Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 oktober 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten, betreffende de bevordering van initiatieven ten voordele van de tewerkstelling en de vorming van risicogroepen | Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 oktober 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten, betreffende de bevordering van initiatieven ten voordele van de tewerkstelling en de vorming van risicogroepen |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |
30 DECEMBER 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend | 30 DECEMBER 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend |
wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 oktober | wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 oktober |
2001, gesloten in het Paritair Comité voor de opvoedings- en | 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de opvoedings- en |
huisvestingsinrichtingen en -diensten, betreffende de bevordering van | huisvestingsinrichtingen en -diensten, betreffende de bevordering van |
initiatieven ten voordele van de tewerkstelling en de vorming van | initiatieven ten voordele van de tewerkstelling en de vorming van |
risicogroepen ( 1) | risicogroepen ( 1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve | Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve |
arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel | arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel |
28; | 28; |
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de opvoedings- en | Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de opvoedings- en |
huisvestingsinrichtingen en -diensten; | huisvestingsinrichtingen en -diensten; |
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, | Op de voordracht van Onze Minister van Werk, |
Hebben Wij besloten en besluiten Wij : | Hebben Wij besloten en besluiten Wij : |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage |
overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 23 oktober 2001, | overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 23 oktober 2001, |
gesloten in het Paritair Comité voor de opvoedings- en | gesloten in het Paritair Comité voor de opvoedings- en |
huisvestingsinrichtingen en -diensten, betreffende de bevordering van | huisvestingsinrichtingen en -diensten, betreffende de bevordering van |
initiatieven ten voordele van de tewerkstelling en de vorming van | initiatieven ten voordele van de tewerkstelling en de vorming van |
risicogroepen. | risicogroepen. |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit |
besluit. | besluit. |
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 30 december 2005. | Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 30 december 2005. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P. VANVELTHOVEN | P. VANVELTHOVEN |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : | Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : |
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. | Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. |
Bijlage | Bijlage |
Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en | Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en |
-diensten | -diensten |
Collectieve arbeidsovereenkomst van 23 oktober 2001 | Collectieve arbeidsovereenkomst van 23 oktober 2001 |
Bevordering van initiatieven ten voordele van de tewerkstelling en de | Bevordering van initiatieven ten voordele van de tewerkstelling en de |
vorming van risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 10 december | vorming van risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 10 december |
2001 onder het nummer 60220/CO/319) | 2001 onder het nummer 60220/CO/319) |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op |
de werknemers en werkgevers van de instellingen en diensten die vallen | de werknemers en werkgevers van de instellingen en diensten die vallen |
onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de opvoedings- en | onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de opvoedings- en |
huisvestingsinrichtingen, en- diensten erkend en/of gesubsidieerd door | huisvestingsinrichtingen, en- diensten erkend en/of gesubsidieerd door |
de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franstalige | de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franstalige |
Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, alsook | Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, alsook |
op de instellingen en diensten van het Waals Gewest die dezelfde | op de instellingen en diensten van het Waals Gewest die dezelfde |
activiteiten uitoefenen en niet erkend noch gesubsidieerd zijn. | activiteiten uitoefenen en niet erkend noch gesubsidieerd zijn. |
Art. 2.Onder "werknemers" wordt verstaan : bedienden en arbeiders, |
Art. 2.Onder "werknemers" wordt verstaan : bedienden en arbeiders, |
zowel mannen als vrouwen. | zowel mannen als vrouwen. |
HOOFDSTUK II. - Principe | HOOFDSTUK II. - Principe |
Art. 3.De werkgeversbijdrage aan het fonds voor bestaanszekerheid |
Art. 3.De werkgeversbijdrage aan het fonds voor bestaanszekerheid |
wordt vastgesteld op 0,10 pct. voor de brutolonen voor de jaren 2001 | wordt vastgesteld op 0,10 pct. voor de brutolonen voor de jaren 2001 |
en 2002. | en 2002. |
HOOFDSTUK III. - Toepassingsmodaliteiten | HOOFDSTUK III. - Toepassingsmodaliteiten |
Art. 4.De partijen komen overeen de inning van de bijdrage vermeld in |
Art. 4.De partijen komen overeen de inning van de bijdrage vermeld in |
artikel 3 toe te kennen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. De | artikel 3 toe te kennen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. De |
inningen zullen berekend en uitgevoerd worden op de stortingen van de | inningen zullen berekend en uitgevoerd worden op de stortingen van de |
sociale zekerheidsbijdragen uitgevoerd door de instellingen en | sociale zekerheidsbijdragen uitgevoerd door de instellingen en |
diensten vermeld in artikel 1 volgens de volgende kalender : | diensten vermeld in artikel 1 volgens de volgende kalender : |
- 1ste, 2de en 3de kwartaal 2001, geen inning; | - 1ste, 2de en 3de kwartaal 2001, geen inning; |
- 0,40 pct. in het 4de kwartaal 2001; | - 0,40 pct. in het 4de kwartaal 2001; |
- 0,10 pct. in het 1ste kwartaal 2002; | - 0,10 pct. in het 1ste kwartaal 2002; |
- 0,10 pct. in het 2de kwartaal 2002; | - 0,10 pct. in het 2de kwartaal 2002; |
- 0,10 pct. in het 3de kwartaal 2002; | - 0,10 pct. in het 3de kwartaal 2002; |
- 0,10 pct. in het 4de kwartaal 2002. | - 0,10 pct. in het 4de kwartaal 2002. |
Art. 5.Het fonds voor bestaanszekerheid opgericht door de collectieve |
Art. 5.Het fonds voor bestaanszekerheid opgericht door de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 23 februari 1990 tot oprichting van een fonds | arbeidsovereenkomst van 23 februari 1990 tot oprichting van een fonds |
voor bestaanszekerheid, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk | voor bestaanszekerheid, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk |
besluit van 6 augustus 1990, is belast met de ontvangst, het beheer en | besluit van 6 augustus 1990, is belast met de ontvangst, het beheer en |
de toewijzing van de bedragen geïnd door de Rijksdienst voor Sociale | de toewijzing van de bedragen geïnd door de Rijksdienst voor Sociale |
Zekerheid in het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomst in | Zekerheid in het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomst in |
functie van de doelstellingen waarvoor ze bestemd zijn. | functie van de doelstellingen waarvoor ze bestemd zijn. |
Art. 6.De maatregelen ten voordele van de risicogroepen blijven die |
Art. 6.De maatregelen ten voordele van de risicogroepen blijven die |
welke vastgesteld werden door het paritair comité in de collectieve | welke vastgesteld werden door het paritair comité in de collectieve |
arbeidsovereenkomst van 24 juni 1991, koninklijk besluit van 31 maart | arbeidsovereenkomst van 24 juni 1991, koninklijk besluit van 31 maart |
1992, Belgisch Staatsblad van 29 april 1992, artikel 4, § 1 en 2. | 1992, Belgisch Staatsblad van 29 april 1992, artikel 4, § 1 en 2. |
Art. 7.De definitie van de risicogroepen is die welke werd |
Art. 7.De definitie van de risicogroepen is die welke werd |
vastgesteld door de wet van 29 december 1990 houdende sociale | vastgesteld door de wet van 29 december 1990 houdende sociale |
bepalingen (Belgisch Staatsblad van 9 januari 1991). | bepalingen (Belgisch Staatsblad van 9 januari 1991). |
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen |
Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 |
januari 2001 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2002. | januari 2001 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2002. |
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 30 december | Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 30 december |
2005. | 2005. |
De Minister van Werk, | De Minister van Werk, |
P. VANVELTHOVEN | P. VANVELTHOVEN |