Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Decreet van 08/07/1997
← Terug naar "Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1997 "
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1997 Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1997
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
8 JULI 1997. Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de 8 JULI 1997. Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de
aanpassing van de begroting 1997 (1) aanpassing van de begroting 1997 (1)
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen
hetgeen volgt : hetgeen volgt :
HOOFDSTUK I. - Stedelijk beleid HOOFDSTUK I. - Stedelijk beleid

Artikel 1.In artikel 24 van het decreet van 22 december 1995 houdende

Artikel 1.In artikel 24 van het decreet van 22 december 1995 houdende

bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 worden de volgende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 worden de volgende
wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° sub 4° wordt vervangen door wat volgt : 1° sub 4° wordt vervangen door wat volgt :
« 4° renovatiewerkzaamheden : de uitvoering van structurele ingrepen « 4° renovatiewerkzaamheden : de uitvoering van structurele ingrepen
waarvoor op grond van artikel 42 van het decreet betreffende de waarvoor op grond van artikel 42 van het decreet betreffende de
ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, een ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, een
bouwvergunning vereist is en die vooral betrekking hebben op de bouwvergunning vereist is en die vooral betrekking hebben op de
stabiliteit, de bouwfysica en de veiligheid, en/of op de herstelling stabiliteit, de bouwfysica en de veiligheid, en/of op de herstelling
van zichtbare en storende gebreken, om een gebouw en/of woning weer van zichtbare en storende gebreken, om een gebouw en/of woning weer
geschikt volgens de oorspronkelijke bestemming te maken of een nieuwe geschikt volgens de oorspronkelijke bestemming te maken of een nieuwe
bestemming te geven in overeenstemming met de eisen van een goede bestemming te geven in overeenstemming met de eisen van een goede
plaatselijke ruimtelijke ordening; voor de toepassing van dit decreet plaatselijke ruimtelijke ordening; voor de toepassing van dit decreet
wordt sloop gevolgd door vervangingsbouw, gelijkgesteld met wordt sloop gevolgd door vervangingsbouw, gelijkgesteld met
renovatiewerkzaamheden; »; renovatiewerkzaamheden; »;
2° sub 5° wordt vervangen door wat volgt : 2° sub 5° wordt vervangen door wat volgt :
« 5° sociale woonorganisaties : de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, « 5° sociale woonorganisaties : de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij,
de door de VHM erkende lokale sociale huisvestingsmaatschappijen en de door de VHM erkende lokale sociale huisvestingsmaatschappijen en
het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen; »; het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen; »;
3° een sub 7° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : 3° een sub 7° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
« 7° inventarisatiedatum : datum waarop het gebouw en/of de woning « 7° inventarisatiedatum : datum waarop het gebouw en/of de woning
voor de eerste maal in de inventaris wordt opgenomen of, zolang het voor de eerste maal in de inventaris wordt opgenomen of, zolang het
gebouw en/of de woning niet uit de inventaris is geschrapt, het gebouw en/of de woning niet uit de inventaris is geschrapt, het
ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf
maanden vanaf de datum van de eerste inschrijving. ». maanden vanaf de datum van de eerste inschrijving. ».

Art. 2.In artikel 30, § 1, van hetzelfde decreet wordt het eerste lid

Art. 2.In artikel 30, § 1, van hetzelfde decreet wordt het eerste lid

vervangen door wat volgt : vervangen door wat volgt :
« Een gebouw wordt beschouwd als leegstaand als meer dan 50 procent « Een gebouw wordt beschouwd als leegstaand als meer dan 50 procent
van de totale vloeroppervlakte niet effectief wordt gebruikt gedurende van de totale vloeroppervlakte niet effectief wordt gebruikt gedurende
minstens 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening minstens 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening
gehouden met de woningen die deel uitmaken van het gebouw. » . gehouden met de woningen die deel uitmaken van het gebouw. » .

Art. 3.In artikel 32 van hetzelfde decreet wordt het laatste lid

Art. 3.In artikel 32 van hetzelfde decreet wordt het laatste lid

vervangen door wat volgt : vervangen door wat volgt :
« Wanneer de vaststelling niet werd betwist of de houder van het « Wanneer de vaststelling niet werd betwist of de houder van het
zakelijk recht er niet in slaagt het tegenbewijs te leveren binnen de zakelijk recht er niet in slaagt het tegenbewijs te leveren binnen de
gestelde termijn, neemt de administratie het gebouw en/of de woning op gestelde termijn, neemt de administratie het gebouw en/of de woning op
in de inventaris. Het gebouw en/of de woning wordt ingeschreven op de in de inventaris. Het gebouw en/of de woning wordt ingeschreven op de
datum van de administratieve akte, bedoeld in artikel 28. ». datum van de administratieve akte, bedoeld in artikel 28. ».

Art. 4.In artikel 33 van hetzelfde decreet wordt aan het voorlaatste

Art. 4.In artikel 33 van hetzelfde decreet wordt aan het voorlaatste

lid de volgende zin toegevoegd : lid de volgende zin toegevoegd :
« Het gebouw en/of de woning wordt ingeschreven op de datum van de « Het gebouw en/of de woning wordt ingeschreven op de datum van de
administratieve akte, bedoeld in artikel 28. ». administratieve akte, bedoeld in artikel 28. ».

Art. 5.In artikel 35 van hetzelfde decreet worden de volgende

Art. 5.In artikel 35 van hetzelfde decreet worden de volgende

wijzigingen aangebracht : wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
« § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 39, § 2, schrapt de « § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 39, § 2, schrapt de
administratie een gebouw uit de inventaris zodra de houder van het administratie een gebouw uit de inventaris zodra de houder van het
zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, of zijn rechtsopvolger kan zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, of zijn rechtsopvolger kan
bewijzen dat : bewijzen dat :
- meer dan 50 procent van de totale vloeroppervlakte van het gebouw, - meer dan 50 procent van de totale vloeroppervlakte van het gebouw,
zoals bedoeld in artikel 30, § 1, na de periode van leegstand, meer zoals bedoeld in artikel 30, § 1, na de periode van leegstand, meer
dan 6 opeenvolgende maanden effectief wordt gebruikt; dan 6 opeenvolgende maanden effectief wordt gebruikt;
- de zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, bedoeld - de zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, bedoeld
in artikel 29, werden hersteld en/of verwijderd. »; in artikel 29, werden hersteld en/of verwijderd. »;
2° in § 2 worden de woorden « na een onderzoek » geschrapt. 2° in § 2 worden de woorden « na een onderzoek » geschrapt.

Art. 6.Artikel 36 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat

Art. 6.Artikel 36 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Artikel 36.Het bedrag van de heffing is gelijk aan het resultaat

«

Artikel 36.Het bedrag van de heffing is gelijk aan het resultaat

van de volgende formule : van de volgende formule :
(KI x V + M) x (P + 1), waarbij : (KI x V + M) x (P + 1), waarbij :
- KI staat voor het kadastraal inkomen van het gebouw en/of de woning, - KI staat voor het kadastraal inkomen van het gebouw en/of de woning,
vastgesteld overeenkomstig de artikelen 255 en 256 van het Wetboek van vastgesteld overeenkomstig de artikelen 255 en 256 van het Wetboek van
de Inkomstenbelastingen, zoals die van toepassing zijn op het Vlaamse de Inkomstenbelastingen, zoals die van toepassing zijn op het Vlaamse
Gewest ingevolge het artikel 60 van het decreet van 21 december 1990, Gewest ingevolge het artikel 60 van het decreet van 21 december 1990,
en geïndexeerd overeenkomstig artikel 518 van hetzelfde wetboek. Als en geïndexeerd overeenkomstig artikel 518 van hetzelfde wetboek. Als
zich meerdere gebouwen en/of woningen bevinden op een kadastraal zich meerdere gebouwen en/of woningen bevinden op een kadastraal
perceel staat KI voor het kadastraal inkomen van de grond en de perceel staat KI voor het kadastraal inkomen van de grond en de
opstanden van het gehele perceel, berekend overeenkomstig de vorige opstanden van het gehele perceel, berekend overeenkomstig de vorige
bepaling, vermenigvuldigd met een breuk waarin de teller gelijk is aan bepaling, vermenigvuldigd met een breuk waarin de teller gelijk is aan
de oppervlakte van het geïnventariseerde gebouw en/of woning en de de oppervlakte van het geïnventariseerde gebouw en/of woning en de
noemer gelijk is aan de totale oppervlakte van de gebouwen en /of noemer gelijk is aan de totale oppervlakte van de gebouwen en /of
woningen die zich op het kadastraal perceel bevinden; woningen die zich op het kadastraal perceel bevinden;
- V staat voor 1/2, als het gebouw en/of de woning enkel op de lijst - V staat voor 1/2, als het gebouw en/of de woning enkel op de lijst
van de verwaarloosde gebouwen en/of woningen voorkomt, en voor 1 in de van de verwaarloosde gebouwen en/of woningen voorkomt, en voor 1 in de
andere gevallen; andere gevallen;
- M staat voor het bedrag waarmee het resultaat van de - M staat voor het bedrag waarmee het resultaat van de
vermenigvuldiging van KI met V in voorkomend geval moet worden vermenigvuldiging van KI met V in voorkomend geval moet worden
verhoogd om het bedrag van 20 000 frank te bereiken, of om het bedrag verhoogd om het bedrag van 20 000 frank te bereiken, of om het bedrag
van 40 000 frank te bereiken als het gebouw en/of de woning voorkomt van 40 000 frank te bereiken als het gebouw en/of de woning voorkomt
op de lijst van leegstaande gebouwen en/of woningen en op de lijst van op de lijst van leegstaande gebouwen en/of woningen en op de lijst van
verwaarloosde gebouwen en/of woningen; verwaarloosde gebouwen en/of woningen;
- P staat voor het aantal periodes van 12 maanden dat het gebouw en/of - P staat voor het aantal periodes van 12 maanden dat het gebouw en/of
de woning zonder onderbreking is opgenomen in de inventaris, bedoeld de woning zonder onderbreking is opgenomen in de inventaris, bedoeld
in artikel 28, zonder echter meer te bedragen dan 4. ». in artikel 28, zonder echter meer te bedragen dan 4. ».

Art. 7.Artikel 42 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat

Art. 7.Artikel 42 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Artikel 42.§ 1. De verkrijger van een zakelijk recht, bedoeld in

«

Artikel 42.§ 1. De verkrijger van een zakelijk recht, bedoeld in

artikel 27, wordt vrijgesteld van de heffing gedurende een periode van artikel 27, wordt vrijgesteld van de heffing gedurende een periode van
één jaar volgend op de volledige overdracht van het gebouw en/of de één jaar volgend op de volledige overdracht van het gebouw en/of de
woning, op voorwaarde dat in de loop van voormelde periode geen nieuwe woning, op voorwaarde dat in de loop van voormelde periode geen nieuwe
overdracht plaatsvindt, en : overdracht plaatsvindt, en :
- ofwel het gebouw en/of de woning in de loop van voormelde periode - ofwel het gebouw en/of de woning in de loop van voormelde periode
geschrapt wordt uit de inventaris; geschrapt wordt uit de inventaris;
- ofwel in de loop van voormelde periode een heffing geschorst wordt - ofwel in de loop van voormelde periode een heffing geschorst wordt
op grond van artikel 43, en deze schorsing achteraf niet ongedaan op grond van artikel 43, en deze schorsing achteraf niet ongedaan
wordt gemaakt. wordt gemaakt.
Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan : Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan :
- vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht - vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht
participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10 procent participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10 procent
van het aandeelhouderschap; van het aandeelhouderschap;
- bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij ingeval van - bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij ingeval van
overdracht bij erfopvolging of testament. overdracht bij erfopvolging of testament.
§ 2. De houder van het zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, op een § 2. De houder van het zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, op een
van de volgende gebouwen en/of woningen wordt vrijgesteld van de van de volgende gebouwen en/of woningen wordt vrijgesteld van de
heffing : heffing :
1° de gebouwen en/of woningen die liggen binnen de grenzen van een 1° de gebouwen en/of woningen die liggen binnen de grenzen van een
door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waar voor door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waar voor
geen bouwvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan geen bouwvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan
wordt voorbereid; wordt voorbereid;
2° de gebouwen en/of woningen die krachtens het decreet van 3 maart 2° de gebouwen en/of woningen die krachtens het decreet van 3 maart
1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten zijn 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten zijn
beschermd als monument en waarvoor a) ofwel bij de bevoegde overheid beschermd als monument en waarvoor a) ofwel bij de bevoegde overheid
een ontvankelijk verklaard restauratiepremiedossier is ingediend, een ontvankelijk verklaard restauratiepremiedossier is ingediend,
gedurende de termijn van behandeling; b) ofwel de bevoegde overheid gedurende de termijn van behandeling; b) ofwel de bevoegde overheid
attesteert dat het beschermde gebouw en/of woning in de bestaande attesteert dat het beschermde gebouw en/of woning in de bestaande
toestand mag bewaard blijven. Dit attest vermeldt voor welke termijn toestand mag bewaard blijven. Dit attest vermeldt voor welke termijn
en voor welke lijsten, waarop de gebouwen en/of woningen zijn en voor welke lijsten, waarop de gebouwen en/of woningen zijn
geïnventariseerd, vrijstelling wordt verleend; geïnventariseerd, vrijstelling wordt verleend;
3° de gebouwen en/of woningen die getroffen zijn door een ramp, zoals 3° de gebouwen en/of woningen die getroffen zijn door een ramp, zoals
bepaald door de Vlaamse regering, die zich heeft voorgedaan bepaald door de Vlaamse regering, die zich heeft voorgedaan
onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, gedurende een onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, gedurende een
periode van 2 jaar volgend op de datum van de ramp; periode van 2 jaar volgend op de datum van de ramp;
4° de gebouwen en/of woningen die na de beëindiging van de 4° de gebouwen en/of woningen die na de beëindiging van de
renovatiewerkzaamheden binnen de maximale schorsingsperiode, zoals renovatiewerkzaamheden binnen de maximale schorsingsperiode, zoals
bedoeld in artikel 43, enkel nog voorkomen op de lijst van leegstaande bedoeld in artikel 43, enkel nog voorkomen op de lijst van leegstaande
gebouwen en/of woningen, gedurende een periode van 2 jaar volgend op gebouwen en/of woningen, gedurende een periode van 2 jaar volgend op
het einde van de periode van schorsing. ». het einde van de periode van schorsing. ».

Art. 8.Artikel 43 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat

Art. 8.Artikel 43 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
«

Artikel 43.De heffing wordt geschorst van zodra de

«

Artikel 43.De heffing wordt geschorst van zodra de

belastingplichtige een bouwvergunning voorlegt waaruit blijkt dat hij belastingplichtige een bouwvergunning voorlegt waaruit blijkt dat hij
de nodige renovatiewerken gaat uitvoeren. Als de belastingplichtige de nodige renovatiewerken gaat uitvoeren. Als de belastingplichtige
tijdens de termijn van een maand na kennisgeving van de tijdens de termijn van een maand na kennisgeving van de
administratieve akte, bedoeld in de artikelen 32 en 33, een administratieve akte, bedoeld in de artikelen 32 en 33, een
bouwvergunning voorlegt die dateert van voor de administratieve akte, bouwvergunning voorlegt die dateert van voor de administratieve akte,
op basis waarvan de eerste inventarisatie van het gebouw en/of de op basis waarvan de eerste inventarisatie van het gebouw en/of de
woning gebeurt, dan gaat de schorsing in op de datum van de woning gebeurt, dan gaat de schorsing in op de datum van de
administratieve akte in plaats van op de datum waarop de administratieve akte in plaats van op de datum waarop de
bouwvergunning voorgelegd wordt. bouwvergunning voorgelegd wordt.
De periode van schorsing eindigt op het moment dat de De periode van schorsing eindigt op het moment dat de
renovatiewerkzaamheden beëindigd zijn. Zij kan niet langer duren dan 2 renovatiewerkzaamheden beëindigd zijn. Zij kan niet langer duren dan 2
jaar, tenzij de renovatiewerkzaamheden betrekking hebben op 3 of meer jaar, tenzij de renovatiewerkzaamheden betrekking hebben op 3 of meer
gebouwen en of woningen, of dermate omvangrijk zijn dat ze niet kunnen gebouwen en of woningen, of dermate omvangrijk zijn dat ze niet kunnen
worden voltooid in 2 jaar, in welke gevallen de maximale periode 3 worden voltooid in 2 jaar, in welke gevallen de maximale periode 3
jaar bedraagt. jaar bedraagt.
De schorsing geldt voor de heffingen die verschuldigd worden op de De schorsing geldt voor de heffingen die verschuldigd worden op de
inventarisatiedata die vallen in de periode van schorsing. inventarisatiedata die vallen in de periode van schorsing.
De schorsing wordt ongedaan gemaakt als de in de bouwvergunning De schorsing wordt ongedaan gemaakt als de in de bouwvergunning
aangeduide renovatiewerken op het einde van de periode van schorsing aangeduide renovatiewerken op het einde van de periode van schorsing
niet beëindigd zijn. niet beëindigd zijn.
Als de renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd door een sociale Als de renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd door een sociale
woonorganisatie, de gemeente of het Openbaar Centrum voor woonorganisatie, de gemeente of het Openbaar Centrum voor
Maatschappelijk Welzijn, dan kan de termijn van 2 of 3 jaar door de Maatschappelijk Welzijn, dan kan de termijn van 2 of 3 jaar door de
Vlaamse regering worden verlengd op grond van een verslag over de Vlaamse regering worden verlengd op grond van een verslag over de
voorbereiding of de vordering van de werkzaamheden. ». voorbereiding of de vordering van de werkzaamheden. ».

Art. 9.De bepalingen van artikel 1, 2° en 3°, artikel 3, artikel 4,

Art. 9.De bepalingen van artikel 1, 2° en 3°, artikel 3, artikel 4,

artikel 5 en artikel 7 hebben uitwerking met ingang van 1 januari artikel 5 en artikel 7 hebben uitwerking met ingang van 1 januari
1996. 1996.
HOOFDSTUK II. - Huisvesting HOOFDSTUK II. - Huisvesting

Art. 10.In artikel 49, § 6, van het decreet van 25 juni 1992 houdende

Art. 10.In artikel 49, § 6, van het decreet van 25 juni 1992 houdende

diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992 wordt een diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992 wordt een
derde lid ingevoegd, dat luidt als volgt : derde lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
« De Vlaamse regering kan de bepalingen van deze paragraaf tevens van « De Vlaamse regering kan de bepalingen van deze paragraaf tevens van
toepassing verklaren indien een sociale huisvestingsmaatschappij voor toepassing verklaren indien een sociale huisvestingsmaatschappij voor
de in de §§ 3 en 4 bedoelde verrichtingen een financiering bekomt bij de in de §§ 3 en 4 bedoelde verrichtingen een financiering bekomt bij
de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij. ». de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij. ».
HOOFDSTUK III. - Ruimtelijke Ordening HOOFDSTUK III. - Ruimtelijke Ordening

Art. 11.Artikel 17, § 3, 1°, van het decreet van 19 april 1995

Art. 11.Artikel 17, § 3, 1°, van het decreet van 19 april 1995

houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en
verwaarlozing van bedrijfsruimtes wordt opgeheven. verwaarlozing van bedrijfsruimtes wordt opgeheven.
HOOFDSTUK IV. - Leefmilieu HOOFDSTUK IV. - Leefmilieu
Afdeling 1. - VLINA Afdeling 1. - VLINA

Art. 12.In het decreet van 21 december 1990 houdende

Art. 12.In het decreet van 21 december 1990 houdende

begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van
de begroting 1991, wordt in artikel 75, § 6, de zin : de begroting 1991, wordt in artikel 75, § 6, de zin :
« Het eigen vermogen IBW kan geen inkomsten boeken lastens de « Het eigen vermogen IBW kan geen inkomsten boeken lastens de
begroting van de Vlaamse Gemeenschap. » begroting van de Vlaamse Gemeenschap. »
vervangen door de zin : vervangen door de zin :
« Het eigen vermogen van het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer « Het eigen vermogen van het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer
(IBW) kan geen inkomsten boeken lastens de begroting van de Vlaamse (IBW) kan geen inkomsten boeken lastens de begroting van de Vlaamse
Gemeenschap, uitgezonderd de vergoeding van de marginale meerkosten Gemeenschap, uitgezonderd de vergoeding van de marginale meerkosten
verbonden aan de door de Vlaamse regering goedgekeurde projecten in verbonden aan de door de Vlaamse regering goedgekeurde projecten in
het kader van het Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling, zoals het kader van het Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling, zoals
bepaald in het besluit van de Vlaamse regering tot instelling en bepaald in het besluit van de Vlaamse regering tot instelling en
organisatie van een Vlaams Impulsprogramma : Natuurontwikkeling, van 8 organisatie van een Vlaams Impulsprogramma : Natuurontwikkeling, van 8
februari 1995, gewijzigd bij besluit van 26 november 1996. ». februari 1995, gewijzigd bij besluit van 26 november 1996. ».

Art. 13.In hetzelfde decreet wordt in artikel 76, § 6, de zin :

Art. 13.In hetzelfde decreet wordt in artikel 76, § 6, de zin :

« Het eigen vermogen IVN kan geen inkomsten boeken lastens de « Het eigen vermogen IVN kan geen inkomsten boeken lastens de
begroting van de Vlaamse Gemeenschap. » begroting van de Vlaamse Gemeenschap. »
vervangen door de zin : vervangen door de zin :
« Het eigen vermogen van het Instituut voor Natuurbehoud (IVN) kan « Het eigen vermogen van het Instituut voor Natuurbehoud (IVN) kan
geen inkomsten boeken lastens de begroting van de Vlaamse Gemeenschap, geen inkomsten boeken lastens de begroting van de Vlaamse Gemeenschap,
uitgezonderd de vergoeding van de marginale meerkosten verbonden aan uitgezonderd de vergoeding van de marginale meerkosten verbonden aan
de door de Vlaamse regering goedgekeurde projecten in het kader van de door de Vlaamse regering goedgekeurde projecten in het kader van
het Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling, zoals bepaald in het het Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling, zoals bepaald in het
besluit van de Vlaamse regering tot instelling en organisatie van een besluit van de Vlaamse regering tot instelling en organisatie van een
Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling, van 8 februari 1995, Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling, van 8 februari 1995,
gewijzigd bij besluit van 26 november 1996. ». gewijzigd bij besluit van 26 november 1996. ».
Afdeling 2. - Vlaamse Milieumaatschappij Afdeling 2. - Vlaamse Milieumaatschappij

Art. 14.In artikel 35ter, § 6, van de wet van 26 maart 1971 op de

Art. 14.In artikel 35ter, § 6, van de wet van 26 maart 1971 op de

bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd
bij decreet van 20 december 1996, worden de volgende wijzigingen bij decreet van 20 december 1996, worden de volgende wijzigingen
aangebracht : aangebracht :
1° de woorden « schriftelijk of persoonlijk » worden geschrapt; 1° de woorden « schriftelijk of persoonlijk » worden geschrapt;
2° de woorden « op datum van de uitvoerbaarverklaring van het kohier 2° de woorden « op datum van de uitvoerbaarverklaring van het kohier
geniet » worden vervangen door « gedurende minimaal drie maanden geniet » worden vervangen door « gedurende minimaal drie maanden
voorafgaand aan de uitvoerbaarverklaring van het kohier genoten heeft voorafgaand aan de uitvoerbaarverklaring van het kohier genoten heeft
». ».

Art. 15.§ 1. In artikel 35quater van de wet van 26 maart 1971 op de

Art. 15.§ 1. In artikel 35quater van de wet van 26 maart 1971 op de

bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd
bij decreet van 25 juni 1992, wordt § 4 geschrapt. bij decreet van 25 juni 1992, wordt § 4 geschrapt.
§ 2. Dit artikel treedt in werking vanaf het heffingsjaar 1997. § 2. Dit artikel treedt in werking vanaf het heffingsjaar 1997.

Art. 16.Aan artikel 35octies van de wet van 26 maart 1971 op de

Art. 16.Aan artikel 35octies van de wet van 26 maart 1971 op de

bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd
bij decreet van 25 juni 1992, wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als bij decreet van 25 juni 1992, wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als
volgt : volgt :
« § 6. Zolang de innings- en invorderingsprocedure betreffende het « § 6. Zolang de innings- en invorderingsprocedure betreffende het
heffingsjaar 1991 niet afgesloten is, blijven de artikelen 35undecies, heffingsjaar 1991 niet afgesloten is, blijven de artikelen 35undecies,
§ 6, 35terdecies, § 2 en §§ 4-6 en 35quaterdecies, § 5 van het decreet § 6, 35terdecies, § 2 en §§ 4-6 en 35quaterdecies, § 5 van het decreet
van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede
bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 van kracht, ondanks bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 van kracht, ondanks
de wijzigingen ingevoerd bij decreet van 25 juni 1992 en later. ». de wijzigingen ingevoerd bij decreet van 25 juni 1992 en later. ».
HOOFDSTUK V. - Onderwijs HOOFDSTUK V. - Onderwijs
Afdeling 1. - Deeltijds Kunstonderwijs Afdeling 1. - Deeltijds Kunstonderwijs

Art. 17.§ 1. De inschrijvingsgelden voor het deeltijds kunstonderwijs

Art. 17.§ 1. De inschrijvingsgelden voor het deeltijds kunstonderwijs

worden jaarlijks met ingang van 1 september door de Vlaamse regering worden jaarlijks met ingang van 1 september door de Vlaamse regering
aangepast aan de evolutie van de index der consumptieprijzen. De aangepast aan de evolutie van de index der consumptieprijzen. De
basisindex is deze van de maand september 1993. De nieuwe index is basisindex is deze van de maand september 1993. De nieuwe index is
deze van de maand april van het schooljaar dat voorafgaat aan het deze van de maand april van het schooljaar dat voorafgaat aan het
schooljaar waarin de nieuwe inschrijvingsgelden van toepassing zijn. schooljaar waarin de nieuwe inschrijvingsgelden van toepassing zijn.
Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar het hogere honderdtal. Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar het hogere honderdtal.
§ 2. Dit artikel treedt in werking op 1 september 1997. § 2. Dit artikel treedt in werking op 1 september 1997.
Afdeling 2. - Nascholing Afdeling 2. - Nascholing

Art. 18.§ 1. In artikel 44, § 1, van het decreet van 16 april 1996

Art. 18.§ 1. In artikel 44, § 1, van het decreet van 16 april 1996

betreffende de lerarenopleiding en de nascholing worden voor het jaar betreffende de lerarenopleiding en de nascholing worden voor het jaar
1997 de middelen van de overheid vastgesteld op 25,6 miljoen frank. 1997 de middelen van de overheid vastgesteld op 25,6 miljoen frank.
§ 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997. § 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997.
HOOFDSTUK VI. - Cultuur HOOFDSTUK VI. - Cultuur
Afdeling 1. - Vlaamse Opera Afdeling 1. - Vlaamse Opera

Art. 19.Artikel 108 van het decreet van 21 december 1990 houdende

Art. 19.Artikel 108 van het decreet van 21 december 1990 houdende

begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van
de begroting 1991, gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992, wordt de begroting 1991, gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992, wordt
opgeheven. opgeheven.

Art. 20.Aan de Vlaamse Opera wordt gedurende 14 jaar een toelage

Art. 20.Aan de Vlaamse Opera wordt gedurende 14 jaar een toelage

verstrekt van maximum 50 miljoen frank per jaar die dient voor de verstrekt van maximum 50 miljoen frank per jaar die dient voor de
aflossing in kapitaal en intresten van een lening aan te gaan door de aflossing in kapitaal en intresten van een lening aan te gaan door de
instelling zelf en die bestemd is voor aankoop van terreinen en instelling zelf en die bestemd is voor aankoop van terreinen en
gebouwen, geschiktmaking of constructie van gebouwen met het doel een gebouwen, geschiktmaking of constructie van gebouwen met het doel een
eigen infrastructuur te realiseren. eigen infrastructuur te realiseren.
Afdeling 2. - Verenigingen voor Volksontwikkelingswerk Afdeling 2. - Verenigingen voor Volksontwikkelingswerk

Art. 21.Artikel 56 van het decreet van 20 december 1996 houdende

Art. 21.Artikel 56 van het decreet van 20 december 1996 houdende

bepalingen tot begeleiding van de begroting 1997 wordt opgeheven. bepalingen tot begeleiding van de begroting 1997 wordt opgeheven.
Afdeling 3. - Schenking Roger Raveel Afdeling 3. - Schenking Roger Raveel

Art. 22.De aanvaarding namens de Vlaamse regering door de Vlaamse

Art. 22.De aanvaarding namens de Vlaamse regering door de Vlaamse

minister van Cultuur, Gezin en Welzijn van de schenking onder levenden minister van Cultuur, Gezin en Welzijn van de schenking onder levenden
met betrekking tot 102 schilderijen van de kunstschilder Roger Ridder met betrekking tot 102 schilderijen van de kunstschilder Roger Ridder
Raveel aan de Vlaamse Gemeenschap, wordt goedgekeurd. Raveel aan de Vlaamse Gemeenschap, wordt goedgekeurd.
HOOFDSTUK VII. - Welzijn HOOFDSTUK VII. - Welzijn

Art. 23.§ 1. In artikel 21, § 3, van het decreet van 14 mei 1996 tot

Art. 23.§ 1. In artikel 21, § 3, van het decreet van 14 mei 1996 tot

vaststelling van de regelen inzake de werking en de verdeling van het vaststelling van de regelen inzake de werking en de verdeling van het
Sociaal Impulsfonds wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als Sociaal Impulsfonds wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als
volgt : volgt :
« Voor de berekening en de uitbetaling van het aandeel van elk « Voor de berekening en de uitbetaling van het aandeel van elk
Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn voor het jaar 1996 in de Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn voor het jaar 1996 in de
in artikel 2, 3° van het besluit van de Vlaamse regering van 6 in artikel 2, 3° van het besluit van de Vlaamse regering van 6
februari 1991 tot vaststelling voor de jaren 1991 tot en met 1995 van februari 1991 tot vaststelling voor de jaren 1991 tot en met 1995 van
de objectieve normen voor de verdeling van het Bijzonder Fonds voor de objectieve normen voor de verdeling van het Bijzonder Fonds voor
MaatschappeIijk Welzijn onder de Openbare Centra voor Maatschappelijk MaatschappeIijk Welzijn onder de Openbare Centra voor Maatschappelijk
Welzijn van het Vlaamse Gewest bedoelde nettolasten die betrekking Welzijn van het Vlaamse Gewest bedoelde nettolasten die betrekking
hebben op het dienstjaar 1995 en voor zover de betrokken gemeente en hebben op het dienstjaar 1995 en voor zover de betrokken gemeente en
het betrokken Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn voor het het betrokken Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn voor het
jaar 1997 in toepassing van artikel 8 niet meer ontvangen dan het jaar 1997 in toepassing van artikel 8 niet meer ontvangen dan het
gewaarborgd trekkingsrecht, blijven de regelen van kracht die op 31 gewaarborgd trekkingsrecht, blijven de regelen van kracht die op 31
december 1995 van toepassing zijn, waarbij het te verdelen december 1995 van toepassing zijn, waarbij het te verdelen
vastleggingskrediet gelijk is aan 89 900 000 frank. ». vastleggingskrediet gelijk is aan 89 900 000 frank. ».
§ 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 14 mei 1996. § 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 14 mei 1996.
HOOFDSTUK VIII. - Openbare werken HOOFDSTUK VIII. - Openbare werken

Art. 24.Aan het decreet van 4 mei 1994 betreffende de naamloze

Art. 24.Aan het decreet van 4 mei 1994 betreffende de naamloze

vennootschap Zeekanaal en watergebonden grondbeheer Vlaanderen wordt vennootschap Zeekanaal en watergebonden grondbeheer Vlaanderen wordt
een artikel 46bis toegevoegd, dat luidt als volgt : een artikel 46bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
«

Artikel 46bis.De inkomsten van de vaarvergunning in de vorm van een

«

Artikel 46bis.De inkomsten van de vaarvergunning in de vorm van een

waterwegenvignet en de vergunning voor het varen met hoge snelheid waterwegenvignet en de vergunning voor het varen met hoge snelheid
worden toegekend aan de vennootschap voor het bedrag dat zij zelf int. worden toegekend aan de vennootschap voor het bedrag dat zij zelf int.
». ».

Art. 25.In artikel 57 van het decreet van 22 december 1995 houdende

Art. 25.In artikel 57 van het decreet van 22 december 1995 houdende

bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 wordt na de woorden « bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 wordt na de woorden «
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap » de volgende zinsnede ingevoegd Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap » de volgende zinsnede ingevoegd
« en de Vlaamse Openbare Instellingen ». « en de Vlaamse Openbare Instellingen ».
HOOFDSTUK IX. - Financiën HOOFDSTUK IX. - Financiën
Afdeling 1. - Successierechten Afdeling 1. - Successierechten

Art. 26.Aan artikel 60bis, § 9, van het Wetboek der Successierechten

Art. 26.Aan artikel 60bis, § 9, van het Wetboek der Successierechten

zoals het geldt in het Vlaamse Gewest, wordt een tweede en derde lid zoals het geldt in het Vlaamse Gewest, wordt een tweede en derde lid
toegevoegd, die luiden als volgt : toegevoegd, die luiden als volgt :
« Ingeval een vennootschap overeenkomstig § 3 als een familiale « Ingeval een vennootschap overeenkomstig § 3 als een familiale
vennootschap wordt beschouwd op grond van het feit dat zij aandelen en vennootschap wordt beschouwd op grond van het feit dat zij aandelen en
desgevallend vorderingen houdt van een of meer dochtervennootschappen desgevallend vorderingen houdt van een of meer dochtervennootschappen
die aan de voorwaarden van §§ 1, 5 en 8 beantwoorden, wordt de die aan de voorwaarden van §§ 1, 5 en 8 beantwoorden, wordt de
nettowaarde van de aandelen van en de vorderingen op de vennootschap nettowaarde van de aandelen van en de vorderingen op de vennootschap
beperkt tot de som van de waarden van de aandelen van en desgevallend beperkt tot de som van de waarden van de aandelen van en desgevallend
vorderingen op de dochtervennootschappen die aan de voornoemde vorderingen op de dochtervennootschappen die aan de voornoemde
voorwaarden beantwoorden. voorwaarden beantwoorden.
In de mate dat de waarden van de aandelen van en desgevallend In de mate dat de waarden van de aandelen van en desgevallend
vorderingen op deze dochtervennootschappen slechts gedeeltelijk in vorderingen op deze dochtervennootschappen slechts gedeeltelijk in
aanmerking kunnen worden genomen volgens § 5, tweede lid van dit aanmerking kunnen worden genomen volgens § 5, tweede lid van dit
artikel, wordt de nettowaarde overeenkomstig beperkt. ». artikel, wordt de nettowaarde overeenkomstig beperkt. ».

Art. 27.In artikel 60bis, § 5, van hetzelfde wetboek wordt de

Art. 27.In artikel 60bis, § 5, van hetzelfde wetboek wordt de

zinsnede « verhoogd met de wettelijke intrest sinds het overlijden » zinsnede « verhoogd met de wettelijke intrest sinds het overlijden »
vervangen door de zinsnede « verhoogd met de wettelijke intrest ». vervangen door de zinsnede « verhoogd met de wettelijke intrest ».

Art. 28.De artikelen 26 en 27 treden in werking op 1 januari 1997.

Art. 28.De artikelen 26 en 27 treden in werking op 1 januari 1997.

Afdeling 2 Afdeling 2
Waarborg van het Vlaamse Gewest ten aanzien van het bestaand Waarborg van het Vlaamse Gewest ten aanzien van het bestaand
consortiumkrediet van de NV Tunnel Liefkenshoek consortiumkrediet van de NV Tunnel Liefkenshoek

Art. 29.§ 1. De waarborg van het Vlaamse Gewest welke gehecht werd

Art. 29.§ 1. De waarborg van het Vlaamse Gewest welke gehecht werd

aan het bestaande consortiumkrediet van de NV Tunnel Liefkenshoek aan het bestaande consortiumkrediet van de NV Tunnel Liefkenshoek
verleend op grond van artikel 30 van het decreet van 19 april 1995 verleend op grond van artikel 30 van het decreet van 19 april 1995
houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de
Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1995 en waarvan de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1995 en waarvan de
modaliteiten opgenomen zijn in het besluit van de Vlaamse regering van modaliteiten opgenomen zijn in het besluit van de Vlaamse regering van
15 mei 1995, waarbij de gewestwaarborg wordt gehecht aan leningen van 15 mei 1995, waarbij de gewestwaarborg wordt gehecht aan leningen van
de NV Tunnel Liefkenshoek, wordt bevestigd voor een bedrag van 8 950 de NV Tunnel Liefkenshoek, wordt bevestigd voor een bedrag van 8 950
000 000 frank. 000 000 frank.
§ 2. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om de waarborg van het § 2. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om de waarborg van het
Vlaamse Gewest te hechten aan een krediet van de NV Tunnel Vlaamse Gewest te hechten aan een krediet van de NV Tunnel
Liefkenshoek waarmee het bestaande consortiumkrediet wordt Liefkenshoek waarmee het bestaande consortiumkrediet wordt
terugbetaald. terugbetaald.
De waarborg van het Vlaamse Gewest is beperkt tot een maximaal bedrag De waarborg van het Vlaamse Gewest is beperkt tot een maximaal bedrag
van 8 950 000 000 frank. van 8 950 000 000 frank.
De waarborg van het Vlaamse Gewest bedoeld in § 1 komt van rechtswege De waarborg van het Vlaamse Gewest bedoeld in § 1 komt van rechtswege
te vervallen indien het bestaande consortiumkrediet met een lening te vervallen indien het bestaande consortiumkrediet met een lening
onder de waarborg van het Vlaamse Gewest wordt terugbetaald. onder de waarborg van het Vlaamse Gewest wordt terugbetaald.
§ 3. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om de waarborg van het § 3. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om de waarborg van het
Vlaamse Gewest te hechten aan renteproducten die toelaten om een Vlaamse Gewest te hechten aan renteproducten die toelaten om een
kortetermijnintrestvoet in te dekken ten aanzien van een kortetermijnintrestvoet in te dekken ten aanzien van een
langetermijnintrestvoet. De waarborg van het Vlaamse Gewest is beperkt langetermijnintrestvoet. De waarborg van het Vlaamse Gewest is beperkt
tot het bedrag gelijk aan het verschil tussen het bedrag aan intresten tot het bedrag gelijk aan het verschil tussen het bedrag aan intresten
berekend met de langetermijnrentevoet (OLO gelijk aan de looptijd van berekend met de langetermijnrentevoet (OLO gelijk aan de looptijd van
het krediet) en het bedrag aan intresten berekend met de korte termijn het krediet) en het bedrag aan intresten berekend met de korte termijn
rentevoet (Bibor 6 maanden) volgens de looptijd van het gewaarborgde rentevoet (Bibor 6 maanden) volgens de looptijd van het gewaarborgde
krediet. krediet.
Afdeling 3. - Kijk- en luistergeld Afdeling 3. - Kijk- en luistergeld

Art. 30.De inning door de Vlaamse Gemeenschap vanaf 1 april 1997 van

Art. 30.De inning door de Vlaamse Gemeenschap vanaf 1 april 1997 van

het kijk- en luistergeld wordt bekrachtigd. het kijk- en luistergeld wordt bekrachtigd.
HOOFDSTUK X. - Uitzonderlijke Investeringssubsidies HOOFDSTUK X. - Uitzonderlijke Investeringssubsidies

Art. 31.De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd om voor de jaren

Art. 31.De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd om voor de jaren

1997 tot en met 1999, in cumulatie met de subsidiëring voorzien bij 1997 tot en met 1999, in cumulatie met de subsidiëring voorzien bij
toepassing van het decreet van 20 maart 1991 betreffende het toepassing van het decreet van 20 maart 1991 betreffende het
investeringsfonds ter verdeling van de subsidies voor bepaalde investeringsfonds ter verdeling van de subsidies voor bepaalde
onroerende investeringen die in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse onroerende investeringen die in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse
Gewest door of op initiatief van de provincies, de gemeenten of de Gewest door of op initiatief van de provincies, de gemeenten of de
Vlaamse Gemeenschapscommissie worden gedaan, toelagen te verstrekken Vlaamse Gemeenschapscommissie worden gedaan, toelagen te verstrekken
voor de hiernavolgende aangelegenheden : voor de hiernavolgende aangelegenheden :
1° de vier landinrichtingsprojecten : Noord-Oost-Limburg, Leie en 1° de vier landinrichtingsprojecten : Noord-Oost-Limburg, Leie en
Schelde, Grote Netegebied, Westhoek; Schelde, Grote Netegebied, Westhoek;
2° de commerciële centra; 2° de commerciële centra;
3° de toeristische uitrusting aan de Vlaamse kust; 3° de toeristische uitrusting aan de Vlaamse kust;
4° de drie voetbal- of atletiekstadions in het kader van Euro 2000 : 4° de drie voetbal- of atletiekstadions in het kader van Euro 2000 :
Jan Breydelstadion Brugge, Bosuilstadion Antwerpen, Indooratletiekhal Jan Breydelstadion Brugge, Bosuilstadion Antwerpen, Indooratletiekhal
Gent. Gent.
Deze cumulatie is beperkt tot de betoelaagbare uitgaven waartoe de Deze cumulatie is beperkt tot de betoelaagbare uitgaven waartoe de
Vlaamse regering beslist. Vlaamse regering beslist.
HOOFDSTUK XI. - IJzermonument HOOFDSTUK XI. - IJzermonument

Art. 32.In artikel 3 van het decreet van 23 december 1986 houdende

Art. 32.In artikel 3 van het decreet van 23 december 1986 houdende

uitroeping van het IJzermonument en het omringende domein te Diksmuide uitroeping van het IJzermonument en het omringende domein te Diksmuide
tot Memoriaal van de Vlaamse ontvoogding, zoals gewijzigd bij het tot Memoriaal van de Vlaamse ontvoogding, zoals gewijzigd bij het
decreet van 25 juni 1992, worden de woorden « 2 miljoen frank » decreet van 25 juni 1992, worden de woorden « 2 miljoen frank »
vervangen door de woorden « 4 miljoen frank ». vervangen door de woorden « 4 miljoen frank ».
HOOFDSTUK XII. - Inwerkingtreding HOOFDSTUK XII. - Inwerkingtreding

Art. 33.Tenzij anders bepaald, treden de bepalingen van dit decreet

Art. 33.Tenzij anders bepaald, treden de bepalingen van dit decreet

in werking op 1 juli 1997. in werking op 1 juli 1997.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad
zal worden bekendgemaakt. zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 8 juli 1997. Brussel, 8 juli 1997.
De minister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van De minister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van
Buitenlands Beleid, Buitenlands Beleid,
Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie, Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie,
L. VAN DEN BRANDE L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
L. VAN DEN BOSSCHE L. VAN DEN BOSSCHE
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling, De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling,
Th. KELCHERMANS Th. KELCHERMANS
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid,
Mevr. W. DEMEESTER-DE MEYER Mevr. W. DEMEESTER-DE MEYER
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid
en Huisvesting, en Huisvesting,
L. PEETERS L. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke De Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke
Ordening, Ordening,
E. BALDEWIJNS E. BALDEWIJNS
De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn, De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn,
L. MARTENS L. MARTENS
De Vlaamse minister van Economie, KMO, Landbouw en Media, De Vlaamse minister van Economie, KMO, Landbouw en Media,
E. VAN ROMPUY E. VAN ROMPUY
De Vlaamse minister van Brusselse Aangelegenheden en Gelijke De Vlaamse minister van Brusselse Aangelegenheden en Gelijke
Kansenbeleid, Kansenbeleid,
Mevr. A. VAN ASBROECK Mevr. A. VAN ASBROECK
Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld
^