Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven, betreffende het tijdskrediet | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven, betreffende het tijdskrediet |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
31 JULI 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt | 31 JULI 2020. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2019, | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2019, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de middelgrote | gesloten in het Paritair Subcomité voor de middelgrote |
levensmiddelenbedrijven, betreffende het tijdskrediet (1) | levensmiddelenbedrijven, betreffende het tijdskrediet (1) |
FILIP, Koning der Belgen, | FILIP, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de middelgrote | Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de middelgrote |
levensmiddelenbedrijven; | levensmiddelenbedrijven; |
Op de voordracht van de Minister van Werk, | Op de voordracht van de Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2019, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2019, |
gesloten in het Paritair Subcomité voor de middelgrote | gesloten in het Paritair Subcomité voor de middelgrote |
levensmiddelenbedrijven, betreffende het tijdskrediet. | levensmiddelenbedrijven, betreffende het tijdskrediet. |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 31 juli 2020. | Gegeven te Brussel, 31 juli 2020. |
FILIP | FILIP |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
ali4(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | ali4(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven | Paritair Subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2019 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 december 2019 |
Tijdskrediet (Overeenkomst geregistreerd op 20 februari 2020 onder het | Tijdskrediet (Overeenkomst geregistreerd op 20 februari 2020 onder het |
nummer 157194/CO/202.01) | nummer 157194/CO/202.01) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing |
Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing |
op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die ressorteren | op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die ressorteren |
onder het Paritair Subcomité voor de middelgrote | onder het Paritair Subcomité voor de middelgrote |
levensmiddelenbedrijven (PSC 202.01). | levensmiddelenbedrijven (PSC 202.01). |
§ 2. Onder "bedienden" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke | § 2. Onder "bedienden" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke |
bedienden. | bedienden. |
HOOFDSTUK II. - Kader | HOOFDSTUK II. - Kader |
Art. 2.De hieronder vastgestelde bepalingen worden toegevoegd aan de |
Art. 2.De hieronder vastgestelde bepalingen worden toegevoegd aan de |
regels van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 tot invoering | regels van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 tot invoering |
van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en | van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en |
landingsbanen, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 27 juni 2012, | landingsbanen, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 27 juni 2012, |
gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 103bis van 27 | gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 103bis van 27 |
april 2015, nr. 103ter van 20 december 2016 en nr. 103/4 van 29 | april 2015, nr. 103ter van 20 december 2016 en nr. 103/4 van 29 |
januari 2018. | januari 2018. |
HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden | HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden |
Art. 3.De werknemers hebben volgens de hierna bepaalde modaliteiten |
Art. 3.De werknemers hebben volgens de hierna bepaalde modaliteiten |
recht op tijdskrediet. | recht op tijdskrediet. |
Art. 4.Het uitvoerend personeel heeft recht op de volgende vormen van |
Art. 4.Het uitvoerend personeel heeft recht op de volgende vormen van |
tijdskrediet voorzien in collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 : | tijdskrediet voorzien in collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 : |
- Voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering met | - Voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering met |
motief gedurende maximum 36 of 51 maanden; | motief gedurende maximum 36 of 51 maanden; |
- Halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering in het kader van het | - Halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering in het kader van het |
stelsel van landingsbanen vanaf de leeftijd van 55 jaar; | stelsel van landingsbanen vanaf de leeftijd van 55 jaar; |
- 1/5de loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van | - 1/5de loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van |
landingsbanen vanaf de leeftijd van 50 jaar wanneer de werknemer een | landingsbanen vanaf de leeftijd van 50 jaar wanneer de werknemer een |
beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar heeft doorlopen. | beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar heeft doorlopen. |
Art. 5.Het niet-uitvoerend personeel heeft recht op de volgende |
Art. 5.Het niet-uitvoerend personeel heeft recht op de volgende |
vormen van tijdskrediet voorzien in collectieve arbeidsovereenkomst | vormen van tijdskrediet voorzien in collectieve arbeidsovereenkomst |
nr. 103 : | nr. 103 : |
- Voltijds tijdskrediet of 1/5de loopbaanvermindering met motief | - Voltijds tijdskrediet of 1/5de loopbaanvermindering met motief |
gedurende maximum 36 of 51 maanden; | gedurende maximum 36 of 51 maanden; |
- 1/5de loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van | - 1/5de loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van |
landingsbanen vanaf de leeftijd van 55 jaar; | landingsbanen vanaf de leeftijd van 55 jaar; |
- 1/5de loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van | - 1/5de loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van |
landingsbanen vanaf de leeftijd van 50 jaar wanneer de werknemer een | landingsbanen vanaf de leeftijd van 50 jaar wanneer de werknemer een |
beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar heeft doorlopen. | beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar heeft doorlopen. |
Art. 6.De werknemers van 55 jaar of ouder hebben, zonder beperking in |
Art. 6.De werknemers van 55 jaar of ouder hebben, zonder beperking in |
het percentage voorzien in artikel 16, § 1 van de collectieve | het percentage voorzien in artikel 16, § 1 van de collectieve |
arbeidsovereenkomst nr. 103 (5 pct.), recht op een 1/5de | arbeidsovereenkomst nr. 103 (5 pct.), recht op een 1/5de |
loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van landingsbanen | loopbaanvermindering in het kader van het stelsel van landingsbanen |
vanaf de leeftijd van 55 jaar zoals voorzien in artikel 8, § 1, 1° van | vanaf de leeftijd van 55 jaar zoals voorzien in artikel 8, § 1, 1° van |
de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103. | de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103. |
HOOFDSTUK IV. - Organisatieregels | HOOFDSTUK IV. - Organisatieregels |
Art. 7.Conform artikel 16, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst |
Art. 7.Conform artikel 16, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst |
nr. 103, worden werknemers van 55 jaar of ouder die een 1/5de | nr. 103, worden werknemers van 55 jaar of ouder die een 1/5de |
loopbaanvermindering uitoefenen of hebben aangevraagd niet meegerekend | loopbaanvermindering uitoefenen of hebben aangevraagd niet meegerekend |
voor de vaststelling van het percentage vermeld in artikel 16, § 1 van | voor de vaststelling van het percentage vermeld in artikel 16, § 1 van |
de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103. | de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103. |
Art. 8.De perioden van schorsing of vermindering van de |
Art. 8.De perioden van schorsing of vermindering van de |
arbeidsprestaties worden opgenomen conform de bepalingen in de | arbeidsprestaties worden opgenomen conform de bepalingen in de |
collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103. Voor het tijdskrediet zonder | collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103. Voor het tijdskrediet zonder |
motief dient de opname telkens te gebeuren in blokken van minstens 1 | motief dient de opname telkens te gebeuren in blokken van minstens 1 |
jaar. | jaar. |
HOOFDSTUK V. - Premie sociaal fonds | HOOFDSTUK V. - Premie sociaal fonds |
Art. 9.§ 1. Een premie van 25 EUR per maand wordt betaald aan |
Art. 9.§ 1. Een premie van 25 EUR per maand wordt betaald aan |
werknemers vanaf 60 jaar die hun prestaties met 1/5de verminderen. De | werknemers vanaf 60 jaar die hun prestaties met 1/5de verminderen. De |
premie wordt betaald door het sociaal fonds opgericht door de | premie wordt betaald door het sociaal fonds opgericht door de |
collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017 tot oprichting | collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2017 tot oprichting |
van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn | van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn |
statuten, afgesloten in het Paritair Subcomité voor de middelgrote | statuten, afgesloten in het Paritair Subcomité voor de middelgrote |
levensmiddelenbedrijven. | levensmiddelenbedrijven. |
§ 2. De financiering van deze premie gebeurt ten belope van de | § 2. De financiering van deze premie gebeurt ten belope van de |
reserves van de premies van de kinderopvang voorzien in het sociaal | reserves van de premies van de kinderopvang voorzien in het sociaal |
fonds. | fonds. |
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen |
Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 1 |
Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking vanaf 1 |
juli 2019. Zij houdt op van kracht te zijn op 30 juni 2021. | juli 2019. Zij houdt op van kracht te zijn op 30 juni 2021. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 31 juli | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 31 juli |
2020. | 2020. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
N. MUYLLE | N. MUYLLE |