; | motorrijtuig te verkrijgen"; |
2° de huidige tekst van paragraaf 2 vormt de paragraaf 1, tweede lid; | 2° de huidige tekst van paragraaf 2 vormt de paragraaf 1, tweede lid; |
3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 1° ) vervangen | 3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 1° ) vervangen |
als volgt: | als volgt: |
"1° ) het verzoek betrekking heeft op een motorrijtuig dat gewoonlijk | "1° ) het verzoek betrekking heeft op een motorrijtuig dat gewoonlijk |
gestald is op het grondgebied van een Staat van de Europese | gestald is op het grondgebied van een Staat van de Europese |
Economische Ruimte." | Economische Ruimte." |
4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 2° ) vervangen | 4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 2° ) vervangen |
als volgt : | als volgt : |
"2° ) het ongeval zich heeft voorgedaan op het grondgebied van een | "2° ) het ongeval zich heeft voorgedaan op het grondgebied van een |
Staat van de Europese Economische Ruimte of van een derde Staat | Staat van de Europese Economische Ruimte of van een derde Staat |
waarvan het nationaal bureau van verzekeraars bij het internationaal | waarvan het nationaal bureau van verzekeraars bij het internationaal |
systeem aangesloten is waarvan het Bureau bedoeld in artikel 19bis-1 | systeem aangesloten is waarvan het Bureau bedoeld in artikel 19bis-1 |
lid is."; | lid is."; |
5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : | 5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : |
" § 2. Met het oog op de strijd tegen niet-verzekering, beschikken de | " § 2. Met het oog op de strijd tegen niet-verzekering, beschikken de |
bevoegde leden van de politiediensten, bedoeld in artikel 2, 2°, van | bevoegde leden van de politiediensten, bedoeld in artikel 2, 2°, van |
de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde | de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde |
politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, over elektronische | politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, over elektronische |
toegang tot het register bedoeld in artikel 19bis-6. De raadpleging is | toegang tot het register bedoeld in artikel 19bis-6. De raadpleging is |
beperkt tot de controle van de verzekeringssituatie van een bepaald | beperkt tot de controle van de verzekeringssituatie van een bepaald |
voertuig. | voertuig. |
Voor het uitvoeren van preventie-, controle- en onderzoeksmissies, | Voor het uitvoeren van preventie-, controle- en onderzoeksmissies, |
hebben toegang tot het register bedoeld in artikel 19bis-6 in het | hebben toegang tot het register bedoeld in artikel 19bis-6 in het |
kader van de uitoefening van hun wettelijke opdrachten : | kader van de uitoefening van hun wettelijke opdrachten : |
1° de leden van de politiediensten bedoeld in artikel 593 van het | 1° de leden van de politiediensten bedoeld in artikel 593 van het |
Wetboek van strafvordering belast met de uitvoering van opdrachten van | Wetboek van strafvordering belast met de uitvoering van opdrachten van |
bestuurlijke en gerechtelijke politie overeenkomstig de artikelen 14 | bestuurlijke en gerechtelijke politie overeenkomstig de artikelen 14 |
en 15 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt; | en 15 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt; |
2° de personeelsleden van het Vast Comité van Toezicht op de | 2° de personeelsleden van het Vast Comité van Toezicht op de |
politiediensten en van zijn Dienst Enquêtes, bedoeld in artikel 593 | politiediensten en van zijn Dienst Enquêtes, bedoeld in artikel 593 |
van het wetboek van strafvordering; | van het wetboek van strafvordering; |
3° de personeelsleden van het Vast Comité van toezicht op de | 3° de personeelsleden van het Vast Comité van toezicht op de |
inlichtingen- en veiligheidsdiensten en van zijn Dienst Enquêtes, | inlichtingen- en veiligheidsdiensten en van zijn Dienst Enquêtes, |
bedoeld in artikel 593 van het wetboek van strafvordering; | bedoeld in artikel 593 van het wetboek van strafvordering; |
4° de leden en personeelsleden van het Controleorgaan op de | 4° de leden en personeelsleden van het Controleorgaan op de |
politionele informatie en van zijn Dienst Onderzoeken, bedoeld in | politionele informatie en van zijn Dienst Onderzoeken, bedoeld in |
artikel 593 van het wetboek van strafvordering; | artikel 593 van het wetboek van strafvordering; |
5° de personeelsleden van de algemene inspectie van de federale | 5° de personeelsleden van de algemene inspectie van de federale |
politie en van de lokale politie, bedoeld in artikel 593 van het | politie en van de lokale politie, bedoeld in artikel 593 van het |
wetboek van strafvordering; | wetboek van strafvordering; |
6° de magistraten van de zetel van alle strafgerechten en de | 6° de magistraten van de zetel van alle strafgerechten en de |
magistraten van de politierechtbanken, de assessoren bij de | magistraten van de politierechtbanken, de assessoren bij de |
strafuitvoeringsrechtbank en de griffies, het openbaar ministerie en | strafuitvoeringsrechtbank en de griffies, het openbaar ministerie en |
de parketsecretariaten, de probatiecommissie en haar secretariaat, die | de parketsecretariaten, de probatiecommissie en haar secretariaat, die |
een kennisbehoefte hebben en die nominatief en voorafgaandelijk door | een kennisbehoefte hebben en die nominatief en voorafgaandelijk door |
de hiërarchisch bevoegde autoriteit worden aangewezen; | de hiërarchisch bevoegde autoriteit worden aangewezen; |
7° de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bedoeld in artikel 593 van | 7° de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bedoeld in artikel 593 van |
het Wetboek van strafvordering. | het Wetboek van strafvordering. |
Voor de behoeften in verband met de wettelijke opdrachten van de | Voor de behoeften in verband met de wettelijke opdrachten van de |
personen bedoeld in het tweede lid, bepaalt de Koning bij een besluit | personen bedoeld in het tweede lid, bepaalt de Koning bij een besluit |
vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de relevante gegevens | vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de relevante gegevens |
waartoe toegang wordt verleend.". | waartoe toegang wordt verleend.". |
Art. 22.Artikel 23 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, |
Art. 22.Artikel 23 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, |
luidende: | luidende: |
"Het eerste lid is niet van toepassing indien de voorwaarden die de | "Het eerste lid is niet van toepassing indien de voorwaarden die de |
Koning bepaalt, ter uitvoering van artikel 7, § 1, tweede lid, zijn | Koning bepaalt, ter uitvoering van artikel 7, § 1, tweede lid, zijn |
vervuld.". | vervuld.". |
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 8 juli 2018 houdende | HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 8 juli 2018 houdende |
bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens | bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens |
Art. 23.In artikel 19 van de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen |
Art. 23.In artikel 19 van de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen |
inzake de proefbank voor vuurwapens, wordt paragraaf 2, vernietigd bij | inzake de proefbank voor vuurwapens, wordt paragraaf 2, vernietigd bij |
arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 47/2019 van 19 maart 2019, | arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 47/2019 van 19 maart 2019, |
vervangen als volgt : | vervangen als volgt : |
" § 2. Aan de mandaten van de bestuurder van de proefbank, de | " § 2. Aan de mandaten van de bestuurder van de proefbank, de |
voorzitter, de ondervoorzitter en de wapenmeesters van de | voorzitter, de ondervoorzitter en de wapenmeesters van de |
bestuurscommissie die bij de inwerkingtreding van deze wet in functie | bestuurscommissie die bij de inwerkingtreding van deze wet in functie |
zijn, wordt van rechtswege een einde gesteld. | zijn, wordt van rechtswege een einde gesteld. |
Zij oefenen hun mandaat verder uit tot er is voorzien in hun | Zij oefenen hun mandaat verder uit tot er is voorzien in hun |
vervanging. | vervanging. |
De Koning stelt de in functie zijnde directeur van de proefbank weder | De Koning stelt de in functie zijnde directeur van de proefbank weder |
tewerk uiterlijk op het moment van de benoeming van zijn vervanger, | tewerk uiterlijk op het moment van de benoeming van zijn vervanger, |
met behoud van de weddeschaal die op hem van toepassing is op de datum | met behoud van de weddeschaal die op hem van toepassing is op de datum |
van inwerkingtreding van deze wet.". | van inwerkingtreding van deze wet.". |
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 6 december 2018 tot | HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 6 december 2018 tot |
omzetting van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de | omzetting van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de |
Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie | Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie |
Art. 24.In artikel 57, tweede lid, van de wet van 6 december 2018 tot |
Art. 24.In artikel 57, tweede lid, van de wet van 6 december 2018 tot |
omzetting van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de | omzetting van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de |
Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie, worden | Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie, worden |
de woorden "twee jaar" vervangen door de woorden "drie jaar". | de woorden "twee jaar" vervangen door de woorden "drie jaar". |
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 17 maart 2019 betreffende de | HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 17 maart 2019 betreffende de |
beroepen van accountant en belastingadviseur | beroepen van accountant en belastingadviseur |
Art. 25.In artikel 11, § 2, eerste lid, van de wet van 17 maart 2019 |
Art. 25.In artikel 11, § 2, eerste lid, van de wet van 17 maart 2019 |
betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur, worden de | betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur, worden de |
woorden "van het toelatingsexamen en" ingevoegd tussen de woorden | woorden "van het toelatingsexamen en" ingevoegd tussen de woorden |
"zijn vrijgesteld" en de woorden "van de stage.". | "zijn vrijgesteld" en de woorden "van de stage.". |
Art. 26.Artikel 14, enig lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met |
Art. 26.Artikel 14, enig lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met |
de volgende zin : | de volgende zin : |
"De persoon die vrijgesteld is van de stage legt een | "De persoon die vrijgesteld is van de stage legt een |
bekwaamheidsexamen af volgens de nadere regels bepaald door de | bekwaamheidsexamen af volgens de nadere regels bepaald door de |
Koning.". | Koning.". |
Art. 27.Artikelen 21 en 22 van dezelfde wet worden telkens aangevuld |
Art. 27.Artikelen 21 en 22 van dezelfde wet worden telkens aangevuld |
met een lid, luidende : | met een lid, luidende : |
"De Koning bepaalt de nadere regels van het bekwaamheidsexamen bedoeld | "De Koning bepaalt de nadere regels van het bekwaamheidsexamen bedoeld |
in het tweede en derde lid.". | in het tweede en derde lid.". |
Art. 28.In artikel 54, § 1, tweede lid, laatste zin, van dezelfde |
Art. 28.In artikel 54, § 1, tweede lid, laatste zin, van dezelfde |
wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de woorden "en die | wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de woorden "en die |
niet ingeschreven zijn in het openbaar register met de hoedanigheid | niet ingeschreven zijn in het openbaar register met de hoedanigheid |
van (intern) gecertificeerd accountant of van (intern) gecertificeerd | van (intern) gecertificeerd accountant of van (intern) gecertificeerd |
belastingadviseur" ingevoegd tussen de woorden "en Fiscalisten" en de | belastingadviseur" ingevoegd tussen de woorden "en Fiscalisten" en de |
woorden "mag het bedrag". | woorden "mag het bedrag". |
Art. 29.In artikel 80 van dezelfde wet, worden de volgende |
Art. 29.In artikel 80 van dezelfde wet, worden de volgende |
wijzigingen aangebracht : | wijzigingen aangebracht : |
1° in het tweede lid, worden de woorden "mogen enkel" vervangen door | 1° in het tweede lid, worden de woorden "mogen enkel" vervangen door |
de woorden "kunnen niet"; | de woorden "kunnen niet"; |
2° in het derde lid, worden de woorden "uit te brengen" vervangen door | 2° in het derde lid, worden de woorden "uit te brengen" vervangen door |
de woorden "uitgebracht te hebben". | de woorden "uitgebracht te hebben". |
Art. 30.In artikel 122 van dezelfde wet worden de volgende |
Art. 30.In artikel 122 van dezelfde wet worden de volgende |
wijzigingen aangebracht : | wijzigingen aangebracht : |
1° de paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidende : | 1° de paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidende : |
"Het mandaat van de leden van de tuchtorganen en van de rechtskundig | "Het mandaat van de leden van de tuchtorganen en van de rechtskundig |
assessor bij het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en | assessor bij het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en |
Fiscalisten wordt verlengd tot de datum waarop de dossiers die | Fiscalisten wordt verlengd tot de datum waarop de dossiers die |
hangende zijn bij die organen afgehandeld zijn. De dossiers in | hangende zijn bij die organen afgehandeld zijn. De dossiers in |
onderzoek die niet aanhangig zijn gemaakt bij een tuchtorgaan, worden | onderzoek die niet aanhangig zijn gemaakt bij een tuchtorgaan, worden |
overgemaakt aan de rechtskundig assessor bedoeld in artikel 90."; | overgemaakt aan de rechtskundig assessor bedoeld in artikel 90."; |
2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende : | 2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende : |
" § 2. De op de datum van inwerkingtreding van deze wet bij het | " § 2. De op de datum van inwerkingtreding van deze wet bij het |
Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten hangende | Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten hangende |
dossiers met betrekking tot het toezicht als bedoeld in de artikelen | dossiers met betrekking tot het toezicht als bedoeld in de artikelen |
28, §§ 1 en 2, en artikel 29, § 2, van de wet van 22 april 1999 worden | 28, §§ 1 en 2, en artikel 29, § 2, van de wet van 22 april 1999 worden |
overgemaakt aan en behandeld door het Instituut opgericht bij deze wet | overgemaakt aan en behandeld door het Instituut opgericht bij deze wet |
volgens de procedures en de nadere regels bepaald in deze wet en haar | volgens de procedures en de nadere regels bepaald in deze wet en haar |
uitvoeringsbesluiten. | uitvoeringsbesluiten. |
De kwaliteitstoetsing en de opvolging ervan verricht onder het | De kwaliteitstoetsing en de opvolging ervan verricht onder het |
toezicht van het Instituut van de Accountants en de | toezicht van het Instituut van de Accountants en de |
Belastingconsulenten en zijn organen als bedoeld in artikel 28, § 3, | Belastingconsulenten en zijn organen als bedoeld in artikel 28, § 3, |
van de wet van 22 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten, worden na | van de wet van 22 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten, worden na |
de datum van inwerkingtreding van deze wet voortgezet onder het | de datum van inwerkingtreding van deze wet voortgezet onder het |
toezicht van het Instituut opgericht bij deze wet en zijn organen. | toezicht van het Instituut opgericht bij deze wet en zijn organen. |
§ 3. De dossiers met betrekking tot het toezicht als bedoeld in | § 3. De dossiers met betrekking tot het toezicht als bedoeld in |
artikel 44, eerste lid, van de wet van 22 april 1999 die het | artikel 44, eerste lid, van de wet van 22 april 1999 die het |
Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten nog niet heeft | Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten nog niet heeft |
afgesloten op de datum van inwerkingtreding van deze wet, worden | afgesloten op de datum van inwerkingtreding van deze wet, worden |
overgemaakt aan en behandeld door het Instituut opgericht bij deze wet | overgemaakt aan en behandeld door het Instituut opgericht bij deze wet |
volgens de procedures en de nadere regels bepaald in deze wet en haar | volgens de procedures en de nadere regels bepaald in deze wet en haar |
uitvoeringsbesluiten. | uitvoeringsbesluiten. |
De toezichtdossiers bij het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders | De toezichtdossiers bij het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders |
en Fiscalisten op de naleving van de bepalingen van boek II van de wet | en Fiscalisten op de naleving van de bepalingen van boek II van de wet |
van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de | van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de |
financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van | financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van |
contanten, van de besluiten en reglementen genomen tot uitvoering | contanten, van de besluiten en reglementen genomen tot uitvoering |
ervan, van de uitvoeringsmaatregelen van richtlijn 2015/849, van de | ervan, van de uitvoeringsmaatregelen van richtlijn 2015/849, van de |
Europese verordening betreffende geldovermakingen zoals bepaald in | Europese verordening betreffende geldovermakingen zoals bepaald in |
artikel 4, 5°, van de wet van 18 september 2017 en de | artikel 4, 5°, van de wet van 18 september 2017 en de |
waakzaamheidsplichten voorzien door de bindende bepalingen betreffende | waakzaamheidsplichten voorzien door de bindende bepalingen betreffende |
financiële embargo's worden na de datum van inwerkingtreding van deze | financiële embargo's worden na de datum van inwerkingtreding van deze |
wet voortgezet onder het toezicht van het Instituut opgericht bij deze | wet voortgezet onder het toezicht van het Instituut opgericht bij deze |
wet, en zijn organen. De Raad van dit Instituut kan administratieve | wet, en zijn organen. De Raad van dit Instituut kan administratieve |
sancties uitspreken als bedoeld in artikel 116 van deze wet.". | sancties uitspreken als bedoeld in artikel 116 van deze wet.". |
Art. 31.In artikel 124 van dezelfde wet worden de volgende |
Art. 31.In artikel 124 van dezelfde wet worden de volgende |
wijzigingen aangebracht : | wijzigingen aangebracht : |
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met twee leden, luidende : | 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met twee leden, luidende : |
"De stagiair accountant of de stagiair belastingconsulent die op de | "De stagiair accountant of de stagiair belastingconsulent die op de |
datum van inwerkingtreding van deze wet, stage loopt onder het | datum van inwerkingtreding van deze wet, stage loopt onder het |
toezicht van het Instituut van de Accountants en de | toezicht van het Instituut van de Accountants en de |
Belastingconsulenten, als voorzien in titel III, hoofdstuk 2, van de | Belastingconsulenten, als voorzien in titel III, hoofdstuk 2, van de |
wet van 22 april 1999, zet met behoud van al zijn behaalde resultaten | wet van 22 april 1999, zet met behoud van al zijn behaalde resultaten |
en vrijstellingen, de stage voort onder het toezicht van het | en vrijstellingen, de stage voort onder het toezicht van het |
Instituut, opgericht bij deze wet, volgens de procedures en de nadere | Instituut, opgericht bij deze wet, volgens de procedures en de nadere |
regels bepaald in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. De lopende | regels bepaald in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. De lopende |
stageovereenkomsten goedgekeurd met toepassing van het artikel 25, 3°, | stageovereenkomsten goedgekeurd met toepassing van het artikel 25, 3°, |
van de wet van 22 april 1999 blijven na de inwerkingtreding van deze | van de wet van 22 april 1999 blijven na de inwerkingtreding van deze |
wet geldig. | wet geldig. |
Met betrekking tot het toelatingsexamen voor de stage van | Met betrekking tot het toelatingsexamen voor de stage van |
gecertificeerd accountant of van gecertificeerd belastingadviseur als | gecertificeerd accountant of van gecertificeerd belastingadviseur als |
bedoeld in artikel 10, § 1, 6°, van deze wet, behouden de personen die | bedoeld in artikel 10, § 1, 6°, van deze wet, behouden de personen die |
vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet het toelatingsexamen | vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet het toelatingsexamen |
als bedoeld in artikel 19, § 1, 4°, van de wet van 22 april 1999 | als bedoeld in artikel 19, § 1, 4°, van de wet van 22 april 1999 |
hebben afgelegd of bepaalde onderdelen van dat toelatingsexamen, de | hebben afgelegd of bepaalde onderdelen van dat toelatingsexamen, de |
behaalde resultaten en vrijstellingen van dat toelatingsexamen of de | behaalde resultaten en vrijstellingen van dat toelatingsexamen of de |
desbetreffende opleidingsonderdelen ervan."; | desbetreffende opleidingsonderdelen ervan."; |
2° in paragraaf 2 wordt de eerste zin aangevuld met de woorden ", | 2° in paragraaf 2 wordt de eerste zin aangevuld met de woorden ", |
onder voorbehoud van de regels bepaald in paragrafen 3 tot 5"; | onder voorbehoud van de regels bepaald in paragrafen 3 tot 5"; |
3° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 3 tot 5, luidende : | 3° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 3 tot 5, luidende : |
" § 3. De Stagecommissie, opgericht bij artikel 17 van het koninklijk | " § 3. De Stagecommissie, opgericht bij artikel 17 van het koninklijk |
besluit van 27 september 2015 betreffende het programma, de | besluit van 27 september 2015 betreffende het programma, de |
voorwaarden en de examenjury voor het praktisch bekwaamheidsexamen van | voorwaarden en de examenjury voor het praktisch bekwaamheidsexamen van |
de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten, zet de | de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten, zet de |
opdrachten met betrekking tot de stage van de boekhouders en van | opdrachten met betrekking tot de stage van de boekhouders en van |
boekhouders-fiscalisten voort, die haar bij of krachtens de wet van 22 | boekhouders-fiscalisten voort, die haar bij of krachtens de wet van 22 |
april 1999 werden toevertrouwd. Het mandaat van haar leden wordt | april 1999 werden toevertrouwd. Het mandaat van haar leden wordt |
verlengd tot de datum waarop de stage van alle personen bedoeld in | verlengd tot de datum waarop de stage van alle personen bedoeld in |
paragraaf 2 beëindigd is. | paragraaf 2 beëindigd is. |
§ 4. De uitvoerende kamers en kamers van beroep, bedoeld in artikel | § 4. De uitvoerende kamers en kamers van beroep, bedoeld in artikel |
45/1, § 2, van de wet van 22 april 1999, zetten de taken met | 45/1, § 2, van de wet van 22 april 1999, zetten de taken met |
betrekking tot de stage van de boekhouders en van de | betrekking tot de stage van de boekhouders en van de |
boekhouders-fiscalisten voort die hen zijn toevertrouwd door het | boekhouders-fiscalisten voort die hen zijn toevertrouwd door het |
koninklijk besluit van 27 september 2015 betreffende het programma, de | koninklijk besluit van 27 september 2015 betreffende het programma, de |
voorwaarden en de examenjury voor het praktisch bekwaamheidsexamen van | voorwaarden en de examenjury voor het praktisch bekwaamheidsexamen van |
de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten, en door het | de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten, en door het |
stagereglement van 10 april 2015 van het Beroepsinstituut van erkende | stagereglement van 10 april 2015 van het Beroepsinstituut van erkende |
boekhouders en fiscalisten. Het mandaat van de leden van die organen | boekhouders en fiscalisten. Het mandaat van de leden van die organen |
en van de rechtskundig assessor wordt verlengd tot de datum waarop de | en van de rechtskundig assessor wordt verlengd tot de datum waarop de |
stage van alle personen bedoeld in artikel 124, § 2, beëindigd is. | stage van alle personen bedoeld in artikel 124, § 2, beëindigd is. |
Wanneer echter een stagiair-boekhouder of een stagiair | Wanneer echter een stagiair-boekhouder of een stagiair |
boekhouder-fiscalist naar tucht wordt verwezen, is artikel 122 van | boekhouder-fiscalist naar tucht wordt verwezen, is artikel 122 van |
toepassing | toepassing |
§ 5. De Raad, die de in artikel 72 bedoelde bevoegdheden uitoefent, | § 5. De Raad, die de in artikel 72 bedoelde bevoegdheden uitoefent, |
neemt alle taken over met betrekking tot de stage van de boekhouders | neemt alle taken over met betrekking tot de stage van de boekhouders |
en van de boekhouders-fiscalisten die tot de bevoegdheid behoorden van | en van de boekhouders-fiscalisten die tot de bevoegdheid behoorden van |
de Nationale Raad van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en | de Nationale Raad van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en |
Fiscalisten.". | Fiscalisten.". |
HOOFDSTUK 7. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 31 juli | HOOFDSTUK 7. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 31 juli |
2020 tot wijziging van de boeken I en IV van het Wetboek van | 2020 tot wijziging van de boeken I en IV van het Wetboek van |
economisch recht met betrekking tot misbruiken van economische | economisch recht met betrekking tot misbruiken van economische |
afhankelijkheid | afhankelijkheid |
Art. 32.Het koninklijk besluit van 31 juli 2020 tot wijziging van de |
Art. 32.Het koninklijk besluit van 31 juli 2020 tot wijziging van de |
boeken I en IV van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot | boeken I en IV van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot |
misbruiken van economische afhankelijkheid wordt bekrachtigd met | misbruiken van economische afhankelijkheid wordt bekrachtigd met |
ingang van de datum van inwerkingtreding ervan. | ingang van de datum van inwerkingtreding ervan. |
HOOFDSTUK 8. - Overgangsbepaling | HOOFDSTUK 8. - Overgangsbepaling |
Art. 33.Artikel IV.90, § 2, derde lid, van het Wetboek van economisch |
Art. 33.Artikel IV.90, § 2, derde lid, van het Wetboek van economisch |
recht, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, en zoals het gold op 12 | recht, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, en zoals het gold op 12 |
mei 2019, blijft van toepassing op de opheffings- of | mei 2019, blijft van toepassing op de opheffings- of |
wijzigingsverzoeken van voorwaarden en verplichtingen verbonden aan | wijzigingsverzoeken van voorwaarden en verplichtingen verbonden aan |
concentraties die werden ingediend vóór de inwerkingtreding van deze | concentraties die werden ingediend vóór de inwerkingtreding van deze |
wet. | wet. |
HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding | HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding |
Art. 34.De artikelen 8 en 12 hebben uitwerking met ingang van 1 |
Art. 34.De artikelen 8 en 12 hebben uitwerking met ingang van 1 |
februari 2021 en treden buiten werking op 30 juni 2021. | februari 2021 en treden buiten werking op 30 juni 2021. |
Art. 35.Artikel 24 heeft uitwerking met ingang van 27 december 2020. |
Art. 35.Artikel 24 heeft uitwerking met ingang van 27 december 2020. |
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden |
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. | bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. |
Gegeven te Brussel, 2 februari 2021. | Gegeven te Brussel, 2 februari 2021. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Economie, | De Minister van Economie, |
P.-Y. DERMAGNE | P.-Y. DERMAGNE |
De Minister van Justitie en Noorzee, | De Minister van Justitie en Noorzee, |
V. VAN QUICKENBORNE | V. VAN QUICKENBORNE |
De Minister van Middenstand en K.M.O.'s, | De Minister van Middenstand en K.M.O.'s, |
D. CLARINVAL | D. CLARINVAL |
De Staatssecretaris voor Consumentenbescherming, | De Staatssecretaris voor Consumentenbescherming, |
E. DE BLEEKER | E. DE BLEEKER |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
V. VAN QUICKENBORNE | V. VAN QUICKENBORNE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Kamer van volksvertegenwoordigers : | (1) Kamer van volksvertegenwoordigers : |
(www.dekamer.be) | (www.dekamer.be) |
Stukken : 55-1515 (2019/2020) | Stukken : 55-1515 (2019/2020) |
Integraal Verslag : 28 januari 2021. | Integraal Verslag : 28 januari 2021. |