Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van de Regering van 20 juni 2019 betreffende de samenstelling en de werking van de kabinetten van de regeringsleden alsmede betreffende de personeelsleden van de diensten van de Regering aangewezen om in het kabinet van een lid van de federale regering mee te werken | Besluit van de Regering tot wijziging van het besluit van de Regering van 20 juni 2019 betreffende de samenstelling en de werking van de kabinetten van de regeringsleden alsmede betreffende de personeelsleden van de diensten van de Regering aangewezen om in het kabinet van een lid van de federale regering mee te werken |
---|---|
MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP |
22 DECEMBER 2022. - Besluit van de Regering tot wijziging van het | 22 DECEMBER 2022. - Besluit van de Regering tot wijziging van het |
besluit van de Regering van 20 juni 2019 betreffende de samenstelling | besluit van de Regering van 20 juni 2019 betreffende de samenstelling |
en de werking van de kabinetten van de regeringsleden alsmede | en de werking van de kabinetten van de regeringsleden alsmede |
betreffende de personeelsleden van de diensten van de Regering | betreffende de personeelsleden van de diensten van de Regering |
aangewezen om in het kabinet van een lid van de federale regering mee | aangewezen om in het kabinet van een lid van de federale regering mee |
te werken | te werken |
De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, | De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, |
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der | Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der |
instellingen, artikel 68, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli | instellingen, artikel 68, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli |
1993; | 1993; |
Gelet op de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen | Gelet op de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen |
voor de Duitstalige Gemeenschap, artikel 51, gewijzigd bij de wet van | voor de Duitstalige Gemeenschap, artikel 51, gewijzigd bij de wet van |
6 januari 2014; | 6 januari 2014; |
Gelet op het besluit van de Regering van 20 juni 2019 betreffende de | Gelet op het besluit van de Regering van 20 juni 2019 betreffende de |
samenstelling en de werking van de kabinetten van de regeringsleden | samenstelling en de werking van de kabinetten van de regeringsleden |
alsmede betreffende de personeelsleden van de diensten van de Regering | alsmede betreffende de personeelsleden van de diensten van de Regering |
aangewezen om in het kabinet van een lid van de federale regering mee | aangewezen om in het kabinet van een lid van de federale regering mee |
te werken; | te werken; |
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 24 | Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 24 |
oktober 2022; | oktober 2022; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, artikel 3, § 1; | 1973, artikel 3, § 1; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid gewettigd wordt door de | Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid gewettigd wordt door de |
omstandigheid dat de regeling inzake de werking van de ministeriële | omstandigheid dat de regeling inzake de werking van de ministeriële |
kabinetten zo snel mogelijk moet worden aangenomen, zodat de | kabinetten zo snel mogelijk moet worden aangenomen, zodat de |
continuïteit van het regeringswerk en de goede werking van de Regering | continuïteit van het regeringswerk en de goede werking van de Regering |
niet in het gedrang komen; | niet in het gedrang komen; |
Op voorstel van de Minister-President, bevoegd voor Personeel; | Op voorstel van de Minister-President, bevoegd voor Personeel; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.In artikel 11, § 1, van het besluit van de Regering van 20 |
Artikel 1.In artikel 11, § 1, van het besluit van de Regering van 20 |
juni 2019 betreffende de samenstelling en de werking van de kabinetten | juni 2019 betreffende de samenstelling en de werking van de kabinetten |
van de regeringsleden alsmede betreffende de personeelsleden van de | van de regeringsleden alsmede betreffende de personeelsleden van de |
diensten van de Regering aangewezen om in het kabinet van een lid van | diensten van de Regering aangewezen om in het kabinet van een lid van |
de federale regering mee te werken, worden de volgende wijzigingen | de federale regering mee te werken, worden de volgende wijzigingen |
aangebracht: | aangebracht: |
1° in het tweede lid worden de woorden "I/4" vervangen door de woorden | 1° in het tweede lid worden de woorden "I/4" vervangen door de woorden |
"I/8"; | "I/8"; |
2° de paragraaf wordt aangevuld met een derde lid, luidende: | 2° de paragraaf wordt aangevuld met een derde lid, luidende: |
"De kabinetstoelage voor de kabinetschef wordt verhoogd met een | "De kabinetstoelage voor de kabinetschef wordt verhoogd met een |
jaarlijkse aanvullende toelage van maximaal 8.507 euro die aan de | jaarlijkse aanvullende toelage van maximaal 8.507 euro die aan de |
spilindex 138,01 gekoppeld is." | spilindex 138,01 gekoppeld is." |
Art. 2.Artikel 12 van hetzelfde besluit van de Regering wordt |
Art. 2.Artikel 12 van hetzelfde besluit van de Regering wordt |
vervangen als volgt: | vervangen als volgt: |
"Art. 12 - Aan het kabinetspersoneel behorend tot de openbare diensten | "Art. 12 - Aan het kabinetspersoneel behorend tot de openbare diensten |
of tot het gesubsidieerd onderwijs wordt onder naleving van artikel 13 | of tot het gesubsidieerd onderwijs wordt onder naleving van artikel 13 |
een aanvullende toelage toegekend van maximaal 2.382 euro die aan de | een aanvullende toelage toegekend van maximaal 2.382 euro die aan de |
spilindex 138,01 gekoppeld is. | spilindex 138,01 gekoppeld is. |
Aan de kabinetschef behorend tot de openbare diensten of tot het | Aan de kabinetschef behorend tot de openbare diensten of tot het |
gesubsidieerd onderwijs wordt een jaarlijkse aanvullende toelage | gesubsidieerd onderwijs wordt een jaarlijkse aanvullende toelage |
toegekend van maximaal 8.507 euro die aan de spilindex 138,01 | toegekend van maximaal 8.507 euro die aan de spilindex 138,01 |
gekoppeld is. | gekoppeld is. |
Indien een personeelslid op 30 september 2022 een kabinetstoelage | Indien een personeelslid op 30 september 2022 een kabinetstoelage |
ontvangt die hoger is dan bepaald in het eerste lid, zal het in | ontvangt die hoger is dan bepaald in het eerste lid, zal het in |
afwijking van het eerste lid tot het einde van de lopende | afwijking van het eerste lid tot het einde van de lopende |
regeerperiode verder deze hogere kabinetstoelage blijven ontvangen." | regeerperiode verder deze hogere kabinetstoelage blijven ontvangen." |
Art. 3.In hoofdstuk 1, afdeling 3, van hetzelfde besluit van de |
Art. 3.In hoofdstuk 1, afdeling 3, van hetzelfde besluit van de |
Regering wordt een artikel 15.1 ingevoegd, luidende: | Regering wordt een artikel 15.1 ingevoegd, luidende: |
"Art. 15.1 - Voor structureel telewerk ontvangen de personeelsleden | "Art. 15.1 - Voor structureel telewerk ontvangen de personeelsleden |
van de kabinetten per maand een vergoeding van 100 euro, | van de kabinetten per maand een vergoeding van 100 euro, |
vermenigvuldigd met het percentage telewerk ten opzichte van een | vermenigvuldigd met het percentage telewerk ten opzichte van een |
voltijdse betrekking dat is vastgelegd in een overeenkomst. | voltijdse betrekking dat is vastgelegd in een overeenkomst. |
Onder structureel telewerk wordt verstaan: het in het kader van de | Onder structureel telewerk wordt verstaan: het in het kader van de |
arbeidsverhouding regelmatig verrichten van het werk in de door het | arbeidsverhouding regelmatig verrichten van het werk in de door het |
personeelslid gebruikte privéruimten, waarbij de verrichting van het | personeelslid gebruikte privéruimten, waarbij de verrichting van het |
werk vooraf wordt vastgelegd in een overeenkomst. | werk vooraf wordt vastgelegd in een overeenkomst. |
De overeenkomst tussen het personeelslid en de betreffende minister | De overeenkomst tussen het personeelslid en de betreffende minister |
heeft een looptijd van minimaal drie tot maximaal twaalf maanden en | heeft een looptijd van minimaal drie tot maximaal twaalf maanden en |
bevat de nadere regels voor het structureel telewerk. De overeenkomst | bevat de nadere regels voor het structureel telewerk. De overeenkomst |
bevat ten minste de volgende gegevens: | bevat ten minste de volgende gegevens: |
1° het percentage telewerk; | 1° het percentage telewerk; |
2° de tijdsplanning, uitgedrukt in uren of dagen; | 2° de tijdsplanning, uitgedrukt in uren of dagen; |
3° de vormen van bereikbaarheid tijdens het telewerk. | 3° de vormen van bereikbaarheid tijdens het telewerk. |
Een personeelslid heeft geen absoluut recht op structureel telewerk. | Een personeelslid heeft geen absoluut recht op structureel telewerk. |
Het is verplicht gevolg te geven aan een uitzonderlijke terugroeping | Het is verplicht gevolg te geven aan een uitzonderlijke terugroeping |
door zijn meerdere om fysiek aanwezig te zijn en in de gebouwen van de | door zijn meerdere om fysiek aanwezig te zijn en in de gebouwen van de |
werkgever te werken. | werkgever te werken. |
De vergoeding wordt samen met de maandwedde uitbetaald. | De vergoeding wordt samen met de maandwedde uitbetaald. |
Als tijdens ten minste dertig opeenvolgende dagen geen werkelijke | Als tijdens ten minste dertig opeenvolgende dagen geen werkelijke |
diensten verricht worden, wordt de vergoeding vanaf de 31e dag voor de | diensten verricht worden, wordt de vergoeding vanaf de 31e dag voor de |
duur van de afwezigheid niet uitbetaald. | duur van de afwezigheid niet uitbetaald. |
Beide partijen kunnen de overeenkomstig het derde lid opgestelde | Beide partijen kunnen de overeenkomstig het derde lid opgestelde |
overeenkomst op elk moment eenzijdig of met onderlinge overeenstemming | overeenkomst op elk moment eenzijdig of met onderlinge overeenstemming |
voortijdig beëindigen. De beëindiging wordt van kracht op de tiende | voortijdig beëindigen. De beëindiging wordt van kracht op de tiende |
dag na de datum van de kennisgeving van de beëindiging, tenzij de | dag na de datum van de kennisgeving van de beëindiging, tenzij de |
partijen een andere termijn overeenkomen." | partijen een andere termijn overeenkomen." |
Art. 4.In artikel 16 van hetzelfde besluit van de Regering wordt het |
Art. 4.In artikel 16 van hetzelfde besluit van de Regering wordt het |
woord "maaltijdcheques" ingevoegd tussen de woorden "haard- of | woord "maaltijdcheques" ingevoegd tussen de woorden "haard- of |
standplaatstoelage," en het woord "vakantiegeld". | standplaatstoelage," en het woord "vakantiegeld". |
Art. 5.In artikel 18, § 2, van hetzelfde besluit van de Regering |
Art. 5.In artikel 18, § 2, van hetzelfde besluit van de Regering |
worden de volgende wijzigingen aangebracht: | worden de volgende wijzigingen aangebracht: |
1° in het eerste lid worden de woorden "11, 12 en 15" vervangen door | 1° in het eerste lid worden de woorden "11, 12 en 15" vervangen door |
de woorden "11 en 12"; | de woorden "11 en 12"; |
2° in het tweede lid worden de woorden "en kabinetschefs" ingevoegd | 2° in het tweede lid worden de woorden "en kabinetschefs" ingevoegd |
tussen de woorden "de chauffeurs" en het woord "waarin". | tussen de woorden "de chauffeurs" en het woord "waarin". |
Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2022. |
Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2022. |
Art. 7.De minister bevoegd voor Personeel is belast met de uitvoering |
Art. 7.De minister bevoegd voor Personeel is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Eupen, 22 december 2022. | Eupen, 22 december 2022. |
Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap : | Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap : |
De Minister-President, | De Minister-President, |
Minister van Lokale Besturen en Financiën, | Minister van Lokale Besturen en Financiën, |
O. PAASCH | O. PAASCH |
De Viceminister-President, | De Viceminister-President, |
Minister van Gezondheid en Sociale Aangelegenheden, Ruimtelijke | Minister van Gezondheid en Sociale Aangelegenheden, Ruimtelijke |
Ordening en Huisvesting, | Ordening en Huisvesting, |
A. ANTONIADIS | A. ANTONIADIS |
De Minister van Cultuur en Sport, Werkgelegenheid en Media, | De Minister van Cultuur en Sport, Werkgelegenheid en Media, |
I. WEYKMANS | I. WEYKMANS |
De Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, | De Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, |
L. KLINKENBERG | L. KLINKENBERG |