Koninklijk besluit : a) betreffende de arbeidsduur van sommige werklieden die onder het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren ressorteren, b) waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999 van het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren betreffende de arbeidsduur | Koninklijk besluit : a) betreffende de arbeidsduur van sommige werklieden die onder het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren ressorteren, b) waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999 van het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren betreffende de arbeidsduur |
---|---|
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID | MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID |
31 AUGUSTUS 1999. - Koninklijk besluit : a) betreffende de arbeidsduur | 31 AUGUSTUS 1999. - Koninklijk besluit : a) betreffende de arbeidsduur |
van sommige werklieden die onder het Paritair Comité voor de handel in | van sommige werklieden die onder het Paritair Comité voor de handel in |
voedingswaren ressorteren, b) waarbij algemeen verbindend wordt | voedingswaren ressorteren, b) waarbij algemeen verbindend wordt |
verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999 van het | verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999 van het |
Paritair Comité voor de handel in voedingswaren betreffende de | Paritair Comité voor de handel in voedingswaren betreffende de |
arbeidsduur (1) | arbeidsduur (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de arbeidswet van 16 maart 1971, inzonderheid op artikel 19, | Gelet op de arbeidswet van 16 maart 1971, inzonderheid op artikel 19, |
derde lid, 2°, en artikel 24, § 1, 2°, gewijzigd bij het koninklijk | derde lid, 2°, en artikel 24, § 1, 2°, gewijzigd bij het koninklijk |
besluit nr. 225 van 7 december 1983 en bij de herstelwet van 22 | besluit nr. 225 van 7 december 1983 en bij de herstelwet van 22 |
januari 1985; | januari 1985; |
Gelet op het advies en, wat de uitvoering van artikel 19, derde lid, | Gelet op het advies en, wat de uitvoering van artikel 19, derde lid, |
2°, van voormelde wet betreft, gelet op het verzoek van het Paritair | 2°, van voormelde wet betreft, gelet op het verzoek van het Paritair |
Comité voor de handel in voedingswaren; | Comité voor de handel in voedingswaren; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen door de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat de rechtszekerheid inzake arbeidsverhoudingen in het | Overwegende dat de rechtszekerheid inzake arbeidsverhoudingen in het |
Paritair Comité voor de handel in voedingswaren vereist dat de nodige | Paritair Comité voor de handel in voedingswaren vereist dat de nodige |
reglementaire bepalingen onverwijld worden genomen; | reglementaire bepalingen onverwijld worden genomen; |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de handel in | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de handel in |
voedingswaren waarbij de algemeen verbindendverklaring wordt gevraagd | voedingswaren waarbij de algemeen verbindendverklaring wordt gevraagd |
van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999 van hetzelfde | van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999 van hetzelfde |
comité betreffende de arbeidsduur; | comité betreffende de arbeidsduur; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, | Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
HOOFDSTUK I. - Reglementaire bepalingen | HOOFDSTUK I. - Reglementaire bepalingen |
Artikel 1.Dit hoofdstuk is van toepassing op de werkgevers en de |
Artikel 1.Dit hoofdstuk is van toepassing op de werkgevers en de |
werklieden tewerkgesteld aan werken van vervoer, laden en lossen, die | werklieden tewerkgesteld aan werken van vervoer, laden en lossen, die |
onder het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren ressorteren, | onder het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren ressorteren, |
met uitsluiting van de slagerijen, spekslagerijen en penserijen. | met uitsluiting van de slagerijen, spekslagerijen en penserijen. |
Art. 2.Worden voor de vaststelling van de arbeidsduur niet als tijd |
Art. 2.Worden voor de vaststelling van de arbeidsduur niet als tijd |
beschouwd gedurende welke de werkman ter beschikking is van de | beschouwd gedurende welke de werkman ter beschikking is van de |
werkgever, de rusttijden die door de werklieden, tewerkgesteld aan | werkgever, de rusttijden die door de werklieden, tewerkgesteld aan |
werken van vervoer, genomen worden, inzonderheid met het oog op de | werken van vervoer, genomen worden, inzonderheid met het oog op de |
verkeersveiligheid. | verkeersveiligheid. |
Deze rusttijden, die niet beschouwd worden als tijd gedurende welke de | Deze rusttijden, die niet beschouwd worden als tijd gedurende welke de |
werkman ter beschikking is van de werkgever, mogen evenwel in geen | werkman ter beschikking is van de werkgever, mogen evenwel in geen |
geval 15 % van de aanwezigheidstijd overschrijden. | geval 15 % van de aanwezigheidstijd overschrijden. |
Art. 3.De grenzen van de arbeidsduur vastgesteld bij de artikelen 19 |
Art. 3.De grenzen van de arbeidsduur vastgesteld bij de artikelen 19 |
en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of bij collectieve | en 20 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of bij collectieve |
arbeidsovereenkomst, kunnen worden overschreden op voorwaarde dat de | arbeidsovereenkomst, kunnen worden overschreden op voorwaarde dat de |
wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van maximum een | wekelijkse arbeidsduur, berekend over een periode van maximum een |
trimester, gemiddeld de arbeidsduur zoals vastgesteld bij de | trimester, gemiddeld de arbeidsduur zoals vastgesteld bij de |
collectieve arbeidsovereenkomst niet overschrijdt. | collectieve arbeidsovereenkomst niet overschrijdt. |
HOOFDSTUK II. - Conventionele bepaling welke algemeen verbindend wordt | HOOFDSTUK II. - Conventionele bepaling welke algemeen verbindend wordt |
verklaard | verklaard |
Art. 4.Wordt algemeen verbindend verklaard de in bijlage overgenomen |
Art. 4.Wordt algemeen verbindend verklaard de in bijlage overgenomen |
collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999 van het Paritair | collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999 van het Paritair |
Comité voor de handel in voedingswaren betreffende de arbeidsduur. | Comité voor de handel in voedingswaren betreffende de arbeidsduur. |
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen |
Art. 5.Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1999 en |
Art. 5.Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1999 en |
treedt buiten werking op 31 maart 2001. | treedt buiten werking op 31 maart 2001. |
Art. 6.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
Art. 6.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering |
van dit besluit. | van dit besluit. |
Gegeven te Brussel, 31 augustus 1999. | Gegeven te Brussel, 31 augustus 1999. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de handel in voedingswaren | Paritair Comité voor de handel in voedingswaren |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1999 |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werkgevers en werklieden van de ondernemingen welke onder het | de werkgevers en werklieden van de ondernemingen welke onder het |
Paritair Comité voor de handel in voedingswaren ressorteren, met | Paritair Comité voor de handel in voedingswaren ressorteren, met |
uitsluiting van de slagerijen, spekslagerijen en penserijen. | uitsluiting van de slagerijen, spekslagerijen en penserijen. |
Art. 2.De werkgever is, wat de aan werken van vervoer tewerkgestelde |
Art. 2.De werkgever is, wat de aan werken van vervoer tewerkgestelde |
werklieden betreft, er toe gehouden het bedongen loon voor de | werklieden betreft, er toe gehouden het bedongen loon voor de |
volledige aanwezigheidstijd te betalen. | volledige aanwezigheidstijd te betalen. |
Hij mag de rechtvaardiging vragen van de rusttijden welke onder meer | Hij mag de rechtvaardiging vragen van de rusttijden welke onder meer |
met het oog op de verkeersveiligheid werden genomen door de werklieden | met het oog op de verkeersveiligheid werden genomen door de werklieden |
die de in vorig lid beoogde werken verrichten. | die de in vorig lid beoogde werken verrichten. |
Voor de toepassing van artikel 29 van de wet van 16 maart 1971 worden | Voor de toepassing van artikel 29 van de wet van 16 maart 1971 worden |
de overuren berekend met betrekking tot de aanwezigheidstijd. | de overuren berekend met betrekking tot de aanwezigheidstijd. |
De bij het arbeidsreglement bepaalde rusttijden gedurende welke de | De bij het arbeidsreglement bepaalde rusttijden gedurende welke de |
werkman het voertuig niet hoeft te bewaken, worden niet als | werkman het voertuig niet hoeft te bewaken, worden niet als |
aanwezigheidstijd aangezien. | aanwezigheidstijd aangezien. |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
april 1999 en houdt op van kracht te zijn op 31 maart 2001. | april 1999 en houdt op van kracht te zijn op 31 maart 2001. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 31 augustus |
1999. | 1999. |
De Minister van Werkgelegenheid, | De Minister van Werkgelegenheid, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : | (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Wet van 16 maart 1971, Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971. | Wet van 16 maart 1971, Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971. |
Wet van 22 januari 1985, Belgisch Staatsblad van 24 januari 1985. | Wet van 22 januari 1985, Belgisch Staatsblad van 24 januari 1985. |
Koninklijk besluit nr. 225 van 7 december 1983, Belgisch Staatsblad | Koninklijk besluit nr. 225 van 7 december 1983, Belgisch Staatsblad |
van 15 december 1983. | van 15 december 1983. |