Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Koninklijk Besluit van 30/07/2010
← Terug naar "Koninklijk besluit tot vaststelling voor sommige ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) "
Koninklijk besluit tot vaststelling voor sommige ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) Koninklijk besluit tot vaststelling voor sommige ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk ressorteren, van de voorwaarden waaronder het gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1)
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
30 JULI 2010. - Koninklijk besluit tot vaststelling voor sommige 30 JULI 2010. - Koninklijk besluit tot vaststelling voor sommige
ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid
en het breiwerk (PC 120) ressorteren, van de voorwaarden waaronder het en het breiwerk (PC 120) ressorteren, van de voorwaarden waaronder het
gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de
arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1) arbeidsovereenkomst voor werklieden schorst (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, Gelet op de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten,
artikel 51, § 1, vervangen bij de wet van 30 december 2001 en § 3, artikel 51, § 1, vervangen bij de wet van 30 december 2001 en § 3,
gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990 en 26 juni 1992; gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990 en 26 juni 1992;
Gelet op het advies van het Paritair Comité voor de textielnijverheid Gelet op het advies van het Paritair Comité voor de textielnijverheid
en het breiwerk, gegeven op 26 april 2010; en het breiwerk, gegeven op 26 april 2010;
Gelet op advies 48.363/1 van de Raad van State, gegeven op 17 juni Gelet op advies 48.363/1 van de Raad van State, gegeven op 17 juni
2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en de

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en de

werklieden van de veredelingsbedrijven die voor rekening van derden werklieden van de veredelingsbedrijven die voor rekening van derden
werken en van de bedrijven die uitsluitend voor rekening van derden en werken en van de bedrijven die uitsluitend voor rekening van derden en
die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het die onder het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het
breiwerk ressorteren. breiwerk ressorteren.

Art. 2.§ 1. Bij volledig of gedeeltelijk gebrek aan werk wegens

Art. 2.§ 1. Bij volledig of gedeeltelijk gebrek aan werk wegens

economische oorzaken mag de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor economische oorzaken mag de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor
werklieden worden geschorst, of mag een regeling van gedeeltelijke werklieden worden geschorst, of mag een regeling van gedeeltelijke
arbeid worden ingevoerd, vanaf de eerste werkdag die op deze van de arbeid worden ingevoerd, vanaf de eerste werkdag die op deze van de
kennisgeving volgt. kennisgeving volgt.
§ 2. Deze kennisgeving vindt plaats uiterlijk bij de aanvang van de § 2. Deze kennisgeving vindt plaats uiterlijk bij de aanvang van de
laatste werkdag die de schorsing voorafgaat. Zij gebeurt ofwel door laatste werkdag die de schorsing voorafgaat. Zij gebeurt ofwel door
aanplakking van een bericht op een goed zichtbare plaats in de lokalen aanplakking van een bericht op een goed zichtbare plaats in de lokalen
van de onderneming, ofwel door overhandiging aan de werkman of van de onderneming, ofwel door overhandiging aan de werkman of
werkster van een geschrift, wanneer de schorsing geen collectief werkster van een geschrift, wanneer de schorsing geen collectief
karakter heeft. Bij afwezigheid van de werkman of werkster wordt de karakter heeft. Bij afwezigheid van de werkman of werkster wordt de
kennisgeving steeds bij een ter post aangetekende brief verzonden. kennisgeving steeds bij een ter post aangetekende brief verzonden.
§ 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt als werkdag beschouwd § 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt als werkdag beschouwd
iedere kalenderdag tijdens dewelke, krachtens het in de onderneming iedere kalenderdag tijdens dewelke, krachtens het in de onderneming
toegepast werkrooster, arbeid wordt verricht. toegepast werkrooster, arbeid wordt verricht.

Art. 3.De duur van de volledige schorsing van de uitvoering van de

Art. 3.De duur van de volledige schorsing van de uitvoering van de

arbeidsovereenkomst mag vier weken niet overschrijden. arbeidsovereenkomst mag vier weken niet overschrijden.
Hij mag echter eenmaal per kalenderjaar op acht weken worden gebracht. Hij mag echter eenmaal per kalenderjaar op acht weken worden gebracht.

Art. 4.De regeling van gedeeltelijke arbeid kan voor een duur van ten

Art. 4.De regeling van gedeeltelijke arbeid kan voor een duur van ten

hoogste zes maanden worden ingevoerd indien zij minder dan drie hoogste zes maanden worden ingevoerd indien zij minder dan drie
arbeidsdagen per week of minder dan één arbeidsweek per twee weken arbeidsdagen per week of minder dan één arbeidsweek per twee weken
omvat. omvat.
Wanneer de regeling van gedeeltelijke arbeid de maximumduur van zes Wanneer de regeling van gedeeltelijke arbeid de maximumduur van zes
maanden heeft bereikt, moet de werkgever gedurende een volledige maanden heeft bereikt, moet de werkgever gedurende een volledige
arbeidsweek de regeling van volledige arbeid opnieuw invoeren alvorens arbeidsweek de regeling van volledige arbeid opnieuw invoeren alvorens
een volledige schorsing of een nieuwe regeling van gedeeltelijke een volledige schorsing of een nieuwe regeling van gedeeltelijke
arbeid kan ingaan. arbeid kan ingaan.

Art. 5.Het maximum aantal werkloosheidsdagen dat betrekking heeft op

Art. 5.Het maximum aantal werkloosheidsdagen dat betrekking heeft op

een regeling van gedeeltelijke arbeid, wordt als volgt vastgesteld : een regeling van gedeeltelijke arbeid, wordt als volgt vastgesteld :
- indien het een wekelijkse regeling betreft : vier; - indien het een wekelijkse regeling betreft : vier;
- indien het een tweewekelijkse regeling betreft : acht. - indien het een tweewekelijkse regeling betreft : acht.

Art. 6.Met toepassing van artikel 51, § 1, vijfde lid, van de wet van

Art. 6.Met toepassing van artikel 51, § 1, vijfde lid, van de wet van

3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, vermeldt de in 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, vermeldt de in
artikel 2, § 2, bedoelde kennisgeving de datum waarop de volledige artikel 2, § 2, bedoelde kennisgeving de datum waarop de volledige
schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de invoering van schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of de invoering van
een regeling van gedeeltelijke arbeid ingaat, de datum waarop deze een regeling van gedeeltelijke arbeid ingaat, de datum waarop deze
schorsing of deze regeling een einde neemt, alsook de data waarop de schorsing of deze regeling een einde neemt, alsook de data waarop de
werklieden werkloos worden gesteld. werklieden werkloos worden gesteld.

Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2010 en treedt

Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2010 en treedt

buiten werking op 1 oktober 2011. buiten werking op 1 oktober 2011.

Art. 8.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

Art. 8.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van

dit besluit. dit besluit.
Gegeven te Brussel, 30 juli 2010. Gegeven te Brussel, 30 juli 2010.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast
met het Migratie- en asielbeleid, met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
_______ _______
Nota Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978. Wet van 3 juli 1978, Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978.
Wet van 29 december 1990, Belgisch Staatsblad van 9 januari 1991. Wet van 29 december 1990, Belgisch Staatsblad van 9 januari 1991.
Wet van 26 juni 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juni 1992. Wet van 26 juni 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juni 1992.
Wet van 30 december 2001, Belgisch Staatsblad van 31 december 2001. Wet van 30 december 2001, Belgisch Staatsblad van 31 december 2001.
^