← Terug naar "Omzendbrief betreffende de begrotingsbehoedzaamheid op het einde van het begrotingsjaar 2015 "
Omzendbrief betreffende de begrotingsbehoedzaamheid op het einde van het begrotingsjaar 2015 | Omzendbrief betreffende de begrotingsbehoedzaamheid op het einde van het begrotingsjaar 2015 |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUDGET EN BEHEERSCONTROLE | FEDERALE OVERHEIDSDIENST BUDGET EN BEHEERSCONTROLE |
12 OKTOBER 2015. - Omzendbrief betreffende de begrotingsbehoedzaamheid | 12 OKTOBER 2015. - Omzendbrief betreffende de begrotingsbehoedzaamheid |
op het einde van het begrotingsjaar 2015 | op het einde van het begrotingsjaar 2015 |
Aan de dames en heren Regeringsleden | Aan de dames en heren Regeringsleden |
1. Inleiding | 1. Inleiding |
De Ministerraad van 15 oktober 2014 bepaalde voor het begrotingsjaar | De Ministerraad van 15 oktober 2014 bepaalde voor het begrotingsjaar |
2015 verschillende doelstellingen inzake onderbenutting : | 2015 verschillende doelstellingen inzake onderbenutting : |
-Primaire uitgaven buiten ION : 600 miljoen EUR; | -Primaire uitgaven buiten ION : 600 miljoen EUR; |
- ION en gelijkgestelde die deel uitmaken van subsector S1311 : 140 | - ION en gelijkgestelde die deel uitmaken van subsector S1311 : 140 |
miljoen EUR; | miljoen EUR; |
- OISZ (Periode 2015-2019); 94 miljoen EUR | - OISZ (Periode 2015-2019); 94 miljoen EUR |
Deze onderbenuttingen werd als volgt aangepast door de Ministerraad | Deze onderbenuttingen werd als volgt aangepast door de Ministerraad |
van 28 augustus 2015 : | van 28 augustus 2015 : |
- Primaire uitgaven buiten ION : bijkomende onderbenutting van 50 | - Primaire uitgaven buiten ION : bijkomende onderbenutting van 50 |
miljoen EUR; | miljoen EUR; |
- OISZ (Periode 2015-2019) : bijkomende onderbenutting van 2,9 miljoen | - OISZ (Periode 2015-2019) : bijkomende onderbenutting van 2,9 miljoen |
EUR. | EUR. |
In zijn rapport van 22 september 2015 raamt het Monitoringcomité dat | In zijn rapport van 22 september 2015 raamt het Monitoringcomité dat |
er voor 2015 een bijkomende inspanning noodzakelijk is van 113 miljoen | er voor 2015 een bijkomende inspanning noodzakelijk is van 113 miljoen |
EUR om de doelstelling inzake de verbetering van het structureel saldo | EUR om de doelstelling inzake de verbetering van het structureel saldo |
te realiseren | te realiseren |
Teneinde de doelstelling inzake onderbenutting te halen en bij te | Teneinde de doelstelling inzake onderbenutting te halen en bij te |
dragen tot de bijkomende te leveren inspanning wordt een systeem van | dragen tot de bijkomende te leveren inspanning wordt een systeem van |
begrotingsbehoedzaamheid ingevoerd. | begrotingsbehoedzaamheid ingevoerd. |
2. Toepassingssfeer | 2. Toepassingssfeer |
Deze omzendbrief is toepasbaar op de FOD's, de POD's, het Ministerie | Deze omzendbrief is toepasbaar op de FOD's, de POD's, het Ministerie |
van Landsverdediging, de Federale Politie en de Régie der Gebouwen, | van Landsverdediging, de Federale Politie en de Régie der Gebouwen, |
met inbegrip van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer die ervan | met inbegrip van de Staatsdiensten met afzonderlijk beheer die ervan |
afhangen en de beleidscellen. | afhangen en de beleidscellen. |
Hij moet ook toegepast worden : | Hij moet ook toegepast worden : |
- op de instellingen van openbaar nut van de categorieën A, B en C; | - op de instellingen van openbaar nut van de categorieën A, B en C; |
- op de sociale parastatalen en op de instellingen van sociale | - op de sociale parastatalen en op de instellingen van sociale |
zekerheid. | zekerheid. |
Voor deze instellingen zullen de regeringscommissarissen die de | Voor deze instellingen zullen de regeringscommissarissen die de |
Minister van Begroting vertegenwoordigen of de afgevaardigden van de | Minister van Begroting vertegenwoordigen of de afgevaardigden van de |
Minister van Begroting een uitgebreide rol spelen vergelijkbaar met de | Minister van Begroting een uitgebreide rol spelen vergelijkbaar met de |
rol die door deze omzendbrief bepaald wordt voor de Inspecteurs van | rol die door deze omzendbrief bepaald wordt voor de Inspecteurs van |
Financiën. | Financiën. |
De CMS-FOR contracten en de uitgaven op orderekeningen worden ook | De CMS-FOR contracten en de uitgaven op orderekeningen worden ook |
onderworpen aan de bepalingen van deze omzendbrief. De CMS-FOR | onderworpen aan de bepalingen van deze omzendbrief. De CMS-FOR |
contracten worden onderworpen aan de omzendbrief op het moment dat de | contracten worden onderworpen aan de omzendbrief op het moment dat de |
bestellingen effectief geplaatst worden. Voor de orderekeningen | bestellingen effectief geplaatst worden. Voor de orderekeningen |
betekent dit dat de ontvangsten/ uitgavenverrichtingen meegedeeld | betekent dit dat de ontvangsten/ uitgavenverrichtingen meegedeeld |
worden aan de Inspecteurs van Financiën. | worden aan de Inspecteurs van Financiën. |
3. Algemene principes | 3. Algemene principes |
Het Koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de | Het Koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de |
administratieve en begrotingscontrole geldt als algemeen | administratieve en begrotingscontrole geldt als algemeen |
referentiekader. | referentiekader. |
Deze omzendbrief hanteert als principe de beperking van de uitgaven | Deze omzendbrief hanteert als principe de beperking van de uitgaven |
tot deze uitgaven die worden beschouwd als niet-samendrukbaar dit wil | tot deze uitgaven die worden beschouwd als niet-samendrukbaar dit wil |
zeggen deze die bij het niet-uitvoeren het functioneren van de | zeggen deze die bij het niet-uitvoeren het functioneren van de |
overheid in ernstige mate in het gevaar zouden brengen. De | overheid in ernstige mate in het gevaar zouden brengen. De |
niet-samendrukbare uitgaven bevatten de uitgaven voor de betaling van | niet-samendrukbare uitgaven bevatten de uitgaven voor de betaling van |
de lonen van het personeel, evenals de uitgaven met betrekking tot | de lonen van het personeel, evenals de uitgaven met betrekking tot |
contractuele verplichtingen lopende op datum van deze instructie of | contractuele verplichtingen lopende op datum van deze instructie of |
tot wettelijke verplichtingen. | tot wettelijke verplichtingen. |
4. Richtlijnen met betrekking tot de goedkeuring van de | 4. Richtlijnen met betrekking tot de goedkeuring van de |
overheidsopdrachten, subsidies, contracten, ... | overheidsopdrachten, subsidies, contracten, ... |
4.1. Elke nieuwe uitgave ten laste van een vastleggingskrediet voor | 4.1. Elke nieuwe uitgave ten laste van een vastleggingskrediet voor |
een bedrag hoger dan 8 500 EUR exclusief BTW moet voor advies | een bedrag hoger dan 8 500 EUR exclusief BTW moet voor advies |
voorgelegd worden aan de Inspectie van Financiën, die moet nagaan of | voorgelegd worden aan de Inspectie van Financiën, die moet nagaan of |
het om een niet-samendrukbare uitgave gaat. | het om een niet-samendrukbare uitgave gaat. |
Elke nieuwe uitgave ten laste van een vastleggingskrediet voor een | Elke nieuwe uitgave ten laste van een vastleggingskrediet voor een |
bedrag hoger dan 31 000 EUR inclusief BTW moet voor akkoord voorgelegd | bedrag hoger dan 31 000 EUR inclusief BTW moet voor akkoord voorgelegd |
worden aan de Minister van Begroting, na advies van de Inspectie van | worden aan de Minister van Begroting, na advies van de Inspectie van |
Financiën, die moet nagaan of het om een niet-samendrukbare uitgave | Financiën, die moet nagaan of het om een niet-samendrukbare uitgave |
gaat. | gaat. |
Alle subsidies, ongeacht het bedrag ervan, moeten voor advies | Alle subsidies, ongeacht het bedrag ervan, moeten voor advies |
voorgelegd worden aan de Inspectie van Financiën. | voorgelegd worden aan de Inspectie van Financiën. |
Met betrekking tot de overheidsopdrachten die moeten worden | Met betrekking tot de overheidsopdrachten die moeten worden |
goedgekeurd door de Ministerraad overeenkomstig het koninklijk besluit | goedgekeurd door de Ministerraad overeenkomstig het koninklijk besluit |
van 3 april 2013 betreffende de tussenkomst van de Ministerraad, de | van 3 april 2013 betreffende de tussenkomst van de Ministerraad, de |
overdracht van bevoegdheid en de machtigingen inzake de plaatsing en | overdracht van bevoegdheid en de machtigingen inzake de plaatsing en |
de uitvoering van overheidsopdrachten, ontwerpenwedstrijden en | de uitvoering van overheidsopdrachten, ontwerpenwedstrijden en |
concessies voor openbare werken op federaal niveau, worden het akkoord | concessies voor openbare werken op federaal niveau, worden het akkoord |
van de Minister van Begroting en het advies van de Inspectie van | van de Minister van Begroting en het advies van de Inspectie van |
Financiën gegeven op het moment dat de procedure opgestart wordt, maar | Financiën gegeven op het moment dat de procedure opgestart wordt, maar |
ook op het moment dat de opdracht gegund wordt indien het dossier in | ook op het moment dat de opdracht gegund wordt indien het dossier in |
dit stadium opnieuw moet worden voorgelegd aan de Ministerraad. | dit stadium opnieuw moet worden voorgelegd aan de Ministerraad. |
Voor de overheidsopdrachten van werken, leveringen en diensten met een | Voor de overheidsopdrachten van werken, leveringen en diensten met een |
bedrag lager dan 8 500 EUR exclusief BTW is de Voorzitter van elke | bedrag lager dan 8 500 EUR exclusief BTW is de Voorzitter van elke |
FOD/POD/Ministerie, dienst of instelling verantwoordelijk voor het | FOD/POD/Ministerie, dienst of instelling verantwoordelijk voor het |
bepalen van de niet-samendrukbare aard van de uitgave. Deze bepaling | bepalen van de niet-samendrukbare aard van de uitgave. Deze bepaling |
is niet van toepassing op de uitgaven van de strategische cellen. | is niet van toepassing op de uitgaven van de strategische cellen. |
De dossiers moeten de normale procedure voor administratieve en | De dossiers moeten de normale procedure voor administratieve en |
begrotingscontrole doorlopen, met advies van de Inspectie van | begrotingscontrole doorlopen, met advies van de Inspectie van |
Financiën en akkoord van de Minister van Begroting in overeenstemming | Financiën en akkoord van de Minister van Begroting in overeenstemming |
met het besluit van 16 november 1994 | met het besluit van 16 november 1994 |
De dossiers waarvoor een inbreuk werd vastgesteld op artikel 24 van de | De dossiers waarvoor een inbreuk werd vastgesteld op artikel 24 van de |
wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de | wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de |
comptabiliteit van de federale Staat, zullen worden voorgelegd aan de | comptabiliteit van de federale Staat, zullen worden voorgelegd aan de |
Raad van Ministers. | Raad van Ministers. |
4.2. Deze omzendbrief moet niet toegepast worden op de dossiers die | 4.2. Deze omzendbrief moet niet toegepast worden op de dossiers die |
door de Ministerraad goedgekeurd werden. | door de Ministerraad goedgekeurd werden. |
Deze omzendbrief heeft geen betrekking op de kredieten van de | Deze omzendbrief heeft geen betrekking op de kredieten van de |
basisallocaties 11.XX (behalve 11.05), 12.99 en 12.48. | basisallocaties 11.XX (behalve 11.05), 12.99 en 12.48. |
4.3. Als de instellingen van openbaar nut A, B en C en de openbare | 4.3. Als de instellingen van openbaar nut A, B en C en de openbare |
instellingen van sociale zekerheid een negatief advies krijgen van de | instellingen van sociale zekerheid een negatief advies krijgen van de |
inspecteur van Financiën, de regeringscommissaris van Begroting of de | inspecteur van Financiën, de regeringscommissaris van Begroting of de |
afgevaardigde van de Minister van Begroting, kan het beheerscomité (of | afgevaardigde van de Minister van Begroting, kan het beheerscomité (of |
zijn afgevaardigde, namelijk de Administrateur-generaal) de | zijn afgevaardigde, namelijk de Administrateur-generaal) de |
voogdijminister vragen beroep aan te tekenen tegen de beslissing. De | voogdijminister vragen beroep aan te tekenen tegen de beslissing. De |
voogdijminister is dan verantwoordelijk om al dan niet in beroep te | voogdijminister is dan verantwoordelijk om al dan niet in beroep te |
gaan bij de Minister van Begroting en vervolgens bij de Ministerraad. | gaan bij de Minister van Begroting en vervolgens bij de Ministerraad. |
De inspecteur van Financiën, de regeringscommissaris of de | De inspecteur van Financiën, de regeringscommissaris of de |
afgevaardigde van de Minister van Begroting maken om de veertien dagen | afgevaardigde van de Minister van Begroting maken om de veertien dagen |
een kopie van hun gunstige adviezen over aan de dienst Begeleiding | een kopie van hun gunstige adviezen over aan de dienst Begeleiding |
Begroting van de FOD Budget en Beheerscontrole. Deze laatste stelt dan | Begroting van de FOD Budget en Beheerscontrole. Deze laatste stelt dan |
een tabel op met alle aanvaarde verzoeken. Op basis van deze tabel kan | een tabel op met alle aanvaarde verzoeken. Op basis van deze tabel kan |
de Minister van Begroting instructies geven aan zijn commissarissen of | de Minister van Begroting instructies geven aan zijn commissarissen of |
afgevaardigden om hun beleid om te buigen (de toepassing van het | afgevaardigden om hun beleid om te buigen (de toepassing van het |
criterium verstrengen of versoepelen). De Minister van Begroting maakt | criterium verstrengen of versoepelen). De Minister van Begroting maakt |
de tabel over aan de Ministerraad zodat ook deze de correcte | de tabel over aan de Ministerraad zodat ook deze de correcte |
toepassing van de beslissing kan nagaan en indien nodig aan de | toepassing van de beslissing kan nagaan en indien nodig aan de |
Minister van Begroting kan vragen nieuwe instructies te geven aan zijn | Minister van Begroting kan vragen nieuwe instructies te geven aan zijn |
commissarissen en afgevaardigden. | commissarissen en afgevaardigden. |
4.4. Dossiers die een gunstig advies hebben gekregen van de Inspectie | 4.4. Dossiers die een gunstig advies hebben gekregen van de Inspectie |
van Financiën, de regeringscommissaris of de afgevaardigde van de | van Financiën, de regeringscommissaris of de afgevaardigde van de |
Minister van Begroting voor 12 oktober 2015 moeten niet meer aan hen | Minister van Begroting voor 12 oktober 2015 moeten niet meer aan hen |
voorgelegd worden, noch aan de Minister van Begroting. | voorgelegd worden, noch aan de Minister van Begroting. |
Vanaf die datum moeten de dossiers voor een bedrag hoger dan 8 500 EUR | Vanaf die datum moeten de dossiers voor een bedrag hoger dan 8 500 EUR |
exclusief BTW ter advies voorgelegd worden aan de Inspectie van | exclusief BTW ter advies voorgelegd worden aan de Inspectie van |
Financiën, aan de regeringscommissaris of aan de afgevaardigde van de | Financiën, aan de regeringscommissaris of aan de afgevaardigde van de |
Minister van Begroting en moeten de dossiers voor een bedrag hoger dan | Minister van Begroting en moeten de dossiers voor een bedrag hoger dan |
31 000 EUR inclusief BTW voor akkoord voorgelegd worden aan de | 31 000 EUR inclusief BTW voor akkoord voorgelegd worden aan de |
Minister van Begroting, na advies van de Inspectie van Financiën, van | Minister van Begroting, na advies van de Inspectie van Financiën, van |
de regeringscommissaris of van de afgevaardigde van de Minister van | de regeringscommissaris of van de afgevaardigde van de Minister van |
Begroting. | Begroting. |
De procedure beschreven in punt 4.3. is vanaf de datum van | De procedure beschreven in punt 4.3. is vanaf de datum van |
ondertekening van deze omzendbrief toepasbaar op de Instellingen van | ondertekening van deze omzendbrief toepasbaar op de Instellingen van |
openbaar nut A, B en C en de Openbare instellingen van sociale | openbaar nut A, B en C en de Openbare instellingen van sociale |
zekerheid. | zekerheid. |
5. Vorm van de dossiers en timing | 5. Vorm van de dossiers en timing |
De dossiers die volgens deze omzendbrief moeten worden voorgelegd aan | De dossiers die volgens deze omzendbrief moeten worden voorgelegd aan |
de Minister van Begroting moeten de vorm aannemen van een dossier dat | de Minister van Begroting moeten de vorm aannemen van een dossier dat |
wordt voorgelegd aan de administratieve en begrotingscontrole, samen | wordt voorgelegd aan de administratieve en begrotingscontrole, samen |
met het advies van de Inspectie van Financiën, een verklarende nota | met het advies van de Inspectie van Financiën, een verklarende nota |
met een omstandige rechtvaardiging van de niet-samendrukbare aard en | met een omstandige rechtvaardiging van de niet-samendrukbare aard en |
de weerhouden offerte, indien het om een overheidsopdracht gaat. | de weerhouden offerte, indien het om een overheidsopdracht gaat. |
De dossiers moeten op elektronische wijze naar de Minister van | De dossiers moeten op elektronische wijze naar de Minister van |
Begroting gestuurd worden (laurent.taildeman@wilmes.fed.be). | Begroting gestuurd worden (laurent.taildeman@wilmes.fed.be). |
Binnen de tien werkdagen wordt een antwoord geformuleerd. | Binnen de tien werkdagen wordt een antwoord geformuleerd. |
6. Slotbepaling, inwerkingtreding en publicatie | 6. Slotbepaling, inwerkingtreding en publicatie |
De regels inzake controle van de vastleggingen blijven geldig. Elk | De regels inzake controle van de vastleggingen blijven geldig. Elk |
dossier dat wordt voorgelegd aan de controleur van de vastleggingen | dossier dat wordt voorgelegd aan de controleur van de vastleggingen |
zal de adviezen en de akkoorden bevatten in verband met de | zal de adviezen en de akkoorden bevatten in verband met de |
niet-samendrukbare aard van de betrokken uitgave. Indien dit niet het | niet-samendrukbare aard van de betrokken uitgave. Indien dit niet het |
geval is, wordt het dossier niet geviseerd. | geval is, wordt het dossier niet geviseerd. |
Deze omzendbrief treedt in werking op 12 oktober 2015 en blijft van | Deze omzendbrief treedt in werking op 12 oktober 2015 en blijft van |
toepassing tot de afsluiting van het begrotingsjaar 2015. | toepassing tot de afsluiting van het begrotingsjaar 2015. |
De Minister van Begroting, | De Minister van Begroting, |
Mevr. S. WILMES | Mevr. S. WILMES |