Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Omzendbrief van 04/05/2012
← Terug naar "Circulaire AFZ nr. 3/2012, AAF nr. 17/2012 en AAPD nr. 4/2012 betreffende de anti-misbruikbepaling "
Circulaire AFZ nr. 3/2012, AAF nr. 17/2012 en AAPD nr. 4/2012 betreffende de anti-misbruikbepaling Circulaire AFZ nr. 3/2012, AAF nr. 17/2012 en AAPD nr. 4/2012 betreffende de anti-misbruikbepaling
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
4 MEI 2012. - Circulaire AFZ nr. 3/2012, AAF nr. 17/2012 en AAPD nr. 4 MEI 2012. - Circulaire AFZ nr. 3/2012, AAF nr. 17/2012 en AAPD nr.
4/2012 betreffende de anti-misbruikbepaling 4/2012 betreffende de anti-misbruikbepaling
De hiernavolgende circulaire bespreekt de wijzigingen die door de De hiernavolgende circulaire bespreekt de wijzigingen die door de
Programmawet (I) van 29 maart 2012 zijn aangebracht aan artikel 344 Programmawet (I) van 29 maart 2012 zijn aangebracht aan artikel 344
van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C
Deze circulaire bevat de commentaar op de artikelen 167, 168 en 169 Deze circulaire bevat de commentaar op de artikelen 167, 168 en 169
van de Programmawet (I) van 29 maart 2012 (Belgisch Staatsblad van 6 van de Programmawet (I) van 29 maart 2012 (Belgisch Staatsblad van 6
april 2012, Ed. 3) en is gebaseerd op de parlementaire voorbereiding april 2012, Ed. 3) en is gebaseerd op de parlementaire voorbereiding
(DOC 53 2081/001 en DOC 53 2081/016). (DOC 53 2081/001 en DOC 53 2081/016).
A. WETTEKST A. WETTEKST

Art. 167.Artikel 344, § 1, van het Wetboek van de

Art. 167.Artikel 344, § 1, van het Wetboek van de

inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 28 juli 1992 en inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 28 juli 1992 en
gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993, wordt vervangen als volgt : gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993, wordt vervangen als volgt :
« § 1. Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de « § 1. Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de
rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde
verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie door vermoedens verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie door vermoedens
of andere in artikel 340 vermelde bewijsmiddelen aan de hand van of andere in artikel 340 vermelde bewijsmiddelen aan de hand van
objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal
misbruik. misbruik.
Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige
middels de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van middels de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van
rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt : rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :
1° een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de 1° een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de
doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering
daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die
bepaling plaatst; of bepaling plaatst; of
2° een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een 2° een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een
belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter
uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel
in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in
wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft. wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.
Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor
zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere
motieven verantwoord is dan het ontwijken van inkomstenbelastingen. motieven verantwoord is dan het ontwijken van inkomstenbelastingen.
Indien de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de Indien de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de
belastbare grondslag en de belastingberekening zodanig hersteld dat de belastbare grondslag en de belastingberekening zodanig hersteld dat de
verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van de
wet wordt onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden. ». wet wordt onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden. ».

Art. 168.In artikel 18 van het Wetboek der registratie-, hypotheek-

Art. 168.In artikel 18 van het Wetboek der registratie-, hypotheek-

en griffierechten, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994 en 24 en griffierechten, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994 en 24
december 2002, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt : december 2002, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt :
« § 2. Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de « § 2. Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de
rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde
verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie door vermoedens verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie door vermoedens
of door andere in artikel 185 vermelde bewijsmiddelen aan de hand van of door andere in artikel 185 vermelde bewijsmiddelen aan de hand van
objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal
misbruik. misbruik.
Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige
middels de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van middels de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van
rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt : rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :
1° een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de 1° een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de
doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering
daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die
bepaling plaatst; of bepaling plaatst; of
2° een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een 2° een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een
belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter
uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel
in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in
wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft. wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.
Het komt aan de belastingschuldige toe te bewijzen dat de keuze voor Het komt aan de belastingschuldige toe te bewijzen dat de keuze voor
zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere
motieven verantwoord is dan het ontwijken van registratierechten. motieven verantwoord is dan het ontwijken van registratierechten.
Indien de belastingschuldige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de Indien de belastingschuldige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de
verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van de
wet onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden. ». wet onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden. ».

Art. 169.Artikel 167 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2013,

Art. 169.Artikel 167 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2013,

alsmede op rechtshandelingen of het geheel van rechtshandelingen die alsmede op rechtshandelingen of het geheel van rechtshandelingen die
zijn gesteld tijdens een belastbaar tijdperk dat afsluit ten vroegste zijn gesteld tijdens een belastbaar tijdperk dat afsluit ten vroegste
op de datum van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad op de datum van bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad
en is verbonden aan het aanslagjaar 2012. Elke wijziging die vanaf 28 en is verbonden aan het aanslagjaar 2012. Elke wijziging die vanaf 28
november 2011 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt november 2011 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt
aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de bepaling aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de bepaling
in artikel 167. in artikel 167.
Artikel 168 is van toepassing op de rechtshandelingen of het geheel Artikel 168 is van toepassing op de rechtshandelingen of het geheel
van rechtshandelingen die éénzelfde verrichting tot stand brengt, die van rechtshandelingen die éénzelfde verrichting tot stand brengt, die
zijn gesteld vanaf de eerste dag van de tweede maand na die waarin zijn gesteld vanaf de eerste dag van de tweede maand na die waarin
deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
B. INWERKINGTREDING B. INWERKINGTREDING
B.1. Inkomstenbelastingen B.1. Inkomstenbelastingen
Artikel 169, eerste lid, van de Programmawet (I) van 29 maart 2012 Artikel 169, eerste lid, van de Programmawet (I) van 29 maart 2012
stelt dat de nieuwe anti-misbruikbepaling inzake inkomstenbelastingen stelt dat de nieuwe anti-misbruikbepaling inzake inkomstenbelastingen
van toepassing is vanaf aanslagjaar 2013. van toepassing is vanaf aanslagjaar 2013.
Bijgevolg indien de rechtshandeling of de laatste rechtshandeling die Bijgevolg indien de rechtshandeling of de laatste rechtshandeling die
deel uitmaakt van een geheel van rechtshandelingen die een zelfde deel uitmaakt van een geheel van rechtshandelingen die een zelfde
verrichting tot stand brengt, in de loop van het jaar 2011 gesteld is, verrichting tot stand brengt, in de loop van het jaar 2011 gesteld is,
kan artikel 344, § 1, nieuw, van het Wetboek van de kan artikel 344, § 1, nieuw, van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) geen toepassing vinden. inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) geen toepassing vinden.
Indien, daarentegen, de rechtshandeling of de laatste rechtshandeling Indien, daarentegen, de rechtshandeling of de laatste rechtshandeling
die deel uitmaakt van een geheel van rechtshandelingen die een zelfde die deel uitmaakt van een geheel van rechtshandelingen die een zelfde
verrichting tot stand brengt, in de loop van het jaar 2012 gesteld is verrichting tot stand brengt, in de loop van het jaar 2012 gesteld is
of gesteld wordt, kan artikel 344, § 1, nieuw, WIB 92 toepassing of gesteld wordt, kan artikel 344, § 1, nieuw, WIB 92 toepassing
vinden. vinden.
Wat de rechtspersonen betreft, moet worden opgemerkt dat de nieuwe Wat de rechtspersonen betreft, moet worden opgemerkt dat de nieuwe
anti-misbruikbepaling onder bepaalde voorwaarden ook al van toepassing anti-misbruikbepaling onder bepaalde voorwaarden ook al van toepassing
kan zijn vanaf het aanslagjaar 2012, met name ten aanzien van de kan zijn vanaf het aanslagjaar 2012, met name ten aanzien van de
rechtshandelingen of het geheel van rechtshandelingen die zijn gesteld rechtshandelingen of het geheel van rechtshandelingen die zijn gesteld
tijdens een belastbaar tijdperk dat afsluit ten vroegste op 6 april tijdens een belastbaar tijdperk dat afsluit ten vroegste op 6 april
2012 en dat verbonden is aan het aanslagjaar 2012. 2012 en dat verbonden is aan het aanslagjaar 2012.
Stel bijvoorbeeld een vennootschap die haar boekhouding voert van 1 Stel bijvoorbeeld een vennootschap die haar boekhouding voert van 1
juli tot 30 juni. Het boekjaar dat op 30 juni 2012 afsluit, is juli tot 30 juni. Het boekjaar dat op 30 juni 2012 afsluit, is
verbonden met het aanslagjaar 2012. Dit betekent dat indien de verbonden met het aanslagjaar 2012. Dit betekent dat indien de
rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen die een zelfde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen die een zelfde
verrichting tot stand brengt, gesteld is of gesteld wordt tijdens het verrichting tot stand brengt, gesteld is of gesteld wordt tijdens het
boekjaar lopende van 1 juli 2011 tot 30 juni 2012, de nieuwe boekjaar lopende van 1 juli 2011 tot 30 juni 2012, de nieuwe
anti-misbruikbepaling op deze rechtshandeling of deze verrichting al anti-misbruikbepaling op deze rechtshandeling of deze verrichting al
van toepassing is (DOC 53 2081/016, blz. 70-71). van toepassing is (DOC 53 2081/016, blz. 70-71).
Er wordt ook bepaald dat elke wijziging die vanaf 28 november 2011 aan Er wordt ook bepaald dat elke wijziging die vanaf 28 november 2011 aan
de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht zonder de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht zonder
uitwerking is voor de toepassing van de nieuwe regeling. uitwerking is voor de toepassing van de nieuwe regeling.
B.2. Registratie- en successierechten B.2. Registratie- en successierechten
Inzake registratie- en successierechten is de nieuwe bepaling van Inzake registratie- en successierechten is de nieuwe bepaling van
toepassing "op de rechtshandelingen of het geheel van toepassing "op de rechtshandelingen of het geheel van
rechtshandelingen die éénzelfde verrichting tot stand brengt, die zijn rechtshandelingen die éénzelfde verrichting tot stand brengt, die zijn
gesteld vanaf de eerste dag van de tweede maand na die waarin deze wet gesteld vanaf de eerste dag van de tweede maand na die waarin deze wet
is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad" (artikel 169 van de is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad" (artikel 169 van de
Programmawet (I) van 29 maart 2012), te weten op de rechtshandelingen Programmawet (I) van 29 maart 2012), te weten op de rechtshandelingen
of het geheel van rechtshandelingen gesteld vanaf 1 juni 2012. of het geheel van rechtshandelingen gesteld vanaf 1 juni 2012.
C. BESPREKING C. BESPREKING
C.1. Inkomstenbelastingen C.1. Inkomstenbelastingen
C.1.1. Inleiding C.1.1. Inleiding
Er bestaat vandaag een zekere consensus over het feit dat artikel 344, Er bestaat vandaag een zekere consensus over het feit dat artikel 344,
§ 1, oud, WIB 92 door de administratie niét op een efficiënte manier § 1, oud, WIB 92 door de administratie niét op een efficiënte manier
kon worden toegepast. Om artikel 344, § 1, oud, WIB 92 te kunnen kon worden toegepast. Om artikel 344, § 1, oud, WIB 92 te kunnen
toepassen, moest de administratie bewijzen dat de belastingplichtige toepassen, moest de administratie bewijzen dat de belastingplichtige
met de door hem gehanteerde juridische kwalificatie de bedoeling had met de door hem gehanteerde juridische kwalificatie de bedoeling had
om belastingen te ontwijken. Uit het tegenbewijs dat de om belastingen te ontwijken. Uit het tegenbewijs dat de
belastingplichtige moest leveren en dat bestond in het aantonen van belastingplichtige moest leveren en dat bestond in het aantonen van
rechtmatige financiële of economische behoeften, volgde dat er ook rechtmatige financiële of economische behoeften, volgde dat er ook
andere niet-fiscale motieven moesten bestaan voor de juridische andere niet-fiscale motieven moesten bestaan voor de juridische
kwalificatie. Indien de belastingplichtige niet in staat was dit kwalificatie. Indien de belastingplichtige niet in staat was dit
tegenbewijs te leveren, kon de administratie overgaan tot tegenbewijs te leveren, kon de administratie overgaan tot
herkwalificatie, maar volgens het Hof van Cassatie moest deze nieuwe herkwalificatie, maar volgens het Hof van Cassatie moest deze nieuwe
kwalificatie gelijksoortige niet-fiscale rechtsgevolgen hebben als de kwalificatie gelijksoortige niet-fiscale rechtsgevolgen hebben als de
oorspronkelijke rechtshandeling(en) (Cass. 4 november 2005, F.J.F., oorspronkelijke rechtshandeling(en) (Cass. 4 november 2005, F.J.F.,
nr. 2006/21; Cass. 22 november 2007, F.J.F., N° 2008/140; Cass. 11 nr. 2006/21; Cass. 22 november 2007, F.J.F., N° 2008/140; Cass. 11
december 2008, T.R.V., 2009, 311). Het was bovendien slechts de december 2008, T.R.V., 2009, 311). Het was bovendien slechts de
kwalificatie van de rechtshandeling die de administratie niet kon kwalificatie van de rechtshandeling die de administratie niet kon
worden tegengeworpen en dus niet de rechtshandeling zelf. Bijgevolg worden tegengeworpen en dus niet de rechtshandeling zelf. Bijgevolg
kon de herkwalificatie niet de essentiële elementen van de kon de herkwalificatie niet de essentiële elementen van de
rechtshandeling (zoals de partijen, het voorwerp, het tijdstip en de rechtshandeling (zoals de partijen, het voorwerp, het tijdstip en de
prijs) betreffen, maar slechts de bijkomstige en niet relevante prijs) betreffen, maar slechts de bijkomstige en niet relevante
rechtsgevolgen van de door de partijen gestelde rechtshandelingen. rechtsgevolgen van de door de partijen gestelde rechtshandelingen.
Tot op heden werd daarom ook algemeen aangenomen dat het praktisch Tot op heden werd daarom ook algemeen aangenomen dat het praktisch
onmogelijk was om bij een herkwalificatie tot gelijksoortige onmogelijk was om bij een herkwalificatie tot gelijksoortige
rechtsgevolgen te komen indien de verrichting tot stand was gekomen rechtsgevolgen te komen indien de verrichting tot stand was gekomen
middels één akte. Aan één akte kan immers zelden meer dan één middels één akte. Aan één akte kan immers zelden meer dan één
kwalificatie worden gegeven. Bovendien kon artikel 344, § 1, oud, WIB kwalificatie worden gegeven. Bovendien kon artikel 344, § 1, oud, WIB
92 ook niet worden toegepast indien de rechtsgevolgen van de door de 92 ook niet worden toegepast indien de rechtsgevolgen van de door de
administratie geherkwalificeerde rechtshandeling verschillend waren administratie geherkwalificeerde rechtshandeling verschillend waren
van de rechtshandeling die de belastingplichtige had gesteld. Indien van de rechtshandeling die de belastingplichtige had gesteld. Indien
deze bepaling al toepassing kon vinden, dan was het om een geheel van deze bepaling al toepassing kon vinden, dan was het om een geheel van
afzonderlijke of opeenvolgende akten die kunstmatig waren opgesplitst, afzonderlijke of opeenvolgende akten die kunstmatig waren opgesplitst,
te herdefiniëren in één verrichting die de partijen in werkelijkheid te herdefiniëren in één verrichting die de partijen in werkelijkheid
tot stand hadden gebracht (DOC 53 2081/001, blz. 109-110). tot stand hadden gebracht (DOC 53 2081/001, blz. 109-110).
De parlementaire onderzoekscommissie die werd opgericht om de grote De parlementaire onderzoekscommissie die werd opgericht om de grote
fiscale fraudedossiers te onderzoeken, kwam tot dezelfde conclusie en fiscale fraudedossiers te onderzoeken, kwam tot dezelfde conclusie en
heeft daarom in haar op 14 mei 2009 aangenomen eindverslag (DOC 52 heeft daarom in haar op 14 mei 2009 aangenomen eindverslag (DOC 52
0034/004, blz. 241-242) vastgesteld dat : "De wetgeving [...] thans 0034/004, blz. 241-242) vastgesteld dat : "De wetgeving [...] thans
een aantal specifieke en deelmaatregelen tegen misbruiken [omvat] een aantal specifieke en deelmaatregelen tegen misbruiken [omvat]
waarvan de toepassing niet altijd vlot verloopt. Om te verhinderen dat waarvan de toepassing niet altijd vlot verloopt. Om te verhinderen dat
gevallen van kennelijk misbruik als een keuze voor de minst belastbare gevallen van kennelijk misbruik als een keuze voor de minst belastbare
weg worden beschouwd, moeten de antimisbruikregels worden aangescherpt weg worden beschouwd, moeten de antimisbruikregels worden aangescherpt
en moet een algemene maatregel worden ingevoerd van misbruik van recht en moet een algemene maatregel worden ingevoerd van misbruik van recht
in fiscale aangelegenheden. In dat opzicht zou artikel 344 van het WIB in fiscale aangelegenheden. In dat opzicht zou artikel 344 van het WIB
92 moeten worden herwerkt. " (wij onderstrepen). Bijgevolg heeft de 92 moeten worden herwerkt. " (wij onderstrepen). Bijgevolg heeft de
commissie in deze aangelegenheid de aanbeveling geformuleerd dat in commissie in deze aangelegenheid de aanbeveling geformuleerd dat in
het licht van de Europese wetgeving moet worden uitgemaakt of de nood het licht van de Europese wetgeving moet worden uitgemaakt of de nood
bestaat onze anti-misbruikregels te verstrengen, en in de wetgeving bestaat onze anti-misbruikregels te verstrengen, en in de wetgeving
een algemene anti-misbruikmaatregel op te nemen die het misbruik van een algemene anti-misbruikmaatregel op te nemen die het misbruik van
recht in fiscale aangelegenheden erkent, zonder dat die maatregel voor recht in fiscale aangelegenheden erkent, zonder dat die maatregel voor
rechtsonzekerheid zorgt. rechtsonzekerheid zorgt.
C.1.2. Algemene bespreking van artikel 344, § 1, nieuw, WIB 92 C.1.2. Algemene bespreking van artikel 344, § 1, nieuw, WIB 92
De nieuwe redactie van artikel 344, § 1, WIB 92 is geïnspireerd op het De nieuwe redactie van artikel 344, § 1, WIB 92 is geïnspireerd op het
tekstvoorstel dat de heer De Broe, professor fiscaal recht aan de KU tekstvoorstel dat de heer De Broe, professor fiscaal recht aan de KU
Leuven, twee jaar geleden formuleerde (L. De Broe in Leuven, twee jaar geleden formuleerde (L. De Broe in
"Fraudebestrijding en charter van de belastingplichtige : noodzakelijk "Fraudebestrijding en charter van de belastingplichtige : noodzakelijk
een paradox?", T.F.R., 2010, nr. 379-380, blz. 332 e.v.). een paradox?", T.F.R., 2010, nr. 379-380, blz. 332 e.v.).
De nieuwe anti-misbruikbepaling heeft tot doel de bovenvermelde De nieuwe anti-misbruikbepaling heeft tot doel de bovenvermelde
toepassingsproblemen van de tekst van artikel 344, § 1, oud, WIB 92 op toepassingsproblemen van de tekst van artikel 344, § 1, oud, WIB 92 op
te lossen. De nieuwe bepaling volgt evenwel de logica van artikel 344, te lossen. De nieuwe bepaling volgt evenwel de logica van artikel 344,
§ 1, oud, WIB 92. Het blijft een bewijsmiddel dat de administratie kan § 1, oud, WIB 92. Het blijft een bewijsmiddel dat de administratie kan
toepassen in individuele gevallen en waarvan de toepassing tot de toepassen in individuele gevallen en waarvan de toepassing tot de
niet-tegenstelbaarheid aan de administratie leidt. Overigens gaat het niet-tegenstelbaarheid aan de administratie leidt. Overigens gaat het
nog steeds om een systeem van bewijs en tegenbewijs : de bewijslast nog steeds om een systeem van bewijs en tegenbewijs : de bewijslast
van het bestaan van fiscaal misbruik rust op de administratie en de van het bestaan van fiscaal misbruik rust op de administratie en de
belastingplichtige kan het tegenbewijs leveren dat andere overwegingen belastingplichtige kan het tegenbewijs leveren dat andere overwegingen
dan het ontwijken van inkomstenbelastingen zijn juridische vormkeuze dan het ontwijken van inkomstenbelastingen zijn juridische vormkeuze
verklaren. verklaren.
Bepaalde elementen zijn echter aangepast zodanig dat de maatregel Bepaalde elementen zijn echter aangepast zodanig dat de maatregel
effectief van toepassing kan zijn. Het gaat met name over : effectief van toepassing kan zijn. Het gaat met name over :
1. het voorwerp van de niet-tegenstelbaarheid; 1. het voorwerp van de niet-tegenstelbaarheid;
2. de invoering van een definitie van "fiscaal misbruik"; 2. de invoering van een definitie van "fiscaal misbruik";
3. een verduidelijking van de verdeling van de bewijslast tussen de 3. een verduidelijking van de verdeling van de bewijslast tussen de
administratie en de belastingplichtige; administratie en de belastingplichtige;
4. een herziening van de fiscale toestand van de belastingplichtige. 4. een herziening van de fiscale toestand van de belastingplichtige.
C.1.2.1. Het voorwerp van de niet-tegenstelbaarheid C.1.2.1. Het voorwerp van de niet-tegenstelbaarheid
Het eerste lid van het nieuwe artikel 344, § 1, WIB 92 beschrijft het Het eerste lid van het nieuwe artikel 344, § 1, WIB 92 beschrijft het
voorwerp van de niet- tegenstelbaarheid. Voortaan heeft de voorwerp van de niet- tegenstelbaarheid. Voortaan heeft de
niet-tegenstelbaarheid betrekking op een rechtshandeling of een geheel niet-tegenstelbaarheid betrekking op een rechtshandeling of een geheel
van rechtshandelingen die een zelfde verrichting tot stand brengt. In van rechtshandelingen die een zelfde verrichting tot stand brengt. In
sommige gevallen zal de belastingplichtige dus op fiscaal vlak geen sommige gevallen zal de belastingplichtige dus op fiscaal vlak geen
rechten meer kunnen putten uit de gestelde rechtshandeling(en) (zie rechten meer kunnen putten uit de gestelde rechtshandeling(en) (zie
ook C.1.2.4, laatste alinea, tweede puntje). Een voorbeeld van een ook C.1.2.4, laatste alinea, tweede puntje). Een voorbeeld van een
rechtshandeling is de verkoop of de verhuur van een onroerend goed of rechtshandeling is de verkoop of de verhuur van een onroerend goed of
de vestiging van een vruchtgebruik. De niet-tegenstelbaarheid betreft de vestiging van een vruchtgebruik. De niet-tegenstelbaarheid betreft
dus niét meer de juridische kwalificatie van de akte zoals vroeger het dus niét meer de juridische kwalificatie van de akte zoals vroeger het
geval was. Er dient dus ook geen herkwalificatie meer te gebeuren, geval was. Er dient dus ook geen herkwalificatie meer te gebeuren,
zoals vroeger het geval was (zie ook C.1.2.4.) zoals vroeger het geval was (zie ook C.1.2.4.)
Het begrip "het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde Het begrip "het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde
verrichting tot stand brengt" beoogt eveneens de kunstmatige verrichting tot stand brengt" beoogt eveneens de kunstmatige
opsplitsing van een verrichting in opeenvolgende rechtshandelingen die opsplitsing van een verrichting in opeenvolgende rechtshandelingen die
op een langere periode dan een aanslagjaar betrekking hebben. De op een langere periode dan een aanslagjaar betrekking hebben. De
rechtshandelingen in kwestie moeten dus niét noodzakelijk binnen rechtshandelingen in kwestie moeten dus niét noodzakelijk binnen
hetzelfde aanslagjaar gesteld worden. Als de rechtshandelingen alzo hetzelfde aanslagjaar gesteld worden. Als de rechtshandelingen alzo
over vele jaren worden gespreid, zal de administratie toch artikel over vele jaren worden gespreid, zal de administratie toch artikel
344, § 1, nieuw, WIB 92 kunnen toepassen, als ze de eenheid van 344, § 1, nieuw, WIB 92 kunnen toepassen, als ze de eenheid van
bedoeling tussen de handelingen aantoont. Daartoe moeten de bedoeling tussen de handelingen aantoont. Daartoe moeten de
opeenvolgende rechtshandelingen een reeks handelingen zijn die van opeenvolgende rechtshandelingen een reeks handelingen zijn die van
meet af aan zijn opgevat als behorend tot een ondeelbare keten. In meet af aan zijn opgevat als behorend tot een ondeelbare keten. In
deze zin heeft het nieuw gehanteerde begrip dezelfde draagwijdte als deze zin heeft het nieuw gehanteerde begrip dezelfde draagwijdte als
het begrip "afzonderlijke akten die eenzelfde verrichting tot stand het begrip "afzonderlijke akten die eenzelfde verrichting tot stand
brengen" (DOC 53 2081/001, blz. 113). brengen" (DOC 53 2081/001, blz. 113).
C.1.2.2. De invoering van een definitie van "fiscaal misbruik" C.1.2.2. De invoering van een definitie van "fiscaal misbruik"
De niet-tegenstelbaarheid kan door de administratie worden ingeroepen De niet-tegenstelbaarheid kan door de administratie worden ingeroepen
indien er sprake is van fiscaal misbruik. indien er sprake is van fiscaal misbruik.
Het tweede lid van het nieuwe artikel 344, § 1, WIB 92 geeft een Het tweede lid van het nieuwe artikel 344, § 1, WIB 92 geeft een
definitie van fiscaal misbruik : definitie van fiscaal misbruik :
« Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige « Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige
middels de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van middels de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van
rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt : rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :
1. een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de 1. een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de
doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering
daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die
bepaling plaatst; of bepaling plaatst; of
2. een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een 2. een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een
belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter
uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel
in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in
wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft. ». wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft. ».
Fiscaal misbruik bestaat uit een objectief en een subjectief element. Fiscaal misbruik bestaat uit een objectief en een subjectief element.
Het objectieve element houdt in dat de belastingplichtige een Het objectieve element houdt in dat de belastingplichtige een
rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen kiest die hem rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen kiest die hem
toelaten zich in een toestand te plaatsen die strijdig is met de toelaten zich in een toestand te plaatsen die strijdig is met de
doelstellingen van een bepaling van het WIB 92 of de ter uitvoering doelstellingen van een bepaling van het WIB 92 of de ter uitvoering
daarvan genomen besluiten. De term "een bepaling van het Wetboek van daarvan genomen besluiten. De term "een bepaling van het Wetboek van
de inkomstenbelastingen 1992 of de ter uitvoering daarvan genomen de inkomstenbelastingen 1992 of de ter uitvoering daarvan genomen
besluiten" dient ruim geïnterpreteerd te worden : het betreft alle besluiten" dient ruim geïnterpreteerd te worden : het betreft alle
bepalingen van de fiscale wetgeving, met inbegrip van de bijzondere bepalingen van de fiscale wetgeving, met inbegrip van de bijzondere
bepalingen (DOC 53 2081/016, blz. 39). Dergelijk handelen kan zich bepalingen (DOC 53 2081/016, blz. 39). Dergelijk handelen kan zich
onder twee vormen voordoen : onder twee vormen voordoen :
1. door zijn vormkeuze stelt de belastingplichtige zich buiten het 1. door zijn vormkeuze stelt de belastingplichtige zich buiten het
toepassingsgebied van een belasting vermeerderende bepaling : het gaat toepassingsgebied van een belasting vermeerderende bepaling : het gaat
hierbij om het aanwenden van een juridische vormgeving om zich te hierbij om het aanwenden van een juridische vormgeving om zich te
plaatsen in een toestand die niét aan de wettelijke voorwaarden plaatsen in een toestand die niét aan de wettelijke voorwaarden
voldoet om belastbaar te zijn, maar die zeer dicht in de buurt komt voldoet om belastbaar te zijn, maar die zeer dicht in de buurt komt
van de belastbaar gestelde situatie terwijl er voor die keuze geen van de belastbaar gestelde situatie terwijl er voor die keuze geen
andere wezenlijke verklaring is dan belastingbesparing. De bedoeling andere wezenlijke verklaring is dan belastingbesparing. De bedoeling
van de wetgever zou geschonden worden als de fiscale wet niet wordt van de wetgever zou geschonden worden als de fiscale wet niet wordt
toegepast op de gestelde rechtshandeling(en). toegepast op de gestelde rechtshandeling(en).
2. door zijn vormkeuze brengt de belastingplichtige zich binnen het 2. door zijn vormkeuze brengt de belastingplichtige zich binnen het
toepassingsgebied van een belasting verminderende bepaling : de toepassingsgebied van een belasting verminderende bepaling : de
juridische vormkeuze om zich onder een norm te brengen die een fiscaal juridische vormkeuze om zich onder een norm te brengen die een fiscaal
voordeel oplevert terwijl er voor die keuze geen andere wezenlijke voordeel oplevert terwijl er voor die keuze geen andere wezenlijke
verklaring is dan belastingbesparing. De aanspraak op dit voordeel verklaring is dan belastingbesparing. De aanspraak op dit voordeel
druist in tegen de bedoeling van de wet (DOC 53 2081/001, blz. 111). druist in tegen de bedoeling van de wet (DOC 53 2081/001, blz. 111).
Het subjectieve element houdt in dat de belastingplichtige deze Het subjectieve element houdt in dat de belastingplichtige deze
rechtshandeling of dit geheel van rechtshandelingen kiest met als rechtshandeling of dit geheel van rechtshandelingen kiest met als
wezenlijk doel het verkrijgen van een belastingvoordeel. wezenlijk doel het verkrijgen van een belastingvoordeel.
Die twee vormen van fiscaal misbruik veronderstellen telkens dat er Die twee vormen van fiscaal misbruik veronderstellen telkens dat er
een strijdigheid is met de doelstellingen van de betrokken fiscale een strijdigheid is met de doelstellingen van de betrokken fiscale
bepaling, d.w.z. het doel en de strekking van de betreffende bepaling bepaling, d.w.z. het doel en de strekking van de betreffende bepaling
moeten gefrustreerd zijn, als een bepaalde rechtshandeling niet belast moeten gefrustreerd zijn, als een bepaalde rechtshandeling niet belast
zou worden, of als een rechtshandeling ertoe zou leiden dat een zou worden, of als een rechtshandeling ertoe zou leiden dat een
bepaald fiscaal voordeel genoten wordt. bepaald fiscaal voordeel genoten wordt.
In het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 23 april 1999 In het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 23 april 1999
maakt het Hof een gestructureerde toepassing van de algemeen aanvaarde maakt het Hof een gestructureerde toepassing van de algemeen aanvaarde
interpretatieregels die in fiscale aangelegenheden gelden. Het Hof van interpretatieregels die in fiscale aangelegenheden gelden. Het Hof van
beroep bevestigt dat de interpretatie van de fiscale wetgeving in de beroep bevestigt dat de interpretatie van de fiscale wetgeving in de
regel in twee fasen geschiedt : regel in twee fasen geschiedt :
1. In een eerste fase moet men de betekenis van de tekst nagaan. 1. In een eerste fase moet men de betekenis van de tekst nagaan.
2. Nadien, indien de tekst niet duidelijk is, moet men de gebruikte 2. Nadien, indien de tekst niet duidelijk is, moet men de gebruikte
woorden en begrippen desgevallend uitleggen in het licht van de woorden en begrippen desgevallend uitleggen in het licht van de
bedoeling van de wetgever. bedoeling van de wetgever.
In geval van een tekstuele interpretatie (de eerste fase) kan men de In geval van een tekstuele interpretatie (de eerste fase) kan men de
betekenis van de gebruikte woorden en begrippen opzoeken in functie betekenis van de gebruikte woorden en begrippen opzoeken in functie
van de context waarin ze worden vermeld. Deze context kan de wet zelf van de context waarin ze worden vermeld. Deze context kan de wet zelf
zijn waarin ze voorkomen, het kan een onderdeel van de wet zijn, doch zijn waarin ze voorkomen, het kan een onderdeel van de wet zijn, doch
ook een interpretatie in functie van de wetgeving in het algemeen is ook een interpretatie in functie van de wetgeving in het algemeen is
mogelijk. De tekstuele interpretatie moet strikt zijn, d.w.z. streng mogelijk. De tekstuele interpretatie moet strikt zijn, d.w.z. streng
en niet enger of breder dan de betekenis die de begrippen normaal en niet enger of breder dan de betekenis die de begrippen normaal
hebben (Cass., 10 november 1997, F.J.F., N° 1997/282). Wanneer een hebben (Cass., 10 november 1997, F.J.F., N° 1997/282). Wanneer een
tekstuele interpretatie toelaat om de tekst te begrijpen, mag men niet tekstuele interpretatie toelaat om de tekst te begrijpen, mag men niet
overgaan naar de tweede fase. Traditioneel drukt men dit uit met de overgaan naar de tweede fase. Traditioneel drukt men dit uit met de
stelling dat 'wat klaar is niet geïnterpreteerd mag worden' stelling dat 'wat klaar is niet geïnterpreteerd mag worden'
('interpretatio in claris cessat'; Cass., 11 december 1962, Bull. ('interpretatio in claris cessat'; Cass., 11 december 1962, Bull.
Bel., 1963, nr. 395; Cass., 15 januari 1963, Bull. Bel., 1963, N° 397 Bel., 1963, nr. 395; Cass., 15 januari 1963, Bull. Bel., 1963, N° 397
en Antwerpen, 14 december 1978, R.W., 1979-80, blz. 1644, Brussel, 6 en Antwerpen, 14 december 1978, R.W., 1979-80, blz. 1644, Brussel, 6
januari 1997, F.J.F., nr. 19 97/132) (in dit verband zie ook A. januari 1997, F.J.F., nr. 19 97/132) (in dit verband zie ook A.
Tiberghien, Handboek voor fiscaal recht 1999, nr. 51 en A. Tiberghien, Tiberghien, Handboek voor fiscaal recht 1999, nr. 51 en A. Tiberghien,
Inleiding tot het Belgisch fiscaal recht, 1986, nr. 62, zie in Inleiding tot het Belgisch fiscaal recht, 1986, nr. 62, zie in
dezelfde zin nog Antwerpen, 3 april 1995, F.J.F., 1995, 378 en Rb. dezelfde zin nog Antwerpen, 3 april 1995, F.J.F., 1995, 378 en Rb.
Bergen, 19 mei 2005, F.J.F., 2006, afl. 3, 242). Hierbij dient Bergen, 19 mei 2005, F.J.F., 2006, afl. 3, 242). Hierbij dient
trouwens opgemerkt te worden dat belastingen heffingen zijn die worden trouwens opgemerkt te worden dat belastingen heffingen zijn die worden
opgelegd door de Staat volgens bepaalde rechtsregels met het oog op opgelegd door de Staat volgens bepaalde rechtsregels met het oog op
het verzamelen van financiële middelen die nodig zijn om uitgaven te het verzamelen van financiële middelen die nodig zijn om uitgaven te
doen in het algemene belang. De fiscale bepalingen leggen deze doen in het algemene belang. De fiscale bepalingen leggen deze
rechtsregels vast : hiertoe dienen zij te bepalen welke inkomsten rechtsregels vast : hiertoe dienen zij te bepalen welke inkomsten
belastbaar dan wel vrijgesteld of niet belastbaar zijn, welke kosten belastbaar dan wel vrijgesteld of niet belastbaar zijn, welke kosten
of bestedingen aftrekbaar zijn en welke belastingvoordelen er worden of bestedingen aftrekbaar zijn en welke belastingvoordelen er worden
toegekend (DOC 53 2081/016, blz. 69). Bijgevolg zijn de doelstellingen toegekend (DOC 53 2081/016, blz. 69). Bijgevolg zijn de doelstellingen
van een fiscale bepaling duidelijk en vervat in de bepaling zelf. van een fiscale bepaling duidelijk en vervat in de bepaling zelf.
Enkel wanneer de tekstuele interpretatie geen heil brengt, kan worden Enkel wanneer de tekstuele interpretatie geen heil brengt, kan worden
overgegaan naar de tweede fase van de interpretatie waarbij dan de overgegaan naar de tweede fase van de interpretatie waarbij dan de
bedoeling van de wetgever wordt opgespoord. Deze bedoeling moet bedoeling van de wetgever wordt opgespoord. Deze bedoeling moet
gezocht worden in de voorbereidende werken van de wet zelf en gezocht worden in de voorbereidende werken van de wet zelf en
uitzonderlijk in de voorbereidende werken van vroegere of uitzonderlijk in de voorbereidende werken van vroegere of
gelijkaardige wetten (zie in dit verband Cass., 29 mei 1987, F.J.F., gelijkaardige wetten (zie in dit verband Cass., 29 mei 1987, F.J.F.,
N° 87/219). N° 87/219).
De strijdigheid met de doelstellingen van de fiscale wetgeving moet De strijdigheid met de doelstellingen van de fiscale wetgeving moet
ook begrepen worden in het licht van het begrip "volstrekt kunstmatige ook begrepen worden in het licht van het begrip "volstrekt kunstmatige
constructie". Er is sprake van een "volstrekt kunstmatige constructie" constructie". Er is sprake van een "volstrekt kunstmatige constructie"
wanneer de verrichting niét de economische doelstellingen onderliggend wanneer de verrichting niét de economische doelstellingen onderliggend
aan de fiscale wetgeving nastreeft of geen verband houdt met de aan de fiscale wetgeving nastreeft of geen verband houdt met de
economische werkelijkheid, of niet aan commerciële of financiële economische werkelijkheid, of niet aan commerciële of financiële
marktvoorwaarden plaatsvindt (DOC 53 2081/001, blz. 114). Een marktvoorwaarden plaatsvindt (DOC 53 2081/001, blz. 114). Een
kunstmatige constructie is bijgevolg bedoeld om een belastingvoordeel kunstmatige constructie is bijgevolg bedoeld om een belastingvoordeel
te verkrijgen of de verschuldigde belasting te ontwijken (wat te verkrijgen of de verschuldigde belasting te ontwijken (wat
kunstmatige constructies en het verkrijgen van een belastingvoordeel kunstmatige constructies en het verkrijgen van een belastingvoordeel
of het ontduiken van de verschuldigde belasting in het kader van of het ontduiken van de verschuldigde belasting in het kader van
betalingen aan belastingparadijzen betreft, zie Circ. AFZ nr. 13/2010 betalingen aan belastingparadijzen betreft, zie Circ. AFZ nr. 13/2010
en nr. Ci.RH. 421/607.890 (AAF 64/2010) dd 30/11/2010). Dit en nr. Ci.RH. 421/607.890 (AAF 64/2010) dd 30/11/2010). Dit
"subjectieve element" moet echter niét door de administratie worden "subjectieve element" moet echter niét door de administratie worden
vastgesteld teneinde het bestaan van een fiscaal misbruik te bewijzen. vastgesteld teneinde het bestaan van een fiscaal misbruik te bewijzen.
Op dat vlak volgt de voorgestelde tekst dezelfde logica als die van Op dat vlak volgt de voorgestelde tekst dezelfde logica als die van
het oude artikel 344, § 1, WIB 92. In de parlementaire stukken van de het oude artikel 344, § 1, WIB 92. In de parlementaire stukken van de
wet van 22 juli 1993 houdende fiscale en financiële bepalingen waarbij wet van 22 juli 1993 houdende fiscale en financiële bepalingen waarbij
het artikel 344, § 1, oud in het WIB 92 werd ingevoegd, werd dit ook het artikel 344, § 1, oud in het WIB 92 werd ingevoegd, werd dit ook
bevestigd (Parl. St. Kamer, 1992-93, 1072/8, blz. 100) : bevestigd (Parl. St. Kamer, 1992-93, 1072/8, blz. 100) :
« (...) Tijdens de besprekingen in de Senaat werden amendementen « (...) Tijdens de besprekingen in de Senaat werden amendementen
ingediend om op de Administratie het bewijs te verhalen van het unieke ingediend om op de Administratie het bewijs te verhalen van het unieke
karakter van de bedoeling van de belastingplichtige, dit wil zeggen karakter van de bedoeling van de belastingplichtige, dit wil zeggen
het louter zoeken door de belastingplichtige van een fiscale het louter zoeken door de belastingplichtige van een fiscale
doelstelling (zie verslag van de heer Didden, Stuk Senaat nr. 762/2, doelstelling (zie verslag van de heer Didden, Stuk Senaat nr. 762/2,
blz. 41, 44 en volgende). Daar kon niet worden op ingegaan omdat in de blz. 41, 44 en volgende). Daar kon niet worden op ingegaan omdat in de
opbouw van de tekst van artikel 344, § 1, met bewijs en tegenbewijs, opbouw van de tekst van artikel 344, § 1, met bewijs en tegenbewijs,
het aan de Administratie zou toekomen een subjectief element vast te het aan de Administratie zou toekomen een subjectief element vast te
stellen dat alleen de belastingplichtige kan kennen. ". stellen dat alleen de belastingplichtige kan kennen. ".
Onverminderd de toepassing van de simulatieleer, kan bijvoorbeeld een Onverminderd de toepassing van de simulatieleer, kan bijvoorbeeld een
dochter- of kleindochteronderneming die een « brievenbus- of dochter- of kleindochteronderneming die een « brievenbus- of
dekmantelvennootschap » is een volstrekt kunstmatige constructie zijn dekmantelvennootschap » is een volstrekt kunstmatige constructie zijn
(HvJ, C-341/04, 2 mei 2006, Eurofood IFSC, punten 34 en 35 en DOC 53 (HvJ, C-341/04, 2 mei 2006, Eurofood IFSC, punten 34 en 35 en DOC 53
2081/016, blz. 38). 2081/016, blz. 38).
C.1.2.3. Een verduidelijking van de verdeling van de bewijslast tussen C.1.2.3. Een verduidelijking van de verdeling van de bewijslast tussen
de administratie en de belastingplichtige de administratie en de belastingplichtige
Door de toepassing van het eerste lid van het nieuwe artikel 344, § 1, Door de toepassing van het eerste lid van het nieuwe artikel 344, § 1,
WIB 92 moet de administratie in de eerste plaats het bewijs leveren WIB 92 moet de administratie in de eerste plaats het bewijs leveren
dat de keuze van de juridische vormgeving aan de definitie van fiscaal dat de keuze van de juridische vormgeving aan de definitie van fiscaal
misbruik beantwoordt. Zoals hierboven reeds uiteengezet, moet de misbruik beantwoordt. Zoals hierboven reeds uiteengezet, moet de
administratie enkel het objectieve element van het misbruik bewijzen. administratie enkel het objectieve element van het misbruik bewijzen.
Van de administratie wordt dus niét gevraagd dat zij aantoont dat de Van de administratie wordt dus niét gevraagd dat zij aantoont dat de
vormkeuze uitsluitend door fiscale motieven bepaald is geworden. Dit vormkeuze uitsluitend door fiscale motieven bepaald is geworden. Dit
zou voor de administratie neerkomen op een onmogelijke bewijslast. zou voor de administratie neerkomen op een onmogelijke bewijslast.
Het objectieve bewijs van fiscaal misbruik moet geleverd worden aan de Het objectieve bewijs van fiscaal misbruik moet geleverd worden aan de
hand van een geheel van objectieve omstandigheden en alle in artikel hand van een geheel van objectieve omstandigheden en alle in artikel
340, WIB 92 voorziene bewijsmiddelen zijn hiervoor beschikbaar. Het 340, WIB 92 voorziene bewijsmiddelen zijn hiervoor beschikbaar. Het
gaat om alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de gaat om alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de
eed (DOC 53 2081/016, blz. 38). Het bewijsmiddel bij uitstek zal naar eed (DOC 53 2081/016, blz. 38). Het bewijsmiddel bij uitstek zal naar
alle waarschijnlijkheid het beroep op de vermoedens zijn. Dit alle waarschijnlijkheid het beroep op de vermoedens zijn. Dit
veronderstelt dat de administratie vanuit feiten die zij als voldoende veronderstelt dat de administratie vanuit feiten die zij als voldoende
rechtsgeldig beschouwt, het onbekende feit zal vaststellen dat ze moet rechtsgeldig beschouwt, het onbekende feit zal vaststellen dat ze moet
bewijzen, te weten de totstandkoming van een verrichting tot bewijzen, te weten de totstandkoming van een verrichting tot
ontwijking van inkomstenbelastingen. ontwijking van inkomstenbelastingen.
Als de administratie haar bewijslast is nagekomen, komt het aan de Als de administratie haar bewijslast is nagekomen, komt het aan de
belastingplichtige toe te bewijzen dat zijn rechtshandelingen door belastingplichtige toe te bewijzen dat zijn rechtshandelingen door
andere motieven verantwoord zijn dan het ontwijken van andere motieven verantwoord zijn dan het ontwijken van
inkomstenbelastingen. Faalt de belastingplichtige in deze bewijslast, inkomstenbelastingen. Faalt de belastingplichtige in deze bewijslast,
dan vloeit uit de verdeling van de bewijslast voort dat de door de dan vloeit uit de verdeling van de bewijslast voort dat de door de
belastingplichtige gestelde rechtshandelingen uitsluitend door fiscale belastingplichtige gestelde rechtshandelingen uitsluitend door fiscale
beweegredenen te verklaren zijn. beweegredenen te verklaren zijn.
Het toepassingsgebied van artikel 344, § 1, nieuw, WIB 92 strekt zich Het toepassingsgebied van artikel 344, § 1, nieuw, WIB 92 strekt zich
uit tot die verrichtingen waarin de "niet-fiscale" motieven zodanig uit tot die verrichtingen waarin de "niet-fiscale" motieven zodanig
verwaarloosbaar zijn dat de verrichting onmogelijk lijkt als er geen verwaarloosbaar zijn dat de verrichting onmogelijk lijkt als er geen
rekening wordt gehouden met de fiscale motieven. Men viseert concreet rekening wordt gehouden met de fiscale motieven. Men viseert concreet
de volgende drie toestanden : de volgende drie toestanden :
1. de rechtshandelingen waarbij de belastingplichtige naar een zuiver 1. de rechtshandelingen waarbij de belastingplichtige naar een zuiver
fiscaal voordeel streeft; fiscaal voordeel streeft;
2. de rechtshandelingen waarbij de niet-fiscale motieven in niets 2. de rechtshandelingen waarbij de niet-fiscale motieven in niets
specifiek zijn voor de betrokken verrichting, maar integendeel zo specifiek zijn voor de betrokken verrichting, maar integendeel zo
algemeen zijn dat ze noodzakelijkerwijs aanwezig zijn bij elke algemeen zijn dat ze noodzakelijkerwijs aanwezig zijn bij elke
verrichting van hetzelfde type; verrichting van hetzelfde type;
3. de rechtshandelingen waarbij de niet-fiscale motieven weliswaar 3. de rechtshandelingen waarbij de niet-fiscale motieven weliswaar
specifiek zijn voor de betrokken verrichting, maar een dermate beperkt specifiek zijn voor de betrokken verrichting, maar een dermate beperkt
belang hebben dat een redelijk persoon die verrichting niet zou belang hebben dat een redelijk persoon die verrichting niet zou
realiseren omwille van die niet-fiscale motieven : in dat geval kan de realiseren omwille van die niet-fiscale motieven : in dat geval kan de
administratie ervan uitgaan dat de ingeroepen niet-fiscale motieven, administratie ervan uitgaan dat de ingeroepen niet-fiscale motieven,
niét het werkelijke motief voor de verrichting is (DOC 53 2081/001, niét het werkelijke motief voor de verrichting is (DOC 53 2081/001,
blz. 114-115). blz. 114-115).
De bedoeling is te vermijden dat dit bewijsmiddel compleet inefficiënt De bedoeling is te vermijden dat dit bewijsmiddel compleet inefficiënt
wordt vanaf het moment dat de belastingplichtige met eender welke wordt vanaf het moment dat de belastingplichtige met eender welke
onwaarschijnlijke niet-fiscale motieven zijn rechtshandeling onwaarschijnlijke niet-fiscale motieven zijn rechtshandeling
verantwoordt. Dit past ook in de Europese jurisprudentiële evolutie verantwoordt. Dit past ook in de Europese jurisprudentiële evolutie
van de anti-misbruikregel. Inzake de belasting over de toegevoegde van de anti-misbruikregel. Inzake de belasting over de toegevoegde
waarde kan er ook sprake zijn van een misbruik van recht indien waarde kan er ook sprake zijn van een misbruik van recht indien
handelingen worden gesteld met als wezenlijk doel een onrechtmatig handelingen worden gesteld met als wezenlijk doel een onrechtmatig
belastingvoordeel te verkrijgen, ongeacht de aanwezigheid van belastingvoordeel te verkrijgen, ongeacht de aanwezigheid van
eventuele andere economische doelen (HvJ, C-425/06, 21 februari 2008, eventuele andere economische doelen (HvJ, C-425/06, 21 februari 2008,
Part Service, punten 40 tot 45). In het kader van de fusierichtlijn Part Service, punten 40 tot 45). In het kader van de fusierichtlijn
oordeelde het Hof van Justitie dat indien stelselmatig zou worden oordeelde het Hof van Justitie dat indien stelselmatig zou worden
erkend dat de uit de vermindering van de administratieve en erkend dat de uit de vermindering van de administratieve en
beheerskosten voortvloeiende besparing van structurele kosten een beheerskosten voortvloeiende besparing van structurele kosten een
zakelijke overweging vormt, zonder rekening te houden met de andere zakelijke overweging vormt, zonder rekening te houden met de andere
doelstellingen van de voorgenomen transactie en meer in het bijzonder doelstellingen van de voorgenomen transactie en meer in het bijzonder
met de fiscale voordelen ervan, de in de richtlijn neergelegde met de fiscale voordelen ervan, de in de richtlijn neergelegde
anti-misbruikregel zijn doel zou verliezen (HvJ., C-126/10, 10 anti-misbruikregel zijn doel zou verliezen (HvJ., C-126/10, 10
november 2011, Foggia, punt 49). november 2011, Foggia, punt 49).
C.1.2.4. Een herziening van de fiscale toestand van de C.1.2.4. Een herziening van de fiscale toestand van de
belastingplichtige belastingplichtige
Het vierde lid legt vast dat, wanneer de administratie geslaagd is in Het vierde lid legt vast dat, wanneer de administratie geslaagd is in
haar bewijslast en de belastingplichtige geen geldig tegenbewijs heeft haar bewijslast en de belastingplichtige geen geldig tegenbewijs heeft
aangebracht, de administratie de fiscale toestand van de aangebracht, de administratie de fiscale toestand van de
belastingplichtige herziet en in overeenstemming brengt met het doel belastingplichtige herziet en in overeenstemming brengt met het doel
en de strekking van de wetsbepaling die de belastingplichtige door en de strekking van de wetsbepaling die de belastingplichtige door
zijn vormgeving omzeild c.q. miskend heeft (DOC 53 2081/001, blz. zijn vormgeving omzeild c.q. miskend heeft (DOC 53 2081/001, blz.
115). Dit houdt in dat de belastbare grondslag en de 115). Dit houdt in dat de belastbare grondslag en de
belastingberekening zodanig hersteld worden dat de verrichting aan een belastingberekening zodanig hersteld worden dat de verrichting aan een
belastingheffing overeenkomstig de doelstellingen van de omzeilde c.q. belastingheffing overeenkomstig de doelstellingen van de omzeilde c.q.
miskende bepaling, wordt onderworpen alsof het misbruik niet heeft miskende bepaling, wordt onderworpen alsof het misbruik niet heeft
plaatsgevonden. plaatsgevonden.
Volgende zaken moeten benadrukt worden : Volgende zaken moeten benadrukt worden :
. De administratie moet niets in de plaats van de niet-tegenstelbare . De administratie moet niets in de plaats van de niet-tegenstelbare
rechtshandeling(en) stellen om op die handeling(en) belastingen te rechtshandeling(en) stellen om op die handeling(en) belastingen te
kunnen heffen (DOC 53 2081/016, blz. 37). kunnen heffen (DOC 53 2081/016, blz. 37).
. Wanneer een rechtshandeling door de administratie niet tegenstelbaar . Wanneer een rechtshandeling door de administratie niet tegenstelbaar
wordt verklaard, geldt dat ten aanzien van hetzij de beide partijen wordt verklaard, geldt dat ten aanzien van hetzij de beide partijen
bij de overeenkomst, hetzij één enkele partij. Dit moet voor elk geval bij de overeenkomst, hetzij één enkele partij. Dit moet voor elk geval
afzonderlijk worden bekeken (DOC 53 2081/016, blz. 38). afzonderlijk worden bekeken (DOC 53 2081/016, blz. 38).
. De juridische gevolgen voor de partijen die deelnemen aan de . De juridische gevolgen voor de partijen die deelnemen aan de
verrichting worden niét gewijzigd zodat eventuele ontstane verrichting worden niét gewijzigd zodat eventuele ontstane
verplichtingen of rechten behouden blijven (DOC 53 2081/016, blz. 38). verplichtingen of rechten behouden blijven (DOC 53 2081/016, blz. 38).
Op die manier zijn de gevolgen van de toepassing van de nieuwe Op die manier zijn de gevolgen van de toepassing van de nieuwe
anti-misbruikbepaling die zich eventueel over meerdere jaren spreiden, anti-misbruikbepaling die zich eventueel over meerdere jaren spreiden,
beperkt tot de fiscale gevolgen. beperkt tot de fiscale gevolgen.
C.2. Bijzondere aandachtspunten C.2. Bijzondere aandachtspunten
C.2.1. Voorafgaande beslissingen C.2.1. Voorafgaande beslissingen
Tijdens de bespreking van het wetsontwerp is heel wat aandacht besteed Tijdens de bespreking van het wetsontwerp is heel wat aandacht besteed
aan de mogelijke impact die de nieuwe anti-misbruikbepaling kan hebben aan de mogelijke impact die de nieuwe anti-misbruikbepaling kan hebben
op de rechtszekerheid van de belastingplichtigen. op de rechtszekerheid van de belastingplichtigen.
Het is vanzelfsprekend dat het behoud van de huidige procedure van Het is vanzelfsprekend dat het behoud van de huidige procedure van
voorafgaande beslissingen in fiscale zaken (ruling) de voorafgaande beslissingen in fiscale zaken (ruling) de
belastingplichtige, indien nodig, rechtszekerheid garandeert, met dien belastingplichtige, indien nodig, rechtszekerheid garandeert, met dien
verstande dat het koninklijk besluit van 17 januari 2003 tot verstande dat het koninklijk besluit van 17 januari 2003 tot
uitvoering van artikel 22, tweede lid, van de wet van 24 december 2002 uitvoering van artikel 22, tweede lid, van de wet van 24 december 2002
tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen
en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in
fiscale zaken (Belgisch Staatsblad, 3° Ed., van 31 januari 2003), in fiscale zaken (Belgisch Staatsblad, 3° Ed., van 31 januari 2003), in
zijn artikel 1, 3°, bepaalt dat het niet toegestaan is een zijn artikel 1, 3°, bepaalt dat het niet toegestaan is een
voorafgaande beslissing te geven betreffende : "3° de aangifte, het voorafgaande beslissing te geven betreffende : "3° de aangifte, het
onderzoek en de controle, het gebruik van de bewijsmiddelen, de onderzoek en de controle, het gebruik van de bewijsmiddelen, de
aanslagprocedure, de rechtsmiddelen, de rechten en voorrechten van de aanslagprocedure, de rechtsmiddelen, de rechten en voorrechten van de
Schatkist, de minimum maatstaf van heffing, de termijnen, de Schatkist, de minimum maatstaf van heffing, de termijnen, de
verjaring, het beroepsgeheim, de inwerkingtreding en de verjaring, het beroepsgeheim, de inwerkingtreding en de
aansprakelijkheid en plichten van sommige openbare ambtenaren, andere aansprakelijkheid en plichten van sommige openbare ambtenaren, andere
personen of bepaalde instellingen". personen of bepaalde instellingen".
Op zich kan de dienst voor voorafgaande beslissingen in fiscale zaken Op zich kan de dienst voor voorafgaande beslissingen in fiscale zaken
(DVB) zich dus niét uitspreken over het feit of de administratie al (DVB) zich dus niét uitspreken over het feit of de administratie al
dan niet de anti-misbruikbepaling zal toepassen (DOC 53 2081/001, blz. dan niet de anti-misbruikbepaling zal toepassen (DOC 53 2081/001, blz.
112). Op zich is de anti-misbruikbepaling een procedureregel die 112). Op zich is de anti-misbruikbepaling een procedureregel die
slechts kan worden toegepast nadat de gestelde handelingen hebben slechts kan worden toegepast nadat de gestelde handelingen hebben
plaats gevonden. plaats gevonden.
Wel zal die dienst een beslissing kunnen nemen over de keuze voor een Wel zal die dienst een beslissing kunnen nemen over de keuze voor een
rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen die haar door de rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen die haar door de
belastingplichtige wordt voorgelegd. De dienst zal zich dus kunnen belastingplichtige wordt voorgelegd. De dienst zal zich dus kunnen
uitspreken over het feit of de keuze voor de voorgenomen uitspreken over het feit of de keuze voor de voorgenomen
rechtshandeling(en) of het geheel van rechtshandelingen die een zelfde rechtshandeling(en) of het geheel van rechtshandelingen die een zelfde
verrichting tot stand brengt, door andere motieven is verantwoord dan verrichting tot stand brengt, door andere motieven is verantwoord dan
het ontwijken van belastingen. Het akkoord van deze dienst met de het ontwijken van belastingen. Het akkoord van deze dienst met de
keuze van de belastingplichtige voor een rechtshandeling of een geheel keuze van de belastingplichtige voor een rechtshandeling of een geheel
van rechtshandelingen impliceert dat deze niét meer in vraag kan van rechtshandelingen impliceert dat deze niét meer in vraag kan
worden gesteld in het kader van de nieuwe anti-misbruikbepaling, voor worden gesteld in het kader van de nieuwe anti-misbruikbepaling, voor
zover alle handelingen werden uitgevoerd zoals ze in de voorafgaande zover alle handelingen werden uitgevoerd zoals ze in de voorafgaande
beslissing zijn vervat (DOC 53 2081/001, blz. 112). beslissing zijn vervat (DOC 53 2081/001, blz. 112).
Er wordt aan herinnerd dat de voorafgaande beslissing die door de DVB Er wordt aan herinnerd dat de voorafgaande beslissing die door de DVB
is genomen, de FOD Financiën niet bindt : is genomen, de FOD Financiën niet bindt :
1° indien de voorwaarden waaraan de voorafgaande beslissing is 1° indien de voorwaarden waaraan de voorafgaande beslissing is
onderworpen, niet vervuld zijn; onderworpen, niet vervuld zijn;
2° indien blijkt dat de situatie of de verrichtingen door de aanvrager 2° indien blijkt dat de situatie of de verrichtingen door de aanvrager
onvolledig of onjuist omschreven zijn, of indien essentiële elementen onvolledig of onjuist omschreven zijn, of indien essentiële elementen
van de verrichtingen niet werden verwezenlijkt op de door de aanvrager van de verrichtingen niet werden verwezenlijkt op de door de aanvrager
omschreven wijze; omschreven wijze;
3° in geval van wijziging van de bepalingen van de verdragen, van het 3° in geval van wijziging van de bepalingen van de verdragen, van het
gemeenschapsrecht of van het interne recht die van toepassing zijn op gemeenschapsrecht of van het interne recht die van toepassing zijn op
de door de voorafgaande beslissing beoogde situatie of verrichting; de door de voorafgaande beslissing beoogde situatie of verrichting;
4° indien blijkt dat de voorafgaande beslissing niet in 4° indien blijkt dat de voorafgaande beslissing niet in
overeenstemming is met de bepalingen van de verdragen, het overeenstemming is met de bepalingen van de verdragen, het
gemeenschapsrecht of van het interne recht. gemeenschapsrecht of van het interne recht.
Bovendien bindt de voorafgaande beslissing de FOD Financiën niet meer Bovendien bindt de voorafgaande beslissing de FOD Financiën niet meer
wanneer de voornaamste gevolgen van de situatie of de verrichtingen wanneer de voornaamste gevolgen van de situatie of de verrichtingen
gewijzigd zijn door één of meer ermee verband houdende of erop gewijzigd zijn door één of meer ermee verband houdende of erop
volgende elementen, die rechtstreeks of onrechtstreeks zijn toe te volgende elementen, die rechtstreeks of onrechtstreeks zijn toe te
schrijven aan de aanvrager (artikel 23, tweede en derde lid, van de schrijven aan de aanvrager (artikel 23, tweede en derde lid, van de
wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling
inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van
voorafgaande beslissingen inzake fiscale zaken). voorafgaande beslissingen inzake fiscale zaken).
C.2.2. Ook in de privésfeer C.2.2. Ook in de privésfeer
De memorie van toelichting bij artikel 344, § 1, nieuw, WIB 92 stelt De memorie van toelichting bij artikel 344, § 1, nieuw, WIB 92 stelt
dat de bepaling voortaan "zowel de verrichtingen die gesteld worden in dat de bepaling voortaan "zowel de verrichtingen die gesteld worden in
het kader van het beheer van het privévermogen als de verrichtingen het kader van het beheer van het privévermogen als de verrichtingen
die gesteld worden in de economische sfeer" beoogt (DOC 53 2081/001, die gesteld worden in de economische sfeer" beoogt (DOC 53 2081/001,
blz. 113). blz. 113).
C.2.3. Specifieke anti-misbruikbepalingen C.2.3. Specifieke anti-misbruikbepalingen
De algemene anti-misbruikbepaling vervat in artikel 344, § 1, WIB 92 De algemene anti-misbruikbepaling vervat in artikel 344, § 1, WIB 92
wordt toegepast als de gewone interpretatiemethode, de technische wordt toegepast als de gewone interpretatiemethode, de technische
bepalingen van het Wetboek, de speciale anti-ontwijkingsbepalingen en bepalingen van het Wetboek, de speciale anti-ontwijkingsbepalingen en
de simulatieleer geen hulp bieden (DOC 53 2081/001, blz. 112-113). De de simulatieleer geen hulp bieden (DOC 53 2081/001, blz. 112-113). De
administratie kan dus artikel 344, § 1, nieuw, WIB 92 toepassen als de administratie kan dus artikel 344, § 1, nieuw, WIB 92 toepassen als de
andere specifieke middelen haar onvoldoende hebben kunnen helpen en ze andere specifieke middelen haar onvoldoende hebben kunnen helpen en ze
van mening is dat ze genoeg redenen heeft om op die algemene maatregel van mening is dat ze genoeg redenen heeft om op die algemene maatregel
een beroep te doen (DOC 2081/016, blz. 70 en 79). een beroep te doen (DOC 2081/016, blz. 70 en 79).
C.2.4. Gevolgen op het vlak van de procedure C.2.4. Gevolgen op het vlak van de procedure
Belastingontduiking is aan de orde wanneer een belastingplichtige die Belastingontduiking is aan de orde wanneer een belastingplichtige die
zich bevindt in de voorwaarden waarin een bepaalde belasting zich bevindt in de voorwaarden waarin een bepaalde belasting
verschuldigd is, zich opzettelijk (intentioneel element) geheel of verschuldigd is, zich opzettelijk (intentioneel element) geheel of
gedeeltelijk onttrekt aan de betaling van de wettelijk verschuldigde gedeeltelijk onttrekt aan de betaling van de wettelijk verschuldigde
belasting en daartoe een inbreuk pleegt op de fiscale wet (materieel belasting en daartoe een inbreuk pleegt op de fiscale wet (materieel
element) (Bruno Peeters, "De dunne lijn tussen belastingontwijking en element) (Bruno Peeters, "De dunne lijn tussen belastingontwijking en
belastingonduiking", in M. Maus en M. Rozie (eds.), Actuele problemen belastingonduiking", in M. Maus en M. Rozie (eds.), Actuele problemen
van het fiscaal strafrecht, Intersentia, 2011, blz. 66). van het fiscaal strafrecht, Intersentia, 2011, blz. 66).
Een belastingplichtige die artikel 344, § 1, WIB 92 (zowel de oude als Een belastingplichtige die artikel 344, § 1, WIB 92 (zowel de oude als
de nieuwe bepaling) overtreedt, maakt zich niét schuldig aan de nieuwe bepaling) overtreedt, maakt zich niét schuldig aan
belastingontduiking : alhoewel er de intentie is om geen of minder belastingontduiking : alhoewel er de intentie is om geen of minder
belasting te betalen, is er geen materiële inbreuk op de fiscale belasting te betalen, is er geen materiële inbreuk op de fiscale
wetgeving. Daarom moet worden besloten dat de aanslagtermijn binnen wetgeving. Daarom moet worden besloten dat de aanslagtermijn binnen
dewelke de rechtzettingen op grond van artikel 344, § 1, WIB 92 moeten dewelke de rechtzettingen op grond van artikel 344, § 1, WIB 92 moeten
worden uitgevoerd, de in artikel 354, eerste lid, WIB 92 vermelde worden uitgevoerd, de in artikel 354, eerste lid, WIB 92 vermelde
termijn van 3 jaar is. termijn van 3 jaar is.
Anderzijds is er evenmin sprake van een inbreuk op artikel 344, § 1, Anderzijds is er evenmin sprake van een inbreuk op artikel 344, § 1,
WIB 92 vermits dit artikel een bewijsmiddel is in handen van de WIB 92 vermits dit artikel een bewijsmiddel is in handen van de
administratie. Bij gebrek aan overtreding van enige wettelijke administratie. Bij gebrek aan overtreding van enige wettelijke
bepaling, is het immers niet mogelijk gebruik te maken van de in bepaling, is het immers niet mogelijk gebruik te maken van de in
artikel 354, tweede lid, WIB 92 vermelde aanvullende termijn van 4 artikel 354, tweede lid, WIB 92 vermelde aanvullende termijn van 4
jaar. Dit betekent eveneens dat door het ontbreken van een jaar. Dit betekent eveneens dat door het ontbreken van een
wetsovertreding geen verplichting bestaat om van de vastgestelde wetsovertreding geen verplichting bestaat om van de vastgestelde
feiten aangifte te doen bij het Parket in toepassing van artikel 29 feiten aangifte te doen bij het Parket in toepassing van artikel 29
van het Wetboek van strafvordering. De in dat artikel bedoelde van het Wetboek van strafvordering. De in dat artikel bedoelde
aangifte moet namelijk slechts worden gedaan door iedere ambtenaar die aangifte moet namelijk slechts worden gedaan door iedere ambtenaar die
in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van
een wanbedrijf. een wanbedrijf.
Op de volgens artikel 344, § 1, nieuw, WIB 92 gevestigde supplementen Op de volgens artikel 344, § 1, nieuw, WIB 92 gevestigde supplementen
kunnen, zoals voorheen, de belastingverhogingen worden toegepast kunnen, zoals voorheen, de belastingverhogingen worden toegepast
overeenkomstig de toepasselijke schaal opgenomen in rubriek B van de overeenkomstig de toepasselijke schaal opgenomen in rubriek B van de
artikelen 225 en 226, KB/WIB 92 en rekening houdend met de gegevens artikelen 225 en 226, KB/WIB 92 en rekening houdend met de gegevens
van elk belastingdossier. van elk belastingdossier.
C.3. Registratie- en successierechten C.3. Registratie- en successierechten
C.3.1.Toepassingsgebied - rechtshandelingen gesteld in de privésfeer C.3.1.Toepassingsgebied - rechtshandelingen gesteld in de privésfeer
Dezelfde wijziging werd in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en Dezelfde wijziging werd in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en
griffierechten (artikel 18, § 2 W. Reg.) aangebracht. griffierechten (artikel 18, § 2 W. Reg.) aangebracht.
Wat het begrip fiscaal misbruik, het bewijsstelsel en het voorwerp en Wat het begrip fiscaal misbruik, het bewijsstelsel en het voorwerp en
de gevolgen van de niet-tegenstelbaarheid betreft, wordt verwezen naar de gevolgen van de niet-tegenstelbaarheid betreft, wordt verwezen naar
de hierboven gegeven commentaar. de hierboven gegeven commentaar.
De nieuwe bepaling is ook van toepassing op de rechtshandelingen die De nieuwe bepaling is ook van toepassing op de rechtshandelingen die
in de privésfeer worden gesteld (zie hoger punt C.2.2.) en ze is in de privésfeer worden gesteld (zie hoger punt C.2.2.) en ze is
"bijgevolg ook van toepassing op de successierechten : artikel 106, "bijgevolg ook van toepassing op de successierechten : artikel 106,
tweede lid van het Wetboek der successierechten stelt dat paragraaf 2 tweede lid van het Wetboek der successierechten stelt dat paragraaf 2
van artikel 18 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en van artikel 18 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en
griffierechten mutatis mutandis van toepassing is" (DOC 53 2081/001, griffierechten mutatis mutandis van toepassing is" (DOC 53 2081/001,
blz. 116). blz. 116).
De circulaire nr. 11 van 20 november 1996 van de Administratie van de De circulaire nr. 11 van 20 november 1996 van de Administratie van de
BTW, registratie en domeinen wordt bijgevolg opgeheven. BTW, registratie en domeinen wordt bijgevolg opgeheven.
C.3.2. Inwerkingtreding C.3.2. Inwerkingtreding
Wat de inwerkingtreding inzake registratie- en successierechten Wat de inwerkingtreding inzake registratie- en successierechten
betreft, zie hoger punt B.2. betreft, zie hoger punt B.2.
De Minister van Financiën, De Minister van Financiën,
S. VANACKERE S. VANACKERE
^