Koninklijk besluit tot vaststelling van de opdrachten en begunstigden van de Centrale Dienst voor sociale en culturele actie van het Ministerie van Landsverdediging en tot regeling van haar organisatie en werking | Koninklijk besluit tot vaststelling van de opdrachten en begunstigden van de Centrale Dienst voor sociale en culturele actie van het Ministerie van Landsverdediging en tot regeling van haar organisatie en werking |
---|---|
MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING | MINISTERIE VAN LANDSVERDEDIGING |
31 OKTOBER 2019. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de | 31 OKTOBER 2019. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de |
opdrachten en begunstigden van de Centrale Dienst voor sociale en | opdrachten en begunstigden van de Centrale Dienst voor sociale en |
culturele actie van het Ministerie van Landsverdediging en tot | culturele actie van het Ministerie van Landsverdediging en tot |
regeling van haar organisatie en werking | regeling van haar organisatie en werking |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting | Gelet op de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting |
en van de comptabiliteit van de Federale Staat, artikel 3, § 2; | en van de comptabiliteit van de Federale Staat, artikel 3, § 2; |
Gelet op de wet van 10 april 1973 houdende oprichting van een Centrale | Gelet op de wet van 10 april 1973 houdende oprichting van een Centrale |
Dienst voor sociale en culturele actie van het Ministerie van | Dienst voor sociale en culturele actie van het Ministerie van |
Landsverdediging, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1973, 22 | Landsverdediging, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1973, 22 |
december 1977 en 11 juli 1978, bij de koninklijke besluiten nr. 90 van | december 1977 en 11 juli 1978, bij de koninklijke besluiten nr. 90 van |
20 augustus 1982 en nr. 485 van 22 december 1986 en bij de | 20 augustus 1982 en nr. 485 van 22 december 1986 en bij de |
programmawet van 2 augustus 2002, de artikelen 3, § 2, 4, 16, § 1 en | programmawet van 2 augustus 2002, de artikelen 3, § 2, 4, 16, § 1 en |
17; | 17; |
Gelet op het koninklijk besluit van 10 januari 1978 tot vaststelling | Gelet op het koninklijk besluit van 10 januari 1978 tot vaststelling |
van de taak en tot regeling van de organisatie en de werkwijze van de | van de taak en tot regeling van de organisatie en de werkwijze van de |
Centrale Dienst voor sociale en culturele actie ten behoeve van de | Centrale Dienst voor sociale en culturele actie ten behoeve van de |
leden van de militaire gemeenschap, gewijzigd bij de koninklijke | leden van de militaire gemeenschap, gewijzigd bij de koninklijke |
besluiten van 1 april 1987, 7 december 1998, 20 juli 2000 en 22 juni | besluiten van 1 april 1987, 7 december 1998, 20 juli 2000 en 22 juni |
2006; | 2006; |
Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Centrale Dienst voor | Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Centrale Dienst voor |
sociale en culturele actie van het Ministerie van Landsverdediging, | sociale en culturele actie van het Ministerie van Landsverdediging, |
gegeven op 23 maart 2017; | gegeven op 23 maart 2017; |
Gelet op het advies van de Regeringscommissaris van 17 oktober 2018; | Gelet op het advies van de Regeringscommissaris van 17 oktober 2018; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 |
oktober 2018; | oktober 2018; |
Gelet op het protocol N-481 van het Onderhandelingscomité van het | Gelet op het protocol N-481 van het Onderhandelingscomité van het |
militair personeel, gesloten op 5 april 2019; | militair personeel, gesloten op 5 april 2019; |
Gelet op het protocol Nr 89 van het onderhandelingscomité Sector XIV, | Gelet op het protocol Nr 89 van het onderhandelingscomité Sector XIV, |
gesloten op 3 mei 2019; | gesloten op 3 mei 2019; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 23 | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 23 |
juli 2019; | juli 2019; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister belast met | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister belast met |
Ambtenarenzaken, d.d. 23 juli 2019; | Ambtenarenzaken, d.d. 23 juli 2019; |
Gelet op het advies 66.496/2/V van de Raad van State, gegeven op 28 | Gelet op het advies 66.496/2/V van de Raad van State, gegeven op 28 |
augustus 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van | augustus 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van |
de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
Op de voordracht van de Minister van Defensie en de Minister van | Op de voordracht van de Minister van Defensie en de Minister van |
Financiën, | Financiën, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK I. - BEGUNSTIGDEN EN OPDRACHT | HOOFDSTUK I. - BEGUNSTIGDEN EN OPDRACHT |
Artikel 1.De begunstigden van de activiteiten van de Centrale Dienst |
Artikel 1.De begunstigden van de activiteiten van de Centrale Dienst |
voor sociale en culturele actie van het Ministerie van | voor sociale en culturele actie van het Ministerie van |
Landsverdediging, hierna "Centrale Dienst" genoemd, zijn: | Landsverdediging, hierna "Centrale Dienst" genoemd, zijn: |
1° De militairen van het actief kader en de leden van het | 1° De militairen van het actief kader en de leden van het |
burgerpersoneel die onder het Ministerie van Landsverdediging | burgerpersoneel die onder het Ministerie van Landsverdediging |
ressorteren; | ressorteren; |
2° De personeelsleden van de instellingen onder voogdij van de | 2° De personeelsleden van de instellingen onder voogdij van de |
Minister van Defensie; | Minister van Defensie; |
3° De gewezen personeelsleden van het Ministerie van Landsverdediging | 3° De gewezen personeelsleden van het Ministerie van Landsverdediging |
of van een instelling onder de voogdij van de Minister van Defensie | of van een instelling onder de voogdij van de Minister van Defensie |
die genieten van een rustpensioen, een pensioen wegens lichamelijke | die genieten van een rustpensioen, een pensioen wegens lichamelijke |
ongeschiktheid, een vergoedingspensioen ten laste van de Staatskas of | ongeschiktheid, een vergoedingspensioen ten laste van de Staatskas of |
een rente voor arbeidsongeval of beroepsziekte voor een schadelijk | een rente voor arbeidsongeval of beroepsziekte voor een schadelijk |
feit opgelopen tijdens de loopbaan bij het Ministerie van | feit opgelopen tijdens de loopbaan bij het Ministerie van |
Landsverdediging of bij een instelling onder de voorgdij van de | Landsverdediging of bij een instelling onder de voorgdij van de |
Minister van Defensie; | Minister van Defensie; |
Voor het rustpensioen dient het aantal gepresteerde dienstjaren aan | Voor het rustpensioen dient het aantal gepresteerde dienstjaren aan |
het Ministerie van Landsverdediging of de instellingen onder de | het Ministerie van Landsverdediging of de instellingen onder de |
voogdij van de Minister van Defensie minstens 20 jaar te bedragen; | voogdij van de Minister van Defensie minstens 20 jaar te bedragen; |
4° De echtgeno(o)t(e) en de partner van de begunstigden vermeld in 1° | 4° De echtgeno(o)t(e) en de partner van de begunstigden vermeld in 1° |
tot 3° voor zover deze dezelfde wettelijke woonplaats hebben als de | tot 3° voor zover deze dezelfde wettelijke woonplaats hebben als de |
verwante begunstigde; | verwante begunstigde; |
5° De kinderen met recht op kinderbijslag voor zover deze dezelfde | 5° De kinderen met recht op kinderbijslag voor zover deze dezelfde |
wettelijke woonplaats hebben als de verwante begunstigde vermeld in 1° | wettelijke woonplaats hebben als de verwante begunstigde vermeld in 1° |
tot 3° ; | tot 3° ; |
6° De niet-inwonende kinderen gerechtigd op kinderbijslag van de | 6° De niet-inwonende kinderen gerechtigd op kinderbijslag van de |
begunstigden vermeld in 1° tot en met 3°, enkel voor behoeften | begunstigden vermeld in 1° tot en met 3°, enkel voor behoeften |
ontstaan tijdens de periode van huisvesting bij de begunstigde; | ontstaan tijdens de periode van huisvesting bij de begunstigde; |
7° De langstlevende echtgeno(o)t(e) of de partner van de overleden | 7° De langstlevende echtgeno(o)t(e) of de partner van de overleden |
begunstigde bedoeld in 1° tot en met 3°, voor zover hij/zij niet | begunstigde bedoeld in 1° tot en met 3°, voor zover hij/zij niet |
hertrouwd is, niet samenwoont met een partner of een wettelijk | hertrouwd is, niet samenwoont met een partner of een wettelijk |
samenlevingscontract heeft ondertekend, en hij/zij dezelfde wettelijke | samenlevingscontract heeft ondertekend, en hij/zij dezelfde wettelijke |
woonplaats had als de begunstigde op het ogenblik van het overlijden; | woonplaats had als de begunstigde op het ogenblik van het overlijden; |
8° De wezen van de begunstigden vermeld in 1° tot 3° die genieten van | 8° De wezen van de begunstigden vermeld in 1° tot 3° die genieten van |
kinderbijslag of een wezenpensioen; | kinderbijslag of een wezenpensioen; |
9° De personen die de eretitel van `veteraan' dragen; | 9° De personen die de eretitel van `veteraan' dragen; |
10° De gewezen personeelsleden vermeld in punt 1° en 2° die niet onder | 10° De gewezen personeelsleden vermeld in punt 1° en 2° die niet onder |
de punten 3° tot 9° vallen blijven gedurende een periode van drie jaar | de punten 3° tot 9° vallen blijven gedurende een periode van drie jaar |
volgend op het einde van hun dienst begunstigden voor zover ze | volgend op het einde van hun dienst begunstigden voor zover ze |
gedurende ten minste acht jaar begunstigden waren op grond van punt 1° | gedurende ten minste acht jaar begunstigden waren op grond van punt 1° |
of 2° ; | of 2° ; |
11° De leden van de getrainde reserve, uitsluitend voor de | 11° De leden van de getrainde reserve, uitsluitend voor de |
activiteiten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, wanneer ze zich in | activiteiten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, wanneer ze zich in |
actieve dienst bevinden en voor feiten die zich tijdens hun werkelijke | actieve dienst bevinden en voor feiten die zich tijdens hun werkelijke |
dienst voorgedaan hebben, en artikel 2, eerste lid, 4° en 5° ; | dienst voorgedaan hebben, en artikel 2, eerste lid, 4° en 5° ; |
12° Uitsluitend voor de activiteiten bedoeld in artikel 2, eerste lid, | 12° Uitsluitend voor de activiteiten bedoeld in artikel 2, eerste lid, |
5°, en onder beding van wederkerigheid, de rechthebbenden van | 5°, en onder beding van wederkerigheid, de rechthebbenden van |
gelijkaardige organisaties ten behoeve van geallieerde strijdkrachten; | gelijkaardige organisaties ten behoeve van geallieerde strijdkrachten; |
13° Gedurende de periode dat zij werken voor deze organisatie, het | 13° Gedurende de periode dat zij werken voor deze organisatie, het |
personeel van de organisaties waarmee de Centrale dienst een, door het | personeel van de organisaties waarmee de Centrale dienst een, door het |
Beheerscomité goedgekeurd, akkoord met specifieke voorwaarden heeft | Beheerscomité goedgekeurd, akkoord met specifieke voorwaarden heeft |
afgesloten; | afgesloten; |
Van de activiteit bedoeld in artikel 2, 7° genieten enkel de | Van de activiteit bedoeld in artikel 2, 7° genieten enkel de |
begunstigden bedoeld in punt 3° en hun familieleden die reeds van voor | begunstigden bedoeld in punt 3° en hun familieleden die reeds van voor |
hun pensionnering waren aangesloten. | hun pensionnering waren aangesloten. |
Het Beheerscomité van de Centrale Dienst kan voor bepaalde | Het Beheerscomité van de Centrale Dienst kan voor bepaalde |
activiteiten, in bijzondere gevallen, de rechthebbenden aanvaarden die | activiteiten, in bijzondere gevallen, de rechthebbenden aanvaarden die |
niet hernomen zijn in het eerste lid. | niet hernomen zijn in het eerste lid. |
Daarnaast kan de Centrale Dienst geheel of gedeeltelijk begunstigden | Daarnaast kan de Centrale Dienst geheel of gedeeltelijk begunstigden |
uitsluiten die de wettelijke bepalingen of reglementen betreffende de | uitsluiten die de wettelijke bepalingen of reglementen betreffende de |
diensten of goederen van de Centrale Dienst niet naleven of die de | diensten of goederen van de Centrale Dienst niet naleven of die de |
betalingen betreffende de goederen of diensten hen geleverd door deze | betalingen betreffende de goederen of diensten hen geleverd door deze |
laatste niet voldoen. Deze uitsluiting moet afdoende worden | laatste niet voldoen. Deze uitsluiting moet afdoende worden |
gemotiveerd. | gemotiveerd. |
Art. 2.De Centrale Dienst, is belast met het voorzien in sociale en |
Art. 2.De Centrale Dienst, is belast met het voorzien in sociale en |
culturele behoeften van de begunstigden door de volgende activiteiten | culturele behoeften van de begunstigden door de volgende activiteiten |
en door de toekenning van voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks | en door de toekenning van voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks |
op die activiteiten betrekking hebben: | op die activiteiten betrekking hebben: |
1° Sociale dienstverlening: | 1° Sociale dienstverlening: |
Het geven van hulp en informatie onder vorm van administratieve | Het geven van hulp en informatie onder vorm van administratieve |
bijstand, juridisch advies, psychosociale begeleiding, advies aan de | bijstand, juridisch advies, psychosociale begeleiding, advies aan de |
autoriteiten en financiële ondersteuning. De begunstigden kunnen zich | autoriteiten en financiële ondersteuning. De begunstigden kunnen zich |
op ieder ogenblik en op elke wijze, rechtstreeks of via een | op ieder ogenblik en op elke wijze, rechtstreeks of via een |
tussenpersoon, tot de Centrale Dienst wenden. Deze steun kan slechts | tussenpersoon, tot de Centrale Dienst wenden. Deze steun kan slechts |
effectief worden verleend met de instemming van de begunstigden; | effectief worden verleend met de instemming van de begunstigden; |
2° Familiale ondersteuning: | 2° Familiale ondersteuning: |
Het organiseren van kinderdagverblijven en het ontwikkelen van acties | Het organiseren van kinderdagverblijven en het ontwikkelen van acties |
ten behoeve van de opvang van kinderen; | ten behoeve van de opvang van kinderen; |
3° Huisvesting: | 3° Huisvesting: |
Het voorzien in de specifieke behoeften van de begunstigden inzake | Het voorzien in de specifieke behoeften van de begunstigden inzake |
huisvesting, onder meer door het verhuren van woningen, het onderhoud | huisvesting, onder meer door het verhuren van woningen, het onderhoud |
en de renovatie van het woningenpark, het bouwen en het aankopen van | en de renovatie van het woningenpark, het bouwen en het aankopen van |
woningen; | woningen; |
4° Sociale, culturele en promotionele voordelen: | 4° Sociale, culturele en promotionele voordelen: |
Het ter beschikking stellen van specifieke collectieve voordelen van | Het ter beschikking stellen van specifieke collectieve voordelen van |
sociale, culturele en promotionele aard; | sociale, culturele en promotionele aard; |
5° Vakanties: | 5° Vakanties: |
Het aanmoedigen, vergemakkelijken en organiseren van reizen, | Het aanmoedigen, vergemakkelijken en organiseren van reizen, |
vakantieverblijven en sportactiviteiten in België of in het | vakantieverblijven en sportactiviteiten in België of in het |
buitenland; | buitenland; |
6° Commerciële activiteiten: | 6° Commerciële activiteiten: |
Op vraag van de Minister van Defensie of de militaire overheid | Op vraag van de Minister van Defensie of de militaire overheid |
diensten inzake belastingvrijstelling verzekeren; | diensten inzake belastingvrijstelling verzekeren; |
7° Hospitalisatieverzekering: | 7° Hospitalisatieverzekering: |
Het vervullen van de rol van tussenpersoon tussen de begunstigden en | Het vervullen van de rol van tussenpersoon tussen de begunstigden en |
de verzekeringsmaatschappij met wie het Ministerie van | de verzekeringsmaatschappij met wie het Ministerie van |
Landsverdediging of een organisme onder voogdij van de Minister van | Landsverdediging of een organisme onder voogdij van de Minister van |
Defensie een contract heeft afgesloten. | Defensie een contract heeft afgesloten. |
De Centrale Dienst kan elke andere opdracht van sociale of culturele | De Centrale Dienst kan elke andere opdracht van sociale of culturele |
aard, op verzoek van de Minister van Defensie of van het | aard, op verzoek van de Minister van Defensie of van het |
Beheerscomité, vervullen. | Beheerscomité, vervullen. |
De Centrale Dienst kan, met het oog op de uitvoering van zijn | De Centrale Dienst kan, met het oog op de uitvoering van zijn |
opdracht, ofwel de nodige inrichtingen oprichten en beheren, ofwel | opdracht, ofwel de nodige inrichtingen oprichten en beheren, ofwel |
bestaande organisaties en verenigingen erkennen en steunen, ofwel | bestaande organisaties en verenigingen erkennen en steunen, ofwel |
contracten afsluiten met derden. | contracten afsluiten met derden. |
Art. 3.Het Beheerscomité van de Centrale Dienst bepaalt, voor elke |
Art. 3.Het Beheerscomité van de Centrale Dienst bepaalt, voor elke |
activiteit, de voorrangsregeling voor de in artikel 1 bedoelde | activiteit, de voorrangsregeling voor de in artikel 1 bedoelde |
categorieën van begunstigden alsook de voorrangsregeling binnen elke | categorieën van begunstigden alsook de voorrangsregeling binnen elke |
categorie. | categorie. |
HOOFDSTUK II. - ORGANISATIE EN WERKWIJZE | HOOFDSTUK II. - ORGANISATIE EN WERKWIJZE |
Art. 4.Het Beheerscomité, bepaalt het strategische beleid van de |
Art. 4.Het Beheerscomité, bepaalt het strategische beleid van de |
Centrale Dienst in de aangelegenheden bedoeld in artikel 2. | Centrale Dienst in de aangelegenheden bedoeld in artikel 2. |
Art. 5.§ 1. Het Beheerscomité vergadert ten minste één keer per |
Art. 5.§ 1. Het Beheerscomité vergadert ten minste één keer per |
trimester op de datum die het bepaalt, na oproeping door de | trimester op de datum die het bepaalt, na oproeping door de |
voorzitter. | voorzitter. |
§ 2. Bovendien roept de voorzitter het Beheerscomité tot een | § 2. Bovendien roept de voorzitter het Beheerscomité tot een |
buitengewone vergadering op, telkens wanneer het belang van de | buitengewone vergadering op, telkens wanneer het belang van de |
Centrale Dienst dit vereist of indien minstens twee derden van de in | Centrale Dienst dit vereist of indien minstens twee derden van de in |
functie zijnde leden hierom verzoeken. | functie zijnde leden hierom verzoeken. |
§ 3. Het Beheerscomité kan beperkte comités samenstellen uit zijn | § 3. Het Beheerscomité kan beperkte comités samenstellen uit zijn |
leden. Die beperkte comités zijn belast met de voorbereiding van de | leden. Die beperkte comités zijn belast met de voorbereiding van de |
zaken die voor beraadslaging aan het Beheerscomité moeten worden | zaken die voor beraadslaging aan het Beheerscomité moeten worden |
voorgelegd. Ze komen samen na oproeping door de voorzitter. | voorgelegd. Ze komen samen na oproeping door de voorzitter. |
Art. 6.§ 1. Het Beheerscomité kan slechts op geldige wijze beslissen |
Art. 6.§ 1. Het Beheerscomité kan slechts op geldige wijze beslissen |
als de meerderheid van de leden aanwezig is. | als de meerderheid van de leden aanwezig is. |
Het Beheerscomité kan echter, ongeacht het aantal aanwezige leden, op | Het Beheerscomité kan echter, ongeacht het aantal aanwezige leden, op |
geldige wijze beslissen na een nieuw oproeping met dezelfde agenda. | geldige wijze beslissen na een nieuw oproeping met dezelfde agenda. |
§ 2. De besluiten worden genomen bij meerderheid van de stemmen van de | § 2. De besluiten worden genomen bij meerderheid van de stemmen van de |
aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter | aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter |
doorslaggevend. | doorslaggevend. |
Art. 7.§ 1. Het lid van het Beheerscomité dat ter vervanging van een |
Art. 7.§ 1. Het lid van het Beheerscomité dat ter vervanging van een |
afgetreden of een overleden lid werd benoemd, beëindigt diens mandaat. | afgetreden of een overleden lid werd benoemd, beëindigt diens mandaat. |
§ 2. De leden bedoeld in artikel 5, § 1, 2° en 3° van de wet van 10 | § 2. De leden bedoeld in artikel 5, § 1, 2° en 3° van de wet van 10 |
april 1973 houdende oprichting van een Centrale Dienst voor Sociale en | april 1973 houdende oprichting van een Centrale Dienst voor Sociale en |
Culturele Actie van het Ministerie van Landsverdediging worden benoemd | Culturele Actie van het Ministerie van Landsverdediging worden benoemd |
op de voordracht van hun syndicaat. | op de voordracht van hun syndicaat. |
Art. 8.Het Beheerscomité kan deskundigen erom verzoeken aan de |
Art. 8.Het Beheerscomité kan deskundigen erom verzoeken aan de |
vergaderingen deel te nemen, zij beschikken over een raadgevende stem. | vergaderingen deel te nemen, zij beschikken over een raadgevende stem. |
Art. 9.Het Beheerscomité kan één of meer van zijn leden met een |
Art. 9.Het Beheerscomité kan één of meer van zijn leden met een |
bijzondere opdracht belasten. | bijzondere opdracht belasten. |
Art. 10.De opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en |
Art. 10.De opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en |
diensten waarvan het bedrag hoger is dan de drempel die in de geldende | diensten waarvan het bedrag hoger is dan de drempel die in de geldende |
Belgische wetgeving overheidsopdrachten voor een | Belgische wetgeving overheidsopdrachten voor een |
onderhandelingsprocedure zonder (voorafgaandelijke) bekendmaking wordt | onderhandelingsprocedure zonder (voorafgaandelijke) bekendmaking wordt |
bepaald worden gesloten na goedkeuring van het Beheerscomité. Die | bepaald worden gesloten na goedkeuring van het Beheerscomité. Die |
waarvan het bedrag gelijk is aan of kleiner is dan de hierboven | waarvan het bedrag gelijk is aan of kleiner is dan de hierboven |
vermelde drempel, worden gesloten door de leidend ambtenaar van de | vermelde drempel, worden gesloten door de leidend ambtenaar van de |
Centrale Dienst. | Centrale Dienst. |
HOOFDSTUK III. - FINANCIEEL BEHEER | HOOFDSTUK III. - FINANCIEEL BEHEER |
Art. 11.§ 1. Voor elke activiteitssector, bepaald door het |
Art. 11.§ 1. Voor elke activiteitssector, bepaald door het |
Beheerscomité, wordt een exploitatierekening opgemaakt. | Beheerscomité, wordt een exploitatierekening opgemaakt. |
§ 2. De exploitatierekening van iedere activiteitssector omvat, naast | § 2. De exploitatierekening van iedere activiteitssector omvat, naast |
de eigen lasten en baten, een door het Beheerscomité bepaald aandeel | de eigen lasten en baten, een door het Beheerscomité bepaald aandeel |
in de lasten en baten van de gemeenschappelijke diensten van de | in de lasten en baten van de gemeenschappelijke diensten van de |
Centrale Dienst. | Centrale Dienst. |
§ 3. De exploitatieresultaten van iedere activiteitssector worden | § 3. De exploitatieresultaten van iedere activiteitssector worden |
bepaald na overdracht naar de Reserves van de gerealiseerde | bepaald na overdracht naar de Reserves van de gerealiseerde |
meerwaarden op de verkoop van vaste activa en vervolgens naar één | meerwaarden op de verkoop van vaste activa en vervolgens naar één |
enkele exploitatierekening van de Centrale Dienst overgedragen. | enkele exploitatierekening van de Centrale Dienst overgedragen. |
Art. 12.§ 1. Het Eigen Vermogen, hernomen in de jaarrekeningen van de |
Art. 12.§ 1. Het Eigen Vermogen, hernomen in de jaarrekeningen van de |
Centrale Dienst, maakt een onderscheid tussen: | Centrale Dienst, maakt een onderscheid tussen: |
1° het Sociaal Fonds, | 1° het Sociaal Fonds, |
2° de Reserve zonder bepaalde bestemming, | 2° de Reserve zonder bepaalde bestemming, |
3° de Reserve voor Woningbouw, | 3° de Reserve voor Woningbouw, |
4° het Expansiefonds, | 4° het Expansiefonds, |
5° het Resultaat van het boekjaar. | 5° het Resultaat van het boekjaar. |
§ 2. Het Sociaal Fonds is het kapitaal van de Centrale Dienst. Het | § 2. Het Sociaal Fonds is het kapitaal van de Centrale Dienst. Het |
wordt, na beslissing van het Beheerscomité, gevormd door een | wordt, na beslissing van het Beheerscomité, gevormd door een |
voorafneming van de Reserve zonder bepaalde bestemming. | voorafneming van de Reserve zonder bepaalde bestemming. |
§ 3. De Reserve zonder bepaalde bestemming geeft de | § 3. De Reserve zonder bepaalde bestemming geeft de |
investeringspolitiek van de Centrale Dienst weer. Het wordt aangepast | investeringspolitiek van de Centrale Dienst weer. Het wordt aangepast |
in functie van de gerealiseerde investeringen, verminderd met de | in functie van de gerealiseerde investeringen, verminderd met de |
afschrijvingen. Andere overdrachten, zoals bedoeld in dit artikel, | afschrijvingen. Andere overdrachten, zoals bedoeld in dit artikel, |
kunnen plaatsvinden na beslissing van het Beheerscomité. | kunnen plaatsvinden na beslissing van het Beheerscomité. |
§ 4. De Reserve voor Woningbouw wordt gevormd met het oog op de | § 4. De Reserve voor Woningbouw wordt gevormd met het oog op de |
financiering van de renovatie en de ontwikkeling van het onroerend | financiering van de renovatie en de ontwikkeling van het onroerend |
patrimonium van de Centrale Dienst. | patrimonium van de Centrale Dienst. |
a) Zij wordt gevormd door de gerealiseerde meerwaarden van het | a) Zij wordt gevormd door de gerealiseerde meerwaarden van het |
boekjaar op onroerende verkopen. | boekjaar op onroerende verkopen. |
b) Zij wordt aangepast in functie van de onroerende investeringen, | b) Zij wordt aangepast in functie van de onroerende investeringen, |
verminderd met de afschrijvingen, en de onroerende uitgaven voor | verminderd met de afschrijvingen, en de onroerende uitgaven voor |
belangrijke renovatiewerken in de loop van het boekjaar, door een | belangrijke renovatiewerken in de loop van het boekjaar, door een |
inschrijving op de Reserve zonder bepaalde bestemming. | inschrijving op de Reserve zonder bepaalde bestemming. |
§ 5. Het Expansiefonds, ten bedrage van maximum 10 miljoen EUR, wordt | § 5. Het Expansiefonds, ten bedrage van maximum 10 miljoen EUR, wordt |
gevormd met het oog op de financiering van de roerende investeringen | gevormd met het oog op de financiering van de roerende investeringen |
aangaande de activiteiten bepaald in hoofdstuk I. | aangaande de activiteiten bepaald in hoofdstuk I. |
a) Het wordt gevormd door het exploitatieresultaat van het vorige | a) Het wordt gevormd door het exploitatieresultaat van het vorige |
boekjaar en de gerealiseerde meerwaarden van het lopende boekjaar uit | boekjaar en de gerealiseerde meerwaarden van het lopende boekjaar uit |
de verkoop van materiële goederen | de verkoop van materiële goederen |
b) Het wordt aangepast in functie van de materiële investeringen in de | b) Het wordt aangepast in functie van de materiële investeringen in de |
loop van het boekjaar, verminderd met de afschrijvingen, door een | loop van het boekjaar, verminderd met de afschrijvingen, door een |
inschrijving op de Reserve zonder bepaalde bestemming. | inschrijving op de Reserve zonder bepaalde bestemming. |
§ 6. Wanneer het Expansiefonds zijn maximum bedrag bereikt heeft, | § 6. Wanneer het Expansiefonds zijn maximum bedrag bereikt heeft, |
vindt er, na beslissing van het Beheerscomité, een overdracht naar de | vindt er, na beslissing van het Beheerscomité, een overdracht naar de |
Reserve zonder bestemming plaats. | Reserve zonder bestemming plaats. |
§ 7. Elke andere overdracht binnen het Eigen Vermogen, beslist door | § 7. Elke andere overdracht binnen het Eigen Vermogen, beslist door |
het Beheerscomité, wordt ter goedkeuring aan de Minister van Defensie | het Beheerscomité, wordt ter goedkeuring aan de Minister van Defensie |
voorgelegd. | voorgelegd. |
HOOFDSTUK IV. - SUBSIDIES | HOOFDSTUK IV. - SUBSIDIES |
Art. 13.De subsidie waarin artikel 15, § 1, 1°, van de wet van 10 |
Art. 13.De subsidie waarin artikel 15, § 1, 1°, van de wet van 10 |
april 1973 voorziet, wordt voornamelijk gebruikt om de uitgaven te | april 1973 voorziet, wordt voornamelijk gebruikt om de uitgaven te |
dekken die voortvloeien uit de verwezenlijking van de opdrachten van | dekken die voortvloeien uit de verwezenlijking van de opdrachten van |
de Centrale Dienst, zoals bepaald in artikel 2, eerste lid, 1° en 2° | de Centrale Dienst, zoals bepaald in artikel 2, eerste lid, 1° en 2° |
van dit besluit. | van dit besluit. |
HOOFDSTUK V. - SLOTBEPALINGEN | HOOFDSTUK V. - SLOTBEPALINGEN |
Art. 14.Het Koninklijk Besluit van 10 januari 1978 tot vaststelling |
Art. 14.Het Koninklijk Besluit van 10 januari 1978 tot vaststelling |
van de taak en tot regeling van de organisatie en de werkwijze van de | van de taak en tot regeling van de organisatie en de werkwijze van de |
Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie ten behoeve van de | Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie ten behoeve van de |
leden van de militaire gemeenschap, gewijzigd bij de koninklijke | leden van de militaire gemeenschap, gewijzigd bij de koninklijke |
besluiten van 1 april 1987, 7 december 1998, 20 juli 2000 en 22 juni | besluiten van 1 april 1987, 7 december 1998, 20 juli 2000 en 22 juni |
2006, wordt opgeheven. | 2006, wordt opgeheven. |
Art. 15.De minister bevoegd voor Defensie is belast met de uitvoering |
Art. 15.De minister bevoegd voor Defensie is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Brussel, 31 oktober 2019. | Brussel, 31 oktober 2019. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Defensie, | De Minister van Defensie, |
D. REYNDERS | D. REYNDERS |