Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Decreet van 06/07/2018
← Terug naar "Decreet tot modernisering van de erf- en schenkbelasting, aangepast aan het nieuwe erfrecht "
Decreet tot modernisering van de erf- en schenkbelasting, aangepast aan het nieuwe erfrecht Decreet tot modernisering van de erf- en schenkbelasting, aangepast aan het nieuwe erfrecht
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
6 JULI 2018. - Decreet tot modernisering van de erf- en 6 JULI 2018. - Decreet tot modernisering van de erf- en
schenkbelasting, aangepast aan het nieuwe erfrecht (1) schenkbelasting, aangepast aan het nieuwe erfrecht (1)
Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen
hetgeen volgt: hetgeen volgt:
DECREET tot modernisering van de erf- en schenkbelasting, aangepast DECREET tot modernisering van de erf- en schenkbelasting, aangepast
aan het nieuwe erfrecht aan het nieuwe erfrecht

Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 2.Aan artikel 2.7.1.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13

Art. 2.Aan artikel 2.7.1.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13

december 2013, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt december 2013, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt
een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Naast het geval, vermeld in het eerste lid, is de erfbelasting ook "Naast het geval, vermeld in het eerste lid, is de erfbelasting ook
verschuldigd op een verkrijging van vruchtgebruik met toepassing van verschuldigd op een verkrijging van vruchtgebruik met toepassing van
artikel 858bis, § 3 en § 4, van het Burgerlijk Wetboek, tenzij de artikel 858bis, § 3 en § 4, van het Burgerlijk Wetboek, tenzij de
langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende aan het langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende aan het
vruchtgebruik heeft verzaakt conform paragraaf 5 van het voormelde vruchtgebruik heeft verzaakt conform paragraaf 5 van het voormelde
artikel.". artikel.".

Art. 3.Aan artikel 2.7.1.0.3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het

Art. 3.Aan artikel 2.7.1.0.3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het

decreet van 19 december 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat decreet van 19 december 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat
luidt als volgt: luidt als volgt:
"Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing bij de realisatie van een "Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing bij de realisatie van een
beding van terugval die de erflater heeft bedongen in het voordeel van beding van terugval die de erflater heeft bedongen in het voordeel van
een derde voor een vruchtgebruik dat de erflater zich heeft een derde voor een vruchtgebruik dat de erflater zich heeft
voorbehouden.". voorbehouden.".

Art. 4.Artikel 2.7.3.1.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het

Art. 4.Artikel 2.7.3.1.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het

decreet van 19 december 2014, wordt vervangen door wat volgt: decreet van 19 december 2014, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 2.7.3.1.1. Het successierecht wordt gevestigd op de waarde van "Art. 2.7.3.1.1. Het successierecht wordt gevestigd op de waarde van
alles wat uit de nalatenschap van een rijksinwoner wordt verkregen alles wat uit de nalatenschap van een rijksinwoner wordt verkregen
overeenkomstig afdeling 1 van dit hoofdstuk. overeenkomstig afdeling 1 van dit hoofdstuk.
Het recht van overgang wordt gevestigd op de waarde van de onroerende Het recht van overgang wordt gevestigd op de waarde van de onroerende
goederen die in België liggen en verkregen werden overeenkomstig goederen die in België liggen en verkregen werden overeenkomstig
afdeling 1 van dit hoofdstuk uit de nalatenschap van iemand die geen afdeling 1 van dit hoofdstuk uit de nalatenschap van iemand die geen
rijksinwoner is.". rijksinwoner is.".

Art. 5.In artikel 2.7.3.2.7 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het

Art. 5.In artikel 2.7.3.2.7 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het

decreet van 19 december 2014, wordt het tweede lid opgeheven. decreet van 19 december 2014, wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 6.In artikel 2.7.3.2.12, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet,

Art. 6.In artikel 2.7.3.2.12, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet,

ingevoegd bij decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "eerst ingevoegd bij decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "eerst
toegerekend op zijn netto onroerend aandeel, vervolgens op zijn netto toegerekend op zijn netto onroerend aandeel, vervolgens op zijn netto
roerend aandeel" vervangen door de zinsnede "eerst toegerekend op zijn roerend aandeel" vervangen door de zinsnede "eerst toegerekend op zijn
overeenkomstig artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid, of artikel 2.7.6.0.6 overeenkomstig artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid, of artikel 2.7.6.0.6
niet vrijgestelde gedeelte van het netto onroerend aandeel, vervolgens niet vrijgestelde gedeelte van het netto onroerend aandeel, vervolgens
op zijn overeenkomstig artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte op zijn overeenkomstig artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte
van het netto roerend aandeel". van het netto roerend aandeel".

Art. 7.In artikel 2.7.4.1.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het

Art. 7.In artikel 2.7.4.1.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het

decreet van 19 december 2014, wordt paragraaf 1 vervangen door wat decreet van 19 december 2014, wordt paragraaf 1 vervangen door wat
volgt: volgt:
" § 1. De erfbelasting wordt berekend volgens het tarief, vermeld in " § 1. De erfbelasting wordt berekend volgens het tarief, vermeld in
de volgende tabellen: de volgende tabellen:
TABEL I. Tarief voor een verkrijging in rechte lijn en tussen partners TABEL I. Tarief voor een verkrijging in rechte lijn en tussen partners
A schijf in euro A schijf in euro
tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in %
totaalbedrag van de belasting op de voorgaande gedeelten, in euro totaalbedrag van de belasting op de voorgaande gedeelten, in euro
vanaf vanaf
tot en met tot en met
0,01 0,01
50.000 50.000
3 3
50.000,01 50.000,01
250.000 250.000
9 9
1500 1500
250.000,01 250.000,01
27 27
19.500 19.500
TABEL II. Tarief voor een andere verkrijging dan de verkrijgingen, TABEL II. Tarief voor een andere verkrijging dan de verkrijgingen,
vermeld in tabel I vermeld in tabel I
A schijf in euro A schijf in euro
tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in %
totaalbedrag van de belasting op de voorgaande gedeelten, in euro totaalbedrag van de belasting op de voorgaande gedeelten, in euro
vanaf vanaf
tot en met tot en met
tussen broers en zussen tussen broers en zussen
tussen anderen tussen anderen
tussen broers en zussen tussen broers en zussen
tussen anderen tussen anderen
0,01 0,01
35.000 35.000
25 25
25 25
35.000,01 35.000,01
75.000 75.000
30 30
45 45
8750 8750
8750 8750
75.000,01 75.000,01
55 55
55 55
20.750 20.750
26.750 26.750
". ".

Art. 8.In artikel 2.7.5.0.1, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd

Art. 8.In artikel 2.7.5.0.1, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd

bij het decreet van 19 december 2014, worden het derde en vierde lid bij het decreet van 19 december 2014, worden het derde en vierde lid
vervangen door wat volgt: vervangen door wat volgt:
"De erfbelasting, verschuldigd uit hoofde van een verkrijging door een "De erfbelasting, verschuldigd uit hoofde van een verkrijging door een
broer of zus, wordt verminderd met een bedrag gelijk aan hetzij: broer of zus, wordt verminderd met een bedrag gelijk aan hetzij:
1° 2.000 euro, vermenigvuldigd met (nettoverkrijging/20.000 euro), 1° 2.000 euro, vermenigvuldigd met (nettoverkrijging/20.000 euro),
wanneer de nettoverkrijging kleiner is dan of gelijk is aan 18.750 wanneer de nettoverkrijging kleiner is dan of gelijk is aan 18.750
euro; euro;
2° 2.500 euro, vermenigvuldigd met [1-(nettoverkrijging/75.000 euro)], 2° 2.500 euro, vermenigvuldigd met [1-(nettoverkrijging/75.000 euro)],
wanneer de nettoverkrijging groter is dan 18.750 euro en niet meer wanneer de nettoverkrijging groter is dan 18.750 euro en niet meer
bedraagt dan 75.000 euro. bedraagt dan 75.000 euro.
Voor de erfbelasting verschuldigd door andere personen dan erfgenamen Voor de erfbelasting verschuldigd door andere personen dan erfgenamen
in de rechte lijn, de partners of broers en zussen, wordt eenzelfde in de rechte lijn, de partners of broers en zussen, wordt eenzelfde
vermindering toegepast als berekend overeenkomstig het derde lid vermindering toegepast als berekend overeenkomstig het derde lid
waarbij onder de nettoverkrijging moet begrepen worden: de som van de waarbij onder de nettoverkrijging moet begrepen worden: de som van de
nettoverkrijgingen.". nettoverkrijgingen.".

Art. 9.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van

Art. 9.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van

8 juni 2018, wordt een artikel 2.7.6.0.6 ingevoegd, dat luidt als 8 juni 2018, wordt een artikel 2.7.6.0.6 ingevoegd, dat luidt als
volgt: volgt:
"Art. 2.7.6.0.6. § 1. Voor de toepassing van het tarief, vermeld in "Art. 2.7.6.0.6. § 1. Voor de toepassing van het tarief, vermeld in
artikel 2.7.4.1.1, § 1, in rechte nederdalende lijn, en voor zover de artikel 2.7.4.1.1, § 1, in rechte nederdalende lijn, en voor zover de
andere ouder van het betrokken kind reeds vooroverleden is, wordt de andere ouder van het betrokken kind reeds vooroverleden is, wordt de
eerste schijf van 75.000 euro in de nettoverkrijging van het eerste schijf van 75.000 euro in de nettoverkrijging van het
rechtverkrijgende kind onder de 21 jaar van de roerende goederen rechtverkrijgende kind onder de 21 jaar van de roerende goederen
vrijgesteld van het successierecht. vrijgesteld van het successierecht.
In afwijking van artikel 2.7.4.1.1, § 2, tweede lid, en voor zover de In afwijking van artikel 2.7.4.1.1, § 2, tweede lid, en voor zover de
andere ouder van het betrokken kind reeds vooroverleden is, wordt het andere ouder van het betrokken kind reeds vooroverleden is, wordt het
tarief van de erfbelasting voor de onroerende goederen in rechte lijn tarief van de erfbelasting voor de onroerende goederen in rechte lijn
niet toegepast op de nettoverkrijging van het rechtverkrijgende kind niet toegepast op de nettoverkrijging van het rechtverkrijgende kind
onder de 21 jaar in de woning die op het ogenblik van het overlijden onder de 21 jaar in de woning die op het ogenblik van het overlijden
van de langstlevende ouder de woning was waar de erflater van de langstlevende ouder de woning was waar de erflater
gedomicilieerd was op het moment van overlijden. gedomicilieerd was op het moment van overlijden.
§ 2. Voor de toepassing van het tarief, vermeld in artikel 2.7.4.1.1, § 2. Voor de toepassing van het tarief, vermeld in artikel 2.7.4.1.1,
§ 1, tussen partners wordt de eerste schijf van 50.000 euro in de § 1, tussen partners wordt de eerste schijf van 50.000 euro in de
nettoverkrijging van de rechtverkrijgende partner van de roerende nettoverkrijging van de rechtverkrijgende partner van de roerende
goederen vrijgesteld van het successierecht.". goederen vrijgesteld van het successierecht.".

Art. 10.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet

Art. 10.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet

van 8 juni 2018, wordt een artikel 2.8.3.0.5 ingevoegd, dat luidt als van 8 juni 2018, wordt een artikel 2.8.3.0.5 ingevoegd, dat luidt als
volgt: volgt:
"Art. 2.8.3.0.5. Een akte die een door de wet toegelaten "Art. 2.8.3.0.5. Een akte die een door de wet toegelaten
erfovereenkomst vaststelt, strekt voor de toepassing van de erfovereenkomst vaststelt, strekt voor de toepassing van de
schenkbelasting niet tot bewijs van een schenking die in die schenkbelasting niet tot bewijs van een schenking die in die
overeenkomst wordt vermeld en die niet aan de formaliteit van de overeenkomst wordt vermeld en die niet aan de formaliteit van de
registratie is onderworpen, en waarvan de partijen in of onderaan de registratie is onderworpen, en waarvan de partijen in of onderaan de
akte bevestigen dat die heeft plaatsgevonden vóór de datum waarop die akte bevestigen dat die heeft plaatsgevonden vóór de datum waarop die
overeenkomst gesloten werd. overeenkomst gesloten werd.
In afwijking van het eerste lid kunnen de partijen of een van hen in In afwijking van het eerste lid kunnen de partijen of een van hen in
een uitdrukkelijke fiscale verklaring in of onderaan de akte te kennen een uitdrukkelijke fiscale verklaring in of onderaan de akte te kennen
geven dat de vermelding van een dergelijke schenking wel tot bewijs geven dat de vermelding van een dergelijke schenking wel tot bewijs
strekt voor de toepassing van de schenkbelasting.". strekt voor de toepassing van de schenkbelasting.".

Art. 11.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet

Art. 11.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet

van 8 juni 2018, wordt een artikel 2.8.6.0.9 ingevoegd, dat luidt als van 8 juni 2018, wordt een artikel 2.8.6.0.9 ingevoegd, dat luidt als
volgt: volgt:
"Art. 2.8.6.0.9. Als de waarde van de goederen die belast is met de "Art. 2.8.6.0.9. Als de waarde van de goederen die belast is met de
erfbelasting, of een deel van deze goederen, binnen het jaar na het erfbelasting, of een deel van deze goederen, binnen het jaar na het
overlijden van de erflater, door een verkrijger van wie de verkrijging overlijden van de erflater, door een verkrijger van wie de verkrijging
belast werd aan het tarief voor een verkrijging in de rechte lijn en belast werd aan het tarief voor een verkrijging in de rechte lijn en
tussen partners, bij notariële akte wordt geschonken aan een of meer tussen partners, bij notariële akte wordt geschonken aan een of meer
van zijn afstammelingen of aan een of meer personen die voor de van zijn afstammelingen of aan een of meer personen die voor de
toepassing van de schenkbelasting met afstammelingen worden toepassing van de schenkbelasting met afstammelingen worden
gelijkgesteld, wordt de schenking vrijgesteld van de schenkbelasting gelijkgesteld, wordt de schenking vrijgesteld van de schenkbelasting
in de mate dat de waarde van de geschonken goederen de brutowaarde van in de mate dat de waarde van de geschonken goederen de brutowaarde van
de met erfbelasting belaste goederen niet te boven gaat. de met erfbelasting belaste goederen niet te boven gaat.
In voorkomend geval wordt het bedrag van de vrijstelling, vermeld in In voorkomend geval wordt het bedrag van de vrijstelling, vermeld in
het eerste lid, beperkt met toepassing van de volgende formule: X = a het eerste lid, beperkt met toepassing van de volgende formule: X = a
x b/c, waarbij de parameters als volgt worden gedefinieerd: x b/c, waarbij de parameters als volgt worden gedefinieerd:
1° a = het bedrag van de schenkbelasting zonder de toepassing van de 1° a = het bedrag van de schenkbelasting zonder de toepassing van de
vrijstelling; vrijstelling;
2° b = het gedeelte van de schenking dat overeenstemt met de met 2° b = het gedeelte van de schenking dat overeenstemt met de met
erfbelasting belaste brutowaarde; erfbelasting belaste brutowaarde;
3° c = de totale belastbare grondslag van de schenking. 3° c = de totale belastbare grondslag van de schenking.
Het bedrag van de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, kan nooit Het bedrag van de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, kan nooit
hoger zijn dan het bedrag van de erfbelasting dat geheven werd op de hoger zijn dan het bedrag van de erfbelasting dat geheven werd op de
overdracht aan de schenker. Als de schenker meer dan één schenking overdracht aan de schenker. Als de schenker meer dan één schenking
doet zoals vermeld in het eerste lid, wordt het maximumbedrag van de doet zoals vermeld in het eerste lid, wordt het maximumbedrag van de
vrijstelling beoordeeld voor alle schenkingen samen. vrijstelling beoordeeld voor alle schenkingen samen.
In voorkomend geval wordt het bedrag van de erfbelasting, vermeld in In voorkomend geval wordt het bedrag van de erfbelasting, vermeld in
het derde lid, beperkt met toepassing van de volgende formule: X = a x het derde lid, beperkt met toepassing van de volgende formule: X = a x
b/c, waarbij de parameters als volgt worden gedefinieerd: b/c, waarbij de parameters als volgt worden gedefinieerd:
1° a = het bedrag van de erfbelasting berekend in hoofde van de 1° a = het bedrag van de erfbelasting berekend in hoofde van de
schenker op de betrokken categorie goederen; schenker op de betrokken categorie goederen;
2° b = het gedeelte van de schenking dat overeenstemt met de met 2° b = het gedeelte van de schenking dat overeenstemt met de met
erfbelasting belaste brutowaarde; erfbelasting belaste brutowaarde;
3° c = de brutowaarde van de met erfbelasting belaste goederen in de 3° c = de brutowaarde van de met erfbelasting belaste goederen in de
betrokken categorie. betrokken categorie.
Het bedrag van de erfbelasting, vermeld in het derde lid, dat geheven Het bedrag van de erfbelasting, vermeld in het derde lid, dat geheven
werd op de overdracht aan de schenker is het bedrag dat op regelmatige werd op de overdracht aan de schenker is het bedrag dat op regelmatige
wijze in hoofde van deze persoon werd geheven op zicht van de aangifte wijze in hoofde van deze persoon werd geheven op zicht van de aangifte
die werd ingediend bij toepassing van artikel 3.3.1.0.5. die werd ingediend bij toepassing van artikel 3.3.1.0.5.
Voor schenkingen onderworpen aan het tarief, vermeld in artikel Voor schenkingen onderworpen aan het tarief, vermeld in artikel
2.8.4.1.1, § 1, of artikel 2.8.4.2.1, kan de vrijstelling niet 2.8.4.1.1, § 1, of artikel 2.8.4.2.1, kan de vrijstelling niet
verleend worden in de mate deze schenking een onroerend goed tot verleend worden in de mate deze schenking een onroerend goed tot
voorwerp heeft dat geen deel uitmaakte van de verkrijging bij het voorwerp heeft dat geen deel uitmaakte van de verkrijging bij het
overlijden, vermeld in het eerste lid. overlijden, vermeld in het eerste lid.
Voor de toepassing van de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, is Voor de toepassing van de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, is
vereist dat: vereist dat:
1° de nalatenschap van de erflater waaruit de waarde van de geschonken 1° de nalatenschap van de erflater waaruit de waarde van de geschonken
goederen werd verkregen fiscaal gelokaliseerd is in het Vlaamse goederen werd verkregen fiscaal gelokaliseerd is in het Vlaamse
Gewest; Gewest;
2° het overlijden heeft plaatsgevonden na 31 augustus 2018; 2° het overlijden heeft plaatsgevonden na 31 augustus 2018;
3° de erfbelasting die werd geheven op de overdracht, is betaald; 3° de erfbelasting die werd geheven op de overdracht, is betaald;
4° de schenking noch aan een opschortende voorwaarde, noch aan een 4° de schenking noch aan een opschortende voorwaarde, noch aan een
opschortende termijn is onderworpen; opschortende termijn is onderworpen;
5° de vrijstelling wordt gevraagd overeenkomstig artikel 3.12.3.0.1, § 5° de vrijstelling wordt gevraagd overeenkomstig artikel 3.12.3.0.1, §
1, 3° en 4°. 1, 3° en 4°.
Voor de toepassing van dit artikel moet onder brutowaarde worden Voor de toepassing van dit artikel moet onder brutowaarde worden
begrepen: de belastbare waarde van de betrokken goederen voor de begrepen: de belastbare waarde van de betrokken goederen voor de
heffing van de erfbelasting, vóór enige aftrek van passief.". heffing van de erfbelasting, vóór enige aftrek van passief.".

Art. 12.Aan artikel 3.3.1.0.8, § 1, eerste lid, van hetzelfde

Art. 12.Aan artikel 3.3.1.0.8, § 1, eerste lid, van hetzelfde

decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd
bij het decreet van 17 juli 2015, worden een punt 15° tot en met 17° bij het decreet van 17 juli 2015, worden een punt 15° tot en met 17°
toegevoegd, die luiden als volgt: toegevoegd, die luiden als volgt:
"15° in voorkomend geval de erfovereenkomst, vermeld in artikel 1100/7 "15° in voorkomend geval de erfovereenkomst, vermeld in artikel 1100/7
van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval wordt een kopie van die van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval wordt een kopie van die
notariële erfovereenkomst bij de aangifte gevoegd; notariële erfovereenkomst bij de aangifte gevoegd;
16° in voorkomend geval de verkrijgingen van vruchtgebruik met 16° in voorkomend geval de verkrijgingen van vruchtgebruik met
toepassing van artikel 858bis, § 3 en § 4, van het Burgerlijk Wetboek. toepassing van artikel 858bis, § 3 en § 4, van het Burgerlijk Wetboek.
In dat geval wordt een kopie van de akte van schenking bij de aangifte In dat geval wordt een kopie van de akte van schenking bij de aangifte
gevoegd; gevoegd;
17° in voorkomend geval welke schenkingen, levensverzekeringen en 17° in voorkomend geval welke schenkingen, levensverzekeringen en
legaten aan inbreng of inkorting zijn onderworpen en in bevestigend legaten aan inbreng of inkorting zijn onderworpen en in bevestigend
geval op welke wijze de inbreng of inkorting gebeurt.". geval op welke wijze de inbreng of inkorting gebeurt.".

Art. 13.In artikel 3.12.3.0.1, § 1, 4°, van hetzelfde decreet,

Art. 13.In artikel 3.12.3.0.1, § 1, 4°, van hetzelfde decreet,

ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en laatst gewijzigd bij ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en laatst gewijzigd bij
het decreet van 18 mei 2018, wordt tussen de zinsnede "artikel het decreet van 18 mei 2018, wordt tussen de zinsnede "artikel
2.8.6.0.3," en de zinsnede "artikel 2.9.4.2.12" de zinsnede "artikel 2.8.6.0.3," en de zinsnede "artikel 2.9.4.2.12" de zinsnede "artikel
2.8.6.0.9," ingevoegd. 2.8.6.0.9," ingevoegd.

Art. 14.Dit decreet treedt in werking op 1 september 2018.

Art. 14.Dit decreet treedt in werking op 1 september 2018.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad
zal worden bekendgemaakt. zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 6 juli 2018. Brussel, 6 juli 2018.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie, De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie,
B. TOMMELEIN B. TOMMELEIN
_______ _______
Nota Nota
VERWIJZINGEN VERWIJZINGEN
(1) Zitting 2017-2018 (1) Zitting 2017-2018
Stukken: - Ontwerp van decreet : 1584 - Nr. 1 Stukken: - Ontwerp van decreet : 1584 - Nr. 1
- Amendementen : 1584 - Nr. 2 - Amendementen : 1584 - Nr. 2
- Verslag : 1584 - Nr. 3 - Verslag : 1584 - Nr. 3
- Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1584 - Nr. 4 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1584 - Nr. 4
Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 27 juni 2018. Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 27 juni 2018.
^