← Terug naar "Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij
vonnis van 12 december 2005 in zake E. Martin tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie
van het Arbitragehof is ingekomen op 1. « Schenden de bepalingen van artikel 21, §§
1 en 2, van de wet van 15 mei 1984 houdend(...)"
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 12 december 2005 in zake E. Martin tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 1. « Schenden de bepalingen van artikel 21, §§ 1 en 2, van de wet van 15 mei 1984 houdend(...) | Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 12 december 2005 in zake E. Martin tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 1. « Schenden de bepalingen van artikel 21, §§ 1 en 2, van de wet van 15 mei 1984 houdend(...) |
---|---|
ARBITRAGEHOF | ARBITRAGEHOF |
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 | Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 |
januari 1989 op het Arbitragehof | januari 1989 op het Arbitragehof |
Bij vonnis van 12 december 2005 in zake E. Martin tegen de Belgische | Bij vonnis van 12 december 2005 in zake E. Martin tegen de Belgische |
Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is | Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is |
ingekomen op 21 december 2005, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te | ingekomen op 21 december 2005, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te |
Gent de volgende prejudiciële vragen gesteld : | Gent de volgende prejudiciële vragen gesteld : |
1. « Schenden de bepalingen van artikel 21, §§ 1 en 2, van de wet van | 1. « Schenden de bepalingen van artikel 21, §§ 1 en 2, van de wet van |
15 mei 1984 houdende de maatregelen tot harmonisering in de | 15 mei 1984 houdende de maatregelen tot harmonisering in de |
pensioenregelingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet door het | pensioenregelingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet door het |
ambtshalve openen van een overlevingspensioendossier door de | ambtshalve openen van een overlevingspensioendossier door de |
Administratie der Pensioenen op naam van de uit de echt gescheiden | Administratie der Pensioenen op naam van de uit de echt gescheiden |
echtgenoot afhankelijk te stellen van het al dan niet bestaan van een | echtgenoot afhankelijk te stellen van het al dan niet bestaan van een |
langstlevende echtgenoot ? »; | langstlevende echtgenoot ? »; |
2. « Schendt artikel 6 van de wet van 15 mei 1984 houdende de | 2. « Schendt artikel 6 van de wet van 15 mei 1984 houdende de |
maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen de artikelen 10 | maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen de artikelen 10 |
en 11 van de Grondwet door het subjectief recht van de uit de echt | en 11 van de Grondwet door het subjectief recht van de uit de echt |
gescheiden echtgenoot op een overlevingspensioen afhankelijk te | gescheiden echtgenoot op een overlevingspensioen afhankelijk te |
stellen van een aanvraag binnen het jaar na de overlijdensdatum van de | stellen van een aanvraag binnen het jaar na de overlijdensdatum van de |
ex-echtgenoot indien er eveneens sprake is van een langstlevende | ex-echtgenoot indien er eveneens sprake is van een langstlevende |
echtgenoot terwijl er geen enkele termijnvereiste geldt indien er geen | echtgenoot terwijl er geen enkele termijnvereiste geldt indien er geen |
sprake is van een langstlevende echtgenoot ? »; | sprake is van een langstlevende echtgenoot ? »; |
3. « Schendt artikel 6, tweede lid, van de wet van 15 mei 1984 | 3. « Schendt artikel 6, tweede lid, van de wet van 15 mei 1984 |
houdende de maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen de | houdende de maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet door de uit de echt gescheiden | artikelen 10 en 11 van de Grondwet door de uit de echt gescheiden |
echtgenoot te beroven van het subjectief recht op een | echtgenoot te beroven van het subjectief recht op een |
overlevingspensioen na het overlijden van de ex-echtgenoot op grond | overlevingspensioen na het overlijden van de ex-echtgenoot op grond |
van een criterium dat een pensioenaanvraag moet worden ingediend bij | van een criterium dat een pensioenaanvraag moet worden ingediend bij |
de Administratie der Pensioenen binnen het jaar volgend op het | de Administratie der Pensioenen binnen het jaar volgend op het |
overlijden van de ex-echtgenoot indien er sprake is van een | overlijden van de ex-echtgenoot indien er sprake is van een |
langstlevende echtgenoot ook al heeft de uit de echt gescheiden | langstlevende echtgenoot ook al heeft de uit de echt gescheiden |
echtgenoot geen feitelijke kennis van het overlijden van de | echtgenoot geen feitelijke kennis van het overlijden van de |
ex-echtgenoot waardoor de langstlevende echtgenoot alsdan een volledig | ex-echtgenoot waardoor de langstlevende echtgenoot alsdan een volledig |
overlevingspensioen, zijnde een louter bijkomend financieel voordeel, | overlevingspensioen, zijnde een louter bijkomend financieel voordeel, |
bekomt ten nadele en bij gebreke van enige rechtsbescherming van de | bekomt ten nadele en bij gebreke van enige rechtsbescherming van de |
subjectieve rechten van de uit de echt gescheiden echtgenoot terwijl | subjectieve rechten van de uit de echt gescheiden echtgenoot terwijl |
de Administratie der Pensioenen over alle mogelijkheden beschikt de | de Administratie der Pensioenen over alle mogelijkheden beschikt de |
vereiste rechtsbescherming wel te bieden ? ». | vereiste rechtsbescherming wel te bieden ? ». |
Die zaak is ingeschreven onder nummer 3834 van de rol van het Hof. | Die zaak is ingeschreven onder nummer 3834 van de rol van het Hof. |
De griffier, | De griffier, |
L. Potoms. | L. Potoms. |