Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1997 | Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1997 |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
8 JULI 1997. Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de | 8 JULI 1997. Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de |
aanpassing van de begroting 1997 (1) | aanpassing van de begroting 1997 (1) |
Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen | Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen |
hetgeen volgt : | hetgeen volgt : |
HOOFDSTUK I. - Stedelijk beleid | HOOFDSTUK I. - Stedelijk beleid |
Artikel 1.In artikel 24 van het decreet van 22 december 1995 houdende |
Artikel 1.In artikel 24 van het decreet van 22 december 1995 houdende |
bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 worden de volgende | bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 worden de volgende |
wijzigingen aangebracht : | wijzigingen aangebracht : |
1° sub 4° wordt vervangen door wat volgt : | 1° sub 4° wordt vervangen door wat volgt : |
« 4° renovatiewerkzaamheden : de uitvoering van structurele ingrepen | « 4° renovatiewerkzaamheden : de uitvoering van structurele ingrepen |
waarvoor op grond van artikel 42 van het decreet betreffende de | waarvoor op grond van artikel 42 van het decreet betreffende de |
ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, een | ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, een |
bouwvergunning vereist is en die vooral betrekking hebben op de | bouwvergunning vereist is en die vooral betrekking hebben op de |
stabiliteit, de bouwfysica en de veiligheid, en/of op de herstelling | stabiliteit, de bouwfysica en de veiligheid, en/of op de herstelling |
van zichtbare en storende gebreken, om een gebouw en/of woning weer | van zichtbare en storende gebreken, om een gebouw en/of woning weer |
geschikt volgens de oorspronkelijke bestemming te maken of een nieuwe | geschikt volgens de oorspronkelijke bestemming te maken of een nieuwe |
bestemming te geven in overeenstemming met de eisen van een goede | bestemming te geven in overeenstemming met de eisen van een goede |
plaatselijke ruimtelijke ordening; voor de toepassing van dit decreet | plaatselijke ruimtelijke ordening; voor de toepassing van dit decreet |
wordt sloop gevolgd door vervangingsbouw, gelijkgesteld met | wordt sloop gevolgd door vervangingsbouw, gelijkgesteld met |
renovatiewerkzaamheden; »; | renovatiewerkzaamheden; »; |
2° sub 5° wordt vervangen door wat volgt : | 2° sub 5° wordt vervangen door wat volgt : |
« 5° sociale woonorganisaties : de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, | « 5° sociale woonorganisaties : de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, |
de door de VHM erkende lokale sociale huisvestingsmaatschappijen en | de door de VHM erkende lokale sociale huisvestingsmaatschappijen en |
het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen; »; | het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen; »; |
3° een sub 7° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : | 3° een sub 7° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : |
« 7° inventarisatiedatum : datum waarop het gebouw en/of de woning | « 7° inventarisatiedatum : datum waarop het gebouw en/of de woning |
voor de eerste maal in de inventaris wordt opgenomen of, zolang het | voor de eerste maal in de inventaris wordt opgenomen of, zolang het |
gebouw en/of de woning niet uit de inventaris is geschrapt, het | gebouw en/of de woning niet uit de inventaris is geschrapt, het |
ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf | ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf |
maanden vanaf de datum van de eerste inschrijving. ». | maanden vanaf de datum van de eerste inschrijving. ». |
Art. 2.In artikel 30, § 1, van hetzelfde decreet wordt het eerste lid |
Art. 2.In artikel 30, § 1, van hetzelfde decreet wordt het eerste lid |
vervangen door wat volgt : | vervangen door wat volgt : |
« Een gebouw wordt beschouwd als leegstaand als meer dan 50 procent | « Een gebouw wordt beschouwd als leegstaand als meer dan 50 procent |
van de totale vloeroppervlakte niet effectief wordt gebruikt gedurende | van de totale vloeroppervlakte niet effectief wordt gebruikt gedurende |
minstens 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening | minstens 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening |
gehouden met de woningen die deel uitmaken van het gebouw. » . | gehouden met de woningen die deel uitmaken van het gebouw. » . |
Art. 3.In artikel 32 van hetzelfde decreet wordt het laatste lid |
Art. 3.In artikel 32 van hetzelfde decreet wordt het laatste lid |
vervangen door wat volgt : | vervangen door wat volgt : |
« Wanneer de vaststelling niet werd betwist of de houder van het | « Wanneer de vaststelling niet werd betwist of de houder van het |
zakelijk recht er niet in slaagt het tegenbewijs te leveren binnen de | zakelijk recht er niet in slaagt het tegenbewijs te leveren binnen de |
gestelde termijn, neemt de administratie het gebouw en/of de woning op | gestelde termijn, neemt de administratie het gebouw en/of de woning op |
in de inventaris. Het gebouw en/of de woning wordt ingeschreven op de | in de inventaris. Het gebouw en/of de woning wordt ingeschreven op de |
datum van de administratieve akte, bedoeld in artikel 28. ». | datum van de administratieve akte, bedoeld in artikel 28. ». |
Art. 4.In artikel 33 van hetzelfde decreet wordt aan het voorlaatste |
Art. 4.In artikel 33 van hetzelfde decreet wordt aan het voorlaatste |
lid de volgende zin toegevoegd : | lid de volgende zin toegevoegd : |
« Het gebouw en/of de woning wordt ingeschreven op de datum van de | « Het gebouw en/of de woning wordt ingeschreven op de datum van de |
administratieve akte, bedoeld in artikel 28. ». | administratieve akte, bedoeld in artikel 28. ». |
Art. 5.In artikel 35 van hetzelfde decreet worden de volgende |
Art. 5.In artikel 35 van hetzelfde decreet worden de volgende |
wijzigingen aangebracht : | wijzigingen aangebracht : |
1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : | 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : |
« § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 39, § 2, schrapt de | « § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 39, § 2, schrapt de |
administratie een gebouw uit de inventaris zodra de houder van het | administratie een gebouw uit de inventaris zodra de houder van het |
zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, of zijn rechtsopvolger kan | zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, of zijn rechtsopvolger kan |
bewijzen dat : | bewijzen dat : |
- meer dan 50 procent van de totale vloeroppervlakte van het gebouw, | - meer dan 50 procent van de totale vloeroppervlakte van het gebouw, |
zoals bedoeld in artikel 30, § 1, na de periode van leegstand, meer | zoals bedoeld in artikel 30, § 1, na de periode van leegstand, meer |
dan 6 opeenvolgende maanden effectief wordt gebruikt; | dan 6 opeenvolgende maanden effectief wordt gebruikt; |
- de zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, bedoeld | - de zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, bedoeld |
in artikel 29, werden hersteld en/of verwijderd. »; | in artikel 29, werden hersteld en/of verwijderd. »; |
2° in § 2 worden de woorden « na een onderzoek » geschrapt. | 2° in § 2 worden de woorden « na een onderzoek » geschrapt. |
Art. 6.Artikel 36 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat |
Art. 6.Artikel 36 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat |
volgt : | volgt : |
« Artikel 36.Het bedrag van de heffing is gelijk aan het resultaat |
« Artikel 36.Het bedrag van de heffing is gelijk aan het resultaat |
van de volgende formule : | van de volgende formule : |
(KI x V + M) x (P + 1), waarbij : | (KI x V + M) x (P + 1), waarbij : |
- KI staat voor het kadastraal inkomen van het gebouw en/of de woning, | - KI staat voor het kadastraal inkomen van het gebouw en/of de woning, |
vastgesteld overeenkomstig de artikelen 255 en 256 van het Wetboek van | vastgesteld overeenkomstig de artikelen 255 en 256 van het Wetboek van |
de Inkomstenbelastingen, zoals die van toepassing zijn op het Vlaamse | de Inkomstenbelastingen, zoals die van toepassing zijn op het Vlaamse |
Gewest ingevolge het artikel 60 van het decreet van 21 december 1990, | Gewest ingevolge het artikel 60 van het decreet van 21 december 1990, |
en geïndexeerd overeenkomstig artikel 518 van hetzelfde wetboek. Als | en geïndexeerd overeenkomstig artikel 518 van hetzelfde wetboek. Als |
zich meerdere gebouwen en/of woningen bevinden op een kadastraal | zich meerdere gebouwen en/of woningen bevinden op een kadastraal |
perceel staat KI voor het kadastraal inkomen van de grond en de | perceel staat KI voor het kadastraal inkomen van de grond en de |
opstanden van het gehele perceel, berekend overeenkomstig de vorige | opstanden van het gehele perceel, berekend overeenkomstig de vorige |
bepaling, vermenigvuldigd met een breuk waarin de teller gelijk is aan | bepaling, vermenigvuldigd met een breuk waarin de teller gelijk is aan |
de oppervlakte van het geïnventariseerde gebouw en/of woning en de | de oppervlakte van het geïnventariseerde gebouw en/of woning en de |
noemer gelijk is aan de totale oppervlakte van de gebouwen en /of | noemer gelijk is aan de totale oppervlakte van de gebouwen en /of |
woningen die zich op het kadastraal perceel bevinden; | woningen die zich op het kadastraal perceel bevinden; |
- V staat voor 1/2, als het gebouw en/of de woning enkel op de lijst | - V staat voor 1/2, als het gebouw en/of de woning enkel op de lijst |
van de verwaarloosde gebouwen en/of woningen voorkomt, en voor 1 in de | van de verwaarloosde gebouwen en/of woningen voorkomt, en voor 1 in de |
andere gevallen; | andere gevallen; |
- M staat voor het bedrag waarmee het resultaat van de | - M staat voor het bedrag waarmee het resultaat van de |
vermenigvuldiging van KI met V in voorkomend geval moet worden | vermenigvuldiging van KI met V in voorkomend geval moet worden |
verhoogd om het bedrag van 20 000 frank te bereiken, of om het bedrag | verhoogd om het bedrag van 20 000 frank te bereiken, of om het bedrag |
van 40 000 frank te bereiken als het gebouw en/of de woning voorkomt | van 40 000 frank te bereiken als het gebouw en/of de woning voorkomt |
op de lijst van leegstaande gebouwen en/of woningen en op de lijst van | op de lijst van leegstaande gebouwen en/of woningen en op de lijst van |
verwaarloosde gebouwen en/of woningen; | verwaarloosde gebouwen en/of woningen; |
- P staat voor het aantal periodes van 12 maanden dat het gebouw en/of | - P staat voor het aantal periodes van 12 maanden dat het gebouw en/of |
de woning zonder onderbreking is opgenomen in de inventaris, bedoeld | de woning zonder onderbreking is opgenomen in de inventaris, bedoeld |
in artikel 28, zonder echter meer te bedragen dan 4. ». | in artikel 28, zonder echter meer te bedragen dan 4. ». |
Art. 7.Artikel 42 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat |
Art. 7.Artikel 42 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat |
volgt : | volgt : |
« Artikel 42.§ 1. De verkrijger van een zakelijk recht, bedoeld in |
« Artikel 42.§ 1. De verkrijger van een zakelijk recht, bedoeld in |
artikel 27, wordt vrijgesteld van de heffing gedurende een periode van | artikel 27, wordt vrijgesteld van de heffing gedurende een periode van |
één jaar volgend op de volledige overdracht van het gebouw en/of de | één jaar volgend op de volledige overdracht van het gebouw en/of de |
woning, op voorwaarde dat in de loop van voormelde periode geen nieuwe | woning, op voorwaarde dat in de loop van voormelde periode geen nieuwe |
overdracht plaatsvindt, en : | overdracht plaatsvindt, en : |
- ofwel het gebouw en/of de woning in de loop van voormelde periode | - ofwel het gebouw en/of de woning in de loop van voormelde periode |
geschrapt wordt uit de inventaris; | geschrapt wordt uit de inventaris; |
- ofwel in de loop van voormelde periode een heffing geschorst wordt | - ofwel in de loop van voormelde periode een heffing geschorst wordt |
op grond van artikel 43, en deze schorsing achteraf niet ongedaan | op grond van artikel 43, en deze schorsing achteraf niet ongedaan |
wordt gemaakt. | wordt gemaakt. |
Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan : | Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan : |
- vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht | - vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht |
participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10 procent | participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10 procent |
van het aandeelhouderschap; | van het aandeelhouderschap; |
- bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij ingeval van | - bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij ingeval van |
overdracht bij erfopvolging of testament. | overdracht bij erfopvolging of testament. |
§ 2. De houder van het zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, op een | § 2. De houder van het zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, op een |
van de volgende gebouwen en/of woningen wordt vrijgesteld van de | van de volgende gebouwen en/of woningen wordt vrijgesteld van de |
heffing : | heffing : |
1° de gebouwen en/of woningen die liggen binnen de grenzen van een | 1° de gebouwen en/of woningen die liggen binnen de grenzen van een |
door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waar voor | door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waar voor |
geen bouwvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan | geen bouwvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan |
wordt voorbereid; | wordt voorbereid; |
2° de gebouwen en/of woningen die krachtens het decreet van 3 maart | 2° de gebouwen en/of woningen die krachtens het decreet van 3 maart |
1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten zijn | 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten zijn |
beschermd als monument en waarvoor a) ofwel bij de bevoegde overheid | beschermd als monument en waarvoor a) ofwel bij de bevoegde overheid |
een ontvankelijk verklaard restauratiepremiedossier is ingediend, | een ontvankelijk verklaard restauratiepremiedossier is ingediend, |
gedurende de termijn van behandeling; b) ofwel de bevoegde overheid | gedurende de termijn van behandeling; b) ofwel de bevoegde overheid |
attesteert dat het beschermde gebouw en/of woning in de bestaande | attesteert dat het beschermde gebouw en/of woning in de bestaande |
toestand mag bewaard blijven. Dit attest vermeldt voor welke termijn | toestand mag bewaard blijven. Dit attest vermeldt voor welke termijn |
en voor welke lijsten, waarop de gebouwen en/of woningen zijn | en voor welke lijsten, waarop de gebouwen en/of woningen zijn |
geïnventariseerd, vrijstelling wordt verleend; | geïnventariseerd, vrijstelling wordt verleend; |
3° de gebouwen en/of woningen die getroffen zijn door een ramp, zoals | 3° de gebouwen en/of woningen die getroffen zijn door een ramp, zoals |
bepaald door de Vlaamse regering, die zich heeft voorgedaan | bepaald door de Vlaamse regering, die zich heeft voorgedaan |
onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, gedurende een | onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, gedurende een |
periode van 2 jaar volgend op de datum van de ramp; | periode van 2 jaar volgend op de datum van de ramp; |
4° de gebouwen en/of woningen die na de beëindiging van de | 4° de gebouwen en/of woningen die na de beëindiging van de |
renovatiewerkzaamheden binnen de maximale schorsingsperiode, zoals | renovatiewerkzaamheden binnen de maximale schorsingsperiode, zoals |
bedoeld in artikel 43, enkel nog voorkomen op de lijst van leegstaande | bedoeld in artikel 43, enkel nog voorkomen op de lijst van leegstaande |
gebouwen en/of woningen, gedurende een periode van 2 jaar volgend op | gebouwen en/of woningen, gedurende een periode van 2 jaar volgend op |
het einde van de periode van schorsing. ». | het einde van de periode van schorsing. ». |
Art. 8.Artikel 43 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat |
Art. 8.Artikel 43 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat |
volgt : | volgt : |
« Artikel 43.De heffing wordt geschorst van zodra de |
« Artikel 43.De heffing wordt geschorst van zodra de |
belastingplichtige een bouwvergunning voorlegt waaruit blijkt dat hij | belastingplichtige een bouwvergunning voorlegt waaruit blijkt dat hij |
de nodige renovatiewerken gaat uitvoeren. Als de belastingplichtige | de nodige renovatiewerken gaat uitvoeren. Als de belastingplichtige |
tijdens de termijn van een maand na kennisgeving van de | tijdens de termijn van een maand na kennisgeving van de |
administratieve akte, bedoeld in de artikelen 32 en 33, een | administratieve akte, bedoeld in de artikelen 32 en 33, een |
bouwvergunning voorlegt die dateert van voor de administratieve akte, | bouwvergunning voorlegt die dateert van voor de administratieve akte, |
op basis waarvan de eerste inventarisatie van het gebouw en/of de | op basis waarvan de eerste inventarisatie van het gebouw en/of de |
woning gebeurt, dan gaat de schorsing in op de datum van de | woning gebeurt, dan gaat de schorsing in op de datum van de |
administratieve akte in plaats van op de datum waarop de | administratieve akte in plaats van op de datum waarop de |
bouwvergunning voorgelegd wordt. | bouwvergunning voorgelegd wordt. |
De periode van schorsing eindigt op het moment dat de | De periode van schorsing eindigt op het moment dat de |
renovatiewerkzaamheden beëindigd zijn. Zij kan niet langer duren dan 2 | renovatiewerkzaamheden beëindigd zijn. Zij kan niet langer duren dan 2 |
jaar, tenzij de renovatiewerkzaamheden betrekking hebben op 3 of meer | jaar, tenzij de renovatiewerkzaamheden betrekking hebben op 3 of meer |
gebouwen en of woningen, of dermate omvangrijk zijn dat ze niet kunnen | gebouwen en of woningen, of dermate omvangrijk zijn dat ze niet kunnen |
worden voltooid in 2 jaar, in welke gevallen de maximale periode 3 | worden voltooid in 2 jaar, in welke gevallen de maximale periode 3 |
jaar bedraagt. | jaar bedraagt. |
De schorsing geldt voor de heffingen die verschuldigd worden op de | De schorsing geldt voor de heffingen die verschuldigd worden op de |
inventarisatiedata die vallen in de periode van schorsing. | inventarisatiedata die vallen in de periode van schorsing. |
De schorsing wordt ongedaan gemaakt als de in de bouwvergunning | De schorsing wordt ongedaan gemaakt als de in de bouwvergunning |
aangeduide renovatiewerken op het einde van de periode van schorsing | aangeduide renovatiewerken op het einde van de periode van schorsing |
niet beëindigd zijn. | niet beëindigd zijn. |
Als de renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd door een sociale | Als de renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd door een sociale |
woonorganisatie, de gemeente of het Openbaar Centrum voor | woonorganisatie, de gemeente of het Openbaar Centrum voor |
Maatschappelijk Welzijn, dan kan de termijn van 2 of 3 jaar door de | Maatschappelijk Welzijn, dan kan de termijn van 2 of 3 jaar door de |
Vlaamse regering worden verlengd op grond van een verslag over de | Vlaamse regering worden verlengd op grond van een verslag over de |
voorbereiding of de vordering van de werkzaamheden. ». | voorbereiding of de vordering van de werkzaamheden. ». |
Art. 9.De bepalingen van artikel 1, 2° en 3°, artikel 3, artikel 4, |
Art. 9.De bepalingen van artikel 1, 2° en 3°, artikel 3, artikel 4, |
artikel 5 en artikel 7 hebben uitwerking met ingang van 1 januari | artikel 5 en artikel 7 hebben uitwerking met ingang van 1 januari |
1996. | 1996. |
HOOFDSTUK II. - Huisvesting | HOOFDSTUK II. - Huisvesting |
Art. 10.In artikel 49, § 6, van het decreet van 25 juni 1992 houdende |
Art. 10.In artikel 49, § 6, van het decreet van 25 juni 1992 houdende |
diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992 wordt een | diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992 wordt een |
derde lid ingevoegd, dat luidt als volgt : | derde lid ingevoegd, dat luidt als volgt : |
« De Vlaamse regering kan de bepalingen van deze paragraaf tevens van | « De Vlaamse regering kan de bepalingen van deze paragraaf tevens van |
toepassing verklaren indien een sociale huisvestingsmaatschappij voor | toepassing verklaren indien een sociale huisvestingsmaatschappij voor |
de in de §§ 3 en 4 bedoelde verrichtingen een financiering bekomt bij | de in de §§ 3 en 4 bedoelde verrichtingen een financiering bekomt bij |
de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij. ». | de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij. ». |
HOOFDSTUK III. - Ruimtelijke Ordening | HOOFDSTUK III. - Ruimtelijke Ordening |
Art. 11.Artikel 17, § 3, 1°, van het decreet van 19 april 1995 |
Art. 11.Artikel 17, § 3, 1°, van het decreet van 19 april 1995 |
houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en | houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en |
verwaarlozing van bedrijfsruimtes wordt opgeheven. | verwaarlozing van bedrijfsruimtes wordt opgeheven. |
HOOFDSTUK IV. - Leefmilieu | HOOFDSTUK IV. - Leefmilieu |
Afdeling 1. - VLINA | Afdeling 1. - VLINA |
Art. 12.In het decreet van 21 december 1990 houdende |
Art. 12.In het decreet van 21 december 1990 houdende |
begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van | begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van |
de begroting 1991, wordt in artikel 75, § 6, de zin : | de begroting 1991, wordt in artikel 75, § 6, de zin : |
« Het eigen vermogen IBW kan geen inkomsten boeken lastens de | « Het eigen vermogen IBW kan geen inkomsten boeken lastens de |
begroting van de Vlaamse Gemeenschap. » | begroting van de Vlaamse Gemeenschap. » |
vervangen door de zin : | vervangen door de zin : |
« Het eigen vermogen van het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer | « Het eigen vermogen van het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer |
(IBW) kan geen inkomsten boeken lastens de begroting van de Vlaamse | (IBW) kan geen inkomsten boeken lastens de begroting van de Vlaamse |
Gemeenschap, uitgezonderd de vergoeding van de marginale meerkosten | Gemeenschap, uitgezonderd de vergoeding van de marginale meerkosten |
verbonden aan de door de Vlaamse regering goedgekeurde projecten in | verbonden aan de door de Vlaamse regering goedgekeurde projecten in |
het kader van het Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling, zoals | het kader van het Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling, zoals |
bepaald in het besluit van de Vlaamse regering tot instelling en | bepaald in het besluit van de Vlaamse regering tot instelling en |
organisatie van een Vlaams Impulsprogramma : Natuurontwikkeling, van 8 | organisatie van een Vlaams Impulsprogramma : Natuurontwikkeling, van 8 |
februari 1995, gewijzigd bij besluit van 26 november 1996. ». | februari 1995, gewijzigd bij besluit van 26 november 1996. ». |
Art. 13.In hetzelfde decreet wordt in artikel 76, § 6, de zin : |
Art. 13.In hetzelfde decreet wordt in artikel 76, § 6, de zin : |
« Het eigen vermogen IVN kan geen inkomsten boeken lastens de | « Het eigen vermogen IVN kan geen inkomsten boeken lastens de |
begroting van de Vlaamse Gemeenschap. » | begroting van de Vlaamse Gemeenschap. » |
vervangen door de zin : | vervangen door de zin : |
« Het eigen vermogen van het Instituut voor Natuurbehoud (IVN) kan | « Het eigen vermogen van het Instituut voor Natuurbehoud (IVN) kan |
geen inkomsten boeken lastens de begroting van de Vlaamse Gemeenschap, | geen inkomsten boeken lastens de begroting van de Vlaamse Gemeenschap, |
uitgezonderd de vergoeding van de marginale meerkosten verbonden aan | uitgezonderd de vergoeding van de marginale meerkosten verbonden aan |
de door de Vlaamse regering goedgekeurde projecten in het kader van | de door de Vlaamse regering goedgekeurde projecten in het kader van |
het Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling, zoals bepaald in het | het Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling, zoals bepaald in het |
besluit van de Vlaamse regering tot instelling en organisatie van een | besluit van de Vlaamse regering tot instelling en organisatie van een |
Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling, van 8 februari 1995, | Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling, van 8 februari 1995, |
gewijzigd bij besluit van 26 november 1996. ». | gewijzigd bij besluit van 26 november 1996. ». |
Afdeling 2. - Vlaamse Milieumaatschappij | Afdeling 2. - Vlaamse Milieumaatschappij |
Art. 14.In artikel 35ter, § 6, van de wet van 26 maart 1971 op de |
Art. 14.In artikel 35ter, § 6, van de wet van 26 maart 1971 op de |
bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd | bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd |
bij decreet van 20 december 1996, worden de volgende wijzigingen | bij decreet van 20 december 1996, worden de volgende wijzigingen |
aangebracht : | aangebracht : |
1° de woorden « schriftelijk of persoonlijk » worden geschrapt; | 1° de woorden « schriftelijk of persoonlijk » worden geschrapt; |
2° de woorden « op datum van de uitvoerbaarverklaring van het kohier | 2° de woorden « op datum van de uitvoerbaarverklaring van het kohier |
geniet » worden vervangen door « gedurende minimaal drie maanden | geniet » worden vervangen door « gedurende minimaal drie maanden |
voorafgaand aan de uitvoerbaarverklaring van het kohier genoten heeft | voorafgaand aan de uitvoerbaarverklaring van het kohier genoten heeft |
». | ». |
Art. 15.§ 1. In artikel 35quater van de wet van 26 maart 1971 op de |
Art. 15.§ 1. In artikel 35quater van de wet van 26 maart 1971 op de |
bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd | bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd |
bij decreet van 25 juni 1992, wordt § 4 geschrapt. | bij decreet van 25 juni 1992, wordt § 4 geschrapt. |
§ 2. Dit artikel treedt in werking vanaf het heffingsjaar 1997. | § 2. Dit artikel treedt in werking vanaf het heffingsjaar 1997. |
Art. 16.Aan artikel 35octies van de wet van 26 maart 1971 op de |
Art. 16.Aan artikel 35octies van de wet van 26 maart 1971 op de |
bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd | bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd |
bij decreet van 25 juni 1992, wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als | bij decreet van 25 juni 1992, wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als |
volgt : | volgt : |
« § 6. Zolang de innings- en invorderingsprocedure betreffende het | « § 6. Zolang de innings- en invorderingsprocedure betreffende het |
heffingsjaar 1991 niet afgesloten is, blijven de artikelen 35undecies, | heffingsjaar 1991 niet afgesloten is, blijven de artikelen 35undecies, |
§ 6, 35terdecies, § 2 en §§ 4-6 en 35quaterdecies, § 5 van het decreet | § 6, 35terdecies, § 2 en §§ 4-6 en 35quaterdecies, § 5 van het decreet |
van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede | van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede |
bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 van kracht, ondanks | bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 van kracht, ondanks |
de wijzigingen ingevoerd bij decreet van 25 juni 1992 en later. ». | de wijzigingen ingevoerd bij decreet van 25 juni 1992 en later. ». |
HOOFDSTUK V. - Onderwijs | HOOFDSTUK V. - Onderwijs |
Afdeling 1. - Deeltijds Kunstonderwijs | Afdeling 1. - Deeltijds Kunstonderwijs |
Art. 17.§ 1. De inschrijvingsgelden voor het deeltijds kunstonderwijs |
Art. 17.§ 1. De inschrijvingsgelden voor het deeltijds kunstonderwijs |
worden jaarlijks met ingang van 1 september door de Vlaamse regering | worden jaarlijks met ingang van 1 september door de Vlaamse regering |
aangepast aan de evolutie van de index der consumptieprijzen. De | aangepast aan de evolutie van de index der consumptieprijzen. De |
basisindex is deze van de maand september 1993. De nieuwe index is | basisindex is deze van de maand september 1993. De nieuwe index is |
deze van de maand april van het schooljaar dat voorafgaat aan het | deze van de maand april van het schooljaar dat voorafgaat aan het |
schooljaar waarin de nieuwe inschrijvingsgelden van toepassing zijn. | schooljaar waarin de nieuwe inschrijvingsgelden van toepassing zijn. |
Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar het hogere honderdtal. | Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar het hogere honderdtal. |
§ 2. Dit artikel treedt in werking op 1 september 1997. | § 2. Dit artikel treedt in werking op 1 september 1997. |
Afdeling 2. - Nascholing | Afdeling 2. - Nascholing |
Art. 18.§ 1. In artikel 44, § 1, van het decreet van 16 april 1996 |
Art. 18.§ 1. In artikel 44, § 1, van het decreet van 16 april 1996 |
betreffende de lerarenopleiding en de nascholing worden voor het jaar | betreffende de lerarenopleiding en de nascholing worden voor het jaar |
1997 de middelen van de overheid vastgesteld op 25,6 miljoen frank. | 1997 de middelen van de overheid vastgesteld op 25,6 miljoen frank. |
§ 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997. | § 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997. |
HOOFDSTUK VI. - Cultuur | HOOFDSTUK VI. - Cultuur |
Afdeling 1. - Vlaamse Opera | Afdeling 1. - Vlaamse Opera |
Art. 19.Artikel 108 van het decreet van 21 december 1990 houdende |
Art. 19.Artikel 108 van het decreet van 21 december 1990 houdende |
begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van | begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van |
de begroting 1991, gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992, wordt | de begroting 1991, gewijzigd bij decreet van 25 juni 1992, wordt |
opgeheven. | opgeheven. |
Art. 20.Aan de Vlaamse Opera wordt gedurende 14 jaar een toelage |
Art. 20.Aan de Vlaamse Opera wordt gedurende 14 jaar een toelage |
verstrekt van maximum 50 miljoen frank per jaar die dient voor de | verstrekt van maximum 50 miljoen frank per jaar die dient voor de |
aflossing in kapitaal en intresten van een lening aan te gaan door de | aflossing in kapitaal en intresten van een lening aan te gaan door de |
instelling zelf en die bestemd is voor aankoop van terreinen en | instelling zelf en die bestemd is voor aankoop van terreinen en |
gebouwen, geschiktmaking of constructie van gebouwen met het doel een | gebouwen, geschiktmaking of constructie van gebouwen met het doel een |
eigen infrastructuur te realiseren. | eigen infrastructuur te realiseren. |
Afdeling 2. - Verenigingen voor Volksontwikkelingswerk | Afdeling 2. - Verenigingen voor Volksontwikkelingswerk |
Art. 21.Artikel 56 van het decreet van 20 december 1996 houdende |
Art. 21.Artikel 56 van het decreet van 20 december 1996 houdende |
bepalingen tot begeleiding van de begroting 1997 wordt opgeheven. | bepalingen tot begeleiding van de begroting 1997 wordt opgeheven. |
Afdeling 3. - Schenking Roger Raveel | Afdeling 3. - Schenking Roger Raveel |
Art. 22.De aanvaarding namens de Vlaamse regering door de Vlaamse |
Art. 22.De aanvaarding namens de Vlaamse regering door de Vlaamse |
minister van Cultuur, Gezin en Welzijn van de schenking onder levenden | minister van Cultuur, Gezin en Welzijn van de schenking onder levenden |
met betrekking tot 102 schilderijen van de kunstschilder Roger Ridder | met betrekking tot 102 schilderijen van de kunstschilder Roger Ridder |
Raveel aan de Vlaamse Gemeenschap, wordt goedgekeurd. | Raveel aan de Vlaamse Gemeenschap, wordt goedgekeurd. |
HOOFDSTUK VII. - Welzijn | HOOFDSTUK VII. - Welzijn |
Art. 23.§ 1. In artikel 21, § 3, van het decreet van 14 mei 1996 tot |
Art. 23.§ 1. In artikel 21, § 3, van het decreet van 14 mei 1996 tot |
vaststelling van de regelen inzake de werking en de verdeling van het | vaststelling van de regelen inzake de werking en de verdeling van het |
Sociaal Impulsfonds wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als | Sociaal Impulsfonds wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als |
volgt : | volgt : |
« Voor de berekening en de uitbetaling van het aandeel van elk | « Voor de berekening en de uitbetaling van het aandeel van elk |
Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn voor het jaar 1996 in de | Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn voor het jaar 1996 in de |
in artikel 2, 3° van het besluit van de Vlaamse regering van 6 | in artikel 2, 3° van het besluit van de Vlaamse regering van 6 |
februari 1991 tot vaststelling voor de jaren 1991 tot en met 1995 van | februari 1991 tot vaststelling voor de jaren 1991 tot en met 1995 van |
de objectieve normen voor de verdeling van het Bijzonder Fonds voor | de objectieve normen voor de verdeling van het Bijzonder Fonds voor |
MaatschappeIijk Welzijn onder de Openbare Centra voor Maatschappelijk | MaatschappeIijk Welzijn onder de Openbare Centra voor Maatschappelijk |
Welzijn van het Vlaamse Gewest bedoelde nettolasten die betrekking | Welzijn van het Vlaamse Gewest bedoelde nettolasten die betrekking |
hebben op het dienstjaar 1995 en voor zover de betrokken gemeente en | hebben op het dienstjaar 1995 en voor zover de betrokken gemeente en |
het betrokken Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn voor het | het betrokken Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn voor het |
jaar 1997 in toepassing van artikel 8 niet meer ontvangen dan het | jaar 1997 in toepassing van artikel 8 niet meer ontvangen dan het |
gewaarborgd trekkingsrecht, blijven de regelen van kracht die op 31 | gewaarborgd trekkingsrecht, blijven de regelen van kracht die op 31 |
december 1995 van toepassing zijn, waarbij het te verdelen | december 1995 van toepassing zijn, waarbij het te verdelen |
vastleggingskrediet gelijk is aan 89 900 000 frank. ». | vastleggingskrediet gelijk is aan 89 900 000 frank. ». |
§ 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 14 mei 1996. | § 2. Dit artikel heeft uitwerking met ingang van 14 mei 1996. |
HOOFDSTUK VIII. - Openbare werken | HOOFDSTUK VIII. - Openbare werken |
Art. 24.Aan het decreet van 4 mei 1994 betreffende de naamloze |
Art. 24.Aan het decreet van 4 mei 1994 betreffende de naamloze |
vennootschap Zeekanaal en watergebonden grondbeheer Vlaanderen wordt | vennootschap Zeekanaal en watergebonden grondbeheer Vlaanderen wordt |
een artikel 46bis toegevoegd, dat luidt als volgt : | een artikel 46bis toegevoegd, dat luidt als volgt : |
« Artikel 46bis.De inkomsten van de vaarvergunning in de vorm van een |
« Artikel 46bis.De inkomsten van de vaarvergunning in de vorm van een |
waterwegenvignet en de vergunning voor het varen met hoge snelheid | waterwegenvignet en de vergunning voor het varen met hoge snelheid |
worden toegekend aan de vennootschap voor het bedrag dat zij zelf int. | worden toegekend aan de vennootschap voor het bedrag dat zij zelf int. |
». | ». |
Art. 25.In artikel 57 van het decreet van 22 december 1995 houdende |
Art. 25.In artikel 57 van het decreet van 22 december 1995 houdende |
bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 wordt na de woorden « | bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 wordt na de woorden « |
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap » de volgende zinsnede ingevoegd | Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap » de volgende zinsnede ingevoegd |
« en de Vlaamse Openbare Instellingen ». | « en de Vlaamse Openbare Instellingen ». |
HOOFDSTUK IX. - Financiën | HOOFDSTUK IX. - Financiën |
Afdeling 1. - Successierechten | Afdeling 1. - Successierechten |
Art. 26.Aan artikel 60bis, § 9, van het Wetboek der Successierechten |
Art. 26.Aan artikel 60bis, § 9, van het Wetboek der Successierechten |
zoals het geldt in het Vlaamse Gewest, wordt een tweede en derde lid | zoals het geldt in het Vlaamse Gewest, wordt een tweede en derde lid |
toegevoegd, die luiden als volgt : | toegevoegd, die luiden als volgt : |
« Ingeval een vennootschap overeenkomstig § 3 als een familiale | « Ingeval een vennootschap overeenkomstig § 3 als een familiale |
vennootschap wordt beschouwd op grond van het feit dat zij aandelen en | vennootschap wordt beschouwd op grond van het feit dat zij aandelen en |
desgevallend vorderingen houdt van een of meer dochtervennootschappen | desgevallend vorderingen houdt van een of meer dochtervennootschappen |
die aan de voorwaarden van §§ 1, 5 en 8 beantwoorden, wordt de | die aan de voorwaarden van §§ 1, 5 en 8 beantwoorden, wordt de |
nettowaarde van de aandelen van en de vorderingen op de vennootschap | nettowaarde van de aandelen van en de vorderingen op de vennootschap |
beperkt tot de som van de waarden van de aandelen van en desgevallend | beperkt tot de som van de waarden van de aandelen van en desgevallend |
vorderingen op de dochtervennootschappen die aan de voornoemde | vorderingen op de dochtervennootschappen die aan de voornoemde |
voorwaarden beantwoorden. | voorwaarden beantwoorden. |
In de mate dat de waarden van de aandelen van en desgevallend | In de mate dat de waarden van de aandelen van en desgevallend |
vorderingen op deze dochtervennootschappen slechts gedeeltelijk in | vorderingen op deze dochtervennootschappen slechts gedeeltelijk in |
aanmerking kunnen worden genomen volgens § 5, tweede lid van dit | aanmerking kunnen worden genomen volgens § 5, tweede lid van dit |
artikel, wordt de nettowaarde overeenkomstig beperkt. ». | artikel, wordt de nettowaarde overeenkomstig beperkt. ». |
Art. 27.In artikel 60bis, § 5, van hetzelfde wetboek wordt de |
Art. 27.In artikel 60bis, § 5, van hetzelfde wetboek wordt de |
zinsnede « verhoogd met de wettelijke intrest sinds het overlijden » | zinsnede « verhoogd met de wettelijke intrest sinds het overlijden » |
vervangen door de zinsnede « verhoogd met de wettelijke intrest ». | vervangen door de zinsnede « verhoogd met de wettelijke intrest ». |
Art. 28.De artikelen 26 en 27 treden in werking op 1 januari 1997. |
Art. 28.De artikelen 26 en 27 treden in werking op 1 januari 1997. |
Afdeling 2 | Afdeling 2 |
Waarborg van het Vlaamse Gewest ten aanzien van het bestaand | Waarborg van het Vlaamse Gewest ten aanzien van het bestaand |
consortiumkrediet van de NV Tunnel Liefkenshoek | consortiumkrediet van de NV Tunnel Liefkenshoek |
Art. 29.§ 1. De waarborg van het Vlaamse Gewest welke gehecht werd |
Art. 29.§ 1. De waarborg van het Vlaamse Gewest welke gehecht werd |
aan het bestaande consortiumkrediet van de NV Tunnel Liefkenshoek | aan het bestaande consortiumkrediet van de NV Tunnel Liefkenshoek |
verleend op grond van artikel 30 van het decreet van 19 april 1995 | verleend op grond van artikel 30 van het decreet van 19 april 1995 |
houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de | houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de |
Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1995 en waarvan de | Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1995 en waarvan de |
modaliteiten opgenomen zijn in het besluit van de Vlaamse regering van | modaliteiten opgenomen zijn in het besluit van de Vlaamse regering van |
15 mei 1995, waarbij de gewestwaarborg wordt gehecht aan leningen van | 15 mei 1995, waarbij de gewestwaarborg wordt gehecht aan leningen van |
de NV Tunnel Liefkenshoek, wordt bevestigd voor een bedrag van 8 950 | de NV Tunnel Liefkenshoek, wordt bevestigd voor een bedrag van 8 950 |
000 000 frank. | 000 000 frank. |
§ 2. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om de waarborg van het | § 2. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om de waarborg van het |
Vlaamse Gewest te hechten aan een krediet van de NV Tunnel | Vlaamse Gewest te hechten aan een krediet van de NV Tunnel |
Liefkenshoek waarmee het bestaande consortiumkrediet wordt | Liefkenshoek waarmee het bestaande consortiumkrediet wordt |
terugbetaald. | terugbetaald. |
De waarborg van het Vlaamse Gewest is beperkt tot een maximaal bedrag | De waarborg van het Vlaamse Gewest is beperkt tot een maximaal bedrag |
van 8 950 000 000 frank. | van 8 950 000 000 frank. |
De waarborg van het Vlaamse Gewest bedoeld in § 1 komt van rechtswege | De waarborg van het Vlaamse Gewest bedoeld in § 1 komt van rechtswege |
te vervallen indien het bestaande consortiumkrediet met een lening | te vervallen indien het bestaande consortiumkrediet met een lening |
onder de waarborg van het Vlaamse Gewest wordt terugbetaald. | onder de waarborg van het Vlaamse Gewest wordt terugbetaald. |
§ 3. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om de waarborg van het | § 3. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om de waarborg van het |
Vlaamse Gewest te hechten aan renteproducten die toelaten om een | Vlaamse Gewest te hechten aan renteproducten die toelaten om een |
kortetermijnintrestvoet in te dekken ten aanzien van een | kortetermijnintrestvoet in te dekken ten aanzien van een |
langetermijnintrestvoet. De waarborg van het Vlaamse Gewest is beperkt | langetermijnintrestvoet. De waarborg van het Vlaamse Gewest is beperkt |
tot het bedrag gelijk aan het verschil tussen het bedrag aan intresten | tot het bedrag gelijk aan het verschil tussen het bedrag aan intresten |
berekend met de langetermijnrentevoet (OLO gelijk aan de looptijd van | berekend met de langetermijnrentevoet (OLO gelijk aan de looptijd van |
het krediet) en het bedrag aan intresten berekend met de korte termijn | het krediet) en het bedrag aan intresten berekend met de korte termijn |
rentevoet (Bibor 6 maanden) volgens de looptijd van het gewaarborgde | rentevoet (Bibor 6 maanden) volgens de looptijd van het gewaarborgde |
krediet. | krediet. |
Afdeling 3. - Kijk- en luistergeld | Afdeling 3. - Kijk- en luistergeld |
Art. 30.De inning door de Vlaamse Gemeenschap vanaf 1 april 1997 van |
Art. 30.De inning door de Vlaamse Gemeenschap vanaf 1 april 1997 van |
het kijk- en luistergeld wordt bekrachtigd. | het kijk- en luistergeld wordt bekrachtigd. |
HOOFDSTUK X. - Uitzonderlijke Investeringssubsidies | HOOFDSTUK X. - Uitzonderlijke Investeringssubsidies |
Art. 31.De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd om voor de jaren |
Art. 31.De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd om voor de jaren |
1997 tot en met 1999, in cumulatie met de subsidiëring voorzien bij | 1997 tot en met 1999, in cumulatie met de subsidiëring voorzien bij |
toepassing van het decreet van 20 maart 1991 betreffende het | toepassing van het decreet van 20 maart 1991 betreffende het |
investeringsfonds ter verdeling van de subsidies voor bepaalde | investeringsfonds ter verdeling van de subsidies voor bepaalde |
onroerende investeringen die in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse | onroerende investeringen die in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse |
Gewest door of op initiatief van de provincies, de gemeenten of de | Gewest door of op initiatief van de provincies, de gemeenten of de |
Vlaamse Gemeenschapscommissie worden gedaan, toelagen te verstrekken | Vlaamse Gemeenschapscommissie worden gedaan, toelagen te verstrekken |
voor de hiernavolgende aangelegenheden : | voor de hiernavolgende aangelegenheden : |
1° de vier landinrichtingsprojecten : Noord-Oost-Limburg, Leie en | 1° de vier landinrichtingsprojecten : Noord-Oost-Limburg, Leie en |
Schelde, Grote Netegebied, Westhoek; | Schelde, Grote Netegebied, Westhoek; |
2° de commerciële centra; | 2° de commerciële centra; |
3° de toeristische uitrusting aan de Vlaamse kust; | 3° de toeristische uitrusting aan de Vlaamse kust; |
4° de drie voetbal- of atletiekstadions in het kader van Euro 2000 : | 4° de drie voetbal- of atletiekstadions in het kader van Euro 2000 : |
Jan Breydelstadion Brugge, Bosuilstadion Antwerpen, Indooratletiekhal | Jan Breydelstadion Brugge, Bosuilstadion Antwerpen, Indooratletiekhal |
Gent. | Gent. |
Deze cumulatie is beperkt tot de betoelaagbare uitgaven waartoe de | Deze cumulatie is beperkt tot de betoelaagbare uitgaven waartoe de |
Vlaamse regering beslist. | Vlaamse regering beslist. |
HOOFDSTUK XI. - IJzermonument | HOOFDSTUK XI. - IJzermonument |
Art. 32.In artikel 3 van het decreet van 23 december 1986 houdende |
Art. 32.In artikel 3 van het decreet van 23 december 1986 houdende |
uitroeping van het IJzermonument en het omringende domein te Diksmuide | uitroeping van het IJzermonument en het omringende domein te Diksmuide |
tot Memoriaal van de Vlaamse ontvoogding, zoals gewijzigd bij het | tot Memoriaal van de Vlaamse ontvoogding, zoals gewijzigd bij het |
decreet van 25 juni 1992, worden de woorden « 2 miljoen frank » | decreet van 25 juni 1992, worden de woorden « 2 miljoen frank » |
vervangen door de woorden « 4 miljoen frank ». | vervangen door de woorden « 4 miljoen frank ». |
HOOFDSTUK XII. - Inwerkingtreding | HOOFDSTUK XII. - Inwerkingtreding |
Art. 33.Tenzij anders bepaald, treden de bepalingen van dit decreet |
Art. 33.Tenzij anders bepaald, treden de bepalingen van dit decreet |
in werking op 1 juli 1997. | in werking op 1 juli 1997. |
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad | Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad |
zal worden bekendgemaakt. | zal worden bekendgemaakt. |
Brussel, 8 juli 1997. | Brussel, 8 juli 1997. |
De minister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van | De minister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van |
Buitenlands Beleid, | Buitenlands Beleid, |
Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie, | Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie, |
L. VAN DEN BRANDE | L. VAN DEN BRANDE |
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, | De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, |
L. VAN DEN BOSSCHE | L. VAN DEN BOSSCHE |
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling, | De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling, |
Th. KELCHERMANS | Th. KELCHERMANS |
De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, | De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, |
Mevr. W. DEMEESTER-DE MEYER | Mevr. W. DEMEESTER-DE MEYER |
De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid | De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid |
en Huisvesting, | en Huisvesting, |
L. PEETERS | L. PEETERS |
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke | De Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke |
Ordening, | Ordening, |
E. BALDEWIJNS | E. BALDEWIJNS |
De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn, | De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn, |
L. MARTENS | L. MARTENS |
De Vlaamse minister van Economie, KMO, Landbouw en Media, | De Vlaamse minister van Economie, KMO, Landbouw en Media, |
E. VAN ROMPUY | E. VAN ROMPUY |
De Vlaamse minister van Brusselse Aangelegenheden en Gelijke | De Vlaamse minister van Brusselse Aangelegenheden en Gelijke |
Kansenbeleid, | Kansenbeleid, |
Mevr. A. VAN ASBROECK | Mevr. A. VAN ASBROECK |
Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld | Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld |