Decreet betreffende het instellen, bevorderen en versterken van samenwerkingsverbanden tussen Cultuur en Onderwijs | Decreet betreffende het instellen, bevorderen en versterken van samenwerkingsverbanden tussen Cultuur en Onderwijs |
---|---|
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP |
24 MAART 2006. - Decreet betreffende het instellen, bevorderen en | 24 MAART 2006. - Decreet betreffende het instellen, bevorderen en |
versterken van samenwerkingsverbanden tussen Cultuur en Onderwijs | versterken van samenwerkingsverbanden tussen Cultuur en Onderwijs |
Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, | Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, |
Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : | Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : |
TITEL I. - Definities | TITEL I. - Definities |
Artikel 1.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder : |
Artikel 1.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder : |
1° « Scholen » : de onderwijsinrichtingen die gewoon of | 1° « Scholen » : de onderwijsinrichtingen die gewoon of |
gespecialiseerd kleuter-, lager of basisonderwijs, gewoon secundair | gespecialiseerd kleuter-, lager of basisonderwijs, gewoon secundair |
onderwijs met volledig leerplan of gespecialiseerd secundair onderwijs | onderwijs met volledig leerplan of gespecialiseerd secundair onderwijs |
organiseren, dat door de Franse Gemeenschap wordt georganiseerd of | organiseren, dat door de Franse Gemeenschap wordt georganiseerd of |
gesubsidieerd; | gesubsidieerd; |
2° « Culturele operator » : voorzover ze voorafgaandelijk erkend | 2° « Culturele operator » : voorzover ze voorafgaandelijk erkend |
werden door de Minister van Cultuur, elke rechtspersoon, met | werden door de Minister van Cultuur, elke rechtspersoon, met |
uitzondering van commerciële ondernemingen, die erkend of | uitzondering van commerciële ondernemingen, die erkend of |
gesubsidieerd wordt door de Franse Gemeenschap, waarvan het | gesubsidieerd wordt door de Franse Gemeenschap, waarvan het |
maatschappelijk doel of de activiteit onder de culturele en artistieke | maatschappelijk doel of de activiteit onder de culturele en artistieke |
sectoren ressorteert die onder de bevoegdheden van de diensten van de | sectoren ressorteert die onder de bevoegdheden van de diensten van de |
Regering van de Franse Gemeenschap vallen; elke natuurlijke persoon | Regering van de Franse Gemeenschap vallen; elke natuurlijke persoon |
die een artistieke en pedagogische beroepservaring kan bewijzen alsook | die een artistieke en pedagogische beroepservaring kan bewijzen alsook |
de culturele en artistieke diensten van de Regering van de Franse | de culturele en artistieke diensten van de Regering van de Franse |
Gemeenschap; | Gemeenschap; |
3° « Partneronderwijsinrichtingen » : de inrichtingen bedoeld in | 3° « Partneronderwijsinrichtingen » : de inrichtingen bedoeld in |
artikel 1, 3° van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van | artikel 1, 3° van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van |
het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door | het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door |
de Franse Gemeenschap; | de Franse Gemeenschap; |
4° « Artistieke en culturele gebieden » : de podiumkunsten, de | 4° « Artistieke en culturele gebieden » : de podiumkunsten, de |
letteren, de visuele kunsten, de bouwkunst, het cultureel erfgoed, de | letteren, de visuele kunsten, de bouwkunst, het cultureel erfgoed, de |
audiovisuele sector, de films, de digitale kunsten, de multimedia en | audiovisuele sector, de films, de digitale kunsten, de multimedia en |
de praktijken die onder de permanente opvoeding ressorteren; | de praktijken die onder de permanente opvoeding ressorteren; |
5° « Overlegraad » : het orgaan bedoeld in hoofdstuk 1 van Titel IV; | 5° « Overlegraad » : het orgaan bedoeld in hoofdstuk 1 van Titel IV; |
6° « Cel Cultuur-Onderwijs » : het orgaan bedoeld in hoofdstuk 2 van | 6° « Cel Cultuur-Onderwijs » : het orgaan bedoeld in hoofdstuk 2 van |
Titel IV; | Titel IV; |
7° « Selectie- en evaluatiecommissie » : het orgaan bedoeld in | 7° « Selectie- en evaluatiecommissie » : het orgaan bedoeld in |
hoofdstuk 3 van Titel IV. | hoofdstuk 3 van Titel IV. |
Art. 2.Voor de leesbaarheid van de tekst geldt het gebruik in dit |
Art. 2.Voor de leesbaarheid van de tekst geldt het gebruik in dit |
decreet van mannelijke namen voor de verschillende titels en ambten | decreet van mannelijke namen voor de verschillende titels en ambten |
voor beide geslachten, niettegenstaande de bepalingen van het decreet | voor beide geslachten, niettegenstaande de bepalingen van het decreet |
van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van | van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van |
beroep. | beroep. |
TITEL II. - Doelstellingen en algemene bepalingen | TITEL II. - Doelstellingen en algemene bepalingen |
Art. 3.De samenwerkingsverbanden bepaald in dit decreet hebben tot |
Art. 3.De samenwerkingsverbanden bepaald in dit decreet hebben tot |
doel : | doel : |
- de leerlingen van de scholen toegang te verlenen tijdens hun | - de leerlingen van de scholen toegang te verlenen tijdens hun |
schooljaren tot cultuur en tot de verschillende vormen van artistieke | schooljaren tot cultuur en tot de verschillende vormen van artistieke |
creatie en kunstuitdrukking; | creatie en kunstuitdrukking; |
- de emancipatie van de leerlingen te bevorderen waarbij deze middelen | - de emancipatie van de leerlingen te bevorderen waarbij deze middelen |
krijgen om toegang te hebben tot de verschillende talen van creatie | krijgen om toegang te hebben tot de verschillende talen van creatie |
zodat ze hun creativiteit en verbeeldingskracht kunnen ontwikkelen | zodat ze hun creativiteit en verbeeldingskracht kunnen ontwikkelen |
door hun gevoeligheid te doen ontluiken; | door hun gevoeligheid te doen ontluiken; |
- tussen de scholen en de culturele operatoren of | - tussen de scholen en de culturele operatoren of |
partneronderwijsinrichtingen, de samenwerkingen te versterken met het | partneronderwijsinrichtingen, de samenwerkingen te versterken met het |
oog op de initiatie van leerlingen tot culturele en artistieke | oog op de initiatie van leerlingen tot culturele en artistieke |
activiteiten en op de actieve praktijk van deze activiteiten; | activiteiten en op de actieve praktijk van deze activiteiten; |
- de bestaande initiatieven te versterken en te herwaarderen die door | - de bestaande initiatieven te versterken en te herwaarderen die door |
de Franse Gemeenschap worden ontwikkeld zodat de scholen en de | de Franse Gemeenschap worden ontwikkeld zodat de scholen en de |
culturele operatoren of de partneronderwijsinrichtingen gezamenlijke | culturele operatoren of de partneronderwijsinrichtingen gezamenlijke |
activiteiten kunnen instellen; | activiteiten kunnen instellen; |
- de terbeschikkingstelling van informatie en pegagogische | - de terbeschikkingstelling van informatie en pegagogische |
hulpmiddelen voor leerkrachten te organiseren waarbij ze met hun | hulpmiddelen voor leerkrachten te organiseren waarbij ze met hun |
leerlingen culturele en artistieke activiteiten kunnen ontwikkelen. | leerlingen culturele en artistieke activiteiten kunnen ontwikkelen. |
Art. 4.De samenwerkingen bedoeld in dit decreet kunnen onder alle |
Art. 4.De samenwerkingen bedoeld in dit decreet kunnen onder alle |
culturele en artistieke gebieden ressorteren. | culturele en artistieke gebieden ressorteren. |
Art. 5.Wanneer zij een programmaovereenkomst of een overeenkomst |
Art. 5.Wanneer zij een programmaovereenkomst of een overeenkomst |
sluit met een culturele operator, binnen het kader van de | sluit met een culturele operator, binnen het kader van de |
reglementering die van kracht is in de culturele en artistieke | reglementering die van kracht is in de culturele en artistieke |
sectoren van haar diensten, zal de Regering deze culturele operator op | sectoren van haar diensten, zal de Regering deze culturele operator op |
zijn verantwoordelijkheid wijzen in verband met zijn aanpak van het | zijn verantwoordelijkheid wijzen in verband met zijn aanpak van het |
schoolpubliek. | schoolpubliek. |
Wanneer zij een contract van culturele samenwerking met verschillende | Wanneer zij een contract van culturele samenwerking met verschillende |
culturele operatoren en een andere openbare overheid sluit, zal de | culturele operatoren en een andere openbare overheid sluit, zal de |
Regering ervoor zorgen dat het partnerschapsproject activiteiten omvat | Regering ervoor zorgen dat het partnerschapsproject activiteiten omvat |
die gericht zijn op de scholen en het schoolpubliek. | die gericht zijn op de scholen en het schoolpubliek. |
TITEL III. - Verschillende acties die tot doel hebben de samenwerking | TITEL III. - Verschillende acties die tot doel hebben de samenwerking |
in te stellen en te versterken tussen cultuur en onderwijs | in te stellen en te versterken tussen cultuur en onderwijs |
HOOFDSTUK I. - Overlegd actieprogramma voor een samenwerkingsbeleid | HOOFDSTUK I. - Overlegd actieprogramma voor een samenwerkingsbeleid |
tussen cultuur en onderwijs | tussen cultuur en onderwijs |
Art. 6.Om de drie jaar bepaalt de Regering, op voorstel van de |
Art. 6.Om de drie jaar bepaalt de Regering, op voorstel van de |
Overlegraad, een overlegd actieprogramma voor een samenwerkingsbeleid | Overlegraad, een overlegd actieprogramma voor een samenwerkingsbeleid |
tussen cultuur en onderwijs. | tussen cultuur en onderwijs. |
Dit actieprogramma bestaat namelijk uit : | Dit actieprogramma bestaat namelijk uit : |
- de strategieën aangenomen om de doelstellingen bedoeld in artikel 3 | - de strategieën aangenomen om de doelstellingen bedoeld in artikel 3 |
en de prioritaire hoofdlijnen inzake disciplines en publiek te | en de prioritaire hoofdlijnen inzake disciplines en publiek te |
bereiken; daartoe wordt een bijzondere aandacht besteed aan de scholen | bereiken; daartoe wordt een bijzondere aandacht besteed aan de scholen |
in positieve discriminatie in de zin van het decreet van 30 juni 1998 | in positieve discriminatie in de zin van het decreet van 30 juni 1998 |
dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale | dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale |
emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen | emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen |
voor positieve discriminatie; | voor positieve discriminatie; |
- de acties die gevoerd moeten worden om deze doelstellingen te | - de acties die gevoerd moeten worden om deze doelstellingen te |
bereiken; | bereiken; |
- de indicatoren waarbij geëvalueerd kan worden in zoverre de | - de indicatoren waarbij geëvalueerd kan worden in zoverre de |
doelstellingen zullen bereikt zijn; | doelstellingen zullen bereikt zijn; |
- de co »rdinatieprocessen die tot doel hebben de synergieën tussen de | - de co »rdinatieprocessen die tot doel hebben de synergieën tussen de |
werelden van cultuur en onderwijs te verhogen; | werelden van cultuur en onderwijs te verhogen; |
- de voorstellen betreffende het instellen van geprivilegieerde | - de voorstellen betreffende het instellen van geprivilegieerde |
partnerschappen bedoeld in de artikelen 23 en volgende waarbij ervoor | partnerschappen bedoeld in de artikelen 23 en volgende waarbij ervoor |
wordt gezorgd dat de verschillende artistieke disciplines | wordt gezorgd dat de verschillende artistieke disciplines |
vertegenwoordigd worden; | vertegenwoordigd worden; |
- de voorstellen betreffende de samenwerkingen die passen in het kader | - de voorstellen betreffende de samenwerkingen die passen in het kader |
van de mechanismen die ontwikkeld en ingesteld worden door de Franse | van de mechanismen die ontwikkeld en ingesteld worden door de Franse |
Gemeenschap, bedoeld in artikel 22. | Gemeenschap, bedoeld in artikel 22. |
HOOFDSTUK II. - Labeling | HOOFDSTUK II. - Labeling |
Art. 7.De culturele en artistieke activiteiten die bestemd zijn voor |
Art. 7.De culturele en artistieke activiteiten die bestemd zijn voor |
het schoolpubliek kunnen gelabeld worden wanneer na een onderzoek, de | het schoolpubliek kunnen gelabeld worden wanneer na een onderzoek, de |
Cel Cultuur-Onderwijs vaststelt dat ze aan de vereiste criteria inzake | Cel Cultuur-Onderwijs vaststelt dat ze aan de vereiste criteria inzake |
pedagogie en artistieke kwaliteit voldoen die bepaald worden door de | pedagogie en artistieke kwaliteit voldoen die bepaald worden door de |
Regering, op voorstel van de Overlegraad. | Regering, op voorstel van de Overlegraad. |
De gelabelde culturele en artistieke activiteiten worden alsdudanig in | De gelabelde culturele en artistieke activiteiten worden alsdudanig in |
een computergestuurde databank opgenomen die beheerd wordt door de Cel | een computergestuurde databank opgenomen die beheerd wordt door de Cel |
Cultuur-Onderwijs. | Cultuur-Onderwijs. |
De Cel Cultuur-Onderwijs is ertoe gehouden de bevordering van de | De Cel Cultuur-Onderwijs is ertoe gehouden de bevordering van de |
gelabelde activiteiten in de scholen te organiseren. | gelabelde activiteiten in de scholen te organiseren. |
HOOFDSTUK III. - Lijst van de bestaande initiatieven | HOOFDSTUK III. - Lijst van de bestaande initiatieven |
Art. 8.De Cel Cultuur-Onderwijs stelt een lijst op en houdt ze bij |
Art. 8.De Cel Cultuur-Onderwijs stelt een lijst op en houdt ze bij |
van de initiatieven die ontwikkeld worden door de Franse Gemeenschap | van de initiatieven die ontwikkeld worden door de Franse Gemeenschap |
of gelabeld worden overeenkomstig artikel 7 die tot doel hebben de | of gelabeld worden overeenkomstig artikel 7 die tot doel hebben de |
cultuur en de kunst dichter bij de school te brengen. | cultuur en de kunst dichter bij de school te brengen. |
Ze organiseert elk jaar de bevordering van de bovenvermelde lijst ten | Ze organiseert elk jaar de bevordering van de bovenvermelde lijst ten |
aanzien van de scholen. | aanzien van de scholen. |
HOOFDSTUK IV. - Lijst van de pedagogische hulpmiddelen. | HOOFDSTUK IV. - Lijst van de pedagogische hulpmiddelen. |
Art. 9.De Cel Cultuur-Onderwijs stelt een lijst op van de |
Art. 9.De Cel Cultuur-Onderwijs stelt een lijst op van de |
pedagogische hulpmiddelen die ontwikkeld worden door de culturele | pedagogische hulpmiddelen die ontwikkeld worden door de culturele |
operatoren en de leerkrachten om ze te verspreiden. | operatoren en de leerkrachten om ze te verspreiden. |
Ze moedigt de culturele operatoren aan, in samenwerking met de | Ze moedigt de culturele operatoren aan, in samenwerking met de |
leerkrachten, om zulke pedagogische hulpmiddelen te ontwikkelen en te | leerkrachten, om zulke pedagogische hulpmiddelen te ontwikkelen en te |
gebruiken voor de activiteiten van de school. | gebruiken voor de activiteiten van de school. |
HOOFDSTUK V. - Mediatie cultuur-onderwijs | HOOFDSTUK V. - Mediatie cultuur-onderwijs |
Art. 10.De Cel Cultuur-Onderwijs bevordert de ontmoeting tussen |
Art. 10.De Cel Cultuur-Onderwijs bevordert de ontmoeting tussen |
kunstenaars, culturele operatoren en leerkrachten zodat ze | kunstenaars, culturele operatoren en leerkrachten zodat ze |
partnerschapsverbanden tussen elkaar kunnen leggen en versterken. | partnerschapsverbanden tussen elkaar kunnen leggen en versterken. |
HOODSTUK VI. - Ontmoeting van kunstenaars op school | HOODSTUK VI. - Ontmoeting van kunstenaars op school |
Art. 11.De Cel Cultuur-Onderwijs of andere diensten van de Regering |
Art. 11.De Cel Cultuur-Onderwijs of andere diensten van de Regering |
van de Franse Gemeenschap organiseren, op verzoek van de scholen, | van de Franse Gemeenschap organiseren, op verzoek van de scholen, |
ontmoetingen met de kunstenaars en de leerlingen zodat rechtstreeks | ontmoetingen met de kunstenaars en de leerlingen zodat rechtstreeks |
contact gelegd kan worden met diegene die kunstwerken maken of die aan | contact gelegd kan worden met diegene die kunstwerken maken of die aan |
het ontstaan van kunststromingen meewerken. | het ontstaan van kunststromingen meewerken. |
HOOFDSTUK VII. - Verschillende samenwerkingen tussen cultuur en | HOOFDSTUK VII. - Verschillende samenwerkingen tussen cultuur en |
onderwijs die voor een financiering in aanmerking komen | onderwijs die voor een financiering in aanmerking komen |
Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen | Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen |
Art. 12.§ 1. De samenwerkingen tussen de scholen en de culturele |
Art. 12.§ 1. De samenwerkingen tussen de scholen en de culturele |
operatoren die voor een financiering in aanmerking komen, mogen van 4 | operatoren die voor een financiering in aanmerking komen, mogen van 4 |
soorten zijn : | soorten zijn : |
- duurzaam zoals bedoeld in afdeling 2; | - duurzaam zoals bedoeld in afdeling 2; |
- punctueel zoals bedoeld in afdeling 3; | - punctueel zoals bedoeld in afdeling 3; |
- die in het kader passen van de mechanismen ontwikkeld en ingeleid | - die in het kader passen van de mechanismen ontwikkeld en ingeleid |
door de Franse Gemeenschap zoals bedoeld in afdeling 4; | door de Franse Gemeenschap zoals bedoeld in afdeling 4; |
- die op geprivilegieerde partnerschappen gebaseerd zijn zoals bedoeld | - die op geprivilegieerde partnerschappen gebaseerd zijn zoals bedoeld |
in afdeling 5. | in afdeling 5. |
§ 2. De samenwerkingen tussen de scholen en de | § 2. De samenwerkingen tussen de scholen en de |
partneronderwijsinrichtingen die voor een financiering in aanmerking | partneronderwijsinrichtingen die voor een financiering in aanmerking |
komen, mogen duurzaam zijn zoals bedoeld in afdeling 2. | komen, mogen duurzaam zijn zoals bedoeld in afdeling 2. |
§ 3. De financieringen die toegekend worden aan de samenwerkingen | § 3. De financieringen die toegekend worden aan de samenwerkingen |
bedoeld in het vorige hoofdstuk, zijn subsidies om alles of een | bedoeld in het vorige hoofdstuk, zijn subsidies om alles of een |
gedeelte van de uitgaven te dekken die nodig zijn voor het opstellen | gedeelte van de uitgaven te dekken die nodig zijn voor het opstellen |
van projecten, met inbegrip van de bezoldigingen en andere kosten van | van projecten, met inbegrip van de bezoldigingen en andere kosten van |
hetzelfde type. | hetzelfde type. |
§ 4. De financiële middelen die toegekend worden aan de samenwerkingen | § 4. De financiële middelen die toegekend worden aan de samenwerkingen |
bedoeld in dit hoofdstuk, worden toegekend binnen de perken van de | bedoeld in dit hoofdstuk, worden toegekend binnen de perken van de |
beschikbare kredieten. | beschikbare kredieten. |
Afdeling II. - Duurzame samenwerking | Afdeling II. - Duurzame samenwerking |
Art. 13.Onder duurzame samenwerking wordt verstaan elke culturele of |
Art. 13.Onder duurzame samenwerking wordt verstaan elke culturele of |
artistieke activiteit die beantwoordt aan een oproep voor projecten, | artistieke activiteit die beantwoordt aan een oproep voor projecten, |
georganiseerd gedurende een schooljaar, die hoofdzakelijk | georganiseerd gedurende een schooljaar, die hoofdzakelijk |
georganiseerd wordt tijdens de schoolperiode op basis van een | georganiseerd wordt tijdens de schoolperiode op basis van een |
partnerschapsovereenkomst gesloten ofwel tussen de school en een | partnerschapsovereenkomst gesloten ofwel tussen de school en een |
culturele operator, ofwel tussen de school en de | culturele operator, ofwel tussen de school en de |
partneronderwijsinrichting. | partneronderwijsinrichting. |
Art. 14.De Regering deelt elk jaar één (de) oproep(en) voor |
Art. 14.De Regering deelt elk jaar één (de) oproep(en) voor |
project(en) mee dat (die) overeenstemt (men) met artikel 3 en dat | project(en) mee dat (die) overeenstemt (men) met artikel 3 en dat |
(die) past (ssen) in het kader van het overlegd actieprogramma bedoeld | (die) past (ssen) in het kader van het overlegd actieprogramma bedoeld |
in artikel 6, dat (die) de scholen, de culturele operatoren en de | in artikel 6, dat (die) de scholen, de culturele operatoren en de |
partneronderwijsinrichtingen uitnodigt (en) om samen overleg te plegen | partneronderwijsinrichtingen uitnodigt (en) om samen overleg te plegen |
om één of meer projecten voor duurzame samenwerking in te dienen. | om één of meer projecten voor duurzame samenwerking in te dienen. |
Art. 15.Het project voor duurzame samenwerking wordt door de school, |
Art. 15.Het project voor duurzame samenwerking wordt door de school, |
de culturele operator of de partneronderwijsinrichting ingediend. | de culturele operator of de partneronderwijsinrichting ingediend. |
Het aantal projecten dat een school mag indienen, is niet beperkt | Het aantal projecten dat een school mag indienen, is niet beperkt |
voorzover deze projecten tot verschillende groepen leerlingen gericht | voorzover deze projecten tot verschillende groepen leerlingen gericht |
zijn. | zijn. |
Het aantal projecten dat een culturele operator of een | Het aantal projecten dat een culturele operator of een |
partneronderwijsinrichting mag indienen, is niet beperkt. | partneronderwijsinrichting mag indienen, is niet beperkt. |
Art. 16.§ 1. Om ontvankelijk te zijn, moet het project voor duurzame |
Art. 16.§ 1. Om ontvankelijk te zijn, moet het project voor duurzame |
samenwerking : | samenwerking : |
1° uiterlijk op de vervaldag vastgesteld in de oproep voor projecten | 1° uiterlijk op de vervaldag vastgesteld in de oproep voor projecten |
gestuurd worden aan de Cel Cultuur-Onderwijs; | gestuurd worden aan de Cel Cultuur-Onderwijs; |
2° ten minste de volgende elementen omvatten : | 2° ten minste de volgende elementen omvatten : |
- de nauwkeurige beschrijving van het project waarvoor een | - de nauwkeurige beschrijving van het project waarvoor een |
financiering wordt aangevraagd; | financiering wordt aangevraagd; |
- de gedetailleerde budgettaire vooruitzichten met betrekking tot het | - de gedetailleerde budgettaire vooruitzichten met betrekking tot het |
samenwerkingsproject; | samenwerkingsproject; |
- het volume van de voorziene activiteiten waarvan minstens één buiten | - het volume van de voorziene activiteiten waarvan minstens één buiten |
de school georganiseerd wordt; | de school georganiseerd wordt; |
- de beschrijving van het beoogde publiek; | - de beschrijving van het beoogde publiek; |
- de partnerschapsovereenkomst bedoeld in 3°. | - de partnerschapsovereenkomst bedoeld in 3°. |
3° de onderlinge verbintenis omvatten van de school, de culturele | 3° de onderlinge verbintenis omvatten van de school, de culturele |
operator en/of de partnerinrichting, voor de organisatie van de | operator en/of de partnerinrichting, voor de organisatie van de |
activiteiten te zorgen overeenkomstig een partnerschapsovereenkomst | activiteiten te zorgen overeenkomstig een partnerschapsovereenkomst |
gesloten tussen de betrokken partijen en met vermelding van de | gesloten tussen de betrokken partijen en met vermelding van de |
ontvanger van de financiering. Het model van deze | ontvanger van de financiering. Het model van deze |
partnerschapsovereenkomst wordt door de Regering vastgesteld; | partnerschapsovereenkomst wordt door de Regering vastgesteld; |
4° goedgekeurd worden door het inrichtingshoofd wat betreft het | 4° goedgekeurd worden door het inrichtingshoofd wat betreft het |
onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap; door de | onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap; door de |
inrichtende macht voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse | inrichtende macht voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse |
Gemeenschap. | Gemeenschap. |
§ 2. De Regering bepaalt, op voorstel van de Overlegraad, het model | § 2. De Regering bepaalt, op voorstel van de Overlegraad, het model |
van beschrijving van het project en het model van de budgettaire | van beschrijving van het project en het model van de budgettaire |
vooruitzichten bedoeld in § 1, 2°. | vooruitzichten bedoeld in § 1, 2°. |
Art. 17.§ 1. Onverminderd het overlegd actieprogramma bedoeld in |
Art. 17.§ 1. Onverminderd het overlegd actieprogramma bedoeld in |
artikel 6, legt de Selectie- en evaluatiecommissie de Regering de | artikel 6, legt de Selectie- en evaluatiecommissie de Regering de |
projecten voor duurzame samenwerkingen voor die ze geselecteerd heeft | projecten voor duurzame samenwerkingen voor die ze geselecteerd heeft |
in functie van de volgende criteria : | in functie van de volgende criteria : |
1° de betrokkenheid van de deelnemers, in het bijzonder de graad van | 1° de betrokkenheid van de deelnemers, in het bijzonder de graad van |
betrokkenheid van de leerlingen en de leerkrachten in het project; | betrokkenheid van de leerlingen en de leerkrachten in het project; |
2° de actieve deelneming van de leerlingen in de activiteiten | 2° de actieve deelneming van de leerlingen in de activiteiten |
ontwikkeld in het project; | ontwikkeld in het project; |
3° de graad van voorbereiding van het project, de kwaliteit van zijn | 3° de graad van voorbereiding van het project, de kwaliteit van zijn |
doelstellingen en de gebruikte methodes; | doelstellingen en de gebruikte methodes; |
4° de coherentie van het project met de gemeenschappelijke | 4° de coherentie van het project met de gemeenschappelijke |
referentiesystemen inzake het onderwijs; | referentiesystemen inzake het onderwijs; |
5° de bijdrage van het project voor de leerlingen op het gebied van | 5° de bijdrage van het project voor de leerlingen op het gebied van |
ten minste één van de volgende doelstellingen : | ten minste één van de volgende doelstellingen : |
- de ontwikkeling van het analytische vermogen en de kritische geest | - de ontwikkeling van het analytische vermogen en de kritische geest |
van de leerlingen en hun initiatie tot een verantwoordelijke houding; | van de leerlingen en hun initiatie tot een verantwoordelijke houding; |
- de strijd tegen de vormen van socioculturele uitsluiting door de | - de strijd tegen de vormen van socioculturele uitsluiting door de |
sensibilisering voor de verscheidenheid van de vormen van cultuur, | sensibilisering voor de verscheidenheid van de vormen van cultuur, |
uitdrukking en creativiteit; | uitdrukking en creativiteit; |
- de ontwikkeling van de aantrekkingskracht bij de leerlingen van de | - de ontwikkeling van de aantrekkingskracht bij de leerlingen van de |
culturele productie- en verspreidingsplaatsen en het rechtstreeks | culturele productie- en verspreidingsplaatsen en het rechtstreeks |
contact met de kunstwerken door het aanleren van de culturele en | contact met de kunstwerken door het aanleren van de culturele en |
artistieke uitdrukkingsmiddelen; | artistieke uitdrukkingsmiddelen; |
- de versterking van de banden tussen de scholen en de rechtstreekse | - de versterking van de banden tussen de scholen en de rechtstreekse |
omgeving door de ontwikkeling van culturele en artistieke activiteiten | omgeving door de ontwikkeling van culturele en artistieke activiteiten |
die aanleiding geven tot een blik van de leerlingen op hun buurten, | die aanleiding geven tot een blik van de leerlingen op hun buurten, |
levensplaatsen, de geschiedenis van deze en het geheugen van de | levensplaatsen, de geschiedenis van deze en het geheugen van de |
bevolkingsgroepen die erin leven. | bevolkingsgroepen die erin leven. |
6° de voortzetten van het project nadat de activiteit volbracht is. | 6° de voortzetten van het project nadat de activiteit volbracht is. |
§ 2. Ter aanvulling van de criteria opgesomd in § 1 kan de Regering de | § 2. Ter aanvulling van de criteria opgesomd in § 1 kan de Regering de |
criteria bepalen met betrekking tot de prioriteiten die ze formuleert | criteria bepalen met betrekking tot de prioriteiten die ze formuleert |
in het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6. | in het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6. |
Afdeling III. - Punctuele samenwerking | Afdeling III. - Punctuele samenwerking |
Art. 18.Onder punctuele samenwerking wordt verstaan, elke culturele |
Art. 18.Onder punctuele samenwerking wordt verstaan, elke culturele |
en artistieke activiteit ingeleid tussen een culturele operator en een | en artistieke activiteit ingeleid tussen een culturele operator en een |
school die niet beantwoordt aan een oproep voor projecten en die | school die niet beantwoordt aan een oproep voor projecten en die |
tijdens of buiten de schooltijd kan gebeuren en die aanleiding geeft | tijdens of buiten de schooltijd kan gebeuren en die aanleiding geeft |
tot het sluiten van een partnerschapsovereenkomst. | tot het sluiten van een partnerschapsovereenkomst. |
Art. 19.Het punctuele samenwerkingsproject wordt door de culturele |
Art. 19.Het punctuele samenwerkingsproject wordt door de culturele |
operator of de school ingediend. | operator of de school ingediend. |
Het aantal projecten dat een school mag indienen, is niet beperkt voor | Het aantal projecten dat een school mag indienen, is niet beperkt voor |
zover deze projecten tot verschillende groepen leerlingen gericht | zover deze projecten tot verschillende groepen leerlingen gericht |
zijn. | zijn. |
Het aantal projecten dat een culturele operator mag indienen, is niet | Het aantal projecten dat een culturele operator mag indienen, is niet |
beperkt. | beperkt. |
Art. 20.§ 1. Om ontvankelijk te zijn, moet het project voor punctuele |
Art. 20.§ 1. Om ontvankelijk te zijn, moet het project voor punctuele |
samenwerking : | samenwerking : |
1° uiterlijk vóór 15 november gestuurd worden aan de Cel | 1° uiterlijk vóór 15 november gestuurd worden aan de Cel |
Cultuur-Onderwijs voor wat betreft de projecten waarvan de activiteit | Cultuur-Onderwijs voor wat betreft de projecten waarvan de activiteit |
tussen de hervatting van de lessen na de wintervakantie en 30 juni | tussen de hervatting van de lessen na de wintervakantie en 30 juni |
moet plaatsvinden; en vóór 30 april voor wat betreft de projecten | moet plaatsvinden; en vóór 30 april voor wat betreft de projecten |
waarvan de activiteit tussen 1 september en 31 december van het | waarvan de activiteit tussen 1 september en 31 december van het |
volgende schooljaar moet plaatsvinden; | volgende schooljaar moet plaatsvinden; |
2° ten minste de volgende elementen omvatten : | 2° ten minste de volgende elementen omvatten : |
- de nauwkeurige beschrijving van het project waarvoor een | - de nauwkeurige beschrijving van het project waarvoor een |
financiering wordt aangevraagd; | financiering wordt aangevraagd; |
- de gedetailleerde budgettaire vooruitzichten met betrekking tot het | - de gedetailleerde budgettaire vooruitzichten met betrekking tot het |
samenwerkingsproject; | samenwerkingsproject; |
- de beschrijving van het beoogde publiek; | - de beschrijving van het beoogde publiek; |
- de partnerschapsovereenkomst bedoeld in 3°; | - de partnerschapsovereenkomst bedoeld in 3°; |
3° de onderlinge verbintenis omvatten van de school, de culturele | 3° de onderlinge verbintenis omvatten van de school, de culturele |
operator en/of de partnerinrichting, voor de organisatie van de | operator en/of de partnerinrichting, voor de organisatie van de |
activiteiten te zorgen overeenkomstig een partnerschapsovereenkomst | activiteiten te zorgen overeenkomstig een partnerschapsovereenkomst |
gesloten tussen de betrokken partijen en met vermelding van de naam | gesloten tussen de betrokken partijen en met vermelding van de naam |
van de persoon die de financiering geniet. Het model van deze | van de persoon die de financiering geniet. Het model van deze |
partnerschapsovereenkomst wordt door de Regering vastgesteld; | partnerschapsovereenkomst wordt door de Regering vastgesteld; |
4° goedgekeurd worden door het inrichtingshoofd wat betreft het | 4° goedgekeurd worden door het inrichtingshoofd wat betreft het |
onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap; door de | onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap; door de |
inrichtende macht voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse | inrichtende macht voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse |
Gemeenschap. | Gemeenschap. |
§ 2. De Regering bepaalt, op voorstel van de Overlegraad, het model | § 2. De Regering bepaalt, op voorstel van de Overlegraad, het model |
van beschrijving van het project en het model van de budgettaire | van beschrijving van het project en het model van de budgettaire |
vooruitzichten bedoeld in § 1, 2°. | vooruitzichten bedoeld in § 1, 2°. |
Art. 21.§ 1. Onverminderd het overlegd actieprogramma bedoeld in |
Art. 21.§ 1. Onverminderd het overlegd actieprogramma bedoeld in |
artikel 6, legt de Selectie- en evaluatiecommissie de Regering de | artikel 6, legt de Selectie- en evaluatiecommissie de Regering de |
ontvankelijke projecten voor punctuele samenwerkingen voor die ze | ontvankelijke projecten voor punctuele samenwerkingen voor die ze |
geselecteerd heeft in functie van de volgende criteria : | geselecteerd heeft in functie van de volgende criteria : |
1° de graad van voorbereiding van het project, de kwaliteit van zijn | 1° de graad van voorbereiding van het project, de kwaliteit van zijn |
doelstellingen en de gebruikte methodes; | doelstellingen en de gebruikte methodes; |
2° de coherentie van het project met de gemeenschappelijke | 2° de coherentie van het project met de gemeenschappelijke |
referentiesystemen inzake het onderwijs; | referentiesystemen inzake het onderwijs; |
3° de bijdrage van het project voor de leerlingen op het gebied van | 3° de bijdrage van het project voor de leerlingen op het gebied van |
ten minste één van de volgende doelstellingen : | ten minste één van de volgende doelstellingen : |
- de ontwikkeling van het analytische vermogen en van de kritische | - de ontwikkeling van het analytische vermogen en van de kritische |
geest van de leerlingen en hun initiatie tot een verantwoordelijke | geest van de leerlingen en hun initiatie tot een verantwoordelijke |
houding; | houding; |
- de strijd tegen de vormen van sociaal-culturele uitsluiting door de | - de strijd tegen de vormen van sociaal-culturele uitsluiting door de |
sensibilisering voor de verscheidenheid van de vormen van cultuur, | sensibilisering voor de verscheidenheid van de vormen van cultuur, |
uitdrukking en creativiteit; | uitdrukking en creativiteit; |
- de ontwikkeling van de aantrekkingskracht bij de leerlingen van de | - de ontwikkeling van de aantrekkingskracht bij de leerlingen van de |
culturele productie- en verspreidingsplaatsen en het rechtstreeks | culturele productie- en verspreidingsplaatsen en het rechtstreeks |
contact met de kunstwerken door het aanleren van de culturele en | contact met de kunstwerken door het aanleren van de culturele en |
artistieke uitdrukkingsmiddelen; | artistieke uitdrukkingsmiddelen; |
- de versterking van de banden tussen de scholen en de rechtstreekse | - de versterking van de banden tussen de scholen en de rechtstreekse |
omgeving door de ontwikkeling van culturele en artistieke activiteiten | omgeving door de ontwikkeling van culturele en artistieke activiteiten |
zodat de leerlingen een blik hebben op hun buurten, levensplaatsen, de | zodat de leerlingen een blik hebben op hun buurten, levensplaatsen, de |
geschiedenis van deze en het geheugen van de volkeren die erin leven. | geschiedenis van deze en het geheugen van de volkeren die erin leven. |
4° het voortzetten van het project nadat de activiteit volbracht is. | 4° het voortzetten van het project nadat de activiteit volbracht is. |
§ 2. Ter aanvulling van de criteria opgesomd in § 1 kan de Regering de | § 2. Ter aanvulling van de criteria opgesomd in § 1 kan de Regering de |
criteria bepalen met betrekking tot de prioriteiten die ze formuleert | criteria bepalen met betrekking tot de prioriteiten die ze formuleert |
in het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6. | in het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6. |
Afdeling IV. - Samenwerkingen die passen in het kader van de | Afdeling IV. - Samenwerkingen die passen in het kader van de |
mechanismen die ontwikkeld en ingesteld worden door de Franse | mechanismen die ontwikkeld en ingesteld worden door de Franse |
Gemeenschap | Gemeenschap |
Art. 22.Wanneer een samenwerkingsproject in het kader past van de |
Art. 22.Wanneer een samenwerkingsproject in het kader past van de |
mechanismen ontwikkeld en uitgevoerd door de Franse Gemeenschap, dat | mechanismen ontwikkeld en uitgevoerd door de Franse Gemeenschap, dat |
opgenomen wordt in het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6, | opgenomen wordt in het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6, |
wordt het geacht aan de doelstellingen bedoeld in artikel 3 te | wordt het geacht aan de doelstellingen bedoeld in artikel 3 te |
beantwoorden en kan in aanmerking komen voor een financiering. | beantwoorden en kan in aanmerking komen voor een financiering. |
AFDELING V. - Geprivilegieerde partnerschappen | AFDELING V. - Geprivilegieerde partnerschappen |
Art. 23.Op voorstel van de Overlegraad kan de Regering |
Art. 23.Op voorstel van de Overlegraad kan de Regering |
geprivilegieerde partnerschappen sluiten met sommige culturele | geprivilegieerde partnerschappen sluiten met sommige culturele |
operatoren die het bewijs leveren van een pedagogische ervaring en een | operatoren die het bewijs leveren van een pedagogische ervaring en een |
pedagogische beroemdheid en waarvan de actie die tot het geheel van | pedagogische beroemdheid en waarvan de actie die tot het geheel van |
het grondgebied van de Franse Gemeenschap wordt verspreid, gepaard | het grondgebied van de Franse Gemeenschap wordt verspreid, gepaard |
gaat met pedagogische producties. | gaat met pedagogische producties. |
Art. 24.Een geprivilegieerd partnerschap houdt een |
Art. 24.Een geprivilegieerd partnerschap houdt een |
meerjarenfinanciering in waarvan de nadere regels bepaald worden in | meerjarenfinanciering in waarvan de nadere regels bepaald worden in |
een overeenkomst of een programmaovereenkomst gesloten tussen de | een overeenkomst of een programmaovereenkomst gesloten tussen de |
Franse Gemeenschap en de culturele operator. | Franse Gemeenschap en de culturele operator. |
De Regering bepaalt de nadere regels en de inhoud van deze | De Regering bepaalt de nadere regels en de inhoud van deze |
overeenkomst alsook het maximaal jaarlijks bedrag dat toegekend kan | overeenkomst alsook het maximaal jaarlijks bedrag dat toegekend kan |
worden krachtens deze overeenkomst. | worden krachtens deze overeenkomst. |
Deze overeenkomst stelt onder andere de aard en het volume van de | Deze overeenkomst stelt onder andere de aard en het volume van de |
culturele en artistieke activiteiten, de nadere regels voor de | culturele en artistieke activiteiten, de nadere regels voor de |
evaluatie ervan, de toegekende begrotingen, de data van | evaluatie ervan, de toegekende begrotingen, de data van |
inwerkingtreding en de vervaldata van de overeenkomst, de nadere | inwerkingtreding en de vervaldata van de overeenkomst, de nadere |
regels voor de wijzigingen, de schorsing of de opzegging van de | regels voor de wijzigingen, de schorsing of de opzegging van de |
overeenkomst en de termijn voor de mededeling van het | overeenkomst en de termijn voor de mededeling van het |
eindactiviteitenverslag. | eindactiviteitenverslag. |
TITEL IV. - Organisatorisch kader | TITEL IV. - Organisatorisch kader |
HOOFDSTUK I. - De Overlegraad | HOOFDSTUK I. - De Overlegraad |
Afdeling I. - Samenstelling | Afdeling I. - Samenstelling |
Art. 25.Er wordt een vaste Overlegraad ingesteld tussen de Algemene |
Art. 25.Er wordt een vaste Overlegraad ingesteld tussen de Algemene |
Directie Leerplichtonderwijs en de Algemene Directie Cultuur en de | Directie Leerplichtonderwijs en de Algemene Directie Cultuur en de |
Algemene Dienst voor de Audiovisuele sector en voor de Multimedia, | Algemene Dienst voor de Audiovisuele sector en voor de Multimedia, |
hierna de « Overlegraad » genoemd. | hierna de « Overlegraad » genoemd. |
De Overlegraad wordt voorgezeten door de Secretaris-generaal van het | De Overlegraad wordt voorgezeten door de Secretaris-generaal van het |
Ministerie van de Franse Gemeenschap, onder wiens gezag hij | Ministerie van de Franse Gemeenschap, onder wiens gezag hij |
onmiddellijk wordt vervangen. | onmiddellijk wordt vervangen. |
De Overlegraad is samengesteld uit : | De Overlegraad is samengesteld uit : |
1° de coördinator van de Cel Cultuur-Onderwijs; | 1° de coördinator van de Cel Cultuur-Onderwijs; |
2° een vertegenwoordiger van de Minister belast met het | 2° een vertegenwoordiger van de Minister belast met het |
Leerplichtonderwijs, een vertegenwoordiger van de Minister van het | Leerplichtonderwijs, een vertegenwoordiger van de Minister van het |
secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan en een vertegenwoordiger | secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan en een vertegenwoordiger |
van de Minister van Cultuur; | van de Minister van Cultuur; |
3° de Directeur-generaal van het Leerplichtonderwijs en de Directeur | 3° de Directeur-generaal van het Leerplichtonderwijs en de Directeur |
van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan; | van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan; |
4° de Directeur-generaal van Cultuur en de Adjunct-Directeur-generaal | 4° de Directeur-generaal van Cultuur en de Adjunct-Directeur-generaal |
van de Algemene Dienst voor de Audiovisuele sector en voor de | van de Algemene Dienst voor de Audiovisuele sector en voor de |
Multimedia; | Multimedia; |
5° 4 vertegenwoordigers van de Inspectiediensten van de Franse | 5° 4 vertegenwoordigers van de Inspectiediensten van de Franse |
Gemeenschap : één voor het basisonderwijs, één voor het secundair | Gemeenschap : één voor het basisonderwijs, één voor het secundair |
onderwijs, één voor het gespecialiseerd onderwijs en één voor het | onderwijs, één voor het gespecialiseerd onderwijs en één voor het |
secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan; | secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan; |
6° 3 externe deskundigen, aangesteld door de Ministers van | 6° 3 externe deskundigen, aangesteld door de Ministers van |
Leerplichtonderwijs, Secundair Kunstonderwijs met beperkt leerplan en | Leerplichtonderwijs, Secundair Kunstonderwijs met beperkt leerplan en |
Cultuur. | Cultuur. |
Het secretariaat wordt waargenomen door de coördinator van de Cel | Het secretariaat wordt waargenomen door de coördinator van de Cel |
Cultuur-Onderwijs. | Cultuur-Onderwijs. |
Afdeling II. - Opdrachten | Afdeling II. - Opdrachten |
Art. 26.De Overlegraad heeft als opdracht : |
Art. 26.De Overlegraad heeft als opdracht : |
1° het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6 om de drie jaar de | 1° het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6 om de drie jaar de |
Regering ter goedkeuring voor te leggen; | Regering ter goedkeuring voor te leggen; |
2° de Regering een selectietabel voor te leggen voor de projecten van | 2° de Regering een selectietabel voor te leggen voor de projecten van |
duurzame en punctuele samenwerkingen die de doelstellingen en criteria | duurzame en punctuele samenwerkingen die de doelstellingen en criteria |
bedoeld in de artikelen 3, 17 en 21 opsomt overeenkomstig de | bedoeld in de artikelen 3, 17 en 21 opsomt overeenkomstig de |
strategieën en de prioritaire hoofdlijnen aangenomen in het kader van | strategieën en de prioritaire hoofdlijnen aangenomen in het kader van |
het overlegd actieprogramma; | het overlegd actieprogramma; |
3° de Regering een tabel voor te leggen voor de evaluatie van de | 3° de Regering een tabel voor te leggen voor de evaluatie van de |
samenwerkingen waarbij vermeld kan worden in welke maat deze laatste | samenwerkingen waarbij vermeld kan worden in welke maat deze laatste |
aan de algemene doelstellingen en criteria bedoeld in de artikelen 3, | aan de algemene doelstellingen en criteria bedoeld in de artikelen 3, |
17 en 21 beantwoorden, alsook de strategieën en prioritaire | 17 en 21 beantwoorden, alsook de strategieën en prioritaire |
hoofdlijnen aangenomen in het kader van het overlegd actieprogramma; | hoofdlijnen aangenomen in het kader van het overlegd actieprogramma; |
4° de Regering de vereiste criteria inzake pedagogie en artistieke | 4° de Regering de vereiste criteria inzake pedagogie en artistieke |
kwaliteit en de nadere regels voor de toekenning van de labeling van | kwaliteit en de nadere regels voor de toekenning van de labeling van |
de culturele en artistieke activiteiten voor te stellen die bestemd | de culturele en artistieke activiteiten voor te stellen die bestemd |
zijn voor het schoolpubliek bedoeld in artikel 7; | zijn voor het schoolpubliek bedoeld in artikel 7; |
5° de Regering criteria voor te stellen om de informatie betreffende | 5° de Regering criteria voor te stellen om de informatie betreffende |
de gelabelde culturele en artistieke activiteiten bestemd voor het | de gelabelde culturele en artistieke activiteiten bestemd voor het |
schoolpubliek voor te leggen; | schoolpubliek voor te leggen; |
6° de Regering, binnen het overlegd actieprogramma, de mechanismen | 6° de Regering, binnen het overlegd actieprogramma, de mechanismen |
voor te leggen die ontwikkeld en uitgevoerd worden door de Franse | voor te leggen die ontwikkeld en uitgevoerd worden door de Franse |
Gemeenschap, waarvan de samenwerkingsprojecten bedoeld in artikel 22 | Gemeenschap, waarvan de samenwerkingsprojecten bedoeld in artikel 22 |
in aanmerking zullen kunnen komen voor een financiering; | in aanmerking zullen kunnen komen voor een financiering; |
7° de Regering, binnen de perken van de beschikbare kredieten, het | 7° de Regering, binnen de perken van de beschikbare kredieten, het |
sluiten van geprivilegieerde partnerschappen voor te leggen tussen | sluiten van geprivilegieerde partnerschappen voor te leggen tussen |
sommige culturele operatoren, overeenkomstig de artikelen 23 en | sommige culturele operatoren, overeenkomstig de artikelen 23 en |
volgende; | volgende; |
8° na de toepassingsduur van elk overlegd actieprogramma, op basis van | 8° na de toepassingsduur van elk overlegd actieprogramma, op basis van |
het voorafgaand verslag dat door de Selectie- en evaluatiecommissie | het voorafgaand verslag dat door de Selectie- en evaluatiecommissie |
bedoeld in artikel 30, § 3 meegedeeld wordt, een evaluatieverslag op | bedoeld in artikel 30, § 3 meegedeeld wordt, een evaluatieverslag op |
te stellen dat hij aan de Regering stuurt. De Regering stuurt dit | te stellen dat hij aan de Regering stuurt. De Regering stuurt dit |
verslag binnen de twee maanden na zijn ontvangst ter informatie aan | verslag binnen de twee maanden na zijn ontvangst ter informatie aan |
het Parlement; | het Parlement; |
9° de Regering, op eigen initiatief of op verzoek van één van de | 9° de Regering, op eigen initiatief of op verzoek van één van de |
betrokken Ministers de wijzigingen voor te leggen die erop gericht | betrokken Ministers de wijzigingen voor te leggen die erop gericht |
zijn ofwel het decreet zelf, ofwel zijn toepassing te verbeteren; | zijn ofwel het decreet zelf, ofwel zijn toepassing te verbeteren; |
HOOFDSTUK II. - Cel Cultuur-Onderwijs | HOOFDSTUK II. - Cel Cultuur-Onderwijs |
Art. 27.§ 1. De Cel Cultuur-Onderwijs, opgericht binnen het |
Art. 27.§ 1. De Cel Cultuur-Onderwijs, opgericht binnen het |
Secretariaat-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, | Secretariaat-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, |
wordt inzonderheid belast met het uitvoeren van het overlegd | wordt inzonderheid belast met het uitvoeren van het overlegd |
actieprogramma bedoeld in artikel 6. | actieprogramma bedoeld in artikel 6. |
Op die wijze oefent ze haar opdracht van enig loket uit. In het kader | Op die wijze oefent ze haar opdracht van enig loket uit. In het kader |
van deze opdracht : | van deze opdracht : |
- centraliseert ze zowel de vragen naar informatie uitgaande van de | - centraliseert ze zowel de vragen naar informatie uitgaande van de |
leerkrachten en de culturele operatoren als de aanvragen tot | leerkrachten en de culturele operatoren als de aanvragen tot |
toekenning van financiering van de samenwerkingen en de aanvragen tot | toekenning van financiering van de samenwerkingen en de aanvragen tot |
labeling van de culturele en artistieke activiteiten bestemd voor het | labeling van de culturele en artistieke activiteiten bestemd voor het |
schoolpubliek; | schoolpubliek; |
- houdt ze de lijst bij van de bestaande initiatieven die door de | - houdt ze de lijst bij van de bestaande initiatieven die door de |
Franse Gemeenschap worden ontwikkeld of gelabeld en die ten doel | Franse Gemeenschap worden ontwikkeld of gelabeld en die ten doel |
hebben cultuur en kunst dichter bij de school te brengen, bedoeld in | hebben cultuur en kunst dichter bij de school te brengen, bedoeld in |
artikel 8 en zorgt ze voor de verspreiding via een computergestuurde | artikel 8 en zorgt ze voor de verspreiding via een computergestuurde |
databank die voor iedereen toegankelijk is; | databank die voor iedereen toegankelijk is; |
- telt ze, overeenkomstig artikel 9, de pedagogische hulpmiddelen | - telt ze, overeenkomstig artikel 9, de pedagogische hulpmiddelen |
ontwikkeld door de culturele operatoren en de leerkrachten en zorgt ze | ontwikkeld door de culturele operatoren en de leerkrachten en zorgt ze |
voor de verspreiding ervan via een computergestuurde databank die voor | voor de verspreiding ervan via een computergestuurde databank die voor |
iedereen toegankelijk is; | iedereen toegankelijk is; |
- stimuleert ze de productie van pedagogische hulpmiddelen die | - stimuleert ze de productie van pedagogische hulpmiddelen die |
gezamenlijk ontwikkeld worden door de culturele operatoren en de | gezamenlijk ontwikkeld worden door de culturele operatoren en de |
leerkrachten; | leerkrachten; |
- bevordert ze de ontmoetingen voor een betere onderlinge kennis | - bevordert ze de ontmoetingen voor een betere onderlinge kennis |
tussen de culturele operatoren en de leerkrachten die op termijn | tussen de culturele operatoren en de leerkrachten die op termijn |
aanleiding geeft tot het leggen en het versterken van de banden van | aanleiding geeft tot het leggen en het versterken van de banden van |
partnerschappen overeenkomstig artikel 10; | partnerschappen overeenkomstig artikel 10; |
- organiseert ze ontmoetingen tussen kunstenaars en leerlingen, op | - organiseert ze ontmoetingen tussen kunstenaars en leerlingen, op |
verzoek van de scholen overeenkomstig artikel 11; | verzoek van de scholen overeenkomstig artikel 11; |
§ 2. De Cel Cultuur-Onderwijs heeft eveneens als opdracht uitspraak te | § 2. De Cel Cultuur-Onderwijs heeft eveneens als opdracht uitspraak te |
doen over de ontvankelijkheid : | doen over de ontvankelijkheid : |
1° van de projecten voor duurzame samenwerkingen en na te kijken of | 1° van de projecten voor duurzame samenwerkingen en na te kijken of |
deze voldoen; | deze voldoen; |
a) aan de criteria van ontvankelijkheid vastgesteld in artikel 16; | a) aan de criteria van ontvankelijkheid vastgesteld in artikel 16; |
b) aan de voorwaarden van voorlegging van projecten vastgesteld in de | b) aan de voorwaarden van voorlegging van projecten vastgesteld in de |
oproep voor projecten. | oproep voor projecten. |
2° van de projecten voor punctuele samenwerkingen en na te kijken of | 2° van de projecten voor punctuele samenwerkingen en na te kijken of |
ze aan de criteria van ontvankelijkheid bepaald in artikel 20 voldoen. | ze aan de criteria van ontvankelijkheid bepaald in artikel 20 voldoen. |
De Cel Cultuur-Onderwijs bewijst de ontvangst van het dossier en kijkt | De Cel Cultuur-Onderwijs bewijst de ontvangst van het dossier en kijkt |
na of het dossier volledig is in de zin van de artikelen 16 en 20. | na of het dossier volledig is in de zin van de artikelen 16 en 20. |
Als het dossier onvolledig is, verwittigt ze de aanvrager erover. Deze | Als het dossier onvolledig is, verwittigt ze de aanvrager erover. Deze |
heeft een termijn van vijftien dagen om de ontbrekende stukken te | heeft een termijn van vijftien dagen om de ontbrekende stukken te |
sturen. Bij gebreke daarvan, wordt de aanvraag beschouwd als van | sturen. Bij gebreke daarvan, wordt de aanvraag beschouwd als van |
rechtswege onontvankelijk. | rechtswege onontvankelijk. |
Als de aanvraag ontvankelijk is, deelt de Cel Cultuur-Onderwijs ze mee | Als de aanvraag ontvankelijk is, deelt de Cel Cultuur-Onderwijs ze mee |
aan de Selectie- en evaluatiecommissie. | aan de Selectie- en evaluatiecommissie. |
HOOFDSTUK III. - Selectie- en evaluatiecommissie | HOOFDSTUK III. - Selectie- en evaluatiecommissie |
Afdeling I. - Samenstelling en werking | Afdeling I. - Samenstelling en werking |
Art. 28.§ 1. Er wordt een selectie- en evaluatiecommissie ingesteld |
Art. 28.§ 1. Er wordt een selectie- en evaluatiecommissie ingesteld |
die als opdracht heeft de selectie en de evaluatie van | die als opdracht heeft de selectie en de evaluatie van |
samenwerkingsprojecten aan de Regering voor te leggen, hierna « de | samenwerkingsprojecten aan de Regering voor te leggen, hierna « de |
Commissie » genoemd. | Commissie » genoemd. |
De Commissie wordt voorgezeten door de Secretaris-generaal van het | De Commissie wordt voorgezeten door de Secretaris-generaal van het |
Ministerie van de Franse Gemeenschap of zijn afgevaardigde. | Ministerie van de Franse Gemeenschap of zijn afgevaardigde. |
§ 2. Ze is samengesteld uit : | § 2. Ze is samengesteld uit : |
1° een vertegenwoordiger van de Minister van Leerplichtonderwijs, een | 1° een vertegenwoordiger van de Minister van Leerplichtonderwijs, een |
vertegenwoordiger van de Minister van secundair kunstonderwijs met | vertegenwoordiger van de Minister van secundair kunstonderwijs met |
beperkt leerplan en van een vertegenwoordiger van de Minister van | beperkt leerplan en van een vertegenwoordiger van de Minister van |
Cultuur; | Cultuur; |
2° 4 vertegenwoordigers van de Inspectiediensten van de Franse | 2° 4 vertegenwoordigers van de Inspectiediensten van de Franse |
Gemeenschap : één voor het basisonderwijs, één voor het secundair | Gemeenschap : één voor het basisonderwijs, één voor het secundair |
onderwijs, één voor het gespecialiseerd onderwijs en één voor het | onderwijs, één voor het gespecialiseerd onderwijs en één voor het |
secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan; | secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan; |
3° de Directeur-generaal van Cultuur of zijn afgevaardigde; | 3° de Directeur-generaal van Cultuur of zijn afgevaardigde; |
4° de Adjunct-Directeur-generaal van de Algemene Dienst voor de | 4° de Adjunct-Directeur-generaal van de Algemene Dienst voor de |
Audiovisuele sector en de Multimedia of zijn afgevaardigde; | Audiovisuele sector en de Multimedia of zijn afgevaardigde; |
5° de Directeur-generaal van het Leerplichtonderwijs of zijn | 5° de Directeur-generaal van het Leerplichtonderwijs of zijn |
afgevaardigde; | afgevaardigde; |
6° de Directeur van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan | 6° de Directeur van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan |
of zijn afgevaardigde; | of zijn afgevaardigde; |
7° 4 vertegenwoordigers van culturele operatoren, aangesteld door de | 7° 4 vertegenwoordigers van culturele operatoren, aangesteld door de |
Regering voor een termijn van drie jaar, na een oproep tot kandidaten | Regering voor een termijn van drie jaar, na een oproep tot kandidaten |
waarvan de nadere regels bepaald worden door de Regering die voor een | waarvan de nadere regels bepaald worden door de Regering die voor een |
evenwicht zorgt tussen de verschillende artistieke disciplines en | evenwicht zorgt tussen de verschillende artistieke disciplines en |
culturele gebieden; | culturele gebieden; |
8° de Adjunct-Directeur-generaal van de Algemene Dienst voor de | 8° de Adjunct-Directeur-generaal van de Algemene Dienst voor de |
Pedagogische Zaken en het Sturingssysteem van het onderwijsnet | Pedagogische Zaken en het Sturingssysteem van het onderwijsnet |
georganiseerd door de Franse Gemeenschap of zijn afgevaardigde; | georganiseerd door de Franse Gemeenschap of zijn afgevaardigde; |
9° 4 vertegenwoordigers aangesteld door de vertegenwoordigings-en | 9° 4 vertegenwoordigers aangesteld door de vertegenwoordigings-en |
coördinatieorganen van de inrichtende machten van het onderwijs; | coördinatieorganen van de inrichtende machten van het onderwijs; |
10° de coördinator van de Cel Cultuur-Onderwijs. | 10° de coördinator van de Cel Cultuur-Onderwijs. |
§ 3. De leden bedoeld onder de punten 1° tot 9° alsook de Voorzitter, | § 3. De leden bedoeld onder de punten 1° tot 9° alsook de Voorzitter, |
zijn stemgerechtigd. Het lid bedoeld in 10° heeft raadgevende stem en | zijn stemgerechtigd. Het lid bedoeld in 10° heeft raadgevende stem en |
doet dienst als secretaris. | doet dienst als secretaris. |
De Commissie doet, telkens als ze het nodig acht, een beroep op het | De Commissie doet, telkens als ze het nodig acht, een beroep op het |
advies van deskundigen die raadgevende stem hebben. | advies van deskundigen die raadgevende stem hebben. |
Art. 29.De Commissie wordt bijeengeroepen door de Voorzitter die de |
Art. 29.De Commissie wordt bijeengeroepen door de Voorzitter die de |
agenda van de werkzaamheden bepaalt. | agenda van de werkzaamheden bepaalt. |
De Commissie beraadslaagt en beslist slechts geldig als de helft van | De Commissie beraadslaagt en beslist slechts geldig als de helft van |
de stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. | de stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. |
De Commissie neemt haar beslissingen bij een tweederde meerderheid van | De Commissie neemt haar beslissingen bij een tweederde meerderheid van |
de aanwezige leden. | de aanwezige leden. |
De Regering bepaalt de andere nadere werkingsregels van de Commissie. | De Regering bepaalt de andere nadere werkingsregels van de Commissie. |
Afdeling II. - Opdrachten | Afdeling II. - Opdrachten |
Art. 30.§ 1. Binnen de perken van de beschikbare kredieten, stelt de |
Art. 30.§ 1. Binnen de perken van de beschikbare kredieten, stelt de |
Commissie de Regering de projecten voor duurzame en punctuele | Commissie de Regering de projecten voor duurzame en punctuele |
samenwerkingen voor die aan de algemene doelstellingen en criteria | samenwerkingen voor die aan de algemene doelstellingen en criteria |
beantwoorden zoals bepaald in de selectietabel bedoeld in artikel 26, | beantwoorden zoals bepaald in de selectietabel bedoeld in artikel 26, |
2° alsook, voor elk van haar projecten, het bedrag van de subsidie die | 2° alsook, voor elk van haar projecten, het bedrag van de subsidie die |
moet worden toegekend na de overeenstemming te hebben nagekeken tussen | moet worden toegekend na de overeenstemming te hebben nagekeken tussen |
het aangevraagde bedrag en de activiteiten ontwikkeld in het kader van | het aangevraagde bedrag en de activiteiten ontwikkeld in het kader van |
het samenwerkingsproject. | het samenwerkingsproject. |
§ 2. De Commissie evalueert de geselecteerde samenwerkingsprojecten | § 2. De Commissie evalueert de geselecteerde samenwerkingsprojecten |
met behulp van de evaluatietabel bedoeld in artikel 26, 3°. | met behulp van de evaluatietabel bedoeld in artikel 26, 3°. |
Hierbij stuurt de begunstigde van de subsidie, binnen de termijnen | Hierbij stuurt de begunstigde van de subsidie, binnen de termijnen |
bepaald door de Regering en op voorstel van de overlegraad, de Cel | bepaald door de Regering en op voorstel van de overlegraad, de Cel |
Cultuur-Onderwijs het activiteitenverslag met ten minste de volgende | Cultuur-Onderwijs het activiteitenverslag met ten minste de volgende |
elementen : | elementen : |
1° een culturele en artistieke evaluatie; | 1° een culturele en artistieke evaluatie; |
2° het activiteitenvolume; | 2° het activiteitenvolume; |
3° het aantal leerlingen die aan de activiteiten hebben deelgenomen in | 3° het aantal leerlingen die aan de activiteiten hebben deelgenomen in |
het kader van de samenwerking; | het kader van de samenwerking; |
4° de rekeningen in verband met de activiteiten georganiseerd in het | 4° de rekeningen in verband met de activiteiten georganiseerd in het |
kader van de samenwerking. | kader van de samenwerking. |
§ 3. Na de duur van toepassing van elk overlegd actieprogramma stuurt | § 3. Na de duur van toepassing van elk overlegd actieprogramma stuurt |
de Commissie de Overlegraad een voorafgaand verslag om het | de Commissie de Overlegraad een voorafgaand verslag om het |
evaluatieverslag bedoeld in artikel 26, 8° te verrijken. | evaluatieverslag bedoeld in artikel 26, 8° te verrijken. |
TITEL V. - Opheffingsbepaling | TITEL V. - Opheffingsbepaling |
Art. 31.Het decreet van 12 mei 2004 betreffende de promotie van |
Art. 31.Het decreet van 12 mei 2004 betreffende de promotie van |
culturele activiteiten in het onderwijs en het decreet van 12 mei 2004 | culturele activiteiten in het onderwijs en het decreet van 12 mei 2004 |
betreffende de ontwikkeling van synergieën tussen de onderwijswereld | betreffende de ontwikkeling van synergieën tussen de onderwijswereld |
en de culturele wereld worden opgeheven. | en de culturele wereld worden opgeheven. |
TITEL VI. - Overgangsbepalingen | TITEL VI. - Overgangsbepalingen |
Art. 32.Voor wat betreft de projecten voor duurzame samenwerkingen |
Art. 32.Voor wat betreft de projecten voor duurzame samenwerkingen |
die betrekking hebben op het schooljaar 2006/2007, in afwijking van | die betrekking hebben op het schooljaar 2006/2007, in afwijking van |
artikel 14, deelt de Regering één van de oproepen voor projecten mee | artikel 14, deelt de Regering één van de oproepen voor projecten mee |
die in overeenstemming is met artikel 3 en die de scholen, de | die in overeenstemming is met artikel 3 en die de scholen, de |
culturele operatoren en partneronderwijsinrichtingen uitnodigt om | culturele operatoren en partneronderwijsinrichtingen uitnodigt om |
overleg te plegen om één of meer projecten voor duurzame samenwerking | overleg te plegen om één of meer projecten voor duurzame samenwerking |
in te dienen. | in te dienen. |
Art. 33.Voor wat betreft de projecten voor punctuele en duurzame |
Art. 33.Voor wat betreft de projecten voor punctuele en duurzame |
samenwerkingen die betrekking hebben op het schooljaar 2006/2007, in | samenwerkingen die betrekking hebben op het schooljaar 2006/2007, in |
afwijking van de artikelen 16, 17, 20 et 21, vergadert de Selectie- en | afwijking van de artikelen 16, 17, 20 et 21, vergadert de Selectie- en |
evaluatiecommissie ten minste twee keer vóór het einde van het | evaluatiecommissie ten minste twee keer vóór het einde van het |
schooljaar 2005/2006 en stelt de Regering, binnen de perken van de | schooljaar 2005/2006 en stelt de Regering, binnen de perken van de |
beschikbare kredieten, | beschikbare kredieten, |
- de projecten voor punctuele samenwerkingen voor die aan de algemene | - de projecten voor punctuele samenwerkingen voor die aan de algemene |
doelstellingen en criteria bedoeld in de artikelen 3 en 21 | doelstellingen en criteria bedoeld in de artikelen 3 en 21 |
beantwoorden; | beantwoorden; |
- de projecten voor duurzame samenwerkingen voor die aan de algemene | - de projecten voor duurzame samenwerkingen voor die aan de algemene |
doelstellingen en criteria bedoeld in de artikelen 3 en 17 | doelstellingen en criteria bedoeld in de artikelen 3 en 17 |
beantwoorden. | beantwoorden. |
TITEL VII. - Inwerkingtreding | TITEL VII. - Inwerkingtreding |
Art. 34.Dit decreet treedt in werking op 1 april 2006. |
Art. 34.Dit decreet treedt in werking op 1 april 2006. |
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad | Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad |
zal worden bekendgemaakt. | zal worden bekendgemaakt. |
Brussel, 24 maart 2006. | Brussel, 24 maart 2006. |
De Minister-Presidente, belast met het Leerplichtonderwijs en het | De Minister-Presidente, belast met het Leerplichtonderwijs en het |
Onderwijs voor Sociale Promotie, | Onderwijs voor Sociale Promotie, |
Mevr. M. ARENA | Mevr. M. ARENA |
De Vice-Presidente en Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk | De Vice-Presidente en Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk |
Onderzoek en Internationale Betrekkingen, | Onderzoek en Internationale Betrekkingen, |
Mevr. M.-D. SIMONET | Mevr. M.-D. SIMONET |
De Vice-President en Minister van Begroting en Financiën, | De Vice-President en Minister van Begroting en Financiën, |
M. DAERDEN | M. DAERDEN |
De Minister van Ambtenarenzaken en Sport, | De Minister van Ambtenarenzaken en Sport, |
Cl. EERDEKENS | Cl. EERDEKENS |
De Minister van Cultuur, de Audiovisuele Sector en Jeugd, | De Minister van Cultuur, de Audiovisuele Sector en Jeugd, |
Mevr. F. LAANAN | Mevr. F. LAANAN |
De Minister van Kinderwelzijn, Hulpverlening aan de Jeugd en | De Minister van Kinderwelzijn, Hulpverlening aan de Jeugd en |
Gezondheid, | Gezondheid, |
Mevr. C. FONCK | Mevr. C. FONCK |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
Zitting 2005-2006 | Zitting 2005-2006 |
Stukken van de Raad. - Ontwerp van decreet, nr. 226-1. | Stukken van de Raad. - Ontwerp van decreet, nr. 226-1. |
Commissieamendementen nr. 226-2. - Verslag, nr. 226-3. | Commissieamendementen nr. 226-2. - Verslag, nr. 226-3. |
Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. - Vergadering van 21 | Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. - Vergadering van 21 |
maart 2006. | maart 2006. |