Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Wet van 02/02/2021
← Terug naar "Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie "
Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE
2 FEBRUARI 2021. - Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie (1) 2 FEBRUARI 2021. - Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij
bekrachtigen, hetgeen volgt : bekrachtigen, hetgeen volgt :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

74 van de Grondwet. 74 van de Grondwet.
Deze wet voorziet gedeeltelijk in de omzetting van richtlijn Deze wet voorziet gedeeltelijk in de omzetting van richtlijn
2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november
2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende
wijziging van de richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en wijziging van de richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en
Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van richtlijn Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van richtlijn
2007/64/EG. 2007/64/EG.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
Afdeling 1. - Wijzigingen van boek IV van het Wetboek van economisch Afdeling 1. - Wijzigingen van boek IV van het Wetboek van economisch
recht recht

Art. 2.In artikel IV.24, § 2, van het Wetboek van economisch recht,

Art. 2.In artikel IV.24, § 2, van het Wetboek van economisch recht,

ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2
mei 2019, worden de woorden "artikel IV.17, § 2" vervangen door de mei 2019, worden de woorden "artikel IV.17, § 2" vervangen door de
woorden "artikel IV.17, § 3". woorden "artikel IV.17, § 3".

Art. 3.In artikel IV.66, § 3, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek,

Art. 3.In artikel IV.66, § 3, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek,

ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2
mei 2019, worden de woorden "voor het Mededingingscollege" opgeheven. mei 2019, worden de woorden "voor het Mededingingscollege" opgeheven.

Art. 4.Artikel IV.80 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van

Art. 4.Artikel IV.80 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van

3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt vervangen 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt vervangen
als volgt : als volgt :
"Art. IV.80. § 1. Het Mededingingscollege kan de bij artikel IV.79, § "Art. IV.80. § 1. Het Mededingingscollege kan de bij artikel IV.79, §
1, eerste lid, bedoelde geldboeten en dwangsommen opleggen in geval 1, eerste lid, bedoelde geldboeten en dwangsommen opleggen in geval
van inbreuk op artikel IV.10, § 4, en wegens niet-naleving van de van inbreuk op artikel IV.10, § 4, en wegens niet-naleving van de
beslissingen bedoeld in artikel IV.52, § 1, 8°. beslissingen bedoeld in artikel IV.52, § 1, 8°.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, kan de geldboete wegens § 2. In afwijking van paragraaf 1, kan de geldboete wegens
niet-naleving van een beslissing die betrekking heeft op misbruik van niet-naleving van een beslissing die betrekking heeft op misbruik van
economische afhankelijkheid in de zin van artikel IV.2/1, niet meer economische afhankelijkheid in de zin van artikel IV.2/1, niet meer
bedragen dan 2 % van de omzet van de betrokken onderneming of bedragen dan 2 % van de omzet van de betrokken onderneming of
ondernemingsvereniging en beloopt de dwangsom tot 2 % van de ondernemingsvereniging en beloopt de dwangsom tot 2 % van de
gemiddelde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen vanaf de dag gemiddelde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen vanaf de dag
bepaald door het Mededingingscollege.". bepaald door het Mededingingscollege.".

Art. 5.In artikel IV.84, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

Art. 5.In artikel IV.84, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

wet van 2 mei 2019, worden de woorden ", IV.80, § 2," ingevoegd tussen wet van 2 mei 2019, worden de woorden ", IV.80, § 2," ingevoegd tussen
de woorden "artikel IV.79" en de woorden "en IV.82". de woorden "artikel IV.79" en de woorden "en IV.82".

Art. 6.In artikel IV.90 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet

Art. 6.In artikel IV.90 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet

van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht : van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "artikel IV.26, § 2, 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "artikel IV.26, § 2,
13° " vervangen door de woorden "artikel IV.26, § 3, 13° "; 13° " vervangen door de woorden "artikel IV.26, § 3, 13° ";
2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "of door het 2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "of door het
Mededingingscollege opgelegde voorwaarden en verplichtingen inzake Mededingingscollege opgelegde voorwaarden en verplichtingen inzake
concentraties" ingevoegd tussen het woord "concentraties" en de concentraties" ingevoegd tussen het woord "concentraties" en de
woorden ", en in". woorden ", en in".

Art. 7.In artikel IV.92, § 3, 6°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd

Art. 7.In artikel IV.92, § 3, 6°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd

bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht
: :
1° in de Franse tekst, wordt het woord "plaignant" telkens vervangen 1° in de Franse tekst, wordt het woord "plaignant" telkens vervangen
door het woord "demandeur"; door het woord "demandeur";
2° het woord "zetel," wordt ingevoegd tussen het woord "geen" en het 2° het woord "zetel," wordt ingevoegd tussen het woord "geen" en het
woord "inrichting". woord "inrichting".

Art. 8.In artikel VII.3, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

Art. 8.In artikel VII.3, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2018 en wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2018 en
27 mei 2020, wordt de bepaling onder 6° bis vervangen als volgt : 27 mei 2020, wordt de bepaling onder 6° bis vervangen als volgt :
"6° bis. de tijdelijke contracten middels dewelke de kredietgevers "6° bis. de tijdelijke contracten middels dewelke de kredietgevers
inzake consumentenkrediet gemachtigd zijn, tijdens de periode van 1 inzake consumentenkrediet gemachtigd zijn, tijdens de periode van 1
februari en 31 maart 2021, tijdelijk uitstel van terugbetaling van een februari en 31 maart 2021, tijdelijk uitstel van terugbetaling van een
lening of verkoop op afbetaling, alsmede verlenging van de lening of verkoop op afbetaling, alsmede verlenging van de
nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen toe te staan voor nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen toe te staan voor
een maximale termijn van 3 maanden, met uitzondering van artikel een maximale termijn van 3 maanden, met uitzondering van artikel
VII.107, en de artikelen VII.148 tot VII.154, evenals hun VII.107, en de artikelen VII.148 tot VII.154, evenals hun
uitvoeringsbesluiten. uitvoeringsbesluiten.
De maximale duur van het betalingsuitstel mag echter niet meer De maximale duur van het betalingsuitstel mag echter niet meer
bedragen dan negen maanden in de periode tussen 1 mei 2020 en 30 juni bedragen dan negen maanden in de periode tussen 1 mei 2020 en 30 juni
2021. 2021.
Het tijdelijke uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op Het tijdelijke uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op
afbetaling, alsmede de verlenging van de nulstellingstermijn in geval afbetaling, alsmede de verlenging van de nulstellingstermijn in geval
van kredietopeningen zijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten van kredietopeningen zijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten
die werden afgesloten na 1 mei 2020. die werden afgesloten na 1 mei 2020.
De volgende nadere regels zijn van toepassing: De volgende nadere regels zijn van toepassing:
1° om te genieten van dit tijdelijk regime van schorsing van de 1° om te genieten van dit tijdelijk regime van schorsing van de
verplichtingen van terugbetaling of de verlenging van een verplichtingen van terugbetaling of de verlenging van een
nulstellingstermijn, dient te worden voldaan aan de volgende nulstellingstermijn, dient te worden voldaan aan de volgende
cumulatieve voorwaarden: cumulatieve voorwaarden:
- de kredietnemer vraagt zelf een uitstel van terugbetaling of de - de kredietnemer vraagt zelf een uitstel van terugbetaling of de
verlenging van de nulstellingstermijn van zijn krediet; verlenging van de nulstellingstermijn van zijn krediet;
- er is geen betalingsachterstand van het betrokken krediet van meer - er is geen betalingsachterstand van het betrokken krediet van meer
dan één maand op 1 januari 2021; dan één maand op 1 januari 2021;
- de kredietnemer lijdt een inkomensverlies ten gevolge de - de kredietnemer lijdt een inkomensverlies ten gevolge de
coronacrisis. Indien er meerdere personen officieel op hetzelfde adres coronacrisis. Indien er meerdere personen officieel op hetzelfde adres
wonen, is het voldoende dat één van deze personen een inkomensverlies wonen, is het voldoende dat één van deze personen een inkomensverlies
lijdt ten gevolge van de coronacrisis om aan deze voorwaarde te lijdt ten gevolge van de coronacrisis om aan deze voorwaarde te
voldoen, ook wanneer het krediet niet op zijn of haar naam, maar op de voldoen, ook wanneer het krediet niet op zijn of haar naam, maar op de
naam van één van de andere personen werd aangegaan. naam van één van de andere personen werd aangegaan.
- de maandelijkse terugbetaling van het kapitaal en interesten van het - de maandelijkse terugbetaling van het kapitaal en interesten van het
betrokken krediet bedraagt minstens 50 euro per maand. betrokken krediet bedraagt minstens 50 euro per maand.
2° wanneer de cumulatieve voorwaarden van het vierde lid, 1°, zijn 2° wanneer de cumulatieve voorwaarden van het vierde lid, 1°, zijn
vervuld, dient de betrokken kredietgever: vervuld, dient de betrokken kredietgever:
- overeenkomstig zijn keuze geheel of gedeeltelijk uitstel van - overeenkomstig zijn keuze geheel of gedeeltelijk uitstel van
terugbetaling van kapitaal en interesten toe te kennen voor een lening terugbetaling van kapitaal en interesten toe te kennen voor een lening
of verkoop op afbetaling van het betrokken krediet. of verkoop op afbetaling van het betrokken krediet.
De kredietlooptijd wordt verlengd ten belope van de periode van De kredietlooptijd wordt verlengd ten belope van de periode van
uitstel. uitstel.
De uitgestelde intresten worden gespreid over de nog resterende De uitgestelde intresten worden gespreid over de nog resterende
terugbetalingstermijnen. Bij toekenning van het uitstel zal een terugbetalingstermijnen. Bij toekenning van het uitstel zal een
aangepaste aflossingstabel worden opgemaakt voor de nog resterende aangepaste aflossingstabel worden opgemaakt voor de nog resterende
terugbetalingstermijnen van het krediet na het uitstel. terugbetalingstermijnen van het krediet na het uitstel.
- de nulstellingstermijn voor een kredietopening uit te stellen met - de nulstellingstermijn voor een kredietopening uit te stellen met
maximaal drie maanden indien de nulstellingstermijn van die maximaal drie maanden indien de nulstellingstermijn van die
kredietopening wordt bereikt in de periode tussen 1 februari en 31 kredietopening wordt bereikt in de periode tussen 1 februari en 31
maart 2021. Tijdens de periode van dit uitstel blijven de op de maart 2021. Tijdens de periode van dit uitstel blijven de op de
kredietopening contractueel van toepassing zijnde interesten kredietopening contractueel van toepassing zijnde interesten
verschuldigd. verschuldigd.
3° indien op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel het 3° indien op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel het
totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een
beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank cumulatief beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank cumulatief
groter is dan 25 000 euro, is de kredietgever niet meer verplicht om groter is dan 25 000 euro, is de kredietgever niet meer verplicht om
het uitstel toe te staan. Pensioensparen wordt hier niet in het uitstel toe te staan. Pensioensparen wordt hier niet in
meegerekend. Het bewijs hiervoor kan geleverd worden mits een meegerekend. Het bewijs hiervoor kan geleverd worden mits een
verklaring op eer door de kredietnemer. verklaring op eer door de kredietnemer.
4° de tijdelijke opschorting van de terugbetalingsverplichtingen of 4° de tijdelijke opschorting van de terugbetalingsverplichtingen of
verlenging van de nulstellingstermijn wordt niet beschouwd als een verlenging van de nulstellingstermijn wordt niet beschouwd als een
nieuwe kredietovereenkomst noch als een wanbetaling die overeenkomstig nieuwe kredietovereenkomst noch als een wanbetaling die overeenkomstig
het koninklijk besluit van 23 maart 2017 moet worden gemeld in het het koninklijk besluit van 23 maart 2017 moet worden gemeld in het
negatieve luik van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, maar negatieve luik van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, maar
als een toegelaten wijziging van de kredietovereenkomst en ze kan als een toegelaten wijziging van de kredietovereenkomst en ze kan
leiden tot een overschrijding van de bij koninklijk besluit van 14 leiden tot een overschrijding van de bij koninklijk besluit van 14
september 2016 bepaalde maximale terugbetalingstermijn en september 2016 bepaalde maximale terugbetalingstermijn en
nulstellingstermijn. nulstellingstermijn.
De wijzigingen van de kredietovereenkomst, met inbegrip van de nieuwe De wijzigingen van de kredietovereenkomst, met inbegrip van de nieuwe
einddatum van het krediet, dienen geregistreerd te worden in de einddatum van het krediet, dienen geregistreerd te worden in de
Centrale voor Kredieten aan Particulieren. Centrale voor Kredieten aan Particulieren.
5° de wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel 5° de wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel
van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn hoeft van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn hoeft
niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan
worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het
bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud. bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud.
6° er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch 6° er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch
enige andere kosten aangerekend voor het uitstel van betalingen in het enige andere kosten aangerekend voor het uitstel van betalingen in het
kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de
contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele kosten bij normale contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele kosten bij normale
uitvoering van het contract, berekend over de periode van het uitstel. uitvoering van het contract, berekend over de periode van het uitstel.
7° de kredietgever zal de mogelijkheid tot betalingsuitstel onder de 7° de kredietgever zal de mogelijkheid tot betalingsuitstel onder de
voornoemde voorwaarden kenbaar maken op zijn website. voornoemde voorwaarden kenbaar maken op zijn website.
8° de bepalingen van artikel VII.133 zijn niet overeenkomstig van 8° de bepalingen van artikel VII.133 zijn niet overeenkomstig van
toepassing." toepassing."
Afdeling 2. - Wijzigingen van boek VII van het Wetboek van economisch Afdeling 2. - Wijzigingen van boek VII van het Wetboek van economisch
recht recht

Art. 9.In boek VII, titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde

Art. 9.In boek VII, titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde

Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en vervangen bij de
wet van 19 juli 2018, wordt een artikel VII.11/1 ingevoegd luidende : wet van 19 juli 2018, wordt een artikel VII.11/1 ingevoegd luidende :
"Art. VII.11/1. Betalingsdienstaanbieders zorgen ervoor dat de "Art. VII.11/1. Betalingsdienstaanbieders zorgen ervoor dat de
elektronische brochure van de Europese Commissie "Uw rechten bij het elektronische brochure van de Europese Commissie "Uw rechten bij het
doen van betalingen in Europa" gemakkelijk en kosteloos geraadpleegd doen van betalingen in Europa" gemakkelijk en kosteloos geraadpleegd
kan worden : kan worden :
- op de websites van de betalingsdienstaanbieders, indien zij daarover - op de websites van de betalingsdienstaanbieders, indien zij daarover
beschikken, en beschikken, en
- op papier in de bijkantoren en bij de agenten van de - op papier in de bijkantoren en bij de agenten van de
betalingsdienstaanbieders en bij de entiteiten waaraan zij hun betalingsdienstaanbieders en bij de entiteiten waaraan zij hun
activiteiten uitbesteden. activiteiten uitbesteden.
Ten aanzien van personen met een beperking worden de bepalingen van Ten aanzien van personen met een beperking worden de bepalingen van
dit artikel aan de hand van gepaste alternatieve middelen toegepast, dit artikel aan de hand van gepaste alternatieve middelen toegepast,
zodat de informatie in een toegankelijk formaat beschikbaar kan worden zodat de informatie in een toegankelijk formaat beschikbaar kan worden
gesteld.". gesteld.".

Art. 10.In dezelfde titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, wordt een

Art. 10.In dezelfde titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, wordt een

artikel VII.11/2 ingevoegd luidende : artikel VII.11/2 ingevoegd luidende :
"Art. VII.11/2. Betalingsinstellingen zorgen ervoor dat agenten of "Art. VII.11/2. Betalingsinstellingen zorgen ervoor dat agenten of
bijkantoren die voor hun rekening handelen, de bijkantoren die voor hun rekening handelen, de
betalingsdienstgebruikers daarvan in kennis stellen.". betalingsdienstgebruikers daarvan in kennis stellen.".

Art. 11.Artikel VII.55/10, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

Art. 11.Artikel VII.55/10, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

wet van 19 juli 2018 wordt aangevuld met een lid, luidende : wet van 19 juli 2018 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Indien het incident, bedoeld in artikel 53, § 2, van de wet van 11 "Indien het incident, bedoeld in artikel 53, § 2, van de wet van 11
maart 2018, gevolgen heeft of kan hebben voor de financiële belangen maart 2018, gevolgen heeft of kan hebben voor de financiële belangen
van zijn betalingsdienstgebruikers, stelt de betalingsdienstaanbieder van zijn betalingsdienstgebruikers, stelt de betalingsdienstaanbieder
zijn betalingsdienstgebruikers onverwijld van het incident in kennis zijn betalingsdienstgebruikers onverwijld van het incident in kennis
en deelt hij hen mee welke maatregelen zij kunnen treffen om de en deelt hij hen mee welke maatregelen zij kunnen treffen om de
mogelijke schadelijke gevolgen van het incident te beperken.". mogelijke schadelijke gevolgen van het incident te beperken.".

Art. 12.Artikel VII.145/2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

Art. 12.Artikel VII.145/2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

wet van 27 mei 2020, wordt vervangen als volgt : wet van 27 mei 2020, wordt vervangen als volgt :
"VII.145/2. Voor de hypothecaire kredieten met roerende bestemming, "VII.145/2. Voor de hypothecaire kredieten met roerende bestemming,
zijn de kredietgevers gemachtigd om, tijdens de periode tussen 1 zijn de kredietgevers gemachtigd om, tijdens de periode tussen 1
februari en 31 maart 2021, tijdelijk uitstel te verlenen van februari en 31 maart 2021, tijdelijk uitstel te verlenen van
terugbetaling van een lening of verkoop op afbetaling, alsmede van de terugbetaling van een lening of verkoop op afbetaling, alsmede van de
verlenging van de nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen verlenging van de nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen
voor een maximale termijn van 3 maanden. voor een maximale termijn van 3 maanden.
De maximale duur van het betalingsuitstel mag echter niet meer De maximale duur van het betalingsuitstel mag echter niet meer
bedragen dan negen maanden in de periode tussen 1 mei 2020 en 30 juni bedragen dan negen maanden in de periode tussen 1 mei 2020 en 30 juni
2021. 2021.
Het tijdelijke uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op Het tijdelijke uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op
afbetaling, alsmede verlenging van de nulstellingstermijn in geval van afbetaling, alsmede verlenging van de nulstellingstermijn in geval van
kredietopeningen zijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten die kredietopeningen zijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten die
werden afgesloten na 1 mei 2020. werden afgesloten na 1 mei 2020.
De volgende nadere regels zijn van toepassing : De volgende nadere regels zijn van toepassing :
1° om te genieten van dit tijdelijk regime van schorsing van de 1° om te genieten van dit tijdelijk regime van schorsing van de
verplichtingen van terugbetaling of de verlenging van een verplichtingen van terugbetaling of de verlenging van een
nulstellingstermijn, dient te worden voldaan aan de volgende nulstellingstermijn, dient te worden voldaan aan de volgende
cumulatieve voorwaarden: cumulatieve voorwaarden:
- de kredietnemer vraagt zelf uitstel van terugbetaling of de - de kredietnemer vraagt zelf uitstel van terugbetaling of de
verlenging van de nulstellingstermijn van zijn krediet; verlenging van de nulstellingstermijn van zijn krediet;
- er is geen betalingsachterstand van het betrokken krediet van meer - er is geen betalingsachterstand van het betrokken krediet van meer
dan één maand op 1 januari 2021; dan één maand op 1 januari 2021;
- de kredietnemer lijdt een inkomensverlies ten gevolge de - de kredietnemer lijdt een inkomensverlies ten gevolge de
coronacrisis. Indien er meerdere personen officieel op hetzelfde adres coronacrisis. Indien er meerdere personen officieel op hetzelfde adres
wonen, is het voldoende dat één van deze personen een inkomensverlies wonen, is het voldoende dat één van deze personen een inkomensverlies
lijdt ten gevolge van de coronacrisis om aan deze voorwaarde te lijdt ten gevolge van de coronacrisis om aan deze voorwaarde te
voldoen, ook wanneer het krediet niet op zijn of haar naam, maar op de voldoen, ook wanneer het krediet niet op zijn of haar naam, maar op de
naam van één van de andere personen werd aangegaan. naam van één van de andere personen werd aangegaan.
- de maandelijkse terugbetaling van het kapitaal en interesten van de - de maandelijkse terugbetaling van het kapitaal en interesten van de
betrokken lening of verkoop op afbetaling bedraagt minstens 50 euro betrokken lening of verkoop op afbetaling bedraagt minstens 50 euro
per maand. per maand.
2° wanneer de cumulatieve voorwaarden van het vierde lid, 1°, zijn 2° wanneer de cumulatieve voorwaarden van het vierde lid, 1°, zijn
vervuld, dient de betrokken kredietgever: vervuld, dient de betrokken kredietgever:
- overeenkomstig zijn keuze geheel of gedeeltelijk uitstel van - overeenkomstig zijn keuze geheel of gedeeltelijk uitstel van
terugbetaling van kapitaal en interesten toe te kennen voor een lening terugbetaling van kapitaal en interesten toe te kennen voor een lening
of verkoop op afbetaling van het betrokken krediet. of verkoop op afbetaling van het betrokken krediet.
De kredietlooptijd wordt verlengd met de periode van uitstel. De kredietlooptijd wordt verlengd met de periode van uitstel.
De uitgestelde intresten worden gespreid over de nog resterende De uitgestelde intresten worden gespreid over de nog resterende
terugbetalingstermijnen. Bij toekenning van het uitstel zal een terugbetalingstermijnen. Bij toekenning van het uitstel zal een
aangepaste aflossingstabel worden opgemaakt voor de nog resterende aangepaste aflossingstabel worden opgemaakt voor de nog resterende
terugbetalingstermijnen van het krediet na het uitstel. terugbetalingstermijnen van het krediet na het uitstel.
- de nulstellingstermijn voor een kredietopening uit te stellen met - de nulstellingstermijn voor een kredietopening uit te stellen met
maximaal drie maanden indien de nulstellingstermijn van die maximaal drie maanden indien de nulstellingstermijn van die
kredietopening wordt bereikt in de periode tussen 1 februari en 31 kredietopening wordt bereikt in de periode tussen 1 februari en 31
maart 2021. Tijdens de periode van dit uitstel blijven de op de maart 2021. Tijdens de periode van dit uitstel blijven de op de
kredietopening contractueel van toepassing zijnde interesten kredietopening contractueel van toepassing zijnde interesten
verschuldigd. verschuldigd.
3° indien op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel het 3° indien op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel het
totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een
beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank cumulatief beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank cumulatief
groter is dan 25 000 euro, is de kredietgever niet meer verplicht om groter is dan 25 000 euro, is de kredietgever niet meer verplicht om
het uitstel toe te staan. Pensioensparen wordt hier niet in het uitstel toe te staan. Pensioensparen wordt hier niet in
meegerekend. Het bewijs hiervoor kan geleverd worden mits een meegerekend. Het bewijs hiervoor kan geleverd worden mits een
verklaring op eer door de kredietnemer. verklaring op eer door de kredietnemer.
4° de tijdelijke opschorting van de terugbetalingsverplichtingen of 4° de tijdelijke opschorting van de terugbetalingsverplichtingen of
verlenging van de nulstellingstermijn worden niet beschouwd als een verlenging van de nulstellingstermijn worden niet beschouwd als een
nieuwe kredietovereenkomst noch als een wanbetaling die overeenkomstig nieuwe kredietovereenkomst noch als een wanbetaling die overeenkomstig
het koninklijk besluit van 23 maart 2017 moet worden gemeld in het het koninklijk besluit van 23 maart 2017 moet worden gemeld in het
negatieve luik van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, maar negatieve luik van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, maar
als een toegelaten wijziging van de kredietovereenkomst en ze kan als een toegelaten wijziging van de kredietovereenkomst en ze kan
leiden tot een overschrijding van de bij koninklijk besluit van 14 leiden tot een overschrijding van de bij koninklijk besluit van 14
september 2016 bepaalde maximale terugbetalingstermijn en september 2016 bepaalde maximale terugbetalingstermijn en
nulstellingstermijn. nulstellingstermijn.
Deze tijdelijke opschorting en de wijzigingen van de Deze tijdelijke opschorting en de wijzigingen van de
kredietovereenkomst, met inbegrip van de nieuwe einddatum van het kredietovereenkomst, met inbegrip van de nieuwe einddatum van het
krediet, dienen te worden geregistreerd in de Centrale voor Kredieten krediet, dienen te worden geregistreerd in de Centrale voor Kredieten
aan Particulieren. aan Particulieren.
5° de wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel 5° de wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel
van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn hoeft van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn hoeft
niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan
worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het
bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud. bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud.
6° er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch 6° er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch
enige andere kosten aangerekend voor het uitstel van betalingen in het enige andere kosten aangerekend voor het uitstel van betalingen in het
kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de
contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele kosten bij normale contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele kosten bij normale
uitvoering van het contract, berekend over de periode van het uitstel. uitvoering van het contract, berekend over de periode van het uitstel.
7° de kredietgever zal de mogelijkheid tot betalingsuitstel onder de 7° de kredietgever zal de mogelijkheid tot betalingsuitstel onder de
voornoemde voorwaarden kenbaar maken via zijn website. voornoemde voorwaarden kenbaar maken via zijn website.
8° de bepalingen van artikel VII.133 zijn niet overeenkomstig van 8° de bepalingen van artikel VII.133 zijn niet overeenkomstig van
toepassing." toepassing."
Afdeling 3. - Wijzigingen van boek XV van het Wetboek van economisch Afdeling 3. - Wijzigingen van boek XV van het Wetboek van economisch
recht recht

Art. 13.In artikel XV.89, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,

Art. 13.In artikel XV.89, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,

ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, vervangen bij de wet van 19 ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, vervangen bij de wet van 19
juli 2018, en gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019 worden de volgende juli 2018, en gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019 worden de volgende
wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
a) een bepaling onder 4° /1 wordt ingevoegd, luidende : a) een bepaling onder 4° /1 wordt ingevoegd, luidende :
"4° /1 van artikel VII.11/1 betreffende de informatieverplichting van "4° /1 van artikel VII.11/1 betreffende de informatieverplichting van
de Europese documentatie;"; de Europese documentatie;";
b) een bepaling onder 4° /2 wordt ingevoegd, luidende : b) een bepaling onder 4° /2 wordt ingevoegd, luidende :
"4° /2 van artikel VII.11/2 betreffende de informatieverplichting van "4° /2 van artikel VII.11/2 betreffende de informatieverplichting van
de agenten of bijkantoren die handelen voor rekening van de de agenten of bijkantoren die handelen voor rekening van de
betalingsinstellingen;"; betalingsinstellingen;";
c) een bepaling onder 22° /1 wordt ingevoegd, luidende : c) een bepaling onder 22° /1 wordt ingevoegd, luidende :
"22° /1 van artikel 55/10, tweede lid, betreffende de "22° /1 van artikel 55/10, tweede lid, betreffende de
informatieverplichting van de betalingsdienstaanbieder aangaande de informatieverplichting van de betalingsdienstaanbieder aangaande de
gevolgen van de incidenten;". gevolgen van de incidenten;".
Afdeling 4. - Wijzigingen van boek XVII van het Wetboek van economisch Afdeling 4. - Wijzigingen van boek XVII van het Wetboek van economisch
recht recht

Art. 14.In artikel XVII.43, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij

Art. 14.In artikel XVII.43, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij

de wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt : de wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken "De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken
van de beroepstermijn, de ontvankelijkheidsbeslissing onder van de beroepstermijn, de ontvankelijkheidsbeslissing onder
elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en
Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en
die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de
referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van
de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt
weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit
bericht binnen de tien dagen.". bericht binnen de tien dagen.".

Art. 15.In artikel XVII.50 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

Art. 15.In artikel XVII.50 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt : wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken "De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken
van de beroepstermijn, de homologatiebeschikking van het akkoord tot van de beroepstermijn, de homologatiebeschikking van het akkoord tot
collectief herstel, samen met de tekst van dit akkoord, onder collectief herstel, samen met de tekst van dit akkoord, onder
elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en
Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en
die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de
referentie van die beschikking vermeldt en de link naar de pagina van referentie van die beschikking vermeldt en de link naar de pagina van
de website waar de integrale tekst van de beschikking en het akkoord de website waar de integrale tekst van de beschikking en het akkoord
wordt weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking wordt weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking
van dit bericht binnen de tien dagen.". van dit bericht binnen de tien dagen.".

Art. 16.In artikel XVII.55 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

Art. 16.In artikel XVII.55 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt : wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken "De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken
van de beroepstermijn, de beslissing van de rechter over de grond, van de beroepstermijn, de beslissing van de rechter over de grond,
onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en
Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en
die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de
referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van
de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt
weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit
bericht binnen de tien dagen.". bericht binnen de tien dagen.".

Art. 17.In artikel XVII.62 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

Art. 17.In artikel XVII.62 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de

wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt : wet van 28 maart 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
"De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken "De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken
van de beroepstermijn, de beslissing bedoeld in artikel XVII. 61, § 2, van de beroepstermijn, de beslissing bedoeld in artikel XVII. 61, § 2,
onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en onder elektronische vorm mee aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en
Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en Energie die ze onmiddellijk integraal bekendmaakt op zijn website en
die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de die een bericht laat bekendmaken in het Belgisch Staatsblad dat de
referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van referentie van die beslissing vermeldt en de link naar de pagina van
de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt de website waar de integrale tekst van de beslissing wordt
weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit weergegeven. Het Belgisch Staatsblad verzekert de bekendmaking van dit
bericht binnen de tien dagen.". bericht binnen de tien dagen.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 21 november 1989 betreffende HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 21 november 1989 betreffende
de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen

Art. 18.In artikel 2bis van de wet van 21 november 1989 betreffende

Art. 18.In artikel 2bis van de wet van 21 november 1989 betreffende

de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen,
ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, wordt het tweede lid vervangen ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, wordt het tweede lid vervangen
als volgt : als volgt :
"Blijven onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, § "Blijven onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, §
1, de motorrijtuigen die voor andere doeleinden bestemd zijn dan het 1, de motorrijtuigen die voor andere doeleinden bestemd zijn dan het
zich enkel verplaatsen evenals de bromfietsen van klasse A zoals zich enkel verplaatsen evenals de bromfietsen van klasse A zoals
gedefinieerd in artikel 2, 2.17, 1), van het koninklijk besluit van 1 gedefinieerd in artikel 2, 2.17, 1), van het koninklijk besluit van 1
december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het
wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.". wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.".

Art. 19.Artikel 7, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 8

Art. 19.Artikel 7, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 8

juni 2008, wordt aangevuld met een lid, luidende : juni 2008, wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden verzekeraars kunnen "De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden verzekeraars kunnen
worden vrijgesteld van de verplichting om het internationaal worden vrijgesteld van de verplichting om het internationaal
verzekeringsbewijs aan de verzekeringnemer af te geven.". verzekeringsbewijs aan de verzekeringnemer af te geven.".

Art. 20.In artikel 19bis-6, § 1, van dezelfde wet, wordt de bepaling

Art. 20.In artikel 19bis-6, § 1, van dezelfde wet, wordt de bepaling

onder 2° ) vervangen als volgt : onder 2° ) vervangen als volgt :
"2° ) de nummers van de verzekeringspolissen waardoor het gebruik van "2° ) de nummers van de verzekeringspolissen waardoor het gebruik van
de voertuigen bedoeld in 1° ) wordt gedekt voor de risico's vermeld in de voertuigen bedoeld in 1° ) wordt gedekt voor de risico's vermeld in
tak 10 van bijlage I van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 tak 10 van bijlage I van het koninklijk besluit van 22 februari 1991
houdende algemeen reglement betreffende de controle op de houdende algemeen reglement betreffende de controle op de
verzekeringsondernemingen, uitgezonderd de burgerrechtelijke verzekeringsondernemingen, uitgezonderd de burgerrechtelijke
aansprakelijkheid van de vervoerder, de datum waarop de dekking is aansprakelijkheid van de vervoerder, de datum waarop de dekking is
geëindigd en de datum waarop de waarborg is geschorst;". geëindigd en de datum waarop de waarborg is geschorst;".

Art. 21.In artikel 19bis-8 van dezelfde wet, worden de volgende

Art. 21.In artikel 19bis-8 van dezelfde wet, worden de volgende

wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "kan bij het Fonds de 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "kan bij het Fonds de
hierna volgende inlichtingen betreffende de bij het ongeval betrokken hierna volgende inlichtingen betreffende de bij het ongeval betrokken
motorrijtuigen bekomen" vervangen door de woorden "kan een toegang motorrijtuigen bekomen" vervangen door de woorden "kan een toegang
hebben tot het register, bedoeld in artikel 16bis-6 om de hierna hebben tot het register, bedoeld in artikel 16bis-6 om de hierna
volgende inlichtingen betreffende ieder bij het ongeval betrokken volgende inlichtingen betreffende ieder bij het ongeval betrokken
motorrijtuig te verkrijgen"; motorrijtuig te verkrijgen";
2° de huidige tekst van paragraaf 2 vormt de paragraaf 1, tweede lid; 2° de huidige tekst van paragraaf 2 vormt de paragraaf 1, tweede lid;
3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 1° ) vervangen 3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 1° ) vervangen
als volgt: als volgt:
"1° ) het verzoek betrekking heeft op een motorrijtuig dat gewoonlijk "1° ) het verzoek betrekking heeft op een motorrijtuig dat gewoonlijk
gestald is op het grondgebied van een Staat van de Europese gestald is op het grondgebied van een Staat van de Europese
Economische Ruimte." Economische Ruimte."
4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 2° ) vervangen 4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de bepaling onder 2° ) vervangen
als volgt : als volgt :
"2° ) het ongeval zich heeft voorgedaan op het grondgebied van een "2° ) het ongeval zich heeft voorgedaan op het grondgebied van een
Staat van de Europese Economische Ruimte of van een derde Staat Staat van de Europese Economische Ruimte of van een derde Staat
waarvan het nationaal bureau van verzekeraars bij het internationaal waarvan het nationaal bureau van verzekeraars bij het internationaal
systeem aangesloten is waarvan het Bureau bedoeld in artikel 19bis-1 systeem aangesloten is waarvan het Bureau bedoeld in artikel 19bis-1
lid is."; lid is.";
5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : 5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
" § 2. Met het oog op de strijd tegen niet-verzekering, beschikken de " § 2. Met het oog op de strijd tegen niet-verzekering, beschikken de
bevoegde leden van de politiediensten, bedoeld in artikel 2, 2°, van bevoegde leden van de politiediensten, bedoeld in artikel 2, 2°, van
de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde
politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, over elektronische politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, over elektronische
toegang tot het register bedoeld in artikel 19bis-6. De raadpleging is toegang tot het register bedoeld in artikel 19bis-6. De raadpleging is
beperkt tot de controle van de verzekeringssituatie van een bepaald beperkt tot de controle van de verzekeringssituatie van een bepaald
voertuig. voertuig.
Voor het uitvoeren van preventie-, controle- en onderzoeksmissies, Voor het uitvoeren van preventie-, controle- en onderzoeksmissies,
hebben toegang tot het register bedoeld in artikel 19bis-6 in het hebben toegang tot het register bedoeld in artikel 19bis-6 in het
kader van de uitoefening van hun wettelijke opdrachten : kader van de uitoefening van hun wettelijke opdrachten :
1° de leden van de politiediensten bedoeld in artikel 593 van het 1° de leden van de politiediensten bedoeld in artikel 593 van het
Wetboek van strafvordering belast met de uitvoering van opdrachten van Wetboek van strafvordering belast met de uitvoering van opdrachten van
bestuurlijke en gerechtelijke politie overeenkomstig de artikelen 14 bestuurlijke en gerechtelijke politie overeenkomstig de artikelen 14
en 15 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt; en 15 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt;
2° de personeelsleden van het Vast Comité van Toezicht op de 2° de personeelsleden van het Vast Comité van Toezicht op de
politiediensten en van zijn Dienst Enquêtes, bedoeld in artikel 593 politiediensten en van zijn Dienst Enquêtes, bedoeld in artikel 593
van het wetboek van strafvordering; van het wetboek van strafvordering;
3° de personeelsleden van het Vast Comité van toezicht op de 3° de personeelsleden van het Vast Comité van toezicht op de
inlichtingen- en veiligheidsdiensten en van zijn Dienst Enquêtes, inlichtingen- en veiligheidsdiensten en van zijn Dienst Enquêtes,
bedoeld in artikel 593 van het wetboek van strafvordering; bedoeld in artikel 593 van het wetboek van strafvordering;
4° de leden en personeelsleden van het Controleorgaan op de 4° de leden en personeelsleden van het Controleorgaan op de
politionele informatie en van zijn Dienst Onderzoeken, bedoeld in politionele informatie en van zijn Dienst Onderzoeken, bedoeld in
artikel 593 van het wetboek van strafvordering; artikel 593 van het wetboek van strafvordering;
5° de personeelsleden van de algemene inspectie van de federale 5° de personeelsleden van de algemene inspectie van de federale
politie en van de lokale politie, bedoeld in artikel 593 van het politie en van de lokale politie, bedoeld in artikel 593 van het
wetboek van strafvordering; wetboek van strafvordering;
6° de magistraten van de zetel van alle strafgerechten en de 6° de magistraten van de zetel van alle strafgerechten en de
magistraten van de politierechtbanken, de assessoren bij de magistraten van de politierechtbanken, de assessoren bij de
strafuitvoeringsrechtbank en de griffies, het openbaar ministerie en strafuitvoeringsrechtbank en de griffies, het openbaar ministerie en
de parketsecretariaten, de probatiecommissie en haar secretariaat, die de parketsecretariaten, de probatiecommissie en haar secretariaat, die
een kennisbehoefte hebben en die nominatief en voorafgaandelijk door een kennisbehoefte hebben en die nominatief en voorafgaandelijk door
de hiërarchisch bevoegde autoriteit worden aangewezen; de hiërarchisch bevoegde autoriteit worden aangewezen;
7° de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bedoeld in artikel 593 van 7° de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bedoeld in artikel 593 van
het Wetboek van strafvordering. het Wetboek van strafvordering.
Voor de behoeften in verband met de wettelijke opdrachten van de Voor de behoeften in verband met de wettelijke opdrachten van de
personen bedoeld in het tweede lid, bepaalt de Koning bij een besluit personen bedoeld in het tweede lid, bepaalt de Koning bij een besluit
vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de relevante gegevens vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de relevante gegevens
waartoe toegang wordt verleend.". waartoe toegang wordt verleend.".

Art. 22.Artikel 23 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid,

Art. 22.Artikel 23 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid,

luidende: luidende:
"Het eerste lid is niet van toepassing indien de voorwaarden die de "Het eerste lid is niet van toepassing indien de voorwaarden die de
Koning bepaalt, ter uitvoering van artikel 7, § 1, tweede lid, zijn Koning bepaalt, ter uitvoering van artikel 7, § 1, tweede lid, zijn
vervuld.". vervuld.".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 8 juli 2018 houdende HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 8 juli 2018 houdende
bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens bepalingen inzake de proefbank voor vuurwapens

Art. 23.In artikel 19 van de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen

Art. 23.In artikel 19 van de wet van 8 juli 2018 houdende bepalingen

inzake de proefbank voor vuurwapens, wordt paragraaf 2, vernietigd bij inzake de proefbank voor vuurwapens, wordt paragraaf 2, vernietigd bij
arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 47/2019 van 19 maart 2019, arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 47/2019 van 19 maart 2019,
vervangen als volgt : vervangen als volgt :
" § 2. Aan de mandaten van de bestuurder van de proefbank, de " § 2. Aan de mandaten van de bestuurder van de proefbank, de
voorzitter, de ondervoorzitter en de wapenmeesters van de voorzitter, de ondervoorzitter en de wapenmeesters van de
bestuurscommissie die bij de inwerkingtreding van deze wet in functie bestuurscommissie die bij de inwerkingtreding van deze wet in functie
zijn, wordt van rechtswege een einde gesteld. zijn, wordt van rechtswege een einde gesteld.
Zij oefenen hun mandaat verder uit tot er is voorzien in hun Zij oefenen hun mandaat verder uit tot er is voorzien in hun
vervanging. vervanging.
De Koning stelt de in functie zijnde directeur van de proefbank weder De Koning stelt de in functie zijnde directeur van de proefbank weder
tewerk uiterlijk op het moment van de benoeming van zijn vervanger, tewerk uiterlijk op het moment van de benoeming van zijn vervanger,
met behoud van de weddeschaal die op hem van toepassing is op de datum met behoud van de weddeschaal die op hem van toepassing is op de datum
van inwerkingtreding van deze wet.". van inwerkingtreding van deze wet.".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 6 december 2018 tot HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 6 december 2018 tot
omzetting van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de omzetting van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de
Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie

Art. 24.In artikel 57, tweede lid, van de wet van 6 december 2018 tot

Art. 24.In artikel 57, tweede lid, van de wet van 6 december 2018 tot

omzetting van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de omzetting van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de
Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie, worden Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie, worden
de woorden "twee jaar" vervangen door de woorden "drie jaar". de woorden "twee jaar" vervangen door de woorden "drie jaar".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 17 maart 2019 betreffende de HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 17 maart 2019 betreffende de
beroepen van accountant en belastingadviseur beroepen van accountant en belastingadviseur

Art. 25.In artikel 11, § 2, eerste lid, van de wet van 17 maart 2019

Art. 25.In artikel 11, § 2, eerste lid, van de wet van 17 maart 2019

betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur, worden de betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur, worden de
woorden "van het toelatingsexamen en" ingevoegd tussen de woorden woorden "van het toelatingsexamen en" ingevoegd tussen de woorden
"zijn vrijgesteld" en de woorden "van de stage.". "zijn vrijgesteld" en de woorden "van de stage.".

Art. 26.Artikel 14, enig lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met

Art. 26.Artikel 14, enig lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met

de volgende zin : de volgende zin :
"De persoon die vrijgesteld is van de stage legt een "De persoon die vrijgesteld is van de stage legt een
bekwaamheidsexamen af volgens de nadere regels bepaald door de bekwaamheidsexamen af volgens de nadere regels bepaald door de
Koning.". Koning.".

Art. 27.Artikelen 21 en 22 van dezelfde wet worden telkens aangevuld

Art. 27.Artikelen 21 en 22 van dezelfde wet worden telkens aangevuld

met een lid, luidende : met een lid, luidende :
"De Koning bepaalt de nadere regels van het bekwaamheidsexamen bedoeld "De Koning bepaalt de nadere regels van het bekwaamheidsexamen bedoeld
in het tweede en derde lid.". in het tweede en derde lid.".

Art. 28.In artikel 54, § 1, tweede lid, laatste zin, van dezelfde

Art. 28.In artikel 54, § 1, tweede lid, laatste zin, van dezelfde

wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de woorden "en die wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de woorden "en die
niet ingeschreven zijn in het openbaar register met de hoedanigheid niet ingeschreven zijn in het openbaar register met de hoedanigheid
van (intern) gecertificeerd accountant of van (intern) gecertificeerd van (intern) gecertificeerd accountant of van (intern) gecertificeerd
belastingadviseur" ingevoegd tussen de woorden "en Fiscalisten" en de belastingadviseur" ingevoegd tussen de woorden "en Fiscalisten" en de
woorden "mag het bedrag". woorden "mag het bedrag".

Art. 29.In artikel 80 van dezelfde wet, worden de volgende

Art. 29.In artikel 80 van dezelfde wet, worden de volgende

wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid, worden de woorden "mogen enkel" vervangen door 1° in het tweede lid, worden de woorden "mogen enkel" vervangen door
de woorden "kunnen niet"; de woorden "kunnen niet";
2° in het derde lid, worden de woorden "uit te brengen" vervangen door 2° in het derde lid, worden de woorden "uit te brengen" vervangen door
de woorden "uitgebracht te hebben". de woorden "uitgebracht te hebben".

Art. 30.In artikel 122 van dezelfde wet worden de volgende

Art. 30.In artikel 122 van dezelfde wet worden de volgende

wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° de paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidende : 1° de paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidende :
"Het mandaat van de leden van de tuchtorganen en van de rechtskundig "Het mandaat van de leden van de tuchtorganen en van de rechtskundig
assessor bij het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en assessor bij het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en
Fiscalisten wordt verlengd tot de datum waarop de dossiers die Fiscalisten wordt verlengd tot de datum waarop de dossiers die
hangende zijn bij die organen afgehandeld zijn. De dossiers in hangende zijn bij die organen afgehandeld zijn. De dossiers in
onderzoek die niet aanhangig zijn gemaakt bij een tuchtorgaan, worden onderzoek die niet aanhangig zijn gemaakt bij een tuchtorgaan, worden
overgemaakt aan de rechtskundig assessor bedoeld in artikel 90."; overgemaakt aan de rechtskundig assessor bedoeld in artikel 90.";
2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende : 2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende :
" § 2. De op de datum van inwerkingtreding van deze wet bij het " § 2. De op de datum van inwerkingtreding van deze wet bij het
Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten hangende Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten hangende
dossiers met betrekking tot het toezicht als bedoeld in de artikelen dossiers met betrekking tot het toezicht als bedoeld in de artikelen
28, §§ 1 en 2, en artikel 29, § 2, van de wet van 22 april 1999 worden 28, §§ 1 en 2, en artikel 29, § 2, van de wet van 22 april 1999 worden
overgemaakt aan en behandeld door het Instituut opgericht bij deze wet overgemaakt aan en behandeld door het Instituut opgericht bij deze wet
volgens de procedures en de nadere regels bepaald in deze wet en haar volgens de procedures en de nadere regels bepaald in deze wet en haar
uitvoeringsbesluiten. uitvoeringsbesluiten.
De kwaliteitstoetsing en de opvolging ervan verricht onder het De kwaliteitstoetsing en de opvolging ervan verricht onder het
toezicht van het Instituut van de Accountants en de toezicht van het Instituut van de Accountants en de
Belastingconsulenten en zijn organen als bedoeld in artikel 28, § 3, Belastingconsulenten en zijn organen als bedoeld in artikel 28, § 3,
van de wet van 22 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten, worden na van de wet van 22 april 1999 en haar uitvoeringsbesluiten, worden na
de datum van inwerkingtreding van deze wet voortgezet onder het de datum van inwerkingtreding van deze wet voortgezet onder het
toezicht van het Instituut opgericht bij deze wet en zijn organen. toezicht van het Instituut opgericht bij deze wet en zijn organen.
§ 3. De dossiers met betrekking tot het toezicht als bedoeld in § 3. De dossiers met betrekking tot het toezicht als bedoeld in
artikel 44, eerste lid, van de wet van 22 april 1999 die het artikel 44, eerste lid, van de wet van 22 april 1999 die het
Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten nog niet heeft Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten nog niet heeft
afgesloten op de datum van inwerkingtreding van deze wet, worden afgesloten op de datum van inwerkingtreding van deze wet, worden
overgemaakt aan en behandeld door het Instituut opgericht bij deze wet overgemaakt aan en behandeld door het Instituut opgericht bij deze wet
volgens de procedures en de nadere regels bepaald in deze wet en haar volgens de procedures en de nadere regels bepaald in deze wet en haar
uitvoeringsbesluiten. uitvoeringsbesluiten.
De toezichtdossiers bij het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders De toezichtdossiers bij het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders
en Fiscalisten op de naleving van de bepalingen van boek II van de wet en Fiscalisten op de naleving van de bepalingen van boek II van de wet
van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de
financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van
contanten, van de besluiten en reglementen genomen tot uitvoering contanten, van de besluiten en reglementen genomen tot uitvoering
ervan, van de uitvoeringsmaatregelen van richtlijn 2015/849, van de ervan, van de uitvoeringsmaatregelen van richtlijn 2015/849, van de
Europese verordening betreffende geldovermakingen zoals bepaald in Europese verordening betreffende geldovermakingen zoals bepaald in
artikel 4, 5°, van de wet van 18 september 2017 en de artikel 4, 5°, van de wet van 18 september 2017 en de
waakzaamheidsplichten voorzien door de bindende bepalingen betreffende waakzaamheidsplichten voorzien door de bindende bepalingen betreffende
financiële embargo's worden na de datum van inwerkingtreding van deze financiële embargo's worden na de datum van inwerkingtreding van deze
wet voortgezet onder het toezicht van het Instituut opgericht bij deze wet voortgezet onder het toezicht van het Instituut opgericht bij deze
wet, en zijn organen. De Raad van dit Instituut kan administratieve wet, en zijn organen. De Raad van dit Instituut kan administratieve
sancties uitspreken als bedoeld in artikel 116 van deze wet.". sancties uitspreken als bedoeld in artikel 116 van deze wet.".

Art. 31.In artikel 124 van dezelfde wet worden de volgende

Art. 31.In artikel 124 van dezelfde wet worden de volgende

wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met twee leden, luidende : 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met twee leden, luidende :
"De stagiair accountant of de stagiair belastingconsulent die op de "De stagiair accountant of de stagiair belastingconsulent die op de
datum van inwerkingtreding van deze wet, stage loopt onder het datum van inwerkingtreding van deze wet, stage loopt onder het
toezicht van het Instituut van de Accountants en de toezicht van het Instituut van de Accountants en de
Belastingconsulenten, als voorzien in titel III, hoofdstuk 2, van de Belastingconsulenten, als voorzien in titel III, hoofdstuk 2, van de
wet van 22 april 1999, zet met behoud van al zijn behaalde resultaten wet van 22 april 1999, zet met behoud van al zijn behaalde resultaten
en vrijstellingen, de stage voort onder het toezicht van het en vrijstellingen, de stage voort onder het toezicht van het
Instituut, opgericht bij deze wet, volgens de procedures en de nadere Instituut, opgericht bij deze wet, volgens de procedures en de nadere
regels bepaald in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. De lopende regels bepaald in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. De lopende
stageovereenkomsten goedgekeurd met toepassing van het artikel 25, 3°, stageovereenkomsten goedgekeurd met toepassing van het artikel 25, 3°,
van de wet van 22 april 1999 blijven na de inwerkingtreding van deze van de wet van 22 april 1999 blijven na de inwerkingtreding van deze
wet geldig. wet geldig.
Met betrekking tot het toelatingsexamen voor de stage van Met betrekking tot het toelatingsexamen voor de stage van
gecertificeerd accountant of van gecertificeerd belastingadviseur als gecertificeerd accountant of van gecertificeerd belastingadviseur als
bedoeld in artikel 10, § 1, 6°, van deze wet, behouden de personen die bedoeld in artikel 10, § 1, 6°, van deze wet, behouden de personen die
vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet het toelatingsexamen vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet het toelatingsexamen
als bedoeld in artikel 19, § 1, 4°, van de wet van 22 april 1999 als bedoeld in artikel 19, § 1, 4°, van de wet van 22 april 1999
hebben afgelegd of bepaalde onderdelen van dat toelatingsexamen, de hebben afgelegd of bepaalde onderdelen van dat toelatingsexamen, de
behaalde resultaten en vrijstellingen van dat toelatingsexamen of de behaalde resultaten en vrijstellingen van dat toelatingsexamen of de
desbetreffende opleidingsonderdelen ervan."; desbetreffende opleidingsonderdelen ervan.";
2° in paragraaf 2 wordt de eerste zin aangevuld met de woorden ", 2° in paragraaf 2 wordt de eerste zin aangevuld met de woorden ",
onder voorbehoud van de regels bepaald in paragrafen 3 tot 5"; onder voorbehoud van de regels bepaald in paragrafen 3 tot 5";
3° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 3 tot 5, luidende : 3° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 3 tot 5, luidende :
" § 3. De Stagecommissie, opgericht bij artikel 17 van het koninklijk " § 3. De Stagecommissie, opgericht bij artikel 17 van het koninklijk
besluit van 27 september 2015 betreffende het programma, de besluit van 27 september 2015 betreffende het programma, de
voorwaarden en de examenjury voor het praktisch bekwaamheidsexamen van voorwaarden en de examenjury voor het praktisch bekwaamheidsexamen van
de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten, zet de de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten, zet de
opdrachten met betrekking tot de stage van de boekhouders en van opdrachten met betrekking tot de stage van de boekhouders en van
boekhouders-fiscalisten voort, die haar bij of krachtens de wet van 22 boekhouders-fiscalisten voort, die haar bij of krachtens de wet van 22
april 1999 werden toevertrouwd. Het mandaat van haar leden wordt april 1999 werden toevertrouwd. Het mandaat van haar leden wordt
verlengd tot de datum waarop de stage van alle personen bedoeld in verlengd tot de datum waarop de stage van alle personen bedoeld in
paragraaf 2 beëindigd is. paragraaf 2 beëindigd is.
§ 4. De uitvoerende kamers en kamers van beroep, bedoeld in artikel § 4. De uitvoerende kamers en kamers van beroep, bedoeld in artikel
45/1, § 2, van de wet van 22 april 1999, zetten de taken met 45/1, § 2, van de wet van 22 april 1999, zetten de taken met
betrekking tot de stage van de boekhouders en van de betrekking tot de stage van de boekhouders en van de
boekhouders-fiscalisten voort die hen zijn toevertrouwd door het boekhouders-fiscalisten voort die hen zijn toevertrouwd door het
koninklijk besluit van 27 september 2015 betreffende het programma, de koninklijk besluit van 27 september 2015 betreffende het programma, de
voorwaarden en de examenjury voor het praktisch bekwaamheidsexamen van voorwaarden en de examenjury voor het praktisch bekwaamheidsexamen van
de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten, en door het de erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten, en door het
stagereglement van 10 april 2015 van het Beroepsinstituut van erkende stagereglement van 10 april 2015 van het Beroepsinstituut van erkende
boekhouders en fiscalisten. Het mandaat van de leden van die organen boekhouders en fiscalisten. Het mandaat van de leden van die organen
en van de rechtskundig assessor wordt verlengd tot de datum waarop de en van de rechtskundig assessor wordt verlengd tot de datum waarop de
stage van alle personen bedoeld in artikel 124, § 2, beëindigd is. stage van alle personen bedoeld in artikel 124, § 2, beëindigd is.
Wanneer echter een stagiair-boekhouder of een stagiair Wanneer echter een stagiair-boekhouder of een stagiair
boekhouder-fiscalist naar tucht wordt verwezen, is artikel 122 van boekhouder-fiscalist naar tucht wordt verwezen, is artikel 122 van
toepassing toepassing
§ 5. De Raad, die de in artikel 72 bedoelde bevoegdheden uitoefent, § 5. De Raad, die de in artikel 72 bedoelde bevoegdheden uitoefent,
neemt alle taken over met betrekking tot de stage van de boekhouders neemt alle taken over met betrekking tot de stage van de boekhouders
en van de boekhouders-fiscalisten die tot de bevoegdheid behoorden van en van de boekhouders-fiscalisten die tot de bevoegdheid behoorden van
de Nationale Raad van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en de Nationale Raad van het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en
Fiscalisten.". Fiscalisten.".
HOOFDSTUK 7. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 31 juli HOOFDSTUK 7. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 31 juli
2020 tot wijziging van de boeken I en IV van het Wetboek van 2020 tot wijziging van de boeken I en IV van het Wetboek van
economisch recht met betrekking tot misbruiken van economische economisch recht met betrekking tot misbruiken van economische
afhankelijkheid afhankelijkheid

Art. 32.Het koninklijk besluit van 31 juli 2020 tot wijziging van de

Art. 32.Het koninklijk besluit van 31 juli 2020 tot wijziging van de

boeken I en IV van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot boeken I en IV van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot
misbruiken van economische afhankelijkheid wordt bekrachtigd met misbruiken van economische afhankelijkheid wordt bekrachtigd met
ingang van de datum van inwerkingtreding ervan. ingang van de datum van inwerkingtreding ervan.
HOOFDSTUK 8. - Overgangsbepaling HOOFDSTUK 8. - Overgangsbepaling

Art. 33.Artikel IV.90, § 2, derde lid, van het Wetboek van economisch

Art. 33.Artikel IV.90, § 2, derde lid, van het Wetboek van economisch

recht, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, en zoals het gold op 12 recht, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, en zoals het gold op 12
mei 2019, blijft van toepassing op de opheffings- of mei 2019, blijft van toepassing op de opheffings- of
wijzigingsverzoeken van voorwaarden en verplichtingen verbonden aan wijzigingsverzoeken van voorwaarden en verplichtingen verbonden aan
concentraties die werden ingediend vóór de inwerkingtreding van deze concentraties die werden ingediend vóór de inwerkingtreding van deze
wet. wet.
HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding

Art. 34.De artikelen 8 en 12 hebben uitwerking met ingang van 1

Art. 34.De artikelen 8 en 12 hebben uitwerking met ingang van 1

februari 2021 en treden buiten werking op 30 juni 2021. februari 2021 en treden buiten werking op 30 juni 2021.

Art. 35.Artikel 24 heeft uitwerking met ingang van 27 december 2020.

Art. 35.Artikel 24 heeft uitwerking met ingang van 27 december 2020.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 2 februari 2021. Gegeven te Brussel, 2 februari 2021.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Economie, De Minister van Economie,
P.-Y. DERMAGNE P.-Y. DERMAGNE
De Minister van Justitie en Noorzee, De Minister van Justitie en Noorzee,
V. VAN QUICKENBORNE V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Middenstand en K.M.O.'s, De Minister van Middenstand en K.M.O.'s,
D. CLARINVAL D. CLARINVAL
De Staatssecretaris voor Consumentenbescherming, De Staatssecretaris voor Consumentenbescherming,
E. DE BLEEKER E. DE BLEEKER
Met 's Lands zegel gezegeld : Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
V. VAN QUICKENBORNE V. VAN QUICKENBORNE
_______ _______
Nota Nota
(1) Kamer van volksvertegenwoordigers : (1) Kamer van volksvertegenwoordigers :
(www.dekamer.be) (www.dekamer.be)
Stukken : 55-1515 (2019/2020) Stukken : 55-1515 (2019/2020)
Integraal Verslag : 28 januari 2021. Integraal Verslag : 28 januari 2021.
^