Decreet tot vaststelling van de initiële opleiding van de geaggregeerden voor het hoger secundair onderwijs | Decreet tot vaststelling van de initiële opleiding van de geaggregeerden voor het hoger secundair onderwijs |
---|---|
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP |
8 FEBRUARI 2001. - Decreet tot vaststelling van de initiële opleiding | 8 FEBRUARI 2001. - Decreet tot vaststelling van de initiële opleiding |
van de geaggregeerden voor het hoger secundair onderwijs (1) | van de geaggregeerden voor het hoger secundair onderwijs (1) |
De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, | De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, |
bekrachtigen wat volgt : | bekrachtigen wat volgt : |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Dit decreet is van toepassing op de universitaire |
Artikel 1.Dit decreet is van toepassing op de universitaire |
instellingen en hogescholen met een economische categorie bestaande | instellingen en hogescholen met een economische categorie bestaande |
uit studies van het lange type, ingericht of gesubsidieerd door de | uit studies van het lange type, ingericht of gesubsidieerd door de |
Franse Gemeenschap, die de opleiding van aggregaat voor het hoger | Franse Gemeenschap, die de opleiding van aggregaat voor het hoger |
secundair onderwijs organiseren. | secundair onderwijs organiseren. |
Art. 2.Alle bekwaamheidsbewijzen en ambten die vermeld staan in de |
Art. 2.Alle bekwaamheidsbewijzen en ambten die vermeld staan in de |
tekst van onderhavig decreet zijn sekseneutraal. | tekst van onderhavig decreet zijn sekseneutraal. |
HOOFDSTUK II. - De vaardigheden van de leerkrachten | HOOFDSTUK II. - De vaardigheden van de leerkrachten |
Art. 3.In verwijzing naar het decreet van 24 juli dat de prioritaire |
Art. 3.In verwijzing naar het decreet van 24 juli dat de prioritaire |
taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en | taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en |
de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, | de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, |
streven de Franse Gemeenschap alsmede iedere inrichtende macht ernaar | streven de Franse Gemeenschap alsmede iedere inrichtende macht ernaar |
om, tijdens de opleiding van de geaggregeerden hoger secundair | om, tijdens de opleiding van de geaggregeerden hoger secundair |
onderwijs, bij iedere student de volgende dertien vaardigheden te | onderwijs, bij iedere student de volgende dertien vaardigheden te |
ontwikkelen : | ontwikkelen : |
1. Kennis vergaren in menswetenschappen voor een correcte | 1. Kennis vergaren in menswetenschappen voor een correcte |
interpretatie van reële situaties in en buiten de klas en voor een | interpretatie van reële situaties in en buiten de klas en voor een |
betere aanpassing aan de schoolbezoekers; | betere aanpassing aan de schoolbezoekers; |
2. Met de instelling, collega's en ouders van leerlingen een | 2. Met de instelling, collega's en ouders van leerlingen een |
doeltreffende samenwerkingsrelatie opbouwen; | doeltreffende samenwerkingsrelatie opbouwen; |
3. Op de hoogte zijn van zijn rol binnen de school en zijn beroep | 3. Op de hoogte zijn van zijn rol binnen de school en zijn beroep |
uitoefenen zoals bepaald in de wettelijke referentieteksten; | uitoefenen zoals bepaald in de wettelijke referentieteksten; |
4. Disciplinaire en interdisciplinaire kennis bezitten voor een | 4. Disciplinaire en interdisciplinaire kennis bezitten voor een |
verantwoord pedagogisch onderricht; | verantwoord pedagogisch onderricht; |
5. De kunst van het onderwijzen onder de knie hebben als leidraad bij | 5. De kunst van het onderwijzen onder de knie hebben als leidraad bij |
het onderricht; | het onderricht; |
6. Blijk geven van een uitgebreide algemene cultuur teneinde de | 6. Blijk geven van een uitgebreide algemene cultuur teneinde de |
interesse bij de leerlingen voor het cultuurgebeuren aan te wakkeren; | interesse bij de leerlingen voor het cultuurgebeuren aan te wakkeren; |
7. Relationele vaardigheden uitbouwen die nodig zijn voor de | 7. Relationele vaardigheden uitbouwen die nodig zijn voor de |
uitoefening van het beroep; | uitoefening van het beroep; |
8. Goed inschatten welke belang de ethiek heeft bij het dagelijks | 8. Goed inschatten welke belang de ethiek heeft bij het dagelijks |
onderricht; | onderricht; |
9. Werken in teamverband binnen de school; | 9. Werken in teamverband binnen de school; |
10. Onderwijsmethoden uitdokteren, deze toetsen, evalueren en in | 10. Onderwijsmethoden uitdokteren, deze toetsen, evalueren en in |
overeenstemming brengen met de voorschriften; | overeenstemming brengen met de voorschriften; |
11. Een kritische en autonome houding aannemen ten overstaan van de | 11. Een kritische en autonome houding aannemen ten overstaan van de |
wetenschappelijke kennis van vroeger en deze van morgen; | wetenschappelijke kennis van vroeger en deze van morgen; |
12. Leersituaties plannen, ten uitvoer brengen en evalueren; | 12. Leersituaties plannen, ten uitvoer brengen en evalueren; |
13. Bezinnen over het onderricht en zich blijven bijscholen. | 13. Bezinnen over het onderricht en zich blijven bijscholen. |
HOOFDSTUK III. - De hoofdlijnen en de inhoud van de opleiding | HOOFDSTUK III. - De hoofdlijnen en de inhoud van de opleiding |
Art. 4.De cursussen, onlosmakelijk met elkaar verbonden en |
Art. 4.De cursussen, onlosmakelijk met elkaar verbonden en |
complementair, die nodig zijn om deze vaardigheden te ontplooien, | complementair, die nodig zijn om deze vaardigheden te ontplooien, |
bestaan uit volgende vier gelijkwaardige hoofdlijnen : | bestaan uit volgende vier gelijkwaardige hoofdlijnen : |
1. het verwerven van socioculturele kennis (minstens 30 uren); | 1. het verwerven van socioculturele kennis (minstens 30 uren); |
2. het verwerven van pedagogische kennis voorzien van het zich eigen | 2. het verwerven van pedagogische kennis voorzien van het zich eigen |
maken van een wetenschappelijk en onderzoeksgerichte ingesteldheid | maken van een wetenschappelijk en onderzoeksgerichte ingesteldheid |
(minstens 60 uren); | (minstens 60 uren); |
3. het verwerven van socio-affectieve en relationele kennis (minstens | 3. het verwerven van socio-affectieve en relationele kennis (minstens |
30 uren); | 30 uren); |
4. de know-how (minstens 90 uren). | 4. de know-how (minstens 90 uren). |
De beheersing van de onderwijstaal wordt geëvalueerd in de | De beheersing van de onderwijstaal wordt geëvalueerd in de |
schriftelijke en mondelinge werken van de studenten. Deze kennis wordt | schriftelijke en mondelinge werken van de studenten. Deze kennis wordt |
doorheen de hele opleiding getoetst. | doorheen de hele opleiding getoetst. |
Art. 5.Het opleidingsprogramma van alle studenten die zijn |
Art. 5.Het opleidingsprogramma van alle studenten die zijn |
ingeschreven voor de studies aggregaat hoger secundair onderwijs | ingeschreven voor de studies aggregaat hoger secundair onderwijs |
bestaat uit de vier hoofdlijnen als bedoeld in artikel 3 van | bestaat uit de vier hoofdlijnen als bedoeld in artikel 3 van |
onderhavig decreet. | onderhavig decreet. |
De opleiding omvat 300 uren. Zeventig procent van dit lesvolume is | De opleiding omvat 300 uren. Zeventig procent van dit lesvolume is |
gemeenschappelijk voor alle aggregaties. Artikel 3 bepaalt de | gemeenschappelijk voor alle aggregaties. Artikel 3 bepaalt de |
gemeenschappelijke opleidingsdomeinen en hun lesvolume. | gemeenschappelijke opleidingsdomeinen en hun lesvolume. |
Dertig procent van het opleidingsvolume wordt door de instellingen die | Dertig procent van het opleidingsvolume wordt door de instellingen die |
de aggregatieopleiding verstrekken, gewijd aan onderwijsactiviteiten | de aggregatieopleiding verstrekken, gewijd aan onderwijsactiviteiten |
die zij geheel vrij invullen. | die zij geheel vrij invullen. |
Art. 6.De socioculturele kennis omvat volgende gebieden : |
Art. 6.De socioculturele kennis omvat volgende gebieden : |
1. de sociologie van de opvoeding; | 1. de sociologie van de opvoeding; |
2. de analyse van de schoolinstelling en haar actoren; | 2. de analyse van de schoolinstelling en haar actoren; |
3. een theoretische benadering van de culturele verscheidenheid. | 3. een theoretische benadering van de culturele verscheidenheid. |
Art. 7.De pedagogische kennis die is voorzien van een |
Art. 7.De pedagogische kennis die is voorzien van een |
wetenschappelijk en onderzoeksgerichte ingesteldheid bestaat uit twee | wetenschappelijk en onderzoeksgerichte ingesteldheid bestaat uit twee |
onderdelen : | onderdelen : |
1. De didactische transpositie omvat de kennisleer van de discipline, | 1. De didactische transpositie omvat de kennisleer van de discipline, |
de didactiek van de discipline, het onderzoek naar didactiek van de | de didactiek van de discipline, het onderzoek naar didactiek van de |
discipline, de interdisciplinaire benadering, de kennis en | discipline, de interdisciplinaire benadering, de kennis en |
pedagogische aanpak van de media en de communicatie- en | pedagogische aanpak van de media en de communicatie- en |
informatietechnologieën. | informatietechnologieën. |
2. De geïntegreerde pedagogische vorming verdiept zich in de evaluatie | 2. De geïntegreerde pedagogische vorming verdiept zich in de evaluatie |
van de kennis, de onderwijs- en leerprocessen, de kritische studie van | van de kennis, de onderwijs- en leerprocessen, de kritische studie van |
de grote pedagogische stromingen en van het onderzoek naar de | de grote pedagogische stromingen en van het onderzoek naar de |
opvoeding. | opvoeding. |
De pedagogische, didactische en interdisciplinaire inhoud wordt | De pedagogische, didactische en interdisciplinaire inhoud wordt |
uiteengezet met als doel de studenten zodanig op te leiden dat ze | uiteengezet met als doel de studenten zodanig op te leiden dat ze |
voldoen aan de vereisten van de bekwaamheidsniveaus, de eindtermen en | voldoen aan de vereisten van de bekwaamheidsniveaus, de eindtermen en |
de opleidingsprofielen die overeenstemmen met de niveaus van de | de opleidingsprofielen die overeenstemmen met de niveaus van de |
toekomstige leerlingen en dat ze zich hieraan voortdurend aanpassen. | toekomstige leerlingen en dat ze zich hieraan voortdurend aanpassen. |
Art. 8.De socio-affectieve en relationele vaardigheden omvatten : |
Art. 8.De socio-affectieve en relationele vaardigheden omvatten : |
1. de benadering van de student en van het schoolleven; | 1. de benadering van de student en van het schoolleven; |
2. het leiden van groepen in en rond de klas; | 2. het leiden van groepen in en rond de klas; |
3. de studie van de interpersoonlijke relaties in schoolverband. | 3. de studie van de interpersoonlijke relaties in schoolverband. |
Art. 9.§ 1. De know-how berust op de samenhang tussen theorie en |
Art. 9.§ 1. De know-how berust op de samenhang tussen theorie en |
praktijk. Deze know-how wordt aangeleerd via stages in het dagelijkse | praktijk. Deze know-how wordt aangeleerd via stages in het dagelijkse |
leven en seminaries waar de praktijk wordt geanalyseerd. | leven en seminaries waar de praktijk wordt geanalyseerd. |
§ 2. De seminaries voor praktijkanalyse bieden aan de studenten een | § 2. De seminaries voor praktijkanalyse bieden aan de studenten een |
waaier aan activiteiten die vaardigheden en een professionele houding | waaier aan activiteiten die vaardigheden en een professionele houding |
doen ontstaan en bezinning hieromtrent losweken. | doen ontstaan en bezinning hieromtrent losweken. |
Hierdoor kunnen de studenten met de verschillende onderdelen van het | Hierdoor kunnen de studenten met de verschillende onderdelen van het |
beroep experimenteren, deze observeren en analyseren. Ook hun | beroep experimenteren, deze observeren en analyseren. Ook hun |
persoonlijke identiteit wordt er geleidelijk aan door ontwikkeld en | persoonlijke identiteit wordt er geleidelijk aan door ontwikkeld en |
hun latere vervolmaking gepland. | hun latere vervolmaking gepland. |
§ 3. De stages in het dagelijkse leven omvatten : | § 3. De stages in het dagelijkse leven omvatten : |
1. de actieve observatiestages, met begeleiding door een vaste | 1. de actieve observatiestages, met begeleiding door een vaste |
leerkracht, onderwijsactiviteiten en andere activiteiten die | leerkracht, onderwijsactiviteiten en andere activiteiten die |
plaatshebben in een schoolinrichting; | plaatshebben in een schoolinrichting; |
2. de onderwijsstages waarbij de studenten gaandeweg geheel | 2. de onderwijsstages waarbij de studenten gaandeweg geheel |
verantwoordelijk zijn voor het onderricht; | verantwoordelijk zijn voor het onderricht; |
3. de stages met schoolactiviteiten buiten de lesuren waar de | 3. de stages met schoolactiviteiten buiten de lesuren waar de |
studenten daadwerkelijk betrokken worden bij niet-didactische | studenten daadwerkelijk betrokken worden bij niet-didactische |
activiteiten en verband houden met de werking van de inrichting en met | activiteiten en verband houden met de werking van de inrichting en met |
de relaties tussen de verschillende actoren onderling. | de relaties tussen de verschillende actoren onderling. |
§ 4. De studenten lopen een deel van hun stages in groepjes van | § 4. De studenten lopen een deel van hun stages in groepjes van |
minimum twee personen in dezelfde inrichting. De stages verenigen, in | minimum twee personen in dezelfde inrichting. De stages verenigen, in |
de mate van het mogelijke, de aggregatiestudenten en de studenten van | de mate van het mogelijke, de aggregatiestudenten en de studenten van |
de pedagogische departementen van de hogescholen die binnen dezelfde | de pedagogische departementen van de hogescholen die binnen dezelfde |
inrichting actief zijn. | inrichting actief zijn. |
§ 5. Voor de aggregatiestudenten die een functie uitoefenen in het | § 5. Voor de aggregatiestudenten die een functie uitoefenen in het |
hoger secundair onderwijs kunnen de geleverde prestaties voor deze | hoger secundair onderwijs kunnen de geleverde prestaties voor deze |
functie gelijkgesteld worden met onderwijsstages en | functie gelijkgesteld worden met onderwijsstages en |
schoolactiviteitenstages voor zover deze werden geëvalueerd volgens de | schoolactiviteitenstages voor zover deze werden geëvalueerd volgens de |
regels die ook op de andere studenten van toepassing zijn. Deze | regels die ook op de andere studenten van toepassing zijn. Deze |
studenten worden vrijgesteld van de observatiestages. | studenten worden vrijgesteld van de observatiestages. |
Art. 10.Een informatiemodule over het bijzonder onderwijs en een |
Art. 10.Een informatiemodule over het bijzonder onderwijs en een |
informatiemodule over het onderwijs voor sociale promotie kunnen | informatiemodule over het onderwijs voor sociale promotie kunnen |
worden georganiseerd in het raam van de vrije uren als bedoeld in het | worden georganiseerd in het raam van de vrije uren als bedoeld in het |
derde lid van artikel 4. | derde lid van artikel 4. |
De eerste module bestaat uit een voorlichting over de organisatie en | De eerste module bestaat uit een voorlichting over de organisatie en |
de werking van het bijzonder onderwijs en de pedagogische beginselen | de werking van het bijzonder onderwijs en de pedagogische beginselen |
die zijn aangepast aan de leerlingen die dit onderwijs volgen. De | die zijn aangepast aan de leerlingen die dit onderwijs volgen. De |
tweede module bestaat uit een voorlichting over de organisatie en de | tweede module bestaat uit een voorlichting over de organisatie en de |
werking van het onderwijs voor sociale promotie en de pedagogische | werking van het onderwijs voor sociale promotie en de pedagogische |
beginselen die zijn aangepast aan de volwassenen. | beginselen die zijn aangepast aan de volwassenen. |
De studenten die zich inschrijven voor één van deze modules lopen een | De studenten die zich inschrijven voor één van deze modules lopen een |
deel van hun stages in het overeenstemmend onderwijs. | deel van hun stages in het overeenstemmend onderwijs. |
HOOFDSTUK IV. - De organisatie van het onderwijs | HOOFDSTUK IV. - De organisatie van het onderwijs |
Art. 11.De directies van de universitaire instellingen en van de |
Art. 11.De directies van de universitaire instellingen en van de |
hogescholen kunnen een versnelde aggregatieopleiding organiseren, die | hogescholen kunnen een versnelde aggregatieopleiding organiseren, die |
plaats heeft tussen de aanvang van het academisch jaar en 31 december | plaats heeft tussen de aanvang van het academisch jaar en 31 december |
van hetzelfde kalenderjaar. | van hetzelfde kalenderjaar. |
De invoering van deze opleiding is gekoppeld aan een toestand van | De invoering van deze opleiding is gekoppeld aan een toestand van |
schrijnend personeelstekort dat door de Regering wordt vastgesteld. | schrijnend personeelstekort dat door de Regering wordt vastgesteld. |
De Regering organiseert deze versnelde aggregatieopleiding alsmede de | De Regering organiseert deze versnelde aggregatieopleiding alsmede de |
uitvoeringswijzen en dit na het advies te hebben ingewonnen van de | uitvoeringswijzen en dit na het advies te hebben ingewonnen van de |
betrokken instellingen. | betrokken instellingen. |
De versnelde aggregateopleiding wordt ingericht in naleving van | De versnelde aggregateopleiding wordt ingericht in naleving van |
artikelen 2 tot 9 van onderhavig decreet. | artikelen 2 tot 9 van onderhavig decreet. |
Art. 12.De samenwerking die de universitaire instellingen die de |
Art. 12.De samenwerking die de universitaire instellingen die de |
aggregatie organiseren op het getouw zetten met andere universitaire | aggregatie organiseren op het getouw zetten met andere universitaire |
instellingen om de opleiding te verzekeren van de toekomstige | instellingen om de opleiding te verzekeren van de toekomstige |
geaggregeerden, overeenkomstig artikel 9 van voornoemd decreet van 5 | geaggregeerden, overeenkomstig artikel 9 van voornoemd decreet van 5 |
september 1994, leiden tot de opmaak van uitdrukkelijke | september 1994, leiden tot de opmaak van uitdrukkelijke |
samenwerkingsakkoorden tussen deze instellingen, die door de Regering | samenwerkingsakkoorden tussen deze instellingen, die door de Regering |
worden erkend. | worden erkend. |
De samenwerking die de universitaire instellingen die de aggregatie | De samenwerking die de universitaire instellingen die de aggregatie |
organiseren op het getouw zetten met hogescholen om de opleiding te | organiseren op het getouw zetten met hogescholen om de opleiding te |
verzekeren van de toekomstige geaggregeerden, overeenkomstig artikel | verzekeren van de toekomstige geaggregeerden, overeenkomstig artikel |
20 van voornoemd decreet van 5 september 1994, leiden tot de opmaak | 20 van voornoemd decreet van 5 september 1994, leiden tot de opmaak |
van uitdrukkelijke samenwerkingsakkoorden tussen deze instellingen, | van uitdrukkelijke samenwerkingsakkoorden tussen deze instellingen, |
die door de Regering worden erkend. | die door de Regering worden erkend. |
De samenwerking die de economische categorieën van de hogescholen op | De samenwerking die de economische categorieën van de hogescholen op |
het getouw zetten met universitaire instellingen of hogescholen om de | het getouw zetten met universitaire instellingen of hogescholen om de |
opleiding te verzekeren van de toekomstige geaggregeerden, | opleiding te verzekeren van de toekomstige geaggregeerden, |
overeenkomstig artikelen 30 en 92 van voornoemd decreet van 5 augustus | overeenkomstig artikelen 30 en 92 van voornoemd decreet van 5 augustus |
1995, leiden tot de opmaak van uitdrukkelijke samenwerkingsakkoorden | 1995, leiden tot de opmaak van uitdrukkelijke samenwerkingsakkoorden |
tussen deze instellingen, die door de Regering worden erkend. | tussen deze instellingen, die door de Regering worden erkend. |
HOOFDSTUK V. - De omkadering van knowhow-activiteiten | HOOFDSTUK V. - De omkadering van knowhow-activiteiten |
Art. 13.§ 1. De stagedoende studenten worden minstens drie maal |
Art. 13.§ 1. De stagedoende studenten worden minstens drie maal |
tijdens hun stages gesuperviseerd onder de verantwoordelijkheid van de | tijdens hun stages gesuperviseerd onder de verantwoordelijkheid van de |
leerkrachten van de instellingen die de aggregatie organiseren. | leerkrachten van de instellingen die de aggregatie organiseren. |
§ 2. Personeelsleden uit het secundair onderwijs staan de leerkrachten | § 2. Personeelsleden uit het secundair onderwijs staan de leerkrachten |
van de universitaire instellingen en hogescholen bij in hun | van de universitaire instellingen en hogescholen bij in hun |
begeleiding van de praktijkactiviteiten, met name de stages en de | begeleiding van de praktijkactiviteiten, met name de stages en de |
seminaries waar de praktijk wordt geanalyseerd. | seminaries waar de praktijk wordt geanalyseerd. |
Deze worden erkend als stagemeesters door de instelling die de | Deze worden erkend als stagemeesters door de instelling die de |
aggregatie organiseert, in het raam van samenwerkingsverdragen of | aggregatie organiseert, in het raam van samenwerkingsverdragen of |
akkoorden die zijn opgesteld tussen de universitaire instellingen of | akkoorden die zijn opgesteld tussen de universitaire instellingen of |
de hogescholen en de inrichtingen van het secundair onderwijs waar de | de hogescholen en de inrichtingen van het secundair onderwijs waar de |
studenten hun stages lopen. Deze akkooren en verdragen specifiëren de | studenten hun stages lopen. Deze akkooren en verdragen specifiëren de |
aard van de door hun beide partners geleverde diensten. | aard van de door hun beide partners geleverde diensten. |
§ 3. De stagemeesters onthalen de stagiairs in hun klas of instelling | § 3. De stagemeesters onthalen de stagiairs in hun klas of instelling |
voor de observatiestages. Zij staan in voor de pedagogische | voor de observatiestages. Zij staan in voor de pedagogische |
begeleiding van de stagiairs tijdens de onderwijs- en | begeleiding van de stagiairs tijdens de onderwijs- en |
schoolactiviteitenstages. Zij werken samen met de leerkrachten van de | schoolactiviteitenstages. Zij werken samen met de leerkrachten van de |
aggregatie op het vlak van de begeleiding en de evaluatie van de | aggregatie op het vlak van de begeleiding en de evaluatie van de |
stagiairs. Zij kunnen, in samenwerking met de leerkrachten uit de | stagiairs. Zij kunnen, in samenwerking met de leerkrachten uit de |
aggregatie, deelnemen aan de praktijkanalyseseminaries. | aggregatie, deelnemen aan de praktijkanalyseseminaries. |
Er wordt een vergoeding toegekend aan de personeelsleden van de | Er wordt een vergoeding toegekend aan de personeelsleden van de |
inrichtingen van het secundair onderwijs die optreden als | inrichtingen van het secundair onderwijs die optreden als |
stagemeesters tijdens de pedagogische opleiding van de toekomstige | stagemeesters tijdens de pedagogische opleiding van de toekomstige |
leerkrachten. | leerkrachten. |
§ 4. De aanwervingscriteria en de hoofdlijnen inzake de vergoeding van | § 4. De aanwervingscriteria en de hoofdlijnen inzake de vergoeding van |
de stagemeesters worden door de Regering bepaald. | de stagemeesters worden door de Regering bepaald. |
§ 5. Indien zij dit wensen, kunnen de directies van de instellingen | § 5. Indien zij dit wensen, kunnen de directies van de instellingen |
die de aggregatiestudies organiseren coördinatoren selecteren en in | die de aggregatiestudies organiseren coördinatoren selecteren en in |
dienst nemen bij het academisch en wetenschappelijk lerarenkorps of | dienst nemen bij het academisch en wetenschappelijk lerarenkorps of |
bij de stagemeesters waarmee zij samenwerken en onder de voorwaarden | bij de stagemeesters waarmee zij samenwerken en onder de voorwaarden |
die deze vaststellen. | die deze vaststellen. |
§ 6. De instellingen die de aggregatiestudie organiseren, sluiten | § 6. De instellingen die de aggregatiestudie organiseren, sluiten |
akkoorden en verdragen met de inrichtingen van het secundair onderwijs | akkoorden en verdragen met de inrichtingen van het secundair onderwijs |
voor de organisatie van de stages van de studenten. Hieruit vloeien | voor de organisatie van de stages van de studenten. Hieruit vloeien |
uitdrukkelijke samenwerkingsakkoorden voort tussen de instellingen | uitdrukkelijke samenwerkingsakkoorden voort tussen de instellingen |
onderling. | onderling. |
De instellingen zorgen voor een zo groot mogelijke diversificatie | De instellingen zorgen voor een zo groot mogelijke diversificatie |
onder hun partners, zodat de stagedoende studenten in zo veel | onder hun partners, zodat de stagedoende studenten in zo veel |
mogelijke verschillende beroepssituaties terechtkomen. | mogelijke verschillende beroepssituaties terechtkomen. |
HOOFDSTUK VI. - Bijkomende, wijzigings-, opheffings- en slotbepalingen | HOOFDSTUK VI. - Bijkomende, wijzigings-, opheffings- en slotbepalingen |
Art. 14.Op het einde van hun studies leggen de nieuwe geaggregeerden |
Art. 14.Op het einde van hun studies leggen de nieuwe geaggregeerden |
voor het hoger secundair onderwijs in het openbaar, tijdens een | voor het hoger secundair onderwijs in het openbaar, tijdens een |
plechtigheid die wordt georganiseerd in de universitaire instelling of | plechtigheid die wordt georganiseerd in de universitaire instelling of |
in de hogeschool, de Eed van Socrates af volgens dewelke zij zich | in de hogeschool, de Eed van Socrates af volgens dewelke zij zich |
ertoe verbinden zich geheel in te zetten voor de opvoeding van al hun | ertoe verbinden zich geheel in te zetten voor de opvoeding van al hun |
leerlingen. De vermelding van deze verbintenis wordt op hun diploma | leerlingen. De vermelding van deze verbintenis wordt op hun diploma |
aangebracht. | aangebracht. |
Art. 15.Een specifieke omkadering bij de aanvang van de loopbaan zal |
Art. 15.Een specifieke omkadering bij de aanvang van de loopbaan zal |
door de Regering, binnen een termijn die zij vaststelt, bestudeerd | door de Regering, binnen een termijn die zij vaststelt, bestudeerd |
alsook ingevoerd worden en deze zal aangepast zijn aan de noden van de | alsook ingevoerd worden en deze zal aangepast zijn aan de noden van de |
jonge geaggregeerden, dus rekening houdend met de beperkingen inzake | jonge geaggregeerden, dus rekening houdend met de beperkingen inzake |
de werking van het onderwijssysteem in de Franse Gemeenschap. | de werking van het onderwijssysteem in de Franse Gemeenschap. |
Art. 16.Artikel 1, III, a), 6°, van de wet van 11 september 1933 op |
Art. 16.Artikel 1, III, a), 6°, van de wet van 11 september 1933 op |
de bescherming van de bekwaamheidsbewijzen van het hoger onderwijs, | de bescherming van de bekwaamheidsbewijzen van het hoger onderwijs, |
ingevoegd door de wet van 9 april 1965, wordt vervangen door de | ingevoegd door de wet van 9 april 1965, wordt vervangen door de |
volgende bepaling : « 6° van geaggregeerde hoger secundair onderwijs | volgende bepaling : « 6° van geaggregeerde hoger secundair onderwijs |
uitgereikt in het hoger economisch onderwijs van het lange type, | uitgereikt in het hoger economisch onderwijs van het lange type, |
diegenen die het diploma van deze graad behaald hebben overeenkomstig | diegenen die het diploma van deze graad behaald hebben overeenkomstig |
de wet of het decreet ». | de wet of het decreet ». |
Art. 17.In 4° van artikel 1bis in de wet op de toekenning van de |
Art. 17.In 4° van artikel 1bis in de wet op de toekenning van de |
academische graden en het op 31 december 1949 gecoördineerd programma | academische graden en het op 31 december 1949 gecoördineerd programma |
van universitaire examens, wordt een lid gevoegd, luidend als volgt : | van universitaire examens, wordt een lid gevoegd, luidend als volgt : |
« De universitaire autoriteiten kunnen de studenten die zich | « De universitaire autoriteiten kunnen de studenten die zich |
inschrijven voor een versnelde opleiding aggregaat hoger secundair | inschrijven voor een versnelde opleiding aggregaat hoger secundair |
onderwijs een studieduurvermindering verlenen voor de aggregatie hoger | onderwijs een studieduurvermindering verlenen voor de aggregatie hoger |
secundair onderwijs, zoals bepaald in het eerste lid van hetzelfde | secundair onderwijs, zoals bepaald in het eerste lid van hetzelfde |
artikel en onder de voorwaarden die de Regering bepaalt. » | artikel en onder de voorwaarden die de Regering bepaalt. » |
Art. 18.In naleving van artikel 8 van het decreet van 5 september |
Art. 18.In naleving van artikel 8 van het decreet van 5 september |
1994 betreffende het stelsel van de universitaire studies en graden, | 1994 betreffende het stelsel van de universitaire studies en graden, |
organiseren de universitaire instellingen bedoeld in artikel 1 de | organiseren de universitaire instellingen bedoeld in artikel 1 de |
aggregaties die overeenstemmen met de studies die zij mogen | aggregaties die overeenstemmen met de studies die zij mogen |
organiseren en waarvoor zij de academische graden van de tweede cyclus | organiseren en waarvoor zij de academische graden van de tweede cyclus |
mogen uitreiken. | mogen uitreiken. |
Art. 19.In naleving van artikel 22, § 3, van het decreet van 5 |
Art. 19.In naleving van artikel 22, § 3, van het decreet van 5 |
augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs | augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs |
in hogescholen, organiseren de hogescholen bedoeld in artikel 1 de | in hogescholen, organiseren de hogescholen bedoeld in artikel 1 de |
aggregaties die overeenstemmen met de studies van het economisch hoger | aggregaties die overeenstemmen met de studies van het economisch hoger |
onderwijs van het lange type die zij mogen organiseren en waarvoor zij | onderwijs van het lange type die zij mogen organiseren en waarvoor zij |
de academische graden van de tweede cyclus mogen uitreiken. | de academische graden van de tweede cyclus mogen uitreiken. |
Art. 20.In het voormeld decreet van 5 september 1994 wordt een |
Art. 20.In het voormeld decreet van 5 september 1994 wordt een |
artikel 25bis ingevoegd, luidend als volgt : « Artikel 25bis.De |
artikel 25bis ingevoegd, luidend als volgt : « Artikel 25bis.De |
universitaire autoriteiten kunnen de studenten die zich inschrijven | universitaire autoriteiten kunnen de studenten die zich inschrijven |
voor een versnelde opleiding aggregaat hoger secundair onderwijs een | voor een versnelde opleiding aggregaat hoger secundair onderwijs een |
studieduurvermindering verlenen voor de aggregatie hoger secundair | studieduurvermindering verlenen voor de aggregatie hoger secundair |
onderwijs, zoals bepaald in artikelen 19 en 23 van onderhavig decreet | onderwijs, zoals bepaald in artikelen 19 en 23 van onderhavig decreet |
onder de voorwaarden die de Regering bepaalt. » | onder de voorwaarden die de Regering bepaalt. » |
Art. 21.Artikel 21bis van voormeld decreet van 5 augustus 1995 wordt |
Art. 21.Artikel 21bis van voormeld decreet van 5 augustus 1995 wordt |
aangevuld door toevoeging van een derde lid, luidend als volgt : « In | aangevuld door toevoeging van een derde lid, luidend als volgt : « In |
afwijking van het eerste lid omvatten de studies die leiden tot de | afwijking van het eerste lid omvatten de studies die leiden tot de |
graad van geaggregeerde hoger secundair onderwijs ingericht in het | graad van geaggregeerde hoger secundair onderwijs ingericht in het |
economisch hoger onderwijs van het lange type, onderwijsactiviteiten | economisch hoger onderwijs van het lange type, onderwijsactiviteiten |
waarvan het aantal uren wordt bepaald overeenkomstig artikel 4 van het | waarvan het aantal uren wordt bepaald overeenkomstig artikel 4 van het |
decreet van 30 januari 2001 tot vaststelling van de initiële opleiding | decreet van 30 januari 2001 tot vaststelling van de initiële opleiding |
van de geaggregeerden hoger secundair onderwijs. » | van de geaggregeerden hoger secundair onderwijs. » |
Art. 22.In voormeld decreet van 5 augustus 1995 wordt een artikel |
Art. 22.In voormeld decreet van 5 augustus 1995 wordt een artikel |
35bis gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 35bis.De autoriteiten |
35bis gevoegd, luidend als volgt : « Artikel 35bis.De autoriteiten |
van de hogescholen kunnen de studenten die zich inschrijven voor een | van de hogescholen kunnen de studenten die zich inschrijven voor een |
versnelde opleiding aggregaat hoger secundair onderwijs een | versnelde opleiding aggregaat hoger secundair onderwijs een |
studieduurvermindering verlenen voor de aggregatie hoger secundair | studieduurvermindering verlenen voor de aggregatie hoger secundair |
onderwijs, zoals bepaald in artikel 29 van onderhavig decreet en onder | onderwijs, zoals bepaald in artikel 29 van onderhavig decreet en onder |
de voorwaarden die de Regering bepaalt. » | de voorwaarden die de Regering bepaalt. » |
Art. 23.In artikel 15 van het decreet van 9 september 1996 |
Art. 23.In artikel 15 van het decreet van 9 september 1996 |
betreffende de financiering van de hogescholen die zijn ingericht of | betreffende de financiering van de hogescholen die zijn ingericht of |
gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, gewijzigd door het decreet | gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, gewijzigd door het decreet |
van 30 juni 1998, wordt een 8° ingevoegd, luidend als volgt : 8° Groep | van 30 juni 1998, wordt een 8° ingevoegd, luidend als volgt : 8° Groep |
H : de studies voor de pedagogische vorming van de toekomstige | H : de studies voor de pedagogische vorming van de toekomstige |
leerkrachten die wordt georganiseerd in het onderwijs van het lange | leerkrachten die wordt georganiseerd in het onderwijs van het lange |
type van de categorie bedoeld in artikel 12, 3°, van dit decreet. » | type van de categorie bedoeld in artikel 12, 3°, van dit decreet. » |
Art. 24.In artikel 16 van hetzelfe decreet, gewijzigd door het |
Art. 24.In artikel 16 van hetzelfe decreet, gewijzigd door het |
decreet van 31 mei 1999 worden de volgende wijzigingen aangebracht : | decreet van 31 mei 1999 worden de volgende wijzigingen aangebracht : |
1. In 1°, wordt een punt h) toegevoegd, luidend als volgt : h) Groep H | 1. In 1°, wordt een punt h) toegevoegd, luidend als volgt : h) Groep H |
: 0,5 punt »; | : 0,5 punt »; |
2. Er wordt een 4° toegevoegd, luidend als volgt : « 4° De studenten | 2. Er wordt een 4° toegevoegd, luidend als volgt : « 4° De studenten |
die behoren tot Groep H en die in aanmerking worden genomen voor de | die behoren tot Groep H en die in aanmerking worden genomen voor de |
financiering zijn diegenen die de aggregatie hoger secundair onderwijs | financiering zijn diegenen die de aggregatie hoger secundair onderwijs |
behaald hebben tijdens het academiejaar dat het betrokken | behaald hebben tijdens het academiejaar dat het betrokken |
begrotingsjaar voorafgaat. » | begrotingsjaar voorafgaat. » |
Art. 25.Het decreet van 2 december 1982 betreffende de initiële |
Art. 25.Het decreet van 2 december 1982 betreffende de initiële |
opleiding van de leerkrachten wordt opgeheven. | opleiding van de leerkrachten wordt opgeheven. |
Art. 26.Dit decreet treedt in werking op 1 september 2001. |
Art. 26.Dit decreet treedt in werking op 1 september 2001. |
Verkondigen dit decreet, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad | Verkondigen dit decreet, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad |
moet verschijnen. | moet verschijnen. |
Gedaan te Brussel, op 8 februari 2001. | Gedaan te Brussel, op 8 februari 2001. |
De Minister-President, belast met Internationale Betrekkingen, | De Minister-President, belast met Internationale Betrekkingen, |
H. HASQUIN | H. HASQUIN |
De Minister van Cultuur, Begroting, Openbaar Ambt, Jeugdzaken en | De Minister van Cultuur, Begroting, Openbaar Ambt, Jeugdzaken en |
Sport, | Sport, |
R. DEMOTTE | R. DEMOTTE |
De Minister van Kinderwelzijn, belast met Lager Onderwijs, het onthaal | De Minister van Kinderwelzijn, belast met Lager Onderwijs, het onthaal |
en de opdrachten aan ONE, | en de opdrachten aan ONE, |
J.-M NOLLET | J.-M NOLLET |
De Minister van Secundair en Bijzonder Onderwijs, | De Minister van Secundair en Bijzonder Onderwijs, |
P. HAZETTE | P. HAZETTE |
De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor Sociale Promotie en | De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor Sociale Promotie en |
Wetenschappelijk Onderzoek, | Wetenschappelijk Onderzoek, |
Mevr. F. DUPUIS | Mevr. F. DUPUIS |
De Minister van Kunsten en Letteren en van de Audiovisuele Sector, | De Minister van Kunsten en Letteren en van de Audiovisuele Sector, |
R. MILLER | R. MILLER |
De Minister van Jeugd- en Gezondheidszorg, | De Minister van Jeugd- en Gezondheidszorg, |
Mevr. N. MARECHAL. | Mevr. N. MARECHAL. |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Zitting 2000-2001. | (1) Zitting 2000-2001. |
Documenten van de Raad. - Ontwerpdecreet, nr. 137-1. - Amendementen in | Documenten van de Raad. - Ontwerpdecreet, nr. 137-1. - Amendementen in |
de commissie, nr. 137-2. - Verslag, nr. 137-3. - Amendementen in de | de commissie, nr. 137-2. - Verslag, nr. 137-3. - Amendementen in de |
zitting, nr. 137-4. | zitting, nr. 137-4. |
Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Zitting van 30 januari | Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Zitting van 30 januari |
2001. | 2001. |