Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van --
← Terug naar "Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd "
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de grind- en zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
1 DECEMBER 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend 1 DECEMBER 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november
2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint-
en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de
provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en
Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de grind- en Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de grind- en
zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd (1) zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd (1)
FILIP, Koning der Belgen, FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel
28; 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der
grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de
provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en
Vlaams-Brabant; Vlaams-Brabant;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage

overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2019, overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2019,
gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en
zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies
Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en
Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de grind- en Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de grind- en
zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd. zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 1 december 2020. Gegeven te Brussel, 1 december 2020.
FILIP FILIP
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P.-Y. DERMAGNE P.-Y. DERMAGNE
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Bijlage
Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in
openlucht geëxploiteerd worden openlucht geëxploiteerd worden
in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg
en Vlaams-Brabant en Vlaams-Brabant
Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2019 Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2019
Arbeidsvoorwaarden in de grind- en zandexploitaties, de Arbeidsvoorwaarden in de grind- en zandexploitaties, de
witzandexploitaties uitgezonderd witzandexploitaties uitgezonderd
(Overeenkomst geregistreerd op 5 maart 2020 onder het nummer (Overeenkomst geregistreerd op 5 maart 2020 onder het nummer
157467/CO/102.06) 157467/CO/102.06)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op

de werkgevers en op de werklieden van de grind- en zandgroeven welke de werkgevers en op de werklieden van de grind- en zandgroeven welke
in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen,
West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, de West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, de
witzandexploitaties uitgezonderd. witzandexploitaties uitgezonderd.
Met "werklieden" worden : de arbeiders en arbeidsters bedoeld. Met "werklieden" worden : de arbeiders en arbeidsters bedoeld.
HOOFDSTUK II. - Lonen HOOFDSTUK II. - Lonen

Art. 2.De minimum uurlonen van de werklieden worden vanaf 1 december

Art. 2.De minimum uurlonen van de werklieden worden vanaf 1 december

2018 op basis van een wekelijkse arbeidsduur van 40 uren als volgt 2018 op basis van een wekelijkse arbeidsduur van 40 uren als volgt
vastgesteld : vastgesteld :
EUR EUR
Categorie I, handlangers Categorie I, handlangers
15,6174 15,6174
Categorie IA, handlangers Categorie IA, handlangers
15,8115 15,8115
Categorie II, geoefenden Categorie II, geoefenden
16,0072 16,0072
Categorie III, vaklieden Categorie III, vaklieden
16,3942 16,3942
Categorie IV, ploegbazen Categorie IV, ploegbazen
16,7857 16,7857
Vanaf 1 juli 2019 worden deze minimumlonen, alsook alle reële Vanaf 1 juli 2019 worden deze minimumlonen, alsook alle reële
uurlonen, verhoogd met 19 eurocent. uurlonen, verhoogd met 19 eurocent.
Vanaf 1 juli 2019 wordt het minimumuurloon voor jobstudenten Vanaf 1 juli 2019 wordt het minimumuurloon voor jobstudenten
vastgesteld op 13,0000 EUR. vastgesteld op 13,0000 EUR.
Dit barema kan enkel toegepast worden op jobstudenten werkzaam in de Dit barema kan enkel toegepast worden op jobstudenten werkzaam in de
schoolvakanties. De jobstudenten mogen niet tewerkgesteld worden in schoolvakanties. De jobstudenten mogen niet tewerkgesteld worden in
periodes van tijdelijke werkloosheid. periodes van tijdelijke werkloosheid.
HOOFDSTUK III. - Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de HOOFDSTUK III. - Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de
consumptieprijzen consumptieprijzen

Art. 3.De in artikel 2 vastgestelde lonen worden gekoppeld aan het

Art. 3.De in artikel 2 vastgestelde lonen worden gekoppeld aan het

indexcijfer van de consumptieprijzen, maandelijks vastgesteld door de indexcijfer van de consumptieprijzen, maandelijks vastgesteld door de
Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 4.De in artikel 2 vastgestelde lonen stemmen overeen met het

Art. 4.De in artikel 2 vastgestelde lonen stemmen overeen met het

indexcijfer 107,69 (basis 2013). indexcijfer 107,69 (basis 2013).
Telkens wanneer het vorig indexcijfer met 2 pct. stijgt of daalt, Telkens wanneer het vorig indexcijfer met 2 pct. stijgt of daalt,
worden de laatst uitbetaalde lonen met 2 pct. verhoogd of verlaagd. worden de laatst uitbetaalde lonen met 2 pct. verhoogd of verlaagd.
De indexcijfers die een loonsverhoging tot gevolg hebben zijn als De indexcijfers die een loonsverhoging tot gevolg hebben zijn als
volgt vastgesteld : volgt vastgesteld :
105,58 - 107,69 - 109,84 - 112,04. 105,58 - 107,69 - 109,84 - 112,04.
De loonsverlaging die uit een daling van het indexcijfer voortvloeit De loonsverlaging die uit een daling van het indexcijfer voortvloeit
wordt slechts toegepast, wanneer het indexcijfer daalt met een halve wordt slechts toegepast, wanneer het indexcijfer daalt met een halve
schijf beneden de volgende waarde : schijf beneden de volgende waarde :
102,50 - 104,55 - 106,64 - 108,77. 102,50 - 104,55 - 106,64 - 108,77.

Art. 5.De loonswijzigingen voortvloeiend uit de toepassing van

Art. 5.De loonswijzigingen voortvloeiend uit de toepassing van

artikel 4 gaan in de eerste dag van de maand volgend op die waarvan artikel 4 gaan in de eerste dag van de maand volgend op die waarvan
het indexcijfer aanleiding geeft tot aanpassing van de lonen. het indexcijfer aanleiding geeft tot aanpassing van de lonen.
HOOFDSTUK IV. - Ploegenpremie HOOFDSTUK IV. - Ploegenpremie

Art. 6.Er wordt vanaf 1 januari 1993, in de ondernemingen waar men in

Art. 6.Er wordt vanaf 1 januari 1993, in de ondernemingen waar men in

ploegen werkt, een ploegenpremie toegekend berekend op het minimum ploegen werkt, een ploegenpremie toegekend berekend op het minimum
uurloon van categorie I van : uurloon van categorie I van :
- 4 pct. voor de morgenploeg; - 4 pct. voor de morgenploeg;
- 5,5 pct. voor de namiddagploeg; - 5,5 pct. voor de namiddagploeg;
- 10 pct. voor de nachtploeg. - 10 pct. voor de nachtploeg.
Alleen het werk dat niet aanvangt tussen 7 en 9 uur geldt als Alleen het werk dat niet aanvangt tussen 7 en 9 uur geldt als
ploegwerk, tenzij een andere arbeidsregeling ingevolge bepaalde ploegwerk, tenzij een andere arbeidsregeling ingevolge bepaalde
omstandigheden wordt toegepast op verzoek van de werklieden. Indien de omstandigheden wordt toegepast op verzoek van de werklieden. Indien de
arbeidsprestaties vóór 7 uur aanvangen en aanleiding geven tot arbeidsprestaties vóór 7 uur aanvangen en aanleiding geven tot
betaling van een supplement voor overwerk is er evenmin aanleiding tot betaling van een supplement voor overwerk is er evenmin aanleiding tot
betaling van de ploegenpremie. betaling van de ploegenpremie.
HOOFDSTUK V. - Zaterdagwerk HOOFDSTUK V. - Zaterdagwerk

Art. 7.Voor het werk op zaterdag ontvangen de werklieden een

Art. 7.Voor het werk op zaterdag ontvangen de werklieden een

bijkomende premie die gelijk is aan een derde van het basisuurloon per bijkomende premie die gelijk is aan een derde van het basisuurloon per
uur prestatie. uur prestatie.
HOOFDSTUK VI. - Eindejaarspremie HOOFDSTUK VI. - Eindejaarspremie

Art. 8.Uiterlijk op 25 december van het lopende jaar wordt een

Art. 8.Uiterlijk op 25 december van het lopende jaar wordt een

eindejaarspremie uitbetaald volgens de volgende modaliteiten : eindejaarspremie uitbetaald volgens de volgende modaliteiten :
a) De referteperiode loopt van 1 december van het voorgaand jaar tot a) De referteperiode loopt van 1 december van het voorgaand jaar tot
30 november van het lopende jaar; 30 november van het lopende jaar;
b) Elke gewerkte en/of begonnen maand tijdens de referteperiode geeft b) Elke gewerkte en/of begonnen maand tijdens de referteperiode geeft
recht op 1/12de van een maandloon. Iemand die de hele referteperiode recht op 1/12de van een maandloon. Iemand die de hele referteperiode
in dienst was heeft dus recht op een maand loon. Het in aanmerking in dienst was heeft dus recht op een maand loon. Het in aanmerking
genomen loon is dat van december van het lopende jaar; genomen loon is dat van december van het lopende jaar;
c) Bij overlijden van de werklieden wordt de proportionele c) Bij overlijden van de werklieden wordt de proportionele
eindejaarspremie uitbetaald aan de rechtverkrijgenden; eindejaarspremie uitbetaald aan de rechtverkrijgenden;
d) Indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd tijdens de d) Indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd tijdens de
referteperiode, wordt de verschuldigde proportionele eindejaarspremie referteperiode, wordt de verschuldigde proportionele eindejaarspremie
betaald samen met de eindafrekening; betaald samen met de eindafrekening;
e) In geval van langdurige ziekte : e) In geval van langdurige ziekte :
- indien de werknemer meer dan 75 dagen effectief gewerkt heeft, heeft - indien de werknemer meer dan 75 dagen effectief gewerkt heeft, heeft
hij recht op de volledige eindejaarspremie; hij recht op de volledige eindejaarspremie;
- indien hij minder dan 75 dagen effectief gewerkt heeft, ontvangt hij - indien hij minder dan 75 dagen effectief gewerkt heeft, ontvangt hij
1/12de per effectief begonnen maand. 1/12de per effectief begonnen maand.

Art. 9.Eventuele klachten betreffende de toepassing van artikel 8

Art. 9.Eventuele klachten betreffende de toepassing van artikel 8

kunnen op verzoek van de betrokken partijen voorgelegd worden aan het kunnen op verzoek van de betrokken partijen voorgelegd worden aan het
bevoegd paritair comité, dat als verzoeningscomité zetelt. bevoegd paritair comité, dat als verzoeningscomité zetelt.
HOOFDSTUK VII. - Anciënniteitsverlof HOOFDSTUK VII. - Anciënniteitsverlof

Art. 10.Aan alle werklieden die tien jaar anciënniteit hebben in een

Art. 10.Aan alle werklieden die tien jaar anciënniteit hebben in een

of meerdere ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité of meerdere ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité
voor het bedrijf der grind- en zandgroeven die in openlucht voor het bedrijf der grind- en zandgroeven die in openlucht
geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen,
Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, zal één dag Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, zal één dag
anciënniteitsverlof toegekend worden. anciënniteitsverlof toegekend worden.
Voor de betrokkenen die 15 jaar anciënniteit hebben wordt dit twee Voor de betrokkenen die 15 jaar anciënniteit hebben wordt dit twee
dagen. dagen.
Voor de betrokkenen die 20 jaar anciënniteit hebben wordt dit drie Voor de betrokkenen die 20 jaar anciënniteit hebben wordt dit drie
dagen. dagen.
Voor de betrokkenen die 25 jaar anciënniteit hebben wordt dit vier Voor de betrokkenen die 25 jaar anciënniteit hebben wordt dit vier
dagen. dagen.
Voor de betrokkenen die 30 jaar anciënniteit hebben wordt dit vijf Voor de betrokkenen die 30 jaar anciënniteit hebben wordt dit vijf
dagen. dagen.
Voor de betrokkenen die 35 jaar anciënniteit hebben wordt dit zes Voor de betrokkenen die 35 jaar anciënniteit hebben wordt dit zes
dagen. dagen.
HOOFDSTUK VIII. - Dienstjarenpremie HOOFDSTUK VIII. - Dienstjarenpremie

Art. 11.De werklieden die in de loop van het dienstjaar vijf jaren

Art. 11.De werklieden die in de loop van het dienstjaar vijf jaren

dienst tellen, in een of meerdere ondernemingen die ressorteren onder dienst tellen, in een of meerdere ondernemingen die ressorteren onder
het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven die het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven die
in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen,
West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant hebben West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant hebben
recht op een dienstjarenpremie van 47,30 EUR. recht op een dienstjarenpremie van 47,30 EUR.
Dit bedrag wordt vanaf het zesde dienstjaar verhoogd met 9,50 EUR per Dit bedrag wordt vanaf het zesde dienstjaar verhoogd met 9,50 EUR per
bijkomend dienstjaar, inclusief interim periode, zo deze op een bijkomend dienstjaar, inclusief interim periode, zo deze op een
ononderbroken periode slaat. ononderbroken periode slaat.
De arbeider die in de loop van het kalenderjaar om eender welke reden De arbeider die in de loop van het kalenderjaar om eender welke reden
uit dienst treedt, heeft per gepresteerde maand recht op 1/12de van de uit dienst treedt, heeft per gepresteerde maand recht op 1/12de van de
dienstjarenpremie. dienstjarenpremie.
Wat de arbeiders betreft die tijdens de eerste helft van het Wat de arbeiders betreft die tijdens de eerste helft van het
dienstjaar uit dienst zijn getreden geeft bovenstaande regeling dienstjaar uit dienst zijn getreden geeft bovenstaande regeling
onmiddellijk aanleiding tot uitbetaling. onmiddellijk aanleiding tot uitbetaling.
De betaling van deze dienstjarenpremie geschiedt samen met de De betaling van deze dienstjarenpremie geschiedt samen met de
afrekening van het loon voor de maand juli van het lopende dienstjaar. afrekening van het loon voor de maand juli van het lopende dienstjaar.
HOOFDSTUK IX. - Vakbondspremie HOOFDSTUK IX. - Vakbondspremie

Art. 12.De werklieden, die de hierna vastgestelde voorwaarden

Art. 12.De werklieden, die de hierna vastgestelde voorwaarden

vervullen, ontvangen vanaf de betaling in 2019 een vakbondspremie van vervullen, ontvangen vanaf de betaling in 2019 een vakbondspremie van
145 EUR per jaar. 145 EUR per jaar.
De werklieden die genieten van een stelsel van werkloosheid met De werklieden die genieten van een stelsel van werkloosheid met
bedrijfstoeslag, die de hierna vastgestelde voorwaarden vervullen, bedrijfstoeslag, die de hierna vastgestelde voorwaarden vervullen,
ontvangen vanaf de betalingen 2019 en 2020, een vakbondspremie van 87 ontvangen vanaf de betalingen 2019 en 2020, een vakbondspremie van 87
EUR per jaar. EUR per jaar.
Er is een engagement van de partijen om een automatische aanpassing Er is een engagement van de partijen om een automatische aanpassing
naar omhoog van de vakbondspremie indien het door de wetgever naar omhoog van de vakbondspremie indien het door de wetgever
toegelaten wordt. toegelaten wordt.
Hebben recht op de vakbondspremie, de werklieden die gedurende het Hebben recht op de vakbondspremie, de werklieden die gedurende het
betrokken jaar ingeschreven zijn geweest in het personeelsregister van betrokken jaar ingeschreven zijn geweest in het personeelsregister van
een in artikel 1 bedoelde onderneming, evenals de bruggepensioneerden, een in artikel 1 bedoelde onderneming, evenals de bruggepensioneerden,
en die tezelfdertijd lid zijn geweest van een van de en die tezelfdertijd lid zijn geweest van een van de
interprofessionele werknemersorganisaties, die op nationaal vlak interprofessionele werknemersorganisaties, die op nationaal vlak
verbonden zijn. verbonden zijn.
De rechthebbenden die aan deze voorwaarden niet voldoen gedurende het De rechthebbenden die aan deze voorwaarden niet voldoen gedurende het
gehele jaar, ontvangen één twaalfde van de vakbondspremie per maand gehele jaar, ontvangen één twaalfde van de vakbondspremie per maand
tijdens dewelke zij voldoen aan voornoemde voorwaarden. tijdens dewelke zij voldoen aan voornoemde voorwaarden.

Art. 13.De werkgevers overhandigen aan de rechthebbenden één A4

Art. 13.De werkgevers overhandigen aan de rechthebbenden één A4

document waarop zij vermelden : document waarop zij vermelden :
a) de naam en het adres van de onderneming; a) de naam en het adres van de onderneming;
b) de naam en het adres van de betrokken rechthebbende; b) de naam en het adres van de betrokken rechthebbende;
c) het aantal in aanmerking te nemen maanden gedurende het jaar. c) het aantal in aanmerking te nemen maanden gedurende het jaar.
Tezelfdertijd stort de werkgever een bedrag gelijk aan de in artikel Tezelfdertijd stort de werkgever een bedrag gelijk aan de in artikel
12 vastgestelde premie per in het personeelsregister ingeschreven 12 vastgestelde premie per in het personeelsregister ingeschreven
werkman en per bruggepensioneerde aan het "Sociaal Fonds voor de werkman en per bruggepensioneerde aan het "Sociaal Fonds voor de
grind- en zandgroeven" (rekening nr. 001-1862473-52), Mgr. Broekxplein grind- en zandgroeven" (rekening nr. 001-1862473-52), Mgr. Broekxplein
6 te 3500 Hasselt. 6 te 3500 Hasselt.
De rechthebbenden overhandigen het document aan hun vakbond. De rechthebbenden overhandigen het document aan hun vakbond.
De vakbond vermeldt op de hem overhandigde documenten de duur van het De vakbond vermeldt op de hem overhandigde documenten de duur van het
lidmaatschap van het betrokken lid bij de vakbond gedurende het lidmaatschap van het betrokken lid bij de vakbond gedurende het
dienstjaar en betaalt de premie aan de rechthebbende. dienstjaar en betaalt de premie aan de rechthebbende.
De vakbond zendt een afrekening met vermelding van naam, De vakbond zendt een afrekening met vermelding van naam,
rijksregisternummer en bedrag aan het "Sociaal Fonds voor de grind- en rijksregisternummer en bedrag aan het "Sociaal Fonds voor de grind- en
zandgroeven". zandgroeven".
Na ontvangst maakt het "Sociaal Fonds voor de grind- en zandgroeven" Na ontvangst maakt het "Sociaal Fonds voor de grind- en zandgroeven"
aan de vakorganisaties de afrekening van de te storten bedragen. aan de vakorganisaties de afrekening van de te storten bedragen.
HOOFDSTUK X. - Bestaanszekerheid HOOFDSTUK X. - Bestaanszekerheid

Art. 14.De werklieden hebben recht op een bestaanszekerheidsuitkering

Art. 14.De werklieden hebben recht op een bestaanszekerheidsuitkering

van 17,31 EUR per dag wanneer ze door de werkgever tijdelijk werkloos van 17,31 EUR per dag wanneer ze door de werkgever tijdelijk werkloos
worden gesteld. worden gesteld.
Vanaf 1 juli 2019 bedraagt deze uitkering 18,19 EUR. Vanaf 1 juli 2019 bedraagt deze uitkering 18,19 EUR.
In geval van werkloosheid wegens slecht weer, wordt voormeld bedrag In geval van werkloosheid wegens slecht weer, wordt voormeld bedrag
verhoogd met 20,19 EUR per dag. Vanaf 1 juli 2019 bedraagt deze verhoogd met 20,19 EUR per dag. Vanaf 1 juli 2019 bedraagt deze
uitkering 20,58 EUR. uitkering 20,58 EUR.
De betaling van de bestaanszekerheidsuitkering gebeurt op de normale De betaling van de bestaanszekerheidsuitkering gebeurt op de normale
dagen van de loonbetaling. dagen van de loonbetaling.

Art. 15.In geval van tijdelijke werkloosheid zal de invoering van een

Art. 15.In geval van tijdelijke werkloosheid zal de invoering van een

beurtregeling besproken worden op het vlak van de onderneming. beurtregeling besproken worden op het vlak van de onderneming.
HOOFDSTUK XI. - Werkzekerheid binnen de sector HOOFDSTUK XI. - Werkzekerheid binnen de sector

Art. 16.Ingeval tot ontslag om economische reden moet worden

Art. 16.Ingeval tot ontslag om economische reden moet worden

overgegaan zal voorafgaandelijk op bedrijfsvlak met de overgegaan zal voorafgaandelijk op bedrijfsvlak met de
vakbondsafvaardigingen worden onderhandeld. vakbondsafvaardigingen worden onderhandeld.
Zo deze procedure wordt toegepast, wordt uiteindelijk de beslissing Zo deze procedure wordt toegepast, wordt uiteindelijk de beslissing
van de werkgever als geldig aanvaard. van de werkgever als geldig aanvaard.
Zo deze procedure niet wordt toegepast, wordt het verzoeningscomité Zo deze procedure niet wordt toegepast, wordt het verzoeningscomité
van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven
welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen,
West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant
samengeroepen. Bij het in gebreke stellen van de werkgever wordt als samengeroepen. Bij het in gebreke stellen van de werkgever wordt als
sanctie een mogelijke verdubbeling van de opzegperiode vooropgesteld. sanctie een mogelijke verdubbeling van de opzegperiode vooropgesteld.
HOOFDSTUK XII. - Vervoerskosten HOOFDSTUK XII. - Vervoerskosten

Art. 17.Onverminderd de toepassing van de collectieve

Art. 17.Onverminderd de toepassing van de collectieve

arbeidsovereenkomst nr. 19/9 van 23 april 2019 betreffende de arbeidsovereenkomst nr. 19/9 van 23 april 2019 betreffende de
financiële bijdrage van de werkgevers in de prijs van het financiële bijdrage van de werkgevers in de prijs van het
gemeenschappelijk openbaar vervoer van de werknemers, gewijzigd door gemeenschappelijk openbaar vervoer van de werknemers, gewijzigd door
de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19/10 van 28 mei 2019, de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19/10 van 28 mei 2019,
ontvangen de werklieden, vanaf 1 juli 2019, ongeacht het vervoermiddel ontvangen de werklieden, vanaf 1 juli 2019, ongeacht het vervoermiddel
dat zij gebruiken, een bedrag zoals opgenomen in de tabel als bijlage. dat zij gebruiken, een bedrag zoals opgenomen in de tabel als bijlage.
De terugbetaling heeft minstens maandelijks plaats. De terugbetaling heeft minstens maandelijks plaats.
HOOFDSTUK XIII. - Kernactiviteit in onderaanneming HOOFDSTUK XIII. - Kernactiviteit in onderaanneming

Art. 18.De kernactiviteit moet bij voorkeur uitgeoefend worden door

Art. 18.De kernactiviteit moet bij voorkeur uitgeoefend worden door

personeel eigen aan het bedrijf. personeel eigen aan het bedrijf.
Zo de noodzaak zich voordoet derden in te schakelen, wordt dit Zo de noodzaak zich voordoet derden in te schakelen, wordt dit
voorafgaandelijk en gemotiveerd gemeld aan de vakbondsafvaardigingen voorafgaandelijk en gemotiveerd gemeld aan de vakbondsafvaardigingen
of, bij ontstentenis, aan de ondertekenende vakorganisaties. of, bij ontstentenis, aan de ondertekenende vakorganisaties.
HOOFDSTUK XIV. - Maaltijdcheques HOOFDSTUK XIV. - Maaltijdcheques

Art. 19.Vanaf 2010 worden er maaltijdcheques toegekend aan de

Art. 19.Vanaf 2010 worden er maaltijdcheques toegekend aan de

werknemers. werknemers.
Vanaf 1 januari 2016 bedraagt de nominale waarde 6,50 EUR/dag, waarvan Vanaf 1 januari 2016 bedraagt de nominale waarde 6,50 EUR/dag, waarvan
1,09 EUR/dag ten laste is van de werknemer. 1,09 EUR/dag ten laste is van de werknemer.
Vanaf 1 juli 2019 bedraagt de nominale waarde 7,00 EUR/dag, waarvan Vanaf 1 juli 2019 bedraagt de nominale waarde 7,00 EUR/dag, waarvan
1,09 EUR/dag ten laste is van de werknemer. 1,09 EUR/dag ten laste is van de werknemer.
Het aantal maaltijdcheques wordt berekend volgends de alternatieve Het aantal maaltijdcheques wordt berekend volgends de alternatieve
berekening bepaald in artikel 19 bis van het koninklijk besluit van 28 berekening bepaald in artikel 19 bis van het koninklijk besluit van 28
november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot
herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de
maatschappelijke zekerheid der arbeiders (Belgisch Staatsblad van 5 maatschappelijke zekerheid der arbeiders (Belgisch Staatsblad van 5
december 1969), zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 13 december 1969), zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 13
februari 2009 (Belgisch Staatsblad van 12 maart 2009) en het februari 2009 (Belgisch Staatsblad van 12 maart 2009) en het
koninklijk besluit van 12 oktober 2010 (Belgisch Staatsblad van 23 koninklijk besluit van 12 oktober 2010 (Belgisch Staatsblad van 23
november 2010). november 2010).
HOOFDSTUK XV. - Veiligheidsvoorschriften en re-integratie van HOOFDSTUK XV. - Veiligheidsvoorschriften en re-integratie van
langdurige zieken langdurige zieken

Art. 20.In een werkgroep van het paritair subcomité zal een

Art. 20.In een werkgroep van het paritair subcomité zal een

aanbeveling worden uitgewerkt omtrent specifieke aanbeveling worden uitgewerkt omtrent specifieke
veiligheidsvoorschriften, in het bijzonder voor werknemers die alleen veiligheidsvoorschriften, in het bijzonder voor werknemers die alleen
tewerkgesteld worden op de arbeidsplaats. tewerkgesteld worden op de arbeidsplaats.
Tevens zal deze werkgroep op sectoraal vlak het thema "re-integratie" Tevens zal deze werkgroep op sectoraal vlak het thema "re-integratie"
uitwerken. De financiering van een re-integratieproject zal via het uitwerken. De financiering van een re-integratieproject zal via het
sociaal fonds overeengekomen worden, waardoor er overkoepelend gewerkt sociaal fonds overeengekomen worden, waardoor er overkoepelend gewerkt
kan worden tussen de diverse bedrijven. Concreet kan er een pool kan worden tussen de diverse bedrijven. Concreet kan er een pool
gecreëerd worden. Hierdoor wordt kennisdeling en gecreëerd worden. Hierdoor wordt kennisdeling en
co-verantwoordelijkheid tussen de sociale partners geoptimaliseerd co-verantwoordelijkheid tussen de sociale partners geoptimaliseerd
waardoor meer mogelijkheden gecreëerd worden. waardoor meer mogelijkheden gecreëerd worden.
De sociale partners komen overeen om voorafgaand overleg te De sociale partners komen overeen om voorafgaand overleg te
organiseren in het geval van de re-integratie van zieke medewerkers. organiseren in het geval van de re-integratie van zieke medewerkers.
In de ondernemingen met werknemersvertegenwoordiging, wordt er In de ondernemingen met werknemersvertegenwoordiging, wordt er
voorafgaandelijk overleg gepleegd met de syndicale vertegenwoordigers. voorafgaandelijk overleg gepleegd met de syndicale vertegenwoordigers.
In de ondernemingen zonder werknemersvertegenwoordiging wordt er In de ondernemingen zonder werknemersvertegenwoordiging wordt er
voorafgaandelijk overleg gepleegd met de regionale syndicale voorafgaandelijk overleg gepleegd met de regionale syndicale
vertegenwoordigers van de sector. vertegenwoordigers van de sector.
In dit kader komen de sociale partners overeen dat de In dit kader komen de sociale partners overeen dat de
re-integratieprocedure voor zieke medewerkers niet op initiatief van re-integratieprocedure voor zieke medewerkers niet op initiatief van
de werkgever opgestart zal worden. de werkgever opgestart zal worden.
Voor 31 december 2020 zal de werkgroep verslag uitbrengen aan het Voor 31 december 2020 zal de werkgroep verslag uitbrengen aan het
paritair subcomité. paritair subcomité.
HOOFDSTUK XVI. - Oprichting van een tweede pijler HOOFDSTUK XVI. - Oprichting van een tweede pijler

Art. 21.Er wordt een sociaal sectorale tweede pijler opgericht.

Art. 21.Er wordt een sociaal sectorale tweede pijler opgericht.

Er wordt een sectorale minimumbasis vastgesteld : Er wordt een sectorale minimumbasis vastgesteld :
- vanaf 2015 : 125 EUR van de werkgever + 125 EUR van het "Sociaal - vanaf 2015 : 125 EUR van de werkgever + 125 EUR van het "Sociaal
Fonds voor de grind- en zandgroeven"; Fonds voor de grind- en zandgroeven";
- vanaf 2020 : het volledige bedrag is ten laste van het sociaal - vanaf 2020 : het volledige bedrag is ten laste van het sociaal
fonds. fonds.
De administratiekosten worden opgenomen door het "Sociaal Fonds voor De administratiekosten worden opgenomen door het "Sociaal Fonds voor
de grind- en zandgroeven". de grind- en zandgroeven".
Daarentegen zal het "Sociaal Fonds voor de grind- en zandgroeven" het Daarentegen zal het "Sociaal Fonds voor de grind- en zandgroeven" het
beheer van het solidariteitsluik op zich nemen. beheer van het solidariteitsluik op zich nemen.
HOOFDSTUK XVII. - Harmonisering statuten HOOFDSTUK XVII. - Harmonisering statuten

Art. 22.De sociale partners maken een gezamenlijk schrijven aan de

Art. 22.De sociale partners maken een gezamenlijk schrijven aan de

Minister van Werk met het verzoek tot oprichting van een nieuw Minister van Werk met het verzoek tot oprichting van een nieuw
gemeenschappelijk paritair comité voor alle werknemers werkzaam in de gemeenschappelijk paritair comité voor alle werknemers werkzaam in de
ondernemingen ressorterend onder het huidige Paritair Subcomité voor ondernemingen ressorterend onder het huidige Paritair Subcomité voor
het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd het bedrijf der grint- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd
worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen,
Limburg en Vlaams-Brabant. Limburg en Vlaams-Brabant.
HOOFDSTUK XVIII. - Geldigheid HOOFDSTUK XVIII. - Geldigheid

Art. 23.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

Art. 23.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met

ingang vanaf 1 januari 2019 en treedt buiten werking op 31 december ingang vanaf 1 januari 2019 en treedt buiten werking op 31 december
2020. 2020.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 december Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 december
2020. 2020.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P.-Y. DERMAGNE P.-Y. DERMAGNE
Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2019, Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2019,
gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grint- en
zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies
Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en
Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de grind- en Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de grind- en
zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd zandexploitaties, de witzandexploitaties uitgezonderd
Afstand (km)/Distance (km) Afstand (km)/Distance (km)
Dagbedragen/Montants journaliers (EUR) Dagbedragen/Montants journaliers (EUR)
0-3 0-3
2,38 2,38
4 4
2,60 2,60
5 5
2,82 2,82
6 6
2,99 2,99
7 7
3,17 3,17
8 8
3,34 3,34
9 9
3,52 3,52
10 10
3,70 3,70
11 11
3,89 3,89
12 12
4,07 4,07
13 13
4,25 4,25
14 14
4,42 4,42
15 15
4,60 4,60
16 16
4,77 4,77
17 17
4,95 4,95
18 18
5,15 5,15
19 19
5,32 5,32
20 20
5,50 5,50
21 21
5,72 5,72
22 22
5,83 5,83
23 23
6,05 6,05
24 24
6,27 6,27
25 25
6,38 6,38
26 26
6,60 6,60
27 27
6,71 6,71
28 28
6,93 6,93
29 29
7,15 7,15
30 30
7,26 7,26
31-33 31-33
7,59 7,59
34-36 34-36
8,03 8,03
37-39 37-39
8,47 8,47
40-42 40-42
8,91 8,91
43-45 43-45
9,35 9,35
46-48 46-48
9,79 9,79
49-51 49-51
10,23 10,23
52-54 52-54
10,56 10,56
55-57 55-57
10,89 10,89
58-60 58-60
11,22 11,22
61-65 61-65
11,66 11,66
66-70 66-70
12,10 12,10
71-75 71-75
12,54 12,54
76-80 76-80
13,20 13,20
81-85 81-85
13,64 13,64
86-90 86-90
14,30 14,30
91-95 91-95
14,74 14,74
96-100 96-100
15,18 15,18
101-105 101-105
15,84 15,84
106-110 106-110
16,28 16,28
111-115 111-115
16,72 16,72
116-120 116-120
17,38 17,38
121-125 121-125
17,82 17,82
126-130 126-130
18,48 18,48
131-135 131-135
18,92 18,92
136-140 136-140
19,36 19,36
141-145 141-145
20,02 20,02
146-150 146-150
20,68 20,68
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 december Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 december
2020. 2020.
De Minister van Werk, De Minister van Werk,
P.-Y. DERMAGNE P.-Y. DERMAGNE
^