← Terug naar "Wet houdende instemming met het Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking, gedaan te 's-Gravenhage op 20 februari 2014 (2) "
Wet houdende instemming met het Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking, gedaan te 's-Gravenhage op 20 februari 2014 (2) | Wet houdende instemming met het Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking, gedaan te 's-Gravenhage op 20 februari 2014 (2) |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN | FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN |
ONTWIKKELINGSSAMENWERKING | ONTWIKKELINGSSAMENWERKING |
1 DECEMBER 2016. - Wet houdende instemming met het Benelux-Verdrag | 1 DECEMBER 2016. - Wet houdende instemming met het Benelux-Verdrag |
inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking, gedaan | inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking, gedaan |
te 's-Gravenhage op 20 februari 2014 (1)(2) | te 's-Gravenhage op 20 februari 2014 (1)(2) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij | De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij |
bekrachtigen hetgeen volgt : | bekrachtigen hetgeen volgt : |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
74 van de Grondwet. | 74 van de Grondwet. |
Art. 2.Het Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en |
Art. 2.Het Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en |
interterritoriale samenwerking, gedaan te 's-Gravenhage op 20 februari | interterritoriale samenwerking, gedaan te 's-Gravenhage op 20 februari |
2014, zal volkomen gevolg hebben. | 2014, zal volkomen gevolg hebben. |
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden |
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. | bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. |
Gegeven te Brussel, 1 december 2016. | Gegeven te Brussel, 1 december 2016. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Buitenlandse Zaken, | De Minister van Buitenlandse Zaken, |
D. REYNDERS | D. REYNDERS |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
K. GEENS | K. GEENS |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be): | (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be): |
Stukken: 54-1918. | Stukken: 54-1918. |
Integraal verslag: Nihil. | Integraal verslag: Nihil. |
(2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/Vlaams Gewest van | (2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/Vlaams Gewest van |
26/06/2015 (Belgisch Staatsblad van 16/07/2015 ), Decreet van de | 26/06/2015 (Belgisch Staatsblad van 16/07/2015 ), Decreet van de |
Franse Gemeenschap van 26/01/2017 (Belgische Staatsblad van | Franse Gemeenschap van 26/01/2017 (Belgische Staatsblad van |
09/02/2017), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 19/09/2016 | 09/02/2017), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 19/09/2016 |
(Belgisch Staatsblad van 14/10/2016), Decreet van het Waalse Gewest | (Belgisch Staatsblad van 14/10/2016), Decreet van het Waalse Gewest |
van 16/02/2017 (Belgisch Staatsblad van 23/03/2017), Ordonnantie van | van 16/02/2017 (Belgisch Staatsblad van 23/03/2017), Ordonnantie van |
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 08/12/2016 (Belgisch Staatsblad | het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 08/12/2016 (Belgisch Staatsblad |
van 28/12/2016), Ordonnantie van de Gemeenschappelijke | van 28/12/2016), Ordonnantie van de Gemeenschappelijke |
Gemeenschapscommissie van 08/12/2016 (Belgisch Staatsblad van | Gemeenschapscommissie van 08/12/2016 (Belgisch Staatsblad van |
28/12/2016). | 28/12/2016). |
Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale | Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale |
samenwerking | samenwerking |
Het Koninkrijk België, vertegenwoordigd door: | Het Koninkrijk België, vertegenwoordigd door: |
de Federale Regering, | de Federale Regering, |
de Vlaamse Regering, | de Vlaamse Regering, |
de Franse Gemeenschapsregering, | de Franse Gemeenschapsregering, |
de Duitstalige Gemeenschapsregering, | de Duitstalige Gemeenschapsregering, |
de Waalse Regering, | de Waalse Regering, |
de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. | de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. |
Het Groothertogdom Luxemburg, | Het Groothertogdom Luxemburg, |
Het Koninkrijk der Nederlanden, | Het Koninkrijk der Nederlanden, |
hierna genoemd "de Partijen", | hierna genoemd "de Partijen", |
Gelet op het Verdrag tot instelling van de Benelux Unie, en in het | Gelet op het Verdrag tot instelling van de Benelux Unie, en in het |
bijzonder artikel 6, tweede lid, onder f), | bijzonder artikel 6, tweede lid, onder f), |
Gelet op de Europese Kaderovereenkomst inzake grensoverschrijdende | Gelet op de Europese Kaderovereenkomst inzake grensoverschrijdende |
samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten, | samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten, |
ondertekend te Madrid op 21 mei 1980 alsmede het Aanvullend Protocol | ondertekend te Madrid op 21 mei 1980 alsmede het Aanvullend Protocol |
nr. 1 van 9 november 1995, Protocol nr. 2 van 5 mei 1998 en Protocol | nr. 1 van 9 november 1995, Protocol nr. 2 van 5 mei 1998 en Protocol |
nr. 3 van 16 november 2009 bij deze kaderovereenkomst; | nr. 3 van 16 november 2009 bij deze kaderovereenkomst; |
Gelet op de Benelux-Overeenkomst inzake grensoverschrijdende | Gelet op de Benelux-Overeenkomst inzake grensoverschrijdende |
samenwerking tussen territoriale samenwerkingsverbanden of | samenwerking tussen territoriale samenwerkingsverbanden of |
autoriteiten, ondertekend te Brussel op 12 september 1986, en het | autoriteiten, ondertekend te Brussel op 12 september 1986, en het |
Protocol, gedaan te Brussel op 22 september 1998, tot aanvulling van | Protocol, gedaan te Brussel op 22 september 1998, tot aanvulling van |
deze Benelux-Overeenkomst; | deze Benelux-Overeenkomst; |
Met voldoening vaststellende dat territoriale samenwerkingsverbanden | Met voldoening vaststellende dat territoriale samenwerkingsverbanden |
of autoriteiten op het grondgebied van de Lidstaten van de Benelux | of autoriteiten op het grondgebied van de Lidstaten van de Benelux |
Unie, de hiervoor vermelde Benelux-Overeenkomst veelvuldig voor hun | Unie, de hiervoor vermelde Benelux-Overeenkomst veelvuldig voor hun |
onderlinge grensoverschrijdende samenwerking gebruiken; | onderlinge grensoverschrijdende samenwerking gebruiken; |
Vaststellende dat de samenwerkingsverbanden die tot stand zijn gekomen | Vaststellende dat de samenwerkingsverbanden die tot stand zijn gekomen |
op basis van deze Benelux-Overeenkomst de deelnemende leden bij een | op basis van deze Benelux-Overeenkomst de deelnemende leden bij een |
efficiënte grensoverschrijdende samenwerking hebben ondersteund, maar | efficiënte grensoverschrijdende samenwerking hebben ondersteund, maar |
tegelijkertijd ook belemmeringen in de samenwerking aan het licht | tegelijkertijd ook belemmeringen in de samenwerking aan het licht |
hebben gebracht; | hebben gebracht; |
Overwegende dat een actualisering van de Benelux-Overeenkomst gewenst | Overwegende dat een actualisering van de Benelux-Overeenkomst gewenst |
is om een oplossing voor deze belemmeringen te bieden; | is om een oplossing voor deze belemmeringen te bieden; |
Overwegende dat deze actualisering mede gewenst is in het licht van de | Overwegende dat deze actualisering mede gewenst is in het licht van de |
in Europees verband tot stand gekomen nieuwe mogelijkheden om | in Europees verband tot stand gekomen nieuwe mogelijkheden om |
grensoverschrijdend en interterritoriaal samen te werken; | grensoverschrijdend en interterritoriaal samen te werken; |
Gezien de belangstelling in de Raadgevende Interparlementaire | Gezien de belangstelling in de Raadgevende Interparlementaire |
Beneluxraad voor grensoverschrijdende samenwerking en de melding aan | Beneluxraad voor grensoverschrijdende samenwerking en de melding aan |
deze Raad in de gezamenlijke verslagen van de Belgische, Nederlandse | deze Raad in de gezamenlijke verslagen van de Belgische, Nederlandse |
en Luxemburgse regeringen over 2007 en 2008, dat actualisering van de | en Luxemburgse regeringen over 2007 en 2008, dat actualisering van de |
Benelux-Overeenkomst ter hand is genomen; | Benelux-Overeenkomst ter hand is genomen; |
Vaststellende dat de Benelux-Overeenkomst toelaat de samenwerking te | Vaststellende dat de Benelux-Overeenkomst toelaat de samenwerking te |
regelen tussen territoriale samenwerkingsverbanden of -autoriteiten | regelen tussen territoriale samenwerkingsverbanden of -autoriteiten |
van de drie Lidstaten van de Benelux Unie, maar niet tussen | van de drie Lidstaten van de Benelux Unie, maar niet tussen |
territoriale samenwerkingsverbanden of autoriteiten van deze Staten en | territoriale samenwerkingsverbanden of autoriteiten van deze Staten en |
territoriale gemeenschappen of autoriteiten van de buurlanden van deze | territoriale gemeenschappen of autoriteiten van de buurlanden van deze |
Staten; | Staten; |
Overwegende dat het om deze redenen aangewezen is om de | Overwegende dat het om deze redenen aangewezen is om de |
grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking in een nieuw | grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking in een nieuw |
Verdrag te regelen; | Verdrag te regelen; |
Wensende uitvoering te geven aan de doelstellingen van het Verdrag tot | Wensende uitvoering te geven aan de doelstellingen van het Verdrag tot |
instelling van de Benelux Unie, en inzonderheid artikel 2, eerste lid, | instelling van de Benelux Unie, en inzonderheid artikel 2, eerste lid, |
daarvan, dat bepaalt dat de Benelux Unie tot doel heeft de | daarvan, dat bepaalt dat de Benelux Unie tot doel heeft de |
samenwerking tussen de Hoge Verdragsluitende Partijen te verdiepen en | samenwerking tussen de Hoge Verdragsluitende Partijen te verdiepen en |
uit te bouwen, opdat deze verder een voortrekkersrol kan vervullen | uit te bouwen, opdat deze verder een voortrekkersrol kan vervullen |
binnen de Europese Unie en de grensoverschrijdende samenwerking op | binnen de Europese Unie en de grensoverschrijdende samenwerking op |
alle niveaus kan versterken en verbeteren; | alle niveaus kan versterken en verbeteren; |
Eveneens wensende te handelen in de geest van deel 3 van het Verdrag | Eveneens wensende te handelen in de geest van deel 3 van het Verdrag |
tot instelling van de Benelux Unie en inzonderheid artikel 25 daarvan, | tot instelling van de Benelux Unie en inzonderheid artikel 25 daarvan, |
waarin de samenwerking tussen enerzijds de Benelux Unie en anderzijds | waarin de samenwerking tussen enerzijds de Benelux Unie en anderzijds |
de Staten, Deelstaten en bestuurlijke entiteiten die grenzen aan de | de Staten, Deelstaten en bestuurlijke entiteiten die grenzen aan de |
grondgebieden van de Benelux Lidstaten, wordt benadrukt. | grondgebieden van de Benelux Lidstaten, wordt benadrukt. |
Zijn het volgende overeengekomen: | Zijn het volgende overeengekomen: |
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen |
Artikel 1 | Artikel 1 |
Grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking | Grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking |
1. Overheden, instellingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in | 1. Overheden, instellingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in |
artikel 2, eerste lid, kunnen met elkaar grensoverschrijdend en | artikel 2, eerste lid, kunnen met elkaar grensoverschrijdend en |
interterritoriaal samenwerken met het oog op een gemeenschappelijke | interterritoriaal samenwerken met het oog op een gemeenschappelijke |
belangenbehartiging. | belangenbehartiging. |
2. De grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking op basis | 2. De grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking op basis |
van dit Verdrag vindt plaats op het grondgebied van de Lidstaten van | van dit Verdrag vindt plaats op het grondgebied van de Lidstaten van |
de Benelux Unie en op dat van de Staten die grenzen aan dit | de Benelux Unie en op dat van de Staten die grenzen aan dit |
grondgebied en die op grond van artikel 27 tot dit Verdrag toetreden. | grondgebied en die op grond van artikel 27 tot dit Verdrag toetreden. |
Artikel 2 | Artikel 2 |
Deelnemers | Deelnemers |
1. Aan de grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking op | 1. Aan de grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking op |
basis van dit Verdrag kunnen, binnen het kader van de bevoegdheden | basis van dit Verdrag kunnen, binnen het kader van de bevoegdheden |
ingevolge hun interne recht, deelnemen: | ingevolge hun interne recht, deelnemen: |
a. de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag; | a. de Staten die Partij zijn bij dit Verdrag; |
b. alle overheden van een Partij bij dit Verdrag; | b. alle overheden van een Partij bij dit Verdrag; |
c. alle publieke instellingen, in de meest ruime zin van het woord, | c. alle publieke instellingen, in de meest ruime zin van het woord, |
met zetel op het grondgebied van de Partijen bij dit Verdrag, met | met zetel op het grondgebied van de Partijen bij dit Verdrag, met |
inbegrip van overheidsbedrijven, rechtspersonen die hoofdzakelijk door | inbegrip van overheidsbedrijven, rechtspersonen die hoofdzakelijk door |
overheden worden gefinancierd of gecontroleerd, en rechtspersonen die, | overheden worden gefinancierd of gecontroleerd, en rechtspersonen die, |
op grond van een concessie of wettelijke opdracht, openbare functies | op grond van een concessie of wettelijke opdracht, openbare functies |
vervullen; | vervullen; |
d. samenwerkingsverbanden tussen deze deelnemers. | d. samenwerkingsverbanden tussen deze deelnemers. |
2. Deze grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking is | 2. Deze grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking is |
slechts mogelijk in het kader van de wetgeving van de betrokken | slechts mogelijk in het kader van de wetgeving van de betrokken |
Partijen en op voorwaarde dat de deelname zich uitstrekt over het | Partijen en op voorwaarde dat de deelname zich uitstrekt over het |
grondgebied van ten minste twee Partijen bij dit Verdrag, waarvan er | grondgebied van ten minste twee Partijen bij dit Verdrag, waarvan er |
ten minste één Lidstaat is van de Benelux Unie. | ten minste één Lidstaat is van de Benelux Unie. |
3. Natuurlijke personen kunnen niet deelnemen aan de | 3. Natuurlijke personen kunnen niet deelnemen aan de |
grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking op basis van | grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking op basis van |
dit Verdrag. | dit Verdrag. |
Artikel 3 | Artikel 3 |
Vormen van grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking | Vormen van grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking |
Zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheden om op basis van het | Zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheden om op basis van het |
privaatrecht samen te werken, kan de grensoverschrijdende en | privaatrecht samen te werken, kan de grensoverschrijdende en |
interterritoriale samenwerking gestalte krijgen in: | interterritoriale samenwerking gestalte krijgen in: |
a. een Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking, verder BGTS | a. een Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking, verder BGTS |
genaamd; | genaamd; |
b. een administratieve afspraak voor grensoverschrijdende of | b. een administratieve afspraak voor grensoverschrijdende of |
interterritoriale samenwerking; | interterritoriale samenwerking; |
c. een gemeenschappelijk orgaan voor grensoverschrijdende of | c. een gemeenschappelijk orgaan voor grensoverschrijdende of |
interterritoriale samenwerking. | interterritoriale samenwerking. |
HOOFDSTUK 2. - Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking | HOOFDSTUK 2. - Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking |
Artikel 4 | Artikel 4 |
Kenmerken en oprichting van de BGTS | Kenmerken en oprichting van de BGTS |
1. Een BGTS is een grensoverschrijdend openbaar lichaam met | 1. Een BGTS is een grensoverschrijdend openbaar lichaam met |
rechtspersoonlijkheid. | rechtspersoonlijkheid. |
2. Tot de oprichting van een BGTS wordt besloten op gezamenlijk | 2. Tot de oprichting van een BGTS wordt besloten op gezamenlijk |
initiatief van haar kandidaat-deelnemers. | initiatief van haar kandidaat-deelnemers. |
3. Een BGTS wordt opgericht door ondertekening van de oprichtingsakte. | 3. Een BGTS wordt opgericht door ondertekening van de oprichtingsakte. |
Deze akte wordt ondertekend door alle leden en bevat tevens de | Deze akte wordt ondertekend door alle leden en bevat tevens de |
statuten van een BGTS. | statuten van een BGTS. |
4. Een BGTS geniet in elke Partij de ruimste handelingsbekwaamheid die | 4. Een BGTS geniet in elke Partij de ruimste handelingsbekwaamheid die |
in de wetgeving van deze Partij aan rechtspersonen wordt toegekend, | in de wetgeving van deze Partij aan rechtspersonen wordt toegekend, |
waaronder ten minste de bevoegdheid om: | waaronder ten minste de bevoegdheid om: |
a. roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden; | a. roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden; |
b. personeel in dienst te nemen; | b. personeel in dienst te nemen; |
c. over een eigen begroting en bankrekening te beschikken en deze te | c. over een eigen begroting en bankrekening te beschikken en deze te |
beheren; | beheren; |
d. in rechte op te treden. | d. in rechte op te treden. |
5. In alle documenten uitgaande van een BGTS wordt de naam "Benelux | 5. In alle documenten uitgaande van een BGTS wordt de naam "Benelux |
Groepering voor Territoriale Samenwerking" dan wel de afkorting "BGTS" | Groepering voor Territoriale Samenwerking" dan wel de afkorting "BGTS" |
vermeld. | vermeld. |
Artikel 5 | Artikel 5 |
Toekenning van bevoegdheden van regeling en bestuur | Toekenning van bevoegdheden van regeling en bestuur |
De deelnemers genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, en | De deelnemers genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, en |
hun samenwerkingsverbanden kunnen aan een BGTS bevoegdheden van | hun samenwerkingsverbanden kunnen aan een BGTS bevoegdheden van |
regeling en bestuur toekennen als het interne recht van de Partijen | regeling en bestuur toekennen als het interne recht van de Partijen |
dit toelaat. | dit toelaat. |
Artikel 6 | Artikel 6 |
Statuten | Statuten |
1. De statuten van een BGTS mogen niet in strijd zijn met de openbare | 1. De statuten van een BGTS mogen niet in strijd zijn met de openbare |
orde van de Partijen waartoe de deelnemers behoren. | orde van de Partijen waartoe de deelnemers behoren. |
2. De statuten van een BGTS regelen ten minste de volgende | 2. De statuten van een BGTS regelen ten minste de volgende |
onderwerpen: | onderwerpen: |
a. de naam en de eventuele afkorting; | a. de naam en de eventuele afkorting; |
b. de locatie en de exacte adressen van de maatschappelijke zetel en | b. de locatie en de exacte adressen van de maatschappelijke zetel en |
de eventuele vestigingen; | de eventuele vestigingen; |
c. het maatschappelijk doel; | c. het maatschappelijk doel; |
d. de duur van de samenwerking, die onbepaald kan zijn, alsmede de | d. de duur van de samenwerking, die onbepaald kan zijn, alsmede de |
wijze van verlenging van de looptijd en van beëindiging; | wijze van verlenging van de looptijd en van beëindiging; |
e. de taken, de bevoegdheden en de werkwijze; | e. de taken, de bevoegdheden en de werkwijze; |
f. de lijst van de deelnemers, hun financiële deelname, alsmede de | f. de lijst van de deelnemers, hun financiële deelname, alsmede de |
wijze van toetreding en uittreding van de deelnemers; | wijze van toetreding en uittreding van de deelnemers; |
g. de wijze van aanstelling van de leden van de bestuurs- en | g. de wijze van aanstelling van de leden van de bestuurs- en |
controleorganen; | controleorganen; |
h. de wijze waarop de vertegenwoordiging in rechte is geregeld; | h. de wijze waarop de vertegenwoordiging in rechte is geregeld; |
i. de verplichtingen van de deelnemers; | i. de verplichtingen van de deelnemers; |
j. de wijze waarop een BGTS en haar activiteiten worden gefinancierd. | j. de wijze waarop een BGTS en haar activiteiten worden gefinancierd. |
3. De statuten van een BGTS zijn opgesteld in de taal of talen van het | 3. De statuten van een BGTS zijn opgesteld in de taal of talen van het |
grondgebied waartoe de deelnemers van een BGTS behoren. | grondgebied waartoe de deelnemers van een BGTS behoren. |
Artikel 7 | Artikel 7 |
Verkrijging van rechtspersoonlijkheid | Verkrijging van rechtspersoonlijkheid |
De ondertekende oprichtingsakte van een BGTS wordt neergelegd en | De ondertekende oprichtingsakte van een BGTS wordt neergelegd en |
bekendgemaakt volgens de voorschriften van het interne recht van de | bekendgemaakt volgens de voorschriften van het interne recht van de |
Partij waar de maatschappelijke zetel gelegen is. De BGTS verkrijgt | Partij waar de maatschappelijke zetel gelegen is. De BGTS verkrijgt |
rechtspersoonlijkheid op de datum van deze bekendmaking. | rechtspersoonlijkheid op de datum van deze bekendmaking. |
Artikel 8 | Artikel 8 |
Maatschappelijke zetel en vestigingen van een BGTS | Maatschappelijke zetel en vestigingen van een BGTS |
1. Een BGTS vestigt haar maatschappelijke zetel op het grondgebied van | 1. Een BGTS vestigt haar maatschappelijke zetel op het grondgebied van |
één van de Partijen waartoe de deelnemers behoren. | één van de Partijen waartoe de deelnemers behoren. |
2. Een BGTS kan daarnaast op het grondgebied van de Partijen waartoe | 2. Een BGTS kan daarnaast op het grondgebied van de Partijen waartoe |
de deelnemers behoren, één of meer vestigingen oprichten. | de deelnemers behoren, één of meer vestigingen oprichten. |
3. Elke vorm van correspondentie aan een BGTS, met inbegrip van | 3. Elke vorm van correspondentie aan een BGTS, met inbegrip van |
betekeningen, ingebrekestellingen of dagvaardingen, geschiedt | betekeningen, ingebrekestellingen of dagvaardingen, geschiedt |
rechtsgeldig aan de maatschappelijke zetel of aan een vestiging van | rechtsgeldig aan de maatschappelijke zetel of aan een vestiging van |
een BGTS. | een BGTS. |
Artikel 9 | Artikel 9 |
Organen | Organen |
Een BGTS beschikt ten minste over de volgende organen: | Een BGTS beschikt ten minste over de volgende organen: |
a. een algemene vergadering, bestaande uit vertegenwoordigers van de | a. een algemene vergadering, bestaande uit vertegenwoordigers van de |
deelnemers; | deelnemers; |
b. hetzij een raad van bestuur, waarvan de leden benoemd worden door | b. hetzij een raad van bestuur, waarvan de leden benoemd worden door |
de algemene vergadering op voordracht van de deelnemers, hetzij een | de algemene vergadering op voordracht van de deelnemers, hetzij een |
directeur, benoemd door de algemene vergadering. | directeur, benoemd door de algemene vergadering. |
Artikel 10 | Artikel 10 |
Personeel van een BGTS | Personeel van een BGTS |
1. Een BGTS kan arbeidsovereenkomsten van bepaalde of onbepaalde duur | 1. Een BGTS kan arbeidsovereenkomsten van bepaalde of onbepaalde duur |
sluiten. | sluiten. |
2. De deelnemers kunnen personeel ter beschikking stellen aan een | 2. De deelnemers kunnen personeel ter beschikking stellen aan een |
BGTS. Deze personeelsleden ontvangen hun instructies uitsluitend van | BGTS. Deze personeelsleden ontvangen hun instructies uitsluitend van |
een BGTS. De modaliteiten van de terbeschikkingstelling, in het | een BGTS. De modaliteiten van de terbeschikkingstelling, in het |
bijzonder de eventuele verrekening van het door de oorspronkelijke | bijzonder de eventuele verrekening van het door de oorspronkelijke |
werkgever betaalde loon met de door hem verschuldigde financiële | werkgever betaalde loon met de door hem verschuldigde financiële |
bijdrage aan een BGTS, maken het voorwerp uit van een specifieke | bijdrage aan een BGTS, maken het voorwerp uit van een specifieke |
overeenkomst tussen de werkgever en een BGTS. | overeenkomst tussen de werkgever en een BGTS. |
3. Een BGTS streeft, met inachtneming van de toepasselijke wetgeving, | 3. Een BGTS streeft, met inachtneming van de toepasselijke wetgeving, |
gelijkwaardigheid na van de arbeidsvoorwaarden op de verschillende | gelijkwaardigheid na van de arbeidsvoorwaarden op de verschillende |
arbeidslocaties. | arbeidslocaties. |
Artikel 11 | Artikel 11 |
Toepasselijk recht en bevoegd rechtscollege | Toepasselijk recht en bevoegd rechtscollege |
1. Voor zover aan een BGTS bevoegdheden van regeling en bestuur werden | 1. Voor zover aan een BGTS bevoegdheden van regeling en bestuur werden |
toegekend, worden de rechtsbetrekkingen met de aan de BGTS | toegekend, worden de rechtsbetrekkingen met de aan de BGTS |
rechtsonderhorige natuurlijke en rechtspersonen en de daaraan | rechtsonderhorige natuurlijke en rechtspersonen en de daaraan |
verbonden rechtsgang geregeld door het recht dat van toepassing zou | verbonden rechtsgang geregeld door het recht dat van toepassing zou |
zijn als de deelnemende overheden zelf de toegekende bevoegdheden | zijn als de deelnemende overheden zelf de toegekende bevoegdheden |
hadden uitgeoefend. De in het kader van deze bevoegdheden genomen | hadden uitgeoefend. De in het kader van deze bevoegdheden genomen |
beslissingen van een BGTS vermelden uitdrukkelijk de mogelijkheden tot | beslissingen van een BGTS vermelden uitdrukkelijk de mogelijkheden tot |
beroep. | beroep. |
2. Zonder afbreuk te doen aan het eerste lid, is het recht van de | 2. Zonder afbreuk te doen aan het eerste lid, is het recht van de |
maatschappelijke zetel van toepassing op: | maatschappelijke zetel van toepassing op: |
a. het opstellen, zonder afbreuk te doen aan artikel 6, en de | a. het opstellen, zonder afbreuk te doen aan artikel 6, en de |
interpretatie van de statuten; | interpretatie van de statuten; |
b. het beoordelen van de rechtsgeldigheid van de rechtshandelingen die | b. het beoordelen van de rechtsgeldigheid van de rechtshandelingen die |
door de organen van een BGTS worden gesteld; | door de organen van een BGTS worden gesteld; |
c. de aansprakelijkheid van een BGTS ten opzichte van haar deelnemers; | c. de aansprakelijkheid van een BGTS ten opzichte van haar deelnemers; |
d. de aansprakelijkheid van de deelnemers voor handelingen van een | d. de aansprakelijkheid van de deelnemers voor handelingen van een |
BGTS ten opzichte van derden; | BGTS ten opzichte van derden; |
e. de actieve en passieve openbaarheid van bestuur; | e. de actieve en passieve openbaarheid van bestuur; |
f. de arbeidsverhoudingen met personeelsleden die daadwerkelijk bij de | f. de arbeidsverhoudingen met personeelsleden die daadwerkelijk bij de |
maatschappelijke zetel werkzaam zijn overeenkomstig de bepalingen van | maatschappelijke zetel werkzaam zijn overeenkomstig de bepalingen van |
de vigerende Europese regelgeving ter zake; | de vigerende Europese regelgeving ter zake; |
g. de overheidsopdrachten die uitgaan van een BGTS, tenzij de opdracht | g. de overheidsopdrachten die uitgaan van een BGTS, tenzij de opdracht |
uitsluitend verbonden is aan een specifieke vestiging; | uitsluitend verbonden is aan een specifieke vestiging; |
h. de ontbinding en de vereffening van een BGTS, zonder afbreuk te | h. de ontbinding en de vereffening van een BGTS, zonder afbreuk te |
doen aan de rechten van de personeelsleden en derden die verbonden | doen aan de rechten van de personeelsleden en derden die verbonden |
zijn aan een specifieke vestiging op grond van de op hen toepasselijke | zijn aan een specifieke vestiging op grond van de op hen toepasselijke |
regelgeving. | regelgeving. |
3. Zonder afbreuk te doen aan het eerste lid, is het recht van de | 3. Zonder afbreuk te doen aan het eerste lid, is het recht van de |
plaats van een eventuele vestiging van toepassing op: | plaats van een eventuele vestiging van toepassing op: |
a. de arbeidsverhoudingen met personeelsleden die daadwerkelijk bij | a. de arbeidsverhoudingen met personeelsleden die daadwerkelijk bij |
deze vestiging werkzaam zijn overeenkomstig de bepalingen van de | deze vestiging werkzaam zijn overeenkomstig de bepalingen van de |
vigerende Europese regelgeving ter zake; | vigerende Europese regelgeving ter zake; |
b. de overheidsopdrachten die uitgaan van een BGTS en die uitsluitend | b. de overheidsopdrachten die uitgaan van een BGTS en die uitsluitend |
verbonden zijn aan deze vestiging. | verbonden zijn aan deze vestiging. |
4. Voor zover de rechterlijke bevoegdheid niet geregeld is door het | 4. Voor zover de rechterlijke bevoegdheid niet geregeld is door het |
Europese of internationale recht of door het eerste lid, is het | Europese of internationale recht of door het eerste lid, is het |
rechtscollege dat aangewezen wordt door het recht van de | rechtscollege dat aangewezen wordt door het recht van de |
maatschappelijke zetel bevoegd voor de behandeling van geschillen | maatschappelijke zetel bevoegd voor de behandeling van geschillen |
waarbij een BGTS partij is, met uitzondering van de behandeling van | waarbij een BGTS partij is, met uitzondering van de behandeling van |
geschillen over de in het derde lid vermelde gevallen, waarvoor het | geschillen over de in het derde lid vermelde gevallen, waarvoor het |
bevoegde rechtscollege wordt aangewezen door het recht van de | bevoegde rechtscollege wordt aangewezen door het recht van de |
vestiging. | vestiging. |
Artikel 12 | Artikel 12 |
Financiële aansprakelijkheid | Financiële aansprakelijkheid |
De deelnemers zijn financieel aansprakelijk bij ontoereikend vermogen | De deelnemers zijn financieel aansprakelijk bij ontoereikend vermogen |
van een BGTS naar rato van hun in de statuten vastgelegde deelname. In | van een BGTS naar rato van hun in de statuten vastgelegde deelname. In |
dezelfde mate zijn zij aansprakelijk voor de verplichtingen die | dezelfde mate zijn zij aansprakelijk voor de verplichtingen die |
voortvloeien uit de verbintenissen die na de ontbinding gehandhaafd | voortvloeien uit de verbintenissen die na de ontbinding gehandhaafd |
blijven. | blijven. |
Artikel 13 | Artikel 13 |
Administratief en financieel toezicht | Administratief en financieel toezicht |
1. Op alle beslissingen van de deelnemers in verband met een BGTS | 1. Op alle beslissingen van de deelnemers in verband met een BGTS |
blijven de administratieve toezichtprocedures van het interne recht | blijven de administratieve toezichtprocedures van het interne recht |
van toepassing. | van toepassing. |
2. De overheden die volgens het interne recht bevoegd zijn voor het | 2. De overheden die volgens het interne recht bevoegd zijn voor het |
administratief toezicht op de deelnemers, kunnen gezamenlijk één | administratief toezicht op de deelnemers, kunnen gezamenlijk één |
toezichthouder aanwijzen die instaat voor het algemene administratieve | toezichthouder aanwijzen die instaat voor het algemene administratieve |
toezicht op een BGTS en voorts de toezichtprocedure regelen. Deze | toezicht op een BGTS en voorts de toezichtprocedure regelen. Deze |
toezichthouder zorgt voor de behartiging van de belangen van alle | toezichthouder zorgt voor de behartiging van de belangen van alle |
deelnemers uit elk van de betrokken Partijen. Het | deelnemers uit elk van de betrokken Partijen. Het |
Secretariaat-generaal van de Benelux Unie biedt desgevallend | Secretariaat-generaal van de Benelux Unie biedt desgevallend |
secretariële en administratieve ondersteuning aan de toezichthouder. | secretariële en administratieve ondersteuning aan de toezichthouder. |
3. Vooraleer de gezamenlijke toezichthouder dwingende maatregelen | 3. Vooraleer de gezamenlijke toezichthouder dwingende maatregelen |
neemt ten opzichte van een BGTS, stelt hij de overheden die hem hebben | neemt ten opzichte van een BGTS, stelt hij de overheden die hem hebben |
aangewezen hiervan op de hoogte, tenzij deze maatregelen geen uitstel | aangewezen hiervan op de hoogte, tenzij deze maatregelen geen uitstel |
dulden. | dulden. |
4. De boekhouding van een BGTS wordt gevoerd overeenkomstig de | 4. De boekhouding van een BGTS wordt gevoerd overeenkomstig de |
regelgeving die in de Partij waar zij haar maatschappelijke zetel | regelgeving die in de Partij waar zij haar maatschappelijke zetel |
heeft, van toepassing is op de boekhouding van ondernemingen en met | heeft, van toepassing is op de boekhouding van ondernemingen en met |
naleving van eventuele richtlijnen van de gezamenlijke toezichthouder. | naleving van eventuele richtlijnen van de gezamenlijke toezichthouder. |
5. De controle op de financiële toestand, op de begroting en de | 5. De controle op de financiële toestand, op de begroting en de |
jaarrekening en op de rechtmatigheid van de verrichtingen weer te | jaarrekening en op de rechtmatigheid van de verrichtingen weer te |
geven in de jaarrekening, wordt uitgeoefend door een of meer | geven in de jaarrekening, wordt uitgeoefend door een of meer |
commissarissen die door de algemene vergadering worden benoemd onder | commissarissen die door de algemene vergadering worden benoemd onder |
de erkende revisoren of accountants van de Partij waar de BGTS haar | de erkende revisoren of accountants van de Partij waar de BGTS haar |
maatschappelijke zetel heeft. Zij zijn onderworpen aan de wettelijke | maatschappelijke zetel heeft. Zij zijn onderworpen aan de wettelijke |
en reglementaire bepalingen die hun ambt en hun bevoegdheid regelen. | en reglementaire bepalingen die hun ambt en hun bevoegdheid regelen. |
6. De door de algemene vergadering goedgekeurde jaarrekening van een | 6. De door de algemene vergadering goedgekeurde jaarrekening van een |
BGTS wordt, samen met het verslag van de in het vorige lid genoemde | BGTS wordt, samen met het verslag van de in het vorige lid genoemde |
commissaris of commissarissen, bekendgemaakt op de wijze die in de | commissaris of commissarissen, bekendgemaakt op de wijze die in de |
regelgeving van de Partij waar deze BGTS haar maatschappelijke zetel | regelgeving van de Partij waar deze BGTS haar maatschappelijke zetel |
heeft, voorzien is voor de jaarrekeningen van ondernemingen. Zij wordt | heeft, voorzien is voor de jaarrekeningen van ondernemingen. Zij wordt |
binnen de vijf werkdagen na deze bekendmaking eveneens aan de | binnen de vijf werkdagen na deze bekendmaking eveneens aan de |
toezichthouder en het Secretariaat-generaal van de Benelux Unie | toezichthouder en het Secretariaat-generaal van de Benelux Unie |
bezorgd. | bezorgd. |
Artikel 14 | Artikel 14 |
Wijzigingen van de statuten | Wijzigingen van de statuten |
1. Tot een wijziging van de statuten kan enkel beslist worden door de | 1. Tot een wijziging van de statuten kan enkel beslist worden door de |
algemene vergadering met een meerderheid van ten minste drie vierden | algemene vergadering met een meerderheid van ten minste drie vierden |
der geldig uitgebrachte stemmen op voorwaarde dat ten minste de helft | der geldig uitgebrachte stemmen op voorwaarde dat ten minste de helft |
van de deelnemers uit elke van de bij de BGTS betrokken Partijen | van de deelnemers uit elke van de bij de BGTS betrokken Partijen |
vertegenwoordigd is en dat deze meerderheid bereikt is onder de | vertegenwoordigd is en dat deze meerderheid bereikt is onder de |
deelnemers uit elke van de bij de BGTS betrokken Partijen. | deelnemers uit elke van de bij de BGTS betrokken Partijen. |
2. Een stem is geldig uitgebracht wanneer zij in overeenstemming is | 2. Een stem is geldig uitgebracht wanneer zij in overeenstemming is |
met een door een deelnemer aan zijn vertegenwoordiger verleend | met een door een deelnemer aan zijn vertegenwoordiger verleend |
schriftelijk mandaat, dat deze ten laatste aan het begin van de | schriftelijk mandaat, dat deze ten laatste aan het begin van de |
vergadering neerlegt bij de voorzitter. | vergadering neerlegt bij de voorzitter. |
3. Akten tot wijziging van de statuten worden neergelegd en | 3. Akten tot wijziging van de statuten worden neergelegd en |
bekendgemaakt volgens de voorschriften van het interne recht van de | bekendgemaakt volgens de voorschriften van het interne recht van de |
Partij waar de maatschappelijke zetel gelegen is. | Partij waar de maatschappelijke zetel gelegen is. |
Artikel 15 | Artikel 15 |
Zetelverplaatsing | Zetelverplaatsing |
1. De maatschappelijke zetel van een BGTS kan worden verplaatst naar | 1. De maatschappelijke zetel van een BGTS kan worden verplaatst naar |
het grondgebied van een Partij waartoe ten minste één deelnemer aan de | het grondgebied van een Partij waartoe ten minste één deelnemer aan de |
BGTS behoort. De zetelverplaatsing leidt noch tot ontbinding van de | BGTS behoort. De zetelverplaatsing leidt noch tot ontbinding van de |
BGTS, noch tot vorming van een nieuwe rechtspersoon. | BGTS, noch tot vorming van een nieuwe rechtspersoon. |
2. Een zetelverplaatsing vindt plaats door middel van een wijziging | 2. Een zetelverplaatsing vindt plaats door middel van een wijziging |
van de statuten overeenkomstig artikel 14. | van de statuten overeenkomstig artikel 14. |
3. In afwijking van artikel 14, derde lid, wordt de in het tweede lid | 3. In afwijking van artikel 14, derde lid, wordt de in het tweede lid |
bedoelde wijziging van de statuten niet alleen neergelegd en | bedoelde wijziging van de statuten niet alleen neergelegd en |
bekendgemaakt volgens de regels van het interne recht van de Partij | bekendgemaakt volgens de regels van het interne recht van de Partij |
waar de oorspronkelijke maatschappelijke zetel gevestigd was, maar ook | waar de oorspronkelijke maatschappelijke zetel gevestigd was, maar ook |
volgens de regels van het interne recht van de Partij waar de nieuwe | volgens de regels van het interne recht van de Partij waar de nieuwe |
maatschappelijke zetel gevestigd is. De zetelverplaatsing treedt in | maatschappelijke zetel gevestigd is. De zetelverplaatsing treedt in |
werking op de datum waarop de bekendmaking van de wijziging van de | werking op de datum waarop de bekendmaking van de wijziging van de |
statuten in de beide betrokken Partijen heeft plaatsgevonden. | statuten in de beide betrokken Partijen heeft plaatsgevonden. |
4. Indien tegen een BGTS een procedure inzake insolventie, opschorting | 4. Indien tegen een BGTS een procedure inzake insolventie, opschorting |
van betalingen of een andere soortgelijke procedure is ingeleid, mag | van betalingen of een andere soortgelijke procedure is ingeleid, mag |
zij haar maatschappelijke zetel niet verplaatsen. | zij haar maatschappelijke zetel niet verplaatsen. |
5. Een BGTS die haar maatschappelijke zetel naar het grondgebied van | 5. Een BGTS die haar maatschappelijke zetel naar het grondgebied van |
een andere Partij heeft verplaatst, wordt met betrekking tot vóór de | een andere Partij heeft verplaatst, wordt met betrekking tot vóór de |
datum van de zetelverplaatsing als bedoeld in het derde lid opgetreden | datum van de zetelverplaatsing als bedoeld in het derde lid opgetreden |
geschillen geacht haar maatschappelijke zetel te hebben in de Lidstaat | geschillen geacht haar maatschappelijke zetel te hebben in de Lidstaat |
waar de BGTS vóór de zetelverplaatsing haar maatschappelijke zetel | waar de BGTS vóór de zetelverplaatsing haar maatschappelijke zetel |
had, zelfs indien een rechtsvordering tegen haar wordt ingeleid na de | had, zelfs indien een rechtsvordering tegen haar wordt ingeleid na de |
zetelverplaatsing. | zetelverplaatsing. |
Artikel 16 | Artikel 16 |
Ontbinding van een BGTS | Ontbinding van een BGTS |
1. Een BGTS wordt ontbonden: | 1. Een BGTS wordt ontbonden: |
a. door het verstrijken van de looptijd indien die statutair bepaald | a. door het verstrijken van de looptijd indien die statutair bepaald |
is; | is; |
b. vóór het verstrijken van de looptijd of indien zij is opgericht | b. vóór het verstrijken van de looptijd of indien zij is opgericht |
voor onbepaalde duur, ingevolge een beslissing van de algemene | voor onbepaalde duur, ingevolge een beslissing van de algemene |
vergadering; | vergadering; |
c. wanneer haar grondgebied niet meer in overeenstemming is met het | c. wanneer haar grondgebied niet meer in overeenstemming is met het |
bepaalde in artikel 2, tweede lid. | bepaalde in artikel 2, tweede lid. |
2. De beslissing tot ontbinding van een BGTS in de zin van het eerste | 2. De beslissing tot ontbinding van een BGTS in de zin van het eerste |
lid, onderdeel b, is slechts geldig indien zij wordt genomen | lid, onderdeel b, is slechts geldig indien zij wordt genomen |
overeenkomstig artikel 14, eerste en tweede lid, en wordt | overeenkomstig artikel 14, eerste en tweede lid, en wordt |
bekendgemaakt overeenkomstig artikel 14, derde lid. | bekendgemaakt overeenkomstig artikel 14, derde lid. |
3. In aanvulling op het bepaalde in artikel 11, tweede lid, onderdeel | 3. In aanvulling op het bepaalde in artikel 11, tweede lid, onderdeel |
h, en artikel 12 dient de vaststelling van of de beslissing tot | h, en artikel 12 dient de vaststelling van of de beslissing tot |
ontbinding van een BGTS de aanwijzing van een of meer vereffenaars en | ontbinding van een BGTS de aanwijzing van een of meer vereffenaars en |
de bestemming van het maatschappelijk vermogen te vermelden. | de bestemming van het maatschappelijk vermogen te vermelden. |
Artikel 17 | Artikel 17 |
Kennisgeving aan de Benelux Unie | Kennisgeving aan de Benelux Unie |
De deelnemers stellen de Secretaris-generaal van de Benelux Unie in | De deelnemers stellen de Secretaris-generaal van de Benelux Unie in |
kennis van de oprichtingsakte, elke statutenwijziging en de beslissing | kennis van de oprichtingsakte, elke statutenwijziging en de beslissing |
tot de ontbinding van een BGTS, met het oog op de kosteloze | tot de ontbinding van een BGTS, met het oog op de kosteloze |
bekendmaking ervan in het Benelux Publicatieblad. | bekendmaking ervan in het Benelux Publicatieblad. |
HOOFDSTUK 3. - Overige vormen van grensoverschrijdende en | HOOFDSTUK 3. - Overige vormen van grensoverschrijdende en |
interterritoriale samenwerking | interterritoriale samenwerking |
Artikel 18 | Artikel 18 |
De administratieve afspraak voor grensoverschrijdende of | De administratieve afspraak voor grensoverschrijdende of |
interterritoriale samenwerking | interterritoriale samenwerking |
1. De in artikel 2, eerste lid, genoemde deelnemers kunnen een | 1. De in artikel 2, eerste lid, genoemde deelnemers kunnen een |
administratieve afspraak voor grensoverschrijdende of | administratieve afspraak voor grensoverschrijdende of |
interterritoriale samenwerking maken. Deze afspraak dient schriftelijk | interterritoriale samenwerking maken. Deze afspraak dient schriftelijk |
te worden vastgelegd. | te worden vastgelegd. |
2. In deze afspraak kan worden geregeld dat een deelnemer taken | 2. In deze afspraak kan worden geregeld dat een deelnemer taken |
behartigt van een andere deelnemer, in naam en volgens de instructies | behartigt van een andere deelnemer, in naam en volgens de instructies |
van deze laatst genoemde deelnemer, met inachtneming van het recht van | van deze laatst genoemde deelnemer, met inachtneming van het recht van |
de Partij van de tot het geven van instructies bevoegde deelnemer. In | de Partij van de tot het geven van instructies bevoegde deelnemer. In |
de afspraak kan niet worden bepaald dat taken van een andere deelnemer | de afspraak kan niet worden bepaald dat taken van een andere deelnemer |
in eigen naam worden behartigd. | in eigen naam worden behartigd. |
3. De afspraak bepaalt de vrijwaring tussen de deelnemers onderling | 3. De afspraak bepaalt de vrijwaring tussen de deelnemers onderling |
inzake aansprakelijkheid jegens derden. | inzake aansprakelijkheid jegens derden. |
4. De afspraak regelt de voorwaarden voor de beëindiging ervan. | 4. De afspraak regelt de voorwaarden voor de beëindiging ervan. |
5. Het toepasselijke recht is het recht van de Partij op het | 5. Het toepasselijke recht is het recht van de Partij op het |
grondgebied waarvan de desbetreffende verplichting uit de afspraak | grondgebied waarvan de desbetreffende verplichting uit de afspraak |
moet worden vervuld. | moet worden vervuld. |
Artikel 19 | Artikel 19 |
Het gemeenschappelijke orgaan voor grensoverschrijdende of | Het gemeenschappelijke orgaan voor grensoverschrijdende of |
interterritoriale samenwerking | interterritoriale samenwerking |
1. De in artikel 2, eerste lid, genoemde deelnemers kunnen een | 1. De in artikel 2, eerste lid, genoemde deelnemers kunnen een |
regeling treffen waarbij een gemeenschappelijk orgaan voor | regeling treffen waarbij een gemeenschappelijk orgaan voor |
grensoverschrijdende of interterritoriale samenwerking wordt | grensoverschrijdende of interterritoriale samenwerking wordt |
opgericht. | opgericht. |
2. Dit gemeenschappelijke orgaan is een overlegplatform zonder | 2. Dit gemeenschappelijke orgaan is een overlegplatform zonder |
rechtspersoonlijkheid en kan geen beslissingen nemen die de deelnemers | rechtspersoonlijkheid en kan geen beslissingen nemen die de deelnemers |
of derden binden. | of derden binden. |
3. Dit gemeenschappelijk orgaan beraadslaagt met inachtneming van het | 3. Dit gemeenschappelijk orgaan beraadslaagt met inachtneming van het |
bepaalde in de regeling, over aangelegenheden die de deelnemers | bepaalde in de regeling, over aangelegenheden die de deelnemers |
gezamenlijk aangaan. | gezamenlijk aangaan. |
4. De regeling bevat bepalingen over: | 4. De regeling bevat bepalingen over: |
a. de taakgebieden, waarmee het gemeenschappelijk orgaan zich bezig | a. de taakgebieden, waarmee het gemeenschappelijk orgaan zich bezig |
zal houden; | zal houden; |
b. de wijze waarop de samenwerking binnen het gemeenschappelijk orgaan | b. de wijze waarop de samenwerking binnen het gemeenschappelijk orgaan |
gestalte krijgt; | gestalte krijgt; |
c. de wijze van beëindiging van het gemeenschappelijk orgaan. | c. de wijze van beëindiging van het gemeenschappelijk orgaan. |
Artikel 20 | Artikel 20 |
Kennisgeving aan de Benelux Unie | Kennisgeving aan de Benelux Unie |
De deelnemers aan een administratieve afspraak of een | De deelnemers aan een administratieve afspraak of een |
gemeenschappelijk orgaan stellen de Secretaris-generaal van de Benelux | gemeenschappelijk orgaan stellen de Secretaris-generaal van de Benelux |
Unie hiervan in kennis, met het oog op de kosteloze bekendmaking ervan | Unie hiervan in kennis, met het oog op de kosteloze bekendmaking ervan |
in het Benelux Publicatieblad. Zij kunnen een van hen daartoe | in het Benelux Publicatieblad. Zij kunnen een van hen daartoe |
machtigen. | machtigen. |
HOOFDSTUK 4. - Ondersteuning van grensoverschrijdende en | HOOFDSTUK 4. - Ondersteuning van grensoverschrijdende en |
interterritoriale samenwerking | interterritoriale samenwerking |
Artikel 21 | Artikel 21 |
Verdragscommissie Grensoverschrijdende en Interterritoriale | Verdragscommissie Grensoverschrijdende en Interterritoriale |
Samenwerking | Samenwerking |
Voor al wat verband houdt met de uitvoering en de toepassing van dit | Voor al wat verband houdt met de uitvoering en de toepassing van dit |
Verdrag wordt een Verdragscommissie Grensoverschrijdende en | Verdrag wordt een Verdragscommissie Grensoverschrijdende en |
Interterritoriale Samenwerking ingesteld waarin de vertegenwoordigers | Interterritoriale Samenwerking ingesteld waarin de vertegenwoordigers |
uit alle Partijen zitting hebben. | uit alle Partijen zitting hebben. |
Artikel 22 | Artikel 22 |
Benelux Werkgroep Grensoverschrijdende en Interterritoriale | Benelux Werkgroep Grensoverschrijdende en Interterritoriale |
Samenwerking | Samenwerking |
1. Overeenkomstig artikel 12, onder b, van het Verdrag tot instelling | 1. Overeenkomstig artikel 12, onder b, van het Verdrag tot instelling |
van de Benelux Unie wordt een Benelux Werkgroep Grensoverschrijdende | van de Benelux Unie wordt een Benelux Werkgroep Grensoverschrijdende |
en Interterritoriale Samenwerking opgericht, die onder meer tot taak | en Interterritoriale Samenwerking opgericht, die onder meer tot taak |
heeft: | heeft: |
a. de activiteiten inzake grensoverschrijdende en interterritoriale | a. de activiteiten inzake grensoverschrijdende en interterritoriale |
samenwerking in Benelux-kader te bevorderen en te coördineren en | samenwerking in Benelux-kader te bevorderen en te coördineren en |
belanghebbenden inlichtingen over de wettelijke en andere aspecten van | belanghebbenden inlichtingen over de wettelijke en andere aspecten van |
de samenwerkingsprojecten te verschaffen; | de samenwerkingsprojecten te verschaffen; |
b. oplossingen te zoeken voor de vraagstukken die over | b. oplossingen te zoeken voor de vraagstukken die over |
grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking in Benelux | grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking in Benelux |
kader worden voorgelegd. | kader worden voorgelegd. |
2. Deze Werkgroep kan vertegenwoordigers uit de buurlanden uitnodigen. | 2. Deze Werkgroep kan vertegenwoordigers uit de buurlanden uitnodigen. |
Artikel 23 | Artikel 23 |
Ambtenaar grenscontacten | Ambtenaar grenscontacten |
1. In elk van de Partijen kunnen een of meerdere ambtenaren | 1. In elk van de Partijen kunnen een of meerdere ambtenaren |
grenscontacten aangewezen worden aan wie vraagstukken kunnen worden | grenscontacten aangewezen worden aan wie vraagstukken kunnen worden |
voorgelegd, die rijzen in het kader van de grensoverschrijdende en | voorgelegd, die rijzen in het kader van de grensoverschrijdende en |
interterritoriale samenwerking. | interterritoriale samenwerking. |
2. Deze ambtenaar is bevoegd voor deze vraagstukken oplossingen voor | 2. Deze ambtenaar is bevoegd voor deze vraagstukken oplossingen voor |
te stellen aan de betrokken Partijen en deelnemers, aan de in artikel | te stellen aan de betrokken Partijen en deelnemers, aan de in artikel |
21 vermelde Verdragscommissie of aan de in artikel 22 vermelde | 21 vermelde Verdragscommissie of aan de in artikel 22 vermelde |
Werkgroep. | Werkgroep. |
3. Deze ambtenaar is gemachtigd de inlichtingen in te winnen die voor | 3. Deze ambtenaar is gemachtigd de inlichtingen in te winnen die voor |
de uitoefening van zijn taak nodig zijn. | de uitoefening van zijn taak nodig zijn. |
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen |
Artikel 24 | Artikel 24 |
Benelux-Gerechtshof | Benelux-Gerechtshof |
Ter uitvoering van artikel 1, tweede lid, van het Verdrag betreffende | Ter uitvoering van artikel 1, tweede lid, van het Verdrag betreffende |
de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof van 31 maart | de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof van 31 maart |
1965 worden de bepalingen van dit Verdrag als gemeenschappelijke | 1965 worden de bepalingen van dit Verdrag als gemeenschappelijke |
rechtsregels aangewezen voor de toepassing van genoemd verdrag van 31 | rechtsregels aangewezen voor de toepassing van genoemd verdrag van 31 |
maart 1965. | maart 1965. |
Artikel 25 | Artikel 25 |
Geografische toepassing | Geografische toepassing |
1. Het Koninkrijk België kan bij de ondertekening dan wel de | 1. Het Koninkrijk België kan bij de ondertekening dan wel de |
neerlegging bedoeld in artikel 26, derde lid, conform zijn | neerlegging bedoeld in artikel 26, derde lid, conform zijn |
grondwettelijke regels bepalen dat dit Verdrag niet van toepassing is | grondwettelijke regels bepalen dat dit Verdrag niet van toepassing is |
op één of meer Gemeenschappen en Gewesten, onder voorbehoud van een | op één of meer Gemeenschappen en Gewesten, onder voorbehoud van een |
latere mededeling dat dit Verdrag alsnog van toepassing is op deze | latere mededeling dat dit Verdrag alsnog van toepassing is op deze |
Gemeenschap of dit Gewest. | Gemeenschap of dit Gewest. |
2. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt dit Verdrag | 2. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt dit Verdrag |
alleen voor het grondgebied gelegen in Europa. | alleen voor het grondgebied gelegen in Europa. |
Artikel 26 | Artikel 26 |
Depositaris en inwerkingtreding | Depositaris en inwerkingtreding |
1. De Secretaris-generaal van de Benelux Unie is depositaris van dit | 1. De Secretaris-generaal van de Benelux Unie is depositaris van dit |
Verdrag. | Verdrag. |
2. Dit Verdrag wordt bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de | 2. Dit Verdrag wordt bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de |
Partijen. | Partijen. |
3. De Partijen leggen hun akte van bekrachtiging, aanvaarding of | 3. De Partijen leggen hun akte van bekrachtiging, aanvaarding of |
goedkeuring neer bij de depositaris. | goedkeuring neer bij de depositaris. |
4. De depositaris brengt de Partijen op de hoogte van de neerlegging | 4. De depositaris brengt de Partijen op de hoogte van de neerlegging |
van de akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of | van de akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of |
toetreding. | toetreding. |
5. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand | 5. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand |
volgend op de datum van neerlegging van de tweede akte van | volgend op de datum van neerlegging van de tweede akte van |
bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van een Lidstaat van de | bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van een Lidstaat van de |
Benelux Unie. | Benelux Unie. |
6. Voor de Lidstaat van de Benelux Unie die dit Verdrag bekrachtigt, | 6. Voor de Lidstaat van de Benelux Unie die dit Verdrag bekrachtigt, |
aanvaardt of goedkeurt na de in het vijfde lid genoemde neerlegging | aanvaardt of goedkeurt na de in het vijfde lid genoemde neerlegging |
van de tweede akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, | van de tweede akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, |
treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de tweede maand | treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de tweede maand |
volgend op de datum van neerlegging van zijn akte van bekrachtiging, | volgend op de datum van neerlegging van zijn akte van bekrachtiging, |
aanvaarding of goedkeuring. | aanvaarding of goedkeuring. |
7. De depositaris stelt de Partijen op de hoogte van de datum van | 7. De depositaris stelt de Partijen op de hoogte van de datum van |
inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens het bepaalde in de leden 5 | inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens het bepaalde in de leden 5 |
en 6. | en 6. |
Artikel 27 | Artikel 27 |
Toetreding | Toetreding |
Het staat de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het | Het staat de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het |
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vrij om na | Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vrij om na |
de inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens artikel 26, vijfde lid, | de inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens artikel 26, vijfde lid, |
voor het grondgebied van deze Staten in Europa tot dit Verdrag toe te | voor het grondgebied van deze Staten in Europa tot dit Verdrag toe te |
treden door de neerlegging van een akte van toetreding bij de | treden door de neerlegging van een akte van toetreding bij de |
depositaris. Voor een toetredende Staat treedt het Verdrag in werking | depositaris. Voor een toetredende Staat treedt het Verdrag in werking |
op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van | op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van |
neerlegging van de akte van toetreding. De depositaris stelt de | neerlegging van de akte van toetreding. De depositaris stelt de |
Partijen op de hoogte van de neerlegging van de akte van toetreding en | Partijen op de hoogte van de neerlegging van de akte van toetreding en |
van de datum van inwerkingtreding van het Verdrag voor de toetredende | van de datum van inwerkingtreding van het Verdrag voor de toetredende |
Staat. | Staat. |
Artikel 28 | Artikel 28 |
Opzegging | Opzegging |
1. Elke Partij kan dit Verdrag te allen tijde overeenkomstig haar | 1. Elke Partij kan dit Verdrag te allen tijde overeenkomstig haar |
grondwettelijke bepalingen opzeggen door een daartoe strekkende | grondwettelijke bepalingen opzeggen door een daartoe strekkende |
kennisgeving te richten tot de depositaris, die daarvan onmiddellijk | kennisgeving te richten tot de depositaris, die daarvan onmiddellijk |
mededeling doet aan de andere Partijen. | mededeling doet aan de andere Partijen. |
2. De Partijen komen overeen welke de rechtsgevolgen van een opzegging | 2. De Partijen komen overeen welke de rechtsgevolgen van een opzegging |
overeenkomstig het eerste lid zijn en welke gevolgen aan hun | overeenkomstig het eerste lid zijn en welke gevolgen aan hun |
samenwerking worden gegeven ingevolge een dergelijke opzegging. Zij | samenwerking worden gegeven ingevolge een dergelijke opzegging. Zij |
stellen de depositaris hiervan in kennis. | stellen de depositaris hiervan in kennis. |
3. Ingevolge de opzegging door een Partij overeenkomstig het eerste | 3. Ingevolge de opzegging door een Partij overeenkomstig het eerste |
lid, is dit Verdrag niet meer van toepassing op de betrokken Partij | lid, is dit Verdrag niet meer van toepassing op de betrokken Partij |
met ingang van de datum en onder de voorwaarden overeengekomen door de | met ingang van de datum en onder de voorwaarden overeengekomen door de |
Partijen in toepassing van het tweede lid of, bij gebreke van | Partijen in toepassing van het tweede lid of, bij gebreke van |
overeenstemming, na verloop van zes maanden na de in het eerste lid | overeenstemming, na verloop van zes maanden na de in het eerste lid |
bedoelde kennisgeving, tenzij alle Partijen overeenkomen deze termijn | bedoelde kennisgeving, tenzij alle Partijen overeenkomen deze termijn |
te verlengen. | te verlengen. |
Artikel 29 | Artikel 29 |
Overgangsbepaling | Overgangsbepaling |
1. Dit Verdrag is van toepassing op samenwerkingsvormen, die zijn | 1. Dit Verdrag is van toepassing op samenwerkingsvormen, die zijn |
opgericht op basis van de Benelux-Overeenkomst inzake | opgericht op basis van de Benelux-Overeenkomst inzake |
grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale | grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale |
samenwerkingsverbanden of autoriteiten, ondertekend te Brussel op 12 | samenwerkingsverbanden of autoriteiten, ondertekend te Brussel op 12 |
september 1986 (de Benelux-Overeenkomst). | september 1986 (de Benelux-Overeenkomst). |
2. De Grensoverschrijdende Openbare Lichamen die zijn opgericht op | 2. De Grensoverschrijdende Openbare Lichamen die zijn opgericht op |
basis van de Benelux-Overeenkomst worden beschouwd als Benelux | basis van de Benelux-Overeenkomst worden beschouwd als Benelux |
Groeperingen voor Territoriale Samenwerking. | Groeperingen voor Territoriale Samenwerking. |
3. De bepalingen in de bestaande statuten van een Grensoverschrijdend | 3. De bepalingen in de bestaande statuten van een Grensoverschrijdend |
Openbaar Lichaam die strijdig zijn met de bepalingen van dit Verdrag, | Openbaar Lichaam die strijdig zijn met de bepalingen van dit Verdrag, |
vervallen van rechtswege. | vervallen van rechtswege. |
4. Het Secretariaat-generaal van de Benelux Unie draagt zorg voor de | 4. Het Secretariaat-generaal van de Benelux Unie draagt zorg voor de |
kosteloze bekendmaking van de statuten van de in het tweede lid | kosteloze bekendmaking van de statuten van de in het tweede lid |
bedoelde Grensoverschrijdende Openbare Lichamen in het Benelux | bedoelde Grensoverschrijdende Openbare Lichamen in het Benelux |
Publicatieblad. | Publicatieblad. |
Artikel 30 | Artikel 30 |
Opheffingsbepaling | Opheffingsbepaling |
1. De Benelux-Overeenkomst wordt voor de betrokken Partijen beëindigd | 1. De Benelux-Overeenkomst wordt voor de betrokken Partijen beëindigd |
met ingang van de datum waarop dit Verdrag voor hen in werking is | met ingang van de datum waarop dit Verdrag voor hen in werking is |
getreden krachtens artikel 26, vijfde of zesde lid, met dien verstande | getreden krachtens artikel 26, vijfde of zesde lid, met dien verstande |
dat de Benelux-Overeenkomst van kracht blijft in de onderlinge | dat de Benelux-Overeenkomst van kracht blijft in de onderlinge |
verhoudingen tussen enerzijds de betrokken Partijen waarvoor dit | verhoudingen tussen enerzijds de betrokken Partijen waarvoor dit |
Verdrag in werking is getreden en anderzijds de betrokken Partij | Verdrag in werking is getreden en anderzijds de betrokken Partij |
waarvoor het nog niet in werking is getreden, tot op het moment dat | waarvoor het nog niet in werking is getreden, tot op het moment dat |
dit Verdrag ook voor de laatstgenoemde betrokken Partij in werking is | dit Verdrag ook voor de laatstgenoemde betrokken Partij in werking is |
getreden. | getreden. |
2. Het Protocol, ondertekend te Brussel op 22 september 1998, tot | 2. Het Protocol, ondertekend te Brussel op 22 september 1998, tot |
aanvulling van de Benelux-Overeenkomst wordt ingetrokken. | aanvulling van de Benelux-Overeenkomst wordt ingetrokken. |
Ten blijke waarvan, de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, | Ten blijke waarvan, de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, |
dit Verdrag hebben ondertekend. | dit Verdrag hebben ondertekend. |
Gedaan te `s-Gravenhage, op 20 februari 2014, in drievoud, in de | Gedaan te `s-Gravenhage, op 20 februari 2014, in drievoud, in de |
Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk | Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk |
authentiek. | authentiek. |
LIJST DER GEBONDEN STATEN | LIJST DER GEBONDEN STATEN |
STATEN | STATEN |
DATUM | DATUM |
ONDERTEKENING | ONDERTEKENING |
TYPE | TYPE |
INSTEMMING | INSTEMMING |
DATUM | DATUM |
INSTEMMING | INSTEMMING |
DATUM | DATUM |
INWERKINGSTREDING | INWERKINGSTREDING |
BELGIE | BELGIE |
20/02/2014 | 20/02/2014 |
BEKRACHTIGING | BEKRACHTIGING |
27/04/2017 | 27/04/2017 |
01/05/2018 | 01/05/2018 |
LUXEMBURG | LUXEMBURG |
20/02/2014 | 20/02/2014 |
BEKRACHTIGING | BEKRACHTIGING |
09/03/2018 | 09/03/2018 |
01/05/2018 | 01/05/2018 |
NEDERLAND | NEDERLAND |
20/02/2014 | 20/02/2014 |
BEKRACHTIGING | BEKRACHTIGING |
Dit Verdrag is nog niet in werking getreden. | Dit Verdrag is nog niet in werking getreden. |